Staanplaatsverordening 2024De raad van de gemeente Tilburg; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; gelet op het door de raad aanvaarde amendement A24-006 Besluit De Staanplaatsverordening 2024 vaststellen, waarbij de belangrijkste wijzigingen zijn: er kunnen toezichthouders op de verordening worden aangewezen; voor staanplaatsen die niet voor langere periode worden ingenomen is het niet meer noodzakelijk dat een vergunninghouder een natuurlijk persoon is, waarbij tevens de mogelijkheid wordt opgenomen om personen te benoemen die de staanplaatshouder mogen vervangen. er wordt de mogelijkheid opgenomen om onder voorwaarden vergunningsvrij een klein kraampje op eigen terrein te plaatsen voor verkoop van producten bedoeld voor consumptie. Staanplaatsverordening 2024 Artikel1 In deze verordening wordt verstaan onder: Weg: de weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet 1994; De – al dan niet met enige beperking – voor het publiek toegankelijke pleinen en open plaatsen, parken en plantsoenen, speelweiden en andere natuurterreinen, ijsvlakten en aanlegplaatsen voor vaartuigen; De voor publiek toegankelijke stoepen, trappen, portieken, gangen, achter ontsluitingen, passages en galerijen, welke uitsluitend tot voor bewoning in gebruik zijnde ruimten toegang geven en niet afsluitbaar zijn; overige voor het publiek toegankelijke stoepen, trappen, portieken, gangen, achter ontsluitingen, passages en galerijen; de afsluitbare alleen gedurende de tijd dat zij niet door of vanwege degene die daartoe naar burgerlijk recht bevoegd is, zijn afgesloten. Staanplaats: de dagelijks te ontruimen plaats waar, met behulp van een mobiele inrichting, kraam, tafel of ander voorwerp: in de uitoefening van de ambulante handel, goederen te koop worden uitgestald of aangeboden, verkocht of verstrekt; diensten worden aangeboden dan wel verricht; goederen of waren van het publiek worden aangekocht of in ontvangst genomen; reclame of propaganda wordt gemaakt ten behoeve van een commercieel, sociaal, liefdadig, cultureel, politiek of folkloristisch doel. Vaste staanplaats: een staanplaats die voor één of meer dagdelen, voor maximaal 5 jaar tijd wordt toegewezen, ongeacht een beperking naar de periode van inname over een kalenderjaar. Tijdelijke staanplaats: een staanplaats welke voor maximaal 2 maanden per kalenderjaar wordt toegewezen. Dagplaats: een staanplaats voor een maximaal 3 achtereenvolgende dagen. Staanplaatshouder: de natuurlijke persoon wie door of namens burgemeester en wethouders vergunning is verleend tot het innemen van een vaste staanplaats dan wel de natuurlijke persoon of rechtspersoon waaraan een vergunning voor een tijdelijke staanplaats of dagplaats is verleend. Artikel2 1.Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders op of aan de weg een staanplaats in te nemen. 2.Het is verboden in afwijking van een vergunning van burgemeester en wethouders op of aan de weg een staanplaats in te nemen. 3.Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van burgemeester en wethouders een staanplaats wordt ingenomen. 4.Burgemeester en wethouders verlenen geen vergunning voor vaste staanplaatsen ten behoeve van het bakken van frites en andere geringe eetwaren, met uitzondering van oliebollen alsmede aanverwante gebakartikelen en gebakken vis, deze laatste mits deze verkoop plaatsvindt in combinatie met de verkoop van verse vis. 5.Een staanplaats kan aan meer dan één staanplaatshouder worden verleend op niet gelijk vallende dagen of dagdelen. Artikel3 1.Vergunningen voor een dagplaats kunnen maximaal worden verleend voor 3 achtereenvolgende dagen; 2.Een vergunning voor een tijdelijke staanplaats wordt slechts voor maximaal 2 achtereenvolgende maanden verleend; 3.Een vergunning voor dagplaats kan per (rechts)persoon slechts voor drie achtereenvolgende dagen worden verleend; 4.Een vergunning voor een vaste staanplaats kan uitsluitend worden verleend aan natuurlijke personen; 5.In de wijk- en dorpscentra (Heyhoef, Paletplein, Westermarkt, Wagnerplein, AaBe Fabriek, Korvelseweg, Besterd, Koningsoord en Udenhout) en de Binnenstad kunnen vergunningen voor dagplaatsen alleen worden verleend indien in dit winkelgebied minimaal 8 dagen geen staanplaatsvergunning voor een dagplaats is verleend in dezelfde branche; 6.Burgemeester en wethouders zijn bevoegd te besluiten voor welke branches respectievelijk artikelen vergunning wordt verleend. Artikel4 Het verbod ingevolge artikel 2 geldt niet: op de plaats die door burgemeester en wethouders is ingesteld voor het houden van een markt, zulks gedurende de tijden waarop die markt gehouden wordt; bij evenementen als bedoeld in artikel 25 respectievelijk bij collecten als bedoeld in artikel 126 van de Algemene Plaatselijke Verordening; ten behoeve van de verkoop van kerstbomen in de periode van 5 tot en met 24 december, mits wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 11; ten behoeve van het voeren van politieke campagne gedurende een periode van 6 weken voorafgaande aan enige verkiezing als bedoeld in de Kieswet, zulks echter uitsluitend voor wat betreft de door burgemeester en wethouders aan te wijzen plaatsen en tijden; ten aanzien van het verspreiden van gedrukte en geschreven stukken mits de oppervlakte maximaal 1 m2 bedraagt en de staanplaats niet wordt ingenomen voor een winkel, een toe- of uitgang van een bedrijf dan wel op een bluswaterwinplaats en overigens de verkeersstromen ter plaatse niet op onaanvaardbare wijze worden verstoord. ten aanzien van het aanbieden dan wel verkopen van producten voor consumptie die door middel van een automaat, tafel of andere uitstalling van maximaal 3 m2 op eigen terrein worden aangeboden. Artikel5 Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling van het verbod ingevolge artikel 2 verlenen op grond van plotseling opkomende bijzondere omstandigheden. Artikel6 1.Een vergunning kan worden verleend onder voorwaarden. Aan elke vergunning voor een vaste staanplaats wordt tenminste als voorwaarde verbonden dat elke twee jaar wordt een recent bewijs van inschrijving in het Handelsregister overlegd aan het college. 2.Een vergunning voor een vaste staanplaats wordt verleend voor een periode van ten hoogste 5 jaar. 3.In een vergunning worden tenminste vermeld: de dagen en tijden waarop de staanplaats mag worden ingenomen; de exacte locatie waar de staanplaats mag worden ingericht alsmede de maximale oppervlakte en de afmetingen daarvan; voor zover van toepassing de soort(en) goederen die mogen worden uitgestald, verkocht, aangeboden, verstrekt dan wel in ontvangst genomen respectievelijk de diensten die mogen worden aangeboden dan wel verricht; Artikel7 1.Een vergunning kan worden geweigerd: in het belang van de openbare orde; in het belang van het voorkomen of beperken van overlast; in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; in het belang van verkeersvrijheid of –veiligheid; vanwege strijd met een geldend Omgevingsplan; indien vanaf de staanplaats reclame wordt gemaakt die in strijd is met het reclamebeleid. 2.Een vergunning kan worden ingetrokken indien: de belangen als bedoeld in het eerste lid daartoe aanleiding geven; de vergunninghouder handelt in strijd met het bij of krachtens deze verordening bepaalde; wanneer bij herhaling is geconstateerd door een toezichthouder dat een staanplaats wordt ingenomen in afwijking van de door burgemeesters en wethouders verleende vergunning. 3.Een vergunning wordt voorts ingetrokken: op verzoek van de staanplaatshouder bij overlijden van de staanplaatshouder, tenzij binnen 3 maanden door de rechtverkrijgende onder algemene titel is aangegeven dat de staanplaats op diens naam dient te worden overgeschreven en mits wordt voldaan aan alle overige bepalingen ingevolge de Vestigingswetgeving. indien, sedert haar verlening onherroepelijk is geworden, zes maanden zijn verlopen zonder dat handelingen zijn verricht met gebruikmaking van deze vergunning; indien gedurende een periode van drie maanden, anders dan wegens overmacht, geen daadwerkelijk gebruik van de vergunning is gemaakt. 4.Een staanplaatsvergunning voor een vergunningplichtige activiteit ingevolge de Omgevingswet wordt niet verleend dan nadat de vereiste vergunning op grond van die wet is afgegeven. Artikel8 1.Burgemeester en wethouders kunnen staanplaatsvrije zones aanwijzen. 2.In het besluit tot aanwijzing van staanplaatsvrije zones kan bepaald worden dat dit slechts geldt voor een beperkt aantal branches. 3.Vergunningen voor staanplaatsen die reeds worden ingenomen vóór aanwijzing van een bepaald gebied als staanplaatsvrije zone, blijven onverminderd het bepaalde in artikel 7 van kracht, met dien verstande dat een overschrijving als bedoeld in het derde lid onder b niet kan plaatsvinden. Artikel9 Een vaste staanplaats dient persoonlijk door de staanplaatshouder of een van andere personen die vermeld worden op de vergunning te worden ingenomen. Op een vergunning kunnen maximaal 3 andere personen worden bijgeschreven. Artikel10 1.Een staanplaats dient te worden ontruimd uiterlijk een half uur nadat de verkoopactiviteiten dienen te worden dan wel zijn beëindigd. 2.In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders onder nader te stellen voorwaarden vrijstelling te verlenen van het bepaalde in lid
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.