Protocol vermoedens integriteitsschendingen politieke ambtsdragers gemeente Veere De raad van de gemeente Veere; Op voorstel van de commissie integriteit van 3 juni 2024; Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 7 mei 2024; Gelet op: hoofdstuk 4 Uitvoering, lid 2 onder c. van de Gedragscode Integriteit raads- en commissieleden Veere en hoofdstuk 3 Uitvoering, lid 2 onder c. van de Gedragscode Integriteit dagelijks bestuur Veere; Besluit: 1. Vast te stellen het volgende Protocol vermoedens integriteitsschendingen politieke ambtsdragers gemeente Veere. Hoofdstuk1Inleiding Deze inleiding maakt integraal onderdeel uit van het onderstaande protocol. Gedragscodes integriteit zijn voor gemeenten verplicht op grond van de Gemeentewet. Politieke ambtsdragers zijn op de naleving van gedragscodes integriteit aanspreekbaar. Wanneer politieke ambtsdragers zich niet aan deze code houden kan dat gevolgen hebben voor hun functioneren en positie. Het rechtskarakter van een gedragscode integriteit is dat van een interne regeling in aanvulling op de wettelijke regels. De Gemeentewet laat de gemeente ruimte bij de inhoudelijke invulling. In het navolgende Protocol en stappenplan staat aangegeven welke stappen moeten worden gezet wanneer integriteit mogelijk geschonden wordt of daarvan het sterke vermoeden bestaat. Het Protocol kan worden beschouwd als een extra onderdeel van het integriteitsbeleid. Het biedt houvast en uniformiteit bij de aanpak van vermeende of daadwerkelijke schendingen. Belangrijk is ook de preventie: ervoor te zorgen dat integriteit en integriteitsbewustzijn in de bestuurlijke gremia een plek krijgen en daarbij afspraken te maken over een regelmatige bespreking van het thema integriteit, zowel in de volksvertegenwoordiging als met het bestuur. Hoofdstuk2Protocol Artikel2.1Algemene bepalingen 1. Dit protocol geldt voor politiek ambtsdragers van de gemeente Veere zijnde de burgemeester, wethouders, de raadsleden en (burger)leden van de raadscommissies. 2. In gevallen waarin dit protocol niet voorziet of waarbij de toepassing niet eenduidig is, wordt de handelwijze bepaald door het presidium, het college of de plaatsvervangend voorzitter van de raad, afhankelijk van de vraag of de melding een raads (- of raadscommissie)lid, een collegelid of de burgemeester betreft 3. Bij het gebruik van dit protocol is de ‘Gedragscode Integriteit politieke ambtsdragers Veere’ en de ‘Gedragscode Integriteit bestuurders Veere’ het uitgangspunt. 4. Het protocol is openbaar en voor iedereen te raadplegen via de gemeentelijke website. 5. Politiek ambtsdragers ontvangen (bij hun aantreden) een exemplaar van het protocol. Artikel2.2definities 1. Politieke ambtsdragers: burgemeester, wethouders, de raadsleden en (burger)leden van de raadscommissies 2. Melder: een ieder die een vermoeden van integriteitsschending heeft gemeld op grond van deze regeling. 3. Integriteitsschending: een gedraging van een politiek ambtsdrager die in strijd is met het handelen als ‘goed volksvertegenwoordiger’ of ‘goed bestuurder’. Het kan gaan om feiten die wettelijk strafbaar zijn, maar ook om handelingen die in strijd zijn met geschreven of ongeschreven regels. In bijlage 1 zijn voorbeelden van integriteitsschendingen opgenomen. 4. Externe onderzoeker: de onderzoeker of het onderzoeksbureau die in opdracht van de burgemeester onderzoek doet naar aanleiding van een melding van integriteitsschending of een incident. Artikel2.3Melding 1. Als het een vermoeden betreft, dat een collega politiek ambtsdrager zich mogelijk schuldig maakt aan een integriteitsschending, dan is de eerste stap om zelf contact op te nemen met deze collega. Er zou immers wellicht sprake kunnen zijn van een misverstand of onwetendheid. Mocht de gedraging zich daarvoor niet lenen, of er zijn andere redenen om niet het gesprek aan te gaan, dan is er de mogelijkheid om conform dit protocol een melding doen. 2. Een melding van een vermoeden van vermeende integriteitsschending door een politieke ambtsdrager kan door een ieder worden gedaan. Dit kan mondeling, schriftelijk of digitaal. 3. Een vermoeden van integriteitsschending van een politiek ambtsdrager (niet zijnde de burgemeester), wordt gedaan bij de burgemeester. 4. Meldingen over de burgemeester worden gedaan bij de plaatsvervangend voorzitter van de raad. In dat geval moet in de volgende bepalingen voor “burgemeester” gelezen te worden “de plaatsvervangend voorzitter van de raad”. 5. De melder kan desgewenst anoniem blijven. 6. Nadat de burgemeester de melding heeft ontvangen over het vermoeden van een integriteitsschending begaan door een politieke ambtsdrager, bevestigt hij de ontvangst van de melding schriftelijk aan de melder. De burgemeester wordt in het hele proces van melden tot en met afronding bijgestaan door de griffier voor meldingen over raadsleden en de gemeentesecretaris voor meldingen over collegeleden. 7. Nadat de ontvangst van de melding is bevestigd toetst de burgemeester ambtshalve de melding tegen de achtergrond van de vraag of zij zodanig concreet is en van een zodanige ernst dat een vooronderzoek als bedoeld in artikel 2.5 noodzakelijk is. Een integriteitsmelding wordt in ieder geval getoetst op: • De aard van het feit; • De ontvankelijkheid van de melding; • De ernst van de zaak; • De valideerbaarheid van feiten en omstandigheden; • De positie of persoon van de bron; • De persoon van het lid van de raad, commissie of college in kwestie; • De geloofwaardigheid/waarschijnlijkheid van signalen; • De spoedeisendheid/actualiteit van de melding. Artikel2.4Afhandeling melding 1. Op basis van de toets zoals opgenomen in artikel 2.3 besluit de burgemeester binnen: • de melding niet verder te behandelen of • vooronderzoek te doen. 2. Indien de burgemeester vaststelt dat de melding onvoldoende concreet is dan wel een onvoldoende ernstig karakter heeft, besluit hij het onderzoek niet verder voort te zetten. Van deze beslissing worden de melder en de politieke ambtsdrager over wie de melding is gedaan schriftelijk in kennis gesteld. 3. Indien de burgemeester op grond van de bevindingen vaststelt dat de melding voldoende concreet en een voldoende ernstig karakter heeft, besluit hij een vooronderzoek als bedoeld in artikel 2.5 in te stellen. 4. Indien de melding over de burgemeester gaat, neemt de plaatsvervangend voorzitter van de raad het besluit als bedoeld in lid 2 en 3 van dit artikel, maar niet voordat hij de commissaris van de Koning van de melding in kennis heeft gesteld. Artikel2.5Vooronderzoek 1. Tenzij het belang van het onderzoek zich hiertegen verzet, wordt de betrokken politiek ambtsdrager van de beslissing een vooronderzoek in te stellen met inachtneming van artikel 2.6 in kennis gesteld. 2. Het vooronderzoek vindt plaats op een door de burgemeester te bepalen wijze, waarbij voor de betreffende melding de meest geëigende onderzoeksmethode wordt gekozen. Het onderzoek en de onderzoeksmethoden staan in verhouding tot de schending. 3. Van het vooronderzoek wordt een rapport van bevindingen opgemaakt. 4. De burgemeester doet vertrouwelijk mededeling van de resultaten van het vooronderzoek aan het presidium en het college. 5. Als het vooronderzoek geen aanleiding geeft voor het instellen van een nader onderzoek, besluit de burgemeester het onderzoek niet verder voort te zetten. Van deze beslissing worden de melder alsmede de politieke ambtsdrager over wie de melding is gedaan schriftelijk in kennis gesteld. 6. Indien op grond van de bevindingen uit het vooronderzoek als bedoeld in dit artikel de noodzaak blijkt tot het verrichten van een nader onderzoek, besluit de burgemeester een feitenonderzoek als bedoeld in artikel 2.7 in te stellen. Tenzij het vooronderzoek al voldoende helderheid over de schending geeft. 7. Indien de melding over de burgemeester gaat, neemt de plaatsvervangend voorzitter van de raad het besluit als bedoeld in lid 4 en 5 van dit artikel, maar niet voordat hij de commissaris van de Koning van de melding in kennis heeft gesteld. Artikel2.6Kennisgeving aan betrokkene 1. In de kennisgeving als bedoeld in artikel 2.5 is in ieder geval opgenomen: • een omschrijving van het handelen of nalaten dat aanleiding is tot het instellen van het onderzoek; • de melding dat betrokkene en getuigen kunnen worden gehoord; • de melding dat de betrokken politieke ambtsdrager zich kan laten bijstaan door een advocaat; • de melding dat als andere feiten en omstandigheden bekend worden die van belang zijn voor het bepalen van de omvang, aard en ernst van de integriteitsschending, het onderzoek zich kan uitstrekken tot die feiten en omstandigheden. 2. De betrokken politieke ambtsdrager ontvangt bij de brief zoals genoemd in het vorige lid als bijlage: • het Protocol vermoedens integriteitsschendingen politieke ambtsdragers gemeente Veere; • de vigerende gedragscode. Artikel2.7Feitenonderzoek 1. Tenzij het belang van het onderzoek zich hiertegen verzet, wordt de betrokken politiek ambtsdrager van de beslissing een feitenonderzoek in te stellen met inachtneming van artikel 2.6 in kennis gesteld. Tevens worden het presidium, het college en de melder in kennis gesteld. De plaatsvervangend voorzitter van de raad stelt ook de commissaris van de Koning van de beslissing in kennis in het geval de melding over de burgemeester gaat. 2. Als informeren van de betrokkenen niet in het belang van het onderzoek is worden de betrokkenen geïnformeerd zodra het onderzoeksbelang hierdoor niet meer wordt geschaad. 3. De burgemeester kan een schriftelijke opdracht voor het feitenonderzoek aan een onafhankelijke externe onderzoeker verstrekken. De opdracht wordt voorbereid door de externe deskundige als adviseur van de burgemeester. Indien de melding over de burgemeester gaat, verstrekt de plaatsvervangend voorzitter van de raad de opdracht. In de onderzoeksopdracht (zowel intern als extern) is in ieder geval opgenomen: • de aanleiding van het feitenonderzoek; • de onderzoeksopdracht met duidelijk omschreven onderzoeksvragen en -methoden; • het normenkader dat gehanteerd wordt; • dat betrokkenen en getuigen worden gehoord en dat hoor en wederhoor wordt toegepast; • de verwachte duur van het feitenonderzoek; • de overeengekomen kosten van het feitenonderzoek; • van welke bevoegdheden de externe partij gebruik mag maken; • de rolverdeling tussen onderzoeker en opdrachtgever; • de omgang met tussentijdse wijzigingen en eventuele uitbreiding van de werkzaamheden; • dat de externe partij werkt met inachtneming van dit Protocol; • de wijze waarop gecommuniceerd zal worden gedurende het vervolgonderzoek; • de wijze waarop de rapportage aan de opdrachtgever wordt verstrekt; • de afbakening van het onderzoek (welke werkzaamheden worden wel van de onderzoekers verwacht en welke niet). 4. De bevindingen uit het feitenonderzoek worden vastgelegd in een onderzoeksrapportage. Artikel2.8Kennisgeving aan betrokkene 1. In de kennisgeving als bedoeld in artikel 2.6 is in ieder geval opgenomen: • een omschrijving van het handelen of nalaten dat aanleiding is tot het instellen van het onderzoek; • de melding dat betrokkene en getuigen kunnen worden gehoord; • de melding dat de betrokken politieke ambtsdrager zich kan laten bijstaan door een advocaat; • de melding dat als andere feiten en omstandigheden bekend worden die van belang zijn voor het bepalen van de omvang, aard en ernst van de integriteitsschending, het onderzoek zich kan uitstrekken tot die feiten en omstandigheden. 2. De betrokken politieke ambtsdrager ontvangt bij de brief zoals genoemd in het vorige lid als bijlage: • het Protocol vermoedens integriteitsschendingen politieke ambtsdragers gemeente Veere; • de vigerende gedragscode. Artikel2.9Onderzoekrapportage feitenonderzoek 1. Van de resultaten van het feitenonderzoek wordt een rapportage opgesteld. De onderzoeksrapportage bevat alle informatie die nodig is om een oordeel te kunnen vormen over de aannemelijkheid en mate van verwijtbaarheid van het vermoeden van de integriteitsschending. 2. De onderzoekrapportage wordt door de burgemeester vertrouwelijk aangeboden aan de gemeenteraad en het college, maar niet voordat hij over de vertrouwelijkheid advies aan het presidium heeft gevraagd. In het geval de melding betrekking heeft op een (voormalig) wethouder vraagt de burgemeester ook eerst advies aan het college. Met inachtneming van de bepalingen uit de Gemeentewet neemt de burgemeester ook een standpunt in over het opleggen van geheimhouding op de onderzoeksrapportage en andere op de zaak betrekking hebbende stukken. 3. De betrokkene wordt in beginsel altijd geïnformeerd over het vervolgtraject. 4. Het presidium oordeelt of het onderzoeksrapport in de raadsvergadering wordt behandeld en kan voorstellen om het rapport te behandelen in een besloten raadsvergadering. 5. Indien de melding betrekking heeft op de burgemeester handelt de plaatsvervangend voorzitter van de raad als bepaald in lid 2 van dit artikel, maar hij stelt hier ook de commissaris van de Koning van in kennis. Artikel2.10Besluitvorming 1. Na kennisname van de onderzoeksrapportage oordeelt de raad of het rapport aanleiding geeft om aangifte te doen of een ander middel in te zetten. 2. Met inachtneming van de bepalingen uit de Gemeentewet besluit de raad eveneens de eventueel opgelegde geheimhouding van de onderzoeksrapportage en andere op de zaak betrekking hebbende stukken te bekrachtigen, dan wel deze op te heffen. Artikel2.11Aangifte 1. Als er op enig moment een vermoeden is van een strafbaar feit doet de burgemeester, naar bevind na overleg met het presidium en/of het college, aangifte bij de politie. 2. Vanaf dat moment wordt alle beschikbare informatie voorgelegd aan de politie, eventueel na overleg met de officier van justitie. 3. Het bestaan van een strafrechtelijk onderzoek naar een strafbaar feit laat onverlet dat de burgemeester een feitenonderzoek, zoals bedoeld in artikel 2.6, kan instellen of een juridische procedure tegen de betrokken politieke ambtsdrager kan instellen. Artikel2.12Communicatie 1. De burgemeester draagt zorgt voor de interne- en externe communicatie. 2. Voor de interne- en externe communicatie worden de verschillende belangen, in het bijzonder het belang van het onderzoek, het belang van het beschermen van de persoonlijke levenssfeer van de melder en van de betrokken politieke ambtsdrager en het belang van transparantie nauwkeurig afgewogen. Artikel2.13Vermoeden van een opzettelijke valse beschuldiging 1. Als er op enig moment een vermoeden is van een opzettelijke valse beschuldiging doet de burgemeester, indien naar zijn oordeel sprake is van een strafbaar feit, aangifte bij de politie. 2. De gemeente kan bij een vermoeden van een opzettelijke valse beschuldiging de betreffende melder aansprakelijk stellen voor eventuele door de gemeente geleden schade (o.a. gemaakte onderzoekskosten). Artikel2.14Registratie en verslag 1. De gemelde vermoedens van integriteitsschendingen, de aard van de daarop volgende onderzoeken en de afdoeningen worden vastgelegd. 2. De burgemeester informeert de raad en het college jaarlijks schriftelijk over het gevoerde integriteitsbeleid, o.a. een geanonimiseerd overzicht van de gedane meldingen en de afhandeling daarvan. 3. Dit protocol wordt jaarlijks aan de hand van het jaarverslag geëvalueerd. Artikel3Slotbepaling 1. Dit protocol wordt aangehaald als ‘Protocol vermoedens integriteitsschendingen politieke ambtsdragers gemeente Veere’ en treedt in werking op de dag na bekendmaking. Domburg, 3 juli 2024De raad van de gemeente Veere,De griffier, De voorzitter,Toelichting Wat is een integriteitsschending? Een integriteitsschending gaat over een gedraging van een politiek ambtsdrager die in strijd is met het handelen als ‘goed bestuurder’ of ‘goed volksvertegenwoordiger’. Het kan gaan om feiten die wettelijk strafbaar zijn, maar ook om handelingen die in strijd zijn met geschreven of ongeschreven regels. Een vermoeden is voldoende om een melding te doen. Het moet echter wel om een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden gaan. Dat wil zeggen op eigen kennis of waarneming en niet op basis van bijvoorbeeld horen zeggen. Niet elke schending is hetzelfde van gewicht. Ook de intentie kan verschillen. Er kan sprake zijn van een opzettelijke schending, maar ook van een schending uit onbekendheid of naïviteit. Elke schending wordt dan ook apart beoordeeld. Een melding verschilt van een klacht. Een klacht is ‘een uiting van ongenoegen over de wijze waarop een bestuursorgaan zich in een bepaalde aangelegenheid jegens een natuurlijke persoon of een rechtspersoon heeft gedragen’. Het onderscheid is van belang omdat er verschillende procedures gelden voor deze categorieën. Niet altijd zal gelijk duidelijk zijn of het om een klacht of een melding gaat. Er zal dan naar bevind van zaken gehandeld worden. Anonieme meldingen Anonieme meldingen hebben hun beperkingen. Het feit dat de identiteit van de melder niet bekend is, vormt een complicerende factor bij de beoordeling en behandeling van de melding. Zo is het bijvoorbeeld voor onderzoekers niet mogelijk om nadere vragen te stellen aan de melder wanneer dat noodzakelijk zou zijn. Als een politieke ambtsdrager aarzelt om een vermoeden van een schending bij de burgemeester te melden, kan hij ook terecht bij de griffier (in geval van raads – of commissieleden) of de gemeentesecretaris (in geval van collegeleden). Behandeling van de melding Een integriteitsmelding wordt in ieder geval getoetst op: •De aard van het feit Waar gaat het precies om? Is het wel een integriteitsschending, is het een strafbaar feit, wat voor soort integriteitsschending is het? Is het signaal concreet? Is het nodig de commissaris van de Koning hierbij te betrekken? •De ontvankelijkheid van de melding Valt de gedraging binnen de sfeer van het bestuursorgaan? Is het bestuursorgaan in staat om hier een oordeel over te geven of een onderzoek naar uit te voeren? Zijn er procedures voor? •De ernst van de zaak Hoe ernstig is het voorval, gelet op het feit zelf, de omstandigheden, de (functie van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.