Beleidsregel voor woningsplitsing in het buitengebied- gemeente WesterveldHet college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westerveld, gelezen het ambtelijk voorstel; overwegende dat het gewenst is om een beleidsregel vast te stellen omtrent woningsplitsing in het buitengebied; omdat het splitsen van woningen bijdraagt in het voorzien in de kwantitatieve en kwalitatieve woonbehoefte; gelet op de artikelen 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht; besluit vast te stellen de volgende beleidsregel: Artikel1Begripsbepalingen In deze beleidsregel wordt verstaan onder: a. Bestaand stedelijk gebied: gebied dat in de geldende provinciale verordening is aangeduid als bestaand stedelijk gebied; b. Bedrijfswoning: een woning in of bij een gebouw of op een terrein bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de functie van het gebouw of het terrein noodzakelijk is; c. Bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; d. Boerderijpand(en)(voormalige): het gebouw behorende tot het voormalige agrarische bedrijf, waarin oorspronkelijk het woongedeelte en de stal was ondergebracht en dat oorspronkelijk als het hoofdgebouw van het agrarisch bedrijf is gebouwd; e. Gebruiksoppervlakte: de gebruiksoppervlakte als bedoeld in NEN 2580; f. GVVP: het vastgestelde gemeentelijk verkeer- en vervoersplan; g. Hoofdgebouw: gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op de bestemming het belangrijkst is. h. Huishouden: een alleenstaande, dan wel twee of meer personen, die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen voeren; i. Recreatiewoning: een gebouw dat naar aard en inrichting is bedoeld voor recreatieve bewoning en waarvan de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben; j. Woning: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; k. Woonhuis: een gebouw, dat één woning omvat, dan wel twee of meer naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden; l. Woningsplitsing: het bouwkundig en/of functioneel splitsen van één woning in twee of meer woningen. m. Zelfstandige woonruimte: een woonruimte welke een eigen toegang heeft en welke door één huishouden kan worden bewoond zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte. Artikel2Werkingsgebied Deze beleidsregel is van toepassing op aanvragen om een omgevingsvergunning voor het mogelijk maken van woningsplitsingen van voormalige boerderijpanden en woningen met de bestemming ‘Wonen’ buiten bestaand stedelijk gebied. Artikel3Toetsingsvoorwaarden Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning voor woningsplitsing verlenen als wordt voorzien in een goede ruimtelijke ordening, hetgeen wordt beoordeeld aan de hand van navolgende voorwaarden: 1. de te splitsen woning in het bestemmingsplan Buitengebied
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.