Beleidsregel Wet Bibob gemeente Amsterdam 2024Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam en de burgemeester van de gemeente Amsterdam, ieder voor hun eigen bevoegdheid, besluit de volgende regeling vast te stellen: Beleidsregel Wet Bibob gemeente Amsterdam 2024 1.Inleiding De gemeente Amsterdam past sinds 2003 de Wet Bibob toe. De Wet Bibob verschaft de gemeente Amsterdam de mogelijkheid zich via een Bibob-onderzoek te beschermen tegen het risico dat criminele activiteiten worden gefaciliteerd bij het verlenen van vergunningen, het verstrekken van subsidies, het gunnen van overheidsopdrachten of het aangaan van vastgoedtransacties. De Wet Bibob geeft de gemeente Amsterdam eigen beleidsruimte bij de besluitvorming omtrent het toepassen van uit deze wet voortvloeiende bevoegdheden. Met inachtneming van de wijzigingen van de Wet Bibob per 1 augustus 2020 en 1 oktober 2022, de actualiteit en de maatregelen tegen ondermijning uit het programma ‘De Weerbare Stad’ van de gemeente Amsterdam, is het Bibob-instrumentarium herijkt. Dit heeft in 2022 geresulteerd in een algemene beleidsregel, die duidelijkheid schept naar de burgers en de ondernemingen die aan een Bibob-onderzoek kunnen worden onderworpen. Ingegeven door de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 en andere (technische) wijzigingen (o.a. in wet- en regelgeving) is deze beleidsregel in 2024 geactualiseerd. Het resultaat is de Beleidsregel Wet Bibob gemeente Amsterdam 2024. Deze beleidsregel vervangt de beleidsregel uit 2022. 2.Begrippenlijst De definities in artikel 1, eerste lid van de Wet Bibob zijn van overeenkomstige toepassing op deze beleidsregel, tenzij daarover onderstaand anders is bepaald. Aanvraag: de aanvraag om een vergunning of een subsidie, het gunnen van een overheidsopdracht of het aangaan van een vastgoedtransactie; APV: Algemene Plaatselijke Verordening 2008 van de gemeente Amsterdam; Awb: Algemene wet bestuursrecht; Beschikking: een beschikking ter zake van een subsidie, alsmede een beschikking ter zake van een vergunning, toekenning, goedkeuring, erkenning, registratie, aanwijzing of ontheffing; Betrokkene: de aanvrager van een beschikking, de subsidie-ontvanger, de vergunninghouder, de gegadigde, de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een overheidsopdracht is of zal worden gegund, de onderaannemer, de natuurlijke persoon of rechtspersoon met wie een vastgoedtransactie is of zal worden aangegaan of met wie wordt onderhandeld over een dergelijke transactie, en de beoogd verkrijger van de erfpacht of de opstal waarvoor toestemming is gevraagd als bedoeld in de begripsbepaling “vastgoedtransactie”, zoals genoemd in artikel 1, eerste lid onder 2 van de Wet Bibob. Onder betrokkene wordt verder mede verstaan degene die op grond van feiten en omstandigheden redelijkerwijs met de aanvrager van de omgevingsvergunning gelijk kan worden gesteld (art. 5.31, tweede lid van de Omgevingswet) en een ander dan de aanvrager of de vergunninghouder voor wie de omgevingsvergunning zal gaan gelden (art. 5.37, tweede lid van de Omgevingswet); Bibob-vragenformulier: een formulier dat is gebaseerd op de regeling als bedoeld in artikel 7a, vijfde lid van de Wet Bibob; BIO: de Beleidsregel Integriteit en Overeenkomsten, door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 27 oktober 2015 en gewijzigd bij besluit van 28 maart 2017. De BIO geeft een overkoepelend kader voor screening van integriteit bij privaatrechtelijke overeenkomsten die de gemeente Amsterdam met andere partijen aangaat; Landelijk Bureau Bibob: het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur zoals bedoeld in artikel 8 van de Wet Bibob; Eigen onderzoek: de wijze waarop de gemeente Amsterdam in beginsel toepassing geeft aan artikel 7a van de Wet Bibob, waarbij onderzoek wordt gedaan naar feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 3, eerste tot en met zesde lid, en artikel 9, tweede en derde lid van de Wet Bibob. Gemeente Amsterdam: de burgemeester, onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam; RIEC: Regionaal Informatie en Expertise Centrum, het regionaal samenwerkingsverband zoals bedoeld in artikel 28, tweede lid, onder d van de Wet Bibob; Wet Bibob: Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur; Wok: Wet op de kansspelen; Zakelijke relaties: personen die (in)direct leiding geeft dan wel heeft gegeven aan, zeggenschap heeft dan wel heeft gehad over, vermogen verschaft dan wel heeft verschaft aan betrokkene, of in een zakelijk samenwerkingsverband tot hem staat of heeft gestaan. Waar in deze beleidsregel de gemeente Amsterdam wordt genoemd, wordt hiermee zowel het bestuursorgaan als – wanneer van toepassing – de rechtspersoon met een overheidstaak bedoeld. 3.Toepassingsbereik Wet Bibob De gemeente Amsterdam past de Wet Bibob risicogericht toe bij de volgende beschikkingen: Vergunningen Alcoholwetvergunning als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet; Exploitatievergunning voor horecabedrijven, inclusief coffeeshops als bedoeld in artikel 3.8 van de APV; Exploitatievergunning prostitutiebedrijven als bedoeld in artikel 3.27 van de APV; Exploitatievergunning escortbedrijven als bedoeld in artikel 3.40 van de APV; Exploitatievergunning seksinrichtingen als bedoeld in artikel 3.47 van de APV; Exploitatievergunning speelgelegenheden als bedoeld in artikel 3.54 van de APV; Exploitatievergunning voor het uitoefenen van bepaalde categorieën bedrijfsmatige activiteiten in een door de burgemeester aangewezen gebied, straat of gebouw als bedoeld in artikel 2.16a van de APV; Toegelaten Taxiorganisatie (TTO) vergunning (voor het laten aanbieden van taxivervoer op aangewezen delen van de openbare weg) als bedoeld in artikel 2.3, tweede lid van de Taxiverordening Amsterdam 2012; Omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten als bedoeld in artikel 5.31, eerste lid, aanhef en onder a van de Omgevingswet; Omgevingsvergunning voor omgevingsplanactiviteiten als bedoeld in artikel 5.31, eerste lid, aanhef en onder b van de Omgevingswet; Omgevingsvergunning voor milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 5.31, eerste lid, aanhef en onder c van de Omgevingswet; Aanvraag om een wijziging van het omgevingsplan vast te stellen als bedoeld in artikel 4.19b, eerste lid van de Omgevingswet; Evenementenvergunning als bedoeld in artikel 2.40 van de APV; Kansspelautomatenvergunning als bedoeld in artikel 30b Wok; Speelautomatenhallenvergunning als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onderdeel b van de Wok; Voorraadvergunning voor samenvoeging, onttrekking, omzetting en woningvorming als bedoeld in artikel 3.1.1., tweede lid van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2024; Splitsingsvergunning als bedoeld in artikel 3.4.2 van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2024; Vergunningplicht vakantieverhuur als bedoeld in artikel 3.7.4. van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2024; Vergunningplicht Bed & Breakfast als bedoeld in artikel 3.7.5. van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2024; Exploitatievergunning voor vervoer van personen als bedoeld in artikel 2.4.1 van de Verordening op het binnenwater 2010; De hier niet genoemde (toekomstige) gemeentelijke vergunningen(stelsels), in gevallen en onder de voorwaarden als genoemd in artikel 3 en volgende van de Wet Bibob. Subsidies Alle subsidies die door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam worden verleend. De gemeente Amsterdam kan de Wet Bibob toepassen bij de volgende privaatrechtelijke rechtshandelingen: Alle overheidsopdrachten; Vastgoedtransacties zoals gedefinieerd in de Wet Bibob. 4.Evaluatie en aanpassing De gemeente Amsterdam zal de inzet van het Bibob-instrumentarium blijvend evalueren. Aandachtspunten daarbij zijn onder andere knelpunten bij de uitvoering van de wet, juridische en maatschappelijke ontwikkelingen, samenwerking tussen partners en samenwerking met het Landelijk Bureau Bibob. De Beleidsregel Wet Bibob gemeente Amsterdam 2024 treedt in werking met ingang van 1 augustus 2024. De Beleidsregel Wet Bibob gemeente Amsterdam 2024 wordt aangehaald als ‘Beleidsregel Wet Bibob gemeente Amsterdam 2024’. De Beleidsregel Wet Bibob gemeente Amsterdam 2022 wordt ingetrokken met ingang van het moment waarop deze beleidsregel in werking treedt. Aldus vastgesteld in de vergadering van 25 juni 2024. De burgemeesterFemke HalsemaDe gemeentesecretarisPeter TeesinkBijlage: Toelichting 1. Werking Wet Bibob De Wet Bibob biedt de gemeente Amsterdam een instrument om onderzoek te verrichten naar de integriteit van de betrokkene en zijn zakelijke relaties. De gemeente Amsterdam heeft deze bevoegdheid bij publiekrechtelijke onderdelen (vergunningen en subsidies) en bij privaatrechtelijke onderdelen (vastgoedtransacties en overheidsopdrachten waarbij de gemeente Amsterdam privaatrechtelijke partij is). Op grond van de Wet Bibob kan de gemeente Amsterdam onderzoeken of er een risico bestaat dat uit strafbare feiten verkregen of te verkrijgen op geld waardeerbare voordelen worden benut (de zogenaamde a-grond) of dat er een risico bestaat om strafbare feiten te plegen (de zogenaamde b-grond). Verder kan de gemeente Amsterdam onderzoeken of ter verkrijging van de aanvraag of ter behoud van de verleende vergunning, verstrekte subsidie of aangegane vastgoedtransactie een strafbaar feit is gepleegd. Onder strafbaar feit wordt mede verstaan feiten waarvoor een bestuurlijke boete kan worden opgelegd. Voorbeelden van relevante strafbare feiten zijn het witwassen van zwart geld, valsheid in geschrifte, fraude of drugshandel. 1.1. Subsidiariteits- en proportionaliteitsbeginsel Bij de Wet Bibob zijn de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit belangrijke uitgangspunten. Bij subsidiariteit gaat het er om of het doel (de bescherming van de integriteit van de gemeente Amsterdam) ook op andere, minder ingrijpende manieren kan worden bereikt. Ten aanzien van de Wet Bibob betekent dit dat de Wet Bibob een ultimum remedium instrument moet zijn. De gemeente Amsterdam dient eerst te bekijken of bestaande weigerings- of intrekkingsgronden mogelijkheden bieden om een vergunning of een subsidie al dan niet te weigeren of in te trekken, een vastgoedtransactie niet aan te gaan, op te schorten of te ontbinden, of een overheidsopdracht niet te gunnen of te ontbinden. Op de tweede plaats dient de gemeente Amsterdam te onderzoeken of zij zelfstandig, op een eerder in de tijd gelegen moment en met zelfstandig verkregen informatie de Wet Bibob kan toepassen. Alle gangbare en minder vergaande mogelijkheden moeten zijn benut, voordat in het uiterste geval advies wordt gevraagd aan het Landelijk Bureau Bibob. Het proportionaliteitsbeginsel wordt door de gemeente Amsterdam tot uitdrukking gebracht door het Bibob-instrument risicogericht in te zetten op de plekken waar de kans op het onbewust faciliteren van criminele activiteiten het grootst is. In de praktijk betekent dit dat de gemeente Amsterdam de Wet Bibob zal toepassen om de mate van gevaar als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet Bibob te onderzoeken indien sprake is van: bezwaren met betrekking tot de integriteit van de betrokkene en zijn zakelijke relaties; geen tot onvoldoende transparantie met betrekking tot de bedrijfsstructuur, de organisatiestructuur en/of de wijze van financiering; specifieke branche- en/of locatierisico’s. In dergelijke gevallen worden in beginsel slechts die gegevens van de betrokkene verlangd die noodzakelijk zijn voor een adequate toetsing. Daarnaast moeten de gevolgen die voortvloeien uit de besluitvorming door de gemeente Amsterdam, gebaseerd op de resultaten van het Bibob-onderzoek, evenredig zijn aan de mate van gevaar. 1.2 Administratieve lasten De administratieve lasten worden zo veel mogelijk beperkt door – zoals in de vorige paragraaf is vermeld – de Wet Bibob risicogericht in te zetten. De gemeente Amsterdam doet dit ook door zoveel mogelijk gebruik te maken van eerder aangeleverde gegevens bij de gemeente Amsterdam. Mocht de betrokkene binnen een korte periode meerdere keren met dezelfde onderneming of voor hetzelfde project met de Wet Bibob in aanraking komen, dan worden de administratieve lasten ook zo veel mogelijk beperkt. Uitgangspunten hierbij zijn dat het eigen onderzoek van de gemeente Amsterdam zo vroeg mogelijk in het traject plaatsvindt, bij ongewijzigde omstandigheden slechts eenmaal wordt getoetst en reeds aangeleverde gegevens worden hergebruikt. Het is echter niet uit te sluiten dat aanvullende informatie wordt opgevraagd, omdat iedere beschikking, overheidsopdracht of vastgoedtransactie een eigen toetsingskader heeft en bij elke fase ook andere (rechts)personen betrokken kunnen zijn (bijvoorbeeld bij de financiering). 2. Beleidsregel Integriteit en Overeenkomsten (privaatrechtelijke rechtshandelingen) De Wet Bibob kan onder meer worden toegepast op vastgoedtransacties en overheidsopdrachten. Tevens is op deze privaatrechtelijke rechtshandelingen de Beleidsregel Integriteit en Overeenkomsten (hierna: BIO) van toepassing. De BIO geeft een overkoepelend kader voor de screening van integriteit bij privaatrechtelijke rechtshandelingen die de gemeente Amsterdam met andere partijen aangaat. Bij privaatrechtelijke rechtshandelingen wordt gestart met een screening op grond van de BIO. Indien noodzakelijk kan worden overgegaan tot een onderzoek op grond van de Wet Bibob. De Wet Bibob is als screeningsinstrument opgenomen in de BIO. De gemeente Amsterdam neemt in aanvulling op haar wettelijke rechten en bevoegdheden in elke privaatrechtelijke overeenkomst een integriteitsclausule op. Op basis hiervan heeft zij onder meer het recht om de betrokken partij(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.