← Nederland

Uitvoerings- en Handhavingsprogramma 2024 en Jaarverslag 2023 - Vergunningen, Toezicht en Handhaving (Stichtse Vecht)

Uitvoerings- en Handhavingsprogramma 2024 en Jaarverslag 2023 - Vergunningen, Toezicht en HandhavingDatum:11 juni 2024 Samenvatting Voor u ligt het Uitvoerings- en Handhavingsprogramma 2024 (Uvp), het jaarverslag 2023 en een reeks productbladen die hierop betrekking heeft. De provincie Utrecht houdt toezicht op de uitvoering van het VTH-beleid door gemeenten, middels het Interbestuurlijk Toezicht (IBT). Jaarlijks beoordeelt de provincie Utrecht het Uvp en het jaarverslag van onze gemeente. Het VTH jaarverslag en uitvoeringsprogramma worden jaarlijks opgesteld en bouwen voort op de verslagen van het voorgaande jaar. Een deel van de aanpassingen is technisch van aard, waarbij inhoudelijke informatie wordt toegevoegd die relevant is voor het betreffende jaar

(2024). De meer inhoudelijke wijzigingen zijn gericht op financiering van de VTH-taakuitvoering en de benodigde formatieruimte (H3), beleidsmatige ontwikkelingen (H4), prioritering van handhavingsonderwerpen (H5) en evaluatie van het voorgaande jaar in het jaarverslag (H6). In dit Uvp worden eerst de vergunning-, toezicht- en handhavingstaken (VTH) uiteengezet. Deze taken strekken zich uit van bouwen, ruimtelijke ordening en milieu, tot APV en bijzondere wetten. Binnen deze taakuitvoering zijn enkele speerpunten benoemd die een verhoogde prioriteit hebben gekregen (zie hoofdstuk 5.2). De landelijke risicothema’s onder de Omgevingswet, zoals asbest, constructieve veiligheid en brandveiligheid zorginstellingen kennen hierin een hoge prioriteit. Illegale kamerverhuur, het illegaal aanmeren van boten en thema’s op het gebied van handhaving APV en bijzondere wetten, zoals jongerenoverlast, parkeeroverlast, adresfraude en zwerfafval kennen eveneens een hoge prioritering binnen het uitvoeringsprogramma. Het illegaal aanmeren van boten krijgt dit jaar een hogere prioritering, naar aanleiding van klachten en meldingen van inwoners binnen onze gemeente. Het tegengaan van overlast in de openbare ruimte, zoals zwerfafval, kent ook een hoge prioritering. In 2024 zullen wij daarom onderzoek doen naar de implementatie van de bestuurlijke boete overlast in de openbare ruimte (BBOOR). De volledige prioritering is terug te vinden in ons strategisch uitvoerings-en handhavingsprogramma VTH 2022-
  1. Voor de uitvoering van deze taken wordt samengewerkt met verschillende partners, zoals de Provincie Utrecht, omliggende gemeenten, de Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU), Veiligheidsregio Utrecht (VRU), Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD), het Openbaar Ministerie, de politie en Waterschappen Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden en Waterschap Amstel, Gooi en Vecht. In het uitvoeringsprogramma wordt ook stil gestaan bij de verschillende ontwikkelingen op het gebied van VTH-wetgeving, zoals de Omgevingswet, het Omgevingsplan, de Aanvullingswet bodem Omgevingswet en de Wet goed verhuurderschap, waar onze gemeente mee te maken heeft. IBT-beoordeling 2022-2023 De IBT-beoordeling bestaat uit de scores: ‘voldoet’, ‘voldoet deels’ of ‘voldoet niet’. Over de periode 2021-2022 was ons VTH-beleid beoordeeld als ‘voldoet niet’, met name omdat er geen uitvoeringsprogramma en jaarverslag was vastgesteld. Als gevolg hiervan werd de gemeente voor 2023 onder actief toezicht geplaatst van de provincie Utrecht. Hierop is begin 2023 een verbeterplan opgesteld om zo snel mogelijk weer te komen tot een positieve IBT-beoordeling. Als gevolg van het ingezette verbeterplan, is het VTH-beleid van Stichtse Vecht over de periode 2022-2023 beoordeeld als ‘voldoet deels’. Tevens is het actieve toezicht afgeschaald naar regulier toezicht. Dit komt voornamelijk wij in 2023 een Uvp en Jaarverslag 2022 hadden opgesteld en verschillende verbeteringen hebben doorgevoerd. Jaarverslag De doelstellingen uit het strategisch handhavingsprogramma hebben tot doel om de kwaliteit van onze fysieke leefomgeving te behouden of te verbeteren, het naleefgedrag en de verantwoordelijkheid van inwoners en ondernemers te verbeteren. Deze doelstellingen zijn verder uitgewerkt in verschillende subdoelstellingen, gericht op de verschillende onderdelen van onze VTH-keten: vergunningverlening, toezicht, handhaving en kwaliteit. Tot slot wordt gestreefd naar betere samenwerking met andere partners en overheden en wordt ingezet op het voldoen aan de VTH-kwaliteitseisen. Op het gebied van vergunningverlening hebben wij vorig jaar onze werkprocessen aangepast en nieuwe kwaliteitsprocedures ingericht. Dit lijkt zijn vruchten te hebben afgeworpen, zo zijn 5 van de 711 aangevraagde omgevingsvergunningen van rechtswege verleend. Dit komt neer op een percentage van 0,7 %. Daarmee is 99,3 % van alle aangevraagde vergunningen binnen de wettelijke termijn verleend. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet verdwijnt de vergunning van rechtswege uit het omgevingsrecht. Dankzij de nieuwe werkprocessen is het toetsingskader geborgd en worden besluiten integraal afgewogen. Tot slot zijn er in 2023 ruim 156 vooroverlegplannen afgehandeld of omgezet. Op het gebied van toezicht wordt bij elk van de meldingen en handhavingsverzoeken rekening gehouden met de problematiek, de aard van de overtreding en de bijbehorende prioritering. Vervolgens wordt op basis hiervan het toezichtniveau bepaald. In onze gemeente is één jaarlijks evenement met een C-classificatie. Hierbij vindt integraal toezicht plaats op het gebied van brandveiligheid (VRU), veiligheid en openbare orde en constructieve veiligheid. Op het gebied van handhaving vallen het aantal gegronde bezwaren, hoger beroepszaken en verzoeken tot handhaving binnen de genoemde streefwaarden. Daarnaast worden handhavingsverzoeken integraal beoordeeld, waarbij de problematiek, de aard van de overtreding en de bijbehorende prioritering worden meegewogen. Bij een ‘zeer hoge’ of ‘hoge’ prioritering wordt de zaak vervolgens met urgentie opgepakt en beoordeeld. Op het gebied van kwaliteit heeft onze gemeente een aantal stappen gezet. Zo zijn diverse collega’s – vanuit verschillende disciplines – aangesloten bij VTH-regiobijeenkomsten en wordt er samenwerkt met andere partners en overheden. Ook hebben wij ons in 2023 gecommitteerd aan de VTH-kwaliteitseisen 2.3, door vaststelling van de Verordening uitvoering en handhaving (Omgevingsrecht) Stichtse Vecht
  2. De VTH-kwaliteitscriteria worden jaarlijks geëvalueerd, en gedeeld met de gemeenteraad en het IBT van de provincie Utrecht. De evaluatie in 2023 vormde tegelijkertijd een nulmeting voor onze organisatie, zodat we hierop kunnen voortbouwen. Gelet op de bovenstaande evaluatie, zijn er vier aspecten waarop we in 2024 willen bijsturen. Ten eerste willen we de werkprocessen en borging van het toetsingskader – zoals we die bij vergunningverlening hebben geïmplementeerd - verder uitwerken en verbeteren. Daarmee willen we de kwaliteit van onze besluiten op het gebied van vergunningverlening en handhaving, continu verbeteren. Ten tweede willen we onze informatiepositie en monitoring binnen onze VTH-keten verbeteren. Dit levert tijdswinst op, zorgt dat we beter kunnen bijsturen in de uitvoering en het doorlopen van de beleidscyclus. Ten derde willen we voortbouwen op de VTH-kwaliteitscriteria 2.
  3. In 2023 hebben we een nulmeting uitgevoerd en daarbij het benodigd aantal FTE in kaart gebracht (kritieke massa). In 2024 willen we voortbouwen op de benodigde competenties, collega’s waar nodig bijscholen en daarmee het kennisniveau binnen onze organisatie verhogen. Tot slot zal in 2024 worden geïnvesteerd in het opdoen van kennis en ervaring met het werken onder de Omgevingswet. Inhoudsopgave Samenvatting
  4. Inleiding 1.1 Waarom een jaarverslag en uitvoeringsprogramma? Procescriteria 1.
  5. Afstemming samenwerkingspartners 1.
  6. Interbestuurlijk Toezicht provincie Utrecht Rapportage en Evaluatie Strategisch Beleid Operationeel Beleid Programma en Organisatie 1.
  7. Artikel 13.5: Omgevingsbesluit 1.5 Leeswijzer
  8. Uitvoering en handhaving Omgevingswet 2.1 Welke taken voert Stichtse Vecht uit? 2.2 Uitvoeringsorganisatie gemeente Stichtse Vecht 2.3 Scheiding Vergunningen, Toezicht en Handhaving 2.4 Gebiedsteams Stichtse Vecht (Noord, Midden, Zuid) 2.5 Extern belegde VTH-taken en samenwerkingspartners 2.6 Samenwerkingspartners Bereikbaarheid 2.7 Kwaliteitscriteria 2.3
  9. Personele- en Financiële borging 3.1 Toezicht en handhaving Wabo/Omgevingswet Financiële Borging Realistisch begroten
  10. Nieuwe VTH-ontwikkelingen 4.1 Ontwikkelingen 4.2 Omgevingswet 4.5 Aanvullingswet bodem Omgevingswet
  11. Wat vinden we belangrijk? 5.1 Missie en visie Programmabegroting 2024 5.2 Prioriteiten 5.2.2 Landelijke risicothema’s onder de Omgevingswet Asbest Bodem Brandveiligheid bij de opslag van gevaarlijke stoffen Constructieve veiligheid en Wkb Brandveiligheid van bouwwerken Risicovolle inrichtingen Handhaven op het gebruik in strijd met het omgevingsplan 5.2.3 Risicothema’s binnen Stichtse Vecht 5.2.4 Risicoanalyse 5.3 Sanctionering Jaarverslag 2023
  12. Jaarverslag 2023 6.1 Algemeen 6.2 Wat hebben we gedaan in 2023? Illegale kamerverhuur Weesfietsenbeleid 6.3 Vergunningverlening Omgevingsrecht 6.4 Toezicht en handhaving 6.5 Vergunninggebonden toezicht 6.6 Niet- vergunninggebonden toezicht (ambtshalve) 6.6.1 Niet- vergunning gebonden preventief toezicht (ambtshalve) 6.6.2 Niet-vergunninggebonden toezicht (op verzoek) 6.7 Toezicht ruimtelijke ordening 6.8 Toezicht in de openbare ruimte 6.9 Juridische handhaving 6.10 Milieu (ODRU) 6.11 VRU 6.12 Evaluatie over 2023 6.13 Waarin gaan we bijsturen in 2024? Uitvoeringsprogramma 2024
  13. Wat gaan we doen in 2024? 7.1 Algemeen 7.2 Vergunningverlening 7.3 Toezicht en handhaving Omgevingswet 7.4 Toezicht en handhaving Milieu (ODRU) 7.5 Toezicht en handhaving Brandveiligheid (VRU) Brandveiligheid zorginstellingen 7.6 Handhaving openbare ruimte en veiligheid 7.7 Nieuwe toezicht- en handhavingstaken 7.7.
  14. Bestuurlijke boete overlast openbare ruimte 7.7.
  15. Wet goed verhuurderschap 7.7.3 Handhaving op aanmeren van boten
  16. Productbladen 8.1 Productbladen Voorgenomen taken Stichtse Vecht
(2024)Taakveld Milieu Productbladen ODRU
(2024)Bijlagen Bijlage 1: Richtlijn dwangsombedragen en termijnen
(2024)Bijlage 2: ODRU Uitvoeringsprogramma VTH voor de milieutaken
(2024)Bijlage 3: Rapportage ODRU
(2023)Bijlage 4: VRU Jaarcijfers 2023 / Jaarplan 2024 1.Inleiding 1.1Waarom een jaarverslag en uitvoeringsprogramma? Voor u ligt het Uitvoeringsprogramma 2024 (Uvp) op het gebied van vergunningen, toezicht en handhaving (VTH) binnen het Omgevingsrecht. Het Uvp bouwt voort op de programma’s van voorgaande jaren en is een uitwerking van de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie VTH 2022-2025, welke op 21 juni 2022 is vastgesteld door het college van Burgemeester en wethouders. In dit Uvp staat weergegeven hoe de gemeente haar rol ziet, welke keuzes er worden gemaakt en hoe de gemeente haar uitvoerings- en handhavingstaken uitvoert op het gebied van VTH. Het jaarverslag beschrijft wat de gemeente in 2023 heeft uitgevoerd op het gebied van vergunningen, toezicht en handhaving. Het Uitvoeringsprogramma 2024 geeft inzicht in de activiteiten die de gemeente op het gebied van VTH dit jaar wil gaan uitvoeren. Hierin worden ook de activiteiten meegenomen die worden uitgevoerd door de samenwerkingspartners, zoals de ODRU en de VRU. Daarmee is voor al haar inwoners duidelijk hoe de gemeente uitvoering geeft aan haar VTH-beleid. Procescriteria De uitvoering en handhaving van VTH-taken is erop gericht om de veiligheid en gezondheid van mens en natuur binnen de fysieke leefomgeving te beschermen. In de Omgevingswet (Ow) en in het Omgevingsbesluit (Ob) staat vastgelegd waar overheden zich aan moeten houden bij het uitvoeren van VTH-taken en bij het aanleveren van toezichtinformatie aan het IBT. Het IBT van de provincie Utrecht houdt toezicht op gemeenten in het naleven van de gestelde regels, in het belang van een doelmatige uitvoering en handhaving van het VTH-beleid. Hierbij is het belangrijk dat de gemeente werkt volgens een sluitende Big-8 beleidscyclus, zoals is vastgelegd in het Omgevingsbesluit (artikelen 13.5 tot en met 13.11). Dit is beschreven in zogenaamde procescriteria. Met een sluitende beleidscyclus wordt de kwaliteit van de uitvoering van de VTH-taken continu verbeterd. De procescriteria omtrent de Big-8 beleidscyclus: De vastgestelde U&H-strategie en het Uvp vormen samen het vetrekpunt voor de Big-8 beleidscyclus. Het huidige uitvoeringsprogramma voorziet in de jaarplanning voor 2024 en stelt deze in verbinding met de gestelde prioriteiten en strategische doelstellingen. Ook maakt het Uvp inzichtelijk welke beschikbare capaciteit en middelen worden ingezet om de gestelde doelen te kunnen behalen. Om sturing te geven aan de inzet van boa’s en toezichthouders worden handhavingswerkzaamheden gemonitord en geregistreerd in onze systemen. De monitoring en registratie, samen met de input uit de handhavingsagenda, worden gebruikt voor de periodieke beleidsevaluatie en het opstellen van risicoanalyses. Een uitgevoerde beleidsevaluatie, de jaarverslagen en actuele risicoanalyse leggen de basis voor het strategisch meerjarenbeleid en dienen als input en bijsturing van het volgende uitvoeringsprogramma, welke wordt vastgesteld door het college van B&W en de gemeenteraad. Hiermee wordt een sluitende beleidscyclus gerealiseerd, zodat de strategische beleidsdoelstellingen verbonden zijn met de beleidsuitvoering. Ieder halfjaar worden de resultaten geëvalueerd, zodat het VTH-beleid en de uitvoering gedurende het jaar kunnen worden bijgesteld. 1.2.Afstemming samenwerkingspartners Gelet op paragraaf 18.3.4 van de Omgevingswet, worden de uitvoerings- en handhavingstaken door ons college afgestemd met betrokken bestuursorganen en met de instanties die zijn belast met strafrechtelijke handhaving. In hoofdstuk 2.6 worden de betrokken handhavingspartners en de interbestuurlijke samenwerking beschreven. 1.3.Interbestuurlijk Toezicht provincie Utrecht Op grond van de ‘Verordening systematische toezichtinformatie provincie Utrecht’, houdt het IBT toezicht op gemeenten bij de uitvoering van diens wettelijke VTH-taken, op het gebied van het omgevingsrecht. Het IBT richt zich zowel op de taken vergunningenverlening, toezicht en handhaving, als op ruimtelijke ordening, milieu, externe veiligheid en erfgoed/monumenten. Jaarlijks stelt de gemeente hiervoor een uitvoeringsprogramma en een jaarverslag op. Vervolgens beoordeelt de provincie Utrecht de aangeleverde stukken. Hierbij kan het oordeel uitkomen op ‘voldoet’, ‘voldoet deels’ of ‘voldoet niet’. In het voorgaande jaar, over de periode 2021-2022, is Stichtse Vecht beoordeeld als ‘voldoet niet’. Dit kwam voornamelijk omdat wij geen Uvp en Jaarverslag hadden vastgesteld. Aan de hand van deze beoordeling hebben wij voor 2023 een verbeterplan opgesteld en een uitvoeringsprogramma voor 2023 en een jaarverslag over 2022 vastgesteld. Tegelijkertijd hebben wij in 2023 verbeteringen doorgevoerd. Op 28 november 2023 vond het verificatiegesprek plaats tussen de gemeente Stichtse Vecht en de Provincie Utrecht (IBT), over de periode 2022-
  1. Het resultaat is dat on VTH-beleid voor de periode 2022-2023 is beoordeeld als ‘voldoet deels’. Tevens is het actief toezicht afgeschaald naar regulier toezicht. Bij deze beoordeling heeft het IBT een aantal verbeterpunten geformuleerd: Rapportage en Evaluatie Vul het jaarverslag aan met een meer gedetailleerde evaluatie van de uitvoering (activiteiten voor vergunningverlening). Toelichting: de evaluatie van 2022 over vergunningverlening beschrijft alleen de hoeveelheid omgevingsvergunningen die zijn verleend. Evalueer ook in hoeverre de uitvoering van activiteiten voor vergunningverlening hebben bijgedragen aan het bereiken van de beleidsdoelen. Geef in het jaarverslag aan in hoeverre de beleidsdoelen zijn behaald met betrekking tot de thuistaken op het gebied van Ruimtelijk Ordening, Bouw en Milieu. Toelichting: Aangezien u in de vorige beoordelingsperiode geen uitvoeringsprogramma had vastgesteld, heeft u slechts in algemene zin kunnen terugblikken op de uitgevoerde activiteiten. Ondanks dat er niet concreet kon worden gereflecteerd op het vorige uitvoeringsjaar zijn er wel ‘lessonslearned’ geformuleerd. Echter, ook daarin is niet gereflecteerd op het al dan niet bereiken van de in het beleid vastgestelde doelen. Strategisch Beleid Maak de personele en financiële middelen die benodigd zijn voor het bereiken van de in het beleid gestelde doelen en waarborg deze in de begroting. Toelichting: u heeft aangegeven ambities en doelstellingen af te stemmen op de beschikbare middelen en personele capaciteit. De beschikbare capaciteit is daarmee volgens u tegelijkertijd ook de beschikbare capaciteit. Voor specifieke projecten worden volgens u in lijn met de doelstellingen aanvullend incidentele middelen begroot. Het is echter nodig om vanuit de doelen in de U&H-strategie inzichtelijk te maken van de benodigde capaciteit om die doelen te bereiken en het is die benodigde capaciteit die moet worden geborgd in de begroting. Operationeel Beleid Beschrijf welke toezichtstrategieën worden gebruikt om de doelen te bereiken (preventie/toezichtstrategie). Toelichting: U heeft inmiddels een Richtlijn dwangsommen en termijnen vastgesteld. Echter, de koppeling tussen strategieën en (sub)doelstellingen is onvoldoende duidelijk. Op de productbladen wordt bijvoorbeeld m.b.t de toezichtstrategie melding gemaakt van de uit te voeren activiteiten, maar er is geen link met het bovenliggende VTH-beleid waar de toezichtstrategie is uitgesplitst in verschillende soorten toezicht. Programma en Organisatie Vul het Uitvoeringsprogramma aan met activiteiten op het gebied van uitvoering (vergunningverlening) en de prioritaire onderwerpen asbest, brandveiligheid opslag gevaarlijke stoffen, constructieve veiligheid en programmatisch toezicht op de naleving van bestemmingsplannen waarbij rekening wordt gehouden met de gestelde doelen en prioriteiten uit het VTH-beleid. Toelichting: U gaat in het uitvoeringsprogramma in op toezichts- en handhavingstaken maar niet op de uitvoering (vergunningverlening). Draag zorg voor voldoende financiële en personele middelen om de in het uitvoeringsprogramma voorgenomen activiteiten uit te kunnen voeren en vul zo nodig deze middelen aan of pas het uitvoeringsprogramma zo nodig aan. Verantwoord jaarlijks aan de gemeenteraad in hoeverre de kwaliteitscriteria worden nageleefd door de eigen organisatie én de omgevingsdienst. Voor zover de kwaliteitscriteria niet zijn of konden worden nageleefd, dient hiervan gemotiveerd opgave te worden gedaan. De aangedragen verbeterpunten zullen worden meegenomen in de uitvoering en evaluatie voor 2024, aan de hand van de beleidscyclus. 1.4.Artikel 13.5: Omgevingsbesluit Gelet op artikel 13.5 van het Omgevingsbesluit zijn bestuurlijke instanties, die de opdrachtgevers van een omgevingsdienst vormen (gemeenten, provincies en waterschappen), verplicht om gezamenlijk tot een uniformering van hun VTH-beleid voor het verplichte VTH-basistakenpakket te komen. Om dit uit te voeren zijn alle gemeenten uit de provincie Utrecht, de Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU) en de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) aangesloten bij het regionale VTH-netwerk van de provincie Utrecht. Daarnaast worden de Provincie Utrecht, de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) en het Interbestuurlijk Toezicht (IBT) betrokken. In 2022 is de Uniforme Uitvoering- en Handhavingsstrategie 2022-2023 vastgesteld, welke onlangs is verlengd tot en met
  2. 1.5Leeswijzer Het Uvp 2024 en het Jaarverslag 2023 beschrijven wat de gemeente heeft gedaan en wat ze gaat doen in de uitvoering van haar uitvoerings- en handhavingstaken VTH. In het Uvp zijn doelstellingen opgenomen uit de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie VTH 2022-2025, van de gemeente Stichtse Vecht. Dit is een strategisch beleidskader, gericht op de wettelijke VTH-taken die een relatie hebben met de fysieke leefomgeving. Het Uvp is opgebouwd uit twee delen. Het eerste gedeelte van dit uitvoeringsprogramma beschrijft de wijze waarop de gemeente Stichtse Vecht haar wettelijke taken op VTH-gebied uitvoert. Deel één omvat de volgende hoofdstukken: Hoofdstuk 2 gaat in op de manier waarop de gemeente Stichtse Vecht de uitvoering van haar vergunningverlening, toezicht- en handhavingstaken heeft ingericht. Hoofdstuk 3 gaat in op de personele bezetting en de financiële middelen die de gemeente beschikbaar heeft gesteld voor het VTH-beleid. In hoofdstuk 4 worden de relevante ontwikkelingen beschreven die invloed hebben op het VTH-beleid. In hoofdstuk 5 worden de gestelde VTH-doelstellingen en handhavingsprioriteiten uiteengezet. Hoofdstuk 6 bevat het Jaarverslag 2023 en Hoofdstuk 7 omvat het daadwerkelijke uitvoeringsprogramma voor
  3. Het tweede gedeelte van het Uvp bestaat uit de ‘Productbladen’. De productbladen geven toelichting op de uitvoering van de wettelijke taken van de gemeente Stichtse Vecht en van de ODRU. Zo wordt per handhavingsactiviteit toegelicht hoeveel capaciteit er beschikbaar is en hoeveel uren er zijn begroot. De productbladen volgen een gestandaardiseerde opzet en opbouw, welke is voortgekomen uit de provincie brede samenwerking op VTH-gebied. De productbladen van de gemeente Stichtse Vecht zijn vastgelegd in de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie VTH 2022-
  4. De milieutaken die de ODRU voor de gemeente Stichtse Vecht uitvoert, zijn vastgesteld in het ODRU Uitvoeringsprogramma
  5. Dit programma wordt jaarlijks gezamenlijk vastgesteld door gemeente Stichtse Vecht en de ODRU. De handhaving op het gebied van brandveiligheid wordt uitgevoerd door de Veiligheidsregio Utrecht (VRU). De VRU stelt hiervoor jaarlijks een uitvoeringsprogramma op in opdracht van Stichtse Vecht. 2.Uitvoering en handhaving Omgevingswet 2.1Welke taken voert Stichtse Vecht uit? De verplichting om uitvoering te geven aan de beleids- en uitvoeringscyclus is vastgelegd in artikelen 13.5 tot en met 13.11 van het Omgevingsbesluit, onder de Omgevingswet. In de uitvoering van de VTH-taken wordt onderscheid gemaakt tussen ‘thuis’-taken en ‘plus’-taken, gericht op vergunningverlening, handhaving en toezicht. De plustaken kunnen extern worden belegd, bijvoorbeeld bij een Omgevingsdienst. Zo heeft Stichtse Vecht een aantal basistaken die zij zelf uitvoert (de thuistaken) en heeft zij plustaken op het gebied van milieu extern belegd bij de ODRU. Naast de VTH-taken binnen het omgevingsrecht, voert de gemeente ook handhavingstaken uit binnen het sociaal domein, vanuit de Algemene plaatselijke verordening (APV), de Verordening fysieke leefomgeving (VFL) en bijzondere wetten. Voorbeelden hiervan zijn handhaving APV, evenementenvergunningen en de Alcoholwet. In het Bijlagenboek U&H-strategie 2022-2025 staat weergeven welke taken de gemeente Stichtse Vecht op het gebied van omgevingsrecht en APV in de komende periode wil uitvoeren. In de productbladen (H8) worden deze genoemde taken verder uitgewerkt. 2.2Uitvoeringsorganisatie gemeente Stichtse Vecht De gemeente Stichtse Vecht heeft de uitvoering (vergunningverlening) van haar VTH-taken - voor zover niet extern belegd - en de handhaving openbare ruimte, georganiseerd binnen de teams Omgeving en Vergunningen, Leefomgeving en Toezicht Buiten en Bedrijfsvoering Leefomgeving. Binnen het team Omgeving en Vergunningen worden Omgevingsvergunningen behandeld. Het team Leefomgeving en Toezicht Buiten stuurt de Boa’s en toezichthouders aan. Binnen het team Bedrijfsvoering Leefomgeving zijn de juridische dienstverlening en beleidsadvisering voor VTH en APV voor het domein Ruimte ondergebracht. 2.3Scheiding Vergunningen, Toezicht en Handhaving De vergunningstaken zijn belegd bij de vergunningverleners en de toezicht- en handhavingstaken bij de toezichthouders Bouw- en Woning Toezicht (BWT). Hiermee wordt voorkomen dat een inwoner of ondernemer een vergunning én daarna een controle krijgt van dezelfde medewerker. En dat een toezichthouder in de handhavingsfase een controle doet op een object, waarop hij in de vergunningverleningsfase heeft toegezien. (Hoger) beroepsprocedures worden gevoerd door de juristen, waarmee ook een functiescheiding is aangebracht. Op die manier is een duidelijke functiescheiding op personeelsniveau aangebracht tussen de vergunningentak enerzijds, en toezicht en handhaving anderzijds. Deze scheiding is ook bestuurlijk doorgevoerd binnen de organisaties die VTH-taken voor ons uitvoeren (de ODRU en de VRU). 2.4Gebiedsteams Stichtse Vecht (Noord, Midden, Zuid) Naast de functionele indeling onder de verschillende afdelingen, wordt er binnen de gemeente integraal samengewerkt in zogenaamde gebiedsteams. De gebieden bestaan uit Noord, Midden en Zuid en omvatten elk een geografische regio van de gemeente Stichtse Vecht. In elk team werken medewerkers van het Omgevingsloket, vergunningverleners, toezichthouders, planologen en juristen samen. Als integraal team zijn zij verantwoordelijk voor de vergunningverlening, toezicht en handhaving in hun specifieke gebied. 2.5Extern belegde VTH-taken en samenwerkingspartners De wettelijke basistaken wat betreft milieu worden uitgevoerd door de ODRU. De Veiligheidsregio Utrecht (VRU) verzorgt de advisering over brandveiligheidsaspecten bij vergunningaanvragen, meldingen en evenementen alsmede het toezicht op deze brandveiligheidsaspecten. Een overzicht van de samenwerkingspartners, waar de gemeente Stichtse Vecht mee samenwerkt in het uitvoeren van de wettelijke VTH-taken, staan hieronder aangegeven in paragraaf 2.
  6. Het overzicht van welke basistaken Stichtse Vecht zelf uitvoert en welke (plus-)taken zijn belegd bij externe samenwerkingspartners, zoals de ODRU en de VRU, staan weergegeven in de Productbladen (H8). 2.6Samenwerkingspartners De Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU) voert voor onze gemeente haar milieutaken uit. De samenwerkingsafspraken tussen de ODRU en de gemeente liggen vast in een dienstverleningsovereenkomst (Dvo). De ODRU rapporteert ieder kwartaal en ook jaarlijks over de voortgang van de uitvoering van haar taken voor de gemeente. Ook stelt de ODRU jaarlijks een uitvoeringsplan op. De Provincie Utrecht heeft de basistaken belegd bij de RUD Utrecht. Bereikbaarheid Volgens artikel 13.9 van het Omgevingsbesluit moet de gemeentelijke organisatie ook buiten de gebruikelijke kantooruren bereikbaar en beschikbaar zijn voor de milieuhandhavingstaken. Denk daarbij aan het melden van acute klachten en beschikbaar zijn voor het behandelen van incidenten. De ODRU heeft een 24/7 consignatiedienst in werking voor het behandelen van klachten en incidenten voor het taakveld milieu. Ook voor ondersteuning bij crisis en rampen kan de ODRU via een consignatiedienst 24/7 worden ingeschakeld. Wij nemen ook een crisispakket af bij de ODRU. De Veiligheidsregio Utrecht adviseert Provincie Utrecht en de gemeente Stichtse Vecht in het kader van de vergunningverlening op het gebied van brandveilig gebruik. Ook voert de Veiligheidsregio Utrecht op dit gebied het toezicht uit. De samenwerkingsafspraken tussen de Veiligheidsregio Utrecht en de gemeente liggen vast in een Dienstverleningsovereenkomst. De Veiligheidsregio Utrecht rapporteert jaarlijks over de uitgevoerde werkzaamheden en stelt jaarlijks in overleg met de gemeente een jaarplan op. De provincie Utrecht maakt in de uitvoering van haar provinciale taken gebruik van de instrumenten vergunningverlening, toezicht en handhaving. De provincie is het bevoegde gezag voor de uitvoering van de U&H-taken bij een groot aantal bedrijven en activiteiten in de provincie Utrecht. Het gaat hierbij met name om vergunningverlening en handhaving op zwaardere milieuactiviteiten en natuurbescherming. De lichtere milieuactiviteiten worden door de provincie behandeld, maar met de Omgevingswet verschuiven deze taken naar de gemeenten. Tevens ziet de Provincie erop toe dat gemeenten voldoen aan de wettelijk gestelde kwaliteitseisen voor de organisatie en de medewerkers, ten behoeve van uitvoering van het VTH-beleid. Daarnaast heeft de provincie Utrecht de wettelijke taak om de samenwerking tussen bestuursorganen op het gebied van de U&H-taken te coördineren. Zo is de provincie Utrecht gestart met een breed samenwerkingsprogramma om te komen tot een meer geüniformeerde VTH-beleidsuitvoering. De Gemeente Stichtse Vecht is hierbij aangesloten. Boa-samenwerking Bijzondere Wetten (o.a. Alcoholwet) Op het gebied van toezicht in de openbare ruimte, en dan met name de Alcoholwet, is er onder regie en coördinatie van de gemeente Utrecht in 2016 een samenwerkingsovereenkomst ondertekend met verschillende gemeenten uit de provincie Utrecht, waaronder Stichtse Vecht. Met deze samenwerking wordt beoogd om Boa’s en/of toezichthouders efficiënter en doelmatiger in te kunnen zetten door middel van uitwisseling van kennis, expertise en bezetting. De samenwerking tussen de waterschappen en gemeenten in regio ‘De Waarden’ heeft betrekking op het toezicht en handhaving van zaken die grondwater of oppervlaktewater gerelateerd zijn, zoals: waterkwaliteit en -kwantiteit, medegebruik van openbaar water en nautisch toezicht op vaarbewegingen. In incidentele gevallen wordt gezamenlijk opgetrokken. In dat kader vindt uitwisseling van gegevens plaats. In voorkomende gevallen vindt signaaltoezicht plaats. Dit houdt in, dat waarnemingen van mogelijk ongewenste of illegale situaties door een toezichtsorgaan worden gedeeld met het toezichtsorgaan dat het bevoegd gezag uitoefent. Het gaat om waarnemingen die worden gedaan tijdens inspecties die niet via de eigen bevoegdheid kunnen worden afgehandeld. Zodoende hebben de partners voor elkaar een signaleringsfunctie. In het geval strafrechtelijk optreden is vereist, bijvoorbeeld bij de vervolging van milieuovertredingen waarbij sprake is van economische delicten, vindt afstemming plaats met het functioneel parket van het OM. De vervolging van overtredingen openbare ruimte worden afgehandeld door het Openbaar Ministerie Midden-Nederland. Inzet van OM en politie is conform de landelijke handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO), welke geborgd is in het handhavingsbeleid van Stichtse Vecht. Stichtse Vecht en de politie Midden Nederland hebben een structurele samenwerking op het gebied van jeugd, ondermijning en evenementen. Tevens is in 2024 een handhavingsarrangement opgesteld, waarin de taakrollen en bevoegdheden staan beschreven tussen de politie en de gemeente. 2.7Kwaliteitscriteria 2.3 Gelet op artikelen 18.20 en 18.23 van de Omgevingswet (Ow) heeft onze gemeenteraad in 2023 de ‘Verordening uitvoering en handhaving (omgevingsrecht) Stichtse Vecht 2024’ vastgesteld. In de verordening zijn de VTH-kwaliteitscriteria 2.3 vastgelegd, waarmee wij ons als gemeente committeren om te voldoen aan de geldende kwaliteitseisen. In 2024 wordt een evaluatie uitgevoerd om vast te stellen in hoeverre de organisatie voldoet aan de VTH-kwaliteitseisen 2.
  7. Hierover wordt vervolgens gerapporteerd aan het college en de gemeenteraad. 3.Personele- en Financiële borging 3.1Toezicht en handhaving Wabo/Omgevingswet Bezetting 2023 De beschikbare bezetting bij de teams Bedrijfsvoering Leefomgeving, Leefomgeving en Toezicht Buiten en Omgeving en Vergunningen voor de uitvoering van de VTH-taken over 2023, was als volgt opgebouwd: Functies FTE Vergunningverleners (Omgevingswet, APV/VFL, bijzondere wetten) 10,7 Toezichthouders Omgevingswet 4 Boa's 9,17 Juristen omgevingsrecht 8,28 Administratieve ondersteuning 2,33 Totaal 34,48 Formatieruimte 2024 Voor 2024 is de beschikbare formatieruimte voor de uitvoering van VTH-taken als volgt: Functies FTE Vergunningverleners (Omgevingswet, APV/VFL, bijzondere wetten) 13,55 Toezichthouders Omgevingswet 4 Boa's 10 Jurist omgevingsrecht 7 Administratieve ondersteuning 2,33 Kwaliteitsmanagement Omgevingswet 3 Totaal 39,88 Financiële Borging De uitvoeringskosten van onze gehele VTH-uitvoering, gebaseerd op de beschikbare VTH-formatieruimte van de gemeente Stichtse Vecht, bedragen €3.470.526,00 in
  8. De financiële borging voor de formatie is opgenomen in de gemeentebegroting 2024, welke is gekoppeld aan de meerjarenbegroting. De uitvoeringskosten van de VRU voor Stichtse Vecht bedragen €4.595.000,00 in
  9. De uitvoeringskosten van de ODRU voor Stichtse Vecht bedragen €2.266.355,00 in
  10. De geraamde uren en middelen van de ODRU en VRU zijn vastgelegd in dienstverleningsovereenkomsten en zijn eveneens geborgd in de meerjarenbegroting. Realistisch begroten In Stichtse Vecht loopt het programma ‘een begroting van Stichtse Vecht gericht op de toekomst’ waarin wij realistische begroten. De ambities en doelstellingen zijn afgestemd op de beschikbare middelen en capaciteit, waarmee de beschikbare middelen tegelijkertijd ook de benodigde middelen zijn. Voor specifieke projecten worden, in lijn met de doelstellingen, aanvullend incidentele middelen begroot. 4.Nieuwe VTH-ontwikkelingen 4.1Ontwikkelingen In dit hoofdstuk worden drie actuele, landelijke ontwikkelingen beschreven die een grote impact hebben op de gemeente Stichtse Vecht in 2023 en
  11. Dit zijn de komst van de Omgevingswet, het Omgevingsplan, de Aanvullingswet bodem Omgevingswet en de Wet goed verhuurderschap. 4.2Omgevingswet De Omgevingswet is per 1 januari 2024 in werking getreden. De wet bundelt 26 wetten, 120 sectorale Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s) en honderden ministeriële regelingen en vormt daarmee een van de grootste hervormingen van de afgelopen decennia. Onder de Omgevingswet stelt elke gemeente een Omgevingsvisie en een Omgevingsplan op. In 2022 hebben wij een Omgevingsvisie opgesteld. Hierin staan de belangrijkste ambities en keuzes voor onze fysieke leefomgeving en beschrijft wat voor gemeente we in 2040 willen zijn. 4.3Omgevingsplan In het tijdelijk Omgevingsplan staan alle regels over de fysieke leefomgeving die rechtstreeks gelden voort burgers en bedrijven. Alle ruimtelijke regels (gemeentelijke verordeningen, bestemmingsplannen, het Omgevingsbesluit, Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en de Bruidsschat) worden de komende jaren integraal opgenomen in ons Omgevingsplan. Zo hebben we in 2023 al een aantal belangrijke verordeningen integraal opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving, ter voorbereiding op de Omgevingswet. Het opnemen van alle ruimtelijke regels in het Omgevingsplan is onderdeel van een overgangsfase dat tot 2032 duurt. 4.4Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Onder de Omgevingswet is ook de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) in werking getreden. Onder de Wkb wordt de toetsing aan de bouwtechnische eisen van een bouwwerk geprivatiseerd. Een onafhankelijke kwaliteitsborger toetst vanaf nu de bouwtechnische eisen. Dit geldt in eerste instantie voor bouwwerken in gevolgklasse
  12. Per juli 2024 zal gevolgklasse twee ook onder de Wkb vallen. Daarnaast wordt de aansprakelijkheid van de bouwer vergroot voor bouwfouten. Dit betekent dat wij als gemeente een andere rol hebben gekregen. Toezicht en handhaving op bouwtechnische eisen vind nu achteraf plaats, op basis van meldingen van de kwaliteitsborger. Hierop hebben wij onze werkwijze aangepast. 4.5Aanvullingswet bodem Omgevingswet Gelijktijdig met de Omgevingswet is ook de aanvullingswet bodem in werking getreden. De aanvullingswet bodem zorgt ervoor dat bodem en ondergrond een integraal onderdeel worden van de Omgevingswet. De nieuwe regels zijn in de plaats van de bestaande regels voor het beheer van bodemkwaliteit gekomen (zoals de Wet bodembescherming, het Besluit bodemkwaliteit en het Besluit uniforme saneringen) en hebben tot doel om een balans te vinden tussen milieu- en gezondheidsrisico’s enerzijds en maatschappelijk gewenste activiteiten anderzijds. De aanvullingswet bodem voegt algemene regels voor burgers en bedrijven toe aan de Omgevingswet, waarbij de zorgplicht voor initiatiefnemers een uitgangspunt vormt bij het voorkomen van nieuwe verontreinigingen en aantastingen. Als gevolg van deze wet zijn verschillende VTH-taken op het gebied van bodemkwaliteit van de provincie naar gemeenten verschoven. Stichtse Vecht heeft deze taken belegd bij de ODRU. Met de ODRU zijn contractuele afspraken gemaakt over verdere invulling van de toezichtstaken op het gebied van bodemkwaliteit. 4.6Wet goed verhuurderschap In juli 2023 is de Wet goed verhuurderschap (Wgv) in werking getreden. Onder de Wgv hebben gemeenten een extra toezichtstaak gekregen op het handhaven de zeven algemene regels van goed verhuurderschap. De algemene regels zijn gericht op het voorkomen en tegengaan van discriminatie en intimidatie. Verder maken begrenzing van de waarborgsom, een schriftelijkheidsvereiste, een informatieplicht, het tegengaan van oneigenlijk gebruik van servicekosten, en een verbod op het vragen van dubbele bemiddelingskosten door verhuurbemiddelaars deel uit van de algemene regels. Per 1 januari 2024 zijn gemeenten verplicht om een meldpunt te hebben waar inwoners laagdrempelig een melding kunnen doen en een handhavingsverzoek kunnen indienen, als zij denken dat de algemene regels op goed verhuurderschap worden overtreden door hun verhuurder of verhuurbemiddelaar. Stichtse Vecht kan volgens de wet hierbij enkel optreden tegen particuliere verhuurders en niet tegen woningcorporaties. Zo nodig worden melders met klachten over woningcorporaties doorverwezen naar andere instanties, zoals de huurcommissie. Binnengekomen meldingen worden door ons in behandeling genomen. Hierop kunnen onze toezichthouders de melding op locatie onderzoeken en een constateringsrapport opstellen. Vervolgens kan een handhavingstraject worden ingezet, zodra er sprake blijkt van een of meerdere overtredingen. Stichtse Vecht kan volgens de wet enkel optreden tegen particuliere verhuurders en niet tegen woningcorporaties. Zo nodig worden melders met klachten over woningcorporaties doorverwezen naar andere instanties, zoals de huurcommissie. Wij hebben het meldpunt begin 2024 ingevoerd, zodat onze inwoners melding kunnen doen en wij handhavend kunnen optreden op basis van de Wgv. 5.Wat vinden we belangrijk? 5.1Missie en visie In ons integraal handhavingsbeleid is vastgelegd wat we belangrijk vinden bij de uitvoering van de VTH-taken. De missie van de gemeente Stichtse Vecht is door het uitvoeren van onze U&H-taken, samen met onze inwoners, ondernemers en samenwerkingspartners, te zorgen voor een leefbare, veilige, gezonde en duurzame (fysieke) leefomgeving. De gemeente heeft de volgende visie op de wijze waarop dit wordt gerealiseerd. Uitvoering en handhaving zijn instrumenten van de gemeente, waarmee we: Initiatieven en ontwikkelingen mogelijk maken. Integraal (breed) vraagstukken benaderen en hierin adviseren. Eigen verantwoordelijkheid en naleefgedrag van inwoners en ondernemers stimuleren en bevorderen. In verbinding komen, zijn en blijven met onze inwoners en ondernemers en goed in kunnen schatten waar, welke risico’s zich voor kunnen doen. Effectief en efficiënt (‘slim’) handelen. Rechtszekerheid en -gelijkheid waarborgen en transparant zijn over het door ons gevoerde beleid. Programmabegroting 2024 Naast de missie en visie, heeft de gemeente enkele speerpunten op het gebied van Fysiek en Veiligheid opgenomen in de Programmabegroting 2024 die de VTH-taken raken en/of beïnvloeden. In de programmabegroting voor 2024 zijn de volgende speerpunten binnen het fysieke domein opgenomen, die invloed hebben op VTH: - We zijn samen verantwoordelijk voor een veilige leefomgeving; - We zorgen voor vitale kernen; - We zorgen voor een schone en groene openbare ruimte, en - We koesteren ons waardevolle gebied, op het gebied van cultureel erfgoed. 5.2Prioriteiten 5.2.1Risico-inschatting De prioriteiten van de uit te voeren VTH-taken zijn mede bepaald op grond van de resultaten van de risicoanalyse. Deze risicoanalyse is uitgevoerd bij het opstellen van onze Uitvoerings- en Handhavingsstrategie Stichtse Vecht (2022-2025). 5.2.2Landelijke risicothema’s onder de Omgevingswet Er zijn in het omgevingsrecht zeven landelijke risicothema’s als prioriteit aangegeven. Bij de uitvoering van de VTH-taken wordt specifiek aandacht besteed aan de landelijke risicothema’s onder de Omgevingswet. Dit zijn de volgende thema’s: Asbest Sinds 1993 is het in Nederland verboden om asbest te gebruiken in de bouw. Omdat een groot deel van de woningen eerder is gebouwd, zit er nog steeds asbest in veel woningen en bedrijfspanden binnen onze gemeente. Zo is asbest verwerkt in bouwmaterialen, (golfplaat-)daken en als isolatiemateriaal. Voorlopig komt er echter geen verbod op asbestdaken. Huiseigenaren hebben wel de mogelijkheid om hun eigen asbestdaken te saneren, mits hiervan melding wordt gedaan. Aan het thema asbest wordt mede daarom aandacht besteed in het kader van de sloopmeldingen en het toezicht op die sloopmeldingen waarbij asbest aanwezig is. Toezicht op (asbest-)sloopmeldingen wordt uitgevoerd door de ODRU. Bodem Met de komst van de Omgevingswet per 2024 is de Wet bodembescherming (Wbb) komen te vervallen. Regels uit de Wbb zijn vervangen door de Aanvullingswet bodem, het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en de Bruidsschat. Tegelijkertijd zijn diverse regels vanuit de provincie overgeheveld naar gemeenten. De gemeente is per 2024 verantwoordelijk voor: Grondverzet (toepassen en opslaan van grond en bagger) Milieubelastende activiteit saneren (voorheen saneren Wet bodembescherming) Milieubelastende activiteit graven boven interventiewaarde (voorheen saneren Wet bodembescherming/BUS) Milieubelastende activiteit graven onder interventiewaarde Bruidsschat activiteiten (kleinschalig graven) Toevalsvondsten Plus taken (bodemtoets bij bouw en ruimtelijke ontwikkelingen) Verbreding beleidstaken bodem, bodemopgaven De ruimtelijke regels over de bovengenoemde VTH-bodemtaken moeten wij als gemeente opnemen in het Omgevingsplan. De VTH-bodemtaken hebben wij belegd bij de ODRU. Zie hiervoor het ODRU Toelichtingsdocument UVP voor gemeente Stichtse Vecht 2024 (bijlage 3). Brandveiligheid bij de opslag van gevaarlijke stoffen Binnen de taken milieucontroles wordt de brandveiligheid bij opslag gevaarlijke stoffen als een van belangrijkste risicofactoren gezien. Bedrijven waarbij dit speelt zijn in de risicomatrix hoog ingeschaald en worden geregeld bezocht. Controles worden integraal uitgevoerd door de VRU en (indien nodig) de ODRU. Constructieve veiligheid en Wkb Gelijktijdig met de Omgevingswet is de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) in werking getreden. Per 1 januari 2024 moeten inwoners voor bepaalde bouwactiviteiten een kwaliteitsborger inschakelen. Deze controleur kijkt mee of de bouwactiviteit aan de technische regels voldoet. De nieuwe wet gaat als eerste gelden voor nieuwbouw van bouwwerken die vallen onder gevolgklasse
  13. Na een overgangsperiode van 6 maanden komen ook verbouwingen van deze bouwwerken onder gevolgklasse 1 te vallen. Voor overige vergunningplichtige bouwactiviteiten geldt dat een vergunning bij de gemeente moet worden aangevraagd. Dit vraagt ons om een andere manier van werken. De kwaliteitsborger treedt op als toezichthouder, waarbij de kwaliteitsborger een gereed melding indient bij het bevoegd gezag. Hierdoor treden wij pas later (en vaak achteraf) op. Als gemeente zullen wij handhaven indien: uit geprivatiseerd toezicht bij de bouw blijkt dat een bouwwerk niet voldoet aan de eisen die het Besluit bouwwerken leefomgeving daaraan stelt; na afronding van het privaat toezicht blijkt dat een bouwwerk niet voldoet aan de eisen die het Besluit bouwwerken leefomgeving daaraan stelt; privaat toezicht voortijdig wordt beëindigd; of wanneer geen of onvolledige gereed melding plaatsvindt. Brandveiligheid van bouwwerken Alle aanvragen omgevingsvergunning en ‘meldingen brandveilig gebruik’ worden door VRU getoetst aan de regels voor brandveilig gebruik. Ook aanvragen omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, voor zover brandveiligheid daarbij relevant is, worden door de VRU inhoudelijk getoetst. Wat betreft toezicht en handhaving, worden alle inrichtingen brandveilig gebruik periodiek gecontroleerd door VRU. Hiervoor hanteert de VRU een ‘Gebouwenlijst’, waarin alle gebouwen binnen Stichtse Vecht staan opgenomen op het gebied van brandveilig gebruik (zoals zorginstellingen, scholen en kinderdagverblijven). Daarnaast worden de eindcontroles op omgevingsvergunning activiteit bouwen (voor zover brandveiligheid een rol speelt) gezamenlijk uitgevoerd door toezichthouders van gemeente en VRU. Risicovolle inrichtingen Binnen de taak milieucontroles op industrie komt het toezicht bij risicovolle inrichtingen aan bod. Voorbeelden hiervan zijn bedrijven uit de chemische industrie. Risicovolle inrichtingen worden risicogestuurd, maar ook themagestuurd gecontroleerd. Door de ODRU wordt daarvoor een toezichtplan opgesteld. In dit toezichtplan wordt, aan de hand van mogelijke risico’s, beschreven waar tijdens de (half)jaarlijkse controle extra nadruk op wordt gelegd. Handhaven op het gebruik in strijd met het omgevingsplan Het VTH-beleidsplan benoemt verschillende RO-thema’s als zogenoemde ‘aandachtsgebieden’. Daarnaast impliceert het behandelen van handhavingsverzoeken in de praktijk vaak het handhaven van een bestemmingsplan. Een handhavingsverzoek kan worden ingediend door inwoners, maar ook door ondernemers en/of bedrijven. 5.2.3Risicothema’s binnen Stichtse Vecht Naast de landelijke risicothema’s, heeft Stichtse Vecht in 2022 een additionele risicoanalyse opgesteld, waar per handhavingscategorie een risico-inschatting is gemaakt. Zie de risicoanalyse in paragraaf 5.2.
  14. Op basis van deze risicoanalyse zijn vervolgens prioriteiten gesteld om de beschikbare VTH-middelen, toezichthouders en boa’s beschikbaar te stellen. Fysieke domein Binnen het VTH-domein fysieke omgeving krijgen onder andere sloop zonder melding van asbest, (illegale) kamerverhuur, archeologiebescherming en het aanleggen in gebiedswaarden een hoge risico-indicatie. Handhaving APV/VFL Wat betreft handhaving APV/VFL, worden de thema’s dierenoverlast, standplaatsen, ontheffing gebruik openbare ruimte, zwerfafval, ondermijning en kamerverhuur ingeschat als hoge risicothema’s. Alcoholwet Tenslotte vormen handhaving op de alcoholwet en adresfraude grote risicothema’s binnen Stichtse Vecht, waaraan hoge prioriteit wordt gegeven. Zie onderstaande afbeelding (bron: Bijlagenboek U&H-strategie VTH 2022-2025, p12 en 13). 5.2.4Risicoanalyse In de verschillende productbladen worden deze risicothema’s verder concreet uitgewerkt. Op basis van deze gegevens is ook de verwachte bezettingsbehoefte per VTH-taak bepaald. In de verschillende productbladen, dan wel de jaarverslagen/jaarplannen van de VRU en de ODRU staat beschreven welke prioriteit aan de betreffende taak is toegekend, hoe concreet invulling wordt gegeven aan de taak en welke capaciteitsbehoefte hierbij hoort. 5.3Sanctionering In aanvulling op de gestelde VTH-beleidsdoelstellingen, missie en visie van de gemeente en de gestelde handhavingsprioriteiten, wordt er in deze paragraaf ingegaan op de vastgestelde sanctioneringsstrategie binnen Stichtse Vecht. Bij het sanctioneren van dermate ernstige overtredingen, kan de gemeente sancties opleggen. De sanctiebedragen die voor de meest voorkomende vergrijpen kunnen worden opgelegd, zijn vastgelegd in de richtlijn dwangsombedragen en termijnen
(2023), van de gemeente Stichtse Vecht. Deze richtlijn bepaalt de hoogte van dwangsommen en de lengte van (begunstigings-)termijnen. Dit is van toepassing op de meest voorkomende vergrijpen binnen het domein van de fysieke (gebouwde) leefomgeving. De richtlijn volgt de beginselen, uitgangspunten en het stappenplan van de LHSO
(2022)en is ontwikkeld om binnen de regio Utrecht op een uniforme wijze op te treden bij het hanteren van dwangsombedragen en termijnen voor eenzelfde soort overtredingen. Een uniforme aanpak draagt bij aan een gelijk speelveld voor bedrijven, burgers en betrokkenen. De ‘Richtlijn dwangsombedragen’
(2023)is terug te vinden in bijlage 1 (p 83). 5.4Toepassing en toezicht- en sanctiestrategieën De toepassing van de verschillende toezichts- en sanctionering strategieën staan beschreven in onze handhavings- en uitvoeringsstrategie 2022-2025 en het bijbehorende Bijlagenboek (hoofdstuk 7). De strategieën hebben tot doel om te komen tot een passende interventie, om de gemaakte overtreding te doen herstellen. Het toepassen van de passende toezicht- en sanctiestrategie hangt af van de aard, zwaarte, oorzaken en gevolgen van de overtreding en van het verwachte effect van de interventie. De strategieën zijn gebaseerd op de Landelijke handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO), waarbij ook het gedrag van de overtreder een belangrijke rol speelt. Aan de hand van onze strategieën kan in concrete gevallen eenduidig, effectief en evenredige wijze handhavend worden opgetreden. Dit draagt bij aan twee van onze hoofdoelen: het behouden en verbeteren van de kwaliteit van onze fysieke leefomgeving, en het borgen en verbeteren van de eigen verantwoordelijkheid, naleefgedrag en betrokkenheid van onze inwoners en ondernemers. Jaarverslag 2023 6.Jaarverslag 2023 6.1Algemeen In dit hoofdstuk wordt in algemene zin teruggeblikt op het voorgaande jaar
(2023). Dit jaarverslag is geënt op ons Uitvoeringsprogramma van 2023 en onze Uitvoering- en Handhavingsstrategie 2022-
  1. Voor het verslag per taak/activiteit wordt verwezen naar de productbladen. Afsluitend wordt in dit hoofdstuk ingegaan op de inzichten die vorig jaar zijn opgedaan en in hoeverre we in de toekomst moeten bijsturen. 6.2Wat hebben we gedaan in 2023? Gelet op de beschikbare capaciteit binnen de gemeente Stichtse Vecht, is het vooralsnog niet mogelijk om meerdere grote (handhavings-)projecten naast elkaar uit te voeren. Onder andere de implementatie Omgevingswet en de doorontwikkeling van de gemeentelijke organisatie vergden een grote capaciteit, bovenop de reguliere VTH-werkzaamheden. Daarom is in 2023 primair ingezet op de (projectmatige) aanpak van illegale kamerverhuur en het weesfietsenbeleid. Illegale kamerverhuur Sinds 2021 is de gemeente actief met een task force illegale kamerverhuur. In 2023 hebben wij 4 woningen geïnspecteerd waar mogelijke sprake zou zijn van illegale kamerverhuur. In 2022 hebben wij 76 inspecties uitgevoerd op het gebied van illegale kamerverhuur. Hiermee is waarschijnlijk een groot gedeelte van de actuele problematiek aangepakt, waardoor we in 2023 een stuk minder inspecties hoefden uit te voeren op dit gebied. Daarbij speelt ook dat deze inspecties tot aan juli 2023 vielen onder een projectmatige aanpak, maar inmiddels zijn overgegaan in de reguliere werkzaamheden. Weesfietsenbeleid In 2021 is het weesfietsenbeleid binnen de gemeente vastgesteld. Daarbij zijn gebieden aangewezen waar een verbod geldt voor het onbeheerd plaatsen van (brom-)fietsen en gebieden waar een verbod geldt om gedurende een periode langer dan twee weken (brom-)fietsen in een stalling te plaatsen. De (brom-)fietsen die onder dit beleid door onze boa’s worden weggehaald, kunnen tegen betaling door de eigenaar worden opgehaald. Niet opgehaalde (brom-)fietsen worden na 13 weken in bewaarstelling afgevoerd, verkocht, of aangeboden aan een liefdadigheidsinstelling. In 2023 is er actief gehandhaafd onder het weesfietsenbeleid, om de veiligheid en leefbaarheid van de leefomgeving te verbeteren. Zo zijn er 355 fietswrakken verwijderd en gestald in de gemeentelijke loods. Daarnaast is afgelopen jaar gewerkt aan het verbeteren van de uitvoering van het weesfietsenbeleid. 6.3Vergunningverlening Omgevingsrecht Op het gebied van vergunningverlening kennen wij drie type vergunningen: een omgevingsvergunning, een vergunning op basis van de Algemene plaatselijke verordening (APV) en een vergunning op basis van bijzondere wetten. In onderstaande paragraven zal worden ingegaan op elk van de verschillende type vergunningen. 6.3.1Omgevingsvergunning verlening De voornaamste vergunning type in 2023 is de omgevingsvergunning onder de Wabo, waarmee burgers, bedrijven en overheden toerstemming kunnen vragen om activiteiten uit te voeren in de fysieke leefomgeving. Dit kan verschillende zaken omvatten, zoals het uitvoeren van bouwwerkzaamheden, lozingsactiviteiten op het water en milieubelastende activiteiten. Vergunningverlening voor een omgevingsvergunning kent verschillende processtappen en sub-taken, zoals een bestemmingsplantoets, het inwinnen van advies bij externe instanties en omgevingsdiensten en het opstellen van een besluit. Het besluitvormingsproces verloopt integraal via de introductie- en omgevingstafel. Hierbij is het doel om de omgevingsvergunningsaanvraag integraal en binnen de wettelijke termijn af te handelen. In 2023 hebben zijn er 711 omgevingsvergunningaanvragen ingediend, waarvan wij 414 vergunningen hebben verleend. Hiervan zijn vijf vergunningen in 2023 van rechtswege verleend. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet verdwijnt de vergunning van rechtswege uit het omgevingsrecht. 6.3.2APV-vergunningen en bijzondere wetten Naast de omgevingsvergunning, zijn er ook APV-vergunningen die toezien op aanvragen voor bijvoorbeeld evenementen en horeca-exploitatie. Dit is meer gericht op openbare orde en veiligheid, en vormt daarmee een apart beleidskader los van de Omgevingswet. In 2023 hebben wij 507 APV-vergunningen verleend. Waaronder 27 voor drank en horeca, 109 voor evenementenvergunningen en 123 vergunningen voor huisvesting. Onder de APV bestaan er ook bijzondere wetten waarbij inwoners en bedrijven een vergunning kunnen aanvragen, bijvoorbeeld op het gebied van de Alcoholwet, kansspelen, incidentele activiteiten en venten. In 2023 hebben wij onder andere 27 vergunningen voor drank en horeca, 109 evenementenvergunningen en 123 vergunningen voor huisvesting verleend. 6.3.3Vergunningverlening en Omgevingswet-prioriteiten Vanuit de Wabo (en tevens de Omgevingswet per 2024) zijn er diverse landelijke thema’s die een zeer hoge prioritering hebben binnen onze VTH-keten. Dit zijn de thema’s asbest, bodem, brandveiligheid opslag gevaarlijke stoffen, brandveiligheid van bouwwerken, risicovolle inrichtingen, constructieve veiligheid (Wkb), programmatisch toezicht op de naleving van (tijdelijke) bestemmings- en omgevingsplannen. Hieronder zullen deze thema’s worden besproken op het gebied van vergunningverlening. 6.3.3.1Asbest Asbestsanering is per 2024 belegd bij de ODRU en opgenomen in het ODRU uitvoeringsprogramma
  2. De initiatiefnemer maakt een melding via onze website, welke vervolgens direct wordt doorgezet naar de ODRU. Zo nodig kunnen toezichthouders van Stichtse Vecht gezamenlijk optrekken met ODRU-collega’s. 6.3.3.2Bodem Tot aan 2023 was de provincie bevoegd gezag voor de uitvoering van bodemtaken. Per 2024 zijn deze VTH-taken overgegaan naar de gemeenten. Stichtse Vecht heeft de bodemtaken uitbesteed aan de ODRU. Dit is ook opgenomen in het ODRU uitvoeringsprogramma
  3. 6.3.3.3Brandveiligheid opslag gevaarlijke stoffen Advies op het gebied van brandveiligheid opslag gevaarlijke stoffen wordt door onze vergunningverleners uitgevraagd bij de Veiligheidsregio Utrecht (VRU). De VRU behandelt vergunningaanvragen en geeft desgewenst advies aan onze gemeente. Daarnaast zijn alle vergunningverleners binnen Stichtse Vecht bekend met de minimale eisen voor de meest voorkomende aspecten brandveiligheid en de veiligheidseisen. 6.3.3.4Brandveiligheid van bouwwerken Advies op het gebied van brandveiligheid van bouwwerken wordt door onze vergunningverleners uitgevraagd bij de Veiligheidsregio Utrecht (VRU). Daarnaast zijn alle vergunningverleners binnen Stichtse Vecht bekend met de minimale eisen voor de meest voorkomende aspecten brandveiligheid en de veiligheidseisen. 6.3.43.5Risicovolle inrichtingen Deze VTH-taak hebben wij uitbesteed aan de ODRU. Aanvragen voor de opslag van gevaarlijke stoffen door zogenaamde risicovolle inrichtingen worden in behandeling genomen door de ODRU. Ook levert de ODRU advies op dit onderwerp. 6.3.3.6Constructieve veiligheid (Wkb) Het ingenieursbureau Boorsma controleert de aangedragen constructierapporten en levert advies, als onderdeel van het vergunningverleningsproces voor bouwwerkzaamheden. Kleine aanvragen controleren wij zelf, zoals dakkapellen. Grotere aanvragen besteden we uit. Tevens hebben wij vier toezichthouders in dienst voor bouw- en woontoezicht. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is een groot deel van de controle en handhaving op constructieve veiligheid per 2024 verschoven naar de particuliere markt. Particuliere kwaliteitsborgers voeren nu de controles op constructieve veiligheid uit. Als gemeente dragen we de verantwoordelijkheid voor de algehele veiligheid en voor de omgeving. Als de kwaliteitsborger aangeeft dat er grote risico’s bestaan, dan kunnen wij als bevoegd gezag alsnog interveniëren. Zie ook paragraaf 4.4 en 5.2.
  4. 6.3.3.7Programmatisch toezicht op de naleving van (tijdelijke) bestemmings- en omgevingsplannen Programmatisch toezicht op de naleving van (tijdelijke) bestemmings- en omgevingsplannen maakt ten slotte ook onderdeel uit van onze vergunningverlening. Tot dusver
(2023)maakt de bestemmingsplantoets onderdeel uit van het vergunningverleningsproces bij de aanvraag van een omgevingsvergunning. Wanneer een aanvraag voldoet aan de eisen, wordt een omgevingsvergunning verleend. In het geval er aanpassingen nodig zijn in de ingediende vergunningaanvraag binnen de gestelde afwijkingsruimte, wordt er gekeken naar ‘de kruimel’, aan de hand van het Afwijkingenbeleid. Daarbij wordt een belangenafweging gemaakt. Met de komst van de Omgevingswet zijn de vingerende bestemmingsplannen in 2024 opgenomen in het tijdelijk deel van het Omgevingsplan. Wanneer afwijking op het bestemmingsplan (tijdelijke omgevingsplan) wordt verleend, is er sprake van een Bopa. Bopa’s kunnen vervolgens leiden tot een locatie-gebonden aanpassing in het omgevingsplan. 6.4Toezicht en handhaving Doelstelling van toezicht is het bevorderen van een veilige, gezonde, duurzame en kwalitatief goede leefomgeving, door (via controles en het toepassen van handhaving) te voorkomen dat wordt gehandeld zonder - of in afwijking van - een omgevingsvergunning voor de verschillende soorten activiteiten (bouwen, monumenten, sloop, etc.). Tevens dient handhaving te voorkomen dat er wordt gehandeld in strijd met de gebruiksregels van een omgevingsplan, of met de voorwaarden die zijn gesteld krachtens een omgevingsvergunning. In de uitvoering van toezicht op naleving van het Omgevingsrecht, wordt onderscheid gemaakt tussen vergunning gebonden taken en niet-vergunning gebonden toezichtstaken. In deze paragraaf zal dieper worden ingegaan op de toezichts- en handhavingstaken die de gemeente Stichtse Vecht, de ODRU en de VRU in 2023 hebben uitgevoerd. 6.5Vergunninggebonden toezicht In ons VTH-beleid is opgenomen dat de controle van vergunningen plaatsvindt in overeenstemming met het omgevingsbeleidsplan. In dit beleidsplan zijn per project (waaronder bouwwerken) de specifieke controlepunten aangegeven en de daarbij behorende controlefrequentie en het niveau van toezicht. De prioriteiten en diepgang van controle zijn beleidsmatig afgestemd tussen vergunningverlening en toezicht. De uitvoering van toezichtstaken concentreert zich hoofdzakelijk op de afgegeven omgevingsvergunningen. De bezetting van de toezichthouders is beperkt waardoor het niet mogelijk is om toezicht te houden op alle verleende vergunningen. Hierbij wordt de prioritering gehanteerd zoals in de toezichtstrategie bouwen en wonen is opgenomen. Uit het omgevingsbeleidsplan vloeit voort dat bouwwerken minimaal één keer gecontroleerd worden. Hoe vaak en met welke diepgang een inspectie wordt uitgevoerd, is afhankelijk van de ingeschatte risico’s en het geformuleerde toetsingsniveau. In 2023 zijn 711 omgevingsvergunningen (Wabo) aangevraagd, waarvan er 414 zijn verleend. Tegen de verleende vergunningen kan bezwaar en beroep worden ingesteld. Zo zijn er in 2023 zo’n 133 bezwaarzaken gestart en is 22 keer bezwaar gemaakt tegen de opgelegde leges. In twee zaken is een voorlopige voorziening gevraagd en in 16 zaken is een (hoger) beroep ingesteld. 6.6Niet- vergunninggebonden toezicht (ambtshalve) Naast het houden van toezicht op verleende omgevingsvergunningen, houden de toezichthouders ook toezicht op bouwwerken die gerealiseerd worden zonder de daarvoor benodigde omgevingsvergunning. In het Uvp 2023 wordt dit omschreven als ‘bouwen zonder vergunning’. 6.6.1Niet- vergunning gebonden preventief toezicht (ambtshalve) Niet- vergunninggebonden preventief toezicht vindt gebiedsgericht plaats. Het gebiedsgerichte karakter van controles wordt voornamelijk toegepast bij Wabo/Omgevingswet en ruimtelijke regelgeving. Dit houdt ook in dat onderscheid wordt gemaakt tussen verschillende gebiedskarakteristieken binnen de gemeente Stichtse Vecht. Zo hebben de kernen Nieuwer Ter Aa en Kockengen een landelijk karakter, terwijl Maarssenbroek meer is verstedelijkt. Doordat de wijze waarop toezicht wordt gehouden is gewijzigd (meer preventief en minder repressief), wordt volgens de huidige werkwijze niet voor elke overtreding een constateringsrapport opgemaakt. Echter, op 29 maart 2023 heeft de gemeente Stichtse Vecht een themaonderzoek van de provincie Utrecht in ontvangst genomen, op het gebied van constructieve veiligheid. Dit heet de ‘Eindrapportage Beoordeling constructief dossier’. In dit onderzoek is gekeken naar de wijze waarop gemeenten het onderwerp constructieve veiligheid in het beleidsproces en in de praktijk van vergunningverlening en bouwtoezicht hebben geborgd. Een van de aanbevelingen is om alle inspecties vast te leggen. Dit geldt zowel voor inspecties die opvolgen nodig hebben, als voor inspecties waarbij geen constateringen worden gedaan. Naar aanleiding van dit rapport, zal onze huidige werkwijze opnieuw tegen het licht worden gehouden. De toezichthouders lossen in de praktijk veel kleine overtredingen op door inwoners actief te informeren over bijvoorbeeld de mogelijkheden van vergunning vrij bouwen of het indienen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning. Indien bijvoorbeeld een illegaal bouwwerk door middel van een (kleine) aanpassing vergunning vrij kan worden, wordt dit aan de overtreder medegedeeld en de gelegenheid geboden om dit binnen een bepaalde termijn te doen. Alleen als de overtreder het bouwwerk niet aanpast, wordt een constateringsrapport opgemaakt. Dit is in lijn met ons handhavingsbeleid, waarin is aangegeven dat toezichthouders een meer informerende rol dienen te vervullen. 6.6.2Niet-vergunninggebonden toezicht (op verzoek) Niet-vergunninggebonden toezicht heeft te maken met de binnengekomen klachten en verzoeken om handhaving. Veelal betreffen dit verzoeken die betrekking hebben op bouwen of bestemmingsplan aspecten. Waarbij met regelmaat een verstoorde relatie tussen omwonenden een rol speelt. Daarnaast krijgen we ook geregeld klachten en meldingen binnen in het kader van openbare ruimte. Meldingen en klachten worden doorgaans telefonisch afgewikkeld. Hier is toezicht op locatie vaak niet nodig. Verzoeken om handhaving worden, in overleg met de juristen, door de toezichthouders ter plaatse gecontroleerd. In voorkomende gevallen wordt hiervan een constateringsrapport opgesteld en wordt dit door de juristen verder in behandeling genomen. Een deel van de verzoeken wordt tijdens de controle opgelost omdat het bijvoorbeeld om een vergunningsvrij bouwwerk gaat, of er geen overtreding is waargenomen. In 2023 hebben wij 42 verzoeken tot handhaving binnen gekregen. Al deze zaken zijn door de toezichthouders gecontroleerd en door de juristen in behandeling genomen. In 2023 hebben we 25 verzoeken tot handhaving, zes handhavingszaken en drie meldingen afgerond, waarbij het dossier gesloten is. De overige openstaande zaken zijn bij ons in behandeling. Hierbij geldt dat wij gehouden zijn om binnen de wettelijke termijnen een besluit te nemen, ten aanzien van het verzoek om handhaving. Gezien de complexiteit van sommige verzoeken, kan dit op gespannen voet komen te staan. 6.7Toezicht ruimtelijke ordening Bij ruimtelijke ordening is het toezicht en de handhaving toegesneden op het gebruik. Gecontroleerd wordt in hoeverre gebruik op een perceel past binnen de regels van het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Vaak gaat het illegaal bouwen samen met illegaal gebruik, dan wel een overtreding van de regels van het bestemmingsplan. In de praktijk worden overtredingen op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling op verschillende wijzen geconstateerd. In eerste instantie bij het uitvoeren van gebiedsgericht toezicht. Daarnaast worden overtredingen geconstateerd, terwijl men onderweg is naar andere meldingen/verzoeken om handhaving. De verzoeken tot handhaving gelden als belangrijkste bron van constateringen. In het kader van signaaltoezicht komt het ook voor dat onze toezichthouders getipt worden door bijvoorbeeld de collega’s van de ODRU of de VRU. 6.8Toezicht in de openbare ruimte Toezicht en handhaving in de openbare ruimte wordt voornamelijk uitgeoefend door de buitengewone opsporingsambtenaren. Hierbij gaat het voornamelijk om zaken zoals: parkeerhandhaving, naleving voorschriften evenementen- en exploitatievergunningen (APV), handhaving hondenbeleid, particulier- en bedrijfsafval en zwerfvuil. Daarnaast worden de boa’s ook ingezet bij jeugdoverlast en voeren ze integrale controles uit op het gebied van ondermijning, in samenwerking met de politie. De buitengewone opsporingsambtenaren hebben daarnaast in 2023, onder andere, de volgende werkzaamheden uitgevoerd: In 2023 zijn 273 boetes (fiscale naheffingen) uitgeschreven voor niet-betaald parkeren. Op het gebied van parkeeroverlast is er vier keer gehandhaafd op parkeren in de blauwe zone. Tevens zijn 32 bekeuringen uitgeschreven voor het te lang laden aan een elektrische laadpaal. Tot slot zijn er 54 bekeuringen uitgeschreven op het gebied van hinderlijk parkeren en overige parkeeroverlast. Een ander thema dat speelt binnen onze gemeente, is de opruim- en aanlijnplicht voor hondeneigenaren. In dit kader zijn in 2023 vier officiële waarschuwingen gegeven aan bewoners. Daarbij zijn geen bekeuringen uitgeschreven. Op het gebied van handhaving APV zijn 507 vergunningen en ontheffingen verleend in
  1. Dit had onder andere betrekking op drank- en horeca, evenementen en stookontheffingen (verbranding van snoeihout). 6.9Juridische handhaving Een handhavingsprocedure omvat kort weergegeven de volgende stappen: vooraanschrijving, beoordeling zienswijze en opstellen definitieve aanschrijving. In geval van een procedure gevolgd door procesvertegenwoordiging bij de bezwaarschriftencommissie, het opstellen van de beslissing op bezwaar. En indien er verder wordt geprocedeerd procesvertegenwoordiging bij de rechtbank en eventueel procesvertegenwoordiging bij de Raad van State. In 2023 hebben we 25 verzoeken tot handhaving, zes handhavingszaken en drie meldingen afgerond. Hieruit zijn diverse controles uitgevoerd en afgehandeld. Verschillende zaken konden worden opgelost doordat de overtreder de overtreding na (voor)aanschrijving heeft beëindigd, of doordat de overtreder een vergunning heeft aangevraagd en deze ook heeft gekregen. Een deel van deze overtredingen zijn na bezwaar opgelost, doordat de overtreder na beslissing op bezwaar alsnog de overtreding heeft beëindigd of een omgevingsvergunning heeft aangevraagd. De overige zaken lopen door in 2024 doordat er bijvoorbeeld zienswijzen tegen de vooraanschrijving zijn ingediend, of doordat er gewacht wordt op een beslissing op de aangevraagde vergunning. Daarnaast is ook een aantal zaken onder de rechter. Zoals gesteld: wij zijn gehouden om binnen de wettelijke termijnen een besluit te nemen ten aanzien op het verzoek om handhaving. In geval van niet tijdig beslissen kunnen wij in gebreke worden gesteld en het uitblijven van een besluit een dwangsom zijn verschuldigd. In 2023 is in een totaalbedrag van € 2.884,00,- aan dwangsommen aan verzoekers voldaan. Waarbij per handhavingszaak een maximumbedrag van €1.442,- geldt. 6.10Milieu (ODRU) Het milieutoezicht wordt voor de gemeente uitgevoerd door de ODRU. De gemeente behoudt een coördinerende rol en is het belangrijkste aanspreekpunt. Bij vragen over het uitgevoerde toezicht kunnen de bedrijven tevens direct contact opnemen met de ODRU. Toezicht bij bedrijven vindt op programmatische wijze plaats. De beschikbare bezetting voor milieucontroles is verdeeld over de verschillende milieucategorieën. Naast de frequentie en de bestuurlijke prioriteiten is naar het naleefgedrag van bedrijven gekeken. Hierdoor kunnen bedrijven die milieu “hoog” in het vaandel hebben en al regelmatig een milieucontrole met positief resultaat hebben gehad minder frequent worden gecontroleerd. Zij worden dus hiervoor in zekere zin beloond. Jaarlijks wordt met de ODRU het uitvoeringsprogramma vastgesteld. In dit programma worden de controles en de projecten voor het betreffende jaar bepaald. Maandelijks wordt gerapporteerd over de voortgang van de verschillende projecten en de uitgevoerde controles. In principe worden alle milieucontroles conform afspraak uitgevoerd. Doordat toezicht en handhaving op het gebied van milieu in zijn totaliteit is gemandateerd, vindt de eventuele handhavingsactie naar aanleiding van de milieucontroles door de ODRU plaats. In voorkomende gevallen trekt de ODRU samen op met de gemeente, zodat richting de overtreder sprake is van één aanspreekpunt. Wel hebben wij vanuit ruimtelijke ordening en bouwtoezicht handhavingsacties gehad waarbij de ODRU een adviserende rol heeft gespeeld. ODRU maakt een eigen jaarverslag, welke door het algemeen bestuur wordt vastgesteld en aan de deelnemende gemeenten wordt verzonden. Dit is te vinden in bijlage
  2. 6.11VRU De rapportage van de VRU is opgenomen in bijlage
  3. Dit omvat de jaarcijfers over 2023 en het VRU-jaarplan 2024 voor de gemeente Stichtse Vecht. De werkzaamheden van de VRU onderscheiden zich in advisering in het voortraject, bijvoorbeeld bij aanvragen voor evenementen of omgevingsvergunningen, controle voorafgaand en tijdens het evenement, en gedurende het bouwproces. In 2023 heeft de VRU 179 controles voor bestaande bouw uitgevoerd. Tevens zijn 11 milieucontroles uitgevoerd en zes klachten over brandveiligheid in behandeling genomen. Tot slot heeft de VRU 15 controles uitgevoerd voor evenementen. 6.12Evaluatie over 2023 In onderstaande paragraaf wordt gereflecteerd op onze beleidsdoelstellingen, zoals opgenomen in onze Uitvoerings- en Handhavingsstrategie VTH 2022-
  4. Onze beleidsdoelstellingen zijn erop gericht om de kwaliteit van onze fysieke leefomgeving op niveau te houden en te verbeteren. Ten tweede wordt getracht om de eigen verantwoordelijkheid, betrokkenheid, participatie en het naleefgedrag van onze inwoners en ondernemers te verbeteren. Ten derde heeft ons VTH-beleid tot doel om de samenwerking met onze partners en andere overheden te verbeteren. Tot slot hebben we tot doel om te voldoen aan de wettelijke VTH-kwaliteitseisen (2.3). Het in standhouden en verbeteren van de kwaliteit van onze leefomgeving wordt in belangrijke mate bewerkstelligd door de inzet van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Daarom zijn de hoofddoelstellingen verder uitgewerkt in subdoelen, gericht op elk aspect van onze VTH-keten. Dit betreft vergunningverlening, toezicht handhaving en kwaliteit. De verschillende subdoelen zullen in onderstaande tabellen worden geëvalueerd. Daarna volgt een algehele conclusie. SUBDOELEN VERGUNNINGEN Doelstelling Resultaat in 2023 100% van de vergunningsaanvragen worden binnen de wettelijke beslistermijn verleend. In 2023 zijn vijf van de 711 aangevraagde vergunningen van rechtswege verleend. Dit komt neer op een percentage van 0,7 %. Daarmee is 99,3 % van alle aangevraagde vergunningen binnen de wettelijke termijn verleend. Doelstelling Resultaat in 2023 In 80% tot 100% van alle aanvragen hebben we de aanvragen getoetst aan de juiste toetsingskaders en met de juiste diepgang (bepalen toetsingsniveau). Alle vergunningaanvragen worden getoetst via de nieuwe werkprocessen binnen het domein ruimte. Binnengekomen aanvragen worden integraal behandeld en het besluit wordt extra getoetst door de kwaliteitscoördinator. Hierdoor hebben wij het toetsingskader in 2023 weten te waarborgen. Doelstelling Resultaat in 2023 In 60% tot 80% van de gevallen leidt het vooroverleg of principeverzoek tot een volledige en juiste aanvraag. Vooroverlegplannen dienen als middel om in een vroeg stadium een eerste indicatie te geven over de wenselijkheid of haalbaarheid van grote projecten of ingewikkelde vergunningaanvragen. Dit biedt duidelijkheid aan de initiatiefnemer en kan kosten beperken. In 2023 zijn 193 vooroverlegplannen ingediend, waarvan 156 zijn afgehandeld of omgezet. Dit komt neer op ruim 80%. SUBDOELEN TOEZICHT Doelstelling Resultaat in 2023 In 90%-100% van alle vergunningen/meldingen hebben we hierop met de juiste diepgang toezicht gehouden (bepalen toezichtniveau). In de eerste instantie worden vergunningaanvragen integraal getoetst en in behandeling genomen via ons nieuwe werkproces. Daarbij wordt er integraal samengewerkt tussen de vergunningverleners, juristen en toezichthouders. Ook wordt advies ingewonnen bij diverse samenwerkingspartners en andere overheden, om te komen tot een volledig besluit. Vervolgens kan er toezicht worden gehouden op de activiteiten die zijn aangevraagd onder de vergunning. Hierbij wordt rekening gehouden met de prioritering en mogelijke risico’s die aan de activiteit zijn toegekend. Bij elk van de meldingen en handhavingsverzoeken wordt stilgestaan bij de problematiek, de aard van de overtreding en de bijbehorende prioritering. Vervolgens wordt op basis hiervan het toezichtniveau bepaald. Deze integrale benadering binnen onze VTH-keten (zowel vergunningverlening, als bij toezicht en handhaving) maakt dat het toezichtniveau op een grondige manier kan worden bepaald. Doelstelling Resultaat in 2023 Op 90%-100% van de C-evenementen vindt toezicht plaats op (constructieve) veiligheid. Binnen Stichtse Vecht vindt structureel één evenement plaats dat wordt geclassificeerd als een C-evenement, en dat is het Ultrasonic festival. Hierbij vindt integraal toezicht plaats op het gebied van brandveiligheid (VRU), veiligheid en openbare orde en constructieve veiligheid. SUBDOELEN HANDHAVING Doelstelling Resultaat in 2023 We streven naar maximaal 5% - 10% gegronde bezwaren ten opzichte van het totaal aantal ingediende bezwaren. In 2023 zijn drie bezwaarzaken herroepen, op een totaal van 129 bezwaarzaken die in 2023 zijn afgerond. Dit komt neer op een percentage van 2,3%. Doelstelling Resultaat in 2023 We streven naar maximaal 2% - 5% gegronde beroepen ten opzichte van het totaal aantal ingediende beroepen. In 2023 is één hoger beroepszaak gegrond verklaard, op een totaal van 20 hoger beroepszaken die in 2023 zijn afgerond. Dit komt neer op een percentage van 5%. Doelstelling Resultaat in 2023 In 10%-20% van de klachten of verzoeken om handhaving is de klacht of het verzoek gegrond. In 2023 hebben we 25 verzoeken tot handhaving, zes handhavingszaken en drie meldingen afgerond. Dit kunnen ook meldingen zijn van vóór
  5. Van dit totaal zijn twee handhavingszaken toegewezen. Dit komt neer op een percentage van 5,9%. Doelstelling Resultaat in 2023 Alle handhavingsverzoeken met een ‘Zeer hoog’ en ‘hoog’ geprioriteerde activiteit worden direct opgepakt. Ja. Bij elk handhavingsverzoek wordt stilgestaan bij de problematiek, de aard van de overtreding en de bijbehorende prioritering. Bij een ‘zeer hoge’ of ‘hoge’ prioritering wordt de zaak vervolgens met urgentie opgepakt en beoordeeld. SUBDOELEN KWALITEIT Doelstelling Resultaat in 2023 Periodiek roulerend werkbezoek met/bij onze samenwerkingspartners eventueel in combinatie met of aanvullend op het bijwonen van de VTH-regiobijeenkomsten. In 2023 hebben diverse collega’s uit onze organisatie werkbezoeken gebracht en deelgenomen aan conferenties vanuit de provincie Utrecht en andere gemeenten. Ook is verder afstemming gezocht met samenwerkingspartners zoals de VRU en de ODRU. Hier zijn diverse collega’s van gemeente Stichtse Vecht bij aangesloten, zoals vanuit vergunningverlening, toezichthouders en beleidsadviseurs. Doelstelling Resultaat in 2023 Actualiseren 0-meting voor het voldoen dan wel gemotiveerd afwijken van de Kwaliteitscriteria en een herijking van de U&H-voorwaarden. In september 2023 is een beleidsevaluatie op de VTH Kwaliteitscriteria 2.2 uitgevoerd voor
  6. De evaluatie is in oktober 2023 via een memo gedeeld met de Raad. Ook is de evaluatie gedeeld met provincie Utrecht (IBT). De evaluatie vormde daarmee tegelijkertijd een nulmeting voor onze organisatie. Een verbeterpunt was dat er geen gemotiveerde afwijking was gegeven vanuit het college op de kwaliteitscriteria waar niet aan kon worden voldaan, of waarin onze gemeente afweek van de criteria. Tevens waren er in 2023 nog geen gegevens beschikbaar voor de VTH-milieutaken die de ODRU voor ons uitvoert. Doelstelling Resultaat in 2023 Na inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt de Kwaliteitsverordening Omgevingskwaliteit Stichtse Vecht opnieuw vastgesteld (in verband met de wijziging van de grondslag). In september 2023 is de Verordening uitvoering en handhaving (Omgevingsrecht) Stichtse Vecht 2024 vastgesteld, waarin onze gemeente zich committeert aan de VTH Kwaliteitseisen 2.
  7. Hiermee wordt voldaan aan de nieuwe eisen onder de Omgevingswet. Conclusie De doelstellingen uit het strategisch handhavingsprogramma hebben tot doel om de kwaliteit van onze fysieke leefomgeving te behouden of te verbeteren, het naleefgedrag en de verantwoordelijkheid van inwoners en ondernemers te verbeteren. Het in standhouden en verbeteren van de kwaliteit van onze leefomgeving wordt in belangrijke mate bewerkstelligd door de inzet van vergunningverlening, toezicht en handhaving. De hoofddoelstellingen zijn daarom verder uitgewerkt in verschillende subdoelstellingen, gericht op de verschillende onderdelen van onze VTH-keten, te weten vergunningverlening, toezicht handhaving en kwaliteit. Tot slot wordt gestreefd naar betere samenwerking met andere partners en overheden en wordt ingezet op het voldoen aan de VTH-kwaliteitseisen. Op het gebied van vergunningverlening hebben wij vorig jaar onze werkprocessen aangepast en nieuwe kwaliteitsprocedures ingericht. Dit lijkt zijn vruchten te hebben afgeworpen, zo zijn 5 van de 711 aangevraagde vergunningen van rechtswege verleend. Dit komt neer op een percentage van 0,7 %. Daarmee is 99,3 % van alle aangevraagde vergunningen binnen de wettelijke termijn verleend. Dankzij de nieuwe werkprocessen is het toetsingskader geborgd en worden besluiten integraal afgewogen. Tot slot zijn er in 2023 ruim 156 vooroverlegplannen afgehandeld of omgezet. Op het gebied van toezicht wordt bij elk van de meldingen en handhavingsverzoeken rekening gehouden met de problematiek, de aard van de overtreding en de bijbehorende prioritering. Vervolgens wordt op basis hiervan het toezichtniveau bepaald. In onze gemeente is één jaarlijks evenement met een C-classificatie. Hierbij vindt integraal toezicht plaats op het gebied van brandveiligheid (VRU), veiligheid en openbare orde en constructieve veiligheid. Op het gebied van handhaving vallen het aantal gegronde bezwaren, hoger beroepszaken en verzoeken tot handhaving binnen de genoemde streefwaarden. Daarnaast worden handhavingsverzoeken integraal beoordeeld, waarbij de problematiek, de aard van de overtreding en de bijbehorende prioritering worden meegewogen. Bij een ‘zeer hoge’ of ‘hoge’ prioritering wordt de zaak vervolgens met urgentie opgepakt en beoordeeld. Op het gebied van kwaliteit heeft onze gemeente een aantal stappen gezet. Zo zijn diverse collega’s – vanuit verschillende disciplines – aangesloten bij VTH-regiobijeenkomsten en wordt er samenwerkt met andere partners en overheden. Ook hebben wij ons in 2023 gecommitteerd aan de VTH-kwaliteitseisen 2.3, door vaststelling van de Verordening uitvoering en handhaving (Omgevingsrecht) Stichtse Vecht
  8. De VTH-kwaliteitscriteria worden jaarlijks geëvalueerd, en gedeeld met de gemeenteraad en het IBT van de provincie Utrecht. De evaluatie in 2023 vormde tegelijkertijd een nulmeting voor onze organisatie, zodat we hierop kunnen voortbouwen. 6.13Waarin gaan we bijsturen in 2024? Gelet op de bovenstaande evaluatie, zijn er vier aspecten waarop we in 2024 willen bijsturen. Ten eerste willen we de werkprocessen en borging van het toetsingskader – zoals we die bij vergunningverlening hebben geïmplementeerd - verder uitwerken en verbeteren. Daarmee willen we de kwaliteit van onze besluiten op het gebied van vergunningverlening en handhaving, continu verbeteren. Ten tweede willen we onze informatiepositie en monitoring binnen onze VTH-keten verbeteren. Dit levert tijdswinst op, zorgt dat we beter kunnen bijsturen in de uitvoering en het doorlopen van de beleidscyclus. Ten derde willen we voortbouwen op de VTH-kwaliteitscriteria 2.
  9. In 2023 hebben we een nulmeting uitgevoerd en daarbij het benodigd aantal FTE in kaart gebracht (kritieke massa). In 2024 willen we voortbouwen op de benodigde competenties, collega’s waar nodig bijscholen en daarmee het kennisniveau binnen onze organisatie verhogen. Tot slot zal in 2024 worden geïnvesteerd in het opdoen van kennis en ervaring met het werken onder de Omgevingswet. Hoofdstuk Uitvoeringsprogramma 2024
  10. Wat gaan we doen in 2024? 7.1Algemeen Dit hoofdstuk beschrijft zowel in algemene zin, als in gedetailleerde zin per taak/activiteit wat voor het lopende jaar in het Uitvoeringsprogramma voor 2024 komt. Hierbij wordt in algemene zin ingegaan op de taakvelden vergunningverlening, toezicht en handhaving. Op de productbladen in hoofdstuk 8 wordt gedetailleerd ingegaan op de uitvoering van de activiteiten en hoe deze zijn gerelateerd aan de gestelde doelstellingen. Een belangrijke nieuwe ontwikkeling is de komst van de Omgevingswet. Dit heeft grote invloed op onze VTH-keten, de wettelijke grondslag en de manier waarop initiatieven in de fysieke leefomgeving worden gereguleerd. In de komende jaren zal tot aan 2032 worden gewerkt aan het opstellen van het Omgevingsplan, waarin alle ruimtelijke regels voor onze gemeente zullen worden vastgelegd. In 2023 hebben wij hierop al voorbereidingen getroffen, met de implementatie van en voorbereiding op de Omgevingswet. 7.2Vergunningverlening Vergunningverlening is het integraal beoordelen en toetsen van vergunningaanvragen aan geldende wet- en regelgeving om uiteindelijk te komen tot een kwalitatief goede vergunning binnen de wettelijke termijn. Op het gebied van vergunningverlening zullen we komend jaar onze wettelijke taken blijven uitvoeren, zoals uiteengezet is in hoofdstuk twee en hoofdstuk zes. Het grootste gedeelte van de vergunningaanvragen bestaat uit de aanvraag Omgevingsvergunning. Onder de Omgevingswet is een omgevingsvergunning gestoeld op andere wettelijke grondslagen en is het doel om binnen acht weken te besluiten op de vergunningaanvraag Omgevingsvergunning. Daarnaast zijn verschillende soorten vergunningen mogelijk onder de APV en bijzondere wetten. Ook deze taken zullen wij in 2024 blijven uitvoeren. Nieuw is dat de APV – ter voorbereiding op het Omgevingsplan – is hernieuwd en opgesplitst, zodat deze beter aansluit op de Omgevingswet. Alle ruimtelijke regels die overwegend betrekking hebben op het aspect veiligheid, vallen onder de APV. Alle regels die toezien op ruimtelijke aspecten en het ontplooien van activiteiten in de fysieke leefomgeving, vallen onder de Verordening fysieke leefomgeving (VFL). De VFL is vastgesteld in december
  11. Onder de VFL kunnen vergunningaanvragen worden gedaan voor activiteiten in de fysieke leefomgeving. Ook kan er gehandhaafd worden op de diverse voorschriften en verboden uit de VFL, net zoals dit het geval is bij de APV. In de loop der tijd zal de VFL worden opgenomen in ons Omgevingsplan. Zoals is omschreven in hoofdstuk 6, zal bij vergunningverlening rekening worden gehouden met de landelijke risicothema’s. Belangrijke aandachtpunten blijven constructieve veiligheid, duurzaamheid en leefbaarheid. Maar ook de kaders van het Omgevingsplan en de mogelijkheden om via een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA), of in een uitgebreide procedure tot vergunningverlening te komen. Ontvankelijkheidstoets Bij de vergunningverlening staat de aanvrager (en diens aanvraag) centraal. De kwaliteit van onze dienstverlening en goede communicatie met onze inwoners en ondernemers zijn daarbij belangrijk. Als de bij de aanvraag ingediende informatie onjuist, onvolledig of gebrekkig blijkt te zijn, dan wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld om diens aanvraag aan te vullen. De aanvrager wordt dan een hersteltermijn gegund. Er moet dan wel sprake zijn van een herstelbaar gebrek. Is dit niet het geval, dan moet de aanvraag worden afgewezen. Als niet binnen de hersteltermijn de aanvullende informatie wordt verstrekt, dan kan de aanvraag buiten behandeling worden gesteld. In het contact met de aanvrager is het uitgangspunt dat eenieder in dezelfde situatie op een gelijke manier wordt behandeld. Bij het beoordelen van aanvragen wordt in beginsel het algemeen belang boven het individuele belang gesteld. Tot slot wordt er open en transparant gecommuniceerd over de uitvoering van de vergunningverlening naar inwoners en ondernemers. 7.3Toezicht en handhaving Omgevingswet In deze paragraaf wordt ingegaan op de toezichts- en handhavingstaken die de gemeente, ODRU en de VRU in 2023 zullen uitvoeren. Het hoofdbestanddeel van het toezicht vanuit Stichtse Vecht wordt gevormd door reguliere controles op activiteiten in de fysieke leefomgeving en aanpassingen aan monumenten. Op het gebied van toezicht en handhaving wordt er onderscheid gemaakt tussen vergunninggebonden taken en niet-vergunninggebonden taken. Bij vergunninggebonden taken wordt er toezicht gehouden en gehandhaafd op het naleving van een vergunning voor een activiteit in de fysieke leefomgeving. Nadat een vergunning is verleend, wordt contact gezocht met de vergunninghouder en wordt deze geattendeerd op de vergunningsvoorwaarden en aandachtspunten zoals constructie, brandveiligheid en inwerkingtreding van de vergunning. Niet vergunninggebonden toezichttaken geschiedt naar aanleiding van klachten, meldingen, eigen constateringen en vooraf bepaalde activiteiten die een verhoogde aandacht nodig hebben. Er vinden dan zowel geplande als ongeplande controles plaats. Tevens worden schriftelijk ingediende handhavingsverzoeken behandeld. De toezicht- en handhavingstaken staan ook weergegeven in de productbladen (hoofdstuk 8), maar gaan onder andere over meldingen en klachten openbare ruimte, verzoeken tot handhaving, sloopmeldingen, vergunningverlening voor evenementen, en handhaving op parkeerexcessen, hondenbeleid en fietsenoverlast. Handhaven en sanctioneren Toezicht moet in eerste instantie een preventieve werking hebben die eruit bestaat dat wettelijke voorschriften worden nageleefd zonder sanctionering. Handhaving is immers geen doel op zich, maar altijd gericht op het bereiken van de naleving van wet- en regelgeving door inwoners en bedrijven. Daarbij vinden wij een goede communicatie met onze inwoners en ondernemers een belangrijk aandachtspunt. Door toezicht en handhaving wordt voorkomen dat, door overtreding van een wettelijk voorschrift, een gevaarlijke en/of ongewenste situatie ontstaat of voortduurt. Bij daadwerkelijk handhavend optreden gaat hiervan een repressieve werking uit; de overtreder wordt bestraft en de onveilige of ongewenste situatie wordt ongedaan gemaakt. Toezicht en handhaving hebben ook een regulerend effect; inwoners en bedrijven weten dat de gemeente optreedt tegen degenen die wetten en regels overtreden. Toezichthouders hebben daarbij een belangrijke voorlichtende rol. Daarnaast heeft toezicht houden en slagvaardig handhaven ook preventieve werking; aan de samenleving wordt duidelijk gemaakt dat de overheid de naleving van regels controleert en waar nodig optreedt. 7.4Toezicht en handhaving Milieu (ODRU) Het milieutoezicht wordt voor de gemeente uitgevoerd door de ODRU. De gemeente behoudt een coördinerende rol en is het belangrijkste aanspreekpunt. Bij vragen over het uitgevoerde toezicht kunnen de bedrijven tevens direct contact opnemen met de ODRU. Toezicht bij bedrijven vindt op programmatische wijze en risicogestuurd plaats. De beschikbare bezetting voor milieucontroles is vervolgens ook verdeeld over de verschillende milieucategorieën. Jaarlijks wordt met de ODRU het uitvoeringsprogramma vastgesteld. In dit programma worden de controles en de projecten voor het betreffende jaar bepaald. Maandelijks wordt gerapporteerd over de voortgang van de verschillende projecten en de uitgevoerde controles. In principe worden alle milieucontroles conform afspraak uitgevoerd. Doordat toezicht en handhaving op het gebied van milieu in zijn totaliteit is gemandateerd, vindt de eventuele handhavingsactie naar aanleiding van de milieucontroles door de ODRU plaats. In voorkomende gevallen trekt de ODRU samen met de gemeente op, zodat richting de overtreder sprake is van een aanspreekpunt. Wel hebben wij vanuit ruimtelijke ordening en bouwtoezicht handhavingsacties gehad waarbij de ODRU een adviserende rol heeft gespeeld. ODRU maakt een eigen jaarverslag over het betreffende jaar, welke door het algemeen bestuur wordt vastgesteld en aan de deelnemende gemeenten wordt verzonden. Voor de inhoudelijke rapportage over de uitvoering van Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) voor de milieutaken door de ODRU, wordt verwezen naar bijlage
  12. Hierin licht de ODRU haar gedane werkzaamheden over 2023 toe. 7.5Toezicht en handhaving Brandveiligheid (VRU) De taken en activiteiten die de VRU uitvoert voor Stichtse Vecht in 2024 zijn vastgelegd in het jaarplan 2024 en zijn weergegeven in de Productbladen (H8) en bijlage
  13. Brandveiligheid zorginstellingen Een bijzonder aandachtspunt is de extra inzet op brandveiligheid bij zorginstellingen en kwetsbare inwoners binnen Stichtse Vecht. De VRU zet hierop in via een preventiestrategie, genaamd (Brand)Veilig leven. Dit richt zich onder andere op voorlichting aan kwetsbare doelgroepen, waarbij het verhogen van het algemene kennisniveau m.b.t. de risico’s en het bieden van concreet handelingsperspectief voor brandveiliger gedrag, centraal staan. Als onderdeel hiervan vindt er periodiek overleg plaats met zorginstellingen en worden bijvoorbeeld ‘toolboxen’ aangeboden om het brandveiligheidsgedrag ven zorgpersoneel te verbeteren. Ook organiseert de VRU verschillende voorlichtingsmomenten en pilots, zodat inwoners en relevante stakeholders worden geïnformeerd over de belevingswereld van kwetsbare inwoners en over passende interventies op het gebied van brandveiligheid. In 2023 hebben geen zorginstellingen gebruik gemaakt van de VRU Toolbox brandveiligheid en hebben er geen gesprekken plaatsgevonden met accountmanagers van zorginstellingen binnen Stichtse Vecht. Wel zijn (in 2023) in totaal zijn 179 controles brandveiligheid (inclusief hercontroles) op bestaande bouw uitgevoerd in de gemeente. In 2024 zal de VRU 168 controles brandveiligheid op ‘bestaande bouw’ uitvoeren in Stichtse Vecht (inclusief hercontroles). De controles worden uitgevoerd op basis van een risicogestuurde aanpak en aan de hand van een gebouwenlijst, waarin maatschappelijke en openbare gebouwen binnen Stichtse Vecht staan opgenomen. Ook wordt 200 uur vrijgemaakt voor extra toezicht, op verzoek vanuit Stichtse Vecht. het thema (Brand) Veilig Leven. Dit is onder andere gericht op voorlichting aan kwetsbare inwoners (zoals bij zorginstellingen) vanuit het thema (Brand) Veilig Leven. 7.6Handhaving openbare ruimte en veiligheid Handhaving bestrijkt diverse onderwerpen die het toezicht in de openbare ruimte, leefbaarheid en (sociale) veiligheid betreffen. Handhaving vindt aanbod-, risico- en informatiegestuurd plaats. Het wettelijk kader van het onderhavige taakveld wordt gevormd door gemeentelijke regelgeving zoals de APV, de VFL en de Afvalstoffenverordening. Ook is er landelijke regelgeving, zoals de Alcoholwet en de Wegenverkeerswet 1994, die invloed heeft op de manier waarop Stichtse Vecht toezicht houdt en de openbare orde handhaaft. De taken zijn gerelateerd aan de risico’s en bestuurlijke prioriteiten, zoals benoemd in het beleid. De kerntaken betreffen het toezicht op horeca, evenementen, jeugdgroepen, bomen, weekmarkten, en de aanpak van afval en parkeeroverlast. Daarnaast zijn de boa’s verantwoordelijk voor het adresonderzoek in het kader van de Wet Basisregistratie Personen en vervullen de boa’s, samen met ketenpartners, een belangrijke rol in de aanpak van ondermijning. Zo voeren boa’s een paar keer per jaar integrale controles uit, in samenwerking met de politie. Toezicht Bij de uitvoering van bovengenoemde taken werken de boa’s en toezichthouders openbare ruimte met name aanbodgestuurd en informatiegestuurd, maar met inachtneming van de gestelde prioriteiten. Met aanbodgestuurd wordt bedoeld dat zij handelen naar aanleiding van meldingen en verleende vergunningen. Op basis van informatie van meldingen van inwoners, informatie van partners en informatie uit eigen waarnemingen, houdt de gemeente toezicht. Handhaven en sanctioneren Het onderhavige taakveld betreft dermate uiteenlopende onderwerpen dat niet één sanctiestrategie is bepaald. In de navolgende productbladen wordt daarom per onderwerp benoemd hoe met geconstateerde overtredingen wordt omgegaan. Over het algemeen ligt de focus op een goed gesprek of duidelijke waarschuwing ten behoeve van duurzaam naleefgedrag. Waarschuwingen worden geregistreerd, zodat bij herhaling tot sanctionering wordt overgegaan. Bij gevaarlijke of zeer verwijtbare gedragingen wordt direct verbaliserend opgetreden. 7.7Nieuwe toezicht- en handhavingstaken Zoals in hoofdstuk 4 is beschreven, zijn er een aantal nieuwe ontwikkelingen die invloed hebben op de uitvoering van onze toezicht- en handhavingstaken. 7.7.1.Bestuurlijke boete overlast openbare ruimte Onder andere het verkeerd aanbieden van grof- en huisvuil, zwerfafval en andere overtredingen die leiden tot overlast in de openbare ruimte blijven grote aandachtspunten. Op dit moment kan er alleen strafrechtelijk worden gehandhaafd op diverse overtredingen uit de APV, VFL en de Afvalstoffenverordening
(2017). In 2024 zal worden onderzocht of wij de Bestuurlijke boete overlast openbare ruimte (BBOOR) kunnen invoeren. Hiermee krijgen wij de mogelijkheid om bestuurlijke boetes uit te delen voor diverse verboden uit de APV, VFL en de Afvalstoffenverordening. Daarbij gaat het om veel voorkomende overtredingen op verboden en voorschriften uit de APV en VFL, bepaalde milieuovertredingen en overtredingen op basis van de Afvalstoffenverordening (zwerfafval). 7.7.2.Wet goed verhuurderschap In juli 2023 is de Wet goed verhuurderschap (Wgv) in werking getreden. Onder de Wgv hebben wij een extra toezichtstaak gekregen op het handhaven de zeven algemene regels van goed verhuurderschap. De algemene regels zijn gericht op het voorkomen en tegengaan van discriminatie en intimidatie. Verder maken begrenzing van de waarborgsom, een schriftelijkheidsvereiste, een informatieplicht, het tegengaan van oneigenlijk gebruik van servicekosten, en een verbod op het vragen van dubbele bemiddelingskosten door verhuurbemiddelaars deel uit van de algemene regels. Per 1 januari zijn wij wettelijk verplicht om een meldpunt te hebben waar inwoners laagdrempelig een melding kunnen doen en een handhavingsverzoek kunnen indienen, als zij denken dat de algemene regels op goed verhuurderschap worden overtreden door hun verhuurder of verhuurbemiddelaar. Stichtse Vecht kan volgens de wet hierbij enkel optreden tegen particuliere verhuurders en niet tegen woningcorporaties. Zo nodig worden melders met klachten over woningcorporaties doorverwezen naar andere instanties, zoals de huurcommissie. Binnengekomen meldingen worden door ons in behandeling genomen. Hierop kunnen onze toezichthouders de melding op locatie onderzoeken en een constateringsrapport opstellen. Vervolgens kan een handhavingstraject worden ingezet, zodra er sprake blijkt van een of meerdere overtredingen. Stichtse Vecht kan volgens de wet enkel optreden tegen particuliere verhuurders en niet tegen woningcorporaties. Zo nodig worden melders met klachten over woningcorporaties doorverwezen naar andere instanties, zoals de huurcommissie. Wij hebben het meldpunt begin 2024 ingevoerd, zodat onze inwoners melding kunnen doen en wij handhavend kunnen optreden op basis van de Wgv. 7.7.3Handhaving op aanmeren van boten Voor de Vecht geldt dat we o.a. rekening moeten houden met belangen van bewoners, ondernemers, recreanten, (sport)vissers en niet in de laatste plaats het watersysteem, vaarveiligheid, ecologie en landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Vooral in het vaarseizoen (april tot en met september) wordt regelmatig overlast ervaren op het water en worden boten bijvoorbeeld aangemeerd op plaatsen waar dat niet mag. Daarom zal in 2024 meer prioriteit worden gegeven aan het handhaven op het aanmeren van boten in de Vecht en bewoners zullen hierover worden geïnformeerd. 8.Productbladen In dit hoofdstuk worden de voorgenomen toezicht- en handhavingstaken voor het jaar 2024 benoemd. Ontwikkelingen, behaalde resultaten en cijfers van het jaar 2023 zijn zoveel mogelijk gebruikt als basis voor de nieuwe programmering. Deze taken worden in de volgende paragrafen uitgewerkt met daarbij per taak: - Het wettelijk kader; - De doelstellingen; - De prioritering, en - De toezichts- en handhavingsstrategie. 8.1Productbladen Voorgenomen taken Stichtse Vecht 2024 1. Meldingen en klachten (inclusief APV, bijzondere wetten en openbare ruimte) 2. Verzoeken om handhaving 3. Voorlopige voorziening bij de rechtbank/Raad van State 4. Toezicht omgevingsvergunning activiteit bouwen 5. Sloopmelding/illegaal slopen 6. Bouwstop 7. Tijdelijke vergunning met verstreken instandhoudingstermijn 8. Bouwen zonder omgevingsvergunning 9. Vergunningsvrij bouwen 10. Evenementen 11. Alcoholwet 12. Afval 13. Parkeerexcessen 14. Ondermijning 15. Hondenbeleid 16. Aanpak fietsenoverlast 17. Project vuurwerkcontroles 18. Reguliere controles brandveilig gebruik (VRU) 19. Beleid 20. Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) 21. Illegale reclame Taakveld Milieu Productbladen ODRU
(2024)Beleid, bestemmingsplannen en projecten B 302-3 Bodem B302-11 EU omgevingslawaai Vergunningverlening en meldingen V405-2 Sloopmelding (integraal) V405-8 Melding graven en melding saneren V 3.02 Behandelen enkelvoudige omgevingsvergunningen milieu V.3.03 Advisering V 5.01 Informatieplicht en melding activiteit V.5.02 Informatieplicht V 6.03 Maatwerk V 6.04 UPD V 6.05 Aanmeldnotitie m.e.r. Toezicht en handhaving T 205-2 Lozingen T 204 Toezicht sloop (asbest) Specialistische dienstverlening S106 Ecologie S107 Externe veiligheid $108-25 Geluidssaneringen S 1.09 Infrastructuur Alternatieve producten - Diensten en informatieverstrekking Regionale uren Voorgenomen taken Stichtse Vecht
(2024)
  1. Meldingen/klachten (APV, bijzondere wetten en openbare ruimte) Toelichting taak Behandelen van (en handelen op basis van) meldingen en klachten in de openbare ruimte die betrekking hebben op: Milieu, bouw, APV/VFL; illegale bouw of gebruik in strijd met het omgevingsplan; inrichtingen in de zin van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); milieubelastende activiteit in de zin van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl); brandonveilige situaties; horeca, geluidshinder, evenementen, openbare ruimte. Bijzondere wetten, zoals: Toezicht op winkeltijden, Wet op de Kansspelen, BIBOB Standplaatsen, Spandoekenbeleid en Exploitatie van horecagelegenheden. Daarnaast kunnen projectgewijs (indien daartoe aanleiding is) integrale controles worden uitgevoerd. Wettelijk kader Algemene wet bestuursrecht, Gemeentewet, Omgevingswet, Woningwet, Bouwbesluit 2012, Wet Basisregistraties Adressen en Gebouwen, Algemene Plaatselijke Verordening, Verordening fysieke leefomgeving, Huisvestingsverordening en Alcoholwet. Omvang taak Voornamelijk aanbodgestuurde activiteit. Raming voor 2024: 3600 uur Meldingen/klachten Behandelen van (en handelen op basis van) meldingen en klachten in de openbare ruimte APV/VFL Aan de hand van klachten en meldingen zullen horeca-inrichtingen, sportkantines, terrassen, markten en standplaatsen worden gecontroleerd. Het aantal is afhankelijk van de hoeveelheid klachten en meldingen. In geval van geconstateerde overtredingen wordt hiertegen opgetreden. Openbare ruimte Vernielingen van en beschadigingen aan bestratingen en andere gemeentelijke eigendommen. Aantasting/ vernieling openbaar groen, illegaal gebruik openbaar groen. Illegale plakken, kladden en uitstallingen. Verontreiniging van de bodem of de openbare weg, inclusief water door (potentieel) milieugevaarlijke stoffen. Capaciteit Gemeente Stichtse Vecht: Bouw/ Ruimtelijke ordening Meldingen/klachten 500 Meldingen bouwen/ ruimtelijke ordening (1300 uur) 115 meldingen regulier milieu (ODRU) 10 meldingen brandonveilige situaties (VRU), voor zover wenselijk afgehandeld bij reguliere controles. APV/VFL 200 uur technisch Boa-toezicht 100 uur technisch toezicht BWT 100 uur juridische advisering Openbare ruimte 1900 uren technisch Boa-toezicht ODRU 7134 uur voor toezicht en handhaving (zie ODRU Uvp 2024). VRU De capaciteit is opgenomen in de uniforme risicomodule. Doelstelling Klachten en meldingen worden op een correcte wijze afgewikkeld. In voorkomende gevallen kunnen klachten en meldingen worden omgezet in verzoek om handhaving. Indicatoren Aantal klachten en meldingen (van overtredingen). Aantal controles en hercontroles. Aantal geconstateerde overtredingen naar aanleiding van een klacht of melding. Aantal ongedaan gemaakte overtredingen. Toezichtstrategie Meldingen en klachten uit de openbare ruimte worden dezelfde dag nog door de Boa’s gecontroleerd. Hier wordt meteen actie op ondernomen. Meldingen in het kader van bouw/ruimtelijke ordening worden afhankelijk van de prioritering gecontroleerd. Sanctiestrategie Conform handhavingsbeleid. Bij overtredingen van de APV en bijzondere wetgeving kan door de Boa, aanvullend op het handhavingsbeleid, de bestuurlijke strafbeschikking worden opgelegd. Wat doen we niet Privaatrechtelijke aangelegenheden.
  2. Verzoeken Om handhaving Toelichting taak
  3. Behandelen van verzoeken om handhaving die betrekking hebben op: bouw en/of gebruik in strijd met het omgevingsplan en bouw zonder omgevingsvergunning; inrichtingen in de zin van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); milieubelastende activiteit in de zin van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); brandonveilige situaties; (overlast van) horeca, geluidshinder, evenementen, openbare ruimte. Handhavingsverzoeken worden, ongeacht de prioriteit van de overtreding, altijd opgepakt. Op grond van vaste jurisprudentie heeft de gemeente immers een beginselplicht tot handhaving. Wettelijk kader Algemene wet bestuursrecht, Gemeentewet, Omgevingswet, Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), Woningwet, Algemene Plaatselijke Verordening, Verordening fysieke leefomgeving, Wet Basisregistraties Adressen en Gebouwen, Alcoholwet. Omvang taak Aanbodgestuurde activiteit. Raming voor 2024: - 50 verzoeken om handhaving bouw/ ruimtelijke ordening - 10 handhavingsverzoeken horeca/ evenementen en geluidhinder - De capaciteit voor het afhandelen van ambtshalve geconstateerde overtredingen (handelen in strijd met of zonder (omgevings-)vergunning en/of handelen in strijd met omgevingsplan) is in dit productblad opgenomen. Capaciteit Gemeente Stichtse Vecht: Bouw / Ruimtelijke ordening 300 uur technisch toezicht BWT. 700 uur administratieve inzet toezicht BWT (inboeken in systeem, opstellen constateringrapport). Juridische uren 1000 uur technische uren, bestaande uit: 500 uur administratieve inzet (o.a. dossiervorming) ODRU 890 uur voor klachtenafhandeling/juridische handhaving (zie ODRU Uvp 2024) VRU De capaciteit is opgenomen in de uniforme risicomodule. Doelstelling Op alle handhavingsverzoeken wordt binnen de daartoe wettelijk gestelde termijnen besloten. De geconstateerde overtredingen zijn in 75% van de gevallen na hercontroles opgeheven. Indicatoren Aantal verzoeken om handhaving. Aantal controles en hercontroles. Aantal geconstateerde overtredingen naar aanleiding van een verzoek om handhaving. Aantal ongedaan gemaakte overtredingen, naar aanleiding van een handhavingsprocedure (vooraanschrijving/ definitieve aanschrijving enz.). Aantal bestuursrechtelijke handhavingstrajecten naar aanleiding van een verzoek Afhandelingsduur van handhavingsverzoeken. Toezichtstrategie Alle verzoeken om handhaving worden door de toezichthouders BW gecontroleerd. Afhankelijk van de constatering wordt een handhavingstraject opgestart. Sanctiestrategie Conform handhavingsbeleid. Bij overtredingen van de APV en bijzondere wetgeving kan door de Boa, aanvullend op het handhavingsbeleid, de bestuurlijke strafbeschikking worden opgelegd. Wat doen we niet Privaatrechtelijke aangelegenheden. Meldingen en verzoeken om handhaving, wanneer deze anoniem zijn ingediend
  4. Voorlopige voorziening bij de rechtbank/ Raad van state Toelichting taak Indien een besluit tot handhavend optreden is genomen kunnen belanghebbenden hangende bezwaar een voorlopige voorziening bij de rechtbank indienen. Hierbij moet sprake zijn van een spoedeisend belang. Een dergelijke zitting bij de rechtbank (en in hoger beroep bij de Raad van State) wordt in de regel binnen twee weken na binnenkomst van het verzoek ingepland. Dit betekent dat het dossier op zeer korte termijn naar de rechtbank of Raad van State moet. Daarnaast moet de zitting door de betreffende jurist voorbereid worden. In dit productblad worden de voorlopige voorzieningen die voortkomen uit handhavingsprocedures opgenomen. Wettelijk kader Algemene wet bestuursrecht, Gemeentewet, Omgevingswet, Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), Woningwet, Alcoholwet, Algemene Plaatselijke Verordening, Verordening fysieke leefomgeving. Omvang taak Aanbodgestuurde activiteit. Raming voor 2024: 6 per jaar Capaciteit 150 uur juridisch 10 uur technisch toezicht BWT (toezicht en advies) door toezichthouder BWT 10 uur horecatoezicht (advies) Doelstelling Tijdens alle voorlopige voorzieningen wordt de gemeente in rechte vertegenwoordigd door een goed voorbereide juridisch medewerker/jurist. Indicatoren Aantal verzoeken om handhaving. Aantal handhavingsbesluiten Aantal geconstateerde overtredingen naar aanleiding van een verzoek om handhaving. Aantal bestuursrechtelijke handhavingstrajecten naar aanleiding van een verzoek Afhandelingsduur van handhavingsverzoeken. Toezichtstrategie Hetzelfde als productblad verzoek om handhaving Sanctiestrategie Conform handhavingsbeleid. Bij overtredingen van de APV en bijzondere wetgeving kan door de Boa, aanvullend op het handhavingsbeleid, de bestuurlijke strafbeschikking worden opgelegd.
  5. Omgevingsvergunningen activiteit bouwen Toelichting taak Toezicht houden op uitvoering van bouwwerkzaamheden waarvoor een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen is verleend. Bij afwijkingen wordt conform de prioritering in het handhavingsbeleid handhavend opgetreden. Wettelijk kader Omgevingswet, Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), Welstandsnota en Wet Basisregistraties Adressen en Gebouwen. Omvang taak Aanbodgestuurde activiteit. Raming 2024: 900 omgevingsvergunningen De naleving van omgevingsvergunningen wordt conform de risicoanalyse van het omgevingsbeleidsplan gecontroleerd. Capaciteit Gemeente Stichtse Vecht 650 uur technisch toezicht BWT op de naleving van omgevingsvergunningen 550 uur administratief toezicht BWT op vergunningen 500 uur juridische inzet ten behoeve van overleg. Indien er sprake is van een afwijking van de vergunning kan een hernieuwde aanvraag om omgevingsvergunning worden ingediend. Indien toch gehandhaafd wordt, valt dit onder het productblad bouwen zonder omgevingsvergunning. VRU De capaciteit is opgenomen in de uniforme risicomodule, Doelstelling Afhankelijk van de risicoanalyse (en toezichtstrategie) wordt de frequentie van toezicht bepaald. Het accent ligt hierbij op de onderdelen veiligheid en gezondheid. Bruikbaarheid, toegankelijkheid, duurzaamheid, energiezuinigheid worden in de inspecties meegenomen. Indien het niet naleven van omgevingsvergunningen leidt tot gevaar voor veiligheid en gezondheid, wordt handhavend opgetreden. Indicatoren Aantal aangevraagde omgevingsvergunningen (activiteit bouwen). Aantal gestarte en afgeronde bouwwerkzaamheden voor de activiteit bouwen. Aantal controles Aantal overtredingen. Toezichtstrategie Bij overtredingen wordt in eerste instantie vergunninghouder aangesproken. Toezicht vindt in beginsel niet integraal plaats. Uitgangspunt is het beperken van de toezichtlast. Bij publiekstoegankelijke en/of grote bouwwerken wordt afstemming gezocht met de VRU. Bij inrichtingen wordt contact gezocht met de ODRU. Indien sprake is van complexe bouwwerken en/of voorzien van brandveiligheidsinstallaties wordt gezamenlijk met de VRU-toezicht worden gehouden. Afhankelijk van de situatie wordt integraal toezicht gehouden. Sanctiestrategie Conform handhavingsbeleid. In eerste instantie wordt aangestuurd op aanpassen van de vergunning/ indienen van een hernieuwde aanvraag. Wat niet doen we In de toezicht matrix zijn de toezicht momenten en de gewenste diepgang bepaald. Afhankelijk van de categorie wordt er regelmatig en diepgaand tot steekproefsgewijs gecontroleerd.
  6. Sloopmeldingen/ illegaal slopen Toelichting taak De bouwtoezichthouder houden toezicht op sloopactiviteiten. Bij de uitvoering van de werkzaamheden letten zij in het bijzonder op naleving van de bepalingen uit de Asbestverwijderingsbesluit en het eventueel bij de sloopmelding behorende (en akkoord bevonden) sloopveiligheidsplan. Toezicht op asbestverwijdering door bedrijven bij bedrijven en particulieren is met het van kracht worden van het gewijzigde Bor per 1 juli 2017 een taak van de ODRU. De ODRU voert daarom het toezicht op asbestverwijdering bij sloop door bedrijven uit. In geval van illegale sloop gaat het om het opruimen en achterhalen van de overtreder. Dit komt gemiddeld twee keer per jaar voor. Hier worden ook de Boa’s aangehaakt. In dit kader wordt samengewerkt met de milieupolitie en de arbeidsinspectie. Wettelijk kader Omgevingswet, Woningwet, Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), Asbestverwijderingsbesluit, Wet Basisregistratie Adressen en Gebouwen, Algemene Plaatselijke Verordening en Verordening fysieke leefomgeving. Omvang taak Aanbodgestuurde activiteit. Raming voor 2024: 80 sloopmeldingen die vallen binnen het takenpakket van het college ODRU
(2024): 550 uur op asbest Capaciteit 10 uur afhandeling Boa’s 80 uur technisch toezicht BWT op zowel meldingen als illegaal slopen/ asbest dump 20 uur administratief toezicht BWT op basis van illegaal asbest dump. 50 uur juridische afhandeling Doelstelling Voor alle sloopactiviteiten wordt een melding gedaan. Afhankelijk van het te slopen object wordt toezicht gehouden bij circa 30 sloopactiviteiten. Het accent ligt hierbij op de onderdelen veiligheid en gezondheid, met name voor de omgeving. Indicatoren Aantal sloopmeldingen - Aantal geconstateerde overtredingen Toezichtstrategie Toezicht op slopen naar aanleiding van een melding vindt steekproefsgewijs plaats. In eerste instantie wordt bij geconstateerde overtreding de eigenaar aangesproken. In beginsel geen integraal toezicht. Uitgangspunt is het beperken van de toezichtlasten. Bij publiekstoegankelijke en/ of grote bouwwerken wordt afstemming gezocht met de VRU en bij inrichtingen wordt contact gezocht met de ODRU. Indien er sprake is van complexe bouwwerken en/ of voorzien van brandveiligheidsinstallaties wordt gezamenlijk met de VRU-toezicht worden gehouden. Afhankelijk van de situatie wordt integraal toezicht gehouden. Asbest gerelateerde sloopmeldingen moeten verplicht door gecertificeerde bedrijven worden uitgevoerd. De toezichthouder BWT checkt de betreffende certificaten van het sloopbedrijf, controleert de stortbonnen en vraagt de vrijgave documenten op (eindbeoordeling asbestsanering). Sanctiestrategie Bij strijdigheden kan de toezichthouder BWT de activiteiten (gedeeltelijk) stilleggen. De toezichthouder BWT werkt daarbij samen met samen met de provincie, ODRU, VRU, politie en/of arbeidsinspectie. Als de strijdigheden niet worden opgeheven of gelegaliseerd, wordt over gegaan tot handhaving. In dat proces werken de toezichthouder BWT en de jurist nauw samen. Signaaltoezicht Voor milieu, brandveiligheid en openbare ruimte.
  1. Bouwstop Toelichting taak Deze taak is per 2024 overgedragen aan de Kwaliteitsborger, als onderdeel van de Wkb. Onze toezichthouders kunnen in het uiterste geval een bouwstop opleggen op basis van artikel 5.2, van de Awb. Wettelijk kader Omgevingswet, Woningwet, Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), Asbestverwijderingsbesluit, Algemene Plaatselijke Verordening en Verordening fysieke leefomgeving. Omvang taak Gemiddeld 10 zaken per jaar. Capaciteit 10 uur technisch toezicht BWT 10 uur administratief toezicht BWT 50 uur juridisch Doelstelling Door middel van de bouwstop wordt voorkomen dat zonder omgevingsvergunning wordt gebouwd. Indien blijkt dat de vergunning alsnog niet verleend kan worden wordt de schade beperkt. Indicatoren Aantal verleende vergunningen, - Aantal aangevraagde vergunningen. Aantal geconstateerde overtredingen. Aantal opgeheven overtredingen. Toezichtstrategie Vaak worden dergelijke werkzaamheden opgemerkt tijdens reguliere bouwcontroles en dan is het zaak om meteen op te treden. Hierdoor vindt toezicht in beginsel niet integraal plaats. Sanctiestrategie Bij strijdigheden kan de toezichthouder BWT de activiteiten (gedeeltelijk) stilleggen. Na stillegging wordt dit door de jurist schriftelijk bevestigd. Als de strijdigheden niet worden opgeheven of gelegaliseerd, wordt overgegaan tot het opstarten van een handhavingstraject. In dat proces werken de toezichthouder BWT en de jurist nauw samen. Opgelegde sanctie is conform handhavingsbeleid. Signaaltoezicht Voor milieu, brandveiligheid en openbare ruimte.
  2. Tijdelijke vergunningen met verstreken instandhoudingstermijn Toelichting taak De taak betreft het controleren op activiteiten waarvan de instandhoudingstermijn is verstreken. Indien de instandhoudingstermijn is verstreken dient het bouwwerk te worden verwijderd. Om dit daadwerkelijk te kunnen effectueren dient dit bestuurlijk te worden gedekt en beleidsmatig te worden vastgelegd. Wettelijk kader Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, Wet ruimtelijke ordening, Woningwet, Bouwbesluit
  3. Omvang taak 20 vergunningen/ontheffingen waarvan de instandhoudingstermijn is verstreken. Capaciteit 30 uur technisch toezicht BWT 100 uur juridisch Doelstelling Alle (tijdelijke) activiteiten voldoen aan de van toepassing zijnde regelgeving. Indicatoren Aantal controles. Aantal geconstateerde overtredingen Aantal tijdig gestaakte overtredingen Aantal ongedaan gemaakte overtredingen Aantal bestuursrechtelijke trajecten (bestuursdwang, dwangsom, ingetrokken omgevingsvergunningen). Toezichtstrategie Er wordt periodiek een lijst bijgehouden van vergunningen waarvan de looptijd is verstreken en de toezichthouders BW moeten controleren of de bouwwerken na verstrijken van de instandhoudingstermijn zijn verwijderd. Sanctiestrategie Conform handhavingsbeleid en de prioritering die hierbij hoort. Signaaltoezicht In voorkomende gevallen.
  4. Bouwen zonder omgevingsvergunning Toelichting taak Deze taak heeft betrekking op niet- vergunningsvrije bouwwerken waarvoor geen vergunning is verleend. Hierbij gaat het om de vraag in hoeverre vergunningverlening nog mogelijk is. Indien legalisatie niet mogelijk is handhavend optreden conform prioritering. Wettelijk kader Omgevingswet, Woningwet, Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), Provinciale Omgevingsverordening. Omvang taak Een deel van de overtredingen constateren wij naar aanleiding van een handhavingsverzoek. Een deel van de overtredingen constateren wij ambtshalve. Capaciteit Opgenomen in productblad verzoek om handhaving. Doelstelling Terugdringen van het aantal illegale bouwwerken. Hierbij gaat het ook om gedragsbeïnvloeding van de inwoners door afschrikkende werking van handhavingstrajecten. Indicatoren Aantal controles Aantal geconstateerde overtredingen Aantal tijdig gestaakte overtredingen Aantal ongedaan gemaakte overtredingen Aantal handhavingstrajecten (bestuursdwang, dwangsom). Toezichtstrategie Gebiedsgericht toezicht door de toezichthouders BW, waarbij de hoog prioritaire gebieden het vaakst worden gecontroleerd. Controleren naar aanleiding van verzoeken om handhaving. Sanctiestrategie Conform handhavingsbeleid en de prioritering die erbij hoort. Signaaltoezicht In voorkomende gevallen
  5. Vergunning vrij bouwen Toelichting taak Het houden van toezicht op (omgevingsvergunning vrije) activiteiten op basis van een vooraf geprogrammeerde gebiedsindeling, waarbij de resultaten van de uitkomsten van de risicomodule (bestaande bouw) zijn verdisconteerd. Wettelijk kader Omgevingswet, Woningwet, Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), Provinciale Omgevingsverordening, Woningwet, Welstandsnota en de Wet Basisregistraties Adressen en Gebouwen. Omvang taak Gemeente is gedeeld in drie prioritaire gebieden nl rood, groen en geel. Hoogste prioritaire gebieden worden structureel gecontroleerd. Capaciteit 100 uur technisch toezicht BWT Indien uit deze controles overtredingen worden geconstateerd valt dit in het productblad bouwen zonder vergunning. Doelstelling Frequent toezicht houden op een groot deel van de percelen binnen de gemeente en inventariseren van veel voorkomende overtredingen. Hierbij worden hoog prioritaire gebieden vaker gecontroleerd dan laag prioritaire gebieden. Indicatoren Aantal gebiedscontroles, Aantal geconstateerde overtredingen, Aantal tijdig gestaakte activiteiten, Aantal bestuursrechtelijke trajecten (bestuursdwang, dwangsom, ingetrokken vergunningen). Toezichtstrategie Uitvoering van de taak vindt conform de gebiedsindeling zoals deze in het handhavingsbeleid is opgenomen uitgevoerd. De gebieden met een hoge prioriteit worden vaker gecontroleerd dan de gebieden met een lage prioriteit. Sanctiestrategie Conform handhavingsbeleid. Signaaltoezicht In voorkomende gevallen (bedrijfspercelen).
  6. Evenementen Toelichting taak Door gebruik te maken van een risicoscan worden evenementen beoordeeld op het risico (A, B of C). Over het algemeen komt hieruit: hoog risico (type C), gemiddeld risico (type B) of weinig risico (type A) evenementen. Het toezicht tijdens de evenementen vindt plaats vanuit verschillende handhaving disciplines (brandveiligheid, APV, bouwen). Voorafgaand aan een type B- en C-evenement wordt door de VRU in samenwerking met Boa en Bouwtoezichthouder altijd toezicht gehouden op naleving vergunningvoorschriften. Belangrijk aandachtspunt is de brandveiligheid (nooduitgangen, materiaalgebruik, BHV-organisatie, gebruik gasflessen enz..) indien er grote podia en/ of tribunes worden gebouwd wordt de constructieve veiligheid door de bouw toezichthouder gecontroleerd. Afhankelijk van de gro

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.