← Nederland

Regeling voor de commissie voor de behandeling van bezwaarschriften gemeente Beverwijk 2024 (Beverwijk)

lege van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Beverwijk, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft: gelet op artikelen 84 Gemeentewet en artikel 7:13 Algemene wet bestuurs

Artikel 8

Uitoefening bevoegdheden Voor het bezwaarproces is in de gemeente Beverwijk het “Werkproces behandeling bezwaarschriften” opgesteld. Op grond van dit werkproces wordt bij de gemeente Beverwijk het bezwaarschrift door de vakafdeling ontvangen, wordt door de vakafdeling de ontvangst van het bezwaarschrift bevestigd en wordt door de vakafdeling beoordeeld of sprake is van verzuimen die moeten worden hersteld voordat het bezwaarschrift inhoudelijk in behandeling kan worden genomen. Een bezwaarschrift wordt pas aan de commissie overgedragen als al deze handelingen zijn verricht. Alleen indien na het overdragen van het dossier aan de commissie toch blijkt dat niet alle verzuimen zijn hersteld, is de bevoegdheid tot het laten herstellen van verzuimen als bedoeld in artikel 2:1 en 6:6 van de wet aan de secretaris van de commissie gemandateerd. Hoofdstuk 3 Voorbereiding op de hoorzitting Artikel 9 Aanleveren stukken Nadat een bezwaarschrift is ontvangen, wordt deze samen met het dossier zo spoedig als mogelijk aan het secretariaat overgelegd. Hier is geen termijn aan verbonden. Wel vormt het werkproces hiervoor de leidraad. Na ontvangst van het bezwaarschrift zal de vakafdeling eerst beoordelen of er een verzuim aan het ingediende bezwaarschrift kleeft dat moet worden hersteld. Bovendien kan de vakafdelingna ontvangst van het bezwaarschrift de informele aanpak toepassen. Overlegging van de stukken aan het secretariaat voordat de informele aanpak is afgerond heeft niet altijd meerwaarde. Wel houden de secretaris en de vakafdeling de wettelijke beslistermijn waarbinnen op het bezwaarschrift moet worden beslist in de gaten. Het plannen van een hoorzitting en de advisering nemen immers ook tijd in beslag. Een hoorzitting wordt gepland nadat het dossier aan het secretariaat is overgedragen. Artikel 10 Vooronderzoek Dit

. Hoofdstuk 4 De hoorzitting Artikel 11 Vaststelling hoorzitting en uitnodiging Tijdens de hoorzitting worden de bezwaarmaker, het bestuursorgaan en eventuele derde belanghebbenden (van een of meer derde belanghebbenden is veelal sprake bij bezwaren die betrekking hebben op ruimtelijke ordening) in de gelegenheid gesteld te worden gehoord. Dit is de zogenaamde hoorplicht die in de wet is vastgelegd. De schriftelijke uitnodiging voor de hoorzitting wordt uiterlijk 14 dagen voorafgaand aan de hoorzitting aan partijen toegestuurd. Zo hebben alle partijen de gelegenheid om zich op de hoorzitting te kunnen voorbereiden. Indien de bezwaarmaker of een belanghebbende geen gebruik van de hoorzitting wenst te maken kan dat aan de secretaris worden meegedeeld. De stukken worden door het secretariaat aan partijen toegezonden voor zover dat niet reeds door de vakafdelingen op grond van het werkproces is gebeurd. Indien de commissie nog niet de beschikking over de stukken heeft of al advies aan het college heeft uitgebracht en er worden (alsnog) stukken bij de commissie opgevraagd dan wordt de verzoeker hiervoor verwezen naar het college. De hoorzitting kan worden verplaatst naar een nader te bepalen moment indien de bezwaarmaker, het bestuursorgaan of een eventuele belanghebbende hier gemotiveerd om verzoekt. Daarbij zij wel aangetekend dat een verzoek van een belanghebbende van minder gewicht is dan dat van de bezwaarmaker of het bestuursorgaan. Een belanghebbende heeft in de bezwaarprocedure geen eigen belang wat ter beoordeling voorligt. Een andere mogelijkheid is dat de voorzitter of de secretaris bijvoorbeeld vanuit proceseconomisch oogpunt aanleiding zien voor het verplaatsen van de hoorzitting. Artikel 12 Het horen door de commissie Een hoorzitting kan op het stadhuis of digitaal plaatsvinden. De secretaris en de bezwaarmaker gaan hierover met elkaar in overleg. In overleg tussen secretaris en voorzitter wordt bepaald of een hoorzitting digitaal kan plaatsvinden. Een hoorzitting hoeft niet in alle gevallen gehouden te worden. Op grond van artikel 7:3 van de wet kan in een limitatief aantal gevallen van het horen worden afgezien. Bijvoorbeeld omdat het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk is (het is te laat ingediend) of omdat het bezwaar kennelijk ongegrond is (de wet laat geen enkele ruimte zodat de bezwaren tot niets kunnen leiden). De voorzitter beslist of een hoorzitting moet plaatsvinden. Artikel 13 Openbaarheid hoorzitting In beginsel zijn de hoorzittingen openbaar en voor publiek toegankelijk. De commissie kan besluiten dat de hoorzitting wegens gewichtige redenen achter gesloten deuren plaatsvindt. Het besluit om de hoorzitting achter gesloten deuren te laten plaatsvinden, mag niet lichtvaardig worden genomen. Uit het derde lid volgt dat hoorzittingen voor de behandeling van bezwaarschriften met betrekking tot jeugdigen, persoonlijke (strafrechtelijke), medische en/of financiële aspecten achter gesloten deuren worden besproken. Dit ter bescherming van de betrokken partijen. Artikel 14 Horen van jeugdigen Bij bezwaar tegen een jeugdhulpbesluit moeten ook minderjarige kinderen worden gehoord. Het Verdrag inzake de rechten van het kind (IVRK) regelt expliciet het hoorrecht van kinderen. Dit betekent dat de jeugdige dus moet worden uitgenodigd voor de hoorzitting. Dit geldt niet voor alle kinderen. Het horen van een kind van 3 jaar is niet wenselijk. In de wet worden geen uitdrukkelijke leeftijdsgrenzen genoemd. Het IVRK geeft hier wel handvatten voor. Artikel 12 van het IVRK luidt als volgt: De Staten die partij zijn, verzekeren het kind dat in staat is zijn of haar eigen mening te vormen, het recht die mening vrijelijk te uiten in alle aangelegenheden die het kind betreffen, waarbij aan de mening van het kind passend belang wordt gehecht in overeenstemming met zijn of haar leeftijd en rijpheid. Hiertoe wordt het kind met name in de gelegenheid gesteld te worden gehoord in iederegerechtelijke en bestuurlijke procedure die het kind betreft, hetzij rechtstreeks, hetzij doortussenkomst van een vertegenwoordiger of een daarvoor geschikte instelling, op een wijze die verenigbaar is met de procedureregels van het nationale recht. De achterliggende gedachte van artikel 12 IVRK is onder andere dat kinderen, door te participeren in procedures die hen betreffen, meer begrip zullen hebben voor beslissingen die over hen genomen worden. In artikel 12 IVRK wordt voor het horen van kinderen geen leeftijdsgrens genoemd. Dat betekent dus dat ook heel jonge kinderen in principe het recht hebben om gehoord te worden. In artikel 12 IVRK wordt echter wel als voorwaarde gesteld dat een kind alleen in de gelegenheid gesteld moet worden om gehoord te worden als hij in staat is om zijn eigen mening te vormen. Als het kind daartoe niet in staat is, geldt het hoorrecht dus niet. Een soortgelijke bepaling is ook opgenomen in artikel 8:21 van de wet. Daarin is namelijk voor de beroepsprocedures bepaald dat minderjarigen zelf in een geding mogen optreden voor zover zij in staat zijn tot een redelijke waardering van hun belangen. Aan deze bepaling wordt in de jurisprudentie ook betekenis toegekend ten aanzien van de bezwaarprocedure. In de praktijk wordt er vanuit gegaan dat kinderen van 12 jaar of ouder in staat zijn om een eigen mening te kunnen vormen. Van belang blijft wel dat per individueel geval beoordeeld wordt of het betreffende kind in staat is om zijn eigen mening te vormen. Deze beoordeling kan er dus toe leiden dat een kind dat nog geen 12 jaar is, moet worden uitgenodigd om gehoord te worden. Aan de andere kant kan die beoordeling ook betekenen dat een kind dat 12 jaar of ouder is, niet wordt uitgenodigd, omdat hij (bijvoorbeeld als gevolg van een psychische stoornis) niet in staat is om een eigen mening te vormen. Het horen van kinderen vraagt extra gesprekstechnieken en vaardigheden van degene die hoort. Het is niet vanzelfsprekend dat de jeugdige weet waar hij zijn mening over moet geven of wat daarvan de consequenties zijn. Het is dus belangrijk dat de commissie hier extra aandacht voor heeft. Indien de jeugdige niet in bijzijn van andere partijen wordt gehoord dan dient in het kader van hoor en wederhoor de commissie de overige partijen op de hoogte te stellen van hetgeen de jeugdige heeft verklaard. Een korte en zakelijke weergave volstaat in die situatie. Geen verslag wordt gedaan van hetgeen de jeugdige heeft verklaard indien geheimhouding om zwaarwegende redenen dit vereist. Artikel 15 Quorum Uitgangspunt is dat tijdens de hoorzitting de commissie wordt gevormd door drie leden, waaronder de voorzitter. Het kan voorkomen dat niet iedereen op de hoorzitting aanwezig kan zijn, bijvoorbeeld door ziekte. Om te voorkomen dat de zitting moet worden geannuleerd en verplaatst naar een andere datum, wordt in het eerste lid niet de eis gesteld dat bij iedere zitting ten minste drie leden, waaronder de voorzitter, aanwezig moeten zijn. Voor het houden van een hoorzitting moeten wel ten minste twee leden, waaronder de voorzitter aanwezig zijn. Dit is het vergaderquorum. In het tweede lid is vastgelegd dat de advisering wel door ten minste drie leden, waaronder de voorzitter, moet plaatsvinden. In het advies moet melding worden gemaakt van het feit dat het derde lid aan de beraadslaging heeft deelgenomen. Dit is het besluitquorum. Artikel 16 Niet-deelneming aan de behandeling Dit

Artikel 17Verslaglegging

Dit

. Artikel 18 Nader onderzoek door de voorzitter In veruit de meeste gevallen kan de commissie voor de advisering over een bezwaarschrift volstaan met het bezwaarschrift, het bezwaardossier en hetgeen ter zitting aan de orde is gekomen. Hier wordt opgemerkt dat de behandeling van het bezwaar tijdens de hoorzitting kan worden aangehouden om partijen op verzoek van de commissie in de gelegenheid te stellen het standpunt nader te onderbouwen dan wel partijen anderszins nader te laten reageren. De beslistermijn wordt in deze gevallen uitgesteld met de termijn die nodig is om partijen te laten reageren. Op de hoorzitting worden hier afspraken over gemaakt. Soms zal echter door de voorzitter een beroep op de aanvullende bevoegdheden uit dit artikel worden gedaan, als op of na de hoorzitting blijkt dat bepaalde cruciale vraagpunten open blijven staan waarvan de commissie wenst dat deze hierin wordt geadviseerd door een derde. De termijn waarbinnen op het bezwaarschrift moet zijn beslist wordt aangehouden met de tijd die gepaard gaat met het opvragen van de nadere inlichtingen bij een derde alsmede met de tijd die partijen krijgen op de nadere inlichtingen te reageren. Zo wordt voorkomen dat als gevolg van het inwinnen van nadere inlichtingen de bezwaartermijn wordt overschreden. Hoofdstuk 5 Het advies en natraject Artikel 19 Raadkamer en advies Dit

Artikel 20

Het Advies Dit

. Artikel 21 Beslissing op bezwaar Dit

. Hoofdstuk 6 Overige bepalingen Artikel 22 Jaarverslag Dit

. Artikel 23 Inwerkingtreding Dit

. Artikel 24 Citeertitel Dit

.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.