Nota Vaarwegbeleid Het algemeen bestuur van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, gelezen het voorstel van het college d.d.19 december 2023 met nummer DM
(0). 2.6Aanwijzingsbesluiten en Omgevingsverordening Zuid-Holland/Utrecht Aanwijzingsbesluiten 1992 In het besluit van Provinciale Staten van Zuid-Holland d.d. 20 februari 1992 (registratienummer: DM 1025622) en het besluit van Provinciale Staten van Utrecht d.d. 18 maart 1992 (registratienummer: DM 1016578) is HDSR aangewezen als nautisch beheerder voor scheepvaartwegen in het beheergebied van HDSR en voor zover die wateren niet onder het bevoegd gezag van een ander openbaar lichaam vallen. Omgevingsverordening Zuid-Holland (per 1 januari 2024 overgegaan in de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV 14 De Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV) gaat gelden vanaf 1 januari 2024. De ZHOV is 15 december 2021 vastgesteld door Provinciale Staten. De regels zijn een voortzetting van de regels die onder het huidige recht gelden.)) In de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening 2021 15 In afdeling 6.2 van de Omgevingsverordening is het beheer van regionale vaarwegen toebedeeld aan gemeenten en waterschappen. De beheertoedeling is uitgewerkt in bijlage VI onderdeel A.2. wordt het vaarwegbeheer van de provinciale en regionale vaarwegen (A en B lijst Vaarwegenverordening 2015) geborgd. Het beheer van provinciale vaarwegen is toebedeeld aan gedeputeerde staten (artikel 6.3) en het beheer van regionale vaarwegen is toebedeeld aan gemeenten en waterschappen (artikel 6.4). Deze beheertoedeling is per vaarweg uitgewerkt in bijlage VII onderdeel A.1 (provinciale vaarwegen) en onderdeel A.2 (regionale vaarwegen). Voor HDSR gaat het om de Grecht (inclusief sluis Woerdense Verlaat), Sluis Bodegraven en Dubbele Wiericke, voor zover gelegen in de provincie Zuid-Holland. In de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening is vastgelegd dat de provincie streeft naar handhaving van de hoofdstructuur van de recreatieve vaarwegen. Ruimtelijke ingrepen op en langs deze vaarwegen zijn toegestaan voor zover deze geen afbreuk doen aan de huidige recreatieve bevaarbaarheid. Dit betekent bijvoorbeeld dat bij de aanpassing van bestaande bruggen en viaducten ten minste bestaande doorvaarhoogten en breedtes gehandhaafd blijven en dat bij nieuwe kunstwerken rekening wordt gehouden met de aard van het recreatieverkeer (huidig gebruik) op de betreffende vaarweg. Het totale recreatietoervaartnetwerk dat van provinciaal belang is, bestaat uit recreatieve vaarwegen die onderdeel uitmaken van het BRTN (Basisvisie Recreatietoervaart Nederland 2020-2025) In artikel 7.79 (Bescherming recreatietoervaartnet) is vastgelegd dat een omgevingsplan rekening houdt met het voorkomen van belemmeringen van de recreatieve bevaarbaarheid van de vaarweg en zo mogelijk gericht op verbetering en versterking van de bevaarbaarheid en recreatieve waarden van de vaarweg. Verordening Nautisch Beheer Zuid-Holland 2022 16 Het nautisch beheer van vaarwegen als onderwerp van regelgeving is met de Verordening nautisch beheer dan ontvlochten uit de Omgevingsverordening met ingang van 1 januari 2024 Het nautisch beheer is niet meegenomen in het nieuwe stelsel van de Omgevingswet, omdat dit uitputtend is geregeld in de Scheepvaartverkeerswet. In de Verordening Nautisch Beheer Zuid-Holland 2022 wordt daarbij het nautisch beheer van de provinciale en regionale vaarwegen geborgd. Het openbaar lichaam dat door afdeling 6.2 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening is belast met het beheer van de vaarweg, draagt ook zorg voor het nautisch beheer van deze vaarweg (art. 4 lid 1 Verordening nautisch beheer Zuid-Holland 2022). De verordening behandelt de volgende onderwerpen: Het toewijzen van het nautisch beheer aan de vaarwegbeheerder zoals aangewezen op grond van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. De toedeling van het nautisch beheer is gebaseerd op artikel 2, derde en vierde lid, van de Scheepvaartverkeerswet. Tevens wordt erin voorzien dat nautisch beheerders aanvullende regels kunnen stellen ter uitvoering van haar taak. De bevoegdheid van gedeputeerde staten om bedieningstijden van bruggen en sluizen in of over provinciale of regionale vaarwegen vast te stellen ter bevordering van geharmoniseerde bedientijden op het vaarwegennetwerk in Zuid-Holland Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht 17 De Omgevingsverordening provincie Utrecht 2022 is op 30 maart 2022 vastgesteld door Provinciale Staten. Totdat de Omgevingswet ingevoerd wordt, geldt de Interim Omgevingsverordening. Dit is naar verwachting 1 januari 2024 De provincie heeft in de interim Omgevingsverordening in artikel 4.42 en bijlage 8 (Toedeling vaarwegbeheer) het vaarweg- en nautisch beheer van de Grecht (ligt ook gedeeltelijk in Zuid-Holland), Gekanaliseerde Hollandsche IJssel en de Dubbele Wiericke (inclusief Goejanverwellesluis) toegewezen aan HDSR. In de toelichting op artikel 4.42 geeft de provincie het volgende aan: “dat de provincie ervoor probeert te zorgen dat de vaarwegen waarop deze Omgevingsverordening van toepassing is, in zowel economisch als recreatief opzicht hun functie blijven vervullen. Niet alle wateren waarop recreatievaart plaatsvindt zijn opgenomen in de verordening. Hoofdlijn is dat de wateren van belang zijn voor de scheepvaart en minimaal onderdeel uitmaken van recreatietoervaartnet uit de Basisvisie Recreatie Toervaartnet Nederland (BRTN). Een paar vaarwegen uit de BRTN zijn niet opgenomen in de Omgevingsverordening. De reden daarvoor is het beperkte gebruik van deze vaarwegen wat meestal veroorzaakt wordt door een groot aantal hoogte- en dieptebeperkingen, die niet binnen een periode van 10 jaar opgeheven zullen zijn. Voor HDSR zijn dit een gedeelte van de Oude Rijn aansluitend aan de Leidsche Rijn en de Leidsche Rijn zelf. Daarnaast zijn wateren komen te vervallen, omdat deze geen onderdeel uitmaken van de BRTN en ook van zeer beperkte betekenis zijn voor de recreatietoervaart. Dit zijn o.a. Montfoortse Vaart, de Jaap Bijzerwetering en de Lange en Korte Linschoten. Deze worden vooral door kleine motorboten en sloepen bevaren.” In de Omgevingsverordening is daarnaast o.a. vastgelegd dat de vaarwegbeheerder zorg draagt voor het onderhoud van de vaarweg (artikel 4.43). Het onderhoud omvat onder andere het behouden of realiseren van de vaarwegdiepte 18 Besluit GS provincie Utrecht (19 januari 2016, nr. 817B07D9) ter vaststelling van de minimaal benodigde vaarwegdiepten op de lijsten A en B behorende bij de Waterverordening provincie Utrecht 2009 (Besluit minimaal benodigde vaarwegdiepten 2016) en vaarweghoogte, zoals vastgesteld in de Besluiten voor vaarwegdiepte en vaarweghoogte 19 Besluit GS provincie Utrecht (15 september 2015, nr. 81633562E) ter vaststelling van de minimaal benodigde doorvaarthoogten vaarwegdiepten op de lijsten A en B behorende bij de Waterverordening provincie Utrecht 2009 (Besluit minimaal benodigde doorvaarthoogten) en het in goede staat houden of brengen van oevers, oevervoorzieningen en kunstwerken en het schoonhouden van de vaarweg. Gemeentelijke verordeningen In de Algemene Plaatselijke verordening (APV) kunnen gemeentes regels opnemen voor het gebruik van openbaar vaarwater binnen de gemeente. Als zij nautische regels stellen dan is dat op basis van de Scheepvaartverkeerswet (Svw). Dit betreft alleen aspecten als veiligheid en openbare orde. 2.7Keur en verkeersbesluiten HDSR Keur HDSR 2018 en algemene Verkeersbesluiten HDSR Het waterschap is verantwoordelijk voor het beheer van het watersysteem en heeft daarom regels opgesteld om het watersysteem te beschermen. Dit is uitgewerkt in de Keur HDSR 2018 (Keur) en in de bijbehorende documenten. In de Keur staan de verbods- en gebodsbepalingen ter bescherming en instandhouding van de waterhuishouding en waterstaatswerken. Tot 16 februari 2023 was in de Keur 201820 Hoofdstuk 3A: overgangsregeling vaarwegbeheer per 16-2-2023 vervallen (met artikel 3.A.1 Vergunning gemotoriseerd varen in oppervlaktewaterlichamen en Artikel 3.A.2 Absoluut verbod ligplaats innemen) een algemeen Vaarverbod opgenomen. Dit algemeen vaarverbod is in 2023 uit de Keur 2018 verwijderd. Het Verkeersbesluit 21 HDSR heeft de mogelijkheid om bij Verkeersbesluit krachtens de Scheepvaartverkeerswet nautische aangelegenheden direct te regelen of (tijdelijk) te wijzigen. Er zijn algemene Verkeersbesluiten die voor alle vaarwegen van HDSR gelden en specifieke Verkeersbesluiten per vaarweg. voor de niet-aangewezen vaarwegen (DM1851498) vervangt artikel 3.A.2 van de Keur 2018 en zorgt ervoor dat een verbod blijft gelden voor gemotoriseerd vaarverkeer op de niet-aangewezen vaarwegen in het beheergebied van HDSR. Dit verbod geldt niet voor gemotoriseerd varen dat noodzakelijk is om te kunnen voldoen aan de onderhoudsplicht op basis van de vigerende Legger. Het Verkeersbesluit Ligplaats innemen op aangewezen vaarwegen (DM1878749) vervangt artikel 3.A.2 van de Keur 2018 en zorgt ervoor dat er een verbod geldt om op de aangewezen vaarwegen ligplaats in te nemen buiten de daarvoor bestemde en ingerichte plaatsen. In Bijlage 1 van deze rapportage is de tabel aangewezen vaarwegen opgenomen uit het Verkeersbesluit voor de niet-aangewezen vaarwegen opgenomen. Verkeersbesluiten per vaarweg Daarnaast zijn er verkeersbesluiten per vaarweg (Grecht, Dubbele Wiericke, Kromme Rijn, Leidsche Rijn en de Oude Rijn Oost, de Lange en Korte Linschoten, Jaap Bijzerwetering en Montfoortsevaart en de Enge en Kromme IJssel, Gekanaliseerde Hollandsche IJssel), waarin in-, uit- of doorvaarverboden, locaties van beperkte doorvaarthoogte, locaties van beperkte breedte van doorvaart of vaarwater en locaties van nevenvaarwater, voor het scheepvaartverkeer vastgesteld worden. De Enkele Wiericke en de Bovenloop van de Kromme Rijn zijn in het beleid van 2015 aangewezen vaarwegen. In Verkeersbesluiten voor deze vaarwegen is vastgelegd dat gemotoriseerd vaarverkeer niet mag plaatsvinden. De Vlist is niet als vaarweg aangewezen in het Verkeersbesluit voor de niet-aangewezen vaarwegen. In een eerder Verkeersbesluit voor deze vaarweg is vastgelegd dat gemotoriseerd vaarverkeer niet mag plaatsvinden. Dit Verkeersbesluit kan in de toekomst vervallen. Bij de referenties in hoofdstuk 8 is een overzicht gegeven van alle Verkeersbesluiten die in mei 2023 van toepassing zijn op de vaarwegen van HDSR. In de Verkeersbesluiten wordt het vaarwegbeleid nader uitgewerkt voor specifieke locaties en/of situaties. 3.Overzicht en gebruik vaarwegen 3.1Aangewezen vaarwegen Figuur 2: Overzichtskaart aangewezen vaarwegen waar gemotoriseerd gevaren mag worden, in nautisch beheer bij HDSR22 Op Enkele Wiericke, Bovenloop van de Kromme Rijn en de Vlist mag niet gemotoriseerd gevaren worden. Hierop zijn op het moment van publicatie enkele vergunde uitzonderingen van kracht. (grote versie in de bijlagen) Aangewezen vaarwegen door Provincie Het vaarwegbeheer van de Gekanaliseerde Hollandsche IJssel, de Grecht en de Dubbele Wiericke (Goejanverwellesluis) is door de provincies Utrecht en Zuid-Holland opgedragen aan HDSR (zie paragraaf 2.6). In totaal beheert HDSR circa 50 km provinciaal aangewezen vaarweg. Tabel 2: overzichtstabel aangewezen vaarwegen door de provincie Vaarweg Locatie De Grecht Tussen sluis Woerdense Verlaat en Oude Rijn (inclusief schutsluis Woerdense Verlaat) Dubbele Wiericke (Goejanverwellesluis) Van de Oude Rijn tot de Gekanaliseerde Hollandsche IJssel Gekanaliseerde Hollandsche IJssel en Doorslag Van het Merwedekanaal tot en met de Waaiersluis te Gouda. Aangewezen vaarwegen door HDSR De vaarwegen die door HDSR zijn aangewezen worden bevaren door recreatievaart. In tabel 3 zijn de watergangen die door HDSR als vaarweg aangewezen zijn opgenomen. Tabel 3: overzichtstabel aangewezen vaarwegen HDSR Vaarweg Locatie Kromme Rijn benedenloop (Waterlinieweg Utrecht – Sluis Werkhoven) Vanaf de sluis in Werkhoven tot aan de Waterlinieweg te Utrecht Leidsche Rijn Vanaf de splitsing met het Amsterdam-Rijnkanaal in Utrecht tot aan de sluis Haanwijk in Harmelen Oude Rijn (Oost) Vanaf de sluis Haanwijk in Harmelen tot aan Snellebrug in Woerden (inclusief sluis Haanwijk) Jaap Bijzerwetering Vanaf de splitsing met de Kromwijkerwetering en de Korte Linschoten in Woerden tot aan de splitsing met de Singel in Woerden Korte Linschoten Vanaf de splitsing met de Lange Linschoten en de Montfoortsevaart in Linschoten tot aan de splitsing met de Kromwijkerwetering en de Jaap Bijzerwetering in Woerden Lange Linschoten Vanaf de splitsing met de Gekanaliseerde Hollandsche IJssel in Oudewater tot aan de splitsing met de Korte Linschoten en de Montfoortsevaart in Linschoten Montfoortse Vaart Vanaf de splitsing met de Gekanaliseerde Hollandsche IJssel in Montfoort tot aan de splitsing met de Lange Linschoten en Korte Linschoten in Linschoten Enge IJssel Tussen de Lopikerwetering en de Kromme IJssel Kromme IJssel Tussen de Enge IJssel en de splitsing met de Gekanaliseerde Hollandsche IJssel en de Doorslag 3.2Gebruik vaarwegen De wateren van HDSR worden vooral bevaren door recreatievaart. De Gekanaliseerde Hollandsche IJssel is in 2013 van Rijkswaterstaat overgenomen. Deze is als enige vaarweg nog voor beroepsvaart aangewezen (CEMT O/I) en incidenteel vaart hier nog een beroepsvaartuig, daarnaast varen er overige beroepsvaartuigen zoals rondvaartboten en toeristen/recreatie-schepen. De Gekanaliseerde Hollandsche IJssel, Dubbele Wiericke en Grecht zijn in het BRTN-netwerk voor de recreatievaart opgenomen (zie Figuur 3). Hier vaart relatief de meeste recreatievaart. Op de Gekanaliseerde Hollandsche IJssel zijn er op basis van het aantal schuttingen van de Waaiersluis ca. 10.000 vaarbewegingen per jaar en op de Grecht zijn het ca. 2000 vaarbewegingen per jaar op basis van het aantal brugopeningen in Woerden. Voor de Kromme Rijn zijn er geen gegevens, maar hier varen relatief meer recreatievaartuigen dan op de andere vaarwegen, waar minder dan 500 vaartuigen per jaar varen. Het sloepennetwerk23 Website www.sloepennetwerk.nl. De volgende organisaties zijn partner van het Sloepennetwerk: Recreatie Noord-Holland, Kaag en Braassem promotie, Holland boven Amsterdam en Watersport-TV. is opgezet om een boeiende vaarroute te maken. Een aantal vaarwegen van HDSR is opgenomen in het sloepennetwerk. Figuur 3: BRTN-netwerk HDSR Figuur 4: sloepennetwerk met aantal vaarwegen van HDSR 3.3Toekomstperspectief Uit diverse onderzoeken (Watersportonderzoek 2021, Prognose ontwikkeling recreatievaart in 2030, 2040 en 2050 en data HISWA-recron) blijkt dat de sloepen en kleinere motorboten die gebruik maken van de vaarwegen van HDSR, de afgelopen jaren zijn toegenomen en de verwachting is dat dit de komende jaren verder zal toenemen. Deze kleinere boten maken met name dagtochten in de maanden mei tot en met september. Het maken van een ‘rondje’ heeft de voorkeur. Voor de BRTN-vaarwegen Gekanaliseerde Hollandsche IJssel, Grecht en Dubbele Wiericke wordt een lichte groei van het gebruik door motorboten verwacht. Ook op de Kromme Rijn wordt een toename verwacht door de toenemende recreatiedruk vanuit de stad Utrecht. Uit het onderzoek fijnmazig vaarnetwerk Zuid-Holland (Waterrecreatie Nederland, concept december 2022) zijn ambities in beeld gebracht om de waterrecreatie in Zuid-Holland beter te benutten. In deze rapportage zijn de Enkele Wiericke en de Vlist, Lange Vliet en een zijtak van de Vlist opgenomen als mogelijke aanvulling op het sloepennetwerk. Over deze watergangen zijn echter meerdere bruggen geïdentificeerd met een te lage doorvaarthoogte. In het onderzoek fijnmazig vaarnetwerk is enkel gekeken vanuit het belang van de recreatievaart. HDSR zal bij een concrete aanvraag voor openstelling op basis van het afwegingskader voor het aanwijzen van vaarwegen (zie paragraaf 4.3) tot besluitvorming over de aanwijzing als vaarweg komen. Op dit moment betreft het wateren waar niet gemotoriseerd mag worden gevaren. Benedenloop Kromme Rijn In het Verkeersbesluit voor de Kromme Rijn d.d. 16 februari 2023 is de intentie uitgesproken om in de toekomst de vervuilende uitstoot van verbrandingsmotoren zoveel als mogelijk tegen te gaan. De gemeente Utrecht wil binnen de gemeente Utrecht brandstofmotoren gaan verbieden. In dat geval wordt de Kromme Rijn een geïsoleerd gebied voor brandstofmotoren, aangezien op de Bovenloop van de Kromme Rijn geen gemotoriseerd verkeer toegestaan is. HDSR is met gemeente Utrecht en Bunnik in overleg hoe het verbod op het gemotoriseerd vaarverkeer ook in dit deel van de Kromme Rijn te regelen. Voor het gedeelte tussen de Waterlinieweg en de A27 zal de komende jaren met de gemeente Utrecht bekeken worden of het nautisch beheer overgedragen kan worden aan de gemeente. Onderzoek watergang Bijleveld naar Kockengen Bij de actualisatie van het vaarwaterbeleid in 2023 is de watergang Bijleveld naar Kockengen voorgesteld om toe te voegen als vaarwater. Deze watergang is al opgenomen in het sloepennetwerk (zie onderstaande afbeelding). Sloepen kunnen heen- en weer varen vanaf de Heinwetering naar het dorp Kockengen en terug. Aan de hand van het stroomschema kan onderbouwd worden of de watergang Bijleveld als vaarwater aangewezen kan worden. Dit zal nader uitgewerkt worden op het tactische niveau. Figuur 5: uitsnede sloepennetwerk Kockengen (alleen het gedeelte tussen Kockengen en de N401 is de watergang van HDSR) Onderzoek verkeersbesluiten Voor de bovenloop van de Kromme Rijn en Enkele Wiericke is in het Verkeerbesluit voor de niet-aangewezen vaarwegen d.d. 16/2/2023 een verbod op gemotoriseerd vaarverkeer opgenomen en deze zijn dus niet als vaarweg aangewezen. Op dit moment zijn eerdere Verkeersbesluiten voor bovenloop van de Kromme Rijn, Enkele Wiericke en Vlist nog van toepassing waar ook is vastgelegd dat gemotoriseerd vaarverkeer niet mag plaatsvinden24 Verkeersbesluit vaarwater de Kromme Rijn d.d. 16-02-2023 (DM1810472) en Verkeersbesluit vaarweg de Enkele Wiericke d,d. 10-07-2021 (DM1020579) en Verkeersbesluit vaarweg de Vlist d.d. 10-07-2021 (DM1020123). Op tactisch niveau zal worden gekeken hoe dit in verkeersbesluiten kan worden vastgelegd zonder dat deze wateren aangewezen vaarwegen zijn. Mogelijk dat verkeersbesluiten kunnen vervallen of worden gewijzigd indien het wenselijk blijft om verbodsborden te plaatsen. 4.Vaarwegbeleid 4.1Algemene beleidsuitgangspunten Deze paragraaf geeft de algemene beleidsuitgangspunten voor het vaarwegbeleid van HDSR. In de rest van dit hoofdstuk wordt het beleid nader uitgewerkt. Vanwege de maatschappelijke meerwaarde van het gebruik van het open water om te varen, maakt HDSR het varen mogelijk waar dat verantwoord is. Daarbij zijn de randvoorwaarden dat het varen niet ten koste gaat van de overige waterstaatkundige functies en dat het varen mogelijk is binnen de ruimte die nodig is voor de waterstaatkundige functie (minimale afmetingen zoals beschreven in het leggerprofiel). Gemotoriseerde vaartuigen mogen alleen varen op de daarvoor aangewezen vaarwegen. HDSR voert geen inspanningen uit in het kader van bakbeheer en/of objectbediening (met uitzondering van huidige bediening van sluizen) zonder medefinanciering door derden. Om de toegankelijkheid van de vaarwegen te kunnen borgen voert HDSR maaiwerkzaamheden uit in de bevaren watergangen, mits het maaien geen nadelige effecten heeft op de ecologie/waterkwaliteit van het open water (zie paragraaf 5.2). HDSR zal de RVW2020 en BRTN2020-2025 als basis hanteren voor het beleid en toetsing van vergunningen, daarmee is nautische veiligheid op orde (zie paragraaf 4.4 Voorwaarden vaarweggebruik en paragraaf 4.7 Ligplaatsen). HDSR wil bijdragen aan het behoud van bestaande vaarroutes (BRTN en Sloepennetwerk) en wil kijken naar ambities voor vergroting van deze netwerken, waarbij het afwegingskader voor het aanwijzen van vaarwegen leidend is voor de besluitvorming over uitbreiding van het netwerk (zie paragraaf 4.3). HDSR wil samenwerken met de gemeenten langs de aangewezen vaarwegen om te komen tot goede verkeersbesluiten en in goed overleg toezicht en handhaving op deze regelgeving uitvoeren. Hiermee kunnen problemen worden voorkomen zoals het niet kunnen optreden tegen weesbootjes, onjuist gebruik van tijdelijke ligplaatsen en impasses rondom de beschikbaarheid van voldoende aanlegmogelijkheden (het afwegingskader voor ligplaatsen is uitgewerkt in paragraaf 4.8). HDSR zal, conform het Uitvoeringsbeleid VTH 2021-2026, toezicht houden op naleving van de vaarregels en handhavend optreden waar nodig. Daarnaast wordt ingezet op preventieve communicatie om draagvlak voor naleving van de regels te bevorderen. HDSR wil bijdragen aan de transitie naar duurzaam varen (zie paragraaf 4.3 hoe duurzaam of emissieloos varen meegenomen kan worden in de afweging bij het aanwijzen van vaarwegen en welke aspecten een rol kunnen spelen). In de bestuursperiode 2023-2026 wordt verder uitgewerkt hoe HDSR het duurzaam varen wil stimuleren. 4.2Aanwijzen van vaarwegen HDSR hanteert het uitgangspunt dat het varen niet ten koste gaat van de overige waterstaatkundige functies en dat het varen mogelijk is binnen de ruimte die nodig is voor de waterstaatkundige functie (minimale afmetingen zoals beschreven in het leggerprofiel). Ongemotoriseerde vaartuigen worden geacht geen nadelige effecten te hebben op het waterstaatswerk. Er geldt een verbod voor gemotoriseerd vaarverkeer op de niet-aangewezen vaarwegen in het beheergebied van HDSR. Gemotoriseerde vaartuigen kunnen wél een nadelig effect hebben op het waterstaatswerk. Ontstane golven kunnen bijvoorbeeld de oeverbescherming ernstig belasten of tot opwerveling van de waterbodem leiden wat de waterkwaliteit en/of ecologische doelstellingen beperkt. Ingeval vaartuigen wel een nadelig effect hebben op het waterstaatswerk of de waterkwaliteit, kan HDSR via de verkeersbesluiten een regulering van de scheepvaart instellen. Een algemeen en leidend verkeersbesluit dat HDSR ingesteld heeft, is het Verkeersbesluit voor de niet-aangewezen vaarwegen, geldend sinds februari 2023. Hierin is vastgelegd dat het verboden is te varen met gemotoriseerde vaartuigen op niet aangewezen vaarwegen in het beheergebied van het hoogheemraadschap. 4.3Afwegingskader aanwijzen vaarwegen gemotoriseerd vaarverkeer Om te bepalen of gemotoriseerde vaartuigen een nadelig effect hebben op het waterstaatswerk is in dit vaarwegbeleid een afwegingskader voor het aanwijzen van vaarwegen voor gemotoriseerd vaarverkeer uitgewerkt. Het stroomschema in Figuur 6 geeft het afwegingskader voor het openstellen van watergangen als vaarweg. Figuur 6: Afwegingskader opstellen watergangen als vaarwater Hieronder volgt een nadere toelichting op de vragen in het afwegingskader: Vraag 1: Verzwaring eisen ten opzichte van profiel watersysteem? Het is nodig om de watergang te verdiepen en/of te verbreden om op het water te kunnen varen; Er zijn stuwen aanwezig die passeren van vaartuigen onmogelijk maakt; Er zijn andere aanpassingen nodig om over het water te kunnen varen. Vraag 2: Onacceptabele effecten op de ecologie of de natuurwaarden door vaarweggebruik? Er is negatieve beïnvloeding op de vegetatie door directe mechanische schade door de bewegende scheepsromp en schroef, directe mechanische schade door golfslag of opwerveling van bodem sediment door schroef en golven; Er is negatief effect op het behalen van de KRW-doelen; Er is achteruitgang van de waterkwaliteit, zoals wordt bedoeld in de KRW. Vraag 3: Is er kans op negatieve effecten op de oevers door waterbelastingen t.g.v. scheepgolven? De aanwezige oeverbescherming in de watergang kan de maatgevende golfbelasting zonder verhoogd risico op afslag of een verlaging van de levensduurverwachting, niet weerstaan. Vraag 4: Is er (extra) inzet voor de objectbediening nodig? Er is extra inzet op objectbediening van sluizen en/of bruggen nodig; De doorvaarthoogte van de bruggen is onvoldoende of deze zijn niet te openen. Vraag 5: Zijn er bezwaren vanuit inliggende gemeenten voor vaarweggebruik vanuit APV of vanuit milieu? Er zijn bezwaren ten aanzien van veiligheid en openbare orde of milieu (stank, geluid). Maatwerk Dit stroomschema kan toegepast worden bij veranderende wensen of factoren bij watergangen om te bepalen of een watergang als vaarweg aangewezen kan worden. Voor de huidige aangewezen vaarwegen is het schema niet doorlopen. Het toepassen van het schema is maatwerk en per vaarweg zal een afweging gemaakt moeten worden of de effecten en de kosten van beheer en onderhoud opwegen tegen de meerwaarde voor het openstellen van de vaarweg voor gemotoriseerd verkeer. De uitwerking van de vragen met betrekking tot ecologie en natuurwaarden zal in overleg met de ecologen van HDSR uitgewerkt moeten worden. Bij het maatwerk per vaarweg kan ook overwogen worden of emissievrij of duurzaam varen voorgeschreven kan worden. Aspecten die hierbij een rol spelen: Bij drukkere watergangen, onderdeel van BRTN-netwerk of sloepennetwerk, is dit afhankelijk van landelijke ontwikkelingen en mogelijkheden en volgt HDSR hierin de landelijke trend. Voor minder druk bevaren watergangen en watergangen die geen onderdeel zijn van een groter netwerk, kunnen emissievrije schepen of bijvoorbeeld het gebruik van alternatieve brandstoffen gestimuleerd worden. Voor gebruikers moeten er in dat geval voldoende voorzieningen zijn. Elektrische bootjes kunnen net als brandstofmotoren de bodem omwoelen en dat heeft effect op aanwezige flora en fauna, voor het toestaan van gemotoriseerde vaartuigen op vaarwegen is er voor vraag 3 geen onderscheid tussen boten die uitgerust zijn met een brandstofmotor of boten uitgerust met een elektrische motor, mede ook omdat de elektrische motoren steeds krachtiger worden. Vanuit de omgeving (milieu) is er wel onderscheid tussen elektrische motoren en brandstofmotoren en dat kan aanleiding zijn om elektrisch varen voor te schrijven. Gemeenten en waterschap zullen dit gezamenlijk verder uitwerken waarbij een gemeente vanuit milieu naar het verbieden van brandstofmotoren kijkt en HDSR de nautische aspecten (o.a. verbodsborden) in een Verkeersbesluit kan regelen. 4.4Toegestane vaartuigen - bevaarbare breedte, diepte en doorvaarthoogte Deze paragraaf geeft het algemeen kader voor het bepalen van de toegestane vaartuigen, bevaarbare breedte en diepte en doorvaarthoogte. HDSR hanteert de RVW2020 en BRTN2020-2025 als basis voor de toegestane vaartuigen en bevaarbare breedte en diepte, waarbij gekozen wordt voor een krap vaarwegprofiel i.v.m. de lage intensiteit van de scheepvaart, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om hiervan af te wijken. De vaarwegen worden gekoppeld aan de vaarwegklassen. In tabel 4 zijn de standaardafmetingen voor de BRTN/CEMT-klasse weergegeven. Tabel 4: overzichtstabel toegestane vaartuigen en bevaarbare breedte, diepte en doorvaarthoogte vaarwegklassen Vaarweg-klasse Type vaartuig Bevaarbare breedte / diepte (krap profiel) Door-vaart-hoogte CEMT I Beroepsvaart Lengte 38,50 m en breedte 5,05 m 18,326 In Verkeersbesluit Ligplaatsen Gekanaliseerde Hollandsche IJssel 2006 is aangegeven dat wenselijk voor GHIJ is een krap profiel van 16 tot 17 m en een eenstrooksprofiel van 10,2 m. m / 2,9 m 5,25 m CEMT 025 In de Richtlijnen Vaarwegen 2020 zijn geen scheepsafmetingen of afmetingen voor vaarwegprofiel voor CEMT 0 opgenomen. Motorboten BM Lengte 15 m en breedte 4,25-4,5 m 17 m / 1,7 m 3,00 m CM Lengte 14 m en breedte 4,25 m 16 m / 1,6 m 3,00 m DM Lengte 12 m en breedte 3,75 m 15 m / 1,3 m 2,60 m E Grote sloepen Lengte 9 m en breedte nog niet bepaald 10 m en 1,3 m 1,00 m / 1,50m F-G Kano’s en andere kleine vaartuigen Lengte 7,5 m en breedte nog niet bepaald 1,00 m27 In de tabel staan de minimale doorvaarthoogtes uit de RVW2020 opgenomen. Voor categorie E en F-G zijn deze niet opgenomen. Voor de categorie E, F en G worden de afmetingen aangehouden zoals vastgelegd in de keur van het overspannen van een watergang vanuit de keur. 2,5m breed en 1 m hoog bij de hoogste waterstand en onderzijde brug. Toewijzing vaarwegklasse aan de aangewezen vaarwegen In Tabel 5 en Figuur 8 is een mogelijke [dit moet zijn: Figuur 7 toont de voorgenomen] toewijzing van de categorie per vaarweg opgenomen. Binnen het beheergebied van HDSR liggen de Gekanaliseerde Hollandsche IJssel (BM), de Grecht (BM) en de Dubbele Wiericke (DM) al in het BRTN-netwerk. De Gekanaliseerde Hollandsche IJssel voldoet niet helemaal aan de eisen voor waterdiepte en vaste brughoogte voor categorie BM. In het verleden is keuze gemaakt om deze wel de BM-classificatie toe te kennen. De Oude Rijn zou gezien de rol in het netwerk E moeten zijn, maar in de praktijk varen er grotere schepen en is er voldoende breedte voor DM-klasse. De voorgestelde vaarwegklasse is derhalve DM. fi De Lange en Korte Linschoten, Jaap Bijzerwetering en Montfoortsevaart, Enge en Kromme IJssel en de benedenloop van de Kromme Rijn komen voor vaarwegklasse E in aanmerking. In Bijlage 3 is een globale onderbouwing gegeven van de huidige afmetingen van de vaarweg in relatie tot de benodigde breedte, diepte en doorvaarthoogte voor de betreffende vaarwegklasse. Met de provincies en Stichting waterrecreatie Nederland zal op tactisch niveau de toekenning van nieuwe BRTN codering verder worden afgestemd. Tevens dient dan een brughoogtetoets uitgevoerd te worden. Mocht in de toekomst de vaarintensiteit aanzienlijk toenemen, dan is een krap profiel niet voldoende en zal een heroverweging moeten plaatsvinden. Figuur 7: overzichtskaart vaarwegcategorie aangewezen vaarwegen door Provincie en HDSR (waar gemotoriseerd gevaren mag worden), zie grotere versie in de bijlagen In Tabel 5 is de voorgenomen vaarwegclassificatie weergegeven. Zie ook Bijlage 3, waarbij de bijbehorende scheepsafmetingen, bevaarbare breedte en diepte zijn opgenomen. Tabel 5: Voorgenomen vaarwegclassificatie voor de aangewezen vaarwegen Vaarweg Vaarwegklasse Aangewezen vaarwegen door Provincie Grecht BM Dubbele Wiericke DM Gekanaliseerde Hollandsche IJssel en Doorslag BM Beroeps - CEMT 0/I 28In de overdrachtsdocumenten van RWS naar HDSR uit 2012 is overeengekomen dat ten westen en ten oosten van Km 17.9 tot een andere diepte gebaggerd moet worden. In de legger wordt niet over CEMT1 of CEMT0 gesproken, maar ligt wel de knip in de bodemdiepte tussen km17 en km18. Aangewezen vaarwegen door HDSR Kromme Rijn benedenloop (Waterlinieweg Utrecht – Sluis Werkhoven)29 In het Verkeersbesluit vaarwater de Kromme Rijn d.d. 16-02-2023 zijn de volgende afmetingen opgenomen voor particulier gebruik lengte 10 m, breedte 3 m, hoogte 1,80 m en diepgang 0,80 m. Voor bedrijfsmatig gebruik lengte 14 m, breedte 4,0 m, hoogte 1,8 m en diepte 0,80 m. E Leidsche Rijn E Oude Rijn Oost DM Jaap Bijzerwetering E Korte Linschoten E Lange Linschoten E Montfoortse Vaart E Enge IJssel E Kromme IJssel E HDSR kan onder voorwaarden ontheffing/vergunning verlenen op basis van de Scheepvaartverkeerswet/ BPR voor grotere scheepsafmetingen. Op dit moment zijn er bijvoorbeeld voor de Kromme Rijn vergunningen voor grotere scheepsafmetingen. Het beleid is om zo min mogelijk uitzonderingen te maken en dat er gekeken wordt naar het belang voor het varen met een afwijkende scheepsmaat. Elk verzoek zal maatwerk zijn en er zal een beschouwing gemaakt worden waarbij voor de nautische aspecten de RVW2020 voor de afwijkende scheepsmaten wordt toegepast. 4.5Vaarsnelheid Huidige situatie vaarsnelheden aangewezen vaarwegen In de huidige van kracht zijnde Verkeersbesluiten van Grecht, Dubbele Wiericke, Kromme Rijn, Leidsche Rijn en de Oude Rijn Oost, de Lange en Korte Linschoten, Jaap Bijzerwetering en Montfoortsevaart en de Enge en Kromme IJssel vastgelegd dat de maximale vaarsnelheid 6 km/uur is. Op de Gekanaliseerde Hollandsche IJssel is binnen de bebouwde kom een snelheid van 4,5 km/uur toegestaan en buiten de bebouwde kom 9 km/uur30 Er is geen Verkeersbesluit voor de Gekanaliseerde Hollandsche IJssel waarin de vaarsnelheid is vastgelegd. Borden met de toegestane snelheid zijn geplaatst. In communicatie van HDSR is aangegeven wat de vaarsnelheden op de Gekanaliseerde Hollandsche IJssel zijn.. Algemeen kader voor bepalen vaarsnelheid De wettelijke context is dat er op alle vaarwegen anders dan aangegeven snelvaargebieden maximaal 20 km/uur gevaren mag worden, tenzij anders aangegeven. Vaarweggebruikers dienen volgens het Binnenvaart Politie Reglement (BPR, artikel 6.20) te allen tijde hinderlijke waterbeweging (golven, zuiging) te voorkomen. Dit kan betekenen dat de maximumsnelheid niet gevaren kan worden. In de praktijk worden in bijna alle binnenlandse waterwegen maximale snelheden aangegeven, om de veiligheid en het behoud van de oeverbeschoeiingen te waarborgen, en tegelijkertijd de overlast van te hard varende boten op de omgeving te beperken. 4.6Afwegingskader vaarsnelheid In Figuur 9 [dit moet zijn: 8] is een afwegingskader gemaakt voor het bepalen van de vaarsnelheid op de vaarwegen van HDSR. Figuur 8: afwegingskader vaarsnelheid vaarwegen HDSR De vigerende classificatie van de vaarweg definieert welke vaartuigen hiervan gebruik mogen maken. Daarbij geldt dat de oevers langs het vaarwater randvoorwaarden met zich mee kunnen brengen ten aanzien de vaarsnelheid. Immers, de vaarsnelheid is bepalend voor de mate van golfslag: hoe sneller er gevaren wordt, hoe hoger de scheepsgolven (tenzij je zo hard gaat dat je boot in plané gaat). Scheepsgolven kunnen medebepalend zijn voor de stabiliteit en levensduur van de oevers. Zo kan golfslag tegen een lage houten damwand tot ongewenste afslag leiden. Omgevingsfactoren De volgende omgevingsfactoren worden als bepalend beschouwd voor het vaststellen van de maximum toelaatbare vaarsnelheid: Ligplaatsen: Op verschillende plaatsen komen ligplaatsen langs het vaarwater voor. In de regel dient de snelheid hier beperkt te worden, om hinderlijke waterbewegingen te voorkomen. In de praktijk wordt hier vaak een maximumsnelheid van 6 km/uur aangehouden. Bebouwd gebied: in gebieden met lintbebouwing aan één of beide zijden van de vaarweg en bij extensieve recreatie (bijvoorbeeld campings) zijn de vaarwegen krapper, gevoeliger voor hinderlijke golfslag door verticale oevers (golfreflectie), voorzien van ligplaatsen en intensiever gebruikt. Dit kunnen redenen zijn om de maximumsnelheid tot 6 km/uur te beperken. Ook geluids- en geuroverlast kunnen reden zijn om een verlaagde snelheidslimiet te hanteren. Natuurgebieden: de vaarsnelheid kan door de veroorzaakte waterbewegingen, geluid of uitstoot een negatief effect hebben op de omliggende ecologie en natuurwaarden (zie ook afwegingskader in paragraaf 4.3). Bij de balans zoeken tussen natuur en recreatie kan de snelheidslimiet verlaagd worden. HDSR kiest voor de vaarwegen BM, DM en E binnen bebouwde kom of ter plaatse van kwetsbare oevers, ligplaatsen of natuurwaarden en voor F en G vaarwegen een maximale snelheid van 6 km/uur te hanteren. Hiermee wordt aangesloten op beleid van andere vaarwegbeheerders zoals Waternet, Provincie Friesland en Waterschap Noorderzijlvest. HDSR kiest voor maximale snelheid van 9 km/uur voor BM, DM en E vaarwegen eventueel in combinatie met beroepsvaart buiten de bebouwde kom en waar geen kwetsbare oevers, ligplaatsen of natuurwaarden zijn. Nadere uitwerking snelheid per aangewezen vaarweg op tactisch niveau Op dit moment liggen de vaarsnelheden vast in de Verkeersbesluiten. Op tactisch niveau zal op basis van bovenstaande criteria een nadere uitwerking van de snelheid per vaarweg uitgewerkt moeten worden en dit kan dan leiden tot aanpassing van de Verkeersbesluiten. Zo volgt uit de voornoemde beleidskeuze dat in de zones binnen de bebouwde kom op de Gekanaliseerde Hollandsche IJssel de huidige snelheidsbeperking van 4,5 km/uur wordt verhoogd naar 6 km/uur. Op dit moment is op de delen van de vaarweg van de GHIJ die zijn gelegen binnen de bebouwde kom van de GHIJ een toegestane vaarsnelheid van 4,5 km/u ingesteld. Deze snelheid is niet vastgelegd in een verkeersbesluit, maar gerelateerd aan het huidige ligplaatsenbeleid voor GHIJ. In dit ligplaatsenbeleid is vastgesteld dat binnen de bebouwde kom een enkelstrooks profiel kan worden ingesteld ter plaatse van ligplaatsen, mits voldoende ruimte beschikbaar is voor passeerstroken. Dit betekent dat bij tegemoetkomend verkeer moet worden gewacht in de passeerstrook achter de ligplaats totdat de vaarweg vrij is van tegemoetkomend verkeer. De vastgelegde ruimte voor passeerstroken is niet afhankelijk van de vaarsnelheid, maar van het aantal vaartuigen. Met een vaarsnelheid van 6 km/u kan worden geanticipeerd op uitwijken in de passeerstrook, terwijl de golfslag voor afgemeerde schepen beperkt blijft. Een vaarsnelheid van 6,0 km/u heeft daarbij voorkeur boven de kruipsnelheid van 4,5 km/u, omdat dit herkenbaarheid een eenduidigheid levert met vaarwegen van andere beheerders én omdat het voordelen biedt voor het manoeuvreren van een vaartuig dat ruimte moet maken op de vaarweg. Immers, een vaartuig op kruipsnelheid is lastiger koersvast te houden en gevoeliger voor ongecontroleerde bewegingen door wind. 4.7Ligplaatsen Het doel van het ligplaatsenbeleid is het voorzien in een behoefte aan ligplaatsen op de vaarwegen van HDSR zonder dat daarbij de veilige en vlotte afwikkeling van het scheepvaartverkeer in gevaar komt en/of er waterhuishoudkundige bezwaren optreden. Huidige situatie ligplaatsen Het algemeen afmeerverbod is nodig om ongewenste en onveilige situaties voor de doorgaande scheepvaart te voorkomen, maar ook ten behoeve van het beheer en onderhoud van de oevers. De RVW2020 worden ter onderbouwing van de benodigde vaarwegbreedte en de mogelijke resterende ruimte voor afmeren gebruikt. In Verkeersbesluiten is vastgelegd dat het verboden is om ligplaats in te nemen buiten de daarvoor bestemde en ingerichte plaatsen op de aangewezen vaarwegen. In mei 2023 zijn in de Verkeersbesluiten van Grecht, Dubbele Wiericke, Kromme Rijn, Leidsche Rijn en de Oude Rijn Oost, de Lange en Korte Linschoten, Jaap Bijzerwetering en Montfoortsevaart en de Enge en Kromme IJssel enkele ligplaatsen opgenomen. Vanaf 16 februari 2023 is ook het ‘Verkeersbesluit Ligplaats nemen op aangewezen vaarwegen’ van kracht. Hierin staat dat het verboden is om ligplaats in te nemen buiten de daarvoor bestemde en ingerichte plaatsen. Op de Gekanaliseerde Hollandsche IJssel is een Verkeersbesluit Ligplaatsenbeleid van toepassing en daarnaast is per gemeente een Verkeersbesluit genomen met detailinformatie (zie overzicht van alle verkeersbesluiten bij de referenties). Dit ligplaatsenbeleid van RWS is een nadere invulling van de Richtlijnen Vaarwegen. Op dit moment liggen vooral langs de Leidsche Rijn en de Oude Rijn Oost schepen afgemeerd waar dat formeel niet toegestaan is. Soorten ligplaatsen Bij ligplaatsen kan onderscheid gemaakt worden tussen verschillende soorten ligplaatsen, namelijk: Wachtplaatsen voor sluizen en bruggen Ligplaatsen voor het permanent afmeren waarvoor via een ontheffing of op andere manier bijvoorbeeld gebruiksovereenkomst toestemming kan worden verleend. Tijdelijke ligplaatsen waar aangegeven is dat afgemeerd mag worden. Bij ligplaatsen voor permanent afmeren kan het gaan om particuliere ligplaatsen voor particuliere recreatieve schepen of woonschepen, bedrijfsloswallen of – activiteiten (zeer beperkt aanwezig binnen de vaarwegen van HDSR), veerponten en passagiersvaart. Bij tijdelijke ligplaatsen worden vaak tijdsbeperkingen opgenomen ten aanzien van het nemen van ligplaats (meestal 3x24 uur) voor de passantenplaatsen langs de vaarwegen. Daaraan kunnen er beperkingen vastgelegd worden voor het verplaatsen van een vaartuig binnen een vaarweg of beheergebied om te voorkomen dat boten steeds verplaatst worden en op die manier toch lang blijven liggen. Dit is op dit moment nog niet opgenomen in de Verkeersbesluiten van HDSR. Deze ligplaatsen worden aangewezen in overleg met de betrokken gemeenten. . 4.8Afwegingskader ligplaatsen Figuur 10 [dit moet zijn: 9] geeft de verschillende stappen weer voor het bepalen of ligplaatsen toegestaan kunnen worden. Figuur 9: afwegingskader ligplaatsen HDSR Hieronder volgt een nadere toelichting op de vragen in het afwegingskader: Vraag 1: Zijn er knelpunten voor de nautische veiligheid? Bij het vaststellen van locaties waar tijdelijk kan worden afgemeerd, zullen, als nadere invulling van het BPR 31 Bepalingen uit het BPR: het verboden is ligplaats te nemen (inclusief ankeren en meren) ‘op een gedeelte van de vaarweg, waar bij algemene regeling […] ligplaats nemen is verboden’ en ‘in een vak van of op een plaats in de vaarweg aangewezen door de bevoegde autoriteit’. (artikel 7.02 lid a. en
- b)en het nemen van ligplaatsen verboden is voor nog meer locaties, zoals onder een brug of hoogspanningsleiding en in het traject van een veerpont (artikel 7.02 BPR) , de richtlijnen Vaarwegen RVW2020 als uitgangspunt worden gehanteerd. Deze richtlijnen worden gehanteerd om te bepalen wat de resterende vaarwegbreedte na afmeren dient te zijn. Aan de hand van de RVW2020 en BRTN2020-2025 is in paragraaf 4.4 de minimale bevaarbare breedte voor een krap profiel aangegeven per vaarweg. Dit geeft een eerste indicatie voor de beschikbare ruimte voor ligplaatsen in een vaarweg. Aan de hand van de richtlijnen moet de beschikbare ruimte bepaald worden waar bijvoorbeeld ook rekening gehouden moet worden met windvang buiten de bebouwde kom. Vraag 2: Zijn er knelpunten voor de waterkering? Het toestaan van ligplaatsen mag niet leiden tot effecten op de waterkeringen en daarom zal per situatie getoetst moeten worden of het toestaan van ligplaatsen tot effecten kan leiden voor de waterkering. Vraag 3: Zijn er natuurvriendelijke oever of ecologische waarden? Als er een natuurvriendelijke oever aanwezig is of er zijn ecologische waarden op de oever of in de watergang aanwezig, dan zijn ligplaatsen in beginsel niet toegestaan. Er zijn situaties denkbaar waarbij een koppeling met mitigerende en/of compenserende maatregelen zorgt voor een verbetering ten opzichte van de bestaande situatie. In dat geval kan onder voorwaarden een ligplaats mogelijk worden toegestaan. Vraag 4: Is de oever of beschoeiing in eigendom of in beheer bij HDSR? HDSR maakt het varen mogelijk waar dat verantwoord is, maar voert geen inspanningen uit in het kader van bakbeheer en/of objectbediening zonder medefinanciering door derden (zie ook paragraaf 4.1) en beheert dus in principe geen ligplaatsen op eigen grond. HSDR zal dus zelf geen ligplaatsen gaan inrichten. Indien een andere partij ligplaatsen wil realiseren, zullen aanvullende voorwaarden en afspraken gemaakt worden over het beheer en onderhoud en de inrichting van de ligplaatsen. Deze is zelf verantwoordelijk voor de verankering, zodat het vaartuig ook bij hoog en laag water geen schade krijgt of veroorzaakt. HDSR is niet aansprakelijk voor eventuele schade die ontstaat door bijvoorbeeld hogere stroomsnelheden bij hoog water. Vraag 5: Hebben de grondeigenaren bezwaren tegen de onderhoudsplicht? Indien de (nieuw aan te leggen) ligplaats op gronden van derden ligt, is het belangrijk dat de grondeigenaar geen bezwaar heeft tegen de onderhoudsplicht voor de instandhouding van de ligplaats en de oever. Indien er aanwonenden zijn in de directe nabijheid (ca. 50
- m)van de ligplaatsen, dan moeten deze ook geconsulteerd worden over de nieuwe ligplaatsen. Vraag 6: Zijn er significante effecten voor de omgeving? Belangrijk is dat er geen significante effecten voor de omgeving optreden waarbij je kan denken aan overlast door geluid en afval voor omwonenden of effecten op de natuur (zie hiervoor de punten in paragraaf 4.3 negatieve beïnvloeding van de vegetatie of bodemsediment door beweging van het schip of golven, KRW-doelen of andere natuuraspecten). De gemeente is als lokale overheid de primaire instantie die voor zijn burgers beleid en regels stelt over het gebruik van de openbare ruimte, die gebieden bestemt en toeziet op openbare orde. Gemeenten kunnen vanuit hun rol ook met bestemmingsplannen of verordeningen (zoals de Algemene Plaatselijke Verordening), als zij dat nodig of wenselijk vinden, (gebruik van) ligplaatsen regelen. Zo kan een gemeente bepalen dat schepen vanwege het stadsgezicht in ordelijke staat moeten verkeren. Ook kunnen gemeenten dan wel politie bij overlast, zoals geluidsoverlast door gebruikers van een ligplaats, optreden, zoals ook in andere gevallen van overlast en toezicht en handhaving van de openbare orde. Insteekhaven en langshavens Het is ook mogelijk om in plaats van het ligplaats nemen in de vaarweg, ligplaats te nemen in een insteekhaven (schip ligt dwars op het vaarwater) of een langshavens (schip ligt evenwijdig aan de vaarweg). Insteekhavens en langshavens maken geen onderdeel uit van de vaarweg. Het is wel belangrijk dat scheepsbewegingen van en naar een insteekhaven of langshaven geen nautische conflicten opleveren. De uitmonding mag niet direct in de minimaal bevaarbare breedte komen. Een nautische toets moet uitgevoerd worden. Voor het aanleggen van een langshaven moet de oever doorbroken worden. HDSR hanteerde in het verleden bij regionale waterkeringen of overige waterkeringen het uitgangspunt dat deze niet doorbroken mochten worden voor langshavens. Om tegemoet te komen aan de wensen vanuit de omgeving wordt voorgesteld de realisatie van langshavens in keringen toe te staan, mits deze als meekoppelkans worden ontworpen en gerealiseerd door de projectenorganisatie van HDSR. Dat betekent dat langshavens enkel als meekoppelkans tot stand kunnen komen in combinatie met de uitvoering van kadeverbeteringen of groot onderhoud32 Besluit d.d. 27 september 2022 over Langshavens in waterkeringen (DM 1908932). Op dit moment geldt dit alleen voor de Gekanaliseerde Hollandsche IJssel waar een pilot wordt uitgevoerd. Uitgangspunten GHIJ In Bijlage 5 is het Ligplaatsenbeleid Gekanaliseerde Hollandsche IJssel van Rijkswaterstaat opgenomen. HDSR hanteert voor de Gekanaliseerde Hollandsche IJssel de volgende uitgangspunten voor de ligplaatsen: Wachtplaatsen voor sluizen en bruggen dienen te liggen in directe aansluiting op de desbetreffende sluis of brug. Hier mogen geen boten afmeren met een ander doel dan te wachten op bediening van brug of sluis; Tijdelijke ligplaatsen van maximaal 3x24 uur zullen zoveel mogelijk in de nabijheid van voorzieningen (winkels en speciale voorzieningen als douches) worden aangewezen; Voor het aanwijzen van locaties gelden de volgende uitgangspunten binnen de bebouwde kom: er mag niet aan twee zijden van de vaarweg worden afgemeerd; er mag niet in de nabijheid van bochten of bruggen worden afgemeerd33 Zie BPR art. 7.02 en RVW20202 Hoofdstuk 5.; de resterende vaarwegbreedte na afmeren is minimaal de bevaarbare breedte bij een krap profiel; over maximaal 20034 Dit is op basis van praktijkervaring bepaald in Verkeersbesluit Gekanaliseerde Hollandsche IJssel m mag een resterende vaarwegbreedte ontstaan die minder is dan de bevaarbare breedte bij een krap profiel en is afhankelijk van de windvangst ter plaatse. De bevaarbare breedte mag in geen geval minder worden dan een éénstrooksprofiel35 Voor de CEMT-klasse is een eenstrooksprofiel. Voor de BRTN-vaarwegklassen niet.. Tussen twee gedeeltes met een resterende breedte van minder dan de bevaarbare breedte bij een krap profiel moet minimaal een gedeelte vaarweg aanwezig zijn van 4 maal de maatgevende scheepslengte waar geen vaartuigen worden afgemeerd zodanig dat vaartuigen elkaar veilig kunnen passeren en 3 maal de maatgevende scheepslengte in gevallen waar de vaartuigen aan verschillende zijden van de vaarweg afgemeerd worden; voor gedeelten van de vaarweg met een resterende breedte van minimaal de bevaarbare breedte bij een normaal profiel kan ontheffing worden verleend voor vaartuigen waarbij niet meer dan 5 m uit de oever in beslag mag worden genomen; Buiten de bebouwde kom geen 3x24-uursligplaatsen of permanente locaties. Nadere uitwerking ligplaatsen per aangewezen vaarweg op tactisch niveau Op dit moment liggen de ligplaatsen vast in de Verkeersbesluiten. Op tactisch niveau zal op basis van bovenstaande criteria een nadere uitwerking van ligplaatsen per vaarweg uitgewerkt kunnen worden en dit kan dan leiden tot aanpassing van huidige Verkeersbesluiten. Verkeersbesluiten van de Gekanaliseerde Hollandsche IJssel kennen onderscheid in soorten ligplaatsen in wachtplaatsen bij bruggen en sluizen, ligplaatsen met een ontheffing en tijdelijke ligplaatsen. Voor de andere vaarwegen is dit nog niet het geval, maar zal bij de tactische uitwerking bepaald worden of die behoefte er is. Voor de Gekanaliseerde Hollandsche IJssel zijn momenteel per gemeente Verkeersbesluiten vastgesteld. HDSR wil graag een overkoepelend Verkeersbesluit in de toekomst vaststellen. Mocht bij de uitwerking op tactisch niveau blijken dat bij momenteel vergunde ligplaatsen nautische knelpunten aanwezig zijn (uitwerking vraag 1 van het afwegingskader ligplaatsen) dan zal HDSR deze vergunningen uitfaseren en dat betekent dat deze vergunningen dus niet opnieuw vergund worden als een vergunning verloopt. Na de nadere uitwerking van het ligplaatsenbeleid per vaarweg zal ook meer duidelijkheid komen voor vaarwegen zoals de Leidsche Rijn en de Oude Rijn Oost waar nu schepen afgemeerd liggen waar dat formeel niet toegestaan is. Als er een onderbouwing is waar wel en niet kan worden afgemeerd en dit in een Verkeersbesluit is geregeld, dan zal ook handhaving conform de tactische uitwerking van het vaarwegbeleid moeten plaatsvinden. 4.9Objecten in en op de vaarweg In de Keur 2018 zijn regels opgenomen voor activiteiten en handelingen die invloed kunnen hebben op de vaarweg. Zo zijn er uitvoeringsregels voor: 6 Steigers en vlonders bij oppervlaktewater 13 Constructies, objecten en vaartuigen in, op of boven oppervlaktewater 22 Verrichten van handelingen in of boven een vaarweg: de maatschappelijke functies van de vaarweg niet mogen worden belemmerd door het uitvoeren van de handeling Voor alle objecten (afmeerconstructies, constructies voor het te water laten van recreatieschepen, vissteigers, Fauna Uittreeplaatsen (FUP’s), bruggen etc.) in en langs de vaarweg geldt dat geen nautische knelpunten mogen ontstaan: wat betekent dat de vaarweg niet mag worden versmald en/of verondiept, dat de doorvaarthoogte niet mag worden beperkt en dat de scheepvaart niet mag worden belemmerd. De toetsing hiervan vindt plaats op basis van de RVW2020 en BPR. Er mogen geen objecten aangebracht worden binnen deze afmetingen. Bij steile oeverconstructies (damwanden) met een waterdiepte > 1 m en een hoogte boven waterniveau >0,5 m aan beide zijden van de vaarweg zal bekeken worden of reddingstrappen om de 50 m aangebracht worden die met een witte markering beter zichtbaar worden. Aangezien de vaarwegen geen zwemwater zijn en zwemmen dus niet aangemoedigd moet worden, worden reddingstrappen alleen aangebracht indien dat nodig is. Overhangende takken van bomen langs de vaarwegen mogen niet over de vaarweg hangen en deze zullen door de eigenaar gesnoeid moeten worden. Tot 4 meter hoogte, gerekend vanaf het maaiveld, moet de kernzone van een primair oppervlaktewaterlichaam vrijgehouden van overhangende beplanting. Uitzonderingen zijn er voor de Grecht (30 meter t.o.v. het schouwpeil) en Gekanaliseerde Hollandsche IJssel (4,60 m t.o.v. het schouwpeil)36 Artikel 5 lid 8 Leggernota oppervlaktewateren 2020 HDSR.. De RVW2020 geeft de streefwaarden voor de doorvaarthoogte, maar geeft aan dat in ieder geval de minimale doorvaarthoogte van nieuwe bruggen niet minder mag zijn dan de doorvaarthoogte van bestaande of geplande bruggen in de nabijheid, opdat er geen bijkomende beperking ontstaat (‘houden wat je hebt’). 4.10Evenementen op en langs het water In de Keur 2018 zijn uitvoeringsregels Evenementen in oppervlaktewater (hoofdstuk 19) opgenomen. Vanuit het BPR (artikel 1.23) is het verboden een sportevenement, een festiviteit of een ander evenement, waarbij een of meer schepen of drijvende voorwerpen zijn betrokken, dan wel een tewaterlating van een schip of een proefvaart met een schip of van een drijvend voorwerp of werkzaamheden op een vaarweg te doen plaats hebben zonder dit vooraf te melden. Een evenement moet gemeld worden als er mensen in het water zijn of kunnen zijn (zwemmen of met een lier boven het water hangen). Bij evenementen op en langs het water zal bij de BPR-melding ook een beoordeling van de nautisch veiligheid plaatsvinden op basis van RVW2020 conform die voor de ligplaatsen in paragraaf 4.7. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het nemen van veiligheidsmaatregelen conform BPR die hij ontvangt in een brief van HDSR. Daarnaast dient hij aanwijzingen van de toezicht en handhaving van HDSR op te volgen. Specifieke situaties zijn ter beoordeling aan de gebiedsteams in overleg met de vaarwegbeheerder van HDSR daarbij speelt de mate van beperking van de doorvaart en de duur van de beperking een rol. Het houden van evenementen zoals zwemwedstrijden en meerdaagse festivals gaan ook over genieten van het water. HDSR wil hier ook ruimte voor bieden mits de veiligheid geborgd is en het recreërende vaarverkeer niet onevenredig belemmerd wordt. Zo kunnen er voorwaarden gesteld worden bij stremming van de vaarweg zodat de doorvaart voor de scheepvaart op gezette tijden mogelijk is. Op tactisch niveau zal bovenstaande vertaald worden naar richtlijnen en voorwaarden. 4.11Vaarstremmingen Gehele of gedeeltelijke vaarwegstremmingen van vaarwegen van HDSR zijn in beginsel alleen toegestaan buiten het watersportseizoen37 Het vaarseizoen verschilt op dit moment per vaarweg, tenzij er een zwaarwegend maatschappelijk belang wordt aangetoond voor de stremming. Een stremming is alleen toegestaan met maatregelen voor de borging van de nautische veiligheid (conform RVW2020 en BPR). Een toegestane stremming wordt door HDSR bekend gemaakt via het loket van Rijkswaterstaat - Berichten aan de Scheepvaart (BAS). 4.12Zwemmen, KWA en ijsgroei Zwemmen Het zwemmen is op grond van het Binnenvaartpolitiereglement (BPR) niet toegestaan in het gedeelte van een vaarweg dat bestemd is voor de doorgaande scheepvaart. Voor HDSR betekent dat een zwemverbod op de vaarwegen. Zwemtrappen, springplanken en dergelijke zijn daarom verboden. Wel dient in voorkomende gevallen te worden voorzien in reddingstrappen langs de oevers om veilig uitklimmen na onbedoeld te water raken van schippers mogelijk te maken (zie paragraaf 4.8). Het strategische beleid voor de nautische beheertaken en vaarwegen van HDSR gaat verder niet in op het thema zwemmen. Vaarverbod tijdens KWA Als de Klimaatbestendige Water Aanvoer (KWA) ingezet wordt, wordt vanuit het Amsterdam-Rijnkanaal en de Lek extra zoetwater naar West-Nederland aangevoerd. De website van HDSR vermeldt dat er op deze wijze ongeveer eens in de acht jaar behoefte aan extra zoetwater is. Dit zal in de toekomst vaker gaan plaatsvinden. Als de KWA ingezet wordt mag de sluis bij het Amsterdam-Rijnkanaal (Groenwoudsedijk, naast gemaal de Aanvoerder) en de Sluis Haanwijk niet door recreatievaart gepasseerd worden. Met ballenlijnen bij de sluizen wordt voorkomen dat de recreatievaart doorvaart. Tussen de beide sluizen mag gevaren worden. Vaarverbod bij ijsgroei In het IJsprotocol is het vaarverbod tijdens vorst vastgelegd. Per vorstperiode wordt de situatie bekeken en wordt zo nodig een vaarverbod tijdens de vorstperiode ingesteld. Een vaarverbod op de Gekanaliseerde Hollandsche IJssel is nog nooit ingesteld. 5.Mensen en middelen Dit hoofdstuk geeft de richtlijnen voor de mensen en middelen voor de organisatie van het vaarwegbeleid van HDSR op het strategische niveau. Op het strategische niveau gaat het om te borgen dat de uitvoering van het tactisch en operationeel niveau van het vaarwegbeleid geborgd is. De invulling van de verdere taken van het vaarwegbeleid is het tactische en operationele niveau. De organisatie en uitvoering van nautisch beheer op vaarwegen, die door HDSR zelf worden aangewezen, is geheel voor rekening van HDSR (bediening kunstwerken, en toezicht en handhaving). Het beheer van vaarwegen brengt de volgende taken met zich mee voor de beheerorganisatie van HDSR: Tactisch vaarwegbeleid (o.a. regelgeving/verkeersbesluiten) Beheer en onderhoud vaarwegobjecten Vergunningverlening Afhandelen van BPR-meldingen Toezicht en handhaving Financiële afwikkeling van de inning van gebruiksvergoedingen Objectbediening Adequaat houden verkeersbesluiten Vertaling beleid naar uitvoerende afdeling Relatiebeheer/ afstemming andere overheden Voorlichting burgers/ website Financiële afwikkeling voor verleende diensten PU en PZH Adequaat houden beleid, visie en strategie Nadere uitwerking van het strategisch beleid, zoals het stimuleren van duurzaam varen In paragraaf 5.5 is in Tabel 6 een overzicht gegeven van alle rollen binnen HDSR die betrokken zijn bij het vaarwegbeheer in de huidige en gewenste situatie. De overdracht van het vaarwegbeheer van de Gekanaliseerde Hollandsche IJssel van Rijkswaterstaat heeft geleid tot aanpassingen in de beheerorganisatie, met een meer structurele inzet en aanpak op dit gebied. Ook voor de door de andere door de provincies aangewezen vaarwegen en voor de door HDSR aangewezen vaarwegen is inzet van mensen en middelen nodig. De inrichting van bijbehorende processen voor het beheer van vaarwegen is nog niet volledig afgerond. Zo moeten de taken rondom vergunningverlening/toezicht en handhaving voor ligplaatsen en het toezicht op naleving en financiële afwikkeling van diverse gebruiksovereenkomsten die door Rijkswaterstaat zijn gesloten voor de Gekanaliseerde Hollandsche IJssel nog een plek krijgen in het beheer. 5.1Tactisch vaarwegbeleid (o.a. regelgeving/verkeersbesluiten) Het vaarwegbeleid in dit strategische rapport vaarwegbeleid wordt op tactisch niveau nader uitgewerkt en geconcretiseerd. De afwegingskaders en handvatten voor aan te wijzen vaarwegen, toegestane vaartuigen, vaarsnelheid en ligplaatsen kunnen toegepast worden voor de verschillende vaarwegen en eventueel nieuw aan te wijzen vaarwegen (bijvoorbeeld watergang Bijleveld naar Kockengen). Naar aanleiding daarvan kunnen huidige Verkeersbesluiten aangepast worden of nieuwe Verkeersbesluiten opgesteld worden. Voor de Gekanaliseerde Hollandsche IJssel is er nu per gemeente een Verkeersbesluit vastgesteld. De wens is er om deze Verkeersbesluiten te vervangen door één Verkeersbesluit voor de Gekanaliseerde Hollandsche IJssel. De verkeersbesluiten worden gepubliceerd op de website overheid.nl, onder ‘Officiële bekendmakingen’. Een handig overzicht van de laatste bekendmakingen van HDSR zijn te vinden op de eigen website: www.hdsr.nl, onder Home>Actueel>Bekendmakingen. Hier zijn ook instructies te vinden voor het indienen van zienswijzen indien er sprake is van een inspraakperiode (terinzagelegging) als onderdeel van de procedure. 5.2Beheer en onderhoud vaarwegobjecten De instandhouding van vaarwegen richt zich op de volgende maatregelen: Beheer en onderhoud vaarwegprofiel (“bakbeheer”): Conform het beleid van HDSR wordt voor de vaarwegfunctie alleen actief bakbeheer uitgevoerd op de Gekanaliseerde Hollandsche IJssel, de Grecht en de Dubbele Wiericke. Op basis van de profielen van de watergang zoals vastgesteld in de keur is HDSR verantwoordelijk voor behoud van diepgang en bevaarbare breedte. Peilingen, baggerwerk, maaien en terugsnoeien van overhangende begroeiing behoort daarmee tot de instandhoudingsverplichtingen. Voor de andere vaarwegen worden specifiek voor de vaarwegfunctie geen onderhoudsmaatregelen van het profiel voorzien; de functie in het watersysteem is hier bepalend voor de instandhouding. Om de toegankelijkheid van de vaarwegen te kunnen borgen kunnen watergangen uitgemaaid worden vanuit nautisch oogpunt, mits het maaien geen nadelige effecten heeft op de ecologie/waterkwaliteit van het open water (zie ook de vragen m.b.t. ecologie in het afwegingskader in paragraaf 4.3). Tot op heden maait HDSR niet extra op de vaarwegen voor de recreatievaart. Mogelijk dat dat in de toekomst wel noodzakelijk gaat worden als bijvoorbeeld bepaalde exoten de recreatievaart hinderen. Hierover zal dan een besluit genomen moeten worden en zal extra financiering vrijgemaakt moeten worden. Beheer en onderhoud oevers: Het gebruik als vaarweg kan aanvullende eisen aan de oever stellen vanwege de golfwerking door passerende schepen of het afmeren bij ligplaatsen. Vanuit dit oogpunt heeft de vaarwegfunctie invloed op het beheer en onderhoud van de oevers. In het afwegingskader voor het aanwijzen van watergangen als vaarweg (zie paragraaf 4.3) is de invloed op de oevers één van de criteria die meegenomen worden. In de HDSR Legger Oppervlaktewater 2020 zijn kaarten opgenomen met natuurvriendelijke oevers (kaart 3) en beschoeiingen van het waterschap (kaart 1D). Beheer en onderhoud scheepvaartvoorzieningen: HDSR kiest ervoor om niet actief te zijn in de aanleg en exploitatie van voorzieningen voor de scheepvaart, zoals ligplaatsen, steigers en taludtrappen. Wel bepaalt HDSR vanuit het oogpunt van goed rentmeesterschap of initiatieven voor de aanleg van scheepvaartvoorzieningen door derden voldoen aan de vigerende eisen ten aanzien van de nautische veiligheid en mogelijke andere maatschappelijke belangen. Dit kan plaatsvinden op 2 manieren: Het verlenen van een vergunning op grond van de Omgevingswet en/of Scheepvaartverkeerswet. Het sluiten van een gebruiksovereenkomst. In beide situaties kunnen voorwaarden worden gesteld aan ontwerp en instandhouding van deze voorzieningen. Zo komen de kosten van instandhouding geheel voor rekening van de belanghebbende. HDSR ziet toe op het nakomen van deze instandhoudingsverplichtingen (waaronder het plaatsen van borden) via de inzet van toezicht en handhaving. Vanuit de rol als vaarwegbeheer is HDSR verantwoordelijk voor de volgende voorzieningen: Geleidingswerken, bebording en veiligheidsvoorzieningen bij stuwen en gemalen in eigen beheer: HDSR heeft vanuit zijn verantwoordelijkheid voor de nautische veiligheid bij zijn kunstwerken de taak om daar de benodigde maatregelen te treffen. Deze instandhoudingsverplichtingen zijn binnen HDSR belegd bij het objectgebonden beheer en onderhoud. Nautische bebording: HDSR plaatst op de juridische basis van verkeersbesluiten vaarwegborden conform het BPR, zoals verbods- en gebodstekens. HDSR beheert de nautische bebording voor het nautisch beheer. Deze staan langs de vaarwegen, zowel de aangewezen vaarwegen door de Provincie als de vaarwegen aangewezen door HDSR. Inspectie, onderhoud en vervanging van genoemde bebording valt onder het Verkeersbesluit waarin de borden zijn opgenomen. Hiervoor zullen richtlijnen worden opgesteld. Door derde geplaatste bebording ter plaatse van vergunde ligplaatsen of andere objecten in de vaarweg van derden valt hierbuiten. Daarnaast wil HDSR de (recreatieve) scheepvaart faciliteren met informatieve borden langs de vaarwegen. Deze zijn gericht op het geven van aanvullende informatie over de inrichting en bescherming van het watersysteem. Voor de door de provincie Utrecht en Zuid-Holland aangewezen vaarwegen zijn overeenkomsten afgesloten en krijgt HDSR een financiële vergoeding voor een bijdrage aan het beheer en onderhoud voor deze vaarwegen. 5.3Vergunningverlening Het belang van een veilige vaarweg dient expliciet te worden meegewogen bij aanvragen van vergunningen in het kader van de Keur2018 of de Scheepvaartverkeerswet door derden en eigen initiatieven van HDSR, die ingrepen in of nabij de vaarweg omvatten. Een schaarse vergunning is een vergunning waarvan er slechts één of een beperkt aantal kan worden verleend, terwijl er meer (potentiële) aanvragers zijn. De ligplaatsen langs de vaarwegen kunnen schaars zijn. HDSR zal (ook als sprake is van een huurovereenkomst) een verdelingsbeleid ontwikkelen waarin verzekerd wordt dat aan alle (potentiële) gegadigden gelijke kansen worden geboden. 5.4Toezicht en handhaving De regulering van varen op door de provincie en de door HDSR aangewezen vaarwegen vindt plaats via verkeersbesluiten ingevolge de Scheepvaartverkeerswet. Op die wijze wordt een vlot en veilig vaarverkeer bevorderd. Het werk van de handhavers (BOA’
- s)voor het nautisch beheer is uitgebreid door de overdracht van de Gekanaliseerde Hollandsche IJssel in 2013. In de afgelopen jaren is duidelijk geworden dat op de Kromme Rijn tijdens de drukke zomerperiode handhaving nodig is om schade en overlast te voorkomen. De BOA’s houden zich op de vaarweg bezig met het verwijderen van illegaal afgemeerde vaartuigen, snelheidscontroles en beoordeling van vergunningaanvragen. De BOA’s zijn belast met toezicht op de verkeersbesluiten (Scheepvaartverkeerswet) en het Binnenvaart Politiereglement. Toezicht en handhaving gebeurt strafrechtelijk (beboeting bij overtreding snelheidsverboden, illegaal ligplaats innemen etc.). Op het gebied van toezicht en handhaving is er de noodzaak om de capaciteit te vergroten, zie paragraaf 5.5. Toezicht en handhaving algemeen HDSR voert handhaving uit op het vaarwater en werkt hierin zoveel mogelijk samen met gemeentes en hulpdiensten. De BOA’s van HDSR hebben bevoegdheden vanuit de Scheepvaartverkeerswet en kunnen handhaven op nautische aspecten. BOA’s vanuit Omgevingsdiensten/gemeentes op milieuaspecten zoals geluid en stank. Uit de huidige praktijk volgt dat op de volgende aspecten handhaving noodzakelijk is om onveilige situaties of knelpunten voor het beheer te voorkomen: Overlast door stank, geluid of achterlaten afval; Afhandeling van ongevallen op de vaarweg waaronder aanvaringen, vergaan/zinken/brand van vaartuigen; Overschrijding toegestane vaarsnelheid; Zwemmen in de vaarweg (en met name nabij bruggen en sluizen); Afmeren op plaatsen waar dit niet is toegestaan; etc. Daarnaast verstrekken de handhavers informatie en instructies aan de vaarweggebruikers. Toezicht en handhaving vaste ligplaatsen In het verleden is niet of nauwelijks gehandhaafd op vaste ligplaatsen en daardoor is de situatie ontstaan dat er schepen zonder ontheffing of op ongewenste locaties lagen. Sinds een paar jaar wordt hierop actief gehandhaafd. Dit heeft geleid tot het opheffen van illegale ligplaatsen langs de Gekanaliseerde Hollandsche IJssel en Grecht. Vervolgacties voor de andere aangewezen vaarwegen dienen nog te worden uitgerold. De huidige Verkeersbesluiten vormen de juridische basis voor het algemene afmeerverbod, maar op dit moment ontbreekt een onderbouwing hiervan en wordt op een aantal locaties zoals Oude Rijn en Leidse Rijn vooralsnog gewerkt met een gedoogbeleid. Na de uitwerking van het ligplaatsenbeleid per vaarweg en het formaliseren van dergelijke situaties in verkeersbesluiten, op basis van een onderbouwde afweging ten aanzien van nautische veiligheid en andere belangen is één van de speerpunten voor de komende jaren. Daarna kan ook toezicht en handhaving plaatsvinden. Toezicht en handhaving passantenplaatsen HDSR ziet toe op naleving van het voorgeschreven gebruik van passantenvoorzieningen voor maximaal 3x24 uur. Bij vermoedens van overtredingen wordt aan de hand van herhaaldelijk maken van foto’s beoordeeld of vaartuigen langer aangemeerd liggen dan toegestaan. Overtreders worden aangesproken, vaartuigen worden voorzien van een sticker en in ultimo worden vaartuigen weggesleept. 5.5Huidige situatie, knelpunten en gewenste situatie HDSR heeft voor het vaarwegbeheer de volgende functies in de formatie: Tabel 6: organisatie vaarwegbeheer HDSR Functie Fte Taken Beleidsadviseur 0,5 Opstellen en actualiseren vaarwegbeleid Vaarwegbeheerder 1 1e aanspreekpunt voor alle aspecten van het nautisch- en vaarwegbeheer op tactisch en operationeel niveau. Vaarwegbeheerder voert regie en zorgt voor vertaling van het beleid/strategie naar uitvoering. Inhoudelijke beoordeling van aanvragen voor werken in of nabij de het gebruik van het vaarwater (ligplaatsen, bedientijden objecten) ter ondersteuning van de uitvoerders Gebiedsbeheerders 0,25 Opstellen en actueel houden areaalinformatie en onderhoudsplannen Operationeel vaarwegbeheer (bijvoorbeeld borden nalopen, verzoeken voor ligplaatsen, havens en bruggen behandelen) Behandelen Bpr meldingen Toezicht en handhaving (extra BOA) 0,7 (wens: 2) Controle op naleving van bepalingen uit verkeersbesluiten en Scheepvaartverkeerswet / Binnenvaart Politiereglement. Handhaving op naleving van gebruiks-overeenkomsten. Toezicht op naleving van vergunning-voorschriften. Vergunningverlening - Behandelen van meldingen / vergunning-aanvragen (Keur) voor werken in of nabij de vaarwegen. Objectbediening 2 Bediening beweegbare bruggen en sluizen In de organisatie is behoefte aan duidelijke kaders om het vaarwegbeheer en hieraan gerelateerde belangen te kunnen behartigen. Vanuit deze kaders is de verdere ontwikkeling van een professionele taakopvatting en beheeraanpak, gericht op veilige vaarwegen en een structurele invulling met mensen en middelen om de verantwoordelijkheden als vaarwegbeheerder te kunnen invullen. Concreet zijn de volgende organisatorische maatregelen noodzakelijk om tot de gewenste situatie te komen: Uitbreiding van de beschikbare capaciteit voor toezicht en handhaving van 0,7 naar 2 fte. De huidige capaciteit is geraamd op toezicht op de Gekanaliseerde Hollandsche IJssel, maar wordt ook deels ingezet op de Kromme Rijn en de andere aangewezen vaarwegen. De recreatie op het water in het vaarseizoen en de behoefte aan toezicht (ook op andere aangewezen vaarwegen) neemt toe. Daarmee is ook de druk op ligplaatsen groter geworden. Dit vraagt om duidelijkheid in regelgeving die goed handhaafbaar is. Afhankelijk van keuzes over vaartuigen langs de Oude Rijn en Leidsche Rijn en de uitwerking van ligplaatsen langs de GHIJ, moet hier ook nog capaciteit voor worden vrijgemaakt. Buiten het vaarseizoen is sprake van een toename van zwerfboten en wrakken. Deze vaartuigen zorgen voor overlast en/of vormen een risico voor de waterkwaliteit. Berging hiervan kost veel tijd en capaciteit. Bij een verbod op brandstofmotoren op vaarwegen waar gemotoriseerd varen is toegestaan zal in de eerste jaren extra toezicht nodig zijn. Bovendien is de ervaring (in andere gemeenten/waterschappen) dat een dergelijk verbod zorgt voor een toename van het aantal zwerfboten. Uitrol van centrale procesafspraken binnen Team Vergunningverlening en eventueel met Grondzaken voor de wijze van afhandelen van aanvragen voor het gebruik van de vaarwegen, bijv. voor het formaliseren van ligplaatsgebruik. Beschikbaarheid van onderhoudsbudgetten voor een planmatige, structurele aanpak voor het ‘bakbeheer’ en de instandhouding van de scheepvaartvoorzieningen in eigen beheer van HDSR. 5.6Omgevingscommunicatie Samenwerking met provincies en gemeenten Het vaarweggebruik raakt aan andere functies en beleidsterreinen van andere overheden. Zo kunnen de eisen aan bevaarbare breedte, doorvaarthoogte en inpassing van ligplaatsen raakvlakken opleveren met andere belangen zoals ruimtelijke ordening, natuurontwikkeling en mobiliteitsvraagstukken. HDSR zet in op een integrale benadering en zoekt daarvoor afstemming met de inliggende gemeenten en provincies bij de afweging van de verschillende belangen. Informatievoorziening vaarweggebruikers HDSR hecht belang aan een zorgvuldige communicatie met omgevingspartijen. Vanuit de zorg voor de vaarwegen zal HDSR maatgericht met de gebruikers van zowel de door de Provincie en HDSR aangewezen vaarwegen over de beschikbaarheid ervan communiceren. Hierbij worden vier soorten informatie onderscheiden: specifieke informatie over varen op de vaarwegen van HDSR via de HDSR-website, algemene informatie over de vaarwegen op vaarweginformatie Nederland en stremmingsberichten op vaarweginformatie Nederland. Informatieverzoeken door vaarweggebruikers De HDSR-website geeft voor de vaarweggebruikers een overzicht van de mogelijkheden voor het varen op de vaarwegen van HDSR en de bijbehorende regels/voorschriften. Daarnaast zijn er links beschikbaar naar centrale vaarweginformatie. 5.7Objectbediening In en over de vaarwegen liggen diverse objecten die de vaarfunctie beïnvloeden: vaste bruggen, beweegbare bruggen, pontverbindingen en sluizen. Veel van de objecten zijn in beheer bij andere overheidspartijen of bij lokale stichtingen. De bediening van beweegbare objecten wordt in dat geval door deze partijen verzorgd. HDSR heeft een aantal van de objecten die in en over de wateren liggen in zijn beheer en verzorgt hiervan de bediening. Er wordt onderscheid gemaakt in het serviceniveau van de bediening in zomer en in de winter. In de winter wordt bediening alleen op afroep uitgevoerd. In de zomer is er bediening op vaste tijden. Op dit moment zijn voor de vaarwegen verschillende momenten voor start en einde van het zomerseizoen van toepassing en daardoor zijn er verschillende bedieningsperiodes voor de objecten. Op basis van monitoring van het gebruik van de sluizen/vaarwegen zal bekeken worden of uniformicering van het zomer- en winterseizoen voor alle vaarwegen mogelijk is. Wijzigingen van bedientijden zullen altijd in nauw overleg met de andere objectbeheerders op het vaarwater worden doorgevoerd. HDSR heft geen brug- en sluisgelden, alle vaarweggebruikers kunnen kosteloos gebruik maken van de objecten. De kosten van bediening worden uit de algemene middelen betaald. Tabel 7 geeft een overzicht van de verschillende sluizen. Tabel 7: overzichtstabel objectbediening Vaarweg Naam object en plaats Afmetingen38 De afmetingen van de sluizen zijn afkomstig van de website van HDSR. In 2023 wordt een meetcampagne uitgevoerd om de sluizen allemaal in te meten, mogelijk leidt tot aanpassingen van de genoemde maten in de tabel. Type bediening Oude Rijn Sluis en fiets/voetbrug Haanwijk te Harmelen (Km 9,05) Lengte: 17,0 m Breedte: 3,05 m Lokale bediening door sluiswachter op de sluis Oude Rijn Sluis en brug Bodegraven (Km 28,20) Lengte: 40,0 m Breedte: 5,57 m Doorvaarthoogte gesloten brug: 1,2 m Lokale bediening vanuit bediengebouw door sluiswachter Lange Linschoten Sluis Oudewater, vaste boogbrug over deel van de sluiskolk Lengte: 15,0 m Breedte: 4,0 m Doorvaarthoogte onder vaste boogbrug: max. 1,3 m Zelfbediening Dubbele Wiericke Goejanverwelle sluis, vaste boogbrug over deel van de sluiskolk (Km 0,03) Lengte: 18,0 m, Wijdte: 4,0 m, Doorvaarthoogte onder vaste boogbrug: max. 2,2 m Zelfbediening Grecht Schutsluis Woerdense Verlaat (Km 11,05) Lengte: 30,0 m, Breedte: 5,1 m Lokale bediening door sluiswachter Gekanaliseerde Hollandsche IJssel Waaiersluis Gouda Lengte: 23,15 m, Breedte: 6,0 m Lokale bediening door sluiswachter Doorslag Doorslagsluis Nieuwegein Lengte: 49,0 m, Breedte: 5,8 m De doorslagsluis is geen sluis meer. Bij calamiteiten wordt de Doorslag in de oude Doorslagsluis met balken afgesloten. 6.Implicaties - vervolgacties Met het vastleggen van het strategische vaarwegbeleid zijn de kaders/richtlijnen voor HDSR vastgelegd hoe om te gaan met de vaarwegen binnen HDSR. De komende jaren zal een nadere uitwerking plaatsvinden op het tactische en operationele niveau. In deze Nota Vaarwegbeleid zijn de volgende acties voor verdere implementatie van het vaarwegbeleid opgenomen: In deze Nota is uitgegaan van behouden van wat er aan vaarwegen is en de balans zoeken tussen varen en ecologie. In overleg met het dagelijks bestuur zal een nadere visie op de toekomst van de vaarwegen opgesteld worden. HDSR wil bijdragen aan de transitie naar duurzaam varen. Voor de vaarwegen die onderdeel zijn van het BRTN of Sloepennetwerk volgt HDSR hierin de landelijke ontwikkelingen. Voor de overige, door HDSR aangewezen vaarwegen, kan hiervan worden afgeweken. In de bestuursperiode 2023-2026 wordt verder uitgewerkt hoe HDSR het duurzaam varen wil stimuleren. Gemeenten en HDSR zullen de eventuele juridische verankering gezamenlijk verder uitwerken. Overwegingen aangaande de verkeersveiligheid en innovaties op het gebied van niet-fossiele energiebronnen zullen onderdeel zijn van de uitwerking, waarbij gemeenten, belangenorganisaties en kennisinstituten geconsulteerd zullen worden. In deze rapportage is een globale onderbouwing gegeven van de huidige afmetingen van de vaarweg in relatie tot de benodigde breedte, diepte en doorvaarthoogte voor de betreffende vaarwegklasse. Op tactisch niveau zal dit nog nader beschouwd worden (in ieder geval een toets van de brughoogtes voor de nieuwe categorieën). Indien nodig, zullen de huidige Verkeersbesluiten aangepast worden. Op tactisch niveau zal een nadere beschouwing van de vaarsnelheid per vaarweg plaatsvinden. Indien nodig, zullen de huidige Verkeersbesluiten aangepast worden. Voor de Gekanaliseerde Hollandsche IJssel wordt de snelheid in de bebouwde kom verhoogd van 4,5 km/uur naar 6 km/uur. De huidige snelheid ligt niet vast in een Verkeersbesluit. Op tactisch niveau nader onderzoek of de Watergang Bijleveld naar Kockengen aangewezen kan worden als vaarweg. Op tactisch niveau zal op basis van de criteria voor ligplaatsen een nadere uitwerking van ligplaatsen per vaarweg uitgewerkt kunnen worden en dit kan dan leiden tot aanpassing van huidige Verkeersbesluiten. Voor de Gekanaliseerde Hollandsche IJssel zijn momenteel per gemeente Verkeersbesluiten vastgesteld. HDSR wil graag een overkoepelend Verkeersbesluit in de toekomst vaststellen. Mocht bij de uitwerking op tactisch niveau blijken dat bij momenteel vergunde ligplaatsen nautische knelpunten aanwezig zijn dan zal HDSR deze vergunningen uitfaseren. Na de nadere uitwerking van het ligplaatsenbeleid per vaarweg zal ook meer duidelijkheid komen voor vaarwegen zoals de Leidsche Rijn en de Oude Rijn Oost waar nu schepen afgemeerd liggen waar dat formeel niet toegestaan is. Als er een onderbouwing is waar wel en niet kan worden afgemeerd en dit in een Verkeersbesluit is geregeld, dan zal ook handhaving conform de tactische uitwerking van het vaarwegbeleid moeten plaatsvinden. Op tactisch niveau zal het beleid ten aanzien van evenementen op de vaarwegen vertaald worden naar richtlijnen en voorwaarden. Mocht in de toekomst het maaien van watergangen vanuit nautisch oogpunt noodzakelijk worden dan zal hier een besluit over genomen moeten worden en financiering voor geregeld moeten worden. Uitrol van centrale procesafspraken binnen Team Vergunningverlening en eventueel met Grondzaken voor de wijze van afhandelen van aanvragen voor het gebruik van de vaarwegen, bijv. voor het formaliseren van ligplaatsgebruik. HDSR zal voor vergunningen/huurovereenkomsten voor de ligplaatsen langs de vaarweg (“schaarse” vergunningen) een verdelingsbeleid ontwikkelen waarin verzekerd wordt dat aan alle (potentiële) gegadigden gelijke kansen worden geboden. Voor toezicht en handhaving een uitbreiding van 0,7 fte naar 2 fte gewenst. HDSR zet in op een integrale benadering en zoekt daarvoor afstemming met de inliggende gemeenten en provincies bij de afweging van de verschillende belangen. Het actualiseren van de informatievoorziening voor de vaarweggebruikers. Op basis van monitoring van het gebruik van de sluizen/vaarwegen zal bekeken worden of uniformicering van het zomer- en winterseizoen in de objectbediening voor alle vaarwegen mogelijk is. Wijzigingen van bedientijden zullen altijd in nauw overleg met de andere objectbeheerders op het vaarwater worden doorgevoerd. Toekennen BRTN klasses (na check doorvaart- hoogte en breedte van bruggen) in overleg met provincies en Stichting Waterrecreatie Nederland. Verkeersbesluiten Enkele Wiericke, Vlist en bovenloop Kromme Rijn in overeenstemming brengen met het beleid. Doorlopen afwegingskader om eventueel vaarsnelheden in de verkeersbesluiten aan te passen. Het op tactisch niveau opstellen en vaststellen Verkeersbesluiten voor de GHIJ. 7.Begrippenlijst en afkortingen Begrippenlijst CEMT-klasse: door de Conférence Européenne des Ministres de Transport vastgestelde klassering van vaarwegen opgenomen in de Richtlijnen vaarwegen zoals periodiek vast te stellen door de Minister van Infrastructuur en Milieu Keur: De Keur is een verordening van het waterschap, waarin aangegeven wordt wat wel en wat niet mag in relatie tot beheer en behoud van het watersysteem. Deze verordening is gericht op iedereen binnen het beheergebied van het waterschap die een activiteit of handeling op of bij het water of een waterkering onderneemt: particulier, ondernemer, medeoverheid, nutsbedrijf of een ander rechtspersoon. Legger: Een legger is een verzameling van kaarten en profielen waarop staat aangegeven waar oppervlaktewater en waterkeringen precies liggen en welke afmetingen ze moeten hebben, evenals de onderhoudsverplichtingen daarvan. Ligplaats: Gelegenheid om met een schip te liggen; Motorschip: schip dat gebruik maakt van zijn mechanische middelen tot voortbeweging, met uitzondering van een schip waarvan de motor slechts wordt gebruikt ter verbetering van zijn bestuurbaarheid, wanneer het wordt gesleept of geduwd Nautisch beheer: Het nautisch beheer betreft het regelen van het scheepvaartverkeer door middel van borden, regelgeving en toezicht en handhaving, met het oog op de veiligheid van de scheepvaart en het beschermen van de vaarweg, oevers, waterkeringen, landschap e.d. (op basis van de Scheepvaartverkeerwet). Nautisch beheerder: openbaar lichaam dat met het nautisch beheer is belast dan wel waaraan de uitvoering van het nautisch beheer is/wordt opgedragen; Oever: aanwezige natuurlijke overgang van water naar land of aangebrachte oeverconstructie met inbegrip van de daarvoor noodzakelijke verankering; Onderhoudsplichtige: natuurlijke persoon of rechtspersoon die op grond van de wet, dan welconcessie, eigendom, overeenkomst of anderszins verantwoordelijk is voor het onderhoud van oevers en/of werken op, aan, over of boven een vaarweg; Schip: schip als bedoeld in artikel 1.01, onder A, onderdeel 1o, van het Binnenvaartpolitiereglement: elk vaartuig met inbegrip van een vaartuig zonder waterverplaatsing en een watervliegtuig, gebruikt of geschikt om te worden gebruikt als een middel van vervoer te water Sloepennetwerk: het netwerk zoals omschreven op www.sloepennetwerk.nl. Dit is een bewegwijzerd knooppuntennetwerk voor sloepvaren en andere boten die passen binnen de dimensionering van de wateren die deel uitmaken van het sloepennetwerk. Vaarstrook: dat deel van de vaarweg dat uitsluitend bestemd is voor varend verkeer. Vaartuig: onder vaartuig wordt mede verstaan een vaartuig zonder waterverplaatsing, een drijvend casco, een vaartuig in aanbouw en een vaartuig dat de geschiktheid tot varen of drijven heeft verloren; Vaarweg: elk voor het openbaar verkeer met schepen openstaand water. HDSR maakt onderscheid tussen: Aangewezen vaarwegen door Provincie (op grond van Waterwet art. 3.2) Aangewezen vaarwegen door HDSR Vaarwegbeheer: het vaarwegbeheer betreft de zorg voor en de aanleg en instandhouding van infrastructurele voorzieningen die nodig zijn voor het gebruik van het water door de scheepvaart.; Vaarwegbeheerder: Openbaar lichaam dat met het vaarwegbeheer ingevolge de Waterwet is belast dan wel waaraan de uitvoering van het vaarwegbeheer is opgedragen; Medewerker van HDSR die het vaarwegbeheer uitvoert Watersysteem: Een in een bepaald gebied aanwezig samenhangend stelsel van oppervlaktewater en grondwater, inclusief oevers, waterbodems en kunstwerken voor het waterbeheer. Waterstaatkundig beheer: Het waterstaatkundig beheer omvat alle handelingen en activiteiten voor een goed functionerend watersysteem. Daarbij houdt het naast veiligheid, kwantiteit en kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater rekening met de maatschappelijke functie van het watersysteem Afkortingen BPR Binnenvaartpolitiereglement BRTN Basisvisie Recreatietoervaart Nederland CEMT Conférence Européenne des Ministres des Transports (CEMT) GHIJ Gekanaliseerde Hollandsche IJssel HDSR Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden SVW Scheepvaartverkeerswet WW Waterwet 8.Referenties Rijkswaterstaat, Richtlijnen Vaarwegen 2020, 20 november 2020 Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden, Nota vaarwaterbeleid39 Deze Nota vaarwaterbeleid wordt vervangen door onderliggende rapportage Vaarwegbeleid 2023. DM 1021851, 3 december 2015 Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden, Keur2018 Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, 16 februari 2023 (ingangsdatum) Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden, Leggernota oppervlaktewateren 2020, oktober 2020 Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden, Verkeersbesluit voor de niet-aangewezen vaarwegen, 16 februari 2023 (DM1851498) Provincie Utrecht, Interim40 De Omgevingsverordening provincie Utrecht 2022 is op 30 maart 2022 vastgesteld door Provinciale Staten. Totdat de Omgevingswet ingevoerd wordt, geldt de Interim Omgevingsverordening. Dit is naar verwachting 1 januari 2024. omgevingsverordening provincie Utrecht, 10 maart 2021 Provincie Utrecht, Besluit minimaal benodigde vaarwegdiepten 2016, 19 januari 2016, nr. 817B07D9 Provincie Utrecht, Besluit minimaal benodigde doorvaarthoogten, 15 september 2015, nr. 81633562E Provincie Zuid-Holland, Rapportage onderzoek drenkelingen- en fauna uittreedvoorzieningen, 11 april 2018 Provincie Zuid-Holland, Omgevingsverordening Zuid-Holland, 20 februari 2019 (tot 1 januari 2024 geldig) Provincie Zuid-Holland, Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, gaat in op 1 januari 2024 Provincie Zuid-Holland, Fijnmazig vaarnetwerk Zuid-Holland, versie december 2022 (concept) Rijkswaterstaat, Leidraad faunavoorzieningen bij infrastructuur 2021, juli 2021 Provincie Zuid-Holland, Verordening nautisch beheer Zuid-Holland, 2022. Provincie Zuid-Holland, Uitvoeringsregeling vaarwegprofielen Zuid-Holland, 2015. Tabel 8: Overzicht Verkeersbesluiten HDSR aangewezen vaarwegen waar gemotoriseerd gevaren mag worden Vaarweg Verkeersbesluit Datum* Grecht Verkeersbesluit vaarweg de Grecht 10-07-2021 DM 1018921 Dubbele Wiericke Verkeersbesluit vaarweg de Dubbele Wiericke 10-07-2021 DM 1020273 Gekanaliseerde Hollandsche IJssel en Doorslag Verkeersbesluit Ligplaatsenbeleid Gekanaliseerde Hollandsche IJssel 20-06-2006 UT2006/2830 DM53PRD-#798813 Verkeersbesluit Ligplaatsen op de Gekanaliseerde Hollandse IJssel in de gemeente Oudewater 13-05-2003 UT-03/ANE-008 DM53PRD-#798816 Verkeersbesluit Ligplaatsen Gekanaliseerde Hollandsche IJssel in Oudewater (aanvulling op besluit 2003) 20-10-2008 RWS/DUT-2008/4525 DM53PRD-#798814 Verkeersbesluit Ligplaatsen op de Gekanaliseerde Hollandse IJssel in Hekendorp 02-06-2008 RWS/DUT-2008/2758 DM53PRD-#798815 Verkeersbesluit Ligplaatsen op de Gekanaliseerde Hollandse IJssel in Gouda 25-01-2007 RWS/DUT-2007/252 DM53PRD-#840964 Wijziging Verkeersbesluit Ligplaatsen op de Gekanaliseerde Hollandse IJssel in Gouda 11-05-2007 UT-2007/1606 DM53PRD-#840965 Verkeersbesluit Ligplaatsen op de Gekanaliseerde Hollandse IJssel in Haastrecht 14-03-2007 UT-2007/913 DM53PRD-#840966 Verkeersbesluit Ligplaatsen op de Gekanaliseerde Hollandse IJssel in Montfoort 25-01-2007 UT-2007/250 DM53PRD-#840967 Wijziging Verkeersbesluit Ligplaatsen op de Gekanaliseerde Hollandse IJssel in Montfoort 07-01-2008 UT-2007/4211 DM53PRD-#840968 Verkeersbesluit Ligplaatsen op de Gekanaliseerde Hollandse IJssel in Nieuwegein 25-01-2007 UT-2007/251 DM53PRD-#840969 Verkeersbesluit Ligplaatsen op de Gekanaliseerde Hollandse IJssel in IJsselstein 4-08-2005 UT-05/WSD DM53PRD-#840970 Verkeersbesluit Ligplaatsen Gekanaliseerde Hollandsche IJssel in de gemeente IJsselstein 26-09-2006 UT 2006/3606 DM53PRD-#840971 Verkeersbesluit "Ligplaatsen aan het Merwedekanaal (benoorden de Lek) en aan de Doorslag in de gemeente Nieuwegein" 07-09-2001 ANE-008 Wijziging Verkeersbesluit Ligplaatsen aan het Merwedekanaal (benoorden de Lek) en aan de Doorslag in de gemeente Nieuwegein 17-12-2009 RWS/DUT- 2009/5547 DM53PRD-#1671598 Wijziging Verkeersbesluit Ligplaatsen aan het Merwedekanaal (benoorden de Lek) en aan de Doorslag in de gemeente Nieuwegein 23-06-2020 RWS-2020/354 DM53PRD-#1858228 Kromme Rijn benedenloop** Verkeersbesluit vaarwater de Kromme Rijn 16-02-2023 DM 1810472 Leidsche Rijn Verkeersbesluit vaarwater de Leidsche Rijn en de Oude Rijn Oost 10-07-2021 DM 1021163 Oude Rijn Oost Verkeersbesluit vaarwater de Leidsche Rijn en de Oude Rijn Oost 10-07-2021 DM 1021163 Jaap Bijzerwetering Verkeersbesluit vaarwater de Lange en Korte Linschoten, Jaap Bijzerwetering en Montfoortsevaart 10-07-2021 DM 1021851 Korte Linschoten Verkeersbesluit vaarwater de Lange en Korte Linschoten, Jaap Bijzerwetering en Montfoortsevaart 10-07-2021 DM 1021851 Lange Linschoten Verkeersbesluit vaarwater de Lange en Korte Linschoten, Jaap Bijzerwetering en Montfoortsevaart 10-07-2021 DM 1021851 Montfoortse Vaart Verkeersbesluit vaarwater de Lange en Korte Linschoten, Jaap Bijzerwetering en Montfoortsevaart 10-07-2021 DM 1021851 Enge IJssel Verkeersbesluit vaarwater de Enge en Kromme IJssel 10-07-2021 DM 1020277 Kromme IJssel Verkeersbesluit vaarwater de Enge en Kromme IJssel 10-07-2021 DM 1020277 ** Voor de door HDSR genomen besluiten geldt, dat dit de datum is dat het besluit van kracht geworden is * Tracédeel aterlinieweg Utrecht – Sluis Werkhoven Overzicht Verkeersbesluiten HDSR met een gemotoriseerd vaarverbod De Enkele Wiericke en de Bovenloop van de Kromme Rijn zijn aangewezen vaarwegen voor nautisch beheer maar in het Verkeersbesluit is vastgelegd dat gemotoriseerd vaarverkeer niet mag plaatsvinden. De Vlist is niet aangewezen voor nautisch beheer, maar in een Verkeersbesluit is nogmaals vastgelegd dat gemotoriseerd vaarverkeer niet mag plaatsvinden. Tabel 9: Overzicht Verkeersbesluiten HDSR met een gemotoriseerd vaarverbod Vaarweg Verkeersbesluit Datum Kromme Rijn bovenloop (Waterlinieweg Utrecht – Sluis Werkhoven) Verkeersbesluit vaarwater de Kromme Rijn 16-02-2023 DM 1810472 Enkele Wiericke Verkeersbesluit vaarweg de Enkele Wiericke 10-07-2021 DM 1020579 De Vlist Verkeersbesluit vaarweg de Vlist 10-07-2021 DM 1020123 Vastgesteld in de openbare vergadering van het algemeen bestuur van 15 mei 2024Secretaris, F.H.M. ApeldoornVoorzitter, J.C.H. HaanBijlage1.Aangewezen vaarwegen bij Verkeersbesluit De onderstaande tabel betreft de niet door de provincie aangewezen vaarwegen. De bovenstaande tabel is afkomstig uit het Verkeersbesluit voor de niet-aangewezen vaarwegen (DM1851498). In deze tabel staan een aantal omissies/aandachtspunten: Enge IJssel: loopt tussen de Lopikerwetering en Kromme IJssel (i.p.v. Enge IJssel) In de tabel is niet aangeven of de sluizen wel of niet onderdeel uitmaken van de aangewezen vaarwegen Kromme Rijn bovenloop en Enkele Wiericke zijn door HDSR aangewezen. De aangewezen vaarwegen in Woerden en Utrecht zijn door de provincie Utrecht aangewezen. Dit is vastgelegd in de Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht 41 De Omgevingsverordening provincie Utrecht 2022 is op 30 maart 2022 vastgesteld door Provinciale Staten. Totdat de Omgevingswet ingevoerd wordt, geldt de Interim Omgevingsverordening. Dit is naar verwachting 1 januari 2024. Bijlage2.Wijzigingen ten opzichte van vaarwaterbeleid 2015 In deze bijlage zijn de wijzigingen t.o.v. het vaarwaterbeleid 2015 samengevat. Algemene wijzigingen vaarwaterbeleid In de Nota vaarwaterbeleid 2015 is het vaarwaterbeleid alleen op hoofdlijnen uitgewerkt met algemene beleidspunten voor varen en het aanwijzen van vaarwegen en overige vaarwateren. Het onderliggende rapport Vaarwegbeleid 2023 geeft een verdergaande praktische uitwerking van het strategische vaarwegbeleid met daarbij een nadere uitwerking voor het aanwijzen van vaarwegen, het toestaan van vaartuigen, vaarsnelheid, ligplaatsen, objecten in en op de vaarweg en bijzondere situaties. De invulling per vaarweg zal op tactisch niveau uitgewerkt worden. Ook is het hoofdstuk mensen en middelen toegevoegd waarin de richtlijnen voor de mensen en middelen voor de organisatie van het vaarwegbeleid van HDSR op het strategische niveau uitgewerkt is. Daarbij wordt de wens geuit de inzet op handhaving te vergroten. De invulling van de exacte taken van het vaarwegbeheer is het tactische en operationele niveau. In deze nota is toegevoegd dat HDSR duurzaam varen wil stimuleren en dat dit in de bestuursperiode 2023-2026 verder uitgewerkt zal worden. Om de toegankelijkheid van de vaarwegen te kunnen borgen, kunnen watergangen uitgemaaid worden mits het maaien geen nadelige effecten heeft op de ecologie/waterkwaliteit. Tot op heden maait HDSR niet extra op de vaarwegen voor de recreatievaart. Mogelijk dat dat in de toekomst wel noodzakelijk gaat worden als bijvoorbeeld bepaalde exoten de recreatievaart hinderen. Wijzigingen m.b.t. aangewezen vaarwegen door HDSR 42 in Vaarwaternota 2015 overig vaarwater genoemd De Bovenloop van de Kromme Rijn, Enkele Wiericke en Vlist stonden in het vaarwaterbeleid 2015 in de tabel overige vaarwateren met daarbij de voetnoot dat er geen of zeer incidenteel en onder stringente voorwaarden gemotoriseerde recreatievaart is toegestaan. In het vaarwegbeleid 2023 zijn De Bovenloop van de Kromme Rijn, Enkele Wiericke en Vlist niet meer opgenomen bij de aangewezen vaarwegen door HDSR. Onderzoek watergang Bijleveld naar Kockengen als nieuw aan te wijzen vaarweg Wijzigingen m.b.t. toegestane scheepsafmetingen Op de website van HDSR zijn de volgende afmetingen voor de schepen opgenomen (zie onderstaande tabel.) De afmetingen zijn niet vastgelegd in het Vaarwaterbeleid 2015. Gewijzigde afmetingen 2023 Kromme Rijn: Lengte 9 m en breedte niet bepaald Leidsche Rijn: Lengte 9 m en breedte niet bepaald Oude Rijn Oost: Lengte 12 m en breedte 3,75m Jaap Bijzerwetering: Lengte 9 m en breedte niet bepaald Korte Linschoten: Lengte 9 m en breedte niet bepaald Lange Linschoten: Lengte 9 m en breedte niet bepaald Montfoortse Vaart: Lengte 9 m en breedte niet bepaald Dubbele Wiericke Oost: Lengte 12 m en breedte 3,75m Grecht: Lengte 15 m en breedte 4,25/4,5 m Gekanaliseerde Hollandsche IJssel: Lengte 38,50 m en breedte 5,05 m Voor de Kromme Rijn zijn in het Verkeersbesluit d.d. 16 februari 2023 afwijkende scheepsafmetingen t.o.v. afmetingen op de website opgenomen. In dit vaarwegbeleid zijn gestandaardiseerde afmetingen op basis van de RVW2020/BRTN opgenomen. Voor de Enge IJssel/Kromme IJssel zijn in het vaarwaterbeleid 2015 geen maximale lengte/breedte van vaartuigen en benodigde waterdiepte geadviseerd. In onderhavige vaarwegbeleid 2023 wel. Wijzigingen m.b.t. vaarsnelheid In het voorliggende vaarwegbeleid is vastgelegd dat HDSR kiest voor de vaarwegen BM, DM en E binnen bebouwde kom of ter plaatse van kwetsbare oevers, ligplaatsen of natuurwaarden en voor F en G vaarwegen voor een maximale snelheid van 6 km/uur. HDSR kiest voor maximale snelheid van 9 km/uur voor BM, DM en E vaarwegen buiten de bebouwde kom en waar geen kwetsbare oevers, ligplaatsen of natuurwaarden zijn. Voor de Gekanaliseerde Hollandsche IJssel wordt niet vastgehouden aan een snelheid van 4,5 km/uur binnen de bebouwde kom. Bijlage3.Ond