Uitvoerings- en handhavingsstrategie Moerdijk 2024-20271.Inleiding 1.1Achtergrond en aanleiding Voor u ligt onze Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027 (U&H-strategie). Deze strategie vervangt het Vergunningen, Toezicht en Handhavingsbeleid gemeente Moerdijk, inwerking getreden op 1 februari 2017. Deze U&H-strategie bevat het beleidskader voor de uitvoering van taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (hierna: VTH). Tot voor kort werd dit het VTH-beleid genoemd. Op 1 januari 2024 heeft de Omgevingswet de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) vervangen en zorgt voor een nieuw wettelijk kader met bijkomende nieuwe terminologie. Deze U&H-strategie is tot stand gekomen in nauwe afstemming met de buurgemeenten Etten-Leur, Halderberge, Roosendaal, Rucphen en Zundert, hierna te noemen De6. Binnen deze gezamenlijke U&H- strategie heeft elke gemeente de gelegenheid om naar eigen behoefte de juiste accenten voor de gemeente te leggen (couleur locale). Hiervoor verwijzen wij naar paragraaf 3.3 Deze U&H-strategie bevat het beleidskader voor uitvoering van alle VTH-taken van de gemeente Moerdijk. Met deze strategie wordt aangesloten op actuele wet- en regelgeving en de praktijk op het gebied van VTH. Moerdijk streeft ernaar om de kwaliteit van de leefomgeving te beschermen en daar waar mogelijk te verbeteren. De inzet door de overheid betekent echter niet dat elk risico kan worden uitgesloten en elke overtreding voorkomen kan worden. De omvang van de taak bij vergunningverlening, het houden van toezicht en handhaven in combinatie met de schaarse middelen (personeel en financiën) maakt het noodzakelijk om prioriteiten te stellen en keuzes te maken. Om die vragen te kunnen beantwoorden is het ten eerste noodzakelijk om inzicht te hebben in de omvang van de risico’s die samenhangen met activiteiten. Zijn die groot, dan krijgen ze meer prioriteit. In de tweede plaats is er een meer principiële afweging: waar ligt de grens tussen de eigen verantwoordelijkheid van inwoners en bedrijven en die van de gemeentelijke overheid? In de derde plaats is er een praktische reden: de capaciteit en middelen van de gemeente voor vergunningverlening, toezicht en handhaving zijn beperkt en bij de inzet daarvan moeten keuzes gemaakt worden. Tussen deze drie zaken moet voldoende balans zijn. Hoe de gemeente Moerdijk met deze balans omgaat wordt in deze U&H-strategie beschreven. De prioriteiten en doelen worden aangegeven, evenals de instrumenten die worden ingezet om deze te realiseren. Deze strategie vormt de basis voor het jaarlijks op te stellen uitvoeringsprogramma waarin wordt vastgelegd welke activiteiten dat jaar worden uitgevoerd en met welke middelen. De verantwoording vindt plaats via het jaarverslag. Deze U&H-strategie bevat uitvoeringsbeleid en is vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. Daarmee is het een uitzondering op de gangbare lijn dat de gemeenteraad beleid vaststelt. De reden hiervoor is gelegen in het feit dat het uitvoeringsbeleid betreft en dat landelijke wetgeving het college aanwijst als bevoegd gezag en daardoor als het bestuursorgaan dat de U&H-strategie moet vaststellen. 1.2Leeswijzer De U&H-strategie omvat 8 hoofdstukken en 12 bijlagen. In hoofdstuk 1 staan de achtergrond, aanleiding, doel en reikwijdte van deze strategie. In hoofdstuk 2 staat het wettelijk kader waarbinnen deze strategie tot stand is gekomen. Hoofdstuk 3 beschrijft de relevante ontwikkelingen. In hoofdstuk 4 zijn de gemeentelijke uitgangspunten voor deze strategie benoemd. De risicoanalyse is in hoofdstuk 5 uitgewerkt. In hoofdstuk 6 staan de prioriteiten en doelen. Hoofdstuk 7 gaat in op de strategieën en instrumenten en hoe deze worden ingezet om de doelen te realiseren. Tot slot zijn in hoofdstuk 8 de organisatie en de benodigde middelen benoemd. 1.3Reikwijdte en doel Reikwijdte Dit document bevat het beleidskader voor alle VTH-taken die volgens de Omgevingswet aan de gemeente zijn opgedragen met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Daarnaast vallen de VTH-taken die voortkomen uit de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en de bijzondere wetten, zoals de Alcoholwet en Opiumwet, er ook onder. Tevens is rekening gehouden met de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). Het gaat hier om het toetsen van aanvragen om een vergunning en ingediende meldingen, het houden van toezicht en het handhaven van wet- en regelgeving met betrekking tot de bebouwde en onbebouwde leefomgeving, veiligheid, leefbaarheid en gezondheid. De handhaving van regels binnen het sociaal en financieel domein (zoals uitkeringsfraude, leerplicht, belastingen en de aanpak van adreskwaliteit) vallen buiten de reikwijdte van deze U&A-strategie. Doel Wettelijke regels, normen en vergunningvoorschriften zijn er onder andere op gericht om bescherming te bieden tegen gezondheids-, veiligheids- en milieurisico’s. Vanwege dit grote maatschappelijk belang is het noodzakelijk dat deze regels worden nageleefd. Het is een taak van de overheid om de naleving te bevorderen en hierop toe te zien. Doel: de kwaliteit van de leefomgeving te beschermen en daar waar mogelijk te verbeteren Voor een verdere uitwerking van dit doel en subdoelen verwijzen we naar hoofdstuk 6. 2.Wettelijk kader 2.1Uitvoerings- en Handhavingsstrategie In artikel 13.5 van het Omgevingsbesluit is bepaald dat de bestuursorganen die zijn belast met de uitvoerings- en handhavingstaak een uitvoerings- en handhavingsstrategie (in een of meer documenten) moeten vaststellen. Daarin moet gemotiveerd worden aangegeven welke doelen worden gesteld voor de uitvoering en handhaving en welke werkzaamheden met het oog op die doelen zullen worden verricht. Onder de Wabo was dit geregeld in artikel 5.2 Wabo en artikel 7.2 Besluit omgevingsrecht (Bor). Met deze U&H-strategie geven wij invulling aan deze wettelijke verplichting. Deze U&H-strategie geeft weer hoe wij een eenduidige werkwijze en een integrale afweging van de inzet van beschikbare middelen willen bereiken. Het biedt de belangrijkste basis voor het jaarlijks opstellen van het uitvoeringsprogramma voor VTH. Vanwege de ontwikkelingen omtrent het omgevingsrecht, zoals de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb), verandert de komende jaren veel in de werkwijze van de VTH-taken. Om deze reden is deze U&H-strategie een dynamisch document dat wij tussentijds aanpassen als de veranderende wet- en regelgeving hierom vraagt. 2.2Kwaliteit In afdeling 13.2 van het Omgevingsbesluit zijn de belangrijkste eisen beschreven waaraan de U&H-strategie, het uitvoeringsprogramma, de uitvoeringsorganisatie, de evaluatierapportage moeten voldoen. De, voor het bereiken van de doelen en voor het verrichten van de werkzaamheden, benodigde en beschikbare financiële en personele middelen moeten inzichtelijk worden gemaakt en in de begroting worden gewaarborgd. Voor de uitvoering van het uitvoeringsprogramma moeten voldoende financiële en personele middelen beschikbaar zijn (zie hoofdstuk 8). In artikel 18.20 van de Omgevingswet is vastgelegd dat de betrokken bestuursorganen zorgdragen voor een goede kwaliteit van de uitoefening van de uitvoeringstaak en de handhavingstaak. De gemeenteraad kan regels stellen over de uitoefening van deze taken door het college van burgemeester en wethouders (zie paragraaf 7.5 van deze U&H-strategie). 2.3Beleidscyclus Zoals hiervoor is beschreven zijn in de Omgevingswet en Omgevingsbesluit eisen opgenomen waaraan de verscheidene (beleids)documenten en handhavings- en vergunningenorganisatie moet voldoen. Deze eisen leiden tot een strategische, programmatische en onderling afgestemde uitoefening van de VTH-taken. Hierdoor wordt een transparante en systematische manier van werken bereikt, waarmee gestuurd kan worden op prioriteiten en de in te zetten capaciteit en waarover achteraf via het evaluatieverslag verantwoording kan worden afgelegd. Het start met stap 1, de risicoanalyse en vervolgens het bepalen van de prioriteiten (WAT). Daarna volgen procedurele, inhoudelijke en organisatorische eisen. Stap 2: Hoe geven we invulling aan het bereiken van goede naleving op de gestelde prioriteiten. Deze manier van werken is deels wettelijk bepaald, deels door jurisprudentie en deels door (landelijke) bestuurlijke afspraken zoals met de Vereniging Nederlandse Gemeenten en het Interprovinciaal Overleg. De beleidscyclus kan als volgt worden weergegeven: Het systematisch doorlopen van deze cyclus zorgt ervoor dat vergunningverlening, toezicht en handhaving steeds doelmatiger kan worden uitgevoerd. ‘WAT vraag’ nader toegelicht. Prioriteiten en doelen Prioriteiten en doelen zijn tot stand gekomen op basis van een strategie op vergunningverlening, toezicht en handhaving en een probleemanalyse. De risicoanalyse bestaat uit een beschouwing van interne vakspecialisten van het taakveld waarop zij werkzaam zijn en een risicoanalyse van de fysieke leefomgeving. Dit is een inschatting van de kans dat in de gemeente Moerdijk wetten en regels worden overtreden en wat de impact daarvan is. Strategie en uitvoering Vervolgens wordt beschreven hoe de doelen uit de U&H-strategie worden gerealiseerd. Aangegeven is welke strategieën worden gehanteerd, zoals de handhavingsstrategie en sanctiestrategie, welke instrumenten ingezet worden en hoe met andere partijen wordt samengewerkt. Planning en control: Het borgen van de middelen De doorwerking van de prioriteiten en doelen op de personele en financiële capaciteit vindt plaats in het jaarlijks uitvoeringsprogramma en wordt geborgd in de (meerjaren)begroting. Rapportage en evaluatie: Bijstellen U&H-strategie De risicoanalyse, die onderdeel uitmaakt van deze U&H-strategie, wordt periodiek opgesteld en bestuurlijk vastgesteld. Het uitvoeringsprogramma wordt jaarlijks geëvalueerd. De U&H-strategie, de evaluatie en de actualisatie van de probleemanalyse vormen de basis voor het uitvoeringsprogramma. In het jaarlijkse uitvoeringsprogramma wordt vastgelegd welke activiteiten dat jaar worden uitgevoerd, welke prioriteiten daarbij gesteld worden en met welke capaciteit de werkzaamheden worden uitgevoerd. Tot slot staat beschreven hoe de resultaten worden gemonitord en hoe hierover verantwoording wordt afgelegd. 2.4Externe partners Samenwerking met partners wordt steeds belangrijker. Risico’s en speerpunten voor vergunningen, toezicht en handhaving worden steeds vaker gezamenlijk met meerdere deelnemers in het netwerk bepaald. Gemeente Moerdijk voert deze vervolgens, binnen eigen prioritering en autonomie uit. Dit vraagt om een sterke verbinding met partners. OMWB De Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) voert als belangrijke partner in mandaat de Omgevingswet-taken milieu (basistaken, niet- basistaken en advisering) uit onze gemeente. Afstemming van deze taken en de uniforme borging is vastgelegd in het jaarlijks werkprogramma en de Midden- en West-Brabant-norm (MWB-norm) die door het algemeen bestuur van de OMWB is vastgesteld. De deelnemers hebben ook het wettelijk voorgeschreven Gemeenschappelijk Uitvoeringskader (GUK) vastgesteld. Het kader beschrijft de algemene uitgangspunten en de strategieën die door de OMWB worden gehanteerd bij de uitvoering van de VTH-milieutaken. Hiermee is de afstemming op bestuurlijk niveau geborgd en wordt voldaan aan de eisen die wetgeving stelt aan uitvoering en afstemming met de omgevingsdienst. Veiligheidsregio (brandveiligheid) Veel gemeentelijke taken op het gebied van brandveiligheid zijn uitbesteed aan de brandweer. De brandweer voert als belangrijke partner Omgevingswet- en APV-taken uit voor gemeenten. Het gaat dan om advisering bij vergunningverlening, toezicht en het uitvoeren van controles. De inzet van de brandweer is geregeld in het Basistakenpakket. Afspraken worden vastgelegd in het jaarlijkse uitvoeringsprogramma. Moerdijk wijkt voor wat betreft het onderdeel uitvoeren van brandveiligheidstoezicht bij bedrijven af van de regionale afspraken die hierover zijn gemaakt. Door het risicoprofiel van de gemeente is extra toezicht op naleving van de brandveiligheid noodzakelijk. Met de regionale inzet (beschikbare capaciteit) voor Moerdijk kunnen wij niet volstaan. Om die reden heeft Moerdijk twee toezichthouders in dienst die specifiek belast zijn met het uitvoeren van bandveiligheidstoezicht. Provincie Noord-Brabant De provincie Noord-Brabant maakt in de uitvoering, bij haar provinciale taken, ook gebruik van de instrumenten vergunningverlening, toezicht en handhaving. De provincie is het bevoegde gezag voor de uitvoering van de VTH-taken bij een groot aantal bedrijven en activiteiten in Moerdijk. Het gaat hierbij met name om vergunningverlening, toezicht en handhaving met het oog op zwaardere milieuactiviteiten en natuurbescherming (onder andere tegen stikstof). Daarnaast heeft de provincie Noord-Brabant de (wettelijke) taak gekregen om de samenwerking tussen bestuursorganen op het gebied van de VTH-taken te coördineren. Dit komt tot uiting in het interbestuurlijk toezicht (IBT) dat zij uitvoeren over gemeenten. De provincie ziet erop toe dat gemeenten voldoen aan de wettelijk gestelde kwaliteitseisen voor de organisatie en de medewerkers. Verbinding bestuurs- en strafrecht (politie en OM) Wanneer strafrecht of bestuursrecht wordt ingezet is afhankelijk van de geldende wet- en regelgeving. Bestuursrecht is gericht op herstel van de situatie (ongedaan maken van de overtreding) en strafrecht is gericht op het vaststellen dat er (g)een strafbaar feit is gepleegd. Een doel van strafrecht is vergelding, wie een strafbaar feit heeft begaan, mag daar niet mee wegkomen. De afstemming met de organen, politie en Openbaar Ministerie (OM), die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving is in het beleid geregeld via de lijn van de landelijke handhavingsstrategie omgevingsrecht (LHSO, zie ook paragraaf 7.4). Dit komt erop neer dat individuele casussen vanuit het VTH-domein worden geagendeerd bij de driehoek. Bovendien legt zowel de U&H-strategie als het uitvoeringsprogramma en jaarverslag een link met veiligheid en de APV (openbare orde) om zo bestuurs- en strafrechtelijke besluitvorming integraal te benaderen. De U&H-strategie en het uitvoeringsprogramma leggen wij voor aan de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving met als doel prioriteiten te delen en werkzaamheden af te stemmen. Samen sterk in Brabant Het buitengebied is uniek, waardevol en kwetsbaar. Daarom is het belangrijk om het in de huidige staat te behouden. Om het buitengebied goed te kunnen beschermen is een goede samenwerking tussen de verschillende handhavingsdiensten van essentieel belang. Hiervoor is het project “Samen Sterk in Brabant” (SSiB) gestart. SSiB is een samenwerking van de provincie Noord-Brabant, alle Brabantse gemeenten, de 3 Brabantse waterschappen, de 3 Brabantse omgevingsdiensten, het OM, de politie, Brabant Water, Evides en terreinbeheerders (Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en Brabants Landschap). De focus ligt op de aanpak van stroperij, wild crossen en (drugs)afvaldumpingen. Maar overtredingen als het verwaarlozen van dieren en illegale hennepteelt worden ook opgespoord. Hiertoe is binnen Noord-Brabant een handhavingsteam 24 uur per dag en zeven dagen per week op pad in het buitengebied van Brabant. 3.Ontwikkelingen en bestaand beleid 3.1Profiel van de gemeente Gemeente Moerdijk bestaat uit 11 karakteristieke plaatsen, mooie stukken polderlandschap en wordt omgeven door water. Het is een gemeente met bijna 37.000 inwoners. Moerdijk is qua oppervlakte de tweede grootste gemeente van Noord-Brabant. De kernen en dorpen die Moerdijk vormen, hebben elk hun eigen karakter. Wie de verstedelijking zoekt, voelt zich prima thuis in Zevenbergen. Daarentegen stralen de kernen Klundert, Standdaarbuiten, Fijnaart en Willemstad een sfeer van klein- stedelijkheid en landelijke rust uit. Ook historie leeft in Moerdijk. Vooral in Willemstad en Klundert zijn er goed bewaarde vestingwerken, monumentale gebouwen en sfeervolle straatjes te vinden. Met Rotterdam op slechts 40 en Antwerpen op 60 kilometer afstand, heeft Moerdijk een centrale ligging. Gemeente Moerdijk is een belangrijke economische motor voor de regio en biedt werkgelegenheid aan ruim 10.000 mensen door de zeehaven, industrie en bedrijvigheid. Moerdijk is de 4e zeehaven van Nederland. Tal van goederenstromen komen hier samen en er vindt productie plaats. We werken met onze partners, lokaal en regionaal, nationaal en internationaal, aan een hoogwaardig logistiek- en industrieel knooppunt. Met onze veiligheidspartners werken we samen aan de veiligheid op en rondom het Zeehaven- en Industrieterrein, waaronder het Logistiek Park Moerdijk. 3.2Landelijke ontwikkelingen Omgevingswet Het omgevingsrecht was versnipperd in tientallen wetten, ongeveer 120 AMvB’s en een vergelijkbaar aantal ministeriële regelingen. Deze historisch gegroeide hoeveelheid aan wetten, regels en afspraken voor de fysieke leefomgeving zijn sinds 1 januari 2024 geïntegreerd in één nieuw stelsel. De Omgevingswet zet de gebruiker centraal én beoogt meer flexibiliteit te bieden. De wet gaat over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving en bevat regels over ruimtelijke ordening, infrastructuur, bouwen, monumenten, milieu, natuur en brandveiligheid. Het doel van de Omgevingswet is meer ruimte voor maatwerk, minder regels, minder onderzoekslasten en heldere toetsingskaders. De wet kent vier verbeterdoelen: Vergroten van inzichtelijkheid; Integrale gebiedsbenadering; Verbeteren en versnellen van de besluitvorming; Vergroten van de bestuurlijke afwegingsruimte. De Omgevingswet is ingrijpend en vergt de nodige veranderingen in de organisatie en processen. De wet richt zich, in lijn met de bovenstaande verbeterdoelen, grotendeels op cultuur, houding en werkwijze en in mindere mate op de invoering van juridisch-planologische instrumenten. Daarmee sluit de Omgevingswet aan bij de veranderprocessen die veel gemeenten al hebben ingezet (bijvoorbeeld het resultaat- en klantgericht werken) als gevolg van een veranderende samenleving. Voor de gemeente kent de Omgevingswet vier kerninstrumenten. Dit zijn de omgevingsvisie, het omgevingsplan, de programma’s en de omgevingsvergunning. Er zal gestuurd worden op deregulering en doelvoorschriften. Dat geeft meer ruimte aan bijv. bedrijven om eisen in te vullen. Meer vrijheid betekent ook meer maatwerk en overleg en kost daardoor meer tijd. Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Vanuit de gedachte dat de bouwkwaliteit van bouwwerken kan en moet worden verbeterd, is er ook voor de bouwplantoetsing en het bouwtoezicht een nieuw stelsel ingegaan op 1 januari 2024. Daarbij worden bouwpartners zelf meer verantwoordelijkheid voor die bouwkwaliteit. Dit wordt geregeld in de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). Het privaatrechtelijke gedeelte van het Wkb-stelsel wordt mogelijk gemaakt door wijziging van het Burgerlijk Wetboek. Het publiekrechtelijk gedeelte van het Wkb-stelsel is opgenomen in het stelsel van de Omgevingswet. Het is de verwachting dat door de invoering van de Wkb wij minder werkzaamheden gaan verrichten voor vergunningverlening en bouwtoezicht. Het zou kunnen betekenen dat er wel meer tijd besteed moet worden aan handhaving omdat handhaving tijdens en na de bouw een bevoegdheid van de gemeente blijft. Bij grotere risico’s en kwetsbare functies zijn er redenen om enige vorm van betrokkenheid van het bevoegd gezag te behouden. Voor de inzet van de gemeente bij de uitvoering van de Wkb stellen we een richtlijn of protocol op. Arbeidsmarkt De huidige krapte op de arbeidsmarkt heeft ook effect op het VTH-domein. Vooral technische en juridische functies zijn moeilijk vervulbaar. Om de uitvoering van VTH-taken niet te veel onder druk te zetten en de werkdruk bij medewerkers te verlichten moeten wij meer regionaal samenwerken en efficiënter werken. Dit laatste kan onder andere plaatsvinden door de inzet van meer (innovatieve) digitale instrumenten. De krapte biedt daarom ook kansen. Openbare ruimte Vanuit de overheid worden steeds meer toezichtstaken die nu bij de politie horen (impliciet) overgedragen naar de gemeenten. Ook heeft de VNG een voorstel gedaan bepaalde politietaken over te gaan dragen naar gemeenten, bijvoorbeeld op het gebied van verkeer (o.a. snelheidscontroles). Dit is een voornemen nog geen feit. Wanneer de handhaving van nieuwe overtredingen van politie naar boa’s wordt overgedragen, stellen wij in samenwerking met de politie een handhavingsarrangement op. Ondermijnende criminaliteit Ondermijnende criminaliteit bestaat uit alle vormen van misdaad die een bedreiging vormen voor de integriteit van onze samenleving. Denk aan zaken als cybercrime, drugshandel en -productie, mensenhandel, wapenhandel etc. Maar ook onderwerpen als het (op grote schaal) ontduiken van belasting, crimineel geld witwassen of frauderen met vastgoed, uitkeringen of overheidssubsidies. De aanpak van georganiseerde misdaad vraagt om een georganiseerde overheid en een integrale aanpak. De verbinding tussen bestuurs- en strafrecht is belangrijk voor een goede aanpak van ondermijnende criminaliteit en een level- playing-field. De provincie Noord-Brabant heeft aangegeven dat een borging van deze verbinding met de U&H-strategie dient te worden bereikt. De afstemming met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving is in de strategie geregeld via de lijn van de LHSO. Dit komt erop neer dat individuele casussen vanuit het VTH-domein worden geagendeerd in het driehoeksoverleg of de lokale driehoek. Vanaf 2024 is het jaarlijkse uitvoeringsprogramma gebaseerd op zowel deze U&H-strategie als het districtelijk Integraal Veiligheidsplan 2023-2026. Hiermee wordt een duidelijke link gelegd tussen de organen die belast zijn met bestuurs- en strafrechtelijke handhaving. Deze U&H-strategie en het jaarlijkse uitvoeringsprogramma stemmen wij af met de organen (politie en OM) die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving met als doel prioriteiten delen van prioriteiten waardoor afstemming van werkzaamheden kan plaatsvinden. De integrale aanpak en samenwerking zijn gericht op de inzet van preventieve, bestuursrechtelijke, privaatrechtelijke, fiscale en/of strafrechtelijke instrumenten. Onderdeel van deze integrale aanpak is de bestuurlijke aanpak. Binnen de bestuurlijke aanpak neemt het openbaar bestuur maatregelen die de georganiseerde criminaliteit in de activiteiten belemmeren of frustreren. Wanneer de strafrechtelijke opsporing en vervolging door politie en justitie gecombineerd wordt met bestuurlijke en fiscale middelen, ontstaat de meest optimale vorm van de bestrijding van georganiseerde criminaliteit: de geïntegreerde aanpak. Hieraan werken, verschillende partijen zoals gemeente, provincie, politie, OM, belastingdienst en bijzondere opsporingsdiensten. De ene keer zal dat leiden tot bestuurlijk, de andere keer tot fiscaal- of strafrechtelijk optreden. Duurzaamheid Nederland staat voor grote opgaven op het gebied van de leefomgeving. Er moet een groot aantal nieuwe woningen worden bijgebouwd, om de opwarming van de aarde te beperken moeten er locaties worden gevonden voor windmolens en zonnepanelen, en door klimaatverandering, de landbouw, woningbouw en bedrijvigheid staat de draagkracht van de bodem, het water en de biodiversiteit onder grote druk. Al deze opgaven komen samen op het beperkte grondgebied van Nederland waardoor er regelmatig sprake is van tegenstrijdige belangen. Het aanpakken ervan is een ingewikkelde puzzel, niet alleen omdat voor bestaande en nieuwe functies ruimte moet worden gevonden, maar ook omdat daarbij rekening moet worden gehouden met de interactie tussen het benodigde ruimtegebruik. Hoe kunnen woonwijken niet alleen snel worden aangelegd maar ook zodanig dat ze bestand zijn en blijven tegen langere periodes van droogte, warmte en heftigere regenbuien, hoe kan de uitkoopregeling voor de landbouw tegelijkertijd bijdragen aan de vermindering van de stikstofdepositie op natuurgebieden en de aanpak van verdroging, en hoe kunnen windturbines en zonnepanelen een plaats krijgen zonder landschappen al te veel aan te tasten en met draagvlak onder de bevolking? Deze vraagstukken op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, stikstofdepositie e.d. raken ook de VTH-taken op gemeentelijk niveau. 3.3Gemeentelijke ontwikkelingen Uitvoeren districtelijk integraal Veiligheidsplan in samenhang met VTH-beleid Uitvoering van de fysieke en sociale veiligheidstaken zijn nauw verbonden met de uitvoering van de VTH-taken. Organisatorisch hebben wij de processen samengebracht in één team: Veiligheid, Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VVTH). Wij onderstrepen hiermee het belang van een integrale en adequate uitvoering van deze taken. Op 2 maart 2023 heeft de gemeenteraad het districtelijk Integraal Veiligheidsplan 2023-2026 vastgesteld. In dit kaderstellend plan stelt de gemeenteraad de doelen vast op het gebied van veiligheid. Door de kaders uit het veiligheidsplan in samenhang met de kaders uit dit beleid te benaderen en uit te voeren beogen wij de veiligheid, de gezondheid en het beschermen en verbeteren van de leefomgeving voor onze inwoners zo optimaal mogelijk te garanderen. Grote gebiedsontwikkelingen Moerdijk is een ontwikkelgemeente. We staan voor diverse (strategische) opgaven zoals de gebiedsontwikkeling Zevenbergen-Oost en belangrijke ontwikkelingen in het kader van de landelijke energietransitie (onder andere aanleg van het waterstofnetwerk Zuidwest-Nederland en zoektocht naar locatie 380 kV-station). Bij de ontwikkeling van grote infrastructurele ontwikkelingen gaat het VTH-domein een belangrijke rol spelen. Door VVTH vroegtijdig bij de planvorming te betrekken verwachten wij (vergunning)procedures sneller en effectiever te doorlopen. Uitvoeringsbeleid en -protocollen Dit beleidskader geeft de belangrijkste kaders voor het uitvoeren van onze VTH-taken. Daarnaast beschikken wij over uitvoeringsbeleid (bijv. evenementen- en standplaatsenbeleid) en -protocollen (bijv. toetsingsprotocol Besluit bouwwerken leefomgeving). Voor een transparant besluitvormingsproces en het bieden van voldoende rechtszekerheid aan inwoners en ondernemers is het van belang dat deze uitvoeringskaders up-to- date zijn. Dit betekent dat we deze kaders minimaal een keer per vier jaar toetsen op actualiteit. We beschikken over een actueel register waarin de geldende uitvoeringskaders staan vermeld. Kwaliteit en klanttevredenheid Onze ambitie is voortdurend inzicht te hebben in de kwaliteit die wij leveren bij het uitvoeren van de VTH-taken. Dit betekent dat wij continu aandacht hebben voor het verbeteren van onze processen en periodiek onze dienstverlening monitoren. De kwaliteit die wij leveren leggen we vast en we inventariseren de risico’s. Periodiek monitoren wij onze dienstverlening door het meten van de klanttevredenheid. Wij onderzoeken de mogelijkheden van het implementeren van een kwaliteitsmanagementsysteem binnen het vakgebied VVTH. Databeheer en -analyse Goede en tijdige beschikbaarheid van data maakt een steeds belangrijker onderdeel uit van ons werk. Het vereist dat wij het databeheer goed in de organisatie moeten borgen door onder andere afspraken over het verzamelen, ordenen, gebruiken en opslaan van gegevens uniform vast te leggen waardoor we een gewenst kwaliteitsniveau van onze data kunnen realiseren. Door adequaat databeheer is het mogelijk data- analyses uit voeren waardoor het mogelijk is trends te ontdekken en onze bedrijfsprocessen te optimaliseren. Het vormt een belangrijk instrument om de kwaliteit van onze dienstverlening te verhogen en maakt het mogelijk om de VTH-taken op basis van analyses efficiënter en effectiever uit te voeren. Wij onderzoeken de mogelijkheden van databeheer en -analyse binnen het vakgebied-VVTH en kijken naar het aansluiten bij initiatieven die de OMWB op dit gebied onderneemt. Cultuur- en Erfgoednota Op 17 december 2023 is de Cultuur- en Erfgoednota vastgesteld. Deze nota bevat in algemene zin de kaders voor toezicht en handhaving voor het rijksbeschermd stadsgezicht van Willemstad. In hoofdstuk 6 van de U&H-strategie staat welke prioriteit wij specifiek toekennen aan de inzet van het VTH-instrumentarium voor monumenten in brede zin. Versterking inzet boa’s De gemeenteraad heeft in zijn vergadering van 11 mei 2023 besloten de capaciteit voor de inzet van buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’
- s)te versterken en heeft daarvoor structureel een budget van € 250.000 ter beschikking gesteld. De boa-capaciteit is met 3 fte uitgebreid. Voor ondersteunende activiteiten is jaarlijks € 58.000 beschikbaar gesteld (voertuig, opleiding en trainingen en administratieve ondersteuning). De extra capaciteit draagt bij aan een betere leefbaarheid (aanpak kleine ergernissen) en veiligheid (ondersteuning politie) in de kernen, buitengebied en haven- en industrieterrein. Ook neemt de zichtbaarheid van de boa’s toe. 4.Uitgangspunten voor uitvoerings- en handhavingsstrategie 4.1Professioneel, servicegericht en daar waar nodig daadkrachtig Mede als gevolg van een aantal incidenten in het land met ernstige bodemverontreinigingen, branden bij bedrijven, ongelukken bij evenementen en incidenten in de bouw, hebben veel gemeenten in de loop der jaren geïnvesteerd in een meer professionele uitvoering van de vergunningverlening, toezicht en handhaving. Dat geldt ook voor de gemeente Moerdijk, waar sinds 2005 bestuurlijke prioriteiten worden gesteld, programmatisch wordt gewerkt en er voldoende en kwalitatief goede medewerkers bij de gemeente of bij partners zijn waarmee wordt samengewerkt zoals De6, OMWB en Veiligheidsregio. De gemeentelijke inzet voor de VTH-taken kan worden samengevat onder de noemer “servicegerichte vergunningverlening en adequaat toezicht en daadkrachtige handhaving”. Hieronder verstaan we dat deze taken efficiënt en effectief worden uitgevoerd, streng waar nodig en oplossingsgericht waar mogelijk. 4.2Focus op de grootse risico’s Evenals de voorgaande jaren zal ook de komende jaren het accent van het beleid liggen op het beheersbaar houden en terugdringen van de bestaande grotere omgevingsrisico’s en het voorkomen van nieuwe grotere omgevingsrisico’s. De gemeentelijke inzet zal zich concentreren op deze meest risicovolle situaties. In hoofdstuk 5 wordt deze werkwijze toegelicht. 4.3Eigen verantwoordelijkheid en ruimte voor eigen initiatief De uitdagingen liggen in de tweede plaats in een verschuiving bij de inzet van de verschillende instrumenten die we hebben op basis van het omgevingsrecht. Het accent lag tot nu toe op het programmatisch en vanuit de regelgeving sturen op naleefgedrag en daarnaast de inwoners en ondernemers meer op hun eigen verantwoordelijkheid aan te spreken maar hen ook de ruimte laten om met eigen oplossingen te komen. Wij vinden het belangrijk om ruimte te bieden aan economische initiatieven en geen onnodige barrières op te werpen. Dat betekent dat de VTH- taken ook deels vanuit de invalshoek van inwoners en ondernemers wordt ingevuld. Waar de eigen verantwoordelijkheid onvoldoende leidt tot het realiseren van het gewenste effect, zullen inwoners en ondernemers gefaciliteerd worden. Uitgangspunt is de verwachting dat veel ondernemers en inwoners deze verantwoordelijkheid goed aan kunnen. Maar daar waar dit niet het geval is en leidt tot onacceptabele risico’s zal zo nodig stevig handhavend worden opgetreden (high trust – high penalty). 4.4Van handhaving naar preventie Een andere uitdaging is het vroegtijdiger bijsturen in ontwikkelingen die voorzienbaar problematisch kunnen worden. Er wordt momenteel relatief veel tijd besteed aan handhavingssituaties over overlast waar in essentie sprake is van onderliggende ‘burenruzies’. Door alerter te zijn op mogelijke onderliggende conflicten bij klachten of signalen kunnen dergelijke escalaties mogelijk worden voorkomen en is minder inzet vanuit toezicht en handhaving nodig. Dit gebeurt door de preventieve en voorlichtende rol van toezichthouders en boa’s, de inzet van communicatie-instrumenten, subsidies, mediation, buurtbemiddeling of via maatschappelijke ondersteuning. Hetzelfde geldt voor het voorkomen van onnodige overtredingen of klachten doordat inwoners en ondernemers onvoldoende op de hoogte zijn van risico’s en regelgeving. Ook hier kan tijdige voorlichting via de website en gemeentelijke publicaties herstelkosten en eventuele schade voorkomen. Ook bij de aanpak om te komen tot een veilige leefomgeving staat preventie voorop waarbij wordt doorgepakt daar waar het nodig is. Om dit mogelijk te maken is een goed zicht op ontwikkelingen binnen de gemeente vereist. Bijvoorbeeld als het gaat om de vestiging van bedrijvigheid aan huis, initiatieven van inwoners, bedrijven/verenigingen, wijken of dorpen rond (zorg)voorzieningen, veranderend gebruik van vrijkomende bebouwing of renovatie en verbouwing van bestaande gebouwen (in verband met brandveiligheid). Niet door nog alleen meer toezicht uit te oefenen, maar ook door slim gebruik te maken van bestaande informatie (bijvoorbeeld binnen de sociale sectoren), signalering, inzet van nieuwe technologie én de bereidheid van inwoners en ondernemers om bijvoorbeeld verbouwingen tijdig te melden. 4.5Communicatie De gemeente Moerdijk wil communicatie zo organiseren, dat het dienend is aan de doelstellingen uit de U&H-strategie, het uitvoeringsprogramma en het jaarverslag. De communicatie speelt ook in op de beleving van de burger en vergroot het vertrouwen van de burger in de aanpak van de overheid. Communicatiedoelstellingen Informeren over actuele wetten en regelgeving. Begrip vergroten dat we samen verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit van de leefomgeving. Bevorderen van het naleven van wetten en regels. Vertrouwen in de overheid vergroten. Met communicatie streven we dus een preventieve werking na; bevordering van het naleven van wetten en regels. Voor handhaving, deels ook voor vergunningverlening, is kennis hebben van de regels, de risico’s en de sancties van het allergrootste belang. We gaan het gesprek aan met inwoners en bedrijven aan over wat er goed gaat en wat er nog beter kan. Kernboodschap De U&H-strategie heeft als doel: de kwaliteit van de fysieke leefomgeving te beschermen en daar waar mogelijk te verbeteren. Dit vertaalt zich in de kernboodschap voor de inwoners: Samen zijn we verantwoordelijk voor een veilige en prettige leefomgeving Communicatiestromen algemeen We bieden een overzichtelijk en laagdrempelige ingang naar informatie over actuele wet- en regelgeving. Onze medewerkers zijn ambassadeurs voor de gemeente Moerdijk en denken mee in oplossingen en mogelijkheden voor onze inwoners en ondernemers. Balans tussen communicatie en effectief handelen Boodschap, actie en verwacht effect moeten in balans zijn. Op de eerste plaats komt het informeren van inwoner en ondernemer. Het bekend zijn met de regels en wetgeving is een voorwaarde om de juiste keuzes te kunnen maken. Bij het signaleren van overtredingen of nalatigheid kan op basis van wat aangetroffen wordt een keuze gemaakt worden tussen samen oplossen, sancties opleggen en aanvullend externe communicatie inrichten. Hierbij houden we altijd het doel en de kernboodschap voor ogen. Nauwkeurigheid in communicatie Met doelgroepgerichte communicatie zorgen we ervoor dat de juiste doelgroep de goede informatie krijgt op het juiste moment. Hiervoor is het nodig na te denken welke communicatiebehoefte er is, en welke afstemming/participatie vanuit wetgeving of beleid gevraagd wordt van de initiatiefnemer (gemeente of inwoner/bedrijf). Het is van belang om vergunningverlening, toezicht en handhaving en communicatie zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen. Inspanningen zichtbaar maken Wij richten ons op het delen van succes. De communicatie maakt zichtbaar hoe geïnvesteerd wordt in de veilige en prettige leefomgeving van de gemeente. 5.Van een risicoanalyse naar VTH-strategieën 5.1Inleiding De vaststelling van de U&H-strategie is tot stand gekomen via vier sporen. Het eerste spoor betrof het via een risicoanalyse bepalen van prioriteiten met behulp van een risicomatrix. Tijdens het tweede spoor hebben wij een eerste reactie gegeven op de conceptstrategie voor het voor inspraak vrijgeven van de conceptstrategie. Tijdens het derde spoor is de conceptstrategie behandeld in de commissie Sociaal en Bestuur en zijn onze handhavingspartners in de gelegenheid gesteld een reactie te geven. Tijdens het vierde spoor heeft de besluitvorming plaatsgevonden en is de strategie door het college definitief vastgesteld. In dit hoofdstuk wordt bovenvermelde werkwijze kort toegelicht. In hoofdstuk 6 worden de resultaten gepresenteerd. Deze resultaten bieden een basis voor de prioriteiten die gesteld worden voor de taakvelden vergunningverlening, toezicht en handhaving. 5.2Risicoanalyse Een belangrijk onderdeel van de strategie is het, via een risicoanalyse, in beeld brengen van risico’s en effecten van de taakvelden vergunningverlening, toezicht en handhaving. Hieruit volgt een prioritering die als vertrekpunt is gebruikt voor het opstellen en uitwerken van de VTH-strategieën. Om een goede risicoanalyse en afweging te kunnen maken tussen alle gemeentelijke VTH- taken is gebruik gemaakt van een risicomatrix. Zie hoofdstuk 6 en bijlage 2. 5.3Werking risicoanalyse Om de VTH-taken te kunnen prioriteren is door De6 een inventarisatie gemaakt waarbij per onderdeel en per taakveld (bouwen, omgevingsplan/gebruik, brandveiligheid, slopen, milieu en APV/bijzondere wetten) de taken in beeld zijn gebracht. Per taak zijn vervolgens op basis van de risico’s, effecten en naleefgedrag gewogen (risicoanalyse) aan de hand van de volgende beoordelingscriteria: Veiligheid, volksgezondheid, financieel/economisch en energie, klimaatadaptatie & duurzaamheid. Aan de hand van deze scores is vervolgens een prioriteitenverdeling gemaakt. De volgende prioriteiten zijn hierbij gehanteerd: Zeer hoog Hoog Middel Laag Zeer laag Aan de hand van deze prioriteiten kan per VTH- onderdeel een strategie worden opgesteld. De De6 prioriteitenlijst is in bijlage 2 bijgevoegd. 5.4Analyse vakspecialisten en rol college De basis voor de huidige prioriteiten wordt gevormd door de risicoanalyse. Een onderdeel van de risicoanalyse is de beoordeling door de vakspecialisten van de De6 gemeenten. Deze vakspecialisten zijn in het VTH-domein werkzaam. Daarom hebben zij een goed beeld van de ontwikkelingen binnen het taakveld. Bovendien kennen zij de lokale situatie en de eventuele knelpunten waar zij in de dagelijkse praktijk mee te maken hebben. Wij hebben ons daarna zich gebogen over de resultaten van de risicoanalyse. Op basis van bestuurlijke afwegingen zijn enkele aanpassingen in de prioriteitenverdeling aangebracht. In paragraaf 6.1 zijn de aanpassingen vermeld. 5.5Inspraakreacties De commissie Sociaal en Bestuur en samenwerkingspartners hebben wij in de gelegenheid gesteld om te reageren op de concept-U&H-strategie. De conceptstrategie is ter advisering voorgelegd aan de commissie en voor een inspraakreactie toegestuurd naar enkele belangrijkste samenwerkingspartners. Deze reacties zijn vastgelegd in een inspraaknota. Wij verwijzen hiervoor naar bijlage 7. De inspraakreactie heeft tot aanpassing van de strategie geleid. De wijzigingen staan vermeld in hoofdstuk 3 van de inspraaknota. 5.6Uitvoeringsprogramma en jaarverslag Op basis van de prioriteiten en strategieën wordt jaarlijks een uitvoeringsprogramma opgesteld per VTH-onderdeel. In het jaarlijkse uitvoeringsprogramma worden de prioriteiten en strategieën gekoppeld aan de beschikbare capaciteit. Het college van burgemeester en wethouders heeft hierbij de mogelijkheid om op grond van bestuurlijke afwegingen en/of couleur locale gemotiveerd de prioriteiten en bijbehorende strategieën jaarlijks aan te passen. Jaarlijks wordt een verslag gemaakt met conclusies en verbeterpunten die dienen als input voor het opstellen van een nieuwe U&H-strategie en nieuw uitvoeringsprogramma. Hierdoor is het mogelijk de prioriteiten bij te stellen en in te spelen op actuele zaken en de prioriteitenlijst opnieuw bestuurlijk vast te laten stellen. Voor zover mogelijk en noodzakelijk worden aanpassingen in De6 verband voorbereid. 6.Prioriteiten en doelen 6.1Resultaten prioritering Zoals in hoofdstuk 5 is beschreven, is de basis voor de prioriteitenlijst gevormd door de risicoanalyse. Verzoeken om handhaving en klachten (meldingen) zijn niet opgenomen in de prioriteitenlijst, zij hebben – in beginsel – altijd een hoge prioriteit, vanuit een wettelijke taak en/of uit oogpunt van klantgerichtheid. Calamiteiten en ongewone voorvallen zijn ook niet opgenomen in de prioriteitenlijst, hiervoor wordt standaard geen capaciteit gereserveerd omdat deze zaken sporadisch voorkomen en we geen onnodig beslag willen leggen op personele capaciteit. In deze gevallen handelen we naar bevind van zaken. De prioritering die voortkomt uit de risicoanalyse wordt verder uitgewerkt in het jaarlijks uitvoeringsprogramma. De volledige De6 prioriteitenlijst is in bijlage 2 opgenomen. Hieronder staan de hoogste prioriteringen van deze lijst genoemd. Deze taken hebben de hoogste prioriteit omdat deze taken scoren als een zeer hoog of hoog risico: Taakveld Taak Prioriteit APV en Bijzondere wetten Overlast - drugs (inclusief toepassing art. 13b Opiumwet) zeer hoog APV en Bijzondere wetten Afval - illegale stort chemisch hoog APV en Bijzondere wetten Afval - illegale stort overig hoog APV en Bijzondere wetten Overlast - vuurwerk hoog Bouwen Illegale bouwactiviteiten zeer hoog Bouwen Bedrijven categorie 3 hoog Bouwen Bedrijven categorie 4 hoog Bouwen Monumenten hoog Bouwen Publiek categorie 2 hoog Bouwen Publiek categorie 3 hoog Bouwen Wonen categorie 3 hoog Brandveiligheid Risicovolle bedrijven zeer hoog Brandveiligheid Gebouwgroep 1 hoog Brandveiligheid Gebouwgroep 2 hoog Brandveiligheid Gebouwgroep 3 hoog Brandveiligheid Gebouwgroep 4 hoog Brandveiligheid Gebouwgroep C hoog Gebruik (bestemmingsplan) Gebruik bouwwerken hoog Gebruik (bestemmingsplan) Huisvesting arbeidsmigranten hoog Milieu Illegale milieuactiviteiten zeer hoog Milieu Afval(water)beheer hoog Milieu Autodemontagebedrijven hoog Milieu Benzinestation met LPG hoog Milieu Bijzondere woongebouwen hoog Milieu Chemische industrie; grootschalige opslag gevaarlijke stoffen,Bal/Bkl hoog Milieu Garages en autoherstelbedrijven hoog Milieu Horeca hoog Milieu Chemische industrie; kleinschalige opslag gevaarlijke stoffen hoog Milieu Natte en chemische wasserijen hoog Milieu Veehouderij hoog Slopen Illegale sloopactiviteiten hoog Slopen Sloopmelding met asbest hoog In bovenstaande tabel is aan een aantal taken een prioriteit toegekend die voor Moerdijk aanleiding geven op grond van lokale inzichten en bestuurlijke wensen (couleur locale) of op basis van ervaringen uit het verleden af te wijken en de toegekende prioriteit naar boven of beneden bij te stellen. Dit leidt tot de volgende aanpassingen: Taakveld Taak Prioriteit Was Wordt APV en Bijzondere wetten Alcoholwet – exploitatie (openbare inrichting) gemiddeld hoog APV en Bijzondere wetten Alcoholwet – leeftijd laag hoog APV en Bijzondere wetten Overlast -wonen gemiddeld hoog APV en Bijzondere wetten Evenement-B (groot) 1 Evenementen B-C zijn vergunningplichtig, groot en risicovol, bijvoorbeeld lichtjesoptocht carnaval, Hollandse avond, Fendertse week, waterweekend, polderchallenge, muziekfeesten in tent, wielerronde, havenloop etc. Evenementen-C hebben een landelijke uitstraling en komen in Moerdijk niet voor.Evenementen-A zijn vergunningplichtig maar minder risicovol, bijvoorbeeld avondvierdaagse en intocht Sinterklaas. Evenementen-O zijn meldingsplichtig, bijvoorbeeld organiseren straatbarbeque tot 100 personen. gemiddeld zeer hoog APV en Bijzondere wetten Overlast - dieren laag hoog APV en Bijzondere wetten Evenement-O (melding) laag zeer hoog APV en Bijzondere wetten Verkeer, parkeren en stallen laag hoog Bouwen Bedrijven categorie 2 laag gemiddeld Bouwen Monumenten hoog zeer hoog Bouwen Bedrijven categorie 4 hoog zeer hoog Brandveiligheid Evenementen B & overige plaatsen gemiddeld laag Brandveiligheid Gebouwgroep 1 hoog laag Brandveiligheid Risicovolle bedrijven zeer hoog zeer hoog m.u.v. fabriek/opslag/ma- gazijn/werkplaats > 2.500 m² en/of >50 personen <150 personen Brandveiligheid Gebouwgroep A laag zeer laag Brandveiligheid Gebouwgroep C hoog laag m.u.v. pallet- bedrijven deze gaan naar hoog Milieu Horeca hoog laag Milieu Scheepswerven laag hoog Milieu Chemische industrie; grootschalige opslag gevaarlijke stoffen, Bal/Bkl hoog zeer hoog In de bovenstaande tabellen ontbreken een aantal (nieuwe) taken die geen onderdeel hebben uitgemaakt van de risicoanalyse. Gelet op de lokale situatie hebben wij besloten om deze taken toe te voegen met de prioriteit hoog. Dit omdat de impact van de activiteit op de samenleving groot is. Taakveld Taak Prioriteit APV en Bijzondere wetten Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemingsklimaat (zoals autoverhuurbranche) hoog Gebruik Regels omtrent wonen (huisvesting, overbewoning, huur en verhuure.d.) hoog In de prioriteitenlijst die in De6-verband is opgesteld, is binnen het taakveld Bouwen de taak Illegale bouwactiviteiten als zeer hoog geprioriteerd. Het begrip ‘illegale bouwactiviteiten’ is zeer ruim en omvat activiteiten die een grote impact hebben in relatie tot activiteiten die een geringe impact hebben. Gelet op de lokale situatie hebben wij besloten om deze taak te splitsen. Taakveld Taak Prioriteit Bouwen Illegale bouwactiviteiten (Monumenten, Bedrijven categorie 3, Bedrijven catego- rie 4, Publiek categorie 2, Publiek categorie 3 en Wonen categorie 3) zeer hoog Bouwen Illegale bouwactiviteiten (Wonen categorie 1, Wonen categorie 2, Bedrijven categorie 1, Bedrijven categorie 2, Publiek categorie 1 en Overige) wanneer deze betrekking hebben op brand- en/of constructieve veiligheid hoog Illegale bouwactiviteiten (Wonen categorie 1, Wonen categorie 2, Bedrijven categorie 1, Bedrijven categorie 2, Publiek categorie 1 en Overige) wanneer deze betrekking hebben op andere activiteiten laag Voor het totaaloverzicht van de prioriteiten zoals deze voor de gemeente Moerdijk van toepassing is, wordt verwezen naar bijlage 4. Een nadere onderbouwing van bovenstaande wijzigingen verwijzen is opgenomen in bijlage 5. Een nadere omschrijving van de taken binnen de taakvelden Bouwen en Brandveiligheid is opgenomen in bijlage 6. 6.2Doelen De6 doel voor de uitvoering van de VTH-taken De kwaliteit van de fysieke leefomgeving te beschermen en daar waar mogelijk te verbeteren Maatschappelijk effect: Een veilige en gezonde fysieke leefomgeving waar inwoners, ondernemers en bezoekers van de gemeente Moerdijk het prettig vinden om te verblijven en te ondernemen. Randvoorwaarden/acties: We voldoen aan de VTH-kwaliteitscriteria. We leveren kwalitatief goede dienstverlening (stellen normen op). We passen de LHSO toe. We werken met een U&H-strategie en uitvoeringsprogramma. Doelen van de gemeente Moerdijk We werken integraal (in samenhang) en servicegericht Maatschappelijk effect: Inwoners en ondernemers ondersteunen wij bij het realiseren en uitvoeren van hun plannen en activiteiten. Wij stemmen -indien nodig- aan de voorkant af met andere bevoegde gezagen. Onze houding daarbij is open en transparant. Randvoorwaarden/acties We werken volgens het principe “Ja, mits”. We beschikken over een informatiepunt waar inwoners en ondernemers terecht kunnen met hun vragen (persoonlijk contact). We werken goed samen met onze partners. We voeren toezicht uit op basis van vertrouwen - high trust – high penalty. We vergunnen risicogestuurd Maatschappelijk effect: Vergunningprocedures worden effectief en efficiënt doorlopen en aanvrager weet vooraf wat hij van de gemeente mag verwachten. Aanvragen voor risicovolle activiteiten toetsen we uitgebreider en intensiever. Randvoorwaarden/acties We beschikken over actuele toetsingsprotocollen voor aanvragen en meldingen. We leggen gegevens adequaat vast in onze informatiesystemen en monitoren die periodiek. We onderzoeken (op onderdelen samen met onze partners) de mogelijkheden om de VTH-data effectiever en efficiënter in onze informatiesystemen vast te leggen en onderling uit te wisselen. We programmeren toezichtrisicogestuurd Maatschappelijk effect: De negatieve effecten van (bedrijfs)activiteiten worden voorkomen dan wel tot een minimum beperkt; De toezichtlasten voor ondernemers beperken we zoveel mogelijk. Randvoorwaarden/acties: We stemmen het jaarlijks toezichtprogramma vooraf met onze partners af. We beschikken over adequate toezichtscapaciteit; De juridische handhavingscapaciteit is op het werkaanbod afgestemd. We ontwikkelen/actualiseren kengetallen en werken met (digitale) checklisten. We onderzoeken (op onderdelen samen met onze partners) de mogelijkheden om de VTH-data effectiever en efficiënter in onze informatiesystemen vast te leggen en onderling uit te wisselen. We bestrijden ondermijnende criminaliteit Maatschappelijk effect: Een veilige gemeente, waar inwoners en ondernemers weten dat ondermijnende criminaliteit niet acceptabel is en adequaat wordt aangepakt. Randvoorwaarden/acties: We beschikken over actueel Damocles- en Bibob-beleid. We implementeren de Brabantse norm weerbare overheid. We zetten onze bestuursrechtelijke instrumenten breed in. We zetten de samenwerking met partners voort en indien nodig intensiveren en breiden deze uit met nieuwe partners. We werken volgens vastgestelde kwaliteits- en prestatienormen Maatschappelijk effect: De kwaliteit van de dienstverlening leggen we vast en is (achteraf) toetsbaar. Randvoorwaarden/acties: We leggen jaarlijks verantwoording af over de uitvoering van de VTH-taken. We ontwikkelen kwaliteitsnormen voor vergunningverlening, toezicht en handhaving en leggen hierin prestatie-indicatoren vast. We voeren interne procesaudits uit. 7.Strategie en uitvoering 7.1Strategieën In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe de doelen en prioriteiten uit hoofdstuk 6 worden gerealiseerd. Hiertoe wordt een drietal strategieën ingezet. De drie uitvoeringsstrategieën zijn gebaseerd op landelijke strategieën en zijn aangevuld met regionale afspraken en gemeentelijke werkwijzen. De gemeente hanteert de volgende uitvoeringsstrategieën. Vergunningenstrategie (paragraaf 7.2) Hierin wordt de aanpak beschreven om voorschriften op te leggen aan activiteiten. Toezichtstrategie (paragraaf 7.3). Deze bevat de verschillende toezichtinstrumenten met een beschrijving van de wijze waarop deze worden ingezet. Ook de wijze waarop preventie wordt ingezet om naleefgedrag te bevorderen en overtredingen te voorkomen, de preventiestrategie, is als onderdeel van de toezichtstrategie beschreven in paragraaf 7.3. Handhavingsstrategie (paragraaf 7.4). Voor de aanpak bij constatering van overtredingen wordt de LHSO gevolgd. Ook de wijze waarop de gemeente omgaat met gedogen, de gedoogstrategie, wordt in dit hoofdstuk beschreven. De samenhang tussen de strategieën is schematisch weergegeven in onderstaande figuur. 7.2Vergunningenstrategie Uitgangspunt bij vergunningverlening is dat inwoners en ondernemers verantwoordelijk zijn voor het indienen van goede en volledige aanvragen en meldingen (bijv. een melding voor een bouwactiviteit onder de Wkb). De aanvraag vormt immers de basis voor de vergunningverlening. Goede en volledige vergunningen en meldingen zijn weer noodzakelijk om adequaat toezicht uit te voeren en eventueel handhaving. De gemeente heeft de taak om de verschillende belangen vanuit de verschillende invalshoeken te coördineren. De Omgevingswet stelt ons wel voor nieuwe uitdagingen. Aanvrager kan een aanvraag met meerdere activiteiten opsplitsen in meerdere verzoeken/aanvragen. Ze hoeven de activiteiten niet allemaal tegelijkertijd in te dienen. Aanvrager mag een project pas uitvoeren (bijv. bouwen en gebruiken) wanneer alle vereiste toestemmingen verkregen/verleend zijn. Aan het bevoegde gezag(
- en)de taak om hierop toe te zien. In de uitvoeringspraktijk kan dit leiden tot onduidelijkheid. We hanteren hierbij het principe “Ja, mits…”. De initiatiefnemer beschikt hierbij over één vast aanspreekpunt vanuit de gemeente na indiening. Wij werken met de volgende uitgangspunten voor het beoordelen van aanvragen om vergunningen en ingediende meldingen. Aan de hand van risico’s die we lopen of belangen die met een aanvraag of melding gemoeid zijn bepalen we het toetsingsniveau. De risico-inventarisatie en daaraan gekoppelde prioritering uit hoofdstuk 6 hanteren we daarbij als leidraad. Risico/belang Toetsingsniveau Zeer hoog/Hoog Niveau 3 Gemiddeld Niveau 2 Zeer laag/Laag Niveau 0 of 1 We stellen voor de meest voorkomende aanvragen en ingediende meldingen een beoordelingsmatrix op waarin we de toetsingsniveaus uitwerken. Deze toetsingsniveaus gelden niet voor omgevingsvergunningen voor milieubelastende activiteiten (MBA’s). Deze werkzaamheden zijn in mandaat opgedragen aan de OMWB. Het is een verantwoordelijkheid van de omgevingsdienst om voor MBA’s (regionale) toetsingsniveaus op te stellen. Nog niet alle toetsingsniveaus zijn beschreven en door ons vastgesteld. Vastgestelde toetsingsniveaus nemen wij als bijlagen op in het jaarlijks vast te stellen Uitvoeringsprogramma VVTH. Toetsingsniveaus Niveau 0 Het niet of zeer globaal beoordelen of aan een voorschrift wordt voldaan. Niveau 1 Uitgangspuntentoets en visueel toetsen: bevatten de stukken voldoende informatie over de uitgangspunten? Gecontroleerd wordt of de globale uitgangspunten op de stukken die zijn aangeleverd om het desbetreffende aspect te kunnen toetsen, in voldoende mate en in samenhang zijn weergegeven. Kloppen de uitgangspunten en lijken de uitkomsten aannemelijk? Gecontroleerd wordt of de uitgangspunten op de stukken die zijn aangeleverd om het betreffende aspect te kunnen toetsen in de juiste vorm zijn, waarbij van ieder te toetsen aspect wordt nagegaan of de uitgangspunten juist zijn en of de uitkomsten aannemelijk. Niveau 2 Representatief toetsen: controle van de toonaangevende onderdelen. Gecontroleerd wordt of de uitgangspunten op de aangeleverde stukken om het betreffende aspect te kunnen toetsen in de juiste vorm zijn. Van ieder te toetsen aspect wordt nagegaan of de uitgangspunten juist zijn en of de uitkomsten aannemelijk zijn. De belangrijkste aangeleverde berekeningen worden gecontroleerd, dan wel nagerekend. Niveau 3 Volledig toetsen: alles in samenhang controleren. Gecontroleerd wordt of de uitgangspunten op de stukken, aangeleverd om het betreffende aspect te kunnen toetsen, in de juiste vorm zijn. Van ieder te toetsen aspect wordt nagegaan of de uitgangspunten juist zijn en worden de uitkomsten gecontroleerd en/of nagerekend. Samenwerking bij vergunningverlening Vergunningaanvragen worden beoordeeld vanuit de benodigde disciplines en afhankelijk van de aangevraagde activiteit vindt samenwerking plaats met diverse interne en externe adviseurs. Het overhevelen van de basistaken (wettelijke taken) en verzoektaken milieu (adviezen, metingen, omgevingsveiligheid, etc.) naar de OMWB betekent voor de gemeente dat de VTH-milieutaken extern worden uitgevoerd. Aanvragen die betrekking hebben op meerdere activiteiten zoals bouwen, milieu, buitenplanse omgevingsplanactiviteit etc. worden gecoördineerd en integraal behandeld. Voor de toetsing van de (brand)veiligheidsaspecten (wettelijke taak) bij de vergunningverlening vraagt de gemeente advies bij de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant. Bouwplannen worden voorgelegd aan de Adviescommissie visuele omgevingskwaliteit (voorheen welstand). Aanvragen voor monumenten worden getoetst door de monumentencommissie (wettelijke adviesplicht), onderdeel van de Adviescommissie visuele omgevingskwaliteit. De regioarcheoloog adviseert over archeologische onderzoeksplicht en de mogelijke uitwerking daarvan. Actualiseren vergunningen voor milieubelastende activiteiten Actuele vergunningen voor milieubelastende activiteiten (MBA’
- s)voldoen aan wet- en regelgeving. Ze zijn noodzakelijk om de leefomgeving optimaal te beschermen. Door o.a. technische ontwikkelingen kunnen vergunningvoorschriften achterhaald zijn en bieden deze niet meer de noodzakelijke bescherming. Milieuvergunningen die ouder zijn dan 10 jaar zijn niet meer up-to-date. Om die reden hanteren wij de volgende uitgangspunten voor het actualiseren van vergunningen en vergunningvoorschriften: Tijdens ieder toezichtbezoek beoordeelt de OMWB of de vergunningvoorschriften nog actueel zijn (o.a. toepassing van de best beschikbare techniek). Vergunningen kunnen we thema- of branchegericht (op onderdelen) actualiseren. Vergunningen mogen niet ouder dan 10 jaar zijn. We kunnen bij het actualiseren gebruikmaken van onze bevoegdheid tot ambtshalve wijzigen van voorschriften. 7.3Toezichtstrategie Een toezichtstrategie geeft aan welke activiteiten worden ondernomen om vast te stellen of wet- en regelgeving wordt nageleefd en hoe deze zijn georganiseerd. Om na te gaan of voorschriften ook gedurende langere tijd en in alle situaties worden nageleefd, is het noodzakelijk om programmatisch toezicht uit te uitvoeren. Onder programmatisch toezicht verstaan wij toezicht dat routinematig wordt uitgevoerd. Op welke wijze en met welke frequentie uiteindelijk toezicht wordt gehouden, is het resultaat van de uitkomsten uit het afwegingsmodel en de doelstellingen per taakveld. Om het jaarlijks aantal te controleren locaties te bepalen worden de volgende toezichtpercentages gebruikt voor de prioriteiten die zijn vastgesteld volgens het afwegingsmodel (zie hoofdstuk 6). Prioriteit Toezichtpercentage Zeer hoog 100% toezicht Hoog 75% toezicht Middel 50% toezicht Laag 25% toezicht Extra laag 10% toezicht Niet meldings- of vergunningplichtige milieulocaties worden niet programmatisch ingepland. Zij worden alleen bezocht naar aanleiding van klachten of meldingen (piepsysteem). Als vooraf het aantal te controleren locaties niet is te bepalen, wordt op basis van ervaringscijfers een aantal uren/controles per jaar in het toezichtprogramma opgenomen. Hieronder vallen voornamelijk toezichtstaken op illegale zaken (o.a. illegale bouw- en milieuactiviteiten), gebiedsgericht toezicht, projecten en toezicht op naleving van de APV en daarop gebaseerde uitvoeringsbesluiten (blauwe zones, afvalscheiding, zwerfafval, illegaal storten van afval, hondenpoep, standplaatsen, schenken aan minderjarigen etc.). Risicogestuurd toezicht Risicogestuurd toezicht (RGT) wordt ingezet vanuit de strategie “meer toezicht waar nodig, minder waar mogelijk” en het principe “high trust – high penalty”. Het doel is de aandacht van toezicht vooral te leggen op die locaties waar een verhoogd risico aanwezig is, zowel op aspecten als veiligheid als op niet-naleving van de wet- en regelgeving. Bedrijven die milieuregels goed naleven krijgen minder toezicht, bedrijven die regels overtreden ontvangen meer toezicht. De doelstelling is ook dat het RGT geen verzwaring van de toezichtlast in zijn totaliteit tot gevolg heeft. Op bedrijfsniveau kan RGT wel een vermindering of verzwaring van de toezichtlast geven, afhankelijk van het risicoprofiel van het betrokken bedrijf. Een steeds belangrijker aspect in het RGT wordt ook het beoordelen van de veiligheidscultuur binnen het bedrijf. In het kort werkt het RGT als volgt. Na elk toezichtbezoek kent de toezichthouder milieu, toezichthouder bouwen en toezichthouder brandveiligheid aan de hand van vastgestelde criteria een kleurcode toe aan het bedrijf: groen, geel, oranje of rood. Groen is een koploper, rood een achterblijver. Op basis van de toegekende kleurcode bepalen we het soort toezicht en frequentie van het toezicht. Het RGT passen wij toe bij het opstellen van het jaarlijks toezichtprogramma. Bijlage 8 geeft meer informatie over het RGT. Handhavingsbeleid Wkb De komst van de Wkb betekent een groot aantal veranderingen in het toezicht en de handhaving bij bouwactiviteiten door de gemeente. De Wkb biedt de gemeente ruimte om in beleid specifieke keuzes te maken. Dit zijn: Vastleggen wanneer de gemeente wel of niet, bij welk type bouwwerk of onderwerp betrokken wil worden. Vastleggen van keuzes en criteria hoe om te gaan met de handhavende rol wanneer de kwaliteitsborger de gemeente informeert over strijdigheden tijdens de bouw. Vastleggen van de inhoudelijke beoordeling na ontvangst dossier bevoegd gezag (gereedmelding). Deze keuzes leggen wij in 2024 vast in beleidsregels waarbij rekening wordt gehouden met uitgangspunten zoals vastgelegd in deze U&H-strategie. Planning programmatisch toezicht In dit onderdeel gaan wij in op de uitgangspunten die wij bij het programmeren van toezicht en controles hanteren. Algemeen Bij toezicht onderscheiden we 3 fasen: de bouw-, gebruik- en buitengebruikstellingsfase. We plannen in het algemeen programmatisch toezicht aan de hand van de toegekende prioriteiten uit de risicoanalyse met de daaraan gekoppelde toezichtpercentage. Ook plannen we op projectbasis of thema. Planning op projectbasis houdt bijvoorbeeld in dat vooraf bepaald wordt op welk taakveld het project betrekking heeft, welke handhavingspartners deelnemen, welk deelgebied wordt gecontroleerd, etc. Planning op thema houdt in dat er alleen gecontroleerd wordt op een bepaald onderdeel van de activiteit (bijv. lozen van afvalwater, opslag van energiedragers, sluitingstijden horeca etc.). Opleveringscontroles Een opleveringscontrole vindt altijd plaats na: Ontvangst gereedmelding voor een omgevingsvergunningplichtige activiteit bouwen waar volgens de risicoanalyse de prioriteit zeer hoog is toegekend. Afgifte van een omgevingsvergunning voor één of meer MBA’s. Afloop van een vergunningplichtig B-evenement. Ontvangst van een melding brandveiliggebruik. Monumenten Om verval en/of slecht onderhoud van monumenten te voorkomen gaan we op locaties die vallen onder de Erfgoedwet en Erfgoedverordening (resp. rijks- en gemeentelijke monumenten) programmatisch toezicht uitvoeren. Met de instandhoudingsplicht die in de Erfgoedwet is geïntroduceerd en overgenomen is in de Erfgoedverordening, wordt programmatisch toezicht nog belangrijker. Op grond van deze instandhoudingsplicht kan de gemeente een eigenaar aanspreken die zijn monument niet (goed) onderhoudt. Wij kunnen in het uiterste geval handhavend optreden om het noodzakelijk onderhoud af te dwingen. Op grond van de aangepaste risicoanalyse is aan monumenten de prioriteit zeer hoog toegekend. Bij deze prioriteit hoort een toezichtpercentage van 100%. Voor het uitvoeren van toezicht en controle betekent dit het volgende: Na afgifte van een monumentenvergunning (activiteit wijzigen monumenten op grond van de Omgevingswet) vindt tijdens de verbouw/ renovatie altijd toezicht plaats. Na afloop van de werkzaamheden vindt er altijd een opleveringscontrole plaats. Programmatisch toezicht op monumenten vindt plaats volgens de volgende frequentie: 1x per 5 jaar. Als onderdeel van het rijksbeschermd stadsgezicht Willemstad vindt 1x per 2 jaar een schouw (gebiedsgericht toezicht) plaats op illegale bouwactiviteiten binnen de vesting Willemstad in de gebieden waaraan volgens het omgevingsplan de cultuurhistorische waarde 1 is toegekend (concreet: de vestingwallen, Voorstraat, Hofstraat, Kerkring, Raadhuisstraat, Bovenkade en Benedenkade). Voor het uitvoeren van het toezicht op instandhoudingsplicht en de periodieke schouw binnen de vesting Willemstad stellen wij toezicht- en uitvoeringsprotocollen op. Milieu Voor het bepalen van het jaarlijks milieutoezicht (gebruiksfase) geldt een afwijkende procedure. Hiervoor hanteren we de volgende volgorde en uitgangspunten: Allereerst houden we rekening met taken en werkzaamheden die voortvloeien uit het Gemeenschappelijk Uitvoeringskader (GUK). Deze regionale kaders prevaleren boven de kaders uit de U&H-strategie. De verplichtingen die voortvloeien uit het GUK nemen we op in het jaarlijks werkprogramma OMWB. Het GUK stelt iedere gemeentelijke deelnemer van de OMWB vast en is onder andere gebaseerd op een regionale omgevingsanalyse. Vervolgens programmeren we het overige milieutoezicht aan de hand van de toegekende prioriteiten uit de risicoanalyse met het daaraan gekoppelde toezichtpercentage. Alle risicovolle bedrijven die vallen onder het bevoegd gezag van de gemeente, de zogenaamde net niet Seveso-bedrijven2 Voor inwerkingtreding Omgevingswet werden deze bedrijven aangeduid als Brzo-bedrijven., krijgen minimaal één keer jaarlijks toezicht. We passen RGT toe. Bouwen Voor bouwen gelden de volgende uitgangspunten: We programmeren het bouwtoezicht aan de hand van toegekende prioriteiten uit de risicoanalyse met het daaraan gekoppelde toezichtpercentage. Voor de inzet van bouwtoezicht onder de Wkb, gevolgklasse 1 stellen we een handhavingskader op (zie ook onderdeel handhavingsbeleid Wkb). We passen RGT toe. Brandveiligheid Door de aanwezigheid van een groot aantal risicovolle bedrijven in Moerdijk is toezicht op brandveiligheid een belangrijk aandachtspunt. Hiervoor hanteren wij de volgende uitgangspunten: We nemen in het jaarlijks toezichtprogramma de prioriteiten op die door het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Midden- en West- Brabant zijn vastgelegd in het basistakenpakket (BTP). Vervolgens bepalen we het toezicht aan de hand van de prioriteiten uit de risicoanalyse en het daarbij behorende toezichtpercentage. We passen RGT toe. APV/bijzondere wetten Voor het programmeren van toezicht hanteren we de volgende uitgangspunten: De capaciteit voor het toezicht programmeren we aan de hand van de toegekende prioriteiten uit de risicoanalyse met het daaraan gekoppelde toezichtpercentage. We werken met gebiedsboa’s en boa’s met een taakaccent, bijvoorbeeld horeca. We stellen voor de inzet van de boa’s werkroosters op en plannen jaarlijks project- en themacontroles in (bijv. toezicht op schenken alcoholhoudende dranken en afvalscheiding). De toezichtpercentages die voortvloeien uit de risicoanalyse passen we als leidraad toe bij het bepalen van de jaarlijkse inzet op de uitvoering van de verschillende taken/thema’s. Toezicht op algemene regels Door deregulering en lastenverlichting is een aantal vergunningen en meldingen vervangen door algemene regels. Dergelijke activiteiten moeten voldoen aan de algemene regels. Daarnaast kennen diverse wetten en verordeningen verbodsbepalingen waarop toezicht gehouden wordt. Het vergt van de overheid (extra) inspanning om de locaties die niet vergunning-/meldingsplichtig zijn en wel aan algemene regels moeten voldoen in beeld te brengen en te houden om de toezichtstaak naar behoren uit te kunnen voeren. Om de niet bekende locaties op te sporen en te controleren op de algemene regels en toe te zien op algemene verbodsbepalingen wordt hiermee in de jaarlijkse op te stellen capaciteitsplanning rekening gehouden (inplannen van surveillances). Controle op illegale activiteiten en gebiedsgericht toezicht Naast het plannen van capaciteit voor programmatisch toezicht is het nodig om ook capaciteit te reserveren voor onaangekondigde en steekproefsgewijze controles, gebiedsgericht toezicht en surveillance voor het opsporen van illegale activiteiten en overtredingen. In de jaarplanning wordt op basis van ervaringscijfers hiervoor capaciteit opgenomen. Ook nemen we voor gebiedsgericht toezicht en vrije surveillance capaciteit op in het werkprogramma van de OMWB. Het is mogelijk om, eventueel met partners, op projectmatige wijze te controleren en hieraan bepaalde prioriteiten te verbinden. Deze projecten nemen we op in het jaarlijks uitvoeringsprogramma. Klachten/meldingen Klachten en handhavingsverzoeken zijn instrumenten voor inwoners en ondernemers (en in sommige gevallen overheden) om de gemeente te attenderen op (mogelijke) overtreding van wet- en regelgeving. Om een kwalitatief goede dienstverlening te borgen is het van belang dat klachten conform de daarvoor opgestelde protocollen in behandeling worden genomen. De gemeente beschikt daarom over een actueel klachtenprotocol. Met uitzondering van anonieme klachten over de fysieke leefomgeving nemen wij alle klachten in behandeling. Wanneer de behandeling van de klacht niet bij de gemeente ligt wordt deze doorgezet naar de betreffende instantie, zoals waterschap, veiligheidsregio of omgevingsdienst. In het geval van een klacht, houden wij ons aan de prioriteiten die zijn vastgesteld in onze U&H- strategie (paragraaf 6.1) teneinde te bepalen of en wanneer de klacht in behandeling genomen dient te worden. Indien de handhavingstaak waarop de klacht betrekking heeft, een lage prioriteit heeft, zullen wij de klager in beginsel informeren dat de klacht voorlopig niet in behandeling zal worden genomen en dat behandeling zal plaatsvinden zodra daarvoor de ruimte beschikbaar is. In geval van een hoge prioriteit, zullen wij de klacht onmiddellijk afwerken. Een toezichthouder zal de situatie op locatie beoordelen en wij zullen de klager, indien gewenst, informeren omtrent de verdere afhandeling van de klacht. Termijnen over de afwikkeling van klachten nemen wij op in het hierboven genoemde protocol. Waar mogelijk proberen wij altijd ook naast de formele juridische procedure ook via buurtbemiddeling en/of mediation een gezamenlijke oplossing te bereiken. Integrale aanpak Een van de primaire taken van een gemeente is het scheppen en borgen van een veilige leefomgeving voor de inwoners. Hierin speelt het onderwerp ondermijnende criminaliteit een belangrijke rol. Een samenleving waar criminele groepen hun activiteiten zonder al te veel problemen kunnen uitvoeren en hierin misschien onbewust worden gefaciliteerd door de overheid, mondt uit in een vrijstaat en is onacceptabel. Onderzoeken laten zien dat de ondermijnende criminaliteit een florerende industrietak is. Daarom voert de gemeente toezicht uit en werkt de gemeente met een actueel Bibob-beleid. Gemeentelijk toezicht kan worden uitgevoerd door de boa’s en/of gemeentelijke toezichthouders. Ieder vanuit hun eigen rol en bevoegdheden kunnen met toezicht bijdragen aan de signalering en aanpak van ondermijning. Deze toezichtstaken worden door de gemeente (projectmatig) in samenwerking uitgevoerd met andere handhavingspartners zoals politie, belastingdienst, UWV, Douane, OMWB, brandweer e.d. waarbij de gemeente zowel een signalerende functie als initiërende rol heeft. 7.4handhavingsstrategie Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht Bevoegde overheden en handhavingsinstanties in Nederland hebben gezamenlijk de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS) vastgesteld. Ook Moerdijk heeft de LHS vastgesteld en werkt conform deze strategie. Door de LHS toe te passen grijpen overheden passend en uniform in bij bevindingen die gedaan zijn tijdens toezicht. Zo zorgt de LHS voor een gelijk speelveld. Verder verbindt de LHS het bestuurs- en strafrecht met elkaar. Met het inwerking treden van de Omgevingswet is ook de LHS geactualiseerd. De landelijke handhavingsstrategie omgevingsrecht (LHSO) is de opvolger van de LHS. In de kern is de strategie nagenoeg onveranderd. Wat anders is, is dat de aansluiting op de Omgevingswet goed wordt gelegd, terminologie wordt geactualiseerd en de bestuurlijke boete wordt toegevoegd. Verder is de relatie tussen bestuursrecht en strafrecht (nog) beter beschreven en geborgd. Wanneer er vanuit het bestuursrecht een capaciteitsvraag is die de politie raakt hierover in de driehoek gesproken wordt en afstemming gezocht. De LHSO is een sanctiestrategie. Dit wil zeggen dat in die strategie is bepaald hoe en wanneer wordt opgetreden bij overtredingen van de wetgeving. De interventiematrix uit de LHSO is bepalend voor de keuze tussen bestuursrecht of strafrecht. Wij passen de LHSO toe voor alle toezicht- en handhavingstaken met betrekking tot de omgevingstaken. De LHSO-matrix is opgenomen in bijlage 9. Verzoek om handhaving Inwoners en ondernemers kunnen een verzoek tot handhaving aan de gemeente richten. Een verzoek om handhaving wordt altijd in behandeling genomen en afgewerkt binnen de in de Awb gestelde termijnen. Dit impliceert niet dat dan ook altijd tot handhaving moet worden overgegaan. Bij ontvangst van een schriftelijk verzoek om handhaving, handelen wij primair volgens de vastgestelde beleidsregels voor verzoeken om handhaving. Waar mogelijk proberen wij altijd ook naast de formele juridische procedure ook via buurtbemiddeling en/of mediation een gezamenlijke oplossing te bereiken (zie ook paragraaf 7.5). Afwijken van handhaving Jurisprudentie heeft aangetoond dat een handhavingsbeleid dat erop gericht is om nooit op te treden tegen overtredingen met een lage prioriteit, niet toelaatbaar is. Dit betekent echter niet dat er geen prioriteiten mogen worden gesteld bij de handhaving. Prioriteitstelling is toegestaan om in het kader van efficiënte handhaving onderscheid te maken in de manier waarop uitvoering wordt gegeven aan de handhavingstaak. Prioritering kan van invloed zijn op de mate waarin toezicht wordt gehouden op de naleving van voorschriften. Echter, indien een belanghebbende om handhaving verzoekt, mag hier niet uitsluitend verwezen worden naar prioriteitstelling. Handhaving mag alleen onder bijzondere omstandigheden worden afgezien. De keuze van een bestuursorgaan om in verband met een beperkte handhavingscapaciteit een bepaalde overtreding een lage prioriteit toe te kennen, geldt niet als een bijzondere omstandigheid. Het orgaan zal dus na een verzoek om handhaving een afweging moeten maken in het individuele geval, waarbij rekening gehouden moet worden met de belangen van de verzoeker. Dit kan resulteren in het besluit om van handhaving af te zien, rekening houdend met het karakter van het overtreden voorschrift, het daarbij betrokken algemene belang en de belangen van de verzoeker. Leidt de afweging naar aanleiding van een verzoek van een belanghebbende tot het nemen van een sanctiebesluit, dan levert dit geen strijd op met het gelijkheidsbeginsel ten opzichte van gevallen waarin niet om handhaving is verzocht en geen sanctiebesluit is genomen, aangezien in die gevallen er geen omstandigheid aanwezig is waarbij in de bestuurlijke afweging rekening moet worden gehouden met een verzoek. Richtlijn handhaving bij overtreding door de eigen organisatie. Het kan voorkomen dat de eigen organisatie een handeling verricht die in strijd is met de wettelijke regelgeving. Indien dit geconstateerd wordt moet hiertegen opgetreden worden. Om te zorgen dat er in voorkomende gevallen gelijkluidend zal worden opgetreden is deze richtlijn opgesteld. In onderstaande volgorde moeten de volgende stappen worden ondernomen. Stap 1: Collegiaal overleg In eerste aanleg zal er bij het constateren van een overtreding een collegiaal overleg plaatsvinden. De toezichthouder die de overtreding heeft geconstateerd zal, nadat dit is afgestemd met de juridisch medewerker, contact opnemen met zijn collega die betrokken is bij de gemaakte overtreding. Hij zal trachten het probleem op te lossen. Van het contact zal een schriftelijke notitie gemaakt worden die in het zaakdossier gevoegd zal worden. Stap 2: Overleg teamleider Indien het overleg niet leidt tot het opheffen van de overtreding na het collegiaal overleg zal de toezichthouder die de overtreding heeft geconstateerd de uitkomst van het gesprek terugkoppelen aan de juridisch medewerker. De juridisch medewerker zal de overtreding en het resultaat van het collegiaal overleg bespreken met de teammanager. De teammanager zal de overtreding bespreken in het managementoverleg. Hiervan wordt een schriftelijke notitie gemaakt die aan het zaakdossier toegevoegd zal worden. Stap 3: Advies burgemeester en wethouders Indien via het managementoverleg geen overeenstemming bereikt wordt over de geconstateerde overtreding zal de juridisch medewerker een adviesnota voorleggen aan het college van burgemeester en wethouders. De beslissing van het college is bindend. Het advies, inclusief het besluit van het college, zal aan het zaakdossier toegevoegd worden. Richtlijn handhaving bij overtreding door andere overheden. Het kan voorkomen dat andere overheden handelingen verrichten die in strijd zijn met de wettelijke regelgeving. Indien dit geconstateerd wordt moet hiertegen opgetreden worden zoals bij alle overige zaken volgens de handhavingsstrategie die is vastgelegd in de LHSO. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de bestuurlijk portefeuillehouder handhaving zo spoedig mogelijk in kennis moet worden gesteld van een handhavingszaak. Gedoogstrategie Wet- en regelgeving zijn bedoeld om chaos te voorkomen en (beleids-)doelstellingen te bereiken. Het college en in voorkomende gevallen de burgemeester, hebben daarom een wettelijke plicht om handhavend op te treden tegen diverse soorten overtredingen van verschillende soorten wetgeving. Dit handhavend optreden is ook het uitgangspunt. Er zijn echter situaties denkbaar waarbij handhaving tijdelijk niet wenselijk of zelfs onmogelijk is. Dit noemt men ook wel gedogen: De bevoegdheid om op schriftelijk verzoek van een overtreder en na een algemene afweging van alle relevante feiten, omstandigheden en belangen, tijdelijk en onder voorwaarden niet handhavend op te treden tegen een overtreding door middel van afgifte van een gedoogverklaring. Gedogen blijft altijd een uitzondering op de hoofdregel, te weten handhavend optreden. De gemeente beschikt over een actueel gedoogbeleid. 7.5Mediation en buurtbemiddeling Bij conflictsituaties kan de gemeente mediation of buurtbemiddeling inzetten/aanbieden. Waarbij beide instrumenten worden ingezet middels inhuur van externen of vrijwilligers. Ook ambtelijk zetten we in op het voeren van ‘het goede gesprek’ om partijen in het geval van een conflict weer met elkaar in gesprek te brengen. Mediation en buurtbemiddeling zijn complementair aan een vergunningen-, toezichts- of handhavingstraject. Mediation is een proces waarin twee of meer partijen die met elkaar een conflict hebben, onder leiding van een externe, onafhankelijke derde, zelf door onderhandelen zoeken naar een oplossing in het wederzijds belang. Hierbij wordt een onafhankelijke mediator ingeschakeld. Mediation wordt veelal toegepast bij geëscaleerde conflicten, bij complexe en/of politiek-bestuurlijk gevoelige zaken, wanneer het om meerdere partijen gaat en wanneer de vertrouwelijkheid van het proces belangrijk is. Buurtbemiddeling helpt mensen om conflicten op te lossen. Het doel van buurtbemiddeling is om de communicatie tussen mensen op gang te brengen en hen te ondersteunen in het maken van afspraken om overlast in de toekomst te voorkomen. Betrokkenen moeten wel bereid zijn om samen tot een oplossing te komen. Bij de aanpak van buurtbemiddeling blijven politie en justitie buiten beeld 7.6Kwaliteit Er gelden kwaliteitscriteria voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. De criteria voor de kritische massa (deskundigheid en ervaring) zijn verplicht voor VTH-taken van het basistakenpakket van de omgevingsdiensten. De VNG en het IPO hebben hiertoe een modelverordening opgesteld. Voor de overige VTH- taken geldt er een zorgplicht. De invulling hiervan is vrij. Artikel 18.20 van de Omgevingswet beschrijft een zorgplicht voor in principe alle VTH-taken van het bevoegd gezag. Het artikel laat open hoe dit wordt ingevuld. Voor de gemeentelijke taken binnen de gemeente Moerdijk gebeurt dat via een verordening. In De6 verband is deze verordening ontwikkeld. De verordening is vastgesteld op 7 december 2017. Als gevolg van de inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft de gemeenteraad op 14 december 2023 deze verordening aangepast en wordt vanaf 1 januari 2024 aangehaald als Verordening uitvoering en handhaving (omgevingsrecht) gemeente Moerdijk (Verordening U&H). Artikel 18.23 Omgevingswet gaat over de taken die onder het basistakenpakket vallen (uitvoering door de OMWB). Hiervoor geldt dat het kwaliteitsniveau via een verordening moet vastliggen. Het doel van de wettelijke kwaliteitseisen is het creëren van een robuust en professioneel werkende uitvoeringsstructuur voor VTH die: kwaliteitsverbetering, afstemming en gegevensuitwisseling, afstemming straf- en bestuursrecht, en een landelijk speelveld/level playing field nastreeft; bijdraagt aan de realisatie van beleidsdoelen in de fysieke leefomgeving; leidt tot vermindering van regel- en toezichtdruk; onafhankelijkheid, professionaliteit en vakmanschap, betrouwbaarheid, eenvoud en gezamenlijkheid borgt. De Omgevingswet geeft ons meer ruimte en mogelijkheden om inhoudelijk integrale afwegingen te maken. Het doel van de wet is vooral om ontwikkelingen mogelijk te maken die zorgen voor een verbetering van de omgevingskwaliteit. Ook bij deze nieuwe manier van werken moeten we voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen. 7.7Monitoring en verantwoording In hoofdstuk 6 is vastgelegd welke doelen we willen bereiken. In hoofdstuk 7 zijn de uitvoeringsstrategieën beschreven die binnen het VTH-domein worden ingezet om een bijdrage te leveren aan de realisatie van deze doelen. Door monitoring van de voortgang wordt zicht gehouden op de mate van doelrealisatie (effectiviteit). Hierover wordt verantwoording afgelegd aan het college, de gemeenteraad en onze inwoners en ondernemers. Monitoring en verantwoording van bovenstaande indicatoren vindt jaarlijks plaats in het jaarverslag. Het jaarverslag stelt het college vast en legt het daarna ter kennisname voor aan de gemeenteraad. Indien uit de monitoring van de indicatoren blijkt dat we doelstellingen niet realiseren, wordt (afhankelijk van het moment van constateren) hiervoor een verklaring opgenomen in het jaarverslag. Indien nodig worden verbetermaatregelen voorgesteld die ertoe dienen te leiden dat in het vervolg de doelstelling wel gerealiseerd wordt. 8.Organisatie en middelen 8.1Inleiding Voor het uitvoeren van strategieën en het bereiken van doelen, zijn personele capaciteit en financiële middelen nodig. Zoals eerder in dit plan is aangegeven stelt het Omgevingsbesluit, in artikel 13.10, dat het college van burgemeester en wethouders ervoor zorgdraagt, dat: de voor het bereiken van de doelen en voor het verrichten van de werkzaamheden de benodigde en beschikbare financiële en personele middelen inzichtelijk worden gemaakt en in de begroting worden gewaarborgd. Voor de uitvoering van het uitvoeringsprogramma moeten eveneens voldoende financiële en personele middelen beschikbaar zijn. In dit hoofdstuk gaan we hier nader op in. 8.2Budgetten en personele capaciteit Vergunningverlening en toezicht en handhaving zijn organisatorisch ondergebracht bij team Veiligheid, Vergunningen, Toezicht en handhaving (VVTH). In de (meerjaren)begroting nemen we de budgetten op die nodig zijn voor de uitvoering van de VTH-taken (o.a. budget voor uitvoering werkprogramma OMWB). De benodigde personele capaciteit maakt jaarlijks een onderdeel uit van het uitvoeringsprogramma. De budgetten in de (meerjaren)begroting en personele capaciteit die nodig zijn voor het uitvoeren van deze uitvoeringstrategie worden jaarlijks begroot en vastgesteld. Voor het berekenen van personele capaciteit hanteren we kengetallen die we in de loop van de jaren hebben ontwikkeld. Eventuele te korten brengen we jaarlijks in beeld en daarover vindt besluitvorming plaats bij de vaststelling van het uitvoeringsprogramma. Voor de uitvoering van de VTH-taken is op 1 januari 2024 de volgende formatie beschikbaar. De feitelijk bezetting kan afwijken (vacatures, ziekte etc.). Tabel formatie (in uren) per 1 januari 2024 (1 Fte is ca. 1.350 uur netto) Onderdeel uitvoeringsprogramma Beschikbare uren 2024 Totaal VTH Omgevingswet 20.531 Doelen/projecten 120 Vergunningen: Vergunningverlening Adviseur constructieve veiligheid 12.640 Toezicht 6.819 Repressief/handhaving 772 Totaal APV en Bijzondere wetten 13.872 Doelen/projecten 0 Vergunningen 1.977 Toezicht (boa'
- s)10.528 Repressief/handhaving 1.367 Veiligheid 7.847 Milieu (excl OMWB) 571 Projecten (afdelingsbreed) 3.520 Doorontwikkeling VTH-applicatie LEEF en processen Omgevingswet 2.380 Transitieplan omgevingsplan 220 Nadere uitwerking U&H-strategie 320 Werkprocessen 600 Klachten/Calamiteiten/ Crisisorganisatie 1.934 Klachten/calamiteiten 1.818 Crisisorganisatie 116 8.3Uitbesteden Veel gemeentelijke taken worden uitgevoerd door team VVTH. Echter, specifieke uitvoeringstaken worden door de zogenaamde verbonden partijen (gemeenschappelijke regelingen) uitgevoerd. Die taken worden dus “uitbesteed”. De reden hiervan kan zijn dat dat verplicht gebeurt, maar het kan ook een eigen keuze betreffen. Deze uitbesteding c.q. deelname aan een gemeenschappelijke regeling kost natuurlijk geld. De hieraan verbonden uitgaven zijn opgenomen in de begroting. Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant Alle gemeentelijke taken op het gebied van milieu zijn in mandaat uitbesteed aan de OMWB. Het gaat dan om advisering over en uitvoering van wettelijke basistaken en niet-basistaken (verzoektaken). De inzet van de OMWB is geregeld in de gemeenschappelijke regeling die aan de samenwerking ten grondslag ligt, een visiedocument (OMWB: stevig voor milieu en leefomgeving), een dienstverleningsovereenkomst en een jaarlijks werkprogramma. De gemeente heeft twee rollen ten opzichte van de OMWB: een eigenaarsrol en opdrachtgeversrol. Deze rollen zijn door deelnemers en omgevingsdienst nader uitgewerkt in een (regionale) handreiking. Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant Vele gemeentelijke taken op het gebied van brandveiligheid zijn uitbesteed aan de brandweer. Het gaat dan om advisering bij vergunningverlening en handhaving en het uitvoeren controles. De inzet van de brandweer is geregeld in het Basistakenpakket. Afspraken worden vastgelegd in het jaarlijkse uitvoeringsprogramma. In paragraaf 2.4 hebben wij bij het onderdeel veiligheidsregio de status aparte toegelicht die Moerdijk inneemt als het gaat om uitvoeren van toezicht brandveiligheid door twee medewerkers in dienst van de gemeente. GGD De GGD voert voor de gemeente de toezichtstaken uit die voortvloeien uit de Wet op de kinderopvang (Wko). Toezichthouders van de GGD zien toe op het naleven van de (kwaliteits)eisen en dragen zo bij aan het waarborgen van die kwaliteit van de kinderopvang. De juridische opvolging naar aanleiding van een toezichtbezoek is belegd bij team VVTH. Bijlage1Lijst met veelgebruikte afkortingen Wetgeving en besluiten AMvB Algemene Maatregel van Bestuur APV Algemene Plaatselijke Verordening Awb BARIM Algemene wet bestuursrecht Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer Bbl Bkl Besluit bouwwerken leefomgeving Bor Besluit omgevingsrecht GUK Gemeenschappelijk Uitvoeringskader IPO Interprovinciaal Overleg LHSO Landelijke Handhavingsstrategie MBA Milieubelastende activiteit Ow Omgevingswet RGT Risicogestuurd toezicht RO Ruimtelijke Ordening VTH Vergunningen Toezicht en handhaving VRMWB Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant Wabo Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Wet Bibob Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur Wkb Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Wm Wet milieubeheer Wro Wet ruimtelijke ordening Organisaties B&W College van burgemeester en wethouders OMWB Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant Samen SSIB Sterk in Brabant VNG Vereniging Nederlandse Gemeenten Overig BOA DSO Buitengewoon opsporingsambtenaar Digitaal Stelsel Omgevingswet IBT Interbestuurlijk Toezicht Bijlage2Risicomatrix/prioriteitenlijst De6 Op de volgende pagina's is de risicomatrix van De6 in zijn geheel opgenomen. Bijlage3Prioriteitenlijst De6 Taakveld Taak Prioriteit APV en Bijzondere wetten Overlast - drugs (inclusief toepassing art. 13b Opiumwet) 1. zeer hoog APV en Bijzondere wetten Afval - illegale stort chemisch 2. hoog APV en Bijzondere wetten Afval - illegale stort overig 2. hoog APV en Bijzondere wetten Overlast - vuurwerk 2. hoog APV en Bijzondere wetten Alcoholwet - exploitatie 3. gemiddeld APV en Bijzondere wetten Evenement - C (groot) 3. gemiddeld APV en Bijzondere wetten Afval - zwerfvuil 3. gemiddeld APV en Bijzondere wetten Overlast - openbare plaats en water 3. gemiddeld APV en Bijzondere wetten Overlast - wonen 3. gemiddeld APV en Bijzondere wetten Stoken 3. gemiddeld APV en Bijzondere wetten Betoging, demonstratie, openbare minifestatie 4. laag APV en Bijzondere wetten Alcoholwet - leeftijd 4. laag APV en Bijzondere wetten Overlast - Jeugd 4. laag APV en Bijzondere wetten Zwervers en daklozen 4. laag APV en Bijzondere wetten Afval - containers 4. laag APV en Bijzondere wetten Afval - inzameling 4. laag APV en Bijzondere wetten Collecteren, venten, standplaatsen, prostitutie, reclame-uitingen en aanplakken 4. laag APV en Bijzondere wetten Alcoholwet - sluitingstijd 4. laag APV en Bijzondere wetten Alcoholwet - terras 4. laag APV en Bijzondere wetten Evenement - A (melding / klein) 4. laag APV en Bijzondere wetten Evenement - A (melding) 4. laag APV en Bijzondere wetten Evenement - B (middel) 4. laag APV en Bijzondere wetten Explosie 4. laag APV en Bijzondere wetten Gebruik openbaarwater 4. laag APV en Bijzondere wetten Gebruik openbare plaats 4. laag APV en Bijzondere wetten Overlast - geluid 4. laag APV en Bijzondere wetten Kappen 4. laag APV en Bijzondere wetten Markten 4. laag APV en Bijzondere wetten Overlast - dieren 4. laag APV en Bijzondere wetten Samen sterk in het buitengebied 4. laag APV en Bijzondere wetten Seksbedrijf 4. laag APV en Bijzondere wetten Speelgelegenheden, speelautomatenhallen, kansspelen 4. laag APV en Bijzondere wetten Uitwegen 4. laag APV en Bijzondere wetten Verkeer, parkeren en stallen 4. laag APV en Bijzondere wetten Vuurwerk - verkoopvergunning 4. laag Bouwen Illegale bouwactiviteiten 1. zeer hoog Bouwen Bedrijven categorie 3 2. hoog Bouwen Bedrijven categorie 4 2. hoog Bouwen Monumenten 2. hoog Bouwen Publiek categorie 2 2. hoog Bouwen Publiek categorie 3 2. hoog Bouwen Wonen categorie 3 2. hoog Bouwen Bedrijven vergunningvrij 3. gemiddeld Bouwen Pubkliek vergunningvrij 3. gemiddeld Bouwen Wonen categorie 1 (eenvoudige kleine verbouwingen en bouwwerken) 3. gemiddeld Bouwen Wonen categorie 2 (compleze verbouwingen en bouwwerken) 3. gemiddeld Bouwen Bedrijven categorie 1 (eenvoudige kleine verbouwingen en bouwwerken) 4. laag Bouwen Bedrijven categorie 2 (complexe verbouwingen en bouwwerken) 4. laag Bouwen Overige (zoals bruggen, viaducten en tunnels) 4. laag Bouwen Publiek categorie 1 (eenvoudige kleine verbouwingen en bouwwerken) 4. laag Bouwen Wonen vergunningvrij 4. laag Brandveiligheid Risicovolle bedrijven 1. zeer hoog Brandveiligheid Gebouwgroep 1 2. hoog Brandveiligheid Gebouwgroep 2 2. hoog Brandveiligheid Gebouwgroep 3 2. hoog Brandveiligheid Gebouwgroep 4 2. hoog Brandveiligheid Gebouwgroep C 2. hoog Brandveiligheid Brandveiligheid evenementen & overige plaatsen 3. gemiddeld Brandveiligheid Gebouwgroep A 4. laag Brandveiligheid Gebouwgroep B 4. laag Gebruik (bestemmingsplan) Gebruik bouwwerken 2. hoog Gebruik (bestemmingsplan) Huisvesting arbeidsmigranten 2. hoog Gebruik (bestemmingsplan) Aanleggen 3. gemiddeld Gebruik (bestemmingsplan) Gebruik grond 4. laag Milieu Illegale milieuactiviteiten 1. zeer hoog Milieu Afval(water)beheer 2. hoog Milieu Automontagebedrijven 2. hoog Milieu Benzinestation met LPG 2. hoog Milieu Bijzondere woongebouwen 2. hoog Milieu Chemische industrie; grootschalige opslag gevaarlijke stoffen, Bevi 2. hoog Milieu Garages en autoherstelbedrijven 2. hoog Milieu Horeca 2. hoog Milieu Chemische industrie; kleinschalige opslag gevaarlijke stoffen 2. hoog Milieu Kleinschalige opslag gevaarlijke stoffen 2. hoog Milieu Natte en chemische wasserijen 2. hoog Milieu Veehouderij 2. hoog Milieu Besluit bodemkwaliteit 3. gemiddeld Milieu Transport en distributiebedrijven 4. laag Milieu Akkerbouw en open grond teelt 4. laag Milieu Benzinestation zonder lpg 4. laag Milieu Beurzen en evenementencomplexen 4. laag Milieu Bouwmaterialenproducenten 4. laag Milieu Bouwnijverheid en installatietechniek 4. laag Milieu Crematoria 4. laag Milieu Dienstverlening landbouw 4. laag Milieu Diversen 4. laag Milieu Energie- en waterbedrijven 4. laag Milieu Gesloten bodemenergiesystemen 4. laag Milieu Glastuinbouw 4. laag Milieu Hotels, pensions en B&B's 4. laag Milieu Hout- en meubelindustrie 4. laag Milieu Jachthavens 4. laag Milieu Kantoorgebouw 4. laag Milieu Metaalektro bedrijven 4. laag Milieu Overige industrie 4. laag Milieu Praktijkruimte 4. laag Milieu Scheepswerven 4. laag Milieu Scholen 4. laag Milieu Sportvelden en sportgebouwen 4. laag Milieu Voorzieningen en installaties 4. laag Milieu Winkels 4. laag Milieu Ziekenhuis, Verzorgingstehuis, Psychiatrische inrichting 4. laag Milieu Zwembaden 4. laag Milieu Illegale sloopactiviteiten 2. hoog Milieu Sloopmelding met asbest 2. hoog Milieu Sloopmelding (particulier kleiner dan 35 m2) 3. gemiddeld Milieu Sloopmelding zonder asbest 4. laag Milieu Sloopvergunning 4. laag Bijlage4Prioriteitenlijst Moerdijk (na wijzigingen aangebracht door B&W) Taakveld Taak Prioriteit APV en Bijzondere wetten Overlast - drugs (inclusief toepassing art. 13b Opiumwet) 1. zeer hoog APV en Bijzondere wetten Evenement - B (groot) 1. zeer hoog APV en Bijzondere wetten Afval - illegale stort chemisch 2. hoog APV en Bijzondere wetten Tegengaan onveilig, niet leefbaar malafide ondernemingsklimaat 2. hoog APV en Bijzondere wetten Afval - illegale stort overig 2. hoog APV en Bijzondere wetten Alcoholwet - exploitatie (openbare inrichting) 2. hoog APV en Bijzondere wetten Alcoholwet- leeftijd 2. hoog APV en Bijzondere wetten Overlast- jeugd 2. hoog APV en Bijzondere wetten Overlast - vuurwerk 2. hoog APV en Bijzondere wetten Overlast - wonen 2. hoog APV en Bijzondere wetten Verkeer, parkeren en stallen 2. hoog APV en Bijzondere wetten Overlast - dieren 2. hoog APV en Bijzondere wetten Afval - zwerfvuil 3. gemiddeld APV en Bijzondere wetten Stoken 3. gemiddeld APV en Bijzondere wetten Overlast - openbare plaats en water 3. gemiddeld APV en Bijzondere wetten Afval - containers 4. laag APV en Bijzondere wetten Afval - inzameling 4. laag APV en Bijzondere wetten Collecteren, venten, standplaatsen, prostitutie, reclame-uitingen en aanplakken 4. laag APV en Bijzondere wetten Betoging, demonstratie, openbare manifestatie 4. laag APV en Bijzondere wetten Overlast - jeugd 4. laag APV en Bijzondere wetten Explosie 4. laag APV en Bijzondere wetten Gebruik openbaar water 4. laag APV en Bijzondere wetten Gebruik openbare plaats 4. laag APV en Bijzondere wetten Overlast - geluid 4. laag APV en Bijzondere wetten Kappen 4. laag APV en Bijzondere wetten Markten 4. laag APV en Bijzondere wetten Samen sterk in het buitengebied 4. laag APV en Bijzondere wetten Seksbedrijf 4. laag APV en Bijzondere wetten Speelgelegenheden, speelautomatenhallen, kansspelen 4. laag APV en Bijzondere wetten Uitwegen 4. laag APV en Bijzondere wetten Zwervers en daklozen 4. laag APV en Bijzondere wetten Vuurwerk - verkoopvergunning 4. laag APV en Bijzondere wetten Evenement - O (melding) 4. laag Bouwen Illegale bouwactiviteiten (Monumenten, Bedrijven categorie 3, Bedrijven categorie 4, Publiek categorie 2, Publiek categorie 3 en Wonen categorie 3) 1. zeer hoog Illegale bouwactiviteiten van invloed op: Brand- en constructieve veiligheid 2. hoog Overige activiteiten (Wonen categorie 1, Wonen categorie 2, Be- drijven categorie 1, Bedrijven categorie 2, Publiek categorie 1 en Overige) 4. laag (Erfafscheidingen, kleine dakkapellen en overige vergelijkbare gerin- ge afwijkingen) 5. zeer laag Bouwen Bedrijven categorie 4 1. zeer hoog Bouwen Monumenten 1. zeer hoog Bouwen Publiek categorie 2 2. hoog Bouwen Publiek categorie 3 2. hoog Bouwen Bedrijven categorie 3 2. hoog Bouwen Wonen categorie 3 2. hoog Bouwen Bedrijven Vergunningvrij 3. gemiddeld Bouwen Publiek vergunningvrij 3. gemiddeld Bouwen Wonen categorie 1 3. gemiddeld Bouwen Wonen categorie 2 3. gemiddeld Bouwen Bedrijven categorie 1 4. laag Bouwen Bedrijven categorie 2 3. gemiddeld Bouwen Bestaande gebouwenvoorraad (toets op voldoen aan Bouwbesluit) 4. laag Bouwen Overige 4. laag Bouwen Publiek categorie 1 4. laag Bouwen Wonen vergunningvrij 4. laag Brandveiligheid Risocovolle bedrijven 1. zeer hoog m.u.v. fabriek/ opslag/magazijn/werkplaats > 2.500 m² en/of > 50 per- sonen < 150 personen (laag) Brandveiligheid Gebouwgroep 2 2. hoog Brandveiligheid Gebouwgroep 3 2. hoog Brandveiligheid Gebouwgroep 4 2. hoog Brandveiligheid Gebouwgroep B 2. hoog Brandveiligheid Gebouwgroep C 4. laag m.u.v. palletbedrijven (hoog) Brandveiligheid Gebouwgroep 1 4. laag Brandveiligheid Brandveiligheid evenementen & overige plaatsen 4. laag Brandveiligheid Gebouwgroep A 4. zeer laag Gebruik Regels omtrent wonen (huisvesting, overbewoning, huur en verhuur e.d.) 2. hoog Gebruik (bestemmingsplan) Huisvesting arbeidsmigranten 2. hoog Gebruik (bestemmingsplan) Gebruik bouwwerken 2. hoog Gebruik (bestemmingsplan) Aanleggen 3. gemiddeld Gebruik (bestemmingsplan) Gebruik grond 4. laag Milieu Illegale milieuactiviteiten 1. zeer hoog Milieu Chemische industrie; grootschalige opslag gevaarlijke stoffen,Bevi 1. zeer hoog Milieu Scheepswerven 2. hoog Milieu Afval(water)beheer 2. hoog Milieu Autodemontagebedrijven 2. hoog Milieu Benzinestation met LPG 2. hoog Milieu Bijzondere woongebouwen 2. hoog Milieu Chemische industrie; grootschalige opslag gevaarlijke stoffen,Bkl 2. hoog Milieu Chemische industrie; kleinschalige opslag gevaarlijke stoffen 2. hoog Milieu Chemische industrie; kleinschalige opslag gevaarlijke stoffen 2. hoog Milieu Natte en chemische wasserijen 2. hoog Milieu Transport en distributiebedrijven 2. hoog Milieu Veehouderij 2. hoog Milieu Besluit bodemkwaliteit 3. gemiddeld Milieu Akkerbouw en open grond teelt 4. laag Milieu Benzinestation zonder lpg 4. laag Milieu Beurzen en evenementencomplexen 4. laag Milieu Bouwmaterialenproducenten 4. laag Milieu Bouwnijverheid en installatietechniek 4. laag Milieu Crematoria 4. laag Milieu Dienstverlening landbouw 4. laag Milieu Diversen 4. laag Milieu Energie en waterbedrijven 4. laag Milieu Gesloten bodemenergiesystemen 4. laag Milieu Glastuinbouw 4. laag Milieu Hotels, pensions en B&B's 4. laag Milieu Hout- en meubelindustrie 4. laag Milieu Jachthavens 4. laag Milieu Kantoorgebouw 4. laag Milieu Metaalektro bedrijven 4. laag Milieu Overige industrie 4. laag Milieu Praktijkruimte 4. laag Milieu Scholen 4. laag Milieu Sportvelden en sportgebouwen 4. laag Milieu Voorzieningen en installaties 4. laag Milieu Winkels 4. laag Milieu Ziekenhuis, Verzorgingstehuis, Psychiatrische inrichting 4. laag Milieu Zwembaden 4. laag Milieu Horeca 4. laag Slopen Illegale sloopactiviteiten 2. hoog Slopen Sloopmelding met asbest 2. hoog Slopen Sloopmelding (particulier kleiner dan 35 m2) 3. gemiddeld Slopen Sloopmelding zonder asbest 4. laag Slopen Sloopvergunning 4. laag *Taak illegaal bouwen is opgesplitst in 3 categorieën Bijlage5Onderbouwing aangebrachte wijzigingen in prioriteitenlijst door B&W Taak Prioriteit Toelichting was wordt APV en bijzondere weten Alcoholwet – exploitatie (openbare inrichting) gemiddeld hoog De Alcoholwet is primair een gezondheidswet. Controle op de naleving van vergunningvoorschriften en de Alcoholwetgeving heeft tot doel om problematisch alcohol gebruik te verminderen, alcoholgebruik in het algemeen terug te dringen en de verkoop van alcohol op een verantwoorde manier te laten plaatsvinden. Daarnaast is toezicht en handhaving van belang voor het tegen gaan van gezondheidsschade door alcoholmisbruik, met name onder jongeren (NIX18). Het toezicht op de naleving van de voorwaarden uit de exploitatievergunning is van belang voor het terugdringen van verstoring van de openbare orde. Alcoholwet – leeftijd laag hoog Toezicht op naleving van de leeftijdsgrens bij het verstrekken van alcoholhoudende dranken is één van de instrumenten om uitvoering te geven aan het gemeentelijk alcohol- en preventiebeleid. Het belangrijkste doel van de Alcoholwet is het voorkomen van gezondheidsschade door alcohol bij jongeren. Om die reden is het houden van 3-4 controles op projectbasis per jaar wenselijk. Overlast - wonen gemiddeld hoog Overlast als gevolg van wonen (o.a. overlast buren) en jeugd tast het woongenot aan. Het is van belang om deze meldingen zoveel mogelijk in behandeling te nemen. Evenement-B (groot) gemiddeld zeer hoog Jaarlijks vindt een groot aantal B-evenementen plaats in onze gemeente. Onder B-evenementen vallen de grote evenementen die in de gemeente worden gehouden (carnaval, wielerronde, feestweken etc.) . Deze evenementen moeten veilig zijn en zonder overlast verlopen. Om die reden is noodzakelijk dat bij deze evenementen altijd toezicht plaatsvindt. Overlast - dieren laag hoog Overlast van hondenpoep is voor inwoners een grote bron van ergernis. Hoewel de risico’s van deze vorm van overlast gering zijn, weegt de beleving bij onze inwoners zwaar mee bij het toekennen van de prioriteit hoog aan deze taak. Evenement-O (melding) laag zeer laag Deze evenementen hebben nauwelijks impact voor de woon- en leefomgeving. De risico’s zijn gering. Steekproefsgewijze controles volstaan. Verkeer, parkeren en stallen laag hoog Veel meldingen over de leefomgeving hebben betrekking op verkeer en dan specifiek over het parkeren en stallen van voertuigen. Inwoners erva- ren hier veel overlast van. Frequent toezicht is gewenst. Bouwen Bedrijven categorie 2 bouwen laag gemiddeld Categorie bedrijven 2 loopt van 1.000 m2 tot 5.000m2. Bij een oppervlakte boven de 2.500m2 dient een berekening ten aanzien van gelijkwaardigheid overlegd te worden inzake grote brandcompartimenten. In het kader van brandveiligheid is het verstandig dat deze categorie met name gecontroleerd wordt op de te treffen voorzieningen die uit genoemde berekeningen komen. Monumenten bouwen hoog zeer hoog Moerdijk hecht veel waarde in het in stand houden van onze monumenten. Onderhoud of wijzigingen aan monumenten moeten altijd plaatsvinden overeenkomstig de verleende omgevingsvergunning. Illegaal aangebrachte wijzigingen moeten snel opgespoord worden. Bedrijven categorie 4 bouwen hoog zeer hoog Categorie 4 is gericht op alle zware industrie, extreem grote nieuwbouw met alle risico’s die daarbij behoren. Reden om het niveau op te plussen voor de aspecten brand- en constructieve veiligheid. Brandveiligheid Evenementen B & overige plaatsen brandveiligheid (bijv. kamperen) gemiddeld laag Prioriteit evenementen-B is onder APV verhoogd naar zeer hoog. Het toezicht op brandveiligheid bij de grote evenementen en overige plaatsen wordt uitgevoerd door de boa’s waarbij de toezichthouders brandveiligheid fungeren als adviseurs en eventueel als achtervang. De controle op de brandveiligheidsvoorschriften maken standaard deel uit van het toezicht op de evenementenvergunning. Extra inzet van de toezichthouder brandveiligheid is daarom niet noodzakelijk. Gebouwgroep 1 hoog laag Een aantal risicovolle bouwwerken komen niet in Moerdijk voor. Daarnaast is het naleefgedrag de afgelopen periode hoog geweest. Een lagere risico-inschatting doet recht aan de bestaande praktijk in Moerdijk. Risicovolle bedrijven zer hoog zeer hoog m.u.v. fa- briek/opslag/ magazijn/ werkplaats > 2.500 m² en/ of > 50 per- sonen < 150 personen De risico-inschatting voor bedrijven met opslag van gevaarlijke stoffen blijft zeer hoog. We maken alleen voor de hiernaast genoemde categorie bedrijven zonder opslag gevaarlijke stoffen een uitzondering. De brandveiligheidsrisico’s en de gevolgen/risico’s van een brand bij deze bedrijven schatten we veel minder hoog in. Gebouwgroep A laag zeer laag De risico’s voor gebruikers en leefomgeving als gevolg van calamiteiten bij deze categorie gebouwen schatten wij zeer laag in. Gebouwgroep C laag laag m.u.v. palletbedrijven deze gaan naar hoog Uit ervaringen in het verleden blijkt dat de risico op brand bij palletbedrijven hoog is. Ook kan de impact voor de (woon)omgeving aanzienlijk zijn. De risico-inschatting laag voor deze bedrijven achten wij daarom niet reëel. Milieu Horeca hoog laag De milieurisico’s als gevolg van horeca-activiteiten schatten wij laag. Daarnaast krijgen horecabedrijven frequent (BOA-toezicht in het kader van uitvoeren Alcoholwet, APV en eventuele geluidsklachten. Scheepswerven laag hoog In Moerdijk zijn een aantal scheepswerven gevestigd. De milieubelasting van deze activiteiten kunnen groot zijn: geluid, emissies en afval(water). Frequent toezicht is op deze activiteiten is daarom wenselijk. Chemische industrie; grootschalige opslag gevaarlijke stoffen, Bkl hoog zeer hoog Sinds de brand bij Chemie Pack worden de risicovolle bedrijven (net niet Seveso-bedrijven) jaarlijks integraal bezocht en onaangekondigd. Door de prioriteit zeer hoog aan deze categorie toe te kennen zetten wij dit beleid voort. Bijlage6Nadere omschrijving van de taken binnen de taakvelden Brandveiligheid en Bouwen Brandveiligheid (Brandveiligheid) Risicovolle bedrijven opslag gevaarlijke stoffen fabriek/opslag/magazijn/werkplaats > 2.500 m² en/of > 50 personen < 150 personen (Brandveiligheid) Evenementen & overige plaatsen kermis > 50 personen kampeerterrein > 50 personen markt > 50 personen openluchtrecreatie > 50 personen sportpark > 50 personen evenementen/tenten (Brandveiligheid) Gebouwgroep 1 theater, schouwburg, bioscoop, museum, bibliotheek overdekt winkelcentrum (meerdere winkelgebouwen) > 50 personen school VO (leerlingen > 12 jaar) > 50 personen overige gebouwen bijeenkomst (gebedshuis, buurthuis etc.) > 50 personen fabriek/opslag/magazijn/werkplaats > 150 personen gebouwen met gezondheidszorgfunctie, geen bedgebied > 50 personen kantoren > 150 personen winkelgebouw > 50 personen politiebureau zonder cellen > 150 personen gezondheidsdiensten > 50 personen (tandarts, huisarts, polikliniek) zwembad > 50 personen sportruimte/sportzaal/ sporthal/sportcentrum > 50 personen (Brandveiligheid) Gebouwgroep 2 hotel/motel/pension > 10 personen asiel-/opvangcentrum voor tijdelijk verblijf van mensen > 10 pers. (Brandveiligheid) Gebouwgroep 3 ziekenhuis, verpleegtehuizen, bejaardenoorden etc. kinderdagverblijf en peuterspeelzaal dagopvang voor verminderd zelfredzame personen gebouwen met gezondheidszorgfunctie met bedgebied > 10 personen basisschool (leerlingen < 12 jaar) > 10 personen politiebureau met cellen (Brandveiligheid) Gebouwgroep 4 zorgwoningen kamergewijze verhuur (Brandveiligheid) Gebouwgroep A gezondheidsdiensten < 50 personen (tandarts, huisarts, polikliniek) kampeerterrein < 50 personen winkelgebouw < 50 personen agrarische bebouwing (stallen, kassen etc.) transformatorhuis < 2.500m² asiel-/opvangcentrum voor tijdelijk verblijf van mensen < 10 personen (Brandveiligheid) Gebouwgroep B parkeergarage (besloten) < 2.500m² politiebureau zonder cellen < 150 personen fabriek/opslag/magazijn/werkplaats < 2.500m2 en/of < 50 personen kantoren < 150 personen hotel/motel/pension < 10 personen gebouwen met gezondheidszorgfunctie, geen bedgebied < 50 personen overige gebouwen bijeenkomst (gebedshuis, buurthuis etc.) < 50 personen (Brandveiligheid) Gebouwgroep C parkeergarage (besloten) > 2.500m² transformatorhuis > 2.500m² cafés, discotheek en restaurant < 50 personen gebouwen met gezondheidszorgfunctie met bedgebied < 10 personen woonfunctie gecombineerd gebruik (bijv. wonen boven winkel) palletbedrijven woonfunctie in woongebouw (flats, aanleunwoningen, portiekwoningen) (Bouwen) Wonen categorie 1 dakopbouw / dakkapel aan- of bijgebouw < 90 m² kleine bouwwerken zoals schuttingen e.d. (Bouwen) Wonen categorie 2 constructieve wijzigingen eengezinswoningen nieuwbouw tot 10 stuks aan- of bijgebouwen > 90 m² (Bouwen) Wonen categorie 3 appartementen woongebouwen (i.c.m. met diverse functies) eengezinswoningen projecten van 11 stuks of meer woonzorg gebouwen (Bouwen) Publiek categorie 1 aan- of bijgebouw < 90 m² kleine bouwwerken zoals een schutting, container, berging, fietsenhok, portakabin en tijdelijke gebouwen (Bouwen) Publiek categorie 2 aan- of bijgebouwen > 90 m² horeca scholen (Bouwen) Publiek categorie 3 bijeenkomstfunctie > 1.000 m² (Bouwen) Bedrijven categorie 1 loodsen tot 1.000 m² containers tijdelijke gebouwen aan- of bijgebouwen < 1.000 m² portakabin < 500 m² bouwwerken, geen gebouw zijnde, tot 100 m² (silo’s, waterbassins, installaties) winkels < 500 m² agrarische neven- en bijgebouwen (Bouwen) Bedrijven categorie 2 aan- of bijgebouwen 1.000 m² tot 5.000 m² winkels van 500 m² tot 1.000 m² kantoorgebouwen (Bouwen) Bedrijven categorie 3 aan- of bijgebouw > 5.000 m² winkels > 1.000 m² bedrijfsverzamelgebouwen bedrijfsgebouwen agrarische sector (Bouwen) Bedrijven categorie 4 bouwwerken/gebouwen voor zwareindustrie extreem grote bouwwerken/gebouwen (> 15.000 m²) Seveso-bedrijven IPPC-bedrijven megastallen (Bouwen) Overig bruggen viaducten tunnels Bijlage7Inspraaknota Uitvoerings- en Handhavingsstrategie gemeente Moerdijk 2024-2027 1. Inleiding 1.1 Aanleiding Het college van burgemeester en wethouders heeft op 12 maart 2024 in concept de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027 (U&H-strategie) opgesteld. De conceptstrategie is voor een inspraakreactie toegestuurd naar diverse samenwerkingspartners en voor een advies voorgelegd aan de commissie Sociaal en Bestuur. De ingekomen reactie zijn verwerkt in deze inspraaknota. Ook het standpunt dat het college naar aanleiding van de ingekomen reacties heeft ingenomen kunt u in deze nota teruglezen. 1.2 Inspraakreactie De concept-strategie is ter advisering/inspraak voor gelegd aan: Commissie Sociaal en Bestuur Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant Interbestuurlijk toezicht van de provincie Noord-Brabant Nederlandse Arbeidsinspectie Inspectie Leefomgeving en Transport Politie Basisteam Roosendaal Openbaar Ministerie Zeeland-West-Brabant Functioneel Parket GGD 1.3 Aanpassing Uitvoerings- en Handhavingsstrategie Na deze inleiding vatten we de ingekomen reacties samen en geven onder iedere reactie het standpunt van het college weer. In hoofdstuk 3 geven we de wijzigingen aan die we naar aanleiding van de ingekomen reacties in de tekst van de U&H-strategie hebben aangebracht. 2. Inspraakreacties 2.1 Ingebrachte aandachtspunten vanuit commissie Sociaal en Bestuurlijk Domein. Vergadering d.d. 4 april 2024 Breng de consequenties in beeld van het verhogen van de prioriteit voor Evenementen-B (groot) van gemiddeld naar zeer hoog. Advies is om oorspronkelijke score te blijven hanteren. Maak duidelijk op welke indicatoren de keuzes voor prioritering zijn gebaseerd. Het onderdeel risicogestuurd vergunnen is warrig. Aandacht voor handhaving bij evenementen; organisatoren (vrijwilligers) hebben het steeds moeilijker om aan alle regels te voldoen. Gemeente blijft verantwoordelijk voor de uitvoering van handhaving bij milieuregelgeving, ook al is dit gemandateerd aan de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant. Handhaving milieu heeft prioriteit boven de kleine zaken die gerelateerd zijn aan de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Welke gevolgen heeft de U&H-strategie voor inwoners? Uitleg in de U&H-strategie ontbreekt over de classificaties van evenementen. Reactie burgemeester en wethouders Ad 1 en 4 Het toekennen van een prioriteitsscore aan een VTH-taak (vergunningverlening, toezicht en handhaving) heeft tot doel te bepalen welke strategie aan een taak wordt toegekend. Risicogestuurd is daarbij het uitgangspunt; hoe hoger het risico, hoe hoger de toegekende prioriteit. Een hoge prioriteitsscore geeft mogelijk een negatieve indruk. We willen het beeld wegnemen dat de gemeente op grond van de nieuwe U&H-strategie aanvragen om evenementenvergunning strenger gaat beoordelen, het organisatoren ‘moeilijker’ gaat maken en dat we bij het uitvoeren van toezicht veel meer op onze strepen gaan staan. In Moerdijk worden jaarlijks veel evenementen georganiseerd. Voor de uitstraling van Moerdijk en de leefbaarheid in de kernen willen wij juist de organisatie van evenementen stimuleren en daar waar nodig gepast ondersteunen. Wij vragen u de U&H-strategie daarom in samenhang te lezen met het evenementenbeleid en het besluit van de gemeenteraad van 11 mei 2023 over de (structurele) versterking van de inzet van gemeentelijke boa’s. Ook brengen wij onder uw aandacht dat de gemeente naar de omwonenden van evenementen een verantwoordelijkheid draagt voor het beperken van overlast. Een belangrijk instrument dat we inzetten bij het beoordelen van aanvragen voor evenementen is het evenementenbeleid. Wij hebben eerder met de gemeenteraad gesproken over de noodzaak van het actualiseren van het huidige beleid. Wij zijn hiermee bezig en verwachten de actualisatie voor 1 januari 2025 af te ronden. Voor vaststelling van het nieuwe beleid consulteren wij de gemeenteraad/commissie. Naast de kaders voor vergunningverlening besteden wij in het nieuwe beleid ook aandacht aan het vereenvoudigen en standaardiseren van het vergunningenproces. De inzet van nieuwe digitale instrumenten (bijv. aanvraagformulieren en ter beschikking stellen van kaartmateriaal) moet het indienen van aanvragen gaan vereenvoudigen. In de U&H-strategie kennen wij aan het organiseren van een evenement-B (grote evenementen) de prioriteit zeer hoog toe. Voor vergunningaanvragen is hieraan het toetsingsniveau 3 gekoppeld. Dit hoeft niet automatisch te betekenen dat het vergunningenproces veel complexer gaat verlopen. Door vooraf duidelijkheid te verschaffen over de onderdelen waarop wij een aanvraag toetsen in combinatie met (digitale) ondersteuning verwachten wij juist voor alle partijen een effectiever en efficiënter proces te bewerkstelligen. De prioriteitsscore zeer hoog geldt alleen voor de evenementen met de grootste risico’s. Voor evenementen met een laag risico is de score naar beneden bijgesteld van laag naar zeer laag. Hiermee doen wij recht aan een belangrijk uitgangspunt van de U&H-strategie: het risicogestuurd uitvoeren van de VTH-taken. Met de versterking van de inzet van Boa’s wil de gemeenteraad de zichtbaarheid van de boa’s vergroten en de doelen op het gebied van o.a. evenementen ondersteunen. Met de inzet van boa’s bij evenementen willen we samen met de organisatoren ervoor zorgen dat het evenement in goede banen wordt geleid en voorkomen dat overlast ontstaat en verstoring van de openbare plaatsvindt. Servicegericht werken en vertrouwen zijn daarbij onze uitgangspunten, niet het ‘scoren’ van overtredingen. Door de prioriteitsscore zeer hoog aan evenementen-B toe te kennen (100% toezicht) is de aanwezigheid en inzet van boa’s bij deze categorie evenementen gegarandeerd. Dit is ook in lijn met de afspraken die hierover met de politie zijn gemaakt. Samengevat zijn wij van mening dat door de toegekende prioriteitsscores voor evenementen in samenhang met de overige instrumenten die ons ter beschikking staan, wij op een evenwichtige wijze aandacht geven aan de uitvoering van onze VTH-taken voor evenementen. Waarbij we in een juiste balans rekening houden met de risico’s die hieruit kunnen voortvloeien. Uiteindelijk met als resultaat dat veel evenementen in Moerdijk worden georganiseerd waar bezoekers met veel plezier en veilig aan deelnemen. Ad 2 De VTH-taken zijn geprioriteerd aan de hand van de volgende beoordelingscriteria: Veiligheid, volksgezondheid, financieel/economisch en energie/klimaatadaptatie/duurzaamheid. Ad 3 Wij hanteren bij het beoordelen van aanvragen 4 toetsniveaus: 0, 1, 2 en 3. Hoe hoger de risico’s die met een aangevraagde activiteit samenhangen, hoe hoger het toetsniveau. De uitwerking vindt plaats in op te stellen toetsprotocollen. Deze protocollen stellen wij vast en zijn een onderdeel van het jaarlijks uitvoeringsprogramma. Verantwoording vindt plaats in het jaarverslag. Ad 5 De uitvoering van de VTH-taken milieu zijn in mandaat opgedragen aan de directeur van de OMWB. Dit betekent niet dat de (eind)verantwoordelijkheid daarmee is overgedragen. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van deze taken ligt bij het college van burgemeester en wethouders. Ad 6 De uitvoering van alle gemeentelijke VTH-taken maken onderdeel uit van de U&H-strategie. Alle VTH- taken zijn geïnventariseerd en vervolgens afzonderlijk geprioriteerd. Hieruit vloeit de prioriteitenscore voort (zeer hoog….. zeer laag). De inzet van middelen wordt vervolgens op basis van deze score bepaald. Deze systematiek betekent dus niet dat we aan de uitvoering van de VTH-taken milieu meer belang hechten dan aan het taakveld APV of brandveiligheid. Wel kan de inzet van middelen, op basis van risico’s, per taakveld verschillen. Ad 7 Inwoners krijgen in hun rol als aanvrager en als gebruiker van de openbare ruimte te maken met de gevolgen die uit de U&H-strategie kunnen voortvloeien. De strategie beschermt inwoners die overlast van (bedrijfs)activiteiten ondervinden. Ad 8 De huidige classificatie is als volgt: Evenementen B-C zijn vergunningplichtig, groot en risicovol, bijvoorbeeld lichtjesoptocht carnaval, Hollandse avond, Fendertse week, waterweekend, polderchallenge, muziekfeesten in tent, wielerronde, havenloop etc. Evenementen-C hebben een landelijke uitstraling en komen in Moerdijk niet voor. Evenementen-A zijn vergunningplichtig maar minder risicovol, bijvoorbeeld avondvierdaagse, intocht Sinterklaas etc. Evenementen-O zijn meldingsplichtig, bijvoorbeeld straatbarbeque tot 100 personen. In het nieuwe evenementenbeleid (planning 2024) gaan wij evenementen opnieuw indelen en daaraan een prioriteitsscore toekennen. 2.2. Ingebrachte aandachtspunten vanuit OMWB Ingekomen: Telefonisch op 8 april 2024 Voor de omgevingsdienst is het niet duidelijk hoe in de U&H-strategie de relatie tussen het Gemeenschappelijk Uitvoeringskader (GUK) en de U&H-strategie is geregeld. Reactie burgemeester en wethouders De uitvoering van het landelijk vastgestelde basistakenpakket milieu hebben wij ondergebracht bij de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB). Op grond van het Omgevingsbesluit stelt de omgevingsdienst samen met haar deelnemers een kader vast voor de uniforme regionale uitvoering van het basistakenpakket. Op 8 februari 2024 heeft het algemeen bestuur van de OMWB ingestemd met het nieuwe Gemeenschappelijk Uitvoeringkader (GUK). Het risico bestaat dat twee uitvoeringskaders (GUK en U&H- strategie) kaders geven voor uitvoering van de VTH-taken milieu en met elkaar in tegenspraak kunnen zijn. Wij hebben dit risico onderkend. In de paragraaf planning programmatisch toezicht, taakveld milieu hebben wij ten opzichte van de overige taakvelden een afwijkende procedure opgenomen. Bij de planning van het toezicht prevaleren de kaders uit het GUK boven de kaders uit de U&H-strategie. Hiermee voorkomen wij dat beide kaders met elkaar in tegenspraak kunnen komen. Voor meer informatie verwijzen wij naar pagina 28 van de U&H-strategie. 2.3 Ingebrachte aandachtspunten vanuit Openbaar Ministerie – Parket Zeeland – West-Brabant Ingekomen: Mail van 12 april 2024 Het Openbaar Ministerie vindt het opvallend dat er in het plan niet in het bijzonder aandacht wordt besteed aan (de handhaving in/
- op)het haven- en het industrieterrein en ook niet aan de daarvoor benodigde capaciteit. Voor het overige heeft het Openbaar Ministerie geen aanvullingen en/of opmerkingen. Reactie burgemeester en wethouders De risicoanalyse die aan de U&H-strategie ten grondslag ligt heeft plaatsgevonden per taakveld (bouwen, milieu, APV etc.) niet op gebieden of locaties. Het haven- en industrieterrein Moerdijk (HIM) kent veel bedrijfsactiviteiten met een hoog risicoprofiel. Uit de U&H-strategie vloeit voort dat wij de focus leggen op de hoogste risico’s. De inzet van middelen (personele capaciteit en geld) is daarop gebaseerd. Het HIM krijgt daardoor veel aandacht bij de uitvoering van onze VTH-taken. Daarnaast nemen wij in het jaarlijks uitvoeringsprogramma capaciteit en budgetten op voor gebiedsgericht toezicht en surveillance voor het opsporen van illegale activiteiten en overtredingen op het HIM. Via het VTH-team Moerdijk stemmen wij onze inzet af met de provincie. 2.4 Ingebrachte aandachtspunten Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant Ingekomen: Mail van 18 april 2024 De veiligheidsregio heeft in