Besluit van provinciale staten van Utrecht van 24 april 2024, kenmerk: UTSP-1016476851-928, tot het delegeren van de bevoegdheid tot het vaststellen van delen van de Omgevingsverordening aan gedeputeerde staten van Utrecht (Delegatiebesluit Omgevingsverordening provincie Utrecht 2024) Provinciale staten van Utrecht; Op voorstel van gedeputeerde staten van Utrecht van 19 maart, kenmerk: UTSP-1016476851-926; Overwegende dat: het wenselijk is bevoegdheden tot het vaststellen van delen van de Omgevingsverordening provincie Utrecht 2024 (hierna: Omgevingsverordening) te delegeren aan gedeputeerde staten met het oog op het vereenvoudigen en versnellen van het wijzigen van de Omgevingsverordening; Gelet op artikel 2.8 en artikel 4.15, vierde lid, van de Omgevingswet; Besluiten vast te stellen het volgende besluit: Delegatiebesluit Omgevingsverordening provincie Utrecht 2024 Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1.1Begripsbepalingen Begripsbepalingen die van toepassing zijn op de Omgevingsverordening provincie Utrecht zijn ook van toepassing op dit besluit. Artikel1.2Toepassingsgebied Dit besluit gaat over het delegeren door provinciale staten aan gedeputeerde staten van de bevoegdheden tot het vaststellen van: delen van de Omgevingsverordening provincie Utrecht, en voorbereidingsbesluiten. Hoofdstuk2Aanpassen en aanwijzen gebieden en tekst Artikel2.1Aanpassen gebieden en tekst 1.Gedeputeerde staten kunnen kennelijke onjuistheden in de geometrische begrenzing van de in de Omgevingsverordening aangewezen gebieden wijzigen. 2.Gedeputeerde staten kunnen kennelijke onjuistheden in de tekst van de Omgevingsverordening wijzigen. 3.Gedeputeerde staten kunnen nadere regels stellen met betrekking tot de technische aanpassingen van de bij dit besluit aangewezen gebieden. Artikel2.2Aanwijzen gebied voor experimenten of innovatie Wanneer gedeputeerde staten een ontheffing op grond van artikel 1.7 van de Omgevingsverordening hebben verleend, dan kunnen zij daarbij een gebied Ruimte voor experimenten aanwijzen. Hoofdstuk3Wijzigingen water Artikel3.1Beoordeling veiligheid regionale waterkeringen Gedeputeerde staten stellen voorschriften vast voor de door het dagelijks bestuur van het waterschap te verrichten beoordeling van de veiligheid van regionale waterkeringen, bedoeld in de artikelen 2.2 en 2.3 van de Omgevingsverordening. Artikel3.2Maatgevende waterstanden Beoordeling veiligheid regionale waterkeringen Gedeputeerde staten stellen ten behoeve van de beoordeling van de veiligheid van regionale waterkeringen de maatgevende waterstanden vast, bedoeld in de artikelen 2.2 en 2.3 van de Omgevingsverordening. Artikel3.3Termijn omgevingswaarde regionale waterkeringen Gedeputeerde staten stellen na overleg met het waterschap het tijdstip vast waarop de regionale waterkeringen moeten voldoen aan de omgevingswaarden, bedoeld in artikel 2.2 en artikel 2.3, eerste lid, onder b, van de Omgevingsverordening. Artikel3.4Termijn omgevingswaarden wateroverlast Gedeputeerde staten stellen na overleg met het waterschap het tijdstip vast waarop de bergings- en afvoercapaciteit van de verschillende regionale wateren moeten voldoen aan de omgevingswaarden, bedoeld in de artikelen 2.4 tot en met 2.11 van de Omgevingsverordening. Artikel3.5Uitzondering omgevingswaarde wateroverlast Als het nemen van maatregelen om aan de omgevingswaarden, bedoeld in de artikelen 2.4 tot en met 2.11 van de Omgevingsverordening, te voldoen niet doelmatig is, kunnen gedeputeerde staten op basis van een gemotiveerd verzoek van het waterschap die omgevingswaarden wijzigen. Artikel3.6Instructieregel onttrekkingen voor menselijke consumptie Gedeputeerde staten kunnen, na overleg met het waterschap, regels stellen over de wijze waarop, de parameters waarvoor en de frequentie waarmee op grond van artikel 3.3, tweede lid, van de Omgevingsverordening gemonitord wordt. Artikel3.7Opslag van schadelijke stoffen in grondwaterbeschermingsgebieden Gedeputeerde staten kunnen bepalen dat het verbod, bedoeld in artikel 3.28, eerste lid, van de Omgevingsverordening, niet geldt voor: niet-toelaatbare voor het grondwater schadelijke stof, waarvan gedeputeerde staten bepaald hebben dat deze vanwege haar specifieke eigenschappen geen gevaar vormt voor de kwaliteit van het grondwater met het oog op de openbare drinkwatervoorziening; en een door gedeputeerde staten aangewezen categorie van gevallen waarin de niet-toelaatbare voor het grondwater schadelijke stof vanwege specifieke gebruiksomstandigheden geen gevaar vormt voor de kwaliteit van het grondwater met het oog op de openbare drinkwatervoorziening. Hoofdstuk4Wijzigingen bereikbaarheid en mobiliteit Artikel4.1Aanpassen beperkingengebieden Gedeputeerde staten kunnen de aanwijzing van beperkingengebieden genoemd in hoofdstuk 4 van de Omgevingsverordening, aanpassen voor zover het gaat om ondergeschikte, uitvoeringstechnische of administratieve aanpassingen. Artikel4.2Activiteiten ten aanzien van de provinciale weg, vaarweg en lokale spoorweg 1.Gedeputeerde staten kunnen regels stellen ten aanzien van het verbod zonder vergunning activiteiten te verrichten op de weg, lokale spoorweg en vaarweg. 2.De regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen mede strekken tot: aanwijzing van vergunningvrije gevallen; het omzetten van vergunningplicht naar meldplicht met bijbehorende regels; het opleggen van de verplichting opgave te doen van gegevens en bescheiden; het stellen van voorschriften aan de activiteit; of het toepassen of uitsluiten van gelijkwaardige maatregelen. Artikel4.3Externe veiligheid provinciale wegen Gedeputeerde staten kunnen nadere regels stellen over externe veiligheid langs provinciale wegen. Artikel4.4Vaarwegdiepte en doorvaarthoogte Gedeputeerde staten kunnen de minimaal benodigde vaarwegdiepten en de minimaal benodigde doorvaarthoogten vaststellen voor de vaarwegen, bedoeld in artikel 4.54 van de Omgevingsverordening. Artikel4.5Bedieningstijden bruggen en sluizen 1.Gedeputeerde staten stellen de bedieningstijden vast van de beweegbare bruggen en sluizen, behorende bij de vaarwegen op de lijsten A en B van bijlage IX Vaarwegbeheer bij de Omgevingsverordening. 2.Het eerste lid geldt niet voor spoorbruggen en bij het Rijk in beheer zijnde bruggen en sluizen. Artikel4.6Stoffen waarop het verbod ontgassen van toepassing is Gedeputeerde staten kunnen stoffen met ernstige gezondheidsschadelijke eigenschappen toevoegen aan het verbod op ontgassen, bedoeld in artikel 4.62, eerste lid, van de Omgevingsverordening. Artikel4.7Minimumconcentratie restladingsdampen Gedeputeerde staten kunnen het percentage van de onderste explosiegrens, bedoeld in artikel 4.62, tweede lid, van de Omgevingsverordening, verlagen. Hoofdstuk5Wijzigingen Natuur Artikel5.1Wijziging gebied natuurnetwerk Nederland 1.Gedeputeerde staten kunnen de geometrische begrenzing van het natuurnetwerk Nederland wijzigen. 2.Gedeputeerde staten kunnen zo nodig gelijktijdig de geometrische begrenzing van gebieden die aan het natuurnetwerk Nederland grenzen, wijzigen. 3.Wanneer gedeputeerde staten de geometrische begrenzing van het natuurnetwerk Nederland wijzigen, dan wijzigen zij gelijktijdig de geometrische begrenzing van het gebied Luchtvaartterrein. Artikel5.2Wijziging gebied Groene contour Gedeputeerde staten kunnen de geometrische begrenzing van een gebied binnen of gelijk aan de Groene contour wijzigen in natuurnetwerk Nederland wanneer de nieuwe natuur is vastgelegd in een omgevingsplan. Wanneer zij een gebied aanwijzen, wijzigen zij gelijktijdig waar nodig de samenvallende gebieden: uitbreiding woningbouw onder voorwaarde mogelijk; uitbreiding bedrijventerrein onder voorwaarde mogelijk; windturbines landelijk gebied; windenergielocatie; zonnevelden; luchtvaartterrein; en buffer luchtvaartterrein. Artikel5.3Aanpassen werkingsgebied Beschermd klein landschapselement Gedeputeerde staten kunnen om dringende redenen, anders dan de redenen, bedoeld in artikel 6.24, tweede lid van de Omgevingsverordening de aanwijzing van een beschermd klein landschapselement geheel of gedeeltelijk opheffen. Artikel5.4Wijziging Waardevolle houtopstanden Gedeputeerde staten kunnen de geometrische begrenzing van Waardevolle houtopstanden-oude bosgroeiplaatsen, bedoeld in artikel 6.13 van de Omgevingsverordening wijzigen, als onderzoek daartoe aanleiding geeft. Artikel5.5Wijziging Bijlage XI Wezenlijke kenmerken en waarden Gedeputeerde staten kunnen Bijlage XI Wezenlijke kenmerken en waarden van het natuurnetwerk Nederland, bedoeld in artikel 6.3, lid 1 van de Omgevingsverordening wijzigen als er sprake is van nieuwe feiten of inzichten over de actuele en potentiële waarden. Artikel5.6Wijziging Ganzenrustgebied Gedeputeerde staten kunnen de geometrische begrenzing van Ganzenrustgebied wijzigen als is gebleken dat delen van het gebied geen fourageer- of rustfunctie meer kunnen vervullen. Artikel5.7Wijziging Weidevogelkerngebied Gedeputeerde staten kunnen de geometrische begrenzing van Weidevogelkerngebied wijzigen, als de driejaarlijkse provinciale weidevogelinventarisatie daartoe aanleiding geeft. Artikel5.8Wijziging provinciale vrijstelling schadesoorten Gedeputeerde staten kunnen de artikelen 6.43 tot en met 6.47 van de Omgevingsverordening wijzigen op de onderdelen: ganzensoorten, periode van kwetsbaar gewas, tijdvak van afschot, gewassoorten, uitzonderingen gewassoorten en afschot, groepsgrootte, aantal doden per verjaagactie, middelen, en wijze van gegevenslevering. Artikel5.9Wijziging uitzondering vergunningplicht andere soorten Gedeputeerde staten kunnen bijlage X, Uitzondering vergunningplicht andere soorten, van de Omgevingsverordening, wijzigen als nieuwe inzichten over de staat van instandhouding van soorten daar aanleiding toe geven. Hoofdstuk6Wijzigingen wonen, werken, recreëren Artikel6.1Wijziging gebied Uitbreiding woningbouw onder voorwaarden Gedeputeerde staten kunnen de geometrische begrenzing van Uitbreiding woningbouw onder voorwaarden mogelijk, wijzigen in Stedelijk gebied wanneer de woningbouw is vastgelegd in een omgevingsplan. Artikel6.2Wijziging gebied Uitbreiding bedrijventerrein onder voorwaarden Gedeputeerde staten kunnen de geometrische begrenzing van Uitbreiding bedrijventerrein onder voorwaarden mogelijk wijzigen in Stedelijk gebied wanneer een bedrijventerrein is vastgelegd in een omgevingsplan. Artikel6.3Wijziging gebied Detailhandel Gedeputeerde staten kunnen de geometrische begrenzing van gebied Bestaand winkelgebied wijzigen. Artikel6.4Wijziging gebied Stiltegebied Gedeputeerde staten kunnen de geometrische begrenzing van Stiltegebied wijzigen. Hoofdstuk7Voorbereidingsbescherming Artikel7.1Voorbereidingsbesluit Gedeputeerde staten kunnen een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 4.15 van de Omgevingswet nemen, indien: de verwachte of gebleken schadelijke effecten van een activiteit niet met inzet van andere aan hen toekomende bevoegdheden kunnen worden beschermd, en een tijdig voorbereidingsbesluit door provinciale staten niet mogelijk is. Hoofdstuk8Slotbepalingen Artikel8.1Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking op 1 mei
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.