← Nederland

Reglementen van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van Provinciale Staten en de Statencommissie Drenthe 2024 (Drenthe)

Reglementen van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van Provinciale Staten en de Statencommissie Drenthe 2024Provinciale Staten van Drenthe; gelezen het voorstel van het presidium van P

Artikel1

, Begripsomschrijvingen In dit reglement wordt verstaan onder: voorzitter: de voorzitter van Provinciale Staten of diens vervanger; vicevoorzitter: de vicevoorzitter van Provinciale Staten; tweede vicevoorzitter: de tweede vicevoorzitter van Provinciale Staten; commissievoorzitter(s): de voorzitter(

  1. s)van de Statencommissie; amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerp­besluit, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen; subamendement: voorstel tot wijziging van een aan de orde/in behandeling zijnde amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement, waarop het betrekking heeft; motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; rondvraag: korte mondelinge vraag aan Gedeputeerde Staten en/of de commissaris van de Koning, gericht op de actualiteit; interpellatie: het vragen van inlichtingen over een onderwerp dat niet op de agenda staat; voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de vergadering; initiatiefvoorstel: een voorstel voor een verordening of een ander voorstel; bijzondere commissie of werkgroep: een andere commissie als bedoeld in artikel 82 van de Provinciewet; Statencommissie: commissie als bedoeld in artikel 80 van de Provinciewet; fractie: een samenwerking tussen gekozen Statenleden van eenzelfde politieke groepering als bedoeld in artikel 7 van dit Reglement. Artikel2, De voorzitter De voorzitter is belast met: het leiden van de vergadering; het handhaven van de orde; het doen naleven van het Reglement van Orde; hetgeen de Provinciewet of dit reglement hem verder opdraagt. Artikel3, De griffier De griffier is in elke vergadering van Provinciale Staten aanwezig. Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door zijn of haar plaatsvervanger. Hij/zij kan, indien hij/zij daartoe door de voorzitter wordt uitgenodigd, aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen. Artikel4 [Vervallen.] Artikel5, Het presidium Provinciale Staten hebben een presidium. Het presidium bestaat uit de vicevoorzitter, de fractievoorzitters en de voorzitter, als adviseur. De griffier of diens vervanger is in elke vergadering van het presidium aanwezig. De vicevoorzitter van Provinciale Staten is de voorzitter van het presidium. Op de aanwijzing door Provinciale Staten van de tweede vicevoorzitter is artikel 75, eerste lid, laatste volzin, van de Provinciewet van overeenkomstige toepassing. Artikel5a, Taken presidium Het presidium heeft, onverminderd de taken uit hoofde van de overige artikelen in dit of andere reglementen en verordeningen, de volgende taken. Het vaststellen van de voorlopige agenda’s van de vergaderingen van de Statencommissie en van Provinciale Staten, inclusief de spreektijden. Voorstellen doen over de wijze van afdoening van bij de Staten of de Statencommissie ingekomen stukken. Jaarlijks vaststellen van het vergaderschema voor Provinciale Staten en de Statencommissie voor het komende jaar. Verantwoordelijk voor het functioneren van de Staten in een duaal stelsel. Het beheer van de Strategische Agenda van Provinciale Staten. Adviseren van Provinciale Staten in procedurekwesties en met betrekking tot een ordelijk verloop van de vergaderingen. Verantwoordelijk zijn voor de aansturing van de griffier op basis van een periodiek vast te stellen en te evalueren Griffieplan. Jaarlijks voeren van een klankbordgesprek met de commissaris van de Koning. Vergaderingen Het presidium vergadert na de vergaderingen van de Statencommissie, op de woensdag in de week voorafgaand aan Statenvergadering. De griffier bereidt de vergadering van het presidium voor en stelt de agenda op. De vergaderingen van het presidium zijn niet openbaar. Indien het presidium het nodig acht, kunnen derden uitgenodigd worden om aan de vergadering deel te nemen. Indien de voorzitter van het presidium of een van de leden dit nodig oordeelt, vindt een extra vergadering plaats. Deze extra vergadering dient minimaal 48 uur tevoren aan alle leden van het presidium bekendgemaakt te worden. Quorum De leden van het presidium kunnen zich laten vervangen door een ander lid van de fractie. Het presidium vergadert uitsluitend indien meer dan de helft van het aantal leden aanwezig is. Indien het quorum niet toereikend is, bepaalt de voorzitter van het presidium een nieuw vergadertijdstip in dezelfde week. Besluitvorming en verslag Het presidium neemt beslissingen zoveel mogelijk met instemming van alle leden. Indien een stemming noodzakelijk is, besluit het presidium met meerderheid van stemmen. Indien de stemmen staken geeft de stem van de voorzitter van het presidium de doorslag. De adviezen, de besluiten en het verslag van het presidium zijn openbaar, tenzij de vertrouwelijkheid van het onderwerp zich daartegen verzet. Dit is ter beoordeling van het presidium. Het verslag van een vergadering van het presidium bevat een zakelijke samenvatting van het besprokene. Verantwoording Het presidium is voor zijn handelingen en zijn beleid verantwoording schuldig aan Provinciale Staten en geeft hun alle verlangde inlichtingen ter zake. Artikel5b, Instellen bijzondere commissies en werkgroepen Het presidium is bevoegd tot het instellen van een bijzondere commissie of werkgroep ter behartiging van aan deze bijzondere commissie of werkgroep opgedragen concrete taken of onderwerpen. HOOFDSTUK2, TOELATING VAN NIEUWE LEDEN; FRACTIES Artikel6, Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging Bij aanvang van de statenperiode benoemen Provinciale Staten de leden van de commissie voor de geloofsbrieven. Per fractie wordt maximaal één vertegenwoordiger voorgedragen en benoemd. Bij elke benoeming van nieuwe leden van Provinciale Staten onderzoekt een vertegenwoordiging van drie leden van de commissie, zoals genoemd in lid 1, voorafgaande aan de Statenvergadering waarin de eed of de verklaring en belofte door de benoemde (of benoemden) wordt afgelegd, tijdig de geloofsbrieven. Daarbij gaan zij namens de commissie na of de benoemde (of benoemden) aan de vereisten voor het lidmaatschap voldoet (of voldoen) en of er geen met het lidmaatschap onverenigbare betrekkingen worden vervuld. Hierover rapporteren zij namens de commissie aan Provinciale Staten, onder vermelding van eventuele minderheidsstandpunten, tijdens de vergadering als genoemd in lid 2. Artikel7, Fracties De leden van Provinciale Staten, die door het Centraal Stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de eerste vergadering in de nieuwe statenperiode als 1 fractie beschouwd. Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in Provinciale Staten deze aanduiding als naam. Indien geen aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie in de eerste vergadering van Provinciale Staten aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in Provinciale Staten wil voeren. De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens plaatsvervanger optreden, worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. Indien: 1 of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie gaan optreden; 2 of meer fracties als 1 fractie gaan optreden; 1 of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. Met de onder a beschreven veranderde situatie wordt rekening gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering van Provinciale Staten na de mededeling daarvan. HOOFDSTUK3, VERGADERINGEN Paragraaf1, Vergaderschema; voorbereidingen Artikel8, Vergaderschema Het presidium stelt voor aanvang van ieder kalenderjaar een vergaderschema op waarop de reguliere vergaderingen van Provinciale Staten staan vermeld. Daarnaast kunnen desgewenst extra vergaderingen plaatsvinden. Artikel9, Oproep De voorzitter zendt ten minste 8 dagen voor een vergadering de leden van Provinciale Staten een digitale oproep onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering en voorzien van de voorlopige agenda van de vergadering. De bijbehorende stukken, met uitzondering van de geheime stukken, zoals bedoeld in de artikelen 84, 85 en 86 van de Provinciewet, worden tegelijkertijd bekend gemaakt via het Stateninformatiesysteem. Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in artikel 10, tweede lid, worden deze agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de geheime stukken, zoals bedoeld in de artikelen 84, 85 en 86 van de Provinciewet, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering bekend gemaakt via het Stateninformatiesysteem. Artikel10, Agenda Voordat de oproep wordt verzonden, stelt het presidium de voorlopige agenda van de vergadering vast. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een vergadering een aanvulling op de voorlopige agenda vaststellen. Bij aanvang van de vergadering stellen Provinciale Staten de agenda vast. Op voorstel van een lid van Provinciale Staten of de voorzitter kunnen Provinciale Staten bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren. Een voorstel van een lid voor toevoeging van een onderwerp aan de agenda wordt uiterlijk 24 uur voor aanvang van de vergadering, onder aanduiding van het onderwerp en motivatie voor agendering, bij de voorzitter gemeld, met uitzondering van moties zoals genoemd in artikel 36, vierde lid. Op voorstel van een lid van Provinciale Staten of van de voorzitter kunnen Provinciale Staten de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen. Artikel11, De gedeputeerde De gedeputeerden kunnen aanwezig zijn bij de vergadering. Zij kunnen op uitnodiging van de voorzitter aan de beraadslagingen deelnemen. Artikel12, Ter inzage leggen van stukken Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of de voorstellen op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de oproep voor eenieder bij de Statengriffie ter inzage gelegd. Indien na het verzenden van de oproep aanvullend stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van Provinciale Staten. Indien omtrent stukken op grond van hoofdstuk VA. Geheimhouding van de Provinciewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken, in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de griffier en verleent de griffier de leden van Provinciale Staten inzage. Artikel13, Openbare kennisgeving De vergadering wordt door aankondiging in 1 of meer dag­, nieuws­ of huis­-aan­-huisbladen en door plaatsing op de website van Provinciale Staten en op die van de provincie Drenthe ter openbare kennis gebracht. De openbare kennisgeving vermeldt: de datum, de aanvangstijd en de plaats van de vergadering; de wijze waarop en de plaats waar eenieder de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken kan inzien. Paragraaf2, Orde der vergadering Artikel14, Presentielijst Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van Provinciale Staten onmiddellijk de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst door de voorzitter en de griffier door ondertekening vastgesteld. Artikel15, Zitplaatsen De voorzitter, de leden van Provinciale Staten en de griffier hebben een vaste zitplaats, door de voorzitter na overleg in het presidium, bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van Provinciale Staten aangewezen. Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien na overleg in het presidium. De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de gedeputeerden en overige personen, die voor de vergadering zijn uitgenodigd. Artikel16, Opening vergadering; quorum De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden blijkens de presentielijst aanwezig is. Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van de namen van de afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de Provinciewet. Artikel17 [Vervallen.] Artikel18, Videoverslag en besluitenlijst Het videoverslag van elke openbare vergadering is binnen 3 werkdagen te raadplegen via de website van Provinciale Staten. De ontwerp-besluitenlijst van de vergadering wordt zo spoedig mogelijk aan de leden van Provinciale Staten, de voorzitter en aan de gedeputeerden beschikbaar gesteld. De leden, de voorzitter, de gedeputeerden en de griffier hebben het recht een voorstel tot wijziging aan Provinciale Staten te doen, indien de ontwerp-besluitenlijst, inclusief toezeggingen, onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen is toegezegd of besloten. Zij kunnen binnen 8 dagen na ontvangst van de ontwerp-besluitenlijst bij de griffier een voorstel tot wijziging doen. De besluitenlijst als bedoeld in het vorige lid wordt aan het begin van de volgende vergadering vastgesteld. De besluitenlijst moet inhouden: de namen van de voorzitter, de griffier en de ter vergadering aanwezige leden, alsmede van de leden die (gedeeltelijk) afwezig waren, aan- en afwezige gedeputeerden en overige personen die het woord gevoerd hebben;p een vermelding van de onderwerpen die aan de orde zijn geweest; een overzicht van de uitslag van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de leden van de fracties die voor of tegen stemden, onder aantekening van de leden van de fracties die zich overeenkomstig de Provinciewet van stemming hebben onthouden. Indien een fractie verdeeld stemde, wordt dit eveneens aangetekend, met vermelding van de leden van de fractie die hebben tegen gestemd. een lijst van de in de vergadering gedane toezeggingen. De tekst van de ter vergadering ingediende moties, amendementen en subamendementen wordt als bijlage bij de ontwerp-besluitenlijst gevoegd. De besluitenlijst wordt opgesteld onder de zorg van de griffier. De vastgestelde besluitenlijst wordt door de voorzitter en de griffier ondertekend. Artikel19, Status stukken Het presidium plaatst waar mogelijk voorstellen rechtstreeks als hamerstuk op de voorlopige agenda van de Provinciale Statenvergadering. Deze worden daarmee niet in de Statencommissie behandeld. Naar aanleiding van de beraadslaging in de Statencommissie voorziet het presidium de voorgedragen zaken van een voorlopige A­-status (hamerstuk) of B­-status (bespreekstuk). Het presidium wijzigt de status van een stuk indien: het stuk een voorlopige A­-status heeft en 1 of meer leden van de Statencommissie aangeven dat zij de wijziging naar de B-status van het stuk gewenst achten; het stuk een voorlopige B-status heeft en de Statencommissie unaniem van mening is dat het stuk de A-status kan krijgen. De lijst van hamerstukken, zoals na behandeling en advisering door de Statencommissie door het presidium vast te stellen, kent 2 categorieën: hamerstuk (met algemene stemmen aan te nemen); hamerstuk met stemverklaring (enkelvoudige inhoudelijke toelichting op de uit te brengen stem en/of de verklaring van de tegenstem van een fractie). Artikel 20, Ingekomen stukken Bij Provinciale Staten ingekomen stukken worden op een lijst geplaatst. Deze lijst wordt aan de leden van Provinciale Staten toegezonden en bij de agenda gevoegd. De betrokken documenten worden via het Stateninformatiesysteem gepubliceerd. Het presidium kan beslissen bij Provinciale Staten ingekomen stukken niet op de lijst van ingekomen stukken te plaatsen. Dit geldt voor stukken waarvan duidelijk is dat deze ter kennisneming zijn gezonden en waarvan de leden reeds kennis hebben kunnen nemen en voor stukken die onbegrijpelijk en/of beledigend zijn. Op voorstel van het presidium stellen Provinciale Staten de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast nadat de besluitenlijst is vastgesteld. Over een ingekomen stuk kan door een fractie schriftelijk een enkelvoudige, informatieve vraag worden gesteld. Deze wordt ten behoeve van de voorbereiding via de griffie minimaal 24 uur voorafgaand aan de vergadering per e-mail ingediend (dinsdag 09.00 uur). De gedeputeerde doet deze waar mogelijk met een korte mondelinge mededeling ter vergadering af. Is schriftelijke beantwoording gewenst, dan wordt de vraag op de lijst van toezeggingen geplaatst. Voor inhoudelijke bespreking wordt een ingekomen stuk desgewenst geagendeerd voor een volgende vergadering. De onderbouwing hiervan ontvangt het presidium schriftelijk, voorafgaand aan zijn vergadering waarin de desbetreffende agenda wordt vastgesteld. Artikel20a, Spreektijden Het presidium bepaalt de behandelduur van elk agendapunt afzonderlijk en de spreektijden (in eerste en tweede termijn) en vermeldt deze op de voorlopige agenda voor de Statenleden. Bij de behandeling van initiatiefvoorstellen wordt de spreektijd van de initiatiefnemer gelijkgesteld aan die van Gedeputeerde Staten. Bij de vaststelling van de agenda kan een lid of meerdere leden met redenen omkleed een voorstel doen om de door het presidium aangegeven totale behandelduur te wijzigen. De voorzitter beslist op dit voorstel. De voorzitter is verantwoordelijk voor handhaving van de spreektijden. Dit doet hij naar redelijkheid en billijkheid. Artikel 21, Spreekregels De leden van Provinciale Staten en overige aanwezigen spreken vanaf het katheder en richten zich tot de voorzitter. De voorzitter kan in verband met de korte duur ontheffing verlenen voor het spreken vanaf het katheder. De leden van Provinciale Staten die een interruptie willen plegen, benutten hiervoor de interruptiemicrofoons. Tenzij door het presidium of in de vergadering anders is bepaald, is het aantal interrupties per agendapunt maximaal drie per fractie. Een interruptie bestaat uit een vraag en desgewenst één enkele vervolgvraag. Uitgezonderd van de algemene regel is de behandeling van de begroting/ algemene beschouwingen. De voorzitter kan de leden van Provinciale Staten en de overige aanwezigen toestemming verlenen vanaf een andere plaats te spreken. Artikel22, Volgorde sprekers Een lid van Provinciale Staten en een gedeputeerde voeren het woord, na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben. Als de leden het woord willen voeren over de op de agenda vermelde onderwerpen, dienen zij zich voor de opening van de vergadering op de daartoe bestemde sprekerslijst in te schrijven. De voorzitter verleent de leden het woord in volgorde van aanmelding, tenzij de vergadering anders besluit. Bij door het presidium aan te wijzen majeure onderwerpen wordt een daarbij vast te stellen, andere volgorde gehanteerd. Artikel23, Spreektermijnen De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste 2 termijnen, tenzij Provinciale Staten anders beslissen. Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. Een lid mag in een termijn niet meer dan eenmaal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. Tijdens de beraadslaging over een onderwerp of voorstel heeft iedere fractie in principe één woordvoerder. Het derde lid is niet van toepassing op: de rapporteur van een commissie; het lid dat een (sub)amendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft dat amendement, die motie of dat voorstel. Artikel24 [Vervallen.] Artikel25, Handhaving orde; schorsing Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij: de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren; een lid van Provinciale Staten of een lid van het college hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden. Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de desbetreffende spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en ­ indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord ­ de vergadering sluiten. Artikel26, Beraadslaging Provinciale Staten kunnen op voorstel van de voorzitter of een lid van Provinciale Staten beslissen om over 1 of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen. Op verzoek van een lid van Provinciale Staten of op voorstel van de voorzitter kunnen Provinciale Staten besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen, teneinde het college of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode is verstreken. Artikel27, Deelname aan de beraadslaging door anderen Provinciale Staten kunnen bepalen dat anderen dan de in de vergadering aanwezige leden van Provinciale Staten, de gedeputeerde, de griffier en de voorzitter deelnemen aan de beraadslaging. Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of 1 van de leden van Provinciale Staten genomen, alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen. Artikel28, Stemverklaring Na het sluiten van de beraadslaging, maar voordat Provinciale Staten tot stemming overgaan, heeft ieder lid het recht zijn uit te brengen stem kort te motiveren. Artikel29, Besluit Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij Provinciale Staten anders beslissen. Tenzij geen stemming wordt gevraagd, vindt, nadat de beraadslaging is gesloten en na een stemming over eventuele amendementen, de stemming plaats over het voorstel zoals het dan in zijn geheel luidt. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel voor het te nemen besluit. Paragraaf3, Procedures bij stemmingen Artikel30, Stemming over zaken De voorzitter vraagt of stemming wordt verlangd. Indien geen stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel is aangenomen. Indien door één of meer leden stemming wordt gevraagd, doet de voorzitter daarvan mededeling, onder toevoeging van de wijze van stemmen (elektronisch, bij hand opsteken of hoofdelijk). In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de besluitenlijst vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich van stemming te hebben onthouden. Ten behoeve van de gevraagde hoofdelijke stemming roept de griffier de leden van Provinciale Staten bij naam op om hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het lid van wie de naam door de voorzitter bij loting wordt aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van de presentielijst. Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de Provinciewet van deelneming aan de stemming moet onthouden, verplicht zijn stem uit te brengen. Bij hoofdelijke stemming brengen de leden hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging. Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit. Artikel31, Stemming over amendementen en moties Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd. Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement. Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel dat het meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in stemming wordt gebracht. Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. Moties worden in stemming gebracht, tenzij deze door de indiener(
  2. s)ter vergadering worden teruggetrokken. In dat geval is er door Provinciale Staten geen besluit genomen. Artikel32, Stemming over personen Wanneer een stemming over personen voor het doen van een voordracht of het opstellen van een voordracht of aanbeveling moet plaatshebben, benoemt de voorzitter 3 leden tot stembureau. Een stemming over personen is geheim. [Vervallen.] Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. Provinciale Staten kunnen op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op 1 briefje. Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat in de vergadering aanwezig is. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn, worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden. Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30, lid 1 van de Provinciewet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht, die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan: een blanco stembriefje; een ondertekend stembriefje; een stembriefje waarop meer dan 1 naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft; een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen; een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslissen Provinciale Staten, op voorstel van de voorzitter. Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd. Artikel33, Herstemming over personen Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan. Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen 2 personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan 2 personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke 2 personen de derde stemming zal plaatshebben. Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot. Artikel34, Beslissing door het lot Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke briefjes, geschreven. Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud. Vervolgens neemt de voorzitter 1 van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen. HOOFDSTUK4, RECHTEN VAN LEDEN Artikel35, Amendementen Ieder lid van Provinciale Staten kan tot het sluiten van de beraadslagingen amendementen indienen. Een amendement kan het voorstel inhouden om een geagendeerd voorstel in 1 of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden. Alleen beraadslaagd kan worden over amendementen die ingediend zijn door leden van Provinciale Staten, die de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn. Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te stellen (subamendement). Elk (sub)amendement en elk voorstel moet, om in behandeling genomen te kunnen worden, schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend en na voorlezing door de indiener aan de voorzitter worden overhandigd, tenzij de voorzitter ­ met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde ­ oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan. Intrekking, door de indiener(s), van het (sub)amendement is mogelijk, totdat de besluitvorming door Provinciale Staten heeft plaatsgevonden. Artikel36, Moties Ieder lid van Provinciale Staten kan ter vergadering een motie indienen. Een motie moet, om in behandeling genomen te kunnen worden, schriftelijk worden ingediend en na voorlezing door de indiener aan de voorzitter worden overhandigd. De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of voorstel plaats. De behandeling van een actuele en urgente motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp (een motie ‘vreemd aan de orde van de dag’) vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld. Artikel37, Voorstellen van orde De voorzitter en ieder lid van Provinciale Staten kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht. Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen. Over een voorstel van orde beslissen Provinciale Staten terstond. Artikel38, Voorstel Provinciale Staten Een voorstel voor een verordening of een ander voorstel ter behandeling in Provinciale Staten kan worden ingediend door: het presidium, voor zover het taken betreft die uit dit of andere reglementen en verordeningen volgen; een bijzondere commissie of werkgroep, voor zover het een onderwerp betreft dat deze bijzondere commissie of werkgroep aangaat. Een voorstel moet om in behandeling te kunnen worden genomen schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend. De voorzitter legt het voorstel voor aan het presidium, dat vervolgens beslist over de agendering in de eerstvolgende vergadering van een Statencommissie of in de eerstvolgende vergadering van Provinciale Staten, tenzij de oproep van de desbetreffende vergadering reeds verzonden is. In dat laatste geval wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende (commissie)vergadering geplaatst. Artikel38a, Initiatiefvoorstel Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend. De voorzitter legt het initiatiefvoorstel voor aan het presidium, dat vervolgens beslist over de agendering in de eerstvolgende vergadering van de Statencommissie of in de eerstvolgende vergadering van Provinciale Staten, tenzij de oproep van de desbetreffende vergadering reeds verzonden is. In dat laatste geval wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende (commissie)vergadering geplaatst. In bijzondere gevallen kan het presidium, indien hem de behandeling urgent voorkomt, afwijken van het bepaalde in het tweede lid. De Statencommissie kan adviseren het voorstel verder niet in behandeling te nemen, tenzij het voorstel een verordening betreft. Provinciale Staten kunnen voorwaarden stellen aan de indiening en de behandeling van een initiatiefvoorstel, niet zijnde een voorstel voor een verordening. Provinciale Staten nemen geen besluit over een voorstel dan nadat Gedeputeerde Staten in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van de Staten te brengen. Artikel39, Voorstel Gedeputeerde Staten Een voorstel voor een verordening of een ander voorstel van Gedeputeerde Staten aan Provinciale Staten, dat vermeld staat op de agenda van de vergadering van Provinciale Staten, kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van Provinciale Staten. Indien Provinciale Staten van oordeel zijn dat een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug aan Gedeputeerde Staten moet worden gezonden, bepalen Provinciale Staten in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. Artikel40, Interpellatie Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste 48 uur voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij de voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd, alsmede de te stellen vragen. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennisname van de overige leden van Provinciale Staten en de gedeputeerden. Hierna wordt het verzoek op de website van Provinciale Staten geplaatst, op de lijst van ingekomen stukken van de eerstvolgende vergadering. Bij de vaststelling van de agenda van de eerstvolgende vergadering wordt het verzoek in stemming gebracht. Een interpellatie wordt gehouden direct na de rondvraag, voor de behandeling van de stukken. Artikel41, Schriftelijke vragen De schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. De vragen worden bij de voorzitter van Provinciale Staten ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van Provinciale Staten en Gedeputeerde Staten worden gebracht. Hierna worden de vragen op de website van Provinciale Staten gepubliceerd. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen 30 dagen, nadat de vragen zijn binnengekomen. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, stelt de commissaris van de Koning of het verantwoordelijk lid van Gedeputeerde Staten de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord. De schriftelijke antwoorden worden door het verantwoordelijk lid van Gedeputeerde Staten aan de leden van Provinciale Staten toegezonden en op de Lijst van ingekomen stukken geplaatst. De vragen en de antwoorden worden gelijktijdig met de stukken, als bedoeld in artikel 20, aan de leden van Provinciale Staten toegezonden. De vragensteller kan, na de schriftelijke beantwoording, in de eerstvolgende Staten omtrent het door de commissaris van de Koning of door Gedeputeerde Staten gegeven antwoord een enkele verhelderende vraag stellen. Voor nadere bespreking verzoekt deze bij bespreking van de Lijst van ingekomen stukken om agendering in de eerstvolgende commissievergadering. Artikel42, Rondvraag Aan het begin van de vergadering van Provinciale Staten is er een rondvraag. Het lid van Provinciale Staten dat tijdens de rondvraag vragen wil stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp en de te stellen vragen ten minste 24 uur voor aanvang van de vergadering bij de voorzitter. De voorzitter kan in overleg met de griffier de vergadering voorstellen de behandeling van een onderwerp tijdens de rondvraag niet toe te staan. De voorzitter brengt het onderwerp van de vragen voorafgaand aan de vergadering ter kennis van Gedeputeerde Staten en de leden van Provinciale Staten en maakt het onderwerp van de vragen openbaar via de website van Provinciale Staten. De voorzitter bepaalt de volgorde waarin aangemelde onderwerpen tijdens de rondvraag aan de orde worden gesteld. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om maximaal 2 vragen aan Gedeputeerde Staten of de commissaris van de Koning te stellen. Na de beantwoording door Gedeputeerde Staten of de commissaris van de Koning krijgt de vragensteller desgewenst het woord om een enkele aanvullende vraag te stellen. Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van Provinciale Staten het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan Gedeputeerde Staten ook een enkele aanvullende vraag te stellen over hetzelfde onderwerp. Tijdens de rondvraag kunnen geen moties worden ingediend en worden geen interrupties toegelaten. Artikel43 [Vervallen.] Artikel44 [Vervallen.] HOOFDSTUK5, BEGROTING EN REKENING Artikel45, Procedure begroting Onverminderd het bepaalde in de Provinciewet geschiedt de voorbereiding, de behandeling en de vaststelling van de begroting volgens een procedure die Provinciale Staten vaststellen. Artikel46, Procedure jaarrekening Onverminderd het bepaalde in de Provinciewet geschiedt de voorbereiding en de vaststelling van de jaarrekening en het jaarverslag, alsmede het nemen van een eventueel indemniteitsbesluit volgens een procedure die Provinciale Staten vaststellen. HOOFDSTUK6, VERTEGENWOORDIGING BIJ VERBONDEN PARTIJEN Artikel47, Verslag; verantwoording Een lid van Provinciale Staten, of in voorkomende gevallen een gedeputeerde of de commissaris van de Koning, dat of die door Provinciale Staten is aangewezen als vertegenwoordiger bij een verbonden partij, heeft het recht binnen de vergadering van de Staten verslag te doen over zaken die in het desbetreffende orgaan aan de orde zijn. Voor door de Staten gewenste bespreking van dit verslag, kan de voorzitter verwijzen naar de Statencommissie. HOOFDSTUK7, BESLOTEN VERGADERING Artikel48, Algemeen Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige toepassing, voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering. Artikel49, Geheimhouding Voor de afloop van de besloten vergadering besluiten Provinciale Staten, overeenkomstig hoofdstuk VA. Geheimhouding van de Provinciewet, of omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. Provinciale Staten kunnen besluiten de geheimhouding op te heffen. Artikel50, Opheffing geheimhouding Indien Provinciale Staten op grond van het gestelde in hoofdstuk VA. Geheimhouding van de Provinciewet, voornemens zijn de geheimhouding op te heffen wordt, indien daarom verzocht wordt door het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd, in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd. Artikel51, Verslag Van een besloten vergadering wordt geen videoverslag gemaakt, maar een schriftelijk, woordelijk verslag. Het verslag als bedoeld in het eerste lid ligt uitsluitend voor de leden van Provinciale Staten en Gedeputeerde Staten ter inzage bij de griffier. Het verslag wordt zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering nemen Provinciale Staten een besluit over het al dan niet openbaar maken van dit verslag. Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de griffier ondertekend. Indien Provinciale Staten besluiten het verslag openbaar te maken, wordt dit verslag via de website van Provinciale Staten gepubliceerd. HOOFDSTUK8, TOEHOORDERS EN PERS Artikel52, Toehoorders en pers De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen. Het geven van tekenen van goed­- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden. Artikel53, Geluid- en beeldregistraties Degenen die in de vergaderzaal tijdens de Statenvergadering geluid­ dan wel beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Artikel54 [Vervallen.] HOOFDSTUK9, SLOTBEPALINGEN Artikel55, Uitleg reglement In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslissen Provinciale Staten op voorstel van de voorzitter. Artikel56, Inwerkingtreding Dit reglement treedt in werking op 1 september 2024. Het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van Provinciale Staten, vastgesteld bij besluit van Provinciale Staten van 29 september 2021, Provinciaal Blad nummer 10233 van 2021, wordt ingetrokken. TOELICHTING OP REGLEMENT VAN ORDE VOOR DE VERGADERINGEN EN ANDERE WERKZAAMHEDEN VAN PROVINCIALE STATEN HOOFDSTUK1,

Artikel1

, Begripsomschrijvingen Artikel 1, onder b en c, ziet op de vice- en tweede vicevoorzitter van de Staten. Het voorzitterschap van de vergaderingen bepaalt mede de kwaliteit van de vergaderingen. Aan het voorzitterschap worden daarmee professionele eisen gesteld. Om die reden vindt, aan de hand van het door het presidium vastgestelde profielschetsen, selectie plaats van de vice en tweede vicevoorzitter van de Staten en de commissievoorzitters. Het presidium bepaalt de procedure; alle Statenleden, los van de fractie waarvan zij deel uitmaken, komen voor de genoemde functies in aanmerking. De vicevoorzitter is q.q. tevens voorzitter van het presidium. De tweede vicevoorzitter vervangt de vicevoorzitter (alleen) in de Staten (niet in het presidium). De tweede vicevoorzitter is geen fractievoorzitter. Artikel2, De voorzitter De commissaris van de Koning is voorzitter van Provinciale Staten. Artikel 125, derde lid, van de Grondwet en artikel 9 van de Provinciewet schrijven dit dwingend voor. In artikel 75, eerste lid, van de Provinciewet is bepaald dat het langstzittende lid van Provinciale Staten het voorzitterschap waarneemt bij verhindering of ontstentenis van de commissaris van de Koning. Als meer Statenleden even lang zitting hebben, is de oudste in jaren degene die het voorzitterschap waarneemt. Daarnaast hebben Provinciale Staten de mogelijkheid zelf de waarnemer te bepalen. Hiervan wordt gebruik gemaakt. De commissaris van de Koning heeft het recht op grond van artikel 21, lid 1 van de Provinciewet in de vergadering van Provinciale Staten aan de beraadslaging deel te nemen. Artikel3, De griffier De Provinciewet eist dat Provinciale Staten de vervanging van de griffier regelen (artikel 104d, eerste lid). In het tweede lid is daarover een bepaling opgenomen. In verband met artikel 22 van de Provinciewet (verschoningsrecht) is in het derde lid een bepaling opgenomen met betrekking tot het deelnemen van de griffier aan de beraadslaging. Artikel5, Het presidium Het presidium vervult een rol bij de voorbereiding van de Staten. Dan gaat het om: het opstellen van een vergaderschema (artikel 8); het vaststellen van de voorlopige agenda (artikel 10); de uitnodiging van gedeputeerden (artikel 11); betrokkenheid bij de indeling van de zitplaatsen (artikel 15); vaststelling van de status van de stukken (artikel 19); plaatsing van ingekomen stukken op de lijst (artikel 20) betrokkenheid bij de weigering om een onderwerp in de rondvraag aan de orde te stellen (artikel 42). Op het voorblad van een Statenvoorstel wordt de groep vermeld van wie het voorstel inhoudelijk afkomstig is. De voorzitter daarvan geeft desgewenst een inhoudelijke toelichting op het stuk in de commissievergadering. Het politieke debat over het voorstel vindt - voor zover gewenst - plaats niet met de (voorzitter van

  1. de)werkgroep, maar tussen de fracties onderling. Via het presidium kunnen inwonersinitiatieven, zoals bedoeld in Statenvoorstel 2018-827, geagendeerd worden voor de vergadering van Provinciale Staten, voor zover die binnen de kaders van de Verordening agenderingsrecht inwoners van Drenthe zijn ingediend. Andere taken van het presidium worden weergegeven in artikel 5a, Reglement van Orde presidium. Artikel5a, Taken presidium In dit artikel staan voorschriften met betrekking tot de taken, werkwijze en orde van de vergaderingen van het presidium. Deze zijn niet limitatief. In het Reglement van Orde, maar ook in andere reglementen en verordeningen worden door het presidium taken en bevoegdheden opgedragen. Lid 1, sub a Via het presidium worden inwonersinitiatieven, zoals bedoeld in Statenvoorstel 2018-827, geagendeerd voor de vergadering van Provinciale Staten, voor zover die binnen de kaders van de Verordening agenderingsrecht inwoners van Drenthe zijn ingediend. Aanbieden voorstellen door derden, ter agendering door het presidium De wijze van aanbieden van statenvoorstellen ter agendering in de Statencommissie en Provinciale Staten kent (uitsluitend) twee mogelijke varianten: Gedeputeerde Staten bieden een statenvoorstel aan of het presidium biedt een statenvoorstel aan. De inhoudelijke verantwoordelijkheid voor voorgedragen zaken kan echter bij verschillende partijen liggen. Naast bijvoorbeeld het college van Gedeputeerde Staten (GS-voorstel) en Statenleden (initiatiefvoorstel), kan een voorstel inhoudelijk ook van het presidium of van een bijzondere commissie, dan wel een werkgroep afkomstig zijn. Op 29 juni 2020 is door het presidium ingestemd met een memo van de Commissie van onderzoek en de daarin omschreven werkwijze/ taakafbakening. Voor zover het voorstel is voorbereid door bijvoorbeeld de Commissie van onderzoek of de werkgroep programmabegroting, dan wordt dit in het statenvoorstel vermeld. Hiermee is voor de Statenleden duidelijk wie aanspreekpunt is bij de behandeling van het stuk (beraadslagingen). De voorzitter daarvan geeft desgewenst een inhoudelijke toelichting op het stuk in de commissievergadering. Het politieke debat over het voorstel vindt - voor zover gewenst - plaats niet met de (voorzitter van
  2. de)werkgroep, maar tussen de fracties onderling. De rol van de voorzitter tijdens de Provinciale Statenvergaderingen ziet mede op het gepast handhaven van de spreektijden, rekening houdend met bijvoorbeeld de indiening van moties. Het betreft spreektijden in de eerste en tweede termijn. Sub d en e Ten behoeve van de stimulering van de provinciale democratie (het duale stelsel) stelt het presidium o.a. de Strategische agenda van Provinciale Staten vast en beheert deze. Hierin opgenomen is de eigen langere termijn werkagenda om het functioneren van het Drents parlement (als bestuursorgaan) te verbeteren. Het college biedt daarvoor de Staten een actuele Lange Termijn Agenda aan (vormvrij). Het presidium beoordeelt de beslisrijpheid van voor agendering ontvangen voorstellen. Sub g Periodiek (vierjaarlijks) stelt het presidium op voorstel van de griffier het Griffieplan vast. Dit wordt halverwege de statenperiode geëvalueerd en waar nodig bijgesteld. Op basis van dit plan stuurt het presidium de griffier aan. De werkgeverscommissie is door Provinciale Staten gemandateerd voor alle rechtspositionele handelingen ten aanzien van de griffier m.u.v. besluiten tot benoeming, aanstelling, schorsing, ontslag en disciplinaire maatregelen. Ook voor deze handelingen vormt het Griffieplan de basis. Sub h Jaarlijks voert (een afvaardiging van) het presidium een klankbordgesprek met de commissaris van de Koning. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ontvangt het verslag van dit (vertrouwelijke) gesprek. Zie voor meer informatie: Circulaire benoeming, klankbordgesprekken en herbenoeming burgemeester, 2017 en Handreiking benoeming, herbenoeming, klankbordgesprekken en afscheid burgemeesters, 2020 (publicatie van het Ministerie van BZK). Lid 2 Zie tevens artikel 19 van dit Reglement (Status stukken). Sub a Ten behoeve van het ordelijke verloop van de vergaderingen en de onderlinge afstemming tussen (fractie-)voorzitters (kunnen) o.a. de voorlopige agenda’s worden geactualiseerd, spreektijden worden vastgesteld en andere onderwerpen kunnen worden besproken. De reguliere presidiumvergadering kan hierdoor primair worden benut voor de bespreking van inhoudelijke voorstellen, evaluaties etc. HOOFDSTUK2, TOELATING VAN NIEUWE LEDEN; FRACTIES Artikel6, Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging Op basis van de uitslag van gehouden verkiezingen benoemt het Centraal Stembureau (i.c. Assen) de nieuwe leden van Provinciale Staten. Bij een tussentijdse vacaturevervulling benoemt het Centraal Stembureau aan de hand van de kandidatenlijst van de fractie die het betreft, het nieuwe Statenlid. Vervolgens moeten de nieuwe leden door Provinciale Staten worden toegelaten. Hiervoor dienen Provinciale Staten op grond van de Kieswet de zogenaamde geloofsbrieven te onderzoeken. Geloofsbrieven zijn stukken waaruit moet blijken dat iemand voldoet aan de wettelijke eisen voor het lidmaatschap van een vertegenwoordigend lichaam, in dit geval Provinciale Staten. Met het onderzoek van deze stukken wordt een speciale commissie vanuit de Staten belast: de commissie voor de geloofsbrieven. Bij aanvang van de statenperiode benoemen Provinciale Staten de leden van de commissie, waarbij iedere fractie maximaal één lid voordraagt voor benoeming. Bij elke benoeming nodigt de Statengriffie drie leden van de commissie uit om namens de commissie het benodigde onderzoek te doen. Ten behoeve van de objectiviteit en zuiverheid, ook naar buiten toe, is daarbij vuistregel dat leden worden uitgenodigd uit andere fracties dan die van de benoemde. Tevens vindt roulatie plaats. De vertegenwoordiging verricht zijn onderzoek tijdig en voorafgaand aan de Statenvergadering waarin de benoemde de eed of de verklaring en belofte aflegt. Doel hiervan is dat er voldoende tijd en gelegenheid is voor de uitvoering van het onderzoek. Bij de rapportage aan Provinciale Staten hebben de leden recht op vermelding van een minderheidsstandpunt. Stukken die een gekozene moet overleggen om aan te tonen dat hij of zij lid mag worden, zijn: een verklaring dat geen functies worden bekleed die onverenigbaar zijn met het lidmaatschap van Provinciale Staten; een verklaring dat de vereiste leeftijd is bereikt (18 jaar); een verklaring omtrent de Nederlandse nationaliteit. De inhoud van het onderzoek (lid 2) is vastgelegd in afdeling IV artikel V4 lid 1 Kieswet. Onderscheid moet hierbij worden gemaakt tussen onverenigbare en ongewenste nevenfuncties. Hierover is in de Provinciewet een aantal bepalingen opgenomen: artikel 11 (nevenfuncties Statenleden), 13 (incompatibiliteiten Statenlidmaatschap), 15 (verboden handelingen Statenleden), 35c (incompatibiliteiten gedeputeerde) en artikel 40b (nevenfuncties gedeputeerde). De commissie voor de geloofsbrieven rapporteert aan de Staten over de toelaatbaarheid van een benoemd lid ten behoeve van (onmiddellijke) besluitvorming. In geval van geheel nieuwe Staten vindt de toelating plaats door de oude Staten, in hun laatste vergadering. Deze vindt plaats voorafgaande aan de vergadering waarin de eed of de verklaring en de belofte worden afgelegd. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling vindt toelating plaats in dezelfde vergadering waarin de eed of de verklaring en de belofte wordt afgelegd. Artikel7, Fracties De Provinciewet kent het begrip ‘fractie’ niet, maar gaat onder andere in artikel 33, tweede lid, wel uit van het bestaan van in Provinciale Staten vertegenwoordigde groeperingen. In de publicatie Gemeentewet/Provinciewet, Tekst & Commentaar, achtste druk

(2015)wordt vermeld dat met ‘vertegenwoordigde groeperingen’ de ‘fracties’ worden bedoeld. Ten behoeve van dit Reglement wordt het begrip ‘fractie’ hier gedefinieerd. In overige relevante regelingen van Provinciale Staten van Drenthe wordt hierbij aangesloten. Na het vaststellen van de uitslag van de verkiezingen vindt de eerste vergadering van Provinciale Staten plaats. Bij de aanvang van deze vergadering worden de leden die op dezelfde lijst hebben gestaan als één fractie beschouwd. De fractie gebruikt in de vergadering van Provinciale Staten de aanduiding die zij boven de kandidatenlijst hadden staan. Op deze wijze is de relatie tussen de fractie in Provinciale Staten en de fractie op de kandidatenlijst voor de burger duidelijk. Het kan echter voorkomen dat een fractie geen aanduiding boven de kandidatenlijst heeft staan. In een dergelijk geval deelt de fractie in de eerste vergadering de aanduiding mee. Is onder een lijstnummer slechts 1 lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd. HOOFDSTUK3, VERGADERINGEN Paragraaf1, Vergaderschema; voorbereidingen Artikel8, Vergaderschema Ingevolge artikel 17 van de Provinciewet vergaderen Provinciale Staten zo vaak zij daartoe hebben besloten en voorts indien de commissaris van de Koning het nodig oordeelt of indien ten minste een vijfde van het aantal leden van Provinciale Staten schriftelijk met opgave van redenen daarom vraagt. Artikel9, Oproep Statenleden horen op tijd op de hoogte te worden gebracht van dag, tijdstip en plaats van de vergadering. Dit vindt plaats op de dag na de vergadering van het presidium waarin de voorlopige agenda is vastgesteld. Oproep en voorlopige agenda worden tegelijkertijd digitaal toegestuurd. De bijbehorende stukken worden bekendgemaakt via het Stateninformatiesysteem. Artikel10, Agenda Het presidium bepaalt in zijn vergadering hoe de voorlopige agenda eruitziet. In een spoedeisende situatie kan de voorzitter na het verzenden van de oproep zo nodig een aanvullende voorlopige agenda vaststellen. Dit kan echter niet tot op het laatste moment, maar tot uiterlijk 2 dagen voor de aanvang van de vergadering. Het derde lid heeft tot doel om Provinciale Staten een actievere rol te geven in de opstelling van de agenda. Individuele Statenleden kunnen bij het presidium – via de fractievoorzitter – onderwerpen voor de agenda voordragen. Zij kunnen echter ook bij aanvang van de Statenvergadering een voorstel doen om onderwerpen aan de agenda toe te voegen of van de agenda af te voeren. Daarmee kan het individuele Statenlid in ieder geval op 2 momenten invloed uitoefenen op de vaststelling van de agenda. De genoemde uitzondering betreft moties over een niet op de agenda opgenomen (en aangemeld) onderwerp. Dit extra agendapunt hoeft vanwege zijn karakter (vreemd aan de orde van de dag) niet op voorhand te worden aangemeld. Zie artikel 28 Reglement van Orde. Artikel11, De gedeputeerde Artikel 11 is een nadere uitwerking van artikel 21, tweede lid, van de Provinciewet. Dit artikel voorziet in de mogelijkheid dat gedeputeerden door Provinciale Staten worden uitgenodigd om ter vergadering aanwezig te zijn en aan de beraadslaging deel te nemen. In de praktijk zullen de gedeputeerden doorgaans in de vergadering van Provinciale Staten aanwezig zijn. Gelet op de frequentie van Statenvergaderingen zullen veelal zaken uit alle portefeuilles aan de orde komen, zodat dus alle gedeputeerden worden uitgenodigd. Artikel12, Ter inzage leggen van stukken In dit artikel gaat het om de zogenaamde ‘achterliggende’ stukken waarvan in statenvoorstellen melding kan worden gemaakt (technische adviezen, toelichtende nota’s, etc.). Meestal zijn deze openbaar. Stukken waar geheimhouding is opgelegd, kunnen bij de Statengriffie worden ingezien na tekening voor geheimhouding op een daarvoor bestemde lijst. Artikel13, Openbare kennisgeving Met dit artikel wordt invulling gegeven aan artikel 19, tweede lid, van de Provinciewet. Voor wat betreft de wijze van publicatie is aangesloten bij artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht. Paragraaf2, Orde der vergadering Artikel14, Presentielijst De handtekeningen op de presentielijst zijn bedoeld om formeel vast te stellen dat het vergaderquorum aanwezig is. De lijst kan niet dienen om het stemquorum vast te stellen; daarvoor geldt artikel 29 van de Provinciewet. Artikel15, Zitplaatsen Het presidium regelt de plaatsing van de leden bij aanvang van iedere zittingsperiode. Als regel gebeurt dit door aan een fractie een groep zitplaatsen toe te wijzen en de verdeling aan haar over te laten. Artikel16, Opening vergadering; quorum De vergadering kan beginnen, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende Statenleden aanwezig is en de presentielijst heeft getekend. Artikel 20 van de Provinciewet voorziet in een procedure voor een tweede vergadering indien het vereiste aantal leden niet op komt dagen. Artikel18, Videoverslag en besluitenlijst De verslaglegging vindt plaats door middel van een integraal verslag in beeld en geluid, dat via de website van Provinciale Staten te raadplegen is en een besluitenlijst, waarin kort de besluiten, toezeggingen en verdere afspraken worden weergegeven. De ontwerp-besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk na de vergadering aan de Statenleden toegezonden. De voorzitter, de leden en de collegeleden hebben het recht een voorstel tot wijziging te doen. Het is aan de Staten om te beslissen of een voorgestelde wijziging of aanvulling geaccepteerd wordt, aangezien de Staten de besluitenlijst vaststellen. Artikel19, Status stukken Lid 1 Het presidium plaatst waar mogelijk voorstellen rechtstreeks als hamerstuk op de voorlopige agenda van de Provinciale Statenvergadering. Dit betreft voorstellen die geen beraadslaging vergen. Lid 2 Het presidium voorziet de aan de vergadering van Provinciale Staten voorgedragen zaken van een voorlopige A-­ of B­-status (hamerstuk respectievelijk bespreekstuk). De voorlopige status van een stuk wordt op de agenda voor de vergadering van Provinciale Staten vermeld, op basis van het desbetreffende advies van de Statencommissie. Lid 3 De wijziging van status van B naar A gebeurt op basis van unanimiteit binnen de commissie. In het geval het om een A-­stuk gaat en één of meer commissieleden aangeven dat zij het stuk in de Staten willen bespreken, wordt de status van het stuk veranderd in B. Lid 4 Ten behoeve van efficiënt vergaderen en het voorkomen van herhaling van de discussie van de commissies in de Statenvergadering, bestaat de lijst van hamerstukken die als zodanig wordt geagendeerd. De opties bieden de mogelijkheid voor een fractie (nogmaals) een korte toelichting op de eigen stem te geven en/of vast te laten leggen tegen te hebben gestemd. Sub b Het betreft hier een stemverklaring bij hamerstukken. Voor stemverklaringen na beraadslagingen, zie artikel
  1. Het presidium besluit in alle gevallen over de agendering. Artikel20, Ingekomen stukken Omtrent de (aan de Staten gerichte) ingekomen stukken (van derden en/of het college van Gedeputeerde Staten) worden, alleen voorstellen gedaan en besluiten genomen van procedurele aard. Inhoudelijke discussie over de stukken verklaart de voorzitter buiten de orde. Technische vragen worden vooraf gesteld en beantwoord. Wanneer een ingekomen stuk leidt tot inhoudelijke discussie en besluitvorming, dient dit op de gebruikelijke wijze te worden voorbereid. Voor inhoudelijke bespreking wordt een ingekomen stuk desgewenst geagendeerd voor een volgende. Hiervoor levert de fractie die het aangaat tijdig een onderbouwing aan bij het presidium waarin onder andere wordt ingegaan op de bevoegdheid van Provinciale Staten ter zake, de motivatie van agendering en te stellen vragen aan de andere fracties en aan het college van Gedeputeerde Staten. Op grond van de onderbouwing besluit het presidium al dan niet tot agendering. Bij wijze van uitzondering kunnen korte technische vragen mondeling worden gesteld. Lid 5 Statenleden hebben de mogelijkheid om een verzoek tot agendering in te dienen middels het model opgenomen in bijlage 5, Onderbouwing agendering ingekomen stuk. Dit verzoek tot agendering wordt in het presidium beoordeeld of het aan de eisen voldoet. Artikel21, Spreekregels Opzet van het gebruik van de interruptiemicrofoons is de bevordering van het debat. Ontheffing van dit gebruik vindt uitsluitend plaats in verband met de korte duur, dat wil zeggen indien deze minder tijd beslaat dan het door betrokken Statenlid plaatsnemen achter de interruptiemicrofoon. Artikel22, Volgorde sprekers Lid 2, Sprekerslijst Het inschrijven als spreker voor een agendapunt vóór aanvang van de vergadering is aan de orde voor onderwerpen die op de agenda of aanvullende agenda zijn vermeld. De bepaling geldt niet voor onderwerpen die kort voor de vergadering, of ter vergadering, door de leden aan de agenda worden toegevoegd. De voorzitter zal in dat geval bij de behandeling van het desbetreffende onderwerp inventariseren wie van de leden of overige aanwezigen het woord wenst te voeren. In beginsel volgt de voorzitter de sprekerslijst, tenzij de vergadering anders bepaalt. Bij majeure onderwerpen zoals de voorjaarsnota, algemene beschouwingen en de begroting, kan het presidium tot een andere volgorde besluiten. Vuistregel daarbij is dat de woordvoerder (fractievoorzitter) van de grootste oppositiepartij als eerste het woord krijgt, dan de woordvoerder van de grootste coalitiepartij, dan de woordvoerder van de op een na grootste oppositiepartij, enzovoort. Voor de regeling bij interrupties, zie artikel
  2. Artikel23, Spreektermijnen Tijdens de beraadslaging over een onderwerp of voorstel heeft iedere fractie in principe één woordvoerder. Hiervan kan worden afgeweken, bijvoorbeeld bij de behandeling van de begroting. De totale spreektijd per fractie blijft in zo’n geval wel gelijk. Indien Provinciale Staten van mening zijn dat na de tweede termijn verdere beraadslaging nodig is, kunnen zij daartoe besluiten. De beraadslaging over een motie vindt niet plaats in afzonderlijke termijnen, maar gelijktijdig met de beraadslaging over het desbetreffende, aan de orde zijnde onderwerp. Artikel25, Handhaving orde; schorsing De bevoegdheid die in het tweede lid aan de voorzitter wordt gegeven om een spreker over een aanhangig onderwerp het woord te ontzeggen, gaat minder ver dan de mogelijkheid die artikel 26, derde lid, van de Provinciewet biedt om aan dat lid, dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert de toegang tot de vergadering te ontzeggen. De laatstgenoemde bevoegdheid van de voorzitter blijft onverlet. Desgewenst kan de voorzitter een spreker verzoeken een opmerking terug te nemen waarmee deze, in dat geval, als niet-uitgesproken dient te worden beschouwd. Voor wat betreft de handhaving van de orde op de publieke tribune wordt verwezen naar artikel 52 van dit reglement. Artikel26, Beraadslaging Teneinde de vergaderduur niet te zeer te verlengen, wordt over een voorstel dat in onderdelen of artikelen is verdeeld in principe in zijn geheel beraadslaagd. In het eerste lid is een uitzonderingsmogelijkheid opgenomen. Indien de schorsing als bedoeld in het tweede lid aan het einde van de tweede termijn plaatsvindt, zijn er vervolgens twee mogelijkheden: er wordt direct tot stemming overgegaan of aan de beraadslagingen wordt een derde termijn toegevoegd (zie artikel 23). Artikel27, Deelname aan de beraadslaging door anderen Deze bepaling is noodzakelijk in verband met het in artikel 22 van de Provinciewet geregelde verschoningsrecht. Artikel28, Stemverklaring Stemverklaringen zijn kort en mogen niet het karakter hebben van een derde termijn. De stemverklaringen worden allen gegeven vóór de stemming begint. Veelal wordt de stemverklaring benut door een Statenlid om een toelichting te geven op het in afwijking van zijn fractie uitbrengen van een stem. Artikel29, Besluit Deze bepaling legt vast dat ook een beslissing moet worden genomen over het voorstel waarop de stemming ziet (indien een amendement is aangenomen, in zijn geamendeerde vorm). Paragraaf3, Procedures bij stemmingen Artikel30, Stemming over zaken De nadere regeling in het eerste lid (geen stemming) kan toepassing krijgen indien de uitkomst van de stemming tevoren duidelijk is (en slechts een enkel lid zou tegenstemmen). Tenzij gevraagd wordt om hoofdelijke stemming, bepaalt de voorzitter of elektronisch of bij hand opsteken wordt gestemd. Uitgangspunt is dat de stemming elektronisch plaatsvindt vanwege de gelijktijdige bekendmaking van de uitslag van de stemming via de website van Provinciale Staten. Voor stemming bij hand op steken kan bijvoorbeeld gekozen worden bij moties vreemd aan de orde van de dag, vanwege hun bijzondere karakter. In geval een stemming niet nodig wordt geacht, bij stemming bij hand opsteken en bij een elektronische stemming, bestaat voor de Statenleden de mogelijkheid zich te onthouden van stemming of tegen te stemmen. Op grond van het derde lid kunnen zij hiervan aantekening vragen in de besluitenlijst, bijvoorbeeld wanneer in afwijking van de eigen fractie wordt gestemd. Voor de juridische gevolgen van onthouding van stemming, zie artikel 30, lid 1, van de Provinciewet. Indien een lid te kennen geeft een hoofdelijke stemming over zaken te wensen, moet deze stemming op die manier plaatsvinden. Provinciale Staten hebben niet de bevoegdheid om van deze bepaling van artikel 32 van de Provinciewet af te wijken. Bij wie de stemming begint, is geregeld in lid
  3. Bij hoofdelijke stemmingen moet ieder Statenlid aangeven voor of tegen een voorstel te zijn. Er is voor de aan de vergadering deelnemende leden geen mogelijkheid zich van stemming te onthouden (tenzij een lid dit dient te doen op grond van de wet). De basis hiervan is artikel 32 lid 2 van de Provinciewet. Bij staking van de stemmen is het bepaalde in artikel 32 van de Provinciewet van toepassing. Indien de vergadering voltallig is, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Is de vergadering niet voltallig, dan wordt het nemen van een beslissing uitgesteld tot een volgende vergadering, waarin de beraadslagingen kunnen worden heropend. Is de vergadering niet voltallig, dan wordt het nemen van het besluit tot een volgende vergadering uitgesteld. Als ook dan de stemmen staken, wordt het voorstel geacht niet te zijn aangenomen. Bij elektronisch stemmen geldt dat wanneer een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, hij deze vergissing nog kan herstellen tot het moment waarop de voorzitter de stemronde sluit. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt, aantekeningvragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering. Wanneer een Statenlid zich moet onthouden van stemmen wordt bepaald in artikel 28 van de Provinciewet. Artikel31, Stemming over amendementen en moties Voor meer informatie over een amendement of een motie (betekenis, indiening en dergelijke) wordt verwezen naar de artikelen 1, 35 en 36 van dit reglement. Voor alle duidelijkheid wordt hier een verschil in procedure aangegeven tussen een amendement en een motie. Een amendement komt in stemming voorafgaande aan de stemming over het voorstel. Over een motie wordt een apart besluit genomen, nadat de besluitvorming over het aanhangige voorstel is afgerond. Een motie strekt niet tot wijziging van een voorstel, maar geeft een (politiek) oordeel (zie artikel 36). In het vijfde lid wordt ter voorkoming van enig misverstand bepaald dat over ingetrokken moties geen besluitvorming heeft plaatsgevonden. Beoogd wordt dat Provinciale Staten over alle moties, ook die door Gedeputeerde Staten worden overgenomen, in de volle breedte hun gevoelen kunnen laten blijken en dat het overnemen helder en eenduidig wordt vastgelegd. Artikel32, Stemming over personen De Provinciewet geeft aan dat over benoemingen (niet ontslag) van personen of het opstellen van een voordracht of aanbeveling schriftelijk moet worden gestemd (artikel 31 van de Provinciewet). Een voordracht is voor Provinciale Staten bindend; de Staten hebben slechts keus tussen degenen die op de voordracht zijn vermeld. Een aanbeveling is een voorstel waarvan Provinciale Staten mag afwijken. Wanneer er veel benoemingen te doen zijn (bijvoorbeeld aan het begin van een nieuwe zittingsperiode), kan een gecombineerd stembiljet worden ontworpen. Voor het plaatsvinden van een geldige stemming is vereist dat de meerderheid van de stemgerechtigden (artikel 28 Provinciewet van overeenkomstige toepassing m.b.t. stemonthouding) zijn stem heeft uitgebracht (artikel 29 lid 1 van de Provinciewet). Waar bij een hoofdelijke stemming sprake is van een verplichting om te stemmen (artikel 32 lid 2 Provinciewet), is dat niet het geval bij een stemming over personen. Lid 5 Bij een stemming over personen biedt het stembriefje de keuze uit voor, tegen of onthouding van stemming. Lid 6 In het zesde lid wordt aangesloten bij het bepaalde in artikel 30 van de Provinciewet. Wat onder een (niet) behoorlijk ingevuld stembriefje moet worden verstaan, is in de wet niet geregeld en daarom wel in dit reglement (MvA, Kamerstukken II 1988/89, 19836, 9, p. 78). Een niet behoorlijk ingevuld stembriefje, zoals een blanco stem, wordt niet beschouwd als het uitbrengen van een stem zoals bedoeld in artikel 30 lid 1 van de Provinciewet, maar is wel relevant voor het bepalen van de geldigheid van een stemming (Tekst en Commentaar Gemeentewet Provinciewet, commentaar op art. 30 Provw, twaalfde druk
(2023)). Artikel33, Herstemming over personen Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel34, Beslissing door het lot Dit artikel behoeft geen toelichting. HOOFDSTUK4, RECHTEN VAN LEDEN Artikel35, Amendementen Leden van Provinciale Staten kunnen aan de Staten wijzigingen op het voorstel voorstellen, de zogenaamde amendementen. Vanwege hun consequenties wordt een amendement, bij voorkeur voorafgaand aan de vergadering waarin hij wordt ingediend, door of via de Statengriffie juridisch getoetst. De fractie bepaalt zelf of een amendement al dan niet van tevoren verspreid wordt onder de (andere) fracties. Desgevraagd verzorgt de griffie dit. Wanneer een amendement is ingediend, kan dit voor een ander Statenlid aanleiding zijn op dit amendement nog weer een wijziging voor te stellen, het subamendement. Een (sub)amendement kan ingediend worden op een voorgesteld besluit, dat aanhangig is. De beraadslaging over het (sub)amendement vindt plaats in ten hoogste 2 termijnen. Indien (in uitzonderlijke situaties) een ingediend amendement verdere beraadslaging noodzakelijk maakt, kunnen Provinciale Staten besluiten tot een derde termijn (artikel 23). Voor wat betreft de stemming over amendementen wordt verwezen naar artikel 31. Voorstel tot splitsing van een voorgestelde beslissing kan, indien aangenomen, meebrengen dat 1 onderdeel van een besluit wel en een ander niet wordt aanvaard. Artikel36, Moties Een motie is een voorstel tot het doen van een uitspraak. Het kan gaan om het uitspreken van een wens (van inhoudelijke, politieke of procedurele aard) of het uitspreken van instemming, dan wel afkeuring over bepaalde ontwikkelingen. Een motie betreft dus niet een concreet besluit dat op rechtsgevolg is gericht; een motie heeft geen juridische, maar een politieke betekenis. Daarom zijn Gedeputeerde Staten formeel niet aan een motie gebonden of tot uitvoering ervan verplicht. Wel kan het naast zich neerleggen van een motie door Gedeputeerde Staten leiden tot een vertrouwensbreuk tussen Provinciale Staten en Gedeputeerde Staten en hieruit kunnen Gedeputeerde Staten dan hun consequenties trekken. Voor wat betreft de besluitvormingsprocedure omtrent een motie wordt opgemerkt dat over een motie een apart besluit wordt genomen. Voor de beraadslaging over een motie over een aanhangig onderwerp geldt dat deze niet plaatsvindt in afzonderlijke termijnen, maar gelijktijdig met de beraadslaging over het onderwerp waarop de motie betrekking heeft. Een besluit over een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt aan het einde van de vergadering plaats. Dit betreffen de zogenaamde moties ‘vreemd aan de orde van de dag’. Er dient hierbij sprake te zijn van een onderwerp dat niet op andere wijze aan de orde is (of recent was) en van actualiteit en (bestuurlijke en/of maatschappelijke) urgentie/spoedeisendheid. Initiatiefvoorstellen en het interpellatiedebat kunnen een goed/beter alternatief zijn voor een motie vreemd aan de orde van de dag. Met een motie wordt ‘slechts’ het doen van een oproep aan de Staten (aan het adres van het college) beoogd, in een interpellatie- of spoeddebat spreken de fracties niet alleen het college maar ook elkaar aan. Centraal staat een actueel onderwerp van debat i.p.v een motie en/of de precieze tekst daarvan. Een interpellatie- of spoeddebat vraagt en kent dan ook een andere/ruimere voorbereiding en inzet van de zijde van de fracties en het college. Artikel37, Voorstellen van orde De voorzitter legt aan Provinciale Staten ter beslissing voor of er al dan niet sprake is van een voorstel van orde. Over een voorstel van orde wordt direct, zonder beraadslaging, besloten door Provinciale Staten. Artikel38, Voorstel Provinciale Staten Lid 1, onder a Verwezen wordt naar taken, zoals bedoeld in artikel 5a, onder lid 1 van dit Reglement. Artikel38a, Initiatiefvoorstel Het is de taak van Gedeputeerde Staten aan Provinciale Staten de nodige voorstellen te doen. Maar Statenleden kunnen op grond van artikel 143a van de Provinciewet ook zelf een voorstel voor een ontwerpverordening of ontwerpbesluit doen, hiervoor is het recht van initiatief toegekend. Een voorstel voor een ontwerpverordening moeten Provinciale Staten in behandeling nemen. Voor andere initiatiefvoorstellen is geen verplichte behandeling voorgeschreven. Dit betekent dat Provinciale Staten (aanvullende) voorwaarden kunnen stellen aan het in behandeling nemen van een ander initiatiefvoorstel. Hierbij kan gedacht worden aan strijd met het algemeen belang van de provincie of het provinciaal beleid. De Staten bepalen of een voorstel in strijd is met de wet, het algemeen belang, of het belang van de provincie of het provinciaal beleid. Vanwege artikel 143a lid 4 Provinciewet (nieuw) is het zesde lid ingevoegd bij de wijziging van het reglement in 2016. Artikel39, Voorstel Gedeputeerde Staten Provinciale Staten zijn de enigen die het voorstel voor een verordening of een ander voorstel kunnen agenderen dat Gedeputeerde Staten heeft voorbereid. Als Gedeputeerde Staten het voorstel hebben voorbereid, betekent dat niet dat Gedeputeerde Staten het door hen voorbereide voorstel kan intrekken indien Gedeputeerde Staten van oordeel zijn dat verdere behandeling van het voorstel niet wenselijk is. Provinciale Staten moeten hiervoor toestemming geven. Artikel40, Interpellatie Provinciale Staten hebben op grond van artikel 151 Provinciewet recht op inlichtingen. Dit geeft hun het recht informatie te vragen over aangelegenheden die tot de bevoegdheid van Gedeputeerde Staten of de commissaris van de Koning behoren. Binnen dit recht worden het schriftelijke vragenrecht, mondelinge vragenrecht en het interpellatierecht onderscheiden. Complementair aan het recht op informatie van Provinciale Staten, is de plicht de informatie te verstrekken van Gedeputeerde Staten (artikel 167 Provinciewet) en de commissaris van de Koning (artikel 179 Provinciewet). Dit artikel stelt op basis van artikel 151, lid 2 van de Provinciewet nadere regels aan de interpellatie. Kenmerkend voor de interpellatie is dat mondelinge inlichtingen worden gevraagd over een onderwerp dat niet op de agenda staat. Voor het houden van een interpellatie is verlof van de Provinciale Staten nodig omdat hierdoor de vergaderorde wordt doorbroken. Andere Statenleden dan de vragensteller hebben de mogelijkheid aan de interpellatie deel te nemen. Een interpellatie is gericht op het met enige spoed (in de eerstvolgende Statenvergadering) verkrijgen van (gerichte) mondelinge “inlichtingen” (van het college en/of de commissaris van de Koning) door een lid/fractie over een onderwerp dat niet op de agenda staat. (Het wordt ook wel een spoeddebat genoemd.) Het instrument kan bijdragen aan de rol van volksvertegenwoordiging van de Staten en het contact van de Staten met de samenleving tot uitdrukking brengen. Artikel41, Schriftelijke vragen Provinciale Staten hebben op grond van artikel 151 Provinciewet recht op inlichtingen. Dit geeft hen het recht informatie te vragen over aangelegenheden die tot de bevoegdheid van Gedeputeerde Staten of de commissaris van de Koning behoren. Binnen dit recht worden het schriftelijke vragenrecht, mondelinge vragenrecht en het interpellatierecht onderscheiden. In artikel 41 wordt de procedure geschetst van het stellen van schriftelijke vragen (artikel 151 lid 1 Provinciewet). Hierbij vindt de beantwoording schriftelijk plaats. Binnen de aangegeven procedure wordt de vragensteller in de gelegenheid gesteld desgewenst een enkele verhelderende vraag te stellen over het antwoord aan degene die het antwoord heeft gegeven. Voor nadere bespreking kan worden verzocht deze bij de bespreking van de Lijst van ingekomen stukken om agendering in de eerstvolgende commissievergadering te behandelen. Dit betreft dan de eerstvolgende commissievergadering waar het onderwerp qua portefeuille thuishoort. Indien de vragensteller van mening is dat de beantwoording van de vragen tot een besluit van Provinciale Staten moet leiden, kan hij het recht van initiatief of het interpellatierecht benutten om het onderwerp of het voorstel op de agenda van Provinciale Staten te krijgen. Het kunnen stellen van schriftelijke vragen betreft het recht op inlichtingen, op informatieverstrekking. Het ‘politieke discours’ verloopt in beginsel via andere instrumenten zoals de interpellatie, initiatiefvoorstellen en eventueel een motie vreemd aan de orde van de dag. Artikel42, Rondvraag Provinciale Staten hebben op grond van artikel 151 Provinciewet recht op inlichtingen. Dit geeft hun het recht informatie te vragen over aangelegenheden die tot de bevoegdheid van Gedeputeerde Staten of de commissaris van de Koning behoren. Binnen dit recht worden het schriftelijke vragenrecht, mondelinge vragenrecht en het interpellatierecht onderscheiden. Lid 2 In artikel 42 wordt de procedure geschetst voor het stellen van mondelinge vragen (artikel 151, lid 1, Provinciewet). Ten behoeve van een zorgvuldige voorbereiding wordt de vraag of worden de vragen voorafgaand aan de vergadering bekend gemaakt. Lid 3 De motivatie voor een voorstel de rondvraag niet toe te staan is gelegen in het voorhanden zijn van een beter instrument. Leden 6, 7, 8 Om het onderscheid tussen rondvraag en interpellatie te vergroten wordt de ruimte binnen de rondvraag beperkt tot maximaal 2 deelvragen (met een enkele aanvullende vervolgvraag). Dit onderscheidt de rondvraag van de interpellatie, een instrument dat het beoogde (politieke) karakter van de plenaire vergadering kan versterken. Zie overigens ook de definitie van de rondvraag in artikel 1 (“korte mondelinge vraag, gericht op de actualiteit’). HOOFDSTUK5, BEGROTING EN REKENING Artikel45, Procedure begroting Artikel46, Procedure jaarrekening De procedure van voorbereiding en vaststelling van de begroting (inclusief behandeling voorjaarsnota en het houden van algemene beschouwingen) kan jaarlijks of in zijn algemeenheid voor een langere periode worden bepaald. Artikel 202 lid 3 Provinciewet ziet op het indemniteitsbesluit (inzake een begrotingsonrechtmatigheid). HOOFDSTUK6, VERTEGENWOORDIGING BIJ VERBONDEN PARTIJEN Artikel47, Verslag; verantwoording Door Provinciale Staten benoemde vertegenwoordigers bij verbonden partijen hebben desgewenst het recht verslag te doen van hun werkzaamheden en bevindingen in de Statenvergadering. HOOFDSTUK7, BESLOTEN VERGADERING Artikel48, Algemeen Een besloten vergadering van Provinciale Staten is een officiële vergadering, waarbij de vergaderregels van het Reglement van Orde in acht genomen dienen te worden, voor zover de bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering. De deuren worden gesloten wanneer tenminste een tiende van het aantal leden dat de presentielijst heeft getekend daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt. In artikel 23 van de Provinciewet zijn de procedurevoorschriften opgenomen voor ‘het sluiten van de deuren’. Praktisch is de tijdige stopzetting van de videonotulering hierbij van belang. Artikel49, Geheimhouding Over hetgeen besproken wordt in een besloten vergadering geldt van rechtswege geheimhouding tot het moment dat deze wordt opgeheven (artikel 23 lid 4 en 86 lid 3 Provinciewet). Daarvoor is aanvullend toepassing van de procedure volgens hoofdstuk VA. Geheimhouding van de Provinciewet nodig. Gronden voor geheimhouding op grond van hoofdstuk VA. zijn te vinden in artikel 5.1 lid 1 en 2 Wet open overheid (artikel 84 Provinciewet), deze zijn ten behoeve van het bewaren van de openbare orde. De geheimhoudingsplicht geldt vanaf het moment dat hiertoe wordt besloten en tot het moment dat deze wordt opgeheven (artikel 86 lid 3 Provinciewet). De geheimhoudingsplicht geldt voor allen die kennis hebben van de desbetreffende informatie (artikel 86 lid 2 Provinciewet). Indien de geheimhoudingsplicht gebroken wordt, bestaat de mogelijkheid tot sanctie (art. 85 lid 5 Provinciewet) of strafrechtelijke vervolging (artikel 272 Wetboek van Strafrecht). Artikel50, Opheffing geheimhouding In de aangehaalde artikelen wordt aan Provinciale Staten de mogelijkheid geboden de geheimhouding van stukken op te heffen; stukken die niet per se aan de Staten behoeven te zijn overgelegd. Het kan bijvoorbeeld ook gaan om stukken die overlegd zijn aan commissies (Statencommissie, bestuurscommissie, overige commissie). Zie hiervoor hoofdstuk VA. Geheimhouding van de Provinciewet. In het onderhavige artikel is ter zake een overlegverplichting opgenomen tussen degene die de geheimhouding heeft opgelegd (commissaris van de Koning, Gedeputeerde Staten of voorzitter van de commissie) en Provinciale Staten, waardoor recht wordt gedaan aan het principe van hoor en wederhoor. Artikel51, Verslag In dit artikel wordt uitwerking gegeven aan artikel 23, vierde lid, van de Provinciewet. HOOFDSTUK8, TOEHOORDERS EN PERS Artikel52, Toehoorders en pers Het doel van dit artikel is dat de Statenleden in orde kunnen vergaderen, d.w.z. gevrijwaard van tekenen van goed- of afkeuring. Lid 2 biedt de voorzitter waar nodig de mogelijkheid deze orde te herstellen, ook ingeval in de vergaderzaal, met in begrip van de publieke tribune, tijdens een vergadering mobiele telefoons en andere communicatiemiddelen zodanig worden gebruikt, dat die inbreuk maken op de orde van de vergadering. Indien de voorzitter het voor de goede orde noodzakelijk acht de Statenzaal c.q. de publieke tribune te ontruimen, verlaten met het oog op de veiligheid en zorgvuldigheid eerst de Statenleden de vergaderzaal en daarna de aanwezigen op de publieke tribune. Zie voorts het protocol Orde en Veiligheid in de Statenzaal (GS-document). Artikel53, Geluid- en beeldregistraties Dit artikel behoeft geen toelichting. HOOFDSTUK9, SLOTBEPALINGEN Artikel55, Uitleg reglement Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel56, Inwerkingtreding Dit artikel behoeft geen toelichting. REGLEMENT VAN ORDE VOOR DE VERGADERINGEN EN ANDERE WERKZAAMHEDEN VAN DE STATENCOMMISSIE HOOFDSTUK1, BEGRIPSBEPALINGEN Artikel1, Begripsomschrijvingen In dit reglement wordt verstaan onder: lid: lid of bijzonder lid van de Statencommissie; bijzonder lid: een commissielid, niet zijnde Statenlid; voorzitter: voorzitter van de Statencommissie; 3a. vicevoorzitter(s): de vicevoorzitter(
  1. s)van de Statencommissie; secretaris: secretaris van de Statencommissie, zijnde de adjunct-griffier of procescontroller; griffier: de griffier van Provinciale Staten; vergadering: vergadering van de Statencommissie; presidium: het presidium als bedoeld in artikel 5 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van Provinciale Staten; rondvraag: korte mondelinge vraag aan Gedeputeerde Staten en/of de commissaris van de Koning, gericht op de actualiteit. HOOFDSTUK2, INSTELLING, TAKEN EN SAMENSTELLING Artikel2, Instelling Statencommissie Provinciale Staten stellen een Statencommissie in. De Statencommissie vergadert in drie blokken (themagewijs), en heeft naast de voorzitter ook één of meerdere vicevoorzitters. De Statencommissie kent de volgende drie vergaderblokken: Blok 1: Ruimte (bevat o.a. water, natuur, landbouw, omgevingsvisie, wonen, mobiliteit en infrastructuur). Blok 2: Samenleving en Bestuur (bevat o.a. sociale agenda, verbindend besturen, participatie, toerisme, sport en cultuur). Blok 3: Financiën en Economie (bevat o.a. arbeidsmarkt, begrotingscyclus en bedrijfsvoering). Ieder vergaderblok heeft een eigen lijst van ingekomen stukken en rondvraag. Indien een onderwerp meerdere vergaderblokken aangaat, wordt het onderwerp in het vergaderblok dat het onderwerp het meeste aangaat, besproken. Artikel3, Taken De Statencommissie heeft de volgende taken. Het uitbrengen van advies aan Provinciale Staten over een voorstel of onderwerp dat betrekking heeft op de in artikel 2, tweede en derde lid, genoemde onderwerpen. Het uitbrengen van advies aan Provinciale Staten uit eigener beweging. Het voeren van overleg met het college of de commissaris van de Koning over in ieder geval door het college of de commissaris van de Koning verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de in artikel 2, tweede en derde lid, genoemde onderwerpen. Artikel4, Samenstelling De Statencommissie wordt zodanig samengesteld dat sprake is van een evenwichtige vertegenwoordiging van de in Provinciale Staten vertegenwoordigde fracties. De in het eerste lid genoemde leden worden door Provinciale Staten op voordracht van de fracties benoemd. Provinciale Staten kunnen daarnaast bijzondere commissieleden benoemen. Elke fractie kent maximaal 2 bijzondere commissieleden. Zij voldoen aan de volgende voorwaarden: zij benoembaar zijn tot lid van Provinciale Staten in een tussentijds opengevallen plaats; zij een verklaring hebben ondertekend dat zij ermee instemmen dat het bepaalde in de artikelen 11 (openbaar maken van nevenfuncties), 14 (eed voor de ambtsaanvaarding) en hoofdstuk VA. Geheimhouding (opleggen geheimhoudingsplicht) van de Provinciewet op hen van overeenkomstige toepassing is. Bij verhindering van een lid van de commissie kan dit lid worden vervangen door een ander lid van de fractie die hij vertegenwoordigt of door een bijzonder commissielid. Artikel5, Voorzitter De voorzitter en vicevoorzitter(
  2. s)worden door Provinciale Staten uit hun midden benoemd en zijn lid van de Statencommissie, maar nemen niet tegelijk deel bij een agendapunt als woordvoerder. De (vice)voorzitter is belast met: het leiden van een blok van de vergadering; het handhaven van de orde; het doen naleven van dit reglement; hetgeen dit reglement hem verder opdraagt. Artikel6, Zittingsduur en vacatures De zittingsperiode van een lid, de voorzitter en de vicevoorzitter(
  3. s)eindigt in ieder geval aan het einde van de zittingsperiode van Provinciale Staten. Provinciale Staten kunnen een lid ontslaan op voorstel van de fractie op wiens voordracht het lid is benoemd. Provinciale Staten kunnen de voorzitter en de vicevoorzitter(
  4. s)ontslaan. Een lid, de voorzitter en de vicevoorzitter(
  5. s)kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan Provinciale Staten. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd. Indien een vacature ontstaat, beslissen Provinciale Staten zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan, met inachtneming van artikel 4. Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van Provinciale Staten niet langer vertegenwoordigd is in Provinciale Staten, vervalt het lidmaatschap van het lid dat op voordracht van die fractie is benoemd van rechtswege. Artikel7, De secretaris en de griffier De Statencommissie wordt ondersteund door een secretaris. De secretaris is bij iedere commissievergadering aanwezig. De griffier kan bij iedere vergadering aanwezig zijn. De secretaris kan, indien hij daartoe door de voorzitter wordt uitgenodigd, aan de beraadslaging als bedoeld in dit reglement deelnemen. HOOFDSTUK3, AANWEZIGHEID COLLEGE EN COMMISSARIS VAN DE KONING Artikel8, Commissaris van de Koning en gedeputeerden De commissaris van de Koning en de gedeputeerden zijn voor zover mogelijk aanwezig bij de vergadering. Indien de commissaris van de Koning of een gedeputeerde in de vergadering mededelingen wil doen over een onderwerp vreemd aan de orde van de vergadering, dient zij daartoe zo mogelijk 24 uur voor aanvang van de vergadering een verzoek in bij de voorzitter. De Statencommissie beslist ter zake bij de vaststelling van de agenda. Artikel9 [Vervallen.] HOOFDSTUK4, VERGADERINGEN Paragraaf1, Tijdstip van vergaderen en voorbereidingen Artikel10, Vergaderfrequentie Het presidium stelt jaarlijks een schema vast voor de in het komende jaar te houden vergaderingen van de Statencommissie en brengt dit tijdig ter kennis van de leden. De Statencommissie vergadert voorts indien de voorzitter het nodig oordeelt of indien ten minste 1/5 van het aantal commissieleden schriftelijk, met opgaaf van redenen, daarom verzoeken. De voorzitter kan, in afwijking van het in het eerste lid genoemde schema, in bijzondere gevallen een andere dag of een ander aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Artikel11, Oproep De voorzitter zendt ten minste 8 dagen voor een vergadering de leden een digitale oproep onder vermelding van de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering, voorzien van de voorlopige agenda. De bijbehorende stukken, met uitzondering van de in hoofdstuk VA. Geheimhouding van de Provinciewet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de oproep bekend gemaakt via het Stateninformatiesysteem. Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in artikel 12, tweede lid, worden deze agenda en de daarop vermelde voorstellen of onderwerpen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering, op het Stateninformatiesysteem geplaatst. Artikel12, De agenda Voordat de oproep wordt verzonden, stelt het presidium in zijn vergadering de agenda van de vergadering voorlopig vast. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de oproep tot uiterlijk 48 uur voor aanvang van een vergadering een aanvulling op de voorlopige agenda vaststellen. Bij aanvang van de vergadering stelt de Statencommissie de agenda vast. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de Statencommissie bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren. Een voorstel van een lid van de commissie voor toevoeging van een onderwerp aan de agenda wordt uiterlijk 24 uur voor aanvang van de vergadering, onder aanduiding van het onderwerp en motivatie voor agendering, bij de voorzitter gemeld. Wanneer de Statencommissie een onderwerp of voorstel onvoldoende voor de beraadslaging voorbereid acht, kan zij aan Gedeputeerde Staten of de commissaris van de Koning nadere inlichtingen of advies vragen. De Statencommissie bepaalt in welke vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw geagendeerd wordt. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de Statencommissie de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen. Artikel13, Ter inzage leggen van stukken Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de oproep voor eenieder bij de Statengriffie ter inzage gelegd. Indien na het verzenden van de oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden. Indien voor stukken op grond van hoofdstuk VA. Geheimhouding van de Provinciewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken, in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de griffier en verleent de griffier een lid inzage. Artikel14, Openbare kennisgeving De vergadering wordt door aankondiging in dag-­ en nieuwsbladen, door plaatsing op de website van Provinciale Staten en die van de provincie Drenthe ter openbare kennis gebracht. De openbare kennisgeving vermeldt: de datum, de aanvangstijd en de plaats van de vergadering; de wijze waarop en de plaats waar eenieder de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken kan inzien; de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht als bedoeld in artikel 19. Paragraaf2, Orde der vergadering Artikel15, Presentielijst Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid onmiddellijk de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst door de voorzitter en de secretaris door ondertekening vastgesteld. De presentielijst is van belang om de vergoedingen van de leden van de Statencommissie te kunnen vaststellen. Artikel16, Opening vergadering; quorum De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is. Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter onder verwijzing naar dit artikel, na voorlezing van de namen van de afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, op een tijdstip dat ten minste 24 uur na het digitaal verzenden van de oproep is gelegen. Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid niet van toepassing. De Statencommissie kan echter over andere aangelegenheden dan geagendeerd alleen beraadslagen of besluiten, indien blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is. Artikel17, Ingekomen stukken De bij de Statencommissie ingekomen stukken, waaronder schriftelijke mededelingen van Gedeputeerde Staten aan de Statencommissie, worden op een lijst geplaatst. Deze lijst wordt bij de agenda gevoegd en via het Stateninformatiesysteem bekend gemaakt. Het presidium kan beslissen bij de Statencommissie ingekomen stukken niet op de lijst van ingekomen stukken te plaatsen. Dit geldt voor stukken waarvan duidelijk is dat deze ter kennisneming zijn gezonden en waarvan de commissieleden reeds kennis hebben kunnen nemen en voor stukken die onbegrijpelijk en/of beledigend zijn. Op voorstel van het presidium stelt de Statencommissie de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast. Over een ingekomen stuk kan door een fractie een enkelvoudige vraag worden gesteld. De vragen worden schriftelijk aangeleverd bij de Statengriffie, uiterlijk om 09.00 uur op de dinsdag voorafgaande aan de vergadering. De Statengriffie brengt de enkelvoudige vragen voorafgaand aan de vergadering ter kennis van Gedeputeerde Staten en aan de leden en maakt de enkelvoudige vragen openbaar via de website van Provinciale Staten. De voorzitter is verantwoordelijk voor de behandeling van (alle) vragen ter vergadering. Dit doet hij naar redelijkheid en billijkheid. Voor inhoudelijke bespreking wordt een ingekomen stuk desgewenst voor een volgende vergadering geagendeerd. Artikel17a, Rondvraag In ieder vergaderblok is er gelegenheid voor een rondvraag, tenzij er bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend. Het lid dat tijdens de rondvraag een vraag wil stellen meldt dit, onder vermelding van het onderwerp, schriftelijk bij de Statengriffie, uiterlijk om 09.00 uur op de dinsdag voorafgaande aan de vergadering. De Statengriffie brengt het onderwerp van de vragen voorafgaand aan de vergadering ter kennis van Gedeputeerde Staten en aan de leden en maakt het onderwerp van de vragen openbaar via de website van Provinciale Staten. De voorzitter bepaalt de volgorde waarin aangemelde onderwerpen tijdens de rondvraag aan de orde worden gesteld. In de rondvraag kunnen door een lid vragen worden gesteld over actuele onderwerpen die geen behandeling als agendapunt behoeven. Aan de vragensteller wordt het woord verleend om maximaal twee vragen aan de andere leden van de commissie of aan Gedeputeerde Staten of aan de commissaris van de Koning te stellen. Na de beantwoording door de bevraagde leden van de commissie of door Gedeputeerde Staten of de commissaris van de Koning, krijgt de vragensteller desgewenst het woord om een enkele aanvullende vraag te stellen. Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de commissie het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan Gedeputeerde Staten vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. Artikel18, Spreektijden Het presidium bepaalt de behandelduur van elk agendapunt afzonderlijk en de spreektijden (in eerste en tweede termijn) en vermeldt deze op de voorlopige agenda voor de commissieleden. Bij behandeling van initiatiefvoorstellen wordt de spreektijd van de initiatiefnemer gelijkgesteld aan die van Gedeputeerde Staten. Bij de vaststelling van de agenda kan een lid of meerdere leden een met redenen omkleed voorstel doen om de door het presidium aangegeven totale behandelduur, als bedoeld in het eerste lid, te wijzigen. Dit heeft automatisch zijn doorwerking in de spreektijden van elke fractie en van het college. De voorzitter van de commissie beslist op dit voorstel. De voorzitter van de commissie is verantwoordelijk voor handhaving van de spreektijden. Dit doet hij naar redelijkheid en billijkheid. Artikel19, Spreekrecht burgers in de commissievergadering De voorzitter van de commissie kan toehoorders bij een openbare vergadering van de commissie op hun verzoek in de gelegenheid stellen het woord te voeren over zaken en onderwerpen die de commissie aangaat en doet hiertoe de vergadering een ordevoorstel. Het woord kan niet gevoerd worden over: een besluit van het provinciebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan; benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit en het onderwerp voorafgaande aan de vergadering (schriftelijk) aan de secretaris. Voor zover het zaken betreft die voor die vergadering op de agenda staan, wordt het spreekrecht gehouden voorafgaand aan het desbetreffende agendapunt. Voor zover het niet-geagendeerde zaken betreft, wordt het spreekrecht gehouden na de vaststelling van de agenda als extra agendapunt. Degene die van het spreekrecht gebruik wenst te maken, wordt verzocht een half uur voor het geschatte aanvangstijdstip van het agendapunt waarop hij wil inspreken aanwezig te zijn. De maximale spreektijd ingevolge het spreekrecht per persoon of groep van personen bedraagt vijf minuten. Het agendapunt spreekrecht over niet-geagendeerde zaken is beperkt tot maximaal dertig minuten. De voorzitter kan, met instemming van de commissie, in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van het spreekrecht. De spreker voert het woord nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter kan aan de leden van de commissie het woord verlenen om aan de spreker vragen te stellen over het onderwerp. Na de reactie van de commissie en behandeling in eerste termijn kan de voorzitter de spreker de mogelijkheid geven om aansluitend en voorafgaand aan de tweede termijn, indien nodig en alleen ter verduidelijking, een korte nadere toelichting te geven. Het verhandelde tijdens het spreekrecht wordt vastgelegd in de besluitenlijst en het videoverslag. Beide zijn te raadplegen via de website van Provinciale Staten. Artikel19a, Spreekrecht burgers voorafgaand aan de commissievergadering De voorzitter van de commissie stelt burgers bij een openbare vergadering van de commissie op hun verzoek in de gelegenheid het woord te voeren over zaken. Het woord kan niet gevoerd worden over: een besluit van het provinciaal bestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan; benoemingen, keuzes, voordrachten of aanbevelingen van personen; een gedraging waarover een klacht ex artikel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit voorafgaande aan de vergadering aan de secretaris Het spreekrecht wordt gehouden voorafgaand aan de vergadering van de Statencommissie waarin het onderwerp of voorstel wordt behandeld, maar minimaal drie werkdagen ervoor. Degene die van het spreekrecht gebruik wenst te maken, wordt verzocht een half uur voor het geschatte aanvangstijdstip van het agendapunt waarop hij wil inspreken aanwezig te zijn. De maximale spreektijd ingevolgde het spreekrecht per persoon of groep van personen bedraagt vijf minuten. De spreker voert het woord nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. Het verhandelde tijdens het spreekrecht wordt vastgelegd in het videoverslag. Artikel20, Videoverslag en besluitenlijst Het videoverslag van elke openbare commissievergadering is binnen 3 werkdagen te raadplegen via de website van Provinciale Staten. De ontwerp-besluitenlijst van de vergadering wordt zo spoedig mogelijk aan de leden van de Statencommissie, de voorzitter en aan de gedeputeerden toegezonden. De voorzitter, de leden van de commissie en de overige personen die het woord gevoerd hebben, kunnen binnen 8 dagen na ontvangst van de ontwerp-besluitenlijst een voorstel tot wijziging ervan doen, indien de ontwerp-besluitenlijst onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen toegezegd of besloten is. Een voorstel tot wijziging dient bij de secretaris te worden ingediend. De besluitenlijst als bedoeld in het vorige lid wordt aan het begin van de volgende vergadering vastgesteld. De besluitenlijst moet inhouden: de namen van de voorzitter, de secretaris, de commissaris van de Koning en de gedeputeerden en de ter vergadering aanwezige leden, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben; een vermelding van de onderwerpen die aan de orde zijn geweest; vermelding van de gedane toezeggingen met vermelding van de namen van degenen die de toezegging hebben gedaan; bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 27 door de Statencommissie is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. De besluitenlijst, zoals bedoeld in het vorige lid, wordt als regel vastgesteld in de eerstvolgende vergadering van de commissie. In spoedeisende gevallen kan de besluitenlijst voorlopig worden vastgesteld door de voorzitter van de commissie. Deze voorlopige vaststelling moet in de eerstvolgende vergadering van de commissie worden bekrachtigd. De besluitenlijst wordt opgesteld onder de zorg van de secretaris. De vastgestelde besluitenlijst wordt door de voorzitter en de secretaris ondertekend. Artikel21, Spreekregels Een lid, de commissaris van de Koning en een gedeputeerde spreken vanaf hun plaats en richten zich tot de voorzitter. [Vervallen.] Artikel22, Volgorde sprekers Een lid van de commissie, de commissaris van de Koning en een gedeputeerde voeren het woord, na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben. Als de leden het woord willen voeren over de op de agenda vermelde onderwerpen, dienen zij zich voor de opening van de vergadering op de daartoe bestemde sprekerslijst in te schrijven. De voorzitter verleent de leden het woord in volgorde van aanmelding, tenzij de vergadering anders besluit. Artikel23, Aantal spreektermijnen De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de Statencommissie anders beslist. Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. Tijdens de beraadslaging over een onderwerp of voorstel heeft iedere fractie in principe één woordvoerder. Artikel24 [Vervallen.] Artikel25, Voorstellen van orde De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht. Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen. Over een voorstel van orde beslist de Statencommissie terstond. Artikel26, Handhaving orde; schorsing Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij: de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren; een lid of een lid van het college hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden. Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin zulks plaatsheeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en ­ indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord ­ de vergadering sluiten. De voorzitter kan de Statencommissie voorstellen een lid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het lid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien voor ten hoogste 3 maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd. Artikel27, Deelname aan de beraadslaging door anderen De Statencommissie kan bepalen dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging. Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of een lid genomen, alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen. Artikel28, Advies Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de Statencommissie anders beslist. Nadat de beraadslaging is gesloten, beslist de Statencommissie welk advies aan Provinciale Staten wordt uitgebracht. Indien de Statencommissie een advies aan Provinciale Staten uitbrengt, beslissen de leden op voorstel van de voorzitter over de inhoud van het advies. In het advies staat of het betreffende stuk een A (hamer)- of B (bespreek)- stuk is. Artikel28a, Stemmingen Indien door de Statencommissie beslissingen worden genomen op grond van dit reglement, gaat de besluitvorming over die ordevoorstellen via ‘one fractie, one vote’, waarbij iedere fractie één stem uit kan brengen. Dit kan een Statenlid of een commissielid zijn. De voorzitter vraagt of stemming wordt verlangd. Indien geen stemming wordt gevraagd, stelt de voorzitter vast dat de beslissing zonder stemming is genomen. Indien door één of meer leden stemming wordt gevraagd, doet de voorzitter daarvan mededeling. Stemming geschiedt bij handopsteking. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee. Hij doet daarbij tevens mededeling van de genomen beslissing. Bij het staken van de stemmen geeft de voorzitter de doorslag. HOOFDSTUK5, BESLOTEN VERGADERING Artikel29, Algemeen Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit Reglement van Orde voor de vergaderingen van de Statencommissie van overeenkomstige toepassing, voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering. Artikel30, Geheimhouding Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de Statencommissie overeenkomstig hoofdstuk VA. Geheimhouding van de Provinciewet of omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde ook geheimhouding zal gelden. De Statencommissie kan besluiten de geheimhouding op te heffen. Artikel31, Opheffing geheimhouding Indien Provinciale Staten op grond van hoofdstuk VA. Geheimhouding van de Provinciewet voornemens zijn de geheimhouding op te heffen, wordt daarover in een besloten vergadering met de Statencommissie overleg gevoerd. Artikel32, Verslag Van een besloten vergadering wordt geen videoverslag gemaakt, maar een schriftelijk, woordelijk verslag. Het verslag als bedoeld in het eerste lid ligt uitsluitend voor de leden van de commissie en de leden van Gedeputeerde Staten ter inzage bij de secretaris. Het verslag wordt zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de Statencommissie een beslissing over het al dan niet openbaar maken van dit verslag. Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de secretaris ondertekend. Indien de Statencommissie besluit het verslag openbaar te maken, wordt dit verslag op de website van Provinciale Staten gepubliceerd. HOOFDSTUK6, TOEHOORDERS EN PERS Artikel33, Toehoorders en pers De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen. Het geven van tekenen van goed­- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden. De voorzitter is bevoegd toehoorders die op enigerlei wijze de orde van de vergadering verstoren te doen vertrekken. Toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren, kan hij voor ten hoogste 3 maanden de toegang tot de vergadering ontzeggen. Artikel34, Geluid- en beeldregistraties Degenen die in de vergaderzaal tijdens de vergadering geluid­ dan wel beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Artikel35 [Vervallen.] HOOFDSTUK7, SLOTBEPALINGEN Artikel36, Uitleg reglement In de gevallen waarin dit Reglement van Orde voor de vergaderingen van de Statencommissie niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van het reglement, beslist de Statencommissie op voorstel van de voorzitter. Artikel37, Inwerkingtreding Dit reglement treedt in werking op 1 september 2024. Het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de Statencommissies, vastgesteld bij besluit van Provinciale Staten van 29 september 2021, Provinciaal Blad nummer 10233 van 2021, wordt ingetrokken. TOELICHTING OP REGLEMENT VAN ORDE VOOR DE VERGADERINGEN EN ANDERE WERKZAAMHEDEN VAN DE STATENCOMMISSIE In de Provinciewet wordt onderscheid gemaakt tussen Statencommissies, bestuurscommissies en andere commissies (respectievelijk de artikelen 80, 81 en 82 van de Provinciewet). Statencommissies bereiden de besluitvorming in Provinciale Staten voor en voeren overleg met Gedeputeerde Staten en de commissaris van de Koning. Bestuurscommissies zijn commissies waaraan bevoegdheden van Provinciale Staten, Gedeputeerde Staten of de commissaris van de Koning worden overgedragen. Andere commissies kunnen alle mogelijke denkbare taken hebben. Er kan bijvoorbeeld gedacht worden aan adviescommissies. Provinciale Staten regelen de taken, bevoegdheden, samenstelling en werkwijze van de Statencommissies en de wijze waarop de leden van een Statencommissie inzage hebben in stukken ten aanzien waarvan geheimhouding geldt. Op 19 april 2023 is door het presidium besloten om te werken met één integrale Statencommissie, die themagewijs vergadert met mee wisselend voorzitterschap. Hiervoor is gekozen met het oog op flexibiliteit, zowel van onderwerpen als van de bemensing van fracties verdeeld over de thema's. Ook biedt de themastructuur een betere verdeling over de voorzitters, wat de vergaderorde ten goede komt. De instelling van een Statencommissie geschiedt bij formele besluitvorming hiertoe en reglement, waarin de taken, de bevoegdheden, de samenstelling en de werkwijze van de Statencommissie worden vastgelegd. HOOFDSTUK1,

Artikel1

, Begripsomschrijvingen Om te voorkomen dat de omschrijving van terugkerende begrippen in het reglement moet worden herhaald, is in deze bepaling een aantal begrippen eenmalig gedefinieerd. De taken van het presidium die uit dit reglement voortvloeien zijn: het presidium besluit of een gezamenlijke vergadering van de Statencommissie wordt belegd (artikel 2); het presidium stelt de voorlopige agenda van de vergadering vast (artikel 12); het presidium kan beslissen ingekomen stukken niet op de lijst van ingekomen stukken te plaatsen (artikel 17); het presidium stelt de wijze van afdoening van ingekomen stukken voor (artikel 17); het presidium bepaalt de behandelduur van elk agendapunt afzonderlijk en de spreektijden van de commissieleden, fracties en gedeputeerden (artikel 18). Artikel2, Instelling Statencommissie Er is één (integrale) Statencommissie die in blokken vergadert, met een voorzitter en vicevoorzitter(s). Het voorzitterschap wisselt per vergaderblok. Artikel3, Taken De taken van de Statencommissie zijn vastgelegd in artikel 80, eerste lid, van de Provinciewet. De Statencommissie bereidt de besluitvorming van Provinciale Staten voor en overlegt met Gedeputeerde Staten of de Commissaris van de Koning. De Statencommissie is vooral gericht op informatievoorziening en oordeelsvorming; de politieke eindafweging en besluitvorming vinden plaats in Provinciale Staten. Dan kunnen ook amendementen op een voorstel en moties worden ingediend. De taak om de besluitvorming van Provinciale Staten voor te bereiden komt tot uitdrukking in de taak advies uit te brengen over de wijze van behandeling van een voorstel of onderwerp. De Statencommissie kan ook uit eigener beweging advies aan Provinciale Staten uitbrengen; ook dit advies kan aanleiding zijn voor besluitvorming in Provinciale Staten. Artikel4, Samenstelling Provinciale Staten benoemen de leden van de Statencommissie. Artikel 80, lid 3 Provinciewet bepaalt dat Provinciale Staten zorgen voor een evenwichtige vertegenwoordiging van de in de staten vertegenwoordigde groeperingen (de fracties). Per blok kunnen fracties zich door maximaal drie (vaste) deelnemers aan de vergadering doen vertegenwoordigen, naast Statenleden ook bijzondere commissieleden. Laatstgenoemden worden voor benoeming door de fracties voorgedragen. Lid 2 en 3 De regeling in het derde lid was oorspronkelijk (Statenstuk 667, 1999) een vervangingsregeling. Hierna is de regeling ook toegepast voor de ondersteuning van de (kleinste) fracties (spreiding van werkzaamheden). Op grond van de regeling mogen nu per fractie maximaal twee bijzondere commissieleden deel uitmaken van de commissie. Uitgangspunt bij de samenstelling van de Statencommissie is dat Statenleden in ieder geval in één Statencommissie zitting kunnen nemen. Op grond van het derde lid moeten bijzondere commissieleden, evenals Statenleden, voldoen aan hetgeen is bepaald in de artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 en hoofdstuk VA. Geheimhouding van de Provinciewet. Voor “benoeming” kan (moet) ook “ontslag” gelezen worden. Ontslag/vertrek van bijzondere commissieleden kan aan de orde zijn: aan het einde van een statenperiode, van rechtswege (verkiezingen); tussendoor en op eigen verzoek, een Statenlid informeert het presidium schriftelijk over zijn/haar vertrek. Het ontslag wordt per direct effectief; tussendoor, op verzoek van de fractie; de fractievoorzitter informeert het presidium erover dat vervanging/ondersteuning door betrokkene niet meer aan de orde is. Het ontslag wordt per direct effectief. Mocht een opvolger benoemd worden, dan kan (moet) op dat moment het vertrek van de voorganger in het desbetreffende Statenstuk worden vermeld. Artikel5, Voorzitter Artikel 80, vierde lid, van de Provinciewet schrijft voor dat de voorzitter van de Statencommissie Statenlid moet zijn. Om die reden bepaalt artikel 5, eerste lid, dat Provinciale Staten de voorzitters ‘uit hun midden’ benoemen. De voorzitter is lid van de Statencommissie, maar neemt niet tegelijk deel bij een agendapunt als woordvoerder. Dit is een bewuste keuze; op deze wijze kan de voorzitter zich concentreren op zijn taak als (technisch) voorzitter en zijn tijd en energie aanwenden voor het bewaken van de positie van de Statencommissie. Artikel6, Zittingsduur en vacatures De zittingsduur van de (bijzondere) commissieleden en de voorzitter en vicevoorzitter(

  1. s)is even lang als de zittingsperiode van Provinciale Staten, in principe dus 4 jaar. De voorzitter wordt door de vicevoorzitter(
  2. s)v.v. vervangen. De benoeming eindigt van rechtswege; Provinciale Staten hoeven de voorzitter en vicevoorzitter(
  3. s)niet te ontslaan. Het bijzondere lidmaatschap van de Statencommissie wordt eveneens van rechtswege beëindigd indien een lid niet meer voldoet aan de in artikel 4, derde lid, gestelde eisen en indien een lid is benoemd op voordracht van een fractie die blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van Provinciale Staten niet meer vertegenwoordigd is in Provinciale Staten (zesde lid). Provinciale Staten kunnen een lid van de Statencommissie op voorstel van de fractie die het lid heeft voorgedragen ontslaan. Deze situatie kan zich voordoen in geval van een splitsing van een fractie. De ontstane nieuwe fractie heeft dan overigens op grond van artikel 4, eerste lid, recht op een eigen lid. Er is in deze bepaling niet voorzien in een ontslagregeling voor bijzondere commissieleden; deze hebben in principe 4 jaar zitting, tenzij zij niet meer voldoen aan de in artikel 4, derde lid, gestelde eisen, ontslag nemen of overlijden. Artikel7, Secretaris en griffier Iedere Statencommissie wordt ondersteund door de secretaris. Dit is een functionaris in dienst van Provinciale Staten. De secretaris is altijd bij de vergaderingen van de Statencommissie aanwezig. In principe neemt hij geen deel aan de beraadslagingen, zij het dat de Statencommissie op grond van artikel 27 van dit reglement altijd de mogelijkheid heeft om anderen aan de beraadslagingen deel te laten nemen. Indien nodig en bij wijze van (grote) uitzondering kan de griffier de (afwezige) secretaris vervangen. HOOFDSTUK3, AANWEZIGHEID COLLEGE EN COMMISSARIS VAN DE KONING Artikel8, Commissaris van de Koning en gedeputeerden De commissaris van de Koning en de gedeputeerden zijn geen lid van de Statencommissie (artikel 80, tweede lid). Hun aanwezigheid is wel gewenst. Artikel 80, vijfde lid, Provinciewet dat artikel 21, tweede lid, van overeenkomstige toepassing verklaard, is hiervoor de grondslag. HOOFDSTUK4, VERGADERINGEN Paragraaf1, Tijdstip van vergaderen en voorbereidingen Artikel10, Vergaderfrequentie Veelal zullen de vergaderingen van de Statencommissie plaatsvinden op een vaste dag en plaats, voorafgaand aan de vergaderingen van Provinciale Staten. De Statencommissie vergadert vaker als de voorzitter het nodig oordeelt of indien ten minste een vijfde deel van het aantal de leden schriftelijk met opgave van redenen hierom vraagt. Indien de Statencommissie een hoorzitting wil houden, kan de voorzitter gebruikmaken van het derde lid en een ander(
  4. e)dag, aanvangsuur of plaats bepalen. Over de openbaarheid van de vergaderingen bevat dit reglement geen bepaling, aangezien artikel 80, vijfde lid, van de Provinciewet hierin voorziet. In deze bepaling wordt artikel 23 van overeenkomstige toepassing verklaard op Statencommissies. Dit betekent dat de vergaderingen van de Statencommissie in de regel in het openbaar plaatsvinden. Artikel11, Oproep De voorzitter zendt ten minste 8 dagen voor een vergadering de leden een digitale oproep onder vermelding van de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering, voorzien van de voorlopige agenda. De bijbehorende stukken worden via het Stateninformatiesysteem bekend gemaakt. Indien in spoedeisende gevallen een aanvullende agenda wordt vastgesteld, bedraagt deze termijn minimaal 48 uur voor een vergadering. Artikel12, De agenda Voor het verzenden van de oproep stelt het presidium de voorlopige agenda vast. Uiteindelijk bepaalt de Statencommissie echter haar eigen agenda. De agenderende rol van de Statencommissie komt tot uitdrukking in het derde, vierde en vijfde lid. Dit betekent onder andere dat de Statencommissie kan bepalen dat een onderwerp of voorstel onvoldoende is voorbereid en voor inlichtingen of advies aan het college wordt gezonden. De Statencommissie bepaalt vervolgens in welke vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw geagendeerd wordt. Artikel13, Ter inzage leggen van stukken Naast de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, worden stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen op een vaste plaats voor eenieder ter inzage gelegd. Dit gebeurt bij de Statengriffie. In de openbare kennisgeving wordt vermeld waar de stukken liggen. Originele stukken moeten uiteraard bij de provincie blijven berusten. Stukken waar geheimhouding is opgelegd, kunnen bij de Statengriffie worden ingezien na tekening voor geheimhouding op een

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.