Beleidsregel leerlingenvervoer gemeente Delft 2024Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Delft, gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en de Verordening leerlingenvervoer gemeente Delft 2023; rekening houdend met het feit dat: de toekenning van leerlingenvervoer afhankelijk is van verschillende zaken. Hierbij kunnen beleidsregels een gelijke werkwijze bevorderen, met het doel aanvragen voor leerlingenvervoer op een gelijke manier te beoordelen. het gewenst is om de beleidsregels verordening leerlingenvervoer Delft van 5 juli 2016 in te trekken en nieuwe beleidsregels vast te stellen; besluit vast te stellen: de “Beleidsregel leerlingenvervoer gemeente Delft 2024”. Algemeen Artikel1Begrippen Deze beleidsregel verstaat onder: Aangepast vervoer: vervoersdiensten voor leerlingen met speciale onderwijsbehoeften, zodat zij veilig en efficiënt van en naar school kunnen reizen; Begeleiden: het met een leerling meereizen tijdens het vervoer van huis naar school en van school naar huis; Beschikking: brief van het college waarin staat of de leerling recht heeft op speciaal vervoer van en naar school, op basis van de Verordening leerlingenvervoer Gemeente Delft 2023; College: het college van burgemeester en wethouders van Delft; Kalenderjaar: de periode van januari tot en met december; Meerjarenbeschikking: toekenning voor meerdere schooljaren voor een vorm van vervoer voor leerlingen die niet zelfstandig naar school kunnen reizen; Onafhankelijk arts: een medisch deskundige die een leerling medisch beoordeeld en hierover een advies of rapportage uitbrengt. De medisch deskundige is niet eerder betrokken geweest bij de leerling; Samenwerkingsverband: een organisatie waarin scholen samenwerken om ervoor te zorgen dat alle leerlingen passend onderwijs ontvangen; Schoolbestuur: een organisatie die verantwoordelijk is voor het bestuur en de beleidsvorming van één of meerdere scholen; Verordening: de Verordening leerlingenvervoer gemeente Delft 2023; Vervoerder: het vervoersbedrijf dat voor het college het vervoer voor leerlingen die niet zelfstandig naar school kunnen reizen uitvoert. Andere begrippen hebben dezelfde betekenis als in de Verordening. Artikel2Het vaststellen van afstand en reistijd 1.Het college gebruikt de adressen van de woning en de school om de afstand tussen woning en school te bepalen. 2.Bij het bepalen van de afstand tussen de woning en de school maakt het college gebruik van de ANWB-routeplanner (https://www.anwb.nl/verkeer/routeplanner). 3.Bij het beoordelen van de aanvraag gaat het college uit van de kortste fietsroute om de afstand tussen de woning en de school te bepalen. 4.Als de afstand tussen de woning en de school meer dan zes kilometer is, is de kortste route met de auto het uitgangspunt. 5.Om de reistijd met het openbaar vervoer te bepalen, gebruikt het college de websites www.9292.nl en www.mobiel.9292ov.nl. Artikel3Tijdelijke andere woning of twee woningen 1.Het kan voorkomen dat een leerling twee woningen heeft, bijvoorbeeld bij co-ouderschap. In deze situatie is het mogelijk om vervoer van en naar twee woningen aan te vragen. De tweede woning kan staan in de gemeente Delft of in een andere gemeente. In beide situaties geldt dat: de ouders in de gemeente Delft één aanvraag indienen; het college maximaal één vergoeding voor het vervoer geeft; de leerling op vaste dagen in de woningen moet wonen. Als de leerling recht heeft op aangepast vervoer, wordt de leerling vervoerd volgens een vast rooster. 2.Als de leerling in een woning in de gemeente Delft èn in een woning in een andere gemeente woont, dient de ouder die in de andere gemeente woont bij die andere gemeente een aanvraag voor leerlingenvervoer in. 3.De leerling kan tijdelijk in een andere woning in een andere gemeente wonen, bijvoorbeeld bij spoedopvang. De aanvraag om de vervoersvoorziening moet dan bij die gemeente worden ingediend. In artikel 13, eerste lid, van de Verordening staat dat de gemeente Delft voor een periode van maximaal zes weken ter overbrugging een tijdelijke vervoersvoorziening kan geven. 4.Als er tijdelijke opvang nodig is bij een andere woning omdat de ouders van de leerling op vakantie gaan, geldt dit niet als spoedopvang. Artikel4Meerjarenbeschikking bij primair en speciaal onderwijs In artikel 5, lid 5, van de Verordening staat dat het college bij de toekenning van de vervoersvoorziening de tijdsduur van de toegekende vervoersvoorziening bepaalt. Het college bepaalt de tijdsduur van de vervoersvoorziening voor het primair en speciaal onderwijs als volgt: leerlingen van 4 tot en met 8 jaar krijgen een meerjarenbeschikking tot en met 8 jaar; leerlingen van 9 tot en met 12 jaar krijgen een meerjarenbeschikking voor maximaal drie schooljaren, als er geen wijziging in het vervoer te verwachten is. Als er een wijziging in de situatie van de leerling die van invloed kan zijn op het soort vervoer te verwachten is, krijgt de leerling een beschikking voor één of twee schooljaren; voor de vergoeding van het openbaar vervoer of het openbaar vervoer met begeleiding krijgt de leerling een beschikking voor maximaal één schooljaar. Artikel5Meerjarenbeschikking bij voortgezet (speciaal) onderwijs In artikel 5, lid 5, van de Verordening staat dat het college bij de toekenning van de vervoersvoorziening de tijdsduur van de toegekende vervoersvoorziening bepaalt. Het college bepaalt de tijdsduur van de vervoersvoorziening voor het voortgezet (speciaal) onderwijs als volgt: leerlingen van scholen voor voortgezet speciaal onderwijs voor cluster 1, 2 of 4 en regulier voortgezet onderwijs krijgen en beschikking voor maximaal één schooljaar. Leerlingen die op basis van een lichamelijke beperking aangepast vervoer nodig hebben en waarbij geen wijziging in de situatie te verwachten is die van invloed kan zijn op het soort vervoer, krijgen een meerjarenbeschikking voor maximaal drie schooljaren; leerlingen van scholen voor voortgezet speciaal onderwijs voor cluster 3 waarbij geen wijziging in de situatie te verwachten is die van invloed kan zijn op het soort vervoer, krijgen een meerjarenbeschikking voor maximaal drie schooljaren; voor de vergoeding van het openbaar vervoer of het openbaar vervoer met begeleiding krijgt de leerling een beschikking voor maximaal één schooljaar. Artikel6Begeleiding is niet mogelijk of begeleiding leidt tot ernstige benadeling 1.In geval van ernstige benadeling van het gezin als bedoeld in artikel 18, aanhef en onder c, van de Verordening kan leerlingenvervoer worden toegekend. 2.Om te spreken van ernstige benadeling moet voldaan zijn aan de volgende criteria: de leerling kan niet zelfstandig met fiets of openbaar vervoer naar school gaan; en begeleiding door de ouders bij reizen naar school per fiets of openbaar vervoer is onmogelijk of zou leiden tot ernstige benadeling van het gezin; en er zijn geen andere opties voor het schoolgaan van de leerling. Onder andere opties wordt in elk geval verstaan: vervoer door de ouders met een eigen auto, bakfiets, fiets en andere daarmee vergelijkbare vervoersmiddelen. 3.Ouders dienen in de situatie zoals bedoeld in lid 1 van dit artikel hun netwerk, waaronder in ieder geval grootouders leerling, gescheiden partner, buren, te vragen om de leerling tenminste één dag per week te brengen en te halen. 4.De volgende omstandigheden kunnen leiden tot een geval van ernstige benadeling zoals bedoeld in lid 1 en 2: logistiek meerdere kinderen: er zijn meer kinderen in het gezin die thuis verzorging nodig hebben of nog niet zelfstandig naar school kunnen; medische redenen één of beide ouders. De medische belemmering dan wel beperking moet aantoonbaar zijn vastgesteld door een medisch deskundige; zwangerschap of bevalling alleenstaande ouder; werksituatie alleenstaande ouder. 5.Alleen de situatie dat beide ouders werken, geeft geen recht op aangepast vervoer. Artikel7Ondersteuning bij zelfstandig leren reizen Uitgangspunt is dat leerlingen die zelfstandig kunnen reizen, dit ook doen. Veel leerlingen hebben extra begeleiding nodig om zelfstandig te leren reizen. Om het zelfstandig reizen te leren en te stimuleren, zijn er verschillende mogelijkheden: Leerlingen van het voortgezet speciaal onderwijs kunnen een overstap maken van aangepast vervoer naar fietsvervoer of het openbaar vervoer. Zij krijgen tijdens het schooljaar dat bezig is en het daaropvolgende schooljaar een vergoeding. Deze vergoeding stelt hen in staat om te leren gebruik te maken van het openbaar vervoer of fietsvervoer. Als een leerling uit het voortgezet speciaal onderwijs succesvol zelfstandig heeft leren reizen met het openbaar vervoer, dan stopt het aangepaste vervoer. Het college kan op maat een beschikking toekennen als bijvoorbeeld blijkt dat de leerling alleen in de zomerperiode zelfstandig van en naar school kan reizen of de leerling alleen zelfstandig kan reizen bij daglicht of op vaste dagen in de week. Met deze beschikking heeft de leerling de mogelijkheid om voor een deel zelfstandig naar school te reizen en voor een deel met aangepast vervoer. Artikel8Gedragsregels aangepast vervoer 1.In het aangepast vervoer is het noodzakelijk om ervoor te zorgen dat de omgeving veilig en respectvol blijft. Als veiligheid en respect ontbreken, moeten er passende maatregelen worden genomen. 2.Niet acceptabel gedrag in het leerlingenvervoer is aan de orde als een leerling of een ouder: de verkeersveiligheid of de veiligheid van de chauffeur of de andere leerlingen in het vervoer in gevaar brengt, of gedrag laat zien dat in strijd is met de omgangsvormen. 3.Als de leerling niet acceptabel gedrag laat zien, volgt het college een stappenplan waarbij de ouders en de school worden betrokken om tot oplossingen te komen. 4.Als de ouders niet willen deelnemen aan een gesprek of geen gebruik maken van de aangeboden oplossingen, dan kan het college maatregelen nemen om de ouders te stimuleren om toch in gesprek te gaan. Het college kan de volgende maatregelen nemen: 5.De ernst van het niet acceptabele gedrag en in hoeverre het gedrag verwijtbaar is, kunnen bepalen dat deze stappen en maatregelen anders zijn. 6.Het gebruik van wapens, excessief geweld, bedreiging of vernieling kan leiden tot een directe schorsing van het aangepast vervoer. Alle betrokkenen houden eerst een gesprek. Pas na het gesprek kan het vervoer mogelijk opnieuw starten of blijvend stoppen. Artikel9Blijvende naschoolse opvang Vervoer is mogelijk van school naar de buitenschoolse opvang of een andere opvangadres. Het adres is dan anders dan de eigen woning van de leerling. Vervoer hiernaartoe is mogelijk onder de volgende voorwaarden: de opvang heeft een vast karakter. Dat betekent dat de opvang voor een periode van minstens drie maanden en volgens een vast schema is; en het maximale verschil in afstand tussen de school en de eigen woning en tussen de school en het opvangadres is twee kilometer. Hierbij maakt het college gebruik van de ANWB-routeplanner (https://www.anwb.nl/verkeer/routeplanner). Artikel10Advies van deskundige 1.Bij de aanvraag voor leerlingenvervoer geeft de aanvrager uitleg over waarom de leerling niet zelfstandig of onder begeleiding kan reizen. In deze uitleg moeten feiten staan over de (on)mogelijkheid om zelfstandig of met begeleiding te reizen. 2.De uitleg kan worden ondersteund door informatie van een deskundige die bij de situatie van de leerling betrokken is. Dit kan bijvoorbeeld een orthopedagoog, specialist geestelijke gezondheid, medisch specialist of paramedisch zorgverlener zijn. De informatie van de deskundige mag niet ouder zijn dan één jaar. 3.Het college kan wanneer zij dit nodig vindt advies vragen bij het samenwerkingsverband, schoolbestuur of school. 4.Als de aanvrager geen uitleg geeft, of wanneer de geleverde uitleg onvoldoende duidelijkheid geeft voor een beoordeling van de aanvraag, kan het college de leerling uitnodigen voor een medische beoordeling. Een door het college aangewezen onafhankelijk arts voert de medische beoordeling uit. De kosten van dit advies komen voor rekening van het college. Artikel11Intrekken oude regeling en overgangsrecht 1.De Beleidsregels verordening leerlingenvervoer gemeente Delft van 5 juli 2016 worden ingetrokken. 2.De Beleidsregels verordening leerlingenvervoer gemeente Delft van 5 juli 2016 blijven van toepassing op de afgegeven vervoersvoorzieningen voor het schooljaar 2023-
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.