Beleidsnotitie verruiming mogelijkheden Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB) in het buitengebied1.Inleiding We zien in toenemende mate dat er allerlei initiatieven ontstaan in vrijkomende agrarische bebouwing in het buitengebied. Initiatieven die niet passen binnen het huidige beleid voor vrijkomende agrarische bebouwing. Het beleid voor vrijkomende agrarische bebouwing dateert van 22 februari 2011 en is overgenomen in de Structuurvisie Buitengebied Peel en Maas. De zoektocht naar ruimte voor natuur, nieuwe economische dragers en stoppende agrarische bedrijven vanwege de stikstofproblematiek en/of de onzekerheden op de energiemarkt maken dat ons buitengebied transformeert. Daarnaast zijn we als gemeente minder goed in staat om starters en lokale bedrijven te faciliteren (een van de programmadoelen uit de kaderstelling Ruimte en Economie), mede ingegeven door de schaarse ruimte op onze industrieterreinen. Bovenstaande vraagt om het VAB-beleid na ruim dertien jaar weer te actualiseren en op die manier een verdere kwaliteitsverbetering voor deze locaties te faciliteren. Deze beleidsnotitie verruiming mogelijkheden VAB in het buitengebied is een nadere uitwerking van de in de omgevingsvisie vastgestelde kaders omtrent VAB-locaties. 2.Wat is een VAB? VAB staat voor vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing. Dit zijn voormalig agrarische gebouwen, binnen een agrarische bouwkavel, die niet meer als zodanig in gebruik zijn. Om te voorkomen dat deze gebouwen verpauperen en om ondermijning tegen te gaan, worden er voor deze locaties ruimere hergebruiksmogelijkheden en bebouwingsmogelijkheden geboden. Dit is mogelijk met toepassing van een wijzigingsbevoegdheid. Het VAB-beleid is alleen van toepassing voor die locaties met een agrarische bouwkavel/bestemming, waar ook een bedrijfswoning aanwezig is. Omdat de bedrijfswoning binnen de nieuwe bestemming, zoals een bedrijfsbestemming, een bedrijfswoning blijft, blijft er een koppeling tussen de woning en het nieuwe bedrijf. Dat betekent dat degene die het bedrijf heeft, ook in de woning woont. Indien een VAB-locatie verkocht wordt aan een burger, en de agrarische bestemming nog aanwezig is, kan er gebruik gemaakt worden van de VAB-regeling. Het gaat immers om kwaliteitswinst, dus het maakt ruimtelijk gezien niets uit wie (huidige eigenaar of nieuwe eigenaar) er zorgt voor de kwaliteitsverbetering. 3.Beleid vrijkomende agrarische bebouwing 2011 In het buitengebied ligt een groot aantal voormalige agrarische locaties en woningen waar veel opstallen aanwezig zijn. Het beleid voor vrijkomende agrarische bebouwing maakt herinvulling met niet-agrarische functies mogelijk. In het bebouwingslint en de zone in de nabijheid van kernen was ten aanzien van herinvulling voor niet agrarisch verwante bedrijven meer mogelijk dan in het overige buitengebied. Doelstellingen van het in 2011 vastgestelde beleid waren: Ruimte voor ontwikkeling met oog voor kwaliteit: Realiseren van kwaliteitsverbetering door afname van bebouwing in het buitengebied; Verloedering van het buitengebied tegengaan; Ontwikkelingen stimuleren. Het realiseren van kwaliteitsverbetering in het buitengebied door afname van bebouwing heeft in de afgelopen dertien jaar met name plaatsgevonden door toepassing van de sloopbonusregeling. Er is maar zeer beperkt gebruik gemaakt van de VAB-regeling met als doel vrijkomende bebouwing te hergebruiken voor een niet agrarisch bedrijf. Dit kwam doordat de mogelijkheden voor het vestigen van een niet agrarisch bedrijf (te) beperkt waren: niet agrarisch verwante bedrijven mochten enkel in een bebouwingslint of kernrandzone gevestigd worden; Enkel bedrijven passend binnen (milieu)categorie 1 en 2 konden op een VAB-locatie gevestigd worden. Dit betreft hoofdzakelijk (vaste) opslag en stalling voor caravans/campers. 4.Verwachte leegstand en gevolgen voor agrarische bedrijven en het buitengebied Er is op dit moment al sprake van behoorlijke leegstand van agrarische bedrijven en de verwachting is dat deze leegstand verder zal toenemen. Enerzijds doordat agrarische bedrijven als gevolg van de stikstof- en energieproblematiek zullen stoppen binnen afzienbare tijd. Vanwege het slecht(ere) economisch perspectief ontbreekt het deze bedrijven aan bedrijfsopvolgers dan wel kopers. Anderzijds zal een aanzienlijk deel van de huidige agrariërs stoppen vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. In 2014 voorspelde Alterra al in haar rapport ‘Vrijkomende agrarische bebouwing in het landelijk gebied’ dat de oppervlakte aan vrijkomende agrarische bebouwing in onze gemeente tot 2030 op kan lopen tot 24 hectare. Hierbij is de verwachting dat 50% van deze bebouwing geen nieuwe functie kan krijgen. De oude bebouwing is vaak niet functioneel, blijvers willen nieuwbouw en starters hebben vaak geen geld om de oude bebouwing te slopen. De problematiek rondom de toename van het aantal stoppers en de toenemende leegstand is meer dan een ruimtelijke opgave. Agrariërs hebben hun pensioen van oudsher ‘belegd’ in de waarde van de bedrijfskavel en de agrarische gebouwen. Als deze onverkoopbaar worden dan heeft dat effect op het inkomen en het welzijn van een deel van de gestopte agrariërs. Stoppers kunnen na verloop van tijd in financiële problemen komen. Uit de gevoerde gesprekken blijkt dat dit voor veel stoppers het geval is. Brede sociaal-maatschappelijke problemen in het landelijk gebied liggen op de loer. De aanpak van leegstand vraagt dan ook om een meer integrale benadering, waarbij een oplossingsrichting moet worden gezocht in een brede coalitie van stakeholders en een palet aan instrumenten. Zoals gezegd is er een palet aan instrumenten nodig om het probleem en de gevolgen van leegstaande agrarische bebouwing aan te pakken. Niet enkel de leegstand in het buitengebied neemt toe. We zien een tegenstelde beweging in onze kernen en op de bedrijventerreinen, waar de ruimtedruk steeds groter wordt. 5.Doelstelling Het doel is om een substantiële kwaliteitsverbetering in het buitengebied te realiseren. Om dit te realiseren wordt het, middels deze beleidsnotitie, mogelijk gemaakt om bedrijvigheid tot milieucategorie 3.1 te realiseren. Ook laten we de mogelijkheid dit enkel te realiseren in het bebouwingslint en de zone in de nabijheid van kernen los. Op deze manier kunnen meer VAB-locaties worden ontwikkeld tot nieuwe bedrijfslocaties en zal verpaupering en ondermijning verder tegengegaan worden. Tegelijkertijd vindt er een afname van bebouwing in het buitengebied plaats. 6.Verruiming VAB-beleid De verruiming van het VAB-beleid heeft tot doel minder beperkend te zijn voor nieuwe bedrijvigheid die niet agrarisch verwant is. Dit hebben we al verwoord en bepaald in onze omgevingsvisie. Daarom willen we bedrijven toestaan tot en met (milieu)categorie 3.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.