Regie op energieneutraal Bronckhorst Herijkte Routekaart Bronckhorst Energieneutraal 2024 - 2030 Behorende bij raadsvoorstel met nummer: Raad-00970/5 De raad van de gemeente Bronckhorst; gelezen het voorstel van het college van b en w van 28 mei 2024; besproken op de Politieke Avond van 20 juni 2024;; gelet op Verrijkte Routekaart Bronckhorst Energieneutraal 2030; Besluit: In te stemmen met de Herijkte Routekaart Bronckhorst Energieneutraal; In te stemmen met een looptijd van deze Herijkte Routekaart tot en met 2030; In te stemmen met de voorgestelde financiën voor uitvoering voor de activiteiten die voortkomen uit gemaakte afspraken; Klimaatakkoord, RES en Akkoord van Groenlo 3.0. In te stemmen met de voorgestelde financiën voor uitvoering voor de gestelde ambities in de Herijkte Routekaart; De financiële middelen voor punten 3 en 4 te dekken uit de posten salaris CL Wonen en werken TV 7.4, Klimaat, energie transitie, Milieu, geluidshinder, energie transitie CDOKE-middelen. Leeswijzer In hoofdstuk 1 en 2 leest u wat er aan deze Herijkte Routekaart voorafgegaan is en welke ontwikkelingen van invloed zijn op de uitvoering van deze Routekaart. Hoofdstuk 3 gaat over een herziening van de doelstelling in deze Herijkte Routekaart ten opzichte van de Verijkte Routekaart uit 2019. Hoofdstuk 4 gaat over de ‘leidende principes’ die ten grondslag liggen aan de uitvoering van de Routekaart. Hoofdstuk 5 gaat over de strategie om de Routekaart te realiseren. In hoofdstuk 6 t/m 10 staan de 5 uitvoerende sporen beschreven (Warmtetransitie, Lokaal Energie Systeem, Grootschalige Energieprojecten en Randvoorwaarden). We schetsen daarbij het eindbeeld en het proces om daar te komen. Ook leest u welke keuzes al gemaakt zijn en welke keuzes met het vaststellen van deze Herijkte Routekaart gemaakt worden om de doelen te bereiken. Inleiding In 2019 stelde de gemeenteraad van Bronckhorst de Verrijkte Routekaart Bronckhorst Energieneutraal 2030 vast. Deze routekaart schetste het beeld van hoe de energievoorziening er in 2030 zou moeten uitzien. Inmiddels is het speelveld veranderd. De klimaatambities in Europa en Den Haag zijn gegroeid, waardoor de eerdere ambities van Bronckhorst op sommige thema’s zijn ingehaald. Verder is netcongestie van het elektriciteitsnet een urgent thema geworden, dat heel direct ingrijpt op veel ontwikkelingen in onze gemeente. Ook komt er in de nabije toekomst nieuwe wetgeving aan die de verantwoordelijkheid voor met name de warmtetransitie (energiebesparing en ‘van het gas af gaan’) nadrukkelijker bij gemeenten neerlegt. In regioverband zijn er door de Regionale Energie Strategie Achterhoek (RES Achterhoek) en het Akkoord van Groenlo 3.0 zijn concrete doelen voor opwek van duurzame elektriciteit en energiebesparing afgesproken. Hieraan heeft ook de gemeente Bronckhorst zich gecommitteerd. Deze Herijkte Routekaart houdt rekening met deze ontwikkelingen en beschrijft een strategie waarmee we de energietransitie in onze gemeente kunnen aanpakken. Een belangrijk uitgangspunt hierbij is de gewenste voorkeursvolgorde van maatregelen. Hierbij staat energiebesparing voorop. Immers, wat we niet verbruiken, hoeven we ook niet op te wekken. Wat we vervolgens nog wel moeten opwekken, wordt duurzaam opgewekt. Dit kan vooral door elektrificatie. We kijken hiervoor naar bestaande én nieuwe dan wel innovatieve technieken. De kern van de voorgestelde strategie is dat de gemeente meer regie neemt op het realiseren van de doelen. Dit langs 5 uitvoerende sporen: 1 (regie
(2050)zijn bijna alle6Er zullen altijd huizen of gebouwen blijven die niet tegen aanvaardbare kosten verduurzaamd zullen kunnen worden. Deze huizen zullen dan ook hoge energiekosten blijven houden. woningen en bedrijfsgebouwen zodanig verduurzaamd dat aardgas is vervangen door de energie uit zon, door elektriciteit en/of een niet-fossiel gas, zoals biogas of waterstof. Door de isolatie, maar ook door opslag van warmte(bronnen), leiden koude periodes niet tot extreme pieken in de energievraag. Naast de aandacht voor de verduurzaming van gebouwen is er aandacht voor de meest duurzame warmtebronnen en opslagmogelijkheden om warmte uit de zomer in de winter te kunnen gebruiken. Om bij het gewenste eindbeeld te komen, moet er veel aandacht blijven voor de mensen en bedrijven die nu op achterstand staan en om diverse redenen nog niet aansluiten. Dit vraagt om een gerichte aanpak, met oog voor drijfveren en belemmeringen. Dit is ook een van de redenen waarom we in de binnen de lopende projecten vooral inzetten op deze doelgroep met behulp van de beschikbare subsidies. Om niet alleen deze doelgroep, maar alle gebouweigenaren mee te krijgen, koppelen we de uitvoering van de warmtetransitie aan de Dorps Energie Processen. Hierover is meer beschreven in hoofdstuk 9. De mogelijkheden voor uitvoering van de warmtetransitie worden sterk bepaald door technische mogelijkheden, financiering marktpartijen voor uitvoering (bijvoorbeeld aannemers en installateurs). Als gemeente houden we scherp in de gaten wat hierin mogelijk is. Uiteraard is ook de impact van netcongestie hierbij een punt van aandacht voor ons7Bijvoorbeeld: actief promoten om over te stappen op een warmtepomp terwijl het elektriciteitsnet vol zit, is niet wenselijk. Dan is vertragen beter en gefaseerd, als er weer ruimte op het elektriciteitsnet komt, de overstap naar aardgasvrij te maken.. 6.7Reeds gemaakte bestuurlijke keuzes We hebben in 2021 de Transitievisie Warmte vastgesteld met daarin de doelen zoals verwoord in paragraaf 6.3. We hebben ons verbonden aan het Akkoord van Groenlo 3.0, met daarin de doelen zoals verwoord in paragraaf 6.3. Rondom de lopende projecten, beschreven in paragraaf 6.5, zijn bestuurlijke keuzes gemaakt om deze uit te voeren. De Dorps Energie Processen zijn een belangrijke aanpak voor het werken aan de warmtetransitie binnen Bronckhorst. We hebben gezorgd dat er een loket is waar woningeigenaren en bedrijven informatie, advies en ondersteuning kunnen krijgen en er is een generieke ondersteuning met informatie voor woningeigenaren via Energieloket Achterhoek en voor bedrijven via DO-A (Duurzaam Ondernemers Centrum-Achterhoek). De energietransitie voor bedrijven is een onderdeel van het Programma Werklocaties (in Bijlage 3 is een beknopte opsomming van de activiteiten die in dit programma uitgevoerd zullen worden). 6.8Voorgestelde bestuurlijke keuzes We ontwikkelen een ontzorgingsaanpak voor gebouweigenaren in hun verduurzamingsproces rondom de drie natuurlijke momenten. Er zijn verschillende momenten in de levensloop van een gebouw waarop deze investering hiertoe overwogen wordt door de eigenaar. De gemeentelijke aanpak voorziet in gerichte informatievoorziening om de eigenaar op deze momenten van passende informatie te voorzien. Daarnaast onderzoeken we welke interventies (bijvoorbeeld psychologisch of sociaal) het meest bruikbaar zijn om gebouweigenaren in beweging te krijgen en te houden rondom de drie natuurlijke momenten. Deze passen we ook die waar het kan en worden onderdeel van de strategie voor de gemeente, wanneer wij vanaf 2032 wijken moeten aanwijzen die van het gas af gaan. We blijven de mogelijkheid aanbieden om advies te krijgen door een energiecoach (een coach hebben we zelf in dienst en er zijn coaches beschikbaar via het Energieloket voor particulieren). Het zwaartepunt van deze strategieontwikkeling ligt in 2024 en 2025, maar zal wanneer nodig tot 2032 blijven geactualiseerd worden. We gebruiken onder andere de Dorps Energie Processen en de lopende projecten om onszelf (gemeente) voor te bereiden op het Warmteprogramma in 2026 en de aanwijsbevoegdheid vanaf 2032 om wijken aan te moeten wijzen die van het gas af gaan. Nieuwe wetgeving die eraan komt, legt de verantwoordelijkheid en bevoegdheid voor de warmtetransitie nadrukkelijker neer bij gemeenten. Als gemeente willen we ons, samen met inwoners en ondernemers, hierop voorbereiden. Zie het hoofdstuk over de Dorps Energie Processen voor een verder uitgewerkte beschrijving. 6.9Indicatieve tijdlijn Projectuitvoering Wet- en regelgeving *Deze wet is op 1 januari 2024 in werking getreden. Gemeenten hebben vanaf deze datum tot 2032 de tijd om het oude ruimtelijke ordeningsbeleid (bijv. bestemmingsplannen) om te zetten in omgevingsplannen. Vanaf 2032 dient hierin beschreven te zijn, welke wijken wanneer van het gas af gaan. 6.10Activiteiten, personele inzet en financiën Activiteiten realisatie afspraken Klimaatakkoord, RES 1.0 en Akkoord van Groenlo 3.0 Activiteiten Beschrijving Algemeen Projectleider (0,9 fte) Plan wijken/kernen aardgasvrij ready Hangt samen met Dorps Energie Proces (zie hoofdstuk 9) Co-financiering bloemenbuurt Zelhem (30%) + proceskosten Continuering lopend project Co-financiering subsidieregeling VHF buitengebied (30%) Continuering lopend project Nationaal Isolatie Programma Continuering lopend project Aanpak energiearmoede Continuering lopend project Activiteiten realisatie verdere ambities in deze Routekaart Werkzaamheden Beschrijving (Uitvoeringsplan) verduurzaming woningvoorraad Clusteroverstijgende aanpak Ontzorgingsaanpak rondom de drie natuurlijke momenten Stimulering aanpak verduurzaming gebouwen Financiën Jaar 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Budget spoor* € 25.000** € 107.154 € 107.154 € 107.154 € 107.154 € 107.154 € 107.154 *Exclusief inzet projectleider, deze zit begroot in vaste programmalasten. ** Tot mei 2024 is een andere begrotingsopzet gehanteerd en was de onderverdeling per spoor anders. Daardoor zijn een groot deel van de budgetten aan de post overige toegekend. Zie hiervoor hoofdstuk 11 Financiën. 7.Lokaal energiesysteem 7.1Doel Het doel van een lokaal energiesysteem is het matchen van lokale vraag naar energie met het lokale aanbod aan energie. Dit spoor kent één project, de Regiorotonde8Dit project is van dusdanige omvang, complexiteit, innovativiteit en vooral potentie, dat dit project al de beschikbare (ambtelijke) capaciteit voor dit spoor gebruikt.. Dit project is feitelijk een gebiedsprogramma met meerdere projecten die bijdragen aan het oplossen van urgente ruimtelijke transitieopgaven in deelgebied Steenderen en omstreken. Deze projecten dragen bij aan het circulair maken van regio- systemen voor energie, water, en nutriënten; de drie rotondes. Een ander doel van dit project is dat de scope of het concept op termijn kan worden opgeschaald of gekopieerd naar andere gebieden en gemeenten en naar andere circulaire systemen. 7.2Beoogde effecten De Regiorotonde bestaat nu uit drie rotondes, die met elkaar samenhangen (zie figuur 3): Een energierotonde voor het lokaal matchen van vraag & aanbod van groengas en stroom. Een nutriëntenrotonde voor het circulair gebruik van stikstof, koolstof, etc. Een waterrotonde voor het circulair gebruik van grond-, drink- en proceswater. Voor de Herijkte Routekaart is met name het volgende project van de energierotonde van belang: Een slimme energiegemeenschap voor groengas en later ook stroom: Lokaal energiebedrijf met maatschappelijke herverdeelsleutel Slim energieplatform voor lokale matching van vraag en aanbod Leden van de gemeenschap: gebruikers en leveranciers, bedrijven en bewoners. Figuur 3: Voorbeeld van hoe een energierotonde voor stroom en groengas eruit zou kunnen zien in de toekomst. Relatie met de andere sporen in deze Herijkte Routekaart De eerste tranche projecten tot 2026 in deelgebied Steenderen en omstreken dragen bij aan: Dorps Energie Processen Op termijn kan een slimme energiegemeenschap een constante betaalbare energieprijs en leveringszekerheid voor bewoners in deelgebied Steenderen en omstreken bieden. We betrekken DEP’s Steenderen, Olburgen/Rha, Bronkhorst, Toldijk en Baak bij de werkgroep met gebiedspartners. De DEP wordt betrokken bij het maken van een stappenplan voor de slimme energiegemeenschap en denkt mee bij de maatschappelijke herverdeelsleutel voor het zelfsleveringsmodel van de energiegemeenschap. Warmtetransitie Inzicht in de potentie die de opwek van groengas heeft voor de warmteoplossingen voor bewoners in deelgebied Steenderen en omstreken. We denken hier met name aan woningen in het buitengebied en monumenten. De inzet van restwarmte lijkt vooralsnog het meest effectief ingezet te kunnen worden voor bedrijfsprocessen. We verkennen met de grote bedrijven en bewoners in het gebied of een warmtenet een interessante oplossingsrichting is. De Regiorotonde ondersteunt de verduurzaming en elektrificering van bedrijven in het gebied, waaronder twee grote cluster6-bedrijven, die onder druk staan. De Regiorotonde kan namelijk helpen bij netwerkcapaciteit en garanties over maatwerk afspraken. Daarnaast kunnen deze bedrijven een buffer-rol voor de energiegemeenschap vervullen. Grootschalige opwek Voor initiatieven voor duurzame opwek biedt de Regiorotonde mogelijkheden om groengas en stroom te leveren aan de energiegemeenschap. De levering van groengas kan nu al. Het lokaal leveren van stroom kan zodra er maatwerk afspraken gemaakt zijn met netbeheerders. De gemeente, gebiedseigen marktpartijen en bewoners hebben de mogelijkheid deel te nemen aan het zelfleveringsmodel van de energiegemeenschap als energiegebruiker en/of – leverancier. De gemeente, gebiedseigen marktpartijen en bewoners hebben de mogelijkheid financieel te participeren in de energiegemeenschap en in initiatieven voor grootschalige opwek. Randvoorwaarden De Regiorotonde ontwikkelt een raamwerk met afspraken over rollen, garanties, risico’s, prijzen, een maatschappelijke herverdeelsleutel, etc. Dit biedt een leidraad voor besluitvorming binnen de gemeente (eind 2024, zie hoofdstuk Grootschalige opwek) over een gemeentelijke beleidskader voor eigenaarschap en participatie in energie-opwek. 8.3Kanttekeningen Een Regiorotonde bestaat nog niet. Het is zodoende onzeker of dit project slaagt en echt kan bijdragen aan de verschillende doelen, waar het op basis van de verkenning potentie voor lijkt te hebben. In het derde kwartaal van 2024 wordt de Gemeenteraad hier verder in meegenomen. Een Regiorotonde bestaat als zodanig niet, maar er zijn goede bestaande voorbeelden van onderdelen van dit concept: Groene cirkels in Zuid-Holland, rondom Heineken – qua visie Energy ecosystems van Energy Valley – qua systeembenadering en schaal Biozon Zelhem in Bronckhorst – qua werkend energieplatform voor groengas. Biozon kan op termijn ook in de groengas-rotonde integreren. Traais Energiecollectief – qua werkende energiegemeenschap 8.4Schets van het gewenste eindbeeld Op basis van de financierbaarheid op korte termijn is ervoor gekozen de scope in de eerste fase te beperken tot de volgende projecten: Een slimme energiegemeenschap9Leden van de gemeenschap: gebruikers en leveranciers, bedrijven en bewoners. voor groengas en later ook stroom De opwek van groengas Een circulair werklandschap Circulaire waterretentie met drinkwater optie Dit alles vindt plaats in deelgebied Steenderen en omstreken. Figuur 4 op de volgende pagina geeft deze projecten weer. Figuur 4: Slimme Energiegemeenschap en Circulair werklandschap Bij voldoende potentie willen we voor de periode 2026-2030 de Regiorotonde uitbreiden naar de andere deelgebieden van de gemeente. Qua warmteoplossingen zien we geen andere grote restwarmte bronnen in de gemeente. Ook zal de opwek van groengas niet voor de hele verduurzaming van de gemeente ingezet kunnen worden. Elektrificatie blijft daarom voor de gehele gemeente van belang. In sommige gebieden met ondiepe geothermie kunnen WKO’s (warmte, koude opslag) ingezet worden in combinatie met elektrische oplossingen. 8.5Reeds gemaakte bestuurlijke keuzes We nemen deel aan de Town Deal Sterke Streken van het ministerie van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties voor het verkennen van een lokale energiegemeenschap in Steenderen en omstreken. 8.6Voorgestelde bestuurlijke keuzes We passen waar mogelijk toe wat ontwikkeld wordt binnen het project Regiorotonde, in andere delen van de gemeente dan Steenderen. Op het moment van het vaststellen van deze Herijkte Routekaart heeft het project Regiorotonde de verkennende fase afgerond. Om dit project verder te brengen, zijn meer stakeholders dan alleen de gemeente betrokken. Het is daarom nog niet aan te geven of en hoe dit project zich verder ontwikkelt en welke planning hierbij hoort. 8.7Indicatieve tijdlijn 8.8Activiteiten, personele inzet en financiën Is geen onderdeel van de uitvoering van de Herijkte Routekaart. 8.Regie op (grootschalige) energieprojecten 8.1Doel Het doel van dit spoor is om te zorgen dat de grootschalige duurzame energieprojecten, die nodig zijn om de energie- en klimaatdoelen in Bronckhorst te halen, een plek krijgen in Bronckhorst. Dit willen we bereiken op een manier waarbij we steeds een zorgvuldige afweging van belangen maken. En waarbij we ervoor zorgen dat de revenuen van deze investeringen zoveel mogelijk terugvloeien naar onze samenleving. Zoals eerder aangegeven in deze Routekaart zijn we als gemeente Bronckhorst onderdeel van de Regionale Energiestrategie (RES) Achterhoek. In RES 1.0 is vastgelegd dat de RES regio Achterhoek 1,35 TWh bijdraagt aan de totale landelijke doelstelling duurzame energie van 35 TWh. De voorwaarde bij deze bijdrage is dat 0,35 TWh wordt geproduceerd door zonnepanelen op bedrijfsdaken en agrarische bebouwing. Binnen deze opdracht mag rekening worden gehouden met de al geproduceerde energie door bestaande windturbines en zonnepanelen (ook op daken). In de Achterhoek wordt al 0,471 TWh duurzame energie geproduceerd. Dit betekent dat ruimte gevonden moet worden voor de productie van 0,879 TWh extra in uiterlijk 2030. Hiervan is 0,244 TWh nog niet gealloceerd. Wat wil zeggen, dat voor dit deel nog niet besloten is waar dit een plek krijgt in de Achterhoek. Bij besluitvorming over de Routekaart wordt hierover gesproken in RES verband, maar is het nog niet bekend wanneer dit wordt vastgesteld. Voor het deel dat overblijft is in RES 1.0 afgesproken dat de gemeente Bronckhorst 0,054 TWh voor haar rekening neemt. 8.2De energiemix voor de duurzame opgave in Bronckhorst Voor onderstaande informatie en de voortgang hiervan, zijn de volgende bronnen gebruikt: Huidige energievraag Bronckhorst: https://klimaatmonitor.databank.nl/dashboard/dashboard/ Energievraag Bronckhorst bij energieneutraal in uiterlijk 2050: https://energytransitionmodel.com/scenario/data/data_export/overview Energieverbruik in het basisjaar In het akkoord van Groenlo gaan we voor de energiemix uit van het referentiejaar 2015. In 2015 is RVO (de organisatie achter de Klimaatmonitor) ook consistent gaan meten. Op hun website (https://klimaatmonitor.databank.nl/dashboard/dashboard/) is de klimaatmonitor te volgen voor elke gemeente. Wij gaan ook van die gegevens uit in deze Routekaart om ook op een valide manier te kunnen blijven volgen waar we staan. In het basisjaar 2015 gebruikte de gehele gemeente Bronckhorst 4.355 TeraJoule (TJ) aan energie per jaar. Dit is de optelsom van de energie in elektriciteit, gebruik van gas voor verwarming, benzine of diesel voor vervoer en andere energiebronnen (zoals biomassa) uitgedrukt in TeraJoule. Zo is er een vergelijkbare en meetbare maatstaf voor monitoring10Eerder is gebruik gemaakt van gegevens van Energytransitionmodel. Dit is echter een commerciële partij, waar niet al onze partners kosteloos gebruik van kunnen maken. Om in lijn te blijven met de bronnen die gebruikt zijn voor het opstellen van het Akkoord van Groenlo 3.0, is gekozen voor de Kimaatmonitor van RVO als bron voor gegevens over Bronckhorst. Deze is accuraat en voor iedereen kosteloos te gebruiken.. De opgave om tot een energieneutraal Bronckhorst te komen in uiterlijk 2050, betekent dat alle energie die we gebruiken op een duurzame wijze opgewekt dient te worden. Hierbij mag geen CO2 uitstoot plaatsvinden. Dit kunnen we bereiken door een combinatie van maatregelen: Besparing van energieverbruik. Wat niet nodig is, hoeft ook niet te worden opgewekt. Dit kan bijvoorbeeld door isolatie en het toepassen van energiezuinige apparaten; Warmte voor verwarming en koude voor koeling halen uit natuurlijke bronnen, zoals de zon, lucht of bodem; Elektriciteit duurzaam uit duurzame bronnen, zoals zon, wind, stroming van water en biomassa en biogas. Het gemiddelde huishouden als voorbeeld Een Nederlands huishouden verbruikt in 2024 jaarlijks gemiddeld 1.169 kuub gas en 2.479 kilowattuur elektriciteit. 1 kuub gas stoot 1,78 kilo CO2 uit en heeft 9,77 kilowattuur energie-inhoud. Omgerekend stoot een gemiddeld huishouden jaarlijks 2.081 kilo aan CO2 uit met haar gasverbruik. Als er grijze stroom wordt gebruikt en diesel of benzine voor de auto, komt dat er nog bij. De CO2 uitstoot moet uiteindelijk nul worden. Door te isoleren heeft het gezin 40% minder vraag naar warmte in huis. Met de huidige CV-ketel zouden ze nog ongeveer 700 kuub gas nodig hebben. Om dit duurzaam te doen kan de CV-ketel vervangen worden door een elektrische warmtepomp. Een warmtepomp gebruikt 2 kWh stroom en haalt dan ongeveer 8 kWh energie uit de bodem of lucht. Zo levert een warmtepomp met 2 kWh stroom evenveel als 1 kuub gas met een CV-ketel. Voor verwarming zou het gezin dus (na 40% besparing) in plaats van nog 700 kuub gas, 1400 kWh stroomverbruik terugkrijgen. Daarbij komt het normale verbruik aan elektriciteit van 2.479 kilowattuur dan nog. Afgerond is er dus nog 4.000 kWh nodig om het huis van stroom te voorzien. Deze 4.000 kWh dient uit duurzame energie te komen, bijvoorbeeld door (eigen) zonnepanelen, of uit een windpark elders. Als dit gezin ook een elektrische auto gaat rijden, zal er bij 25.000 km per jaar zo’n 4.000 kilowattuur stroomverbruik bij komen. Zoals het voorbeeld voor het gemiddelde huishouden doorwerkt, werkt het ook voor onze bedrijven, industrie en overige organisaties (zoals onze gemeente zelf). Op het niveau van de totale gemeente Bronckhorst zullen alle partijen moeten besparen en warmte/koude halen uit natuurlijke bronnen, dit noemen we hernieuwbare warmte. Naast deze vorm van warmte/koude is er nog de vraag naar energie voor vervoer en transport. Dit kan elektriciteit zijn, maar bijvoorbeeld ook groene waterstof. Daarnaast blijft er een basisvraag aan elektriciteit, die groter wordt als ook productieprocessen bij bedrijven worden omgezet van gas naar elektrisch. De energiemix voor de toekomst bestaat zodoende uit drie aspecten: Hernieuwbare warmte en koeling (nu circa 62% van de vraag met vooral gas) Energie voor vervoer (nu circa 24% van de vraag met brandstoffen) Elektriciteit (nu circa 14% van de totale vraag naar energie) Deze gehele energiemix dient duurzaam te worden opgewekt. Dit alles leidt uiteindelijk tot een uitstoot van nul CO2. De toekomstige energiemix De energiemix van de gehele gemeente Bronckhorst komt uiterlijk in 2050 uit op 2.395 TJ per jaar. Ten opzicht van basisjaar 2015 is dit een reductie van 45 procent. Er zijn nog geen afspraken gemaakt hoe dit aantal TJ verdeeld moet worden over de drie aspecten van de energiemix. Dit gebeurt de komende jaren in RES verband. Wel is er als tussenstap een doelstelling voor opwek van grootschalig duurzaam geproduceerde elektriciteit in 2030 meegeven vanuit RES 1.0 voor Bronckhorst: 0,054 TWh (194,4 TJ). 8.3Beoogde effecten De beoogde effecten zijn: Het invullen van het Bronckhorster aandeel binnen de afgesproken RES 1.0 doelstelling rondom de grootschalige opwek van duurzame energie voor of zo snel mogelijk na 2030 . Dit doen op basis van een zorgvuldige afweging over de in te zetten techniek voor grootschalige opwek en locatie(
- s)hiervan. De opbrengsten van de grootschalig opwek binnen de gemeente zoveel mogelijk te laten terugvloeien naar de Bronckhorster samenleving. 8.4Kanttekeningen Grootschalige energieprojecten hebben altijd invloed op hun omgeving. Ongeacht de zorgvuldigheid van het proces en een mogelijke financiële compensatie, zal er weerstand zijn tegen deze projecten. We kunnen als gemeente deze weerstand nooit helemaal ombuigen. We kunnen alleen randvoorwaarden bepalen en vastleggen zo dat belanghebbenden (mede)zeggenschap krijgen bij de ontwikkeling en exploitatie van grootschalige energieprojecten. 8.5Schets van het proces en gewenste eindbeeld Het proces voor invulling bijdrage aan RES 1.0 In de energietransitie in Bronckhorst is energiebesparing de belangrijkste maatregel. Maar er is ook een belangrijke plek weggelegd voor grootschalige energieprojecten, omdat hiermee op een efficiënte manier grote(
- re)stappen gezet kunnen worden richting de energieneutrale gemeente, die we willen worden. Of het nu in de vorm van een windpark, een zonneveld, een grote vergister, een warmtenet of een nog onbekendere techniek is, juist omdat het projecten zijn met een grote impact op hun omgeving, willen wij als gemeente zoveel als mogelijk de (mede)zeggenschap organiseren bij deze projecten. Op deze manier kunnen we borgen dat deze projecten ten dienste komen van de eigen samenleving. Relevante besluiten College en Gemeenteraad voor eind 2024 Voor het einde van 2024 hebben het College en de Gemeenteraad van Bronckhorst de wens om een aantal besluiten te nemen die relevant zijn voor: De keuze van de toe te passen techniek om de bijdrage vanuit Bronckhorst voor RES 1.0 in de vullen en de locatie(
- s)waar dit gerealiseerd wordt. Het beleidsmatig borgen van participatie, lokaal eigendom en (mede)zeggenschap bij het grootschalige opwek project dat hieruit voortkomt. De rol van de gemeente bij grootschalige opwek. Bij het proces om tot besluit over deze onderwerpen te komen, is zoals altijd inspraak door onze inwoners mogelijk. De vastgestelde beleidskeuzes bij deze drie onderwerpen, vormen een oplegger/addendum bij deze Herijkte Routekaart. Het eindbeeld Het uiteindelijke einddoel is een energieneutrale gemeente Bronckhorst in uiterlijk 2050. Grootschalige energieprojecten tot 2030 dragen hier aan bij en richten zich op het behalen van de in RES 1.0 afgesproken bijdrage van 0,054 TWh. Ongeacht de gekozen richting/techniek is het van belang dat het grootschalige duurzame energieproject bijdraagt aan de samenleving. Dit bestaat uit een bijdrage voor de direct omwonenden/stakeholders die hinder ondervinden, een bijdrage voor de ontwikkeling van het omliggende gebied en een donatie aan het Sociaal Buurt Fonds11Werktitel.. Het project betaalt deze bijdrage deels bij de aanleg en deels tijdens de exploitatie van het project. De hoogte van de bedragen is maatwerk en afhankelijk van het verwachte rendement. Tijdens het ontwikkelproces worden de afspraken hierover gemaakt. Bij voorkeur wordt de opgewekte stroom lokaal afgezet. Rol van de provincie Gelderland De provincie is binnen de RES Achterhoek een van de partners. Zij hebben geen bevoegdheid om zaken af te dwingen binnen de RES. Wel kan de provincie beleid vaststellen waarin randvoorwaarden worden gesteld aan zaken die de uitvoering van de RES raakt. Zoals bijvoorbeeld gebeurd is rondom zon op land (landbouwgrond) in Gelderland. Er is één uitzondering wat betreft de positie van de provincie ten opzichte van de andere partners in de RES. Vanuit de Elektriciteitswet 1998 is de provincie in eerste instantie bevoegd gezag voor vergunningverlening van windparken tussen de 5MW en 100MW. Windparken die op land ontwikkeld worden, vallen bijna altijd in deze categorie. Na overleg, kan de provincie het bevoegd gezag desgewenst wel bij een gemeente neerleggen. 8.6Reeds gemaakte bestuurlijke keuzes Tot 31 december 2024 geldt er een moratorium op de ontwikkeling van grootschalige windenergie in de gemeente We hebben in 2019 het Zonneveldenbeleid vastgesteld. We hebben in 2021 het Beleidskader windenergie vastgesteld 8.7Voorgestelde bestuurlijke keuzes Starten onderzoek naar technologische mogelijkheden en innovaties voor duurzame opwek. We starten een onderzoek naar de technologische mogelijkheden en innovaties voor grootschalige duurzame energieopwek gericht op het behalen van het doel in RES 1.0 voor of kort na 2030. Dit in combinatie met het vaststellen van beleid rondom participatie, lokaal eigendom en (mede)zeggenschap bij grootschalige duurzame opwekprojecten in onze gemeente. Daarbij kijken we ook naar de eventuele rol van de gemeente zelf in dit type projecten. Wijzigen het zonneveldenbeleid wanneer nodig We wijzigen het zonneveldenbeleid uit 2019, met de bepaling dat het criterium van 2MW wordt losgelaten als sprake is van een project dat voortkomt uit, en ondersteund wordt door een Dorps Energie Proces. Mogelijk kan namelijk het zonnepark financieel niet rond komen bij 2MW, wanneer de financiële revenuen besteed worden aan (maatschappelijke doelen
- in)de omgeving. Aangevuld met de bepaling dat de invloed van het zonneveld op de netcongestie aantoonbaar beperkt blijft12Landelijke regelgeving schrijft voor dat er energieopslag bij het zonnepark gerealiseerd moet worden. Wij willen het zonneveld inbrengen in het Lokaal Energie Systeem en daarmee de opslag organiseren. Verder zijn de opties voor zon op veld door landelijke afspraken beperkt. . Hetzelfde geldt wanneer uit een Dorps Energie Proces blijkt dat betrokkenen graag wind willen ontwikkelen in de nabijheid van hun kern, dat de gemeente de bereidheid heeft om het windbeleid aan te passen om deze wens ook uitvoerbaar te maken. Mocht het niet binnen het dan geldende windbeleid van de gemeente passen. 8.8Indicatieve tijdlijn 8.9Activiteiten, personele inzet en financiën Activiteiten realisatie afspraken Klimaatakkoord, RES 1.0 en Akkoord van Groenlo 3.0 Activiteiten Beschrijving Begeleiding omgevingsproces Projectleider (0,5 fte) Planologisch advies, juridische ondersteuning Tijdens vergunningprocedure en mogelijke Raad van State procedure Activiteiten realisatie verdere ambities in deze Routekaart Werkzaamheden Beschrijving Onderzoek toe te passen techniek voor invulling RES 1.0 doelstelling voor grootschalige opwek Onderzoekskosten Afweging en beleidsmatige borging participatie en lokaal eigendom Projectleiding Rol gemeente Projectleiding Financiën Jaar 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Budget spoor € 9.800* € 59.796 € 61.961 € 83.467 € 85.018 € 76.613 € 78.255 * Tot mei 2024 is een andere begrotingsopzet gehanteerd en was de onderverdeling per spoor anders. Daardoor zijn een groot deel van de budgetten aan de post overige toegekend. Zie hiervoor hoofdstuk 11 Financiën. 9.Dorps Energie Processen 9.1Doelstelling Het doel van het werken via Dorps Energie Processen (DEP’
- s)is dat inwoners, ondernemers en andere stakeholders zich bewust worden en kunnen voorbereiden op de impact van de energietransitie op hun woning, (bedrijfs)gebouw en leefomgeving. Binnen een DEP is het komen tot een Dorps Energie Plan één van de zaken die centraal staat, maar dit is zeker niet alles. De gemeente wil via de DEP’s haar inwoners en ondernemers beter betrekken bij de energietransitie. Vooral ook om hen te helpen bij deze complexe opgave. Deelnemers aan de DEP’s worden ook betrokken bij de keuzes rondom: Het toewerken naar een plan om de buurt aardgasvrij ready te maken; Meedenken over duurzame opwek in de gemeente en over de mogelijkheden om hier zelf in te participeren. Het gaat hierbij zowel om de opgave voor grootschalige opwek voor én na 2030. Hierbij dient wel vermeld te worden dat er in de Regionale Energiestrategie afspraken gemaakt zijn over grootschalige duurzame opwek, waar de gemeente aan gebonden is. Zoals toegelicht in het hoofdstuk 6 over de warmtetransitie dient de gemeente in 2032 een Omgevingsplan gereed te hebben, waarin zij buurten of dorpen kunnen aanwijzen om van het gas af te gaan. Dit raakt direct de woningen van onze inwoners en (bedrijfs)gebouwen van ondernemers en organisaties. Voor 2032 moeten de DEP’s geleid hebben tot Dorps Energie Plannen, zodat de gemeente de opgedane kennis kan meenemen in het Omgevingsplan. 9.2Beoogde effecten Inwoners, ondernemers en andere stakeholders die deelnemen aan een DEP of zich via een DEP laten informeren, zijn voorbereid op: De wettelijke verplichtingen die voor hen relevant zijn voor de energietransitie. Voortkomend bijvoorbeeld uit het Klimaatakkoord, RES 1.0 en het Akkoord van Groenlo. Welke mogelijkheden er zijn om hun woning of (bedrijfs)gebouw aardgasvrij ready te maken en hoe zij dit het beste kunnen organiseren (bijvoorbeeld isolatie, warmtepomp, etc). Welke (technische) mogelijkheden er zijn voor hun woning of (bedrijfs)gebouw om van het gas af te gaan. De mogelijkheid om aan te sluiten bij collectieve initiatieven rondom warmte en elektriciteit. Bijvoorbeeld een buurtwarmtepomp of mogelijkheden voor kleinere collectieven, zoals een buurt- of straatwarmtepomp. Hoe men de benodigde investering voor dit alles kan financieren. Welke initiatieven er de komende jaren ontwikkeld worden rondom (grootschalige) opwek van energie en hoe men kan participeren hierbij. Daarnaast hebben deelnemers aan een DEP invloed op: De wijze waarop de buurt van het gas af gaat. De criteria die de gemeente hanteert bij het aanwijzen van buurten die vanaf 2032 van het gas af te gaan. De mogelijkheid om in de buurt/kern als collectief aan de slag te gaan met warmte en elektriciteit. Dit kan een kostenvoordeel hebben, maar een collectieve voorziening kent ook nadelen. Met de verkregen informatie in het DEP kan men hier een afweging in maken. Onderwerpen binnen de energietransitie onder de aandacht brengen bij de gemeente, waar de gemeente primair misschien niet verantwoordelijk voor is, maar wel een belangrijke rol in kan spelen. College en raad kunnen dan de afweging maken om hier wel op in te zetten. Denk hierbij bijvoorbeeld aan opslag van elektriciteit in de buurt, de inzet van elektrische auto’s hierbij of nieuwe innovaties op het gebied van warmte en elektriciteit. Gemeentelijk beleid rondom kaders en mandaat voor initiatieven ‘van onderop’. 9.3Kanttekeningen Iedere dorpsgemeenschap is anders en vraagt een ‘eigen’ Dorps Energie Proces. Natuurlijk kan er geleerd worden van de ervaringen in andere dorpen, maar elk Dorps Energie Proces vraagt om een eerste fase waarin de deelnemers elkaar moeten leren kennen en waarin mensen hun eigen ideeën willen inbrengen. Hier dient in een DEP tijd én aandacht voor te zijn, maar ook de bereidheid vanuit de gemeente om deze ideeën te betrekken bij toekomstig beleid. Bij de lopende DEP’s en vergelijkbare processen, zien we dat er een groep enthousiaste mensen de kerngroep vormt. Deze groep is belangrijk, maar vertegenwoordigt niet altijd de hele gemeenschap in het betreffende DEP gebied. Het betrekken van een bredere groep, of in ieder geval het toetsen van de ideeën van de kerngroep in de bredere groep, is een belangrijk punt van aandacht binnen de DEP’s. Op basis van wetenschap en ervaringen elders zetten we hier strategieën voor in. 9.4Schets van het gewenste eindbeeld Het ideaalbeeld van de DEP’s is dat elk “dorp”13In de context van Bronckhorst kunnen dit zowel dorpen, kernen als buurtschappen zijn. samen onderzoekt wat er nodig is om zelf energieneutraal te worden en daarbij ook kijkt hoe de lusten en de lasten van het lokale energiesysteem zo eerlijk mogelijk verdeeld worden. Het “dorp” maakt met de gemeente afspraken over doelen, eigen inbreng en ondersteuning door de gemeente. De gemeente geeft daarbij de randvoorwaarden rondom beschikbare financiële middelen, omvang/werkgebied van de DEP, de uitkomst van het DEP proces en het tijdpad aan. De uitkomst van het DEP proces tussen het “dorp” en de gemeente worden vastgelegd in een Dorps Energie Plan (DEP plan). Dit plan bestaat uit vier blokken, die hieronder worden toegelicht. Een DEP proces is in volgorde niet gebonden aan deze vier blokken. Men moet kijken waar men de meeste energie ervaart. Maar uiteindelijk dient het DEP proces wel antwoord te kunnen geven op deze vier aspecten. Dit wordt dan beschreven in het DEP plan. Voor dit plan heeft gemeente een sjabloon beschikbaar. Figuur 5: Opzet Dorps Energie Plan Blok 1. Aardgasvrij ready Dit deel van het DEP plan beschrijft de wijze waarop woningen en (bedrijfs)gebouwen in het DEP gebied van het aardgas af kunnen gaan, zoals beoogd in de warmtetransitie. Rekening houdend met de mogelijkheden die er voor dat gebied zijn. Is het bijvoorbeeld mogelijk om aan te sluiten bij een warmtenet, dan onderzoeken we met de deelnemers of dit door hen ook als wenselijk ervaren wordt. Is het aansluiten op een warmtenet niet mogelijk, dan zijn er all-electric oplossingen of collectieve warmtevoorzieningen mogelijk. De voor- en nadelen van de scenario’s voor dat gebied om van het gas af te gaan, worden met de deelnemers besproken. Blok 2. Duurzame opwek Binnen de energietransitie is een belangrijke rol weggelegd voor het verduurzamen van de opwek van energie. Deze opwek zal in ieder geval een verandering inhouden van decentrale opwek, naar een meer centrale opwek van duurzame energie. Anders gezegd: van grote energiecentrales op enkele locaties in het land, naar meer lokale energieopwek dichterbij de eigen woonomgeving. Onder andere zonnepanelen en windturbines zijn hier bekende technieken voor. Omdat de ontwikkeling naar centrale opwek ook Bronckhorst raakt, willen we de deelnemers aan een DEP betrekken bij de afwegingen en mogelijkheden rondom deze centrale opwek. Ook vinden we het belangrijk dat we onze inwoners en ondernemers uitleggen hoe zij kunnen participeren bij de opwek van duurzame energie. Participeren kan financieel zijn, maar vooral ook in de vorm van medezeggenschap in de ontwikkelfase van de opwekinstallatie(s). Blok 3. Stimuleren aanpak gebouwen In dit deel van het DEP plan beschrijven deelnemers hoe zij de inwoners en bedrijven in het DEP gebied willen stimuleren om met hun woning of gebouw aan de slag te gaan. Passend bij de (technische) mogelijkheden die uit blok 1 naar voren zijn gekomen. Blok 3 beschrijft dus alleen de aanpak. De uitvoering hiervan staat los van het DEP plan en is een activiteit op zich. Blok 4. Overige zaken die deelnemers relevant vinden Vanuit haar wettelijke taak rondom de energietransitie en daarbinnen de warmtetransitie in het bijzonder, heeft de gemeente input nodig vanuit de DEP’s. Maar deelnemers willen mogelijk graag ook over andere aspecten van de energietransitie zaken meegeven aan de gemeente. Dit kan gebundeld worden in het DEP plan. Mocht uit een aantal DEP plannen blijken dat inwoners één of meerdere thema’s zeer relevant vinden, dan kan de gemeente besluiten dit op te pakken. De inzetbaarheid van opslag van elektriciteit kan zo’n thema zijn bijvoorbeeld. Onze gedachte achter de Dorps Energie Processen is dat de afstand tussen de projectorganisatie en de inwoners klein is. Door te investeren in persoonlijk contact tussen dorpsgenoten, verwachten we een grote betrokkenheid en deelname aan activiteiten. Ook krijgen we de kansen en belemmeringen van de energietransitie beter in beeld. Persoonlijk contact kan mensen ook over de streep trekken (sociale motivatie) om toch aan de slag te gaan met de verduurzaming van de woning en dan eventueel gebruik te maken van de instrumenten, die de gemeente (deels via het Energieloket Achterhoek) organiseert, zoals “een isolatietrein”, “een ontzorgingsaanpak” of “collectieve inkoop”. Een Dorps Energie Proces is in de meeste gevallen een proces dat 3 fases kent: Fase 1: tijdspad voor begrip en verbondenheid met het proces voor een DEP bij de deelnemers en consensus over de randvoorwaarden: ca. 6 maanden Fase 2: Ideeën en kennis verzamelen, maken van planning: ca. 6 maanden Fase 3: Toewerken naar een Dorps Energie Plan (ook breder in het DEP-gebied dan alleen de kerngroep die deelneemt), vervolgafspraken met DEP maken: ca. 6 maanden Totaal neemt zo’n 1,5 jaar maximaal in beslag per DEP. Dat lijkt veel, maar er zit tijd tussen de bijeenkomsten met de deelnemers, omdat we hen ook niet willen overvragen. 9.5Reeds gemaakte bestuurlijke keuzes De Dorps Energie Processen zijn de leidende benadering van de energietransitie binnen Bronckhorst. Er zijn anno 2024 dorpsprocessen in Keppel-Eldrik, Steenderen, Vorden en Olburgen/Rha. We leggen de afspraken tussen de dorpsgemeenschap en gemeente vast in een Dorps Energie Plan. 9.6Voorgestelde bestuurlijke keuzes We organiseren en faciliteren jaarlijks 1 à 2 nieuwe Dorps Energie Processen14Dit aantal is gebaseerd op wat we organisatorisch denken te kunnen faciliteren om voor 2032 klaar te zijn. per jaar. Tot 2024 zijn de DEP’s organisch ontstaan, wat heeft geleid tot 5 DEP processen. Op deze wijze is het niet mogelijk om voor 2032 klaar te zijn. Als gemeente gaan we daarom meer regie voeren op het organiseren van de DEP’s. We onderzoeken in 2024 op welke wijze dit het meest effectief vormgegeven kan worden. Met effectief wordt nadrukkelijk niet alleen financieel bedoeld, maar de wijze waarop onze inwoners zich betrokken voelen om deel te nemen. 9.7Indicatieve tijdlijn 9.8Activiteiten, personele inzet en financiën Activiteiten realisatie afspraken Klimaatakkoord, RES 1.0 en Akkoord van Groenlo 3.0 Activiteiten Beschrijving Algemeen Projectleider (0,8 fte) Plan wijken/kernen aardgasvrij ready Hangt samen met warmtetransitie (zie hoofdstuk 6) Communicatie en producten Communicatiestrategie en communicatiemiddelen Uitvoering lopende en nieuwe DEP’s Middelen om DEP’s uit te kunnen voeren Activiteiten realisatie verdere ambities in deze Routekaart Werkzaamheden Beschrijving Duurzame opwek, stimuleren aanpak gebouwen, overige zaken, betrekken MKB Overige drie blokken uit Dorps Energie Plan, naast afspraak m.b.t. plan wijk aardgasvrij ready Financiën Jaar 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Budget spoor* € 100.200** € 143.200 € 101.200 € 81.200 € 81.200 € 81.200 € 81.200 *Exclusief inzet projectleider, deze zit begroot in vaste programmalasten. ** Tot mei 2024 is een andere begrotingsopzet gehanteerd en was de onderverdeling per spoor anders. Daardoor zijn een groot deel van de budgetten aan de post overige toegekend. Zie hiervoor hoofdstuk 11 Financiën. 10.(Regie
- op)de Randvoorwaarden 10.1Doel Het doel van regie op de randvoorwaarden is om als gemeente de energietransitie te versnellen en in een richting te sturen die duurzaam in het belang van de eigen samenleving is. De gemeente heeft een scala aan mogelijkheden, die juist door hun samenhang erg effectief kunnen zijn. 10.2Beoogde effecten Onder noemer van “randvoorwaarden” beogen we: Vooraf duidelijkheid te geven aan welke regels energieprojecten moeten voldoen. Kennis beschikbaar te stellen aan inwoners en bedrijven, zodat zij tijdig een inschatting kunnen maken over de haalbaarheid van bepaalde energieprojecten, en wij als gemeente ook bepaalde type projecten gericht kunnen promoten. Inwoners te stimuleren om maatregelen te nemen door gerichte subsidies en financieringsopties aan te bieden, aanvullend op het instrumentarium dat het Rijk beschikbaar stelt Daar waar mogelijk aanvullend beleid vast te stellen, dat ondersteunt bij het ‘afdwingen’ van een passend omgevingsproces en (mede)zeggenschap bij grootschalige duurzame energieprojecten en het borgen van lokaal eigendom Vooraf duidelijkheid te geven over de rollen die de gemeente wil vervullen in de energietransitie en met welke partners zij daarbij samenwerkt. Duidelijkheid bieden aan onze inwoners, ondernemers en organisaties over hun rol en mogelijkheden binnen de energietransitie in onze gemeente. De raad en samenleving te informeren over de voortgang van de energietransitie in Bronckhorst (monitoring). 10.3Kanttekeningen De opgave bij de energietransitie in de volle breedte (opwek, verduurzaming, verwarming, etc.) is groot. Als gemeente Bronckhorst moeten we keuzes maken in wat we hierin kunnen en willen oppakken, dan wel stimuleren. Dit wordt mede bepaald door capaciteit, urgentie en financiën, maar vooral ook door de Gemeenteraad. Deze keuzes in deze Herijkte Routekaart worden grotendeels gemaakt voor de periode tot 2030. Daarbij is het zeer waarschijnlijk dat we tussentijds te maken krijgen met nieuwe, onvoorziene ontwikkelingen. Randvoorwaarden zijn daarom geen vast gegeven, maar deze zullen, als de actualiteit daarom vraagt, herzien worden door College en Raad. 10.4Schets van het gewenste eindbeeld en proces Communicatie en participatie Zoals in het coalitieakkoord ‘Bouwen aan een dienstbaar, leefbaar en sociaal Bronckhorst’ beschreven, ontwikkelen we plannen in samenspraak met onze samenleving, waarbij we vooraf heldere kaders meegeven. We staan voor openheid en transparantie met tijdige informatie en communicatie. De stappen die we zetten in het kader van deze Routekaart communiceren we dan ook zo transparant mogelijk. We zorgen dat inwoners en stakeholders informeren over wat er speelt en wat de gevolgen zijn. Ook communiceren we tijdig waar en hoe inwoners en stakeholders mee kunnen denken en praten. Waar het kan vullen we de Routekaart samen met hen verder in. Participatie draagt bij aan meer acceptatie, het kan het vertrouwen versterken en processen versnellen. Zo bouwen we aan een dienstbaar, leefbaar en sociaal Bronckhorst. Bij energie-initiatieven stelt de gemeente hoge eisen aan initiatiefnemers, daar waar het gaat om (financiële) participatie en lokaal eigenaarschap. Met duidelijke randvoorwaarden, procedures en rollen kunnen inwoners, bedrijven en energiecoöperaties concreet aan de slag met de energieopgave. We gaan voor een (mede)zeggenschap en lokaal eigendom bij energie-initiatieven, waar inwoners van Bronckhorst aan mee kunnen doen. Gebaseerd op de vijf leidende principes uit hoofdstuk 4. We zetten ons in voor een proces dat inwoners meeneemt, inspireert en aanzet tot actie en dat het onderling vertrouwen versterkt. (bron: de Bronckhorster Participatiehandreiking, www.bronckhorst.nl/windenergie). In bijlage 2 staat een korte beschrijving van het huidige communicatie-instrumentarium. Energiecoöperaties De inzet door en samenwerking vanuit de gemeente met energiecoöperaties, is essentieel voor de energietransitie in onze gemeente. In 2024 is een verkenning gestart, op initiatief van de energiecoöperaties, voor samenwerking en verdere professionalisering tussen de coöperaties. Voor het einde van het jaar zijn de resultaten hiervan bekend. Actie door heldere informatie Om mee te kunnen doen aan de energietransitie, moeten inwoners en ondernemers weten wat ze kunnen én moeten. Ze moeten weten hoe groot de urgentie is, maar ook begrijpen hoe belangrijk hun bijdrage daarin is. Het is dan ook van groot belang dat we belemmeringen op het gebied van informatie zoveel mogelijke wegnemen. Heldere informatie over activiteiten, maar ook duidelijke instructies over maatregelen en een goede doorgeleiding naar de juiste instanties (Energieloket, subsidies) moeten klaar staan. Daar zetten we de komende tijd nog meer op in. (Aanvullend) beleid Sinds 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht. Een aspect dat bij vergunningverlening bij deze wet beoordeeld wordt, is participatie. Hoe dat eruit dient te zien, geeft de Omgevingswet niet aan. Dit biedt ruimte voor gemeenten om dit zelf vast te leggen en hieraan te toetsen bij besluitvorming over de Omgevingsvergunning. Dit betekent dat een en gemeente zo kan vastleggen hoe een participatieproces eruit dient te zien rondom grootschalige duurzame energieprojecten en hier achteraf ook aan kan toetsen. Ook kan de gemeente in beleid beschrijven hoe zij lokaal eigendom definieert en hoe dit door initiatiefnemers van grootschalige duurzame energieprojecten georganiseerd dient te worden. Zoals aangegeven in hoofdstuk 8 over grootschalige energieprojecten is de wens van de gemeenteraad dat dit in onze gemeente eind 2024 gebeurt. Onderzoek en advies Lokaal duurzaam burgerberaad Met het lokaal duurzaam burgerberaad komt er een adviesorgaan van de raad en het college. Dit adviesorgaan bestaat straks uit een groep willekeurig geselecteerde inwoners, die voor langere tijd over de belangrijke thema’s in deze routekaart advies uitbrengen aan de raad en het college, nadat ze zich voor elke vraagstuk goed hebben kunnen laten informeren. De leden van het burgerberaad vormen een afspiegeling van de samenleving en worden niet geselecteerd omdat ze een belangengroep vertegenwoordigen. Ook is hun advies niet gericht op consensus maar juist om te laten zien wat er in de breedte leeft (ook nadat iedereen dezelfde informatie heeft gekregen). Bij de besluitvorming over deze Routekaart is nog niet bekend wanneer dit burgerberaad opgezet zal zijn en welke kosten hiermee gemoeid zijn. Subsidies en instrumenten In hoofdstuk 6 over de warmtetransitie is beschreven welke financiële regelingen de gemeente anno 2024 kent rondom de warmtetransitie. Sociaal Buurtfonds Bronckhorst (werktitel) In motie 9-1 (juni 2023) heeft de raad gevraagd om een fonds waar inwoners die hun verduurzaming van de woning niet konden betalen terecht zouden kunnen. Het idee daarbij is dat dit fonds gevuld wordt vanuit een bijdrage uit grootschalige energieprojecten. We vormen een financieel fonds waarmee de gemeente zowel woningeigenaren als ondernemers kan ondersteunen die niet in staat zijn de verduurzaming zelf te betalen15Na toepassing van alle beschikbare subsidies en financieringsinstrumenten.. De funding van dit fonds komt uit de grootschalige energieprojecten. Hoe groot de bijdrage van elk project is, is afhankelijk van het rendement van het project en de positie van de gemeente in het project. We stellen voor om het Sociaal Buurtfonds te gebruiken voor die huishoudens, ondernemingen of organisaties, waar na het gebruik van de beschikbare subsidies en andere financierings-maatregelingen, het nog onevenredig duur is om de woning te verduurzamen. De beoordeling of iemand voor een fondsbijdrage in aanmerking komt is maatwerk. Regierol Gemeente Wij willen een actieve regisseur zijn in de energietransitie om te zorgen dat uiteindelijk de hele gemeenschap profiteert van het nieuwe Lokale Energiesysteem voor Bronckhorst. Dit vraagt een breder palet aan rollen dan we nu vervullen. Gedacht kan worden aan een rol als (co)ontwikkelaar, als (co)financier of als marktmeester. Dit hoeft de gemeente niet alleen te doen. Het hangt van het project en de partners af, welke rol de gemeente moet nemen om het maatschappelijk belang te dienen. Bij de ontwikkeling van het Lokaal Energiesysteem en bij grootschalige energieprojecten, waar een groot aandeel lokaal eigenaarschap wordt gevraagd, zullen we keer op keer met onze achterban en stakeholders moeten afstemmen welke rol we willen nemen, welke risico’s we daarmee willen verminderen, en welke risico’s we daardoor juist moeten accepteren. Nutsbedrijf (werktitel) Een optie die we willen onderzoeken is of we alle activiteiten die te maken hebben met het lokaal energiesysteem of zelfs nog breder de energietransitie, kunnen onderbrengen in een energiebedrijf, dat zorgt voor een integratie van alle activiteiten en zo de maatschappelijk waarde optimaliseert. Uiteraard willen we daarin samenwerken met partijen die deskundigheid en kapitaal willen inbrengen, bij voorkeur uit Bronckhorst zelf. Maar we willen ook kijken hoe inwoners van onze gemeente kunnen deelnemen, als klant, als mede-eigenaar of andere stakeholder. Belangrijk is dat we onderzoeken hoe we kunnen samenwerken met externe partijen vanuit de 5 leidende principes uit paragraaf 5.2 van deze Routekaart. 10.5Reeds gemaakte bestuurlijke keuzes (Aanvullend) beleid Bestemmingsplannen Stedelijk en Buitengebied Zonneveldenbeleid 2019 Beleidskader Windenergie 2021 Onderzoek en advies Subsidies en instrumenten Subsidieregeling energiearmoede Motie 9.1. over Sociaal Buurtfonds Motie 9.6. over extra aandacht voor collectieve maatregelen bij de verduurzaming van de woningen Rollen en instituties We nemen deel aan Energieloket Achterhoek, AGEM en AGE Monitoring Motie 9.2. over monitoring van het doel energieneutraliteit 10.6Voorgestelde bestuurlijke keuzes Regels We stellen voor het Zonneveldenbeleid 2019, wanneer dit nodig blijkt, aan te vullen met een uitzonderingsbepaling voor projecten die tot stand komen in een Dorps Energie Proces. Onderzoek en advies We onderzoeken het instellen van een lokaal duurzaam burgerberaad als blijvend adviesorgaan van de raad over de energietransitie Subsidies en instrumenten We werken een ontzorgingsaanpak en subsidieregeling uit voor de verduurzaming van woningen in het buitengebied. We werken de randvoorwaarden uit voor een (zelfstandig) financieel fonds met de werktitel Sociaal Buurt Fonds, dat met bijdragen uit de grootschalige energieprojecten zorgt dat iedereen daadwerkelijk mee kan doen aan de energietransitie. Rollen en instituties We gaan als gemeente een actieve rol spelen bij de energietransitie, het lokaal energiesysteem en de grootschalige energieprojecten. We laten onze rollen bepalen door wat er nodig is om maatschappelijke waarde te creëren conform de 5 leidende principes en van de partners waarmee we samen willen werken. Dit vraagt flexibiliteit en een goed risicomanagement, zowel risicobereidheid als risicobeheersing. Dit zullen we aan de hand van concrete voorbeelden verder uitwerken in een organisatiemodel. We onderzoeken welke organisatievorm het beste past bij de aard van de activiteiten en het gewenste risicoprofiel. (werktitel Nutsbedrijf Bronckhorst). 10.7Indicatieve tijdlijn 10.8Activiteiten, personele inzet en financiën Activiteiten realisatie afspraken Klimaatakkoord, RES 1.0 en Akkoord van Groenlo 3.0 Activiteiten Beschrijving Geen - Activiteiten realisatie verdere ambities in deze Routekaart Werkzaamheden Beschrijving Algemeen Projecteider (zit in uren programmamanager) Gemeentelijk proces rondom beleid participatie en lokaal eigendom grootschalige opwek Onderzoek en advies Onderzoek burgerberaad, Bronckhorster energiecoöperatie, rol gemeente, energiemonitor Middelen voor onderzoek Financiën Jaar 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Budget spoor* € 30.000** € 20.000 € 55.255 € 56.567 € 30.000 € - € - *Exclusief inzet projectleider/programmamanager, deze zit begroot in vaste programmalasten t/m 2025. ** Tot mei 2024 is een andere begrotingsopzet gehanteerd en was de onderverdeling per spoor anders. Daardoor zijn een groot deel van de budgetten aan de post overige toegekend. Zie hiervoor hoofdstuk 11 Financiën. 11.Financieel Inkomsten programma 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Vaste inkomsten E 10115-100 Klimaat, energietransitie € 325.528 € 325.528 € 325.528 € 325.528 € 325.528 € 325.528 € 325.528 E 10253-100 Salaris cluster Wonen & Werken 7.4 € 394.934 € 394.934 € 394.934 € 394.934 € 394.934 € 394.934 € 394.934 E 10117-101 Milieu, geluidhinder € 1.547 € 1.547 € 1.547 € 1.547 € 1.547 € 1.547 € 1.547 Structurele inkomsten Bijdragen Rijk CDOKE middelen € 689.313 € 695.509 € 700.000 € 700.000 € 700.000 € 700.000 € 700.000 Tegemoet koming provincie Energieloket € 18.140 onbekend onbekend onbekend onbekend onbekend onbekend Correctie SDE subsidie € 34.340 onbekend onbekend onbekend onbekend onbekend onbekend Totale inkomsten € 1.463.802 € 1.417.518 € 1.422.009 € 1.422.009 € 1.422.009 € 1.422.009 € 1.422.009 Vaste lasten programma algemeen 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Totale vaste lasten* € 1.163.472 € 981.281 € 1.005.191 € 1.024.432 € 1.047.759 € 1.081.673 € 1.107.180 *E 10115-103 Klimaat, klimaatadaptatie, wateroverlast en hittestress, taakveld 7.4, E 10115-100 Klimaat, energietransitie reserveren voor klimaat, E 10116-100 Zonnepanelen gemeentelijke gebouwen taakveld 7.4, E10253-100 Salaris cluster Wonen & Werken 7.4 (energie en klimaat), Programmamanagement (0,7 fte), OpMorgen, Energieloket (subsidie), Energieloket (uitvoering financiële regeling), Duurzaam Ondernemerscentrum Achterhoek, Verkenning Regiorotonde 8-rhk (2024 Q1) Totalen budget 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Totaal beschikbaar budget uitvoering energietransitie € 300.331 € 436.237 € 416.818 € 397.577 € 374.251 € 340.336 € 314.830 Variabele lasten 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Spoor warmtetransitie € 25.000 € 107.154 € 107.154 € 107.154 € 107.154 € 107.154 € 107.154 Spoor lokaal energiesysteem (€ 100.000 onderdeel van vaste lasten Q1) € - € - € - € - € - € - Spoor grootschalige energieprojecten € 9.800 € 59.796 € 61.961 € 83.467 € 85.018 € 76.613 € 78.255 Spoor Dorps Energie Processen € 100.200 € 143.200 € 101.200 € 81.200 € 81.200 € 81.200 € 81.200 Spoor Randvoorwaarden € 30.000 € 20.000 € 55.255 € 56.567 € 30.000 € - € - Overige lasten € 119.570 € 56.746 € 56.793 € 33.842 € 33.893 € 33.946 € 34.001 Onvoorzien/reserve 14.229 € 38.690 € 38.236 € 36.223 € 33.726 € 29.891 € 30.061 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Totalen budget € 1.532 € 10.652 € - 3.781 € - 877 € 3.259 € 11.531 € - 15.841 12.Doelen en monitoring Het belangrijkste middel in de energietransitie om de doelen te behalen, is het afbouwen van het gebruik van fossiele brandstoffen en daarmee de uitstoot van CO2 terugdringen. Daarmee is dit ook het belangrijkste doel van deze Herijkte Routekaart. Monitoring op de voortgang hiervan in de gemeente Bronckhorst is daarom belangrijk en wordt hieronder beschreven. Daarnaast monitoren we de voortgang per spoor in de Herijkte Routekaart. Ook dat wordt hieronder beschreven. Bij het spoor van grootschalige energieprojecten, geven we in deze monitor de totale hoeveelheid opgewekte duurzame energie weer, dit is dus inclusief kleinere opwerkinstallaties zoals zon op dak, maar ook hernieuwbare warmte en energie benodigd voor vervoer. Als bron voor monitoring gebruiken we bij veel onderwerpen de Klimaatmonitor. Deze word jaarlijks geupdate door RVO. Actuelere gegevens dan over 2022 zijn in 2024 nog niet beschikbaar. Deze lopen altijd achter, omdat RVO de cijfers moet berekenen en produceren. Jaarlijks ontvangen College en Raad de update over de voortgang, zodra deze in de Klimaatmonitor zijn geactualiseerd. 12.1CO2 reductie Bron: https://klimaatmonitor.databank.nl/dashboard/dashboard/co2-uitstoot In onderstaande tabellen en grafieken is de voortgang weergegeven vanaf basisjaar 2015 tot en met 2022. Het gaat hierbij om de CO2 reductie in kiloton (KT). Maar deze cijfers geven wel een goed beeld van de voortgang van de energietransitie in Bronckhorst en de nog te behalen doelen. Omwille van de leesbaarheid zijn de jaren 2016 – 2019 in de tabellen er tussenuit gelaten. Figuur 6: CO2 uitstoot sectoren in Bronckhorst in Kiloton per jaar Figuur 7: CO2 uitstoot sectoren in Bronckhorst in Kiloton per jaar 12.2Spoor warmtetransitie Doelen uit de Transitievisie Warmte* * De Transitievisie warmte dient uiterlijk in 2026 te zijn omgezet in een warmteprogramma. Het is hierin mogelijk om de doelen aan te scherpen en beter meetbaar te maken. Doelen Akkoord van Groenlo 3.0 en RES 1.0 Doelen die voortkomen uit het Akkoord van Groenlo : Bij huishoudens een afname van het gebruik van aardgas in 2030 van 236 TeraJoule. In 2022 was dit 769 TeraJoule en dient in 2030 533 TeraJoule te worden; Afname van het gebruik van aardgas bij overige gebouwen (geen huishoudens) in 2030 van 21 TerraJoule. In 2022 was dit 145 TeraJoule en dient in 2030 124 TeraJoule te worden. 12.3Spoor lokaal energiesysteem Dit spoor bestaat uit één project: de Regiorotonde – 8hrk. Dit is een separaat project, waarvan de monitoring ook binnen dit project plaatsvindt en niet gebeurt bij de monitoring van de Herijkte Routekaart. 12.4Spoor grootschalige energieprojecten Binnen RES 1.0 heeft Bronckhorst zich heeft gecommitteerd aan een grootschalige opwek van 0,054TWh. Dit is nog niet gerealiseerd in Bronckhorst. Wel is er een groei van de opwek van duurzame energie aan te geven. Bron: https://klimaatmonitor.databank.nl/dashboard/dashboard/hernieuwbare-energie * Aardwarmte, afvalverbranding, biogas, bodemenergie (WKO/WP) ** Bijdrage grootschalige opwek duurzame energie Bronckhorst binnen RES 1.0 2030: 0,054 TWh (194,4 TJ) dient nog te worden toegevoegd. Verdere afspraken richting 2050 worden in RES verband gemaakt. Figuur 8: Opwek energie naar toepassing in TeraJoule Figuur 9: Opwek energie naar toepassing in TJ 12.5Spoor Dorps Energie Processen 12.6Spoor randvoorwaarden Dit spoor kan pas worden gemonitord na vaststelling van de Herijkte Routekaart. Wel staan onderdelen van spoor randvoorwaarden op de bestuurlijke planning voor eind dit jaar (lokaal eigendom en participatie bij grootschalige opwek). Aldus besloten door de raad van de gemeente Bronckhorst in zijn openbare vergadering van 11 juli 2024,de griffier,M. Veenbergende voorzitter,M.A.J. van der Tas Bijlage 1 -Eerdere besluiten over de energietransitie De afgelopen jaren is de energietransitie meerdere keren behandeld in de gemeenteraad. Er waren verschillende aanleidingen voor de besluitvorming, waaronder Routekaart, Regionale Energie Strategie Achterhoek, Akkoord van Groenlo, Omgevingsvisie en Transitievisie Warmte. In deze bijlage vindt u een beknopt overzicht van de genomen beslissingen en de relevante moties. Daarboven hangt het landelijke Klimaatakkoord. 2019 - Klimaatakkoord Naar aanleiding van het klimaatakkoord van Parijs heeft Nederland, net als alle lidstaten van de Europese Unie, afgesproken om in het jaar 2030 minimaal 49% minder broeikasgassen uit te stoten dan in 1990. In 2019 is vervolgens het nationale Klimaatakkoord door meer dan 100 partijen ondertekend, waaronder de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), namens alle Nederlandse gemeenten. In het Klimaatakkoord staan de maatregelen en middelen waarmee Nederland de uitstoot van broeikasgassen wil terugdringen. Hieraan leveren vijf sectoren een bijdrage: elektriciteit, industrie, gebouwde omgeving, mobiliteit en landbouw en landgebruik. Deze nationale klimaatdoelen zijn vastgelegd in de Klimaatwet. Het kabinet werkt aan een voorstel voor wijziging van de Klimaatwet, waarmee de doelen voor 2030 en 2050 worden aangescherpt en strijdigheid met de Europese klimaatwet wordt voorkomen. Het doel van 95% reductie in 2050 wordt aangescherpt tot een verplichting voor Nederland om in 2050 de netto-uitstoot van broeikasgassen tot nul te reduceren. Het streefdoel van 49% reductie broeikasgas is later, na aangepaste Europese afspraken, vervangen door een streefdoel van ten minste 55% reductie in 2030. 2019 - Verrijkte Routekaart Energieneutraal Bronckhorst 2030 De voorganger van de Herijkte Routekaart is de Verrijkte Routekaart. Bij de behandeling van de Verrijkte Routekaart in de Raad is het voorstel geamendeerd. In het geamendeerde raadsvoorstel is duidelijk welke accenten de gemeenteraad in 2019 gelegd heeft: De Verrijkte Routekaart Energieneutraal Bronckhorst 2030 gewijzigd vast te stellen door op pagina 11 bij het kopje Wind toe te voegen: “tot het eerste ijkpunt zal de gemeente de beleidsregels en de kaders voor grote windmolens vanaf 25 meter opschorten tot 2022”. De Bronckhorster ruimtelijke afweging vast te stellen. De beleidsregels en –kaders ten aanzien van onder andere gezondheid, afstand, geluidsnormen door de raad te laten vaststellen. 2021 – Beleidskader windenenergie In het – geamendeerde – voorstel voor een beleidskader windenergie heeft de gemeenteraad besloten: Het Bronckhorster beleidskader voor windenergie vast te stellen. Hiermee wordt invulling gegeven aan punt drie van het aangenomen amendement, waarbij het bestaande uitstel van medewerking aan initiatieven voor windmolens tot 2022 van kracht blijft. Alleen het gebied Eldrik aan te wijzen als eventueel, toekomstig potentiegebied voor windenergie. Alle andere gebieden in Bronckhorst uit sluiten en voor deze gebieden de voorwaarden van 25 meter hoogte, zoals vastgelegd in het bestemmingsplan landelijk gebied, te hanteren. Toe te voegen aan hoofdstuk 2, eerste alinea, van het bij het besluit behorende Beleidskader Windenergie”: De gemeente stelt alles in het werk om zo snel mogelijk 100% van de geschikte daken in Bronckhorst van zonnepanelen te voorzien. Toe te voegen aan hoofdstuk 2 van het voorstel “Beleidskader Windenergie”: Dat de gemeente alles in het werk stelt om de capaciteit van het elektrisch netwerk op de vereiste omvang te krijgen, zodat ook alle huizen en bedrijven hun eigen energie kunnen opwekken. Hiertoe in overleg gaan met Agem, de regio Achterhoek, provinciale en landelijke overheid, Liander, zon-op-dak-aanbieders en andere experts. Tot een plan te komen om de aanpassing van het netwerk zo snel mogelijk te realiseren. Tot een plan/voorstel te komen om zo snel mogelijk 100% van de geschikte daken in Bronckhorst van zonnepanelen te voorzien. Dit als onderdeel van de besluitvorming. Deze plannen z.s.m., bij de behandeling van de RES een eerste aanzet te doen toekomen en bij de begrotingsbehandeling een uitgebreider voorstel te doen toekomen. Bij een voorstel voor grootschalige energieopwekking te onderbouwen of er voldoende uitvoering is gegeven aan dit amendement/beleid. Medewerking aan initiatieven van windmolens minimaal op te schorten naar 1 januari 2024 en daarna jaarlijks een meetpunt in te bouwen om te bepalen in hoeverre energietransitie is gevorderd en vanaf wanneer aanvullende initiatieven van windenergie in behandeling worden genomen. 2021 – Regionale Energie Strategie Regio Achterhoek (RES 1.0) Bij de behandeling van de Regionale Energie Strategie (RES 1.0) heeft de Raad het volgende besloten: Een bijdrage te leveren aan het Achterhoekse RES-bod van 1,35 TWh tot 2030. Ten behoeve van deze bijdrage: Het college opdracht te geven om met de RES-partners een plan van aanpak voor zon op dak ook regionaal uit te werken; Rekening te houden met het gebied Eldrik als enige mogelijke locatie voor windmolens en een toekomsti