← Nederland

Verordening Wet kinderopvang 2005 (Hilvarenbeek)

Verordening Wet kinderopvang 2005De Raad der gemeente Hilvarenbeek Gezien het voorstel van het college van burgermeester en wethouders van 28 september 2004: gelet op artikel 25 van de Wet kinderopvang; overwegende dat het noodzakelijk is de verlening, de voorschotverlening en de vaststelling van de tegemoetkoming van de gemeente in de kosten van kinderopvang bij verordening te regelen; besluit: vast te stellen de volgende; Verordeningwet kinderopvang2005 Hoofdstuk1ALGEMENE BEPALINGEN Artikel1Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: het college: het college van burgemeester en wethouders; de wet: de Wet kinderopvang (Wk); kinderopvang: het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen en opvoeden van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint; gastouderopvang: kinderopvang als bedoeld in artikel 1, eerste lid onderdeel c van de wet; kindercentrum: een voorziening waar kinderopvang plaatsvindt, anders dan gastouderopvang; gastouderbureau: een organisatie die gastouderopvang tot stand brengt en begeleidt; ouder: een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i van de wet; partner: een persoon als bedoeld in artikel 2 van de wet; tegemoetkoming: een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang door de gemeente. Hoofdstuk2VASTSTELLING NOODZAAK VAN KINDEROPVANG OP GROND VAN SOCIAAL-MEDISCHE INDICATIE Artikel2Te verstrekken gegevens 1Een aanvraag tot vaststelling van de noodzaak van kinderopvang op grond van een sociaal­medische indicatie als bedoeld in artikel 20 van de wet bevat in ieder geval de volgende gegevens: de naam en het adres van de ouder; indien van toepassing: naam van de partner en, indien dit een ander adres is dan het adres van de ouder: het adres van de partner; de naam en de geboortedatum van het kind of de kinderen waarop de aanvraag betrekking heeft; overige gegevens die het college nodig acht om te kunnen besluiten over de aanvraag van de tegemoetkoming. 2Het college kan bepalen dat de aanvraag geschiedt met behulp van een door het college vastgesteld en beschikbaar gesteld aanvraagformulier. 3Indien de aanvrager een partner heeft, wordt de aanvraag mede ondertekend door de partner. Artikel3Beslistermijn 1Het college besluit over de aanvraag binnen acht weken na ontvangst van alle benodigde gegevens. 2Het college kan het in het vorige lid bedoelde besluit met ten hoogste vier weken verdagen. Het college stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis. Artikel4Inhoud van de beschikking Het besluit tot vaststelling van de noodzaak van kinderopvang op grond van een sociaal-medische indicatie bevat in ieder geval: de geldigheidsduur van de indicatie; de omvang van de kinderopvang per week per kind die noodzakelijk wordt geacht. Artikel5Weigeringsgronden Het college weigert de noodzaak van kinderopvang op grond van een sociaal-medische indicatie vast te stellen indien de aanvrager niet behoort tot de personen als bedoeld in artikel 6 sub k en l van de wet. Hoofdstuk3AANVRAAG VAN DE TEGEMOETKOMING Artikel6Te verstrekken gegevens bij de aanvraag 1Een aanvraag voor een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang bevat: de naam, het adres en het sofi-nummer van de ouder; indien van toepassing: de naam en het sofi-nummer van de partner en, indien dit een ander adres is dan het adres van de ouder: het adres van de partner; de naam, het geboortedatum en het sofi-nummer van het kind of de kinderen waarop de aangevraagde tegemoetkoming betrekking heeft; een offerte of contract van het kindercentrum of gastouderbureau dat de kinderopvang gaat verzorgen waarin in ieder geval wordt aangegeven: het aantal uren kinderopvang per week, de kostprijs per uur en de aanvangsdatum van de opvang; gegevens of een verwijzing naar gegevens waaruit blijkt dat de ouder behoort tot de groep personen als bedoeld in artikel 22 van de wet; overige gegevens die het college nodig acht om te kunnen besluiten over de aanvraag van de tegemoetkoming. 2Het college kan bepalen dat de aanvraag geschiedt met behulp van een door het college vastgesteld en beschikbaar gesteld aanvraagformulier. 3Indien de aanvrager een partner heeft, wordt de aanvraag mede ondertekend door de partner. Hoofdstuk4VERLENING VAN DE TEGEMOETKOMING Artikel7Het besluit tot verlenen van de tegemoetkoming 1Het college besluit over de aanvraag binnen acht weken na ontvangst van alle benodigde gegevens. 2Het college kan het in het vorige lid bedoelde besluit met ten hoogste vier weken verdagen. Het stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis. Artikel8Weigeringsgrond Het college weigert de tegemoetkoming indien de aanvrager niet behoort tot de personen als bedoeld in artikel 22 van de wet. Artikel9lngangsdatum van de tegemoetkoming De tegemoetkoming wordt verleend met ingang van de datum waarop het besluit tot verlenen van de tegemoetkoming is bekendgemaakt of met ingang van de datum waarop de kinderopvang van start gaat. Artikel10De periode waarvoor de tegemoetkoming wordt verleend 1De tegemoetkoming wordt verleend voor de periode van een kalenderjaar. 2In afwijking van het eerste lid kan het college de tegemoetkoming voor een andere periode verlenen. Artikel11Beperking omvang van de kinderopvang Het college verstrekt de tegemoetkoming voor het aantal dagdelen kinderopvang per week dat naar het oordeel van het college voor de ouder redelijkerwijs noodzakelijk is voor de combinatie van arbeid en zorg. Artikel12lnhoud van de beschikking Het besluit tot verlening van een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang bevat in ieder geval: de vaststelling dat de ouder tot één van de gemeentelijke doelgroepen behoort; de naam en de geboortedatum van het kind of de kinderen waarop de tegemoetkoming betrekking heeft; de naam en het adres van het kindercentrum of gastouderbureau waar de kinderopvang plaatsvindt; de periode en de omvang van de kinderopvang per tijdvak waarvoor de tegemoetkoming wordt verleend; het maximaal toegekende bedrag per kalenderjaar of andere periode waarvoor de tegemoet-koming wordt verleend; de wijze waarop de tegemoetkoming wordt uitbetaald; de verplichtingen van de ouder. Artikel13De bevoorschotting van de tegemoetkoming 1De tegemoetkoming wordt in de vorm van een voorschot in maandelijkse termijnen, na declaratie van de nota van kinderopvang uitbetaald aan de ouders, tenzij anders overeen gekomen. 2Het college kan nadere voorschriften stellen over de wijze van bevoorschotting. Hoofdstuk5VASTSTELLING VAN DE TEGEMOETKOMING Artikel14Het besluit tot vaststelling van de tegemoetkoming 1De ouder verstrekt binnen vier weken na afloop van de periode waarvoor de tegemoetkoming is verleend aan het college een overzicht van de feitelijke kosten van kinderopvang over deze periode. 2Het college stelt de tegemoetkoming binnen acht weken na ontvangst van het overzicht van de kosten vast. Artikel15Verrekening met de voorschotten De tegemoetkoming wordt overeenkomstig de vaststelling binnen vier weken betaald, onder verrekening van de betaalde voorschotten. Hoofdstuk6VERPLICHTINGEN VAN DE OUDER Artikel16Inlichtingenplicht 1De ouder doet het college onmiddellijk na het bekend worden daarvan uit eigen bewegingschriftelijk mededeling van inlichtingen en gegevens die kunnen leiden tot de vaststelling van eenlagere tegemoetkoming. 2De ouder verstrekt desgevraagd aan het college, binnen een door het college te stellen redelijke termijn, alle gegevens en inlichtingen van hem en zijn partner die voor de aanspraak op en de hoogte van de tegemoetkoming van de gemeente van belang zijn. Hoofdstuk7SLOTBEPALINGEN Artikel17inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2005 onder voorbehoud dat de Wet basisvoorziening kinderopvang op deze datum in werking treedt. Artikel18Citeertitel De verordening wordt aangehaald als: Verordening Wet kinderopvang 2005. Aldus besloten in zijn openbarevergadering van 18 november 2004 De raad voornoemd:de griffier, de voorzitter, drs. G.J. de Ruiter mr.drs. S.W.Th. Huisman

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.