Uitvoering- en Handhavingsstrategie Hollands Kroon 2024-2028Inleiding Waarom dit beleid? Voor u ligt het Vergunningen-, Toezicht- en Handhavings- (VTH) beleid 2024-2028. Dit beleid is de opvolger van het VTH-beleid 2023, welke tevens de uitvoering van 2023 betrof. Met dit beleid borduren we verder op het VTH-beleid van 2023, maar geven we uitvoering aan de aanbevelingen van de Provincie en sluiten ook aan bij de ambities van de Raad zoals verwoord in de begroting 2024-2027. Dit beleidsplan geeft invulling aan onze wettelijke plicht om een beleidsplan op te stellen en aan onze wens om de uitvoering van vergunningverlening, het houden van toezicht en het handhaven van de regelgeving concreet vorm te geven op zowel strategisch als operationeel niveau. Zo wordt de basis gelegd voor de integrale uitvoering van de wettelijke taken op het gebied van het omgevingsrecht. Leeswijzer Kort samengevat gaat het bij de U&A-strategie om: 1. Omgevingsanalyse en Ontwikkeling Ten behoeve van de prioriteiten en doelen voor de komende beleidsperiode beschrijven we in dit hoofdstuk: Omgevingsanalyse. Ontwikkelingen. Analyse van inzichten. 2. Missie, visie en doelstellingen In dit hoofdstuk beschrijven we de missie en visie die richting gevend zijn voor de strategie op het gebied van VTH voor deze beleidsperiode. Met de ambities en (hoofd)doelstellingen geven we richting aan het programma voor de komende beleidsperiode. Hiertoe wordt een apart Uitvoeringsprogramma opgesteld waar we jaarlijkse acties toewijzen om de ambities en doelen te behalen 3. Strategieën en werkwijzen In dit hoofdstuk zijn de uitvoeringsstrategieën op hoofdlijnen beschreven die de basis zijn voor de uitvoering. 4. Voorbereiding, monitoring en verslaglegging In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van werkwijzen en processen weer, waarvan in de bijlage een gedetailleerde uitwerking te vinden is. Hoe we monitoren en dit onder andere jaarlijks verwerken in onze verslaglegging 5. Borging Dit doen we aan de hand van een uitvoeringsprogramma. In het uitvoeringsprogramma maken we de koppeling tussen de financiële en personele middelen en de uitvoering. We monitoren de geplande activiteiten en de daaraan gekoppelde doelen uit het uitvoeringsprogramma. 6. Evaluatie Hier beschrijven we op welke manier we de evaluatie van het uitvoeringsprogramma en beleid uitvoeren. 1.Omgevingsanalyse & Ontwikkelingen De Omgevingsanalyse richt op de fysieke leefomgeving waarbinnen VTH werkzaam is. Het beschrijft relevante trends, gebeurtenissen en transities die een invloed hebben op de VTH-werkzaamheden in de komende beleidsperiode. In de Omgevingsanalyse geven we een korte toelichting op de strategie en ambities voor het fysieke domein. Dit doen we aan de hand van de Omgevingsvisie Hollands Kroon. Bij Ontwikkelingen blikken we terug én kijken we vooruit naar de ontwikkelingen op de VTH- organisatie. Dat werken we weer verder uit in de consequenties voor de VTH-werkzaamheden in de analyse van inzichten. 1.1Omgevingsanalyse 1.1.1. De gemeente Hollands Kroon Hollands Kroon is een grote plattelandsgemeente in de Kop van Noord-Holland met een heleboel dorpen en buurtschappen. De grootste dorpen zijn Anna Paulowna, Hippolytushoef, Winkel/Nieuwe Niedorp en Wieringerwerf. De gemeente bestaat uit een aantal heel verschillende gebieden: de polders van Anna Paulowna, Wieringerwaard en Wieringermeer, het voormalige Waddeneiland Wieringen en een deel van de gemeente valt binnen de Westfriese omringdijk. Hollands Kroon grenst aan De Waddenzee en het IJsselmeer. Naast het vele water, de dijken en de polders zijn het agrarische land en de lintbebouwing kenmerkend voor het gebied. De gemeente heeft ca. 50.000 inwoners waarvan ca. 21.000 huishoudens. 1.1.2. De omgevingsvisie Hollands Kroon De omgevingsvisie is een belangrijk document voor de toekomst van Hollands Kroon. Het is de leidraad voor de fysieke leefomgeving. Het beschrijft de kwaliteiten van de gemeente die we willen beschermen, hoe we de gemeente in de toekomst zien en hoe we daaraan gaan werken. Ook geeft het aan hoe we een gezonde leefomgeving creëren, waarin inwoners worden uitgenodigd tot gezond gedrag en beschermd tegen negatieve omgevingsinvloeden. We geven een doorkijk naar 2040. De onderwerpen die worden besproken in de omgevingsvisie gaan over alles in de openbare ruimte. Denk aan natuur, water, landbouw, mobiliteit, bedrijvigheid, wonen, mogelijkheden om te ontmoeten en bewegen etc. Deze onderwerpen benaderen we dan ook in samenhang met elkaar. Deze visie is een kompas dat ons de weg wijst in wie we zijn, waar we voor staan en hoe we onze toekomst willen vormgeven. In 2016 heeft de gemeenteraad de ‘Omgevingsvisie Hollands Kroon 2040’ vastgesteld. De wereld heeft de afgelopen jaren niet stilgestaan. Er komt veel op onze gemeente af. In 2016 bevonden we ons in een andere tijd dan nu. Sommige van de ambities die we toen koesterden, zijn nog steeds relevant, terwijl andere zijn veranderd. We houden vast aan het idee dat “Hollands Kroon een agrarische gemeente is”, maar we moeten wel zorgvuldig met onze ruimte omgaan en daarom keuzes maken. De ontwikkelingen hebben invloed op de keuzes die gemaakt worden en leiden tot een aanpassing van de omgevingsvisie. Op dit moment werken we aan een actualisatie van de omgevingsvisie. Ons streven is om de nieuwe geactualiseerde omgevingsvisie in Q1 2025 vast te stellen. Koers Omdat we nog werken aan de nieuwe omgevingsvisie en deze nog niet is vastgesteld door de gemeenteraad, kunnen we nog geen exacte uitspraken doen over de inhoud hiervan. Wel kunnen we in grote lijnen een aantal uitgangspunten toelichten die centraal staan bij de nieuwe omgevingsvisie. Veel (grootschalige) ontwikkelingen dienen zich aan, allemaal vragen ze ruimte in de gemeente. Hoewel het soms lijkt alsof onze ruimte oneindig is, moeten we beseffen dat dit niet het geval is en ruimte dus kostbaar is. We hebben niet de ruimte om elke ontwikkeling zomaar te omarmen. We moeten zorgvuldige afwegingen maken over welke ontwikkelingen we verwelkomen. In het coalitieakkoord 2022 – 2026 Samen bouwen aan vertrouwen staat dat deze (grootschalige) ontwikkelingen mogelijk een vliegwiel zijn voor de brede welvaart van onze inwoners. Vanuit dit perspectief benaderen we dan ook nieuwe ontwikkelingen. We kijken dan niet alleen naar de economische effecten, maar ook naar wat deze ontwikkelingen bijdragen aan de samenleving. We stellen onszelf de vraag: "Hoe draagt een ontwikkeling bij aan het welzijn, nu en in de toekomst?" We willen dat deze projecten niet alleen winst opleveren voor enkelen, maar ook iets positiefs brengen voor iedereen in Hollands Kroon. In de nieuwe omgevingsvisie worden drie overkoepelende ambities verder uitgewerkt, namelijk: De omgeving is de basis voor het welzijn van onze inwoners Agrarische hoofdstad van de toekomst Hollands Kroon is écht te beleven! 1.2Ontwikkelingen 1.2.1 Terugblik op 2023 We kijken terug naar 2023 opdat we in 2024 weer verder kunnen ontwikkelen en bijstellen waar nodig. Dit doen we door te kijken naar het VTH-beleid van 2023. Uitgangspunt hierbij is de evaluatie van de Provincie, maar ook onze eigen analyses op de gestelde ambities en doelen van 2023. Bij laatste gaat het niet hetgeen in het jaarverslag 2023 is vastgelegd, maar om de ambities en daarbij behorende doelen die in 2023 zijn afgerond en als zodanig geen onderdeel meer vormen van dit VTH-beleidsplan. Een deel van de ambities uit 2023 speelt in de 2024-2028 geen prominente rol meer en is als zodanig onderdeel van onze werkzaamheden geworden als het naarmate is geïntegreerd en minimale capaciteit vraagt, maar het kan ook dat een ambitie en bijbehorend doel is afgerond. Huisvesting Oekraïners In 2022 en 2023 was de huisvesting van Oekraïners een belangrijke taak. Regionaal werd het ambitieniveau bepaald wat betreft quotum. De (bijgestelde) doelen die hieruit voortvloei(d)en zijn grotendeels behaald. Het gaat her en der nog om het huisvesten. Dit is dermate miniem dat dit naast de reguliere werkzaamheden gedaan kan worden en voor 2024-2028 niet langer als ambitie en bijhorende doelen wordt opgenomen. Evenementen In de voorgaande VTH-beleid stukken is gesproken over de ambitie veilig evenementen, maar ook het faciliteren. Voor 2024-2028 heeft er een verschuiving in ambitie plaatsgevonden en wel omdat de komst van de Omgevingswet dit vraagt, maar ook omdat we nauwelijks nieuwe evenementen hebben en extra vooroverleggen en/of evaluaties minder capaciteit vragen. In hoofdstuk 2 leest u hier meer over. Woningbouwopgave Gebleken is dat de ambities Woningbouwopgave veel impact heeft. Er komt dan ook een apart uitvoeringsprogramma voor waar in 2024 aan gewerkt wordt. Aankomende jaren zullen we de vertaling en uitvoering hiervan terugzien in het VTH-beleid en de bijbehorende uitvoeringsprogramma’s BAG In 2023 hebben we een nieuwe werkwijze voor de BAG-registraties opgesteld. Deze is geëvalueerd en aangescherpt. De werkzaamheden die hieruit voortvloeien zijn dermate miniem dat ze onderdeel van dagelijkse werkzaamheden zijn. Evaluatie Provincie (IBT) Het IBT heeft het VTH-beleid van de gemeente Hollands Kroon geëvalueerd en heeft een aantal aandachtspunten meegegeven: Hollands Kroon heeft geen strategisch en operationeel beleid vastgesteld met daarnaast een uitvoeringsprogramma, maar een hybride plan met looptijd van 1 jaar. Voor 2024 moeten we daarom concreet: Meerjarige Uitvoerings- en Handhavingsstrategie (2024-2028) gebaseerd op een analyse van problemen die zich op gebied van VTH in Hollands Kroon voordoen; Een beschrijving van de methode om te bepalen of de doelen zijn bereikt; welke criteria gehanteerd worden ter de beoordeling van meldingen en vergunningaanvragen en de werkwijze van verlenen van vergunningen; Ten behoeve van de handhavingsstrategie dient het beleidsdocument aan te geven welke afspraken er zijn gemaakt met medeoverheden (inclusief omgevingsdienst en veiligheidsregio) en welke met het Openbaar Ministerie met betrekking tot strafrechtelijke vervolging Inzicht bieden in de wijze waarop naleving van wetgeving handhaaft Welke financiële en personele middelen u voor zowel de beschreven uitvoerings- als handhavingswerkzaamheden nodig heeft om de doelen te bereiken. Deze aandachtspunten zijn meegenomen in de opmaak van dit Meerjarige Uitvoerings- en Handhavingsstrategie o.a in hoofdstuk 2 en de bijlagen waar processen, strategieën en procedures beschreven worden. Maar ook in het Uitvoeringsprogrammma 2024 1.2.2. Een blik naar de toekomst We stellen onze ambities en bijhorende doelen voor 2024-2028 vast aan de hand van een aantal leidende documenten, maar kijken hierbij ook naar maatschappelijk ontwikkelingen en mogelijke trends. Kader stellende documenten 1.2.2.1 Kadernota 2024 en Begroting 2024-2027 Het college heeft de ambitie om zoveel mogelijk van wat er in het coalitieakkoord is voorgenomen te realiseren. We gaan door op de ingeslagen weg, maar met scherp oog op potentiële risico’s. Daarbij gaan ontwikkelingen niet altijd gepaard met financiële effecten. Zo gaat onze ambitie om dichter bij onze inwoners te staan niet altijd over euro’s maar over inzet en gedrag. Met het inspiratiekader van Brede Welvaart als een van onze uitgangspunten, kunnen we alles wat voor onze inwoners van waarde is goed in kaart brengen. Met als doel betere plannen maken, meer ruimte voor participatie en een duurzaam herstel van vertrouwen tussen overheid en inwoners. Hierin proberen we zo transparant mogelijk te opereren. 1.2.2.2 Kadernota Veiligheid In Q2 2024 zal de nieuwe kadernota veiligheid door de Raad worden vastgesteld. Deze kadernota vormt het beleidskader voor de integrale veiligheid binnen de gemeente Hollands Kroon. Op hoofdlijnen worden de doelen voor de komende drie jaar gepresenteerd. De manier waarop we deze doelen willen bereiken, wordt weergegeven in het uitvoeringsplan. Hierin werken we de maatregelen en doelstellingen binnen de veiligheidsthema’s uit en maken deze meetbaar. In de kadernota zijn drie prioriteiten benoemd. Dat zijn ondermijning; zorg en veiligheid en digitale veiligheid. Door onze focus op deze drie onderwerpen te leggen zijn we in staat een stap vooruit te doen en onze inwoners te beschermen tegen de bedreigingen en schadelijke effecten van deze onderwerpen. 1.2.2.3 Woonvisie De woonvisie welk in maart 2024 voorgesteld wordt aan de Raad geeft een ambitieuze kijk op de bouw van 3.200 woningen voor de leefbaarheid van de dorpen, waarin balans centraal staat. Het is een gezamenlijke opgave van de Rijksoverheid, provincie, corporaties, ontwikkelaars en onze inwoners. Een groep met slagkracht. In het verlengde van het coalitieakkoord wordt met de woonvisie gestreefd naar behoud en versterking van de leefbaarheid en vitaliteit van alle kernen: ‘Dát is het vergezicht: ook in de nabije toekomst is het in alle dorpen prettig en betaalbaar wonen; daar zetten we met ons (woon)beleid op in. En: we richten ons op de huidige inwoners, maar verwelkomen daarnaast ook instromers.” Beide uitgangspunten hebben consequenties voor inhoud en instrumentatie van het woon- en grondbeleid, in het bijzonder voor het woningbouwbeleid. De woonvisie wordt gebruikt als basis voor het sturen op een woningbouwprogramma dat voorziet in voldoende en vooral betaalbare woningen. De woonvisie is gestructureerd langs vier inhoudelijke lijnen: beschikbaarheid van woningen; betaalbaarheid duurzame kwaliteit; wonen, welzijn en zorg. 1.2.2.4 Organisatievisie: Met open houding in de samenleving De Visie kenmerkt zich door een aantal speerpunten wat dagelijks in de werkzaamheden uitgedragen wordt: Wij zijn er voor onze inwoners, ondernemers en instellingen Wij denken in mogelijkheden Onze blik is naar buiten gericht Wij werken zelf organiserend Wij zijn nooit uitgeleerd Wij tonen eigenaarschap Trends en Ontwikkelingen 1.2.2.5. Juridische ontwikkelingen De Omgevingswet en de Wkb vragen blijvend aandacht. Deze twee wetten stellen de gemeente nog steeds voor uitdagingen op het gebied van de werkprocessen, een andere manier van werken en financiën. Hoe het de aankomende jaren verder ontwikkeld, is koffiedik kijken. Wat we wel weten is dat het de nodige extra aandacht en daarmee capaciteit vraagt en dat we slim moeten gaan werken om werkdruk aan te kunnen. De Woo is nieuw en we zien het aantal verzoeken toenemen en daarmee ook werk. 1.2.2.6 Maatschappelijke ontwikkelingen Door een reeks ingrijpende maatschappelijke ontwikkelingen waar wij als gemeente mee te maken krijgen, zoals de polarisering en de zelfredzaamheid van burgers, klimaatverandering en klimaatadaptatie, de stikstofproblematiek en de woningbouwopgave worden de VTH-werkzaamheden complexer en wellicht daarmee ook belangrijker. Bijzondere aandacht verdienen hierbij de huisvesting van (arbeids)migranten en de aanpak van ondermijnende criminaliteit, maar ook de woningbouwopgave waartoe een apart programma wordt opgezet. 1.2.2.7. Organisatorische ontwikkelingen Ontwikkeling staat in onze organisatie centraal. Door ons te ontwikkelen, zijn wij in staat om als professionals vanuit de organisatievisie ‘Met open houding midden in de samenleving’ te werken. Zo zorgen wij samen met de gemeenschap voor een bloeiende en veerkrachtige gemeente die klaar staat voor de opgaven van de toekomst. Nieuw hierbij is dat we van een zelfsturende organisatie naar een zelforganiserende organisatie gaan. Bij zelf organiseren worden de opgaven en doelen vertaald naar Resultaat Gerichte Afspraken (RGA'
- s)op team- en individueel niveau. Dit wordt samen met een programmaregisseur gedaan. Het teamdoel staat vast, maar binnen de afgesproken regels wordt bepaald, hoe de resultaten moeten worden behaald. Bij zelforganisatie is er veel vrijheid om zelf te organiseren, maar steeds met het gezamenlijke doel als leidraad. Vanuit de vooraf gemaakte RGA's over de te behalen doelen (begroting) wordt georganiseerd hoe dit te realiseren. Een nieuwe manier van werken waarbij de RGA’s tevens voor voortgang en monitoring zorgen en doelen en resultaten beter geborgd worden. 1.3 Analyse van inzichten De maatschappelijk ontwikkeling zijn in diverse kadernota’s onderdeel geweest en vormen daarmee ook voor het VTH-beleid en de uit voering daarvan een onderdeel. De hiervoor benoemde kaderstellende documenten vormen hiermee een onderdeel van de analyses van inzichten en daarmee ook de prioritering van ambities naast reguliere werkzaamheden. In deze paragraaf richten we ons daarom alleen nog specifiek op de te verwachten ontwikkelen die direct invloed hebben op de reguliere VTH-werkzaamheden. 1.3.1 Omgevingswet De impact van de Omgevingswet voor de VTH-werkzaamheden is onder andere: Bijna alle vergunningprocedures in 8 weken. Het omgevingsplan, maar ook de vergunningverlening vraagt participatie en afweging bij de planvorming. In sommige gevallen is participatie zelfs verplicht Meer maatwerk daarbij vergen besluiten een goede afweging en onderbouwing. Bredere integrale afweging en integrale afhandeling van proces. Gedrag en cultuurverandering. Transparantie van informatievoorziening, omdat alle digitale informatie op één plek te vinden is. Het juridisch instrumentarium voor toezicht en handhaving blijft nagenoeg hetzelfde. De Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO). Deze veranderingen vragen zowel aanpassingen in proces, beleid en competenties. Daarnaast introduceert de Omgevingswet een aantal kerninstrumenten. De exacte invulling en consequenties van deze instrumenten worden de komende jaren duidelijk en dan krijgt VTH een nadrukkelijke rol in de monitoring en evaluatie hiervan, zodat uitvoering, visie- en planvorming met elkaar in gesprek zijn om de kerninstrumenten op een passende manier in te zetten. 1.3.2 Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Het doel van de Wkb is het verbeteren van de kwaliteitsborging voor het bouwen en het versterken van de positie van de bouwconsument. In de praktijk zal dit betekenen dat het toetsen van bouwplannen en het toezicht houden tijdens bouwprojecten in veel gevallen door een marktpartij wordt uitgevoerd. Hierdoor vallen er op termijn werkzaamheden weg bij de gemeente. De Wkb wordt gefaseerd ingevoerd en alle vergunningen die voor inwerkingtreding van de Omgevingswet worden aangevraagd en verleend blijven onder het regime van de gemeente vallen. Uiteraard betekent de Wkb niet alleen het verdwijnen van taken, maar komen er ook nieuwe (administratieve) taken bij. Daarnaast komen we met dit VTH-beleidsplan in een overgangsfase terecht, waarbij er nog zaken zullen lopen die getoetst moeten worden aan oude wetgeving. Ook kan de Omgevingswet zorgen voor nieuwe vergunningplichten en de toename van zorgplichten waar VTH op moet toezien. Daarnaast zal VTH, in het kader van de beleidscyclus, een nadrukkelijkere rol krijgen bij het opstellen van regels. 1.3.3. Impact organisatorische ontwikkelingen Doordat we van een zelfsturend naar zelforganiserende organisatie gaan zal dit een nieuwe manier van samenwerken meebrengen maar ook registreren van onze werkzaamheden, doelen en ambities per team. Hoewel dit in het begin wennen zal zijn en daardoor ook extra tijd vragen zal het op de termijn bijdragen aan een betere borging en daarmee ook monitoring van doelen 2.Strategisch beleid: visie, ambities en doelen 2.1Visie en Missie Een fysiek veilige gezonde en duurzame leefomgeving is het primaat. Een integrale benadering van maatschappelijk opgaven, vraag- en risico gestuurd werken zijn hierbij het uitgangspunt. Naleving van wet- en regelgeving gaan hierbij hand in hand. De beschikbare capaciteit en middelen wordt gericht ingezet op prioriteiten en aandachtsgebieden. Omdat er steeds grotere maatschappelijk opgaven op ons afkomen die een integrale benadering vragen, sluiten wij ons VTH-beleid hierop aan. We kijken hierbij niet alleen naar onze wettelijke taken, maar ook naar hoe we hierop tijdig kunnen anticiperen. Ambities worden geprioriteerd opdat we optimale inzet van de vergunningverleners, toezichthouders en handhavers hebben. Wij werken hierbij samen met inwoners en bedrijven en vragen hun bij te dragen in de realisatie van de gewenste leefomgeving. Samenwerken met ketenpartners als de Provincie Omgevingsdienst Noord-Holland Noord (ODNHN), Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst (GGD), de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord (VRNHN), Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) en de politie is hierbij het uitgangspunt. In 2022 hebben we pro-actief een start gemaakt de ambities te vertalen naar doelen en uitvoerbaarheid. We hebben hard gewerkt aan strategisch beleid en de uitvoering hiervan in 2023. Dit alles is verwoord in het VTH-beleid 2023. Een goede start, maar die mede gezien de aanbevelingen van de provincie, en het feit dat College nu ruim een jaar zit, we de strategische ambities voor meer jaren gaan vastleggen. We kijken hierbij naar de haalbaarheid (financiën middelen) maar leggen per jaar ook vast in een uitvoeringsnota wat onze doelen per jaar worden opdat ambities behaald worden naast de wettelijke basistaken dat ons reguliere werk vormt. 2.2 Ambities en doelen In onderstaand overzicht zijn alle ambities die betrekking hebben op het VTH-domein uiteengezet. Bestaande ambities van 2023 zijn het uitgangspunt, tenzij reeds volbracht, en ambities die voortvloeien uit de eerdergenoemde kader stellende documenten. Ook de langlopende (thematische) projecten en/of programma’s die onderdeel (gaan) uitmaken van het reguliere werk worden beschreven. Als laatste worden de werkzaamheden op grond van de wettelijke taken beschreven. Ambitie: Bedrijvigheid De bedrijvigheid moet zo goed als mogelijk worden ingepast in de omgeving waarin het plaatsvindt. Invulling geven aan voldoende geschikte duurzame werklocaties voor de lokale ondernemers Toelichting De bedrijvigheid in Hollands Kroon draagt vooral bij aan de lokale economie en het lokale welzijn van de inwoners. We zien het MKB en lokale ondernemers als de verbindende factor van grotere en kleinere dorpen. Bedrijvigheid in de lokale speerpuntsectoren agro energie en maritiem voorzien in groot deel van de werkgelegenheid en identiteit regio Doel: We onderzoeken een systematiek waarbij het in de toekomst wellicht mogelijk is om bedrijven te verplicht om bij (her-) ontwikkelingen een financiële bijdrage te leveren aan herstructurering of landschappelijke inpassing. We onderzoeken locaties om lokale ondernemers te faciliteren in hun ruimtebehoefte en doorontwikkeling We hanteren zowel berde welvaart als een landschappelijk inpassings-kader bij nieuwe ontwikkelingen We creëren randvoorwaarden om lokale ondernemers, die cruciaal zijn voor de leefbaarheid in de dorpen, te behouden en de aantrekkelijkheid van lokale winkelcentra te vergroten. Met partners onderzoeken we hoe we het beste natuur-inclusieve en circulaire landbouw kunnen realiseren. Bijvoorbeeld door het initiëren van pilots. We verkennen gemeentebreed de ontwikkelmogelijkheden voor recreatie en toerisme op land, aan de kust en op het water. Ambitie: Duurzaamheid: In Hollands Kroon werken wij aan een groene toekomst. Dat doen we samen met woningcorporaties, bedrijven én inwoners. We besparen energie, schakelen over op groene stroom en warmte, recyclen steeds meer en vangen water op. Toelichting Hollands Kroon probeert ondernemers en inwoners maar ook bijvoorbeeld buurthuizen en scholen zoveel mogelijk te bereiken en stimuleren om verduurzamingsmaatregelen te nemen. Van isoleren, tot recyclen van bouwmaterialen. Voor het VTH-domein is dit met name merkbaar bij omgevingsvergunningen die vereist zijn voor zonnepanelen (bijv. monumentale panden) en windenergie en verduurzaming woningen. Maar de impact als zodanig is niet merkbaar in de dagelijkse werkzaamheden binnen het VTH-domein. Doel: Stimuleren verduurzaming Toetsing volgens de wettelijke normen, maar er worden geen hogere normen afgedwongen Ambitie Een beleidskader opstellen voor kleine windmolens Toelichting De gemeenteraad heeft het college de opdracht gegeven om een beleidskader voor kleine windmolens op te stellen voor de gemeente Hollands Kroon. Als deze is vastgesteld moet een aanvraag worden getoetst aan dit beleid, vanuit de afdeling vergunningen. Doel Duidelijke regels voor het plaatsen van kleine windmolens op agrarisch- en bedrijfsbouwvlak in het buitengebied. Ambitie: Arbeidsmigranten Voldoende en kwalitatief goede huisvesting arbeidsmigranten, waarbij rekening wordt gehouden met een veilig en gezond leef- en verblijfsklimaat in de omgeving. Toelichting Het bestaande beleid krijgt een herijking op basis van een uitgangspuntennotitie waar de raad eind 2023 over is geïnformeerd. In dit beleid worden regels opgenomen over huisvestingslocaties, handhaving, inschrijving en registratie en integratie. In dit nieuwe beleid hebben we het uitgangspunt dat arbeidsmigranten geen motor zijn van economische groei.Als een bedrijf zich vestigt of wil uitbreiden in de gemeente, moet het rekening houden met de arbeidsbehoefte en daaraan gekoppeld een mogelijke huisvestingsbehoefte. Hier kan een bedrijfseffectrapportage bij helpen. Om tot een toekomstbestendige oplossing voor de huisvestingsproblematiek te komen, zijn er meerdere sporen voor de verschillende doelgroepen arbeidsmigranten: shortstay, midstay en long stay. Voor de shortstay gaat het om logies, waarvoor we inzichtelijk maken wat de totaalbehoefte is. Voor mid- en longstay is een koppeling met het woondossier denkbaar. Hiervoor zijn de eerste stappen gezet in de woonvisie. In de opgave arbeidsmigratie is het daarbij van belang dat het plezierige woon- en leefklimaat van de omgeving op peil moet blijven. Hierop moet indien nodig gehandhaafd worden. Naar verwachting wordt voor shortstay vooral ingezet op grootschalige locaties buiten bebouwde kernen en dat dit regionaal verspreid wordt. Doel: We maken inzichtelijk wat de bestaande behoefte is aan huisvesting voor arbeidsmigranten in de gemeente. We stellen beleid op dat uitgaat van het principe dat arbeidsmigratie geen motor is van economische groei. We registreren arbeidsmigranten en schrijven ze in in de basisregistratie personen. Bij initiatieven voor (grootschalige) huisvesting hanteren we het inspiratiekader brede welvaart Ambitie: Woningbouwopgave Versnellen van de Woningbouwopgave om in 2030 te komen tot realisatie van 3200 woningen in HK; Participatie met onze inwoners en bedrijven is inherent hieraan; Betaalbaarheid, beschikbaarheid, duurzame en toekomstbestendige bouw zijn belangrijke pijlers. Toelichting We bevorderen en versnellen de woningbouw door inzet van een woningbouwregisseur en het voeren van actieve grondpolitiek. De grotere bouwprojecten zullen middels een omgevingsplanprocedure uitgewerkt worden voordat de aanvragen om omgevingsvergunning worden ingediend. De zoekgebieden Zuid Anna Paulowna, de Limmerschouw in Nieuwe Niedorp, Oosterweg/Westerweg in Nieuwe Niedorp en Oosterterp in Wieringerwerf zijn in beeld gebracht voor woningbouw. Deze locaties zijn tevens aangemerkt als versnellingslocaties in de Woondeal. Voor de aankomede jaren 2024-2028 worden er meerdere locaties aangewezen. Hierbij gaan we werken met een jaarlijks uitvoeringsprogramma Doel: We sluiten aan bij de doelen van de Woonvisie en stellen hiertoe een jaarlijks uitvoeringsprogramma op Ambitie: Integrale aanpak ondermijning We werken gezamenlijk aan de aanpak van ondermijning. Een integrale aanpak op basis van capaciteit, maar ook lokale, regionale en landelijke prioriteringen is het streven. Toelichting Criminelen willen zo veel mogelijk geld en macht vergaren. Voorbeelden van georganiseerde criminaliteit zijn drugsproductie en -handel, mensenhandel, witwassen en vastgoedfraude. Dergelijke fenomenen concentreren zich niet alleen op bedrijventerreinen en het buitengebied, maar ook in ‘doorsnee’ winkelstraten, buurten en dorpskernen. Voor hun activiteiten zijn criminelen afhankelijk van allerlei legale voorzieningen, (technische) infrastructuren, expertise en vergunningen. Deze verwevenheid tussen de criminele onderwereld en de legale bovenwereld heeft vergaande gevolgen. Bepalend bij de prioritering van toezicht en ondermijning is vooral de capaciteit die beschikbaar is. Hierdoor wordt gekozen voor een integrale aanpak van toezicht, handhaving en ondermijning. Mede om deze reden leiden we toezichthouders multidisciplinair op. Op het gebied van ondermijning zijn niet alleen de lokale prioriteiten van belang, maar ook de regionale en landelijke prioriteringen. Dit ter voorkoming van het waterbedeffect, hierbij wordt voornamelijk gewerkt op basis van signalen en vermoedens, waar indien mogelijk de controles zullen worden gecombineerd op het gebied van planologisch strijdig gebruik, dan wel de controle op constructieve brandveiligheid. Ook bij controles op de vakantieparken en huisvesting arbeidsmigranten wordt er scherp en kritisch gekeken naar het aspect ondermijning. Is er bijvoorbeeld sprake van uitbuiting en wordt er gekeken of er zorg of ondersteuning nodig is nemen we gelijk het aspect ondermijning mee. Ook als er op basis van de BAG een risicovol object wordt geconstateerd zal er een controle plaats vinden en een eventuele aanschrijven met het verzoek tot legalisatie. Doel: Het verstoren van ondermijnende activiteiten via een integrale aanpak van toezicht, handhaving en ondermijning Ambitie: Vaststelling behoefte legalisatie permanente bewoning recreatieparken We onderzoeken integraal en gezamenlijk de wenselijkheid van gedogen van permanente illegale bewoning op recreatieparken en het transformeren van vakantieparken naar wonen. Toelichting In navolging van 2023 varen we nog steeds dezelfde koers, maar met meer focus op het mogelijk maken van revitaliseren van de parken. Ondermijning, recreatie en woonbehoefte vormen een integraal onderdeel Doel: Primaire doel is het vitaal maken van de vakantieparken t.b.v. recreatie en parallel daaraan onderzoeken we de mogelijkheid bestaande parken om te zetten naar een woonbestemming. Indien dit niet mogelijk is, is handhaving nodig om het doel te bewerkstellingen. Ambitie: Aanwijzen evenementen locaties Bestemmen van evenementenlocaties Toelichting Met de komst van de Omgevingswet en de VFL dient er getoetst te worden aan het omgevingsplan. Dit maakt dat niet “kortdurende én incidentele” evenementen planologisch moeten zijn toegestaan willen ze gehouden mogen worden. Dit kan door locaties aan te wijzen en te vergunnen en later op te nemen in het omgevingsplan. In navolging van het college besluit 12 december 2023 wordt hier de aankomende periode uitvoering aangegeven. Dit doen we door zelf de locaties aan te wijzen en te bestemmen en later op te nemen in het omgevingsplan Doel: Uitvoering gegeven aan wet- en regelgeving maar ook het faciliteren van evenementen door zelf evenementen locaties te bestemmen Ambitie: Commerciële horeca in Onderzoeken wenselijkheid en haalbaarheid en bijgevolg mogelijkheid faciliteren commerciële horeca in sportverenigingen (para-commerciële in stellingen) Toelichting In 2023 is gebleken dat er mogelijk de behoefte bestaat om commerciële activiteiten in sporthallen uit te breiden. Hierbij gaat het niet over activiteiten behorende bij de dagelijks bedrijfsvoering, maar over activiteiten van commerciële aard, zoals feesten en evenementen voor andere genodigden dan de leden van de sportvereniging. Deze behoefte bestaat niet alleen bij de exploitanten van de sportvereniging, maar zo lijkt het, ook bij de inwoners van de dorpskernen. Op verzoek van het College wordt onderzocht wat de daadwerkelijke draagkracht is middels een participatie traject met alle belanghebbende gevolgd door mogelijk faciliteren en bijgevolg aanpassing regelgeving. Doel: Onderzoek wenselijkheid en mogelijke haalbaarheid om op termijn naar het mogelijke maken en bijgevolg faciliteren van commerciële horeca in sportverengingen Ambitie: Omgevingswet & Wet kwaliteitsborging (Wkb) We werken verder aan Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging, we borgen hierbij een PDCA-cyclus Toelichting - voor het opstellen van het nieuwe deel van het omgevingsplan heeft de gemeenteraad een Nota van Uitgangspunten vastgesteld. Deze Nota gaat uit van het gebiedsgericht omzetten van het tijdelijk deel in het nieuwe deel. Te starten in de Kern Kreileroord. Ter voorbereiding om de omzetting in het omgevingsplan heeft de raad verschillende verordeningen op het gebied van de fysieke leefomgeving gebundeld in de verordening Fysieke leefomgeving. Dit maakt omzetting naar het nieuwe deel van het omgevingsplan eenvoudiger. Tot 2032 wordt gewerkt aan het omzetten van het tijdelijk deel naar het nieuwe deel. Doel: Werken aan een pdca cyclus voor de nieuwe ontwikkelde (Intake/Initiatief/Omgevingstafel/ Wkb)/ nog te ontwikkelen (BOPA) prossen en regelgeving (Vfl) We ontwikkelen toepasbare regels We werken tot 2032 aan transitie van het omgevingsplan We werken aan de omgevingsvisie 2.2.2 Thema’s en lang lopende projecten Thema: Schimmige Schuren (Strijdig gebruik vrijkomende agrarische bebouwing) Voorkomen ongewenste ontwikkelingen bij leegstaande agrarische bebouwing en bijgevolg aantasting van het aanzien van de overheid en creëren vrij spel voor criminelen Toelichting De afdeling Interbestuurlijk toezicht van de Provincie Noord-Holland heeft tijdens de prolooggesprekken in 2019 aangegeven dat een themaonderzoek zal worden ingesteld naar het illegaal gebruik van agrarische (op)stallen. Uit onderzoek, uitgevoerd in opdracht van de Provincie Noord-Holland, is namelijk gebleken dat in de periode tot 2030 circa 1,4 miljoen vierkante kilometer aan agrarische gebouwen vrij zullen komen in de Provincie Noord-Holland. Leegstaande agrarische bedrijfsgebouwen kunnen leiden tot diverse ongewenste ontwikkelingen zoals risico’s voor de volksgezondheid (verweerde asbestdaken) en vergroten de kans op criminele activiteiten (ondermijning) zoals het in werking hebben van wietplantages en drugslaboratoria. Dit gegeven is aanleiding geweest om een themaonderzoek te starten om inzicht te krijgen of een gemeente, al dan niet in samenwerking met andere partners, gericht toezicht houdt op het (illegale) gebruik van vrijkomende agrarische bebouwingen. Als de gemeente deze taak niet voldoende uitvoert dan kan dit leiden tot aantasting van het aanzien van de overheid en hebben criminelen vrij spel. Het uiteindelijke doel van dit themaonderzoek is dat gemeenten hun taken en bevoegdheden gericht binnen het omgevingsrecht inzetten en daarmee een bijdrage leveren om de bovengenoemde risico’s voor de volksgezondheid (daar waar mogelijk) weg te nemen en ondermijning in het buitengebied actief te bestrijden. Hollands Kroon heeft in 2020 en 2021 actief meegedaan dit onderzoek. In samenwerking met afdeling Veiligheid is er een toezichtstrategie agrarische (op)stallen opgesteld. Deze strategie is in 2021/2022 deels uitgevoerd en zal de komende jaren verder uitgevoerd worden. Het vergt voor toezicht niet meer capaciteit dan voorgaande jaren nu het tot reguliere werk behoort. Doel: Vervolg geven aan uitvoering toezichtstrategie agrarische (op)stallen Thema: Bestuurlijk toezicht prostitutie Naleving van de bestuurlijke regels over prostitutie, zoals vergunningen/vergunningsvoorwaarden en regels rondom thuisprostitutie. Toelichting Toezicht op de (on)vergunde prostitutie is een belangrijk instrument bij het tegengaan van misstanden en mensenhandel. De belangrijkste doelstelling van het bestuurlijk toezicht is het toezien op de naleving van de bestuurlijke regels over prostitutie, zoals vergunningen/vergunningsvoorwaarden en regels rondom thuisprostitutie. De gemeente heeft hierin ook een signalerende rol als het gaat om mensenhandel/ uitbuiting. De opsporing van mensenhandel (en het nalopen van signalen van mensenhandel) ligt bij de politie. Dit zijn samen de twee pijlers waarin zorg wordt gedragen voor een gezonde en veilige seksbranche. En daarmee draagt het bestuurlijk toezicht bij aan het tegengaan van ondermijning. Doel: Doel van de controles op onvergunde prostitutie bestaat uit vier onderdelen: Zicht te krijgen op aard en omvang van illegale prostitutie Het woon- en leefklimaat van burgers te beschermen en overlast tegen te gaan Misstanden in deze branche te signaleren Passende hulpverlening te bieden aan hen die het behoeven Vooralsnog kan dit worden uitgevoerd binnen de reeds bestaande ondermijningsuren. In 2024 wordt er gekeken naar een verdere opzet en inrichting van het toezicht. Mogelijk dat dit in driehoeksverband wordt georganiseerd. Thema: Mensenhandel Intensiveren adequate en integrale aanpak Mensenhandel Toelichting In het Regeerakkoord 2020 is afgesproken om de aanpak van mensenhandel te intensiveren. Deze intensivering is vormgegeven met het interdepartementale programma Samen tegen mensenhandel. Uit het kamerstuk ‘Kader voor de aanpak van Mensenhandel door gemeenten’ van feb. 2021 blijkt dat momenteel nog te veel slachtoffers geen hulp krijgen en daders nog te veel hun gang kunnen gaan. Naar schatting detecteert Nederland momenteel slechts een negende van de slachtoffers. Gemeenten hebben volgens het kamerstuk een belangrijke rol in de aanpak van mensenhandel. Deze taak ligt voornamelijk op het zijn van de ogen en oren bij signalen van mensenhandel. Als gevolg van het Regeerakkoord 2020 is de aanpak van mensenhandel door gemeenten als een van de vier landelijke beleidsdoelstellingen opgenomen in de Veiligheidsagenda 2019-2022. Concreet betekent dit dat iedere gemeente in 2022 een duidelijke aanpak mensenhandel moet hebben welke is geborgd in gemeentelijk beleid. Dit staat tevens in het programma Samen tegen Mensenhandel en is afgesproken in het Interbestuurlijk Programma, waaraan gemeenten zich hebben verbonden. Het adequaat aanpakken van mensenhandel vraagt om een integrale aanpak. Op deze wijze wordt tevens gepoogd om het waterbedeffect tegen te gaan. Doel: Er wordt er ingezet op een integrale samenwerking met ketenpartners om te komen tot een integrale lokale en regionale aanpak. In 2024 wordt een beleidsplan vastgesteld. Voor toezicht zal dit aan capaciteit vooralsnog geen gevolgen hebben. Controles kunnen binnen de reguliere controles worden ingevuld en gecombineerd worden met andere toezichthoudende taken. 2.2.3 Wettelijke reguliere taken Omgevingsontwikkeling (oud Wabo en RO) Het beoordelen en toetsen van initiatieven en aanvragen op de geldende wet- en regelgeving om te komen tot een kwalitatief goed besluit (zo nodig onder voorwaarden en voorschriften) binnen de geldende proceduretijd. Toelichting In de Omgevingswet is opgenomen voor welke zaken een omgevingsvergunning nodig is. Bij de toetsing van een aanvraag worden de wettelijke (indienings-)eisen uit de Bal en BBl en Blz en de de bruidschat overige wet-en regelgeving gehanteerd. Doel: Vraaggestuurd kwalitatieve afhandeling van aanvragen binnen de wettelijke termijn VFL Het beoordelen en toetsen van initiatieven en aanvragen op de geldende wet- en regelgeving om te komen tot een kwalitatief goed besluit (zo nodig onder voorwaarden en voorschriften) binnen de geldende proceduretijd. Toelichting Gemeenten kunnen met hun verordenende bevoegdheid in de VFL-regels stellen in de vorm van gebods- of verbodsbepalingen. Deze kunnen worden gekoppeld aan bestuurlijke instrumenten: zoals een vergunning, ontheffing of meldingsplicht. Het gaat om activiteiten die sterk plaatsgebonden zijn en niet op een andere wijze zijn gereguleerd, zoals bijvoorbeeld evenementen, en om het voorkomen van overlast. Ook heeft de landelijke wetgever in verschillende wetten ruimte gelaten voor de gemeenten om afhankelijk van de plaatselijke omstandigheden nadere invulling te geven aan deze wetten. Dit geldt bijvoorbeeld voor regels horecagelegenheden. Naast de VFL is er een categorie wetten die de bijzondere wetten wordt genoemd en waarvoor de burgemeester of het college bevoegd is om vergunningen te verlenen. Deze wetten zien op één specifiek onderwerp zoals de Alcoholwet en de Wet op de kansspelen. Doel: Vraaggestuurd kwalitatieve afhandeling van aanvragen binnen de wettelijke termijn Toezicht Werkzaamheden die door of namens een bestuursorgaan worden verricht om na te gaan of voorschriften worden nageleefd. Preventie is het uitgangspunt, daar waar er overtredingen zijn wordt afgestemd met Handhaving wat de vervolgacties zijn. Toelichting De bevoegdheden van de toezichthouder vloeien voort uit de Algemene wet bestuursrecht, artikel 5:15 tot en met 5:19. Het toezicht op de naleving is vaak de eerste schakel in het handhavingsproces. Onder toezicht verstaan we werkzaamheden die door of namens een bestuursorgaan worden verricht om na te gaan of voorschriften worden nageleefd. Toezicht heeft naast het constateren van overtredingen ook een preventieve werking. De toezichthouders zijn onze “oren en ogen” in de gemeente. De toezichthouders houden zich bezig met het uitvoeren van: - (reguliere) controles op bouwactiviteiten; - toezicht op omgevingsplanactiviteiten; (willekeurig) toezicht op de Wet kwaliteitsborging WKB); - toezicht op de activiteiten brandveilig gebruik (i.s.m. de Veiligheidsregio); - toezicht op bouwconstructies bij evenementen, en; na een klacht, melding of officieel verzoek tot handhaving het verzamelen van informatie om te beoordelen of wordt voldaan aan gestelde kaders, regels en voorschriften. Door in het toezicht een voorlichtende, meedenkende en adviserende rolopvatting te hanteren kan in een vroeg stadium worden voorkomen dat een met wet- en regelgeving strijdige situatie ontstaat. Er wordt middels prioritering toezicht gehouden: Hoog/zeer hoog en laag. Een verzoek tot handhaving wordt gezien als een prioriteit hoog en moet binnen de wettelijk gestelde termijnen afgehandeld worden. Door bemiddeling kan worden bewerkstelligd dat de regels alsnog worden nageleefd. Wanneer bemiddeling niet tot het gewenste resultaat leidt zal er handhavend opgetreden worden. Doel: Het belangrijkste doel van toezichthouden is ervoor te zorgen dat regels worden nageleefd. Dit kunnen algemene regels zijn, maar ook vergunning- of ontheffingsvoorschriften. Om dit te bereiken zijn er verschillende instrumenten die kunnen worden ingezet, zoals voorlichting. Wanneer het naleefgedrag te wensen overlaat en er overtredingen worden geconstateerd moet echter slagvaardig worden opgetreden. De maatregelen die daarbij worden genomen moeten bijdragen aan een betere naleving van de regels of vergunningvoorschriften. Handhaving Er wordt handhavend opgetreden op basis van overtredingen bij of krachtens wettelijke voorschriften. Het doel is om overtredingen te beëindigen en eventuele risico’s hiervan ongedaan te maken of te beperken. Handhaving vindt in beginsel plaats via de bestuursrechtelijke route door middel van het opleggen van een last onder dwangsom, het opleggen van een last onder bestuursdwang of het geheel/gedeeltelijk intrekken van een verleende vergunning of ontheffing. Waar mogelijk wordt gekeken of handhaving kan worden voorkomen door het inzetten van bemiddeling. Toelichting Op basis van bestaande dan wel toe te delen capaciteit wordt systematisch en op gestructureerde wijze actief handhavend opgetreden. Deze handhaving vindt plaats op basis van een door het bestuur opgestelde prioritering of wanneer op basis van een risico-inschatting de overtreding met prioriteit moet worden aangepakt. Daarnaast wordt passief handhavend opgetreden op basis van verzoeken om handhaving door belanghebbenden. Zonder een formeel verzoek om handhaving, blijft handhavend optreden in principe achterwege. Tot slot wordt op basis van een vastgesteld en geprioriteerd thema of voor een bepaald project gericht toezicht gehouden op de naleving van specifieke wet- en regelgeving. Dit zal voornamelijk voorkomen wanneer binnen een bepaald beleidsveld of een bepaald gebied zorgen zijn over de naleving. Doel: Handhavend optreden is geen doel op zich. Het beoogde doel is geconstateerde overtredingen beëindigen en verzoeken om handhaving af te handelen. Het uiteindelijke doel is bewerkstelligen dat een goed woon- een leefklimaat wordt behouden en eventuele andere doelstellingen van regelgeving wordt behaald. Op basis van de beschikbare capaciteit wordt actief handhavend opgetreden wanneer overtredingen worden geconstateerd en deze niet door middel van een informele oplossing worden beëindigd. Daarnaast worden verzoeken om handhaving behandeld 3.Strategieën en werkwijzen De werkwijze waarop wij de doelen willen bereiken zijn vastgelegd in de uitvoeringstrategieën. De strategieën zijn gebaseerd op de Vergunningsstrategie en de Landelijke handhavingsstrategie omgevingsrecht. In de figuur hieronder is de samenhang tussen de strategieën weergegeven. In bijlagen 2 en 3 zijn de strategieën nader uitgewerkt. 4.Voorbereiding Monitoring en Verslaglegging 4.1Voorbereiding: Processen en procedures Om ervoor te zorgen dat het de ambtelijke organisatie op een juiste wijze uitvoering geeft aan de uit- voering van het VTH-uitvoeringsprogramma en het VTH-beleid, handelt de organisatie op grond van vooraf vastgestelde procedures, processen en protocollen. In onderstaand leest u beknopt de een aantal processen. In de bijlagen vindt u hierover meer. Intaketafel en Omgevingstafel Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet ligt de nadruk op vooroverleg. Dit is ingericht met een intake- en omgevingstafel. Deze tafels moeten het mogelijk maken om complexe initiatieven waarbij diverse belangen en ketenpartners een onderdeel van de besluitvorming vormen en waarbij strijd met wet- en regelgeving is, maar welke wel aansluiten bij onze ambities te realiseren. Voordat een initiatief een geheel vergunningstraject doorloopt wordt al gemotiveerd weergegeven bij waarom het wel of niet wenselijk is. Jaarlijks zullen deze motiveringen geanalyseerd worden. Voor een nadere uitwerking zie bijlage Bouwberaad Principeverzoeken die niet doorgaan naar de Intaketafel en Omgevingstafel worden in het bouwberaad behandeld. Proces WKB Ook voor. De Wkb hebben we een proces ontwikkeld. Hierbij hebben we een duidelijke knip tussen de bouwtechnische beoordeling gemaakt en de ruimtelijke toets maar ook handhaving toegevoegd Bezwaar en beroep & Informele aanpak De dienstverlening moet voldoende uitvoeringskwaliteit hebben. Hiermee wordt bedoeld, de mate waarin een product en/of dienstverlening voldoet aan de juridische doelen en bijdraagt aan de omgevingsdoelen. Om een voldoende uitvoeringskwaliteit te hebben zijn er de volgende doelen. Bij 100% van de vergunningen zijn de juiste toetsingskaders gebruikt. 80% van de bezwaar- en beroepsschriften m.b.t. vergunningverlening is ongegrond. 100% van de VTH- medewerkers blijven voldoende geschoold en ervaren, zodat deze voldoen aan de kwaliteitscriteria 2.2. Het toetsingskader voor geringe ruimtelijke ontwikkelingen is helder door het vaststellen van de beleidsregels Fysieke Leefomgeving voor de zogenaamde kruimelgevallen. De VFL worden binnen deze beleidsperiode geëvalueerd en indien noodzakelijk aangepast. Op basis van het aantal bezwaar-en beroepszaken en dan met name de zaken die standhouden bij de rechter, kan onze kwaliteit van dienstverlening worden geanalyseerd. Hoewel het nog geen standaard onderdeel van onze werkwijze vormt, willen we binnen het VTH-domein, deze uitkomsten ook qua inhoud gaan analyseren. Dit mede met het oog om te kijken of er in bepaalde gevallen beleid ontwikkeld kan worden. Met het voeren van een vergunningenstrategie waarbij communicatie een speerpunt is proberen wij bezwaarschriften te voorkomen. Over de besluiten die genomen worden door het college communiceren we actief. Daarin vertellen we waarom we een bepaalde koers varen, maar ook welke voor- en nadelen tegenover elkaar afgewogen zijn en wat verder aandacht nodig heeft of beter kan. Hierin leveren we maatwerk. De aard van het genomen besluit bepaalt de vorm van de communicatie. Ook door het bieden van de mogelijkheid tot vooroverleg en deelname aan de omgevingstafel proberen wij aan de voorkant bezwaarschriften te voorkomen. De gemeente Hollands Kroon werkt al enige tijd met de informele aanpak bij bezwaarschriften. Vaak leidt een bezwaarschriftenprocedure tot ontevredenheid bij burgers en is weinig klantgericht. Er komt een besluit op bezwaar maar het onderliggende conflict is niet opgelost. Iedere bezwaarmaker wordt in de gelegenheid gesteld om in gesprek te gaan. De ervaringen zijn positief. Een deel van de bezwaarschriften kunnen informeel worden afgedaan. In 2023 gaan wij hiermee door. 4.2Monitoring Om verantwoording te kunnen afleggen over de inspanningen en resultaten zijn verschillende gegevens nodig. Deze gegevens moeten periodiek opvraagbaar zijn voor de teams zelf, de directie maar moeten ook kunnen dienen voor doeleinden als voor periodieke verantwoording aan het bestuur. Jaarlijks leggen we verantwoording af via monitoring van de vastgestelde ambities en doelen dit doen we via de volgende instrumenten Openwave en KIS Voor alle taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving wordt gebruik gemaakt van Openwave en Kiss. In bepaalde gevallen wordt er nog gewerkt in SharePoint (denk hierbij aan oude zaken die niet geregistreerd zijn in openwave). Het streven is alles onder te brengen in Openwave en één systeem te hebben waarin wordt gewerkt. 4.3Verslaglegging Na afloop van het kalenderjaar wordt een jaarverslag opgesteld voor het college, waarin tenminste over de volgende onderwerpen wordt gerapporteerd: De uitvoering en voortgang van de voorgenomen activiteiten uit het uitvoeringsprogramma VTH; Of de uitvoering van deze activiteiten heeft bijgedragen aan de voortgang van de beleidsdoelen uit het VTH-beleidsplan; Of het VTH-beleidsplan (mede op basis van bovenstaande) eventueel aangepast moet worden; Of de VTH-organisatie nog voldoet aan de wettelijke kwaliteitscriteria. Het college maakt het jaarverslag bekend aan de gemeenteraad en Gedeputeerde Staten. 5.Borging en uitvoering 5.1Financiële middelen en capaciteit Om de VTH-taken uit te kunnen voeren en de beleidsdoelen te realiseren, zijn financiële en personele middelen nodig. Jaarlijks worden vaste fte beraamd en berekend en wordt ingehuurd op projectbasis of voor uitvoering wettelijke taken indiende bestaande fte te weinig is. Op basis van vastgestelde DT-voorstellen wordt geld beschikbaar gesteld. 5.2.Uitvoeringsprogramma’s Deze U&H-strategie werken wij jaarlijks uit in een uitvoeringsprogramma voor zowel vergunningverlening, als toezicht en handhaving. In het uitvoeringsprogramma beschrijven we de doelen en de activiteiten op operationeel niveau. Daarbij geven wij ook aan hoe de (financiële en personele) middelen in het betreffende jaar worden ingezet. Gedurende het jaar monitoren we de voortgang van de activiteiten en de daaraan gekoppelde doelen en indien nodig sturen we bij. Het uitvoeringsprogramma sturen wij ter kennisname naar de raad en de provincie (het Interbestuurlijk Toezicht). 5.3 Uitvoeringsproces De werkwijzen, mede als gevolg van de Omgevingswet van vergunningverlening, toezicht en handhaving en afhandeling van meldingen zijn vertaald naar specifieke procesbeschrijvingen. Deze procesbeschrijvingen zijn bekend bij alle betrokken medewerkers en zijn geborgd binnen de organisatie. Nieuwe medewerkers worden ingewerkt aan de hand van deze procesbeschrijvingen. 5.4 Afstemmen ketenpartners Een goede samenwerking tussen de gemeente en haar partners is van belang. De onderdelen van deze U&H-strategie die betrekking hebben op de strafrechtelijke handhaving stemmen we op operationeel niveau af met de politie en het Openbaar Ministerie. Daarnaast hebben we met verschillende ketenpartners, zoals de Omgevingsdienst, de Veiligheidsregio, de GGD en woningcorporaties afspraken gemaakt over de afstemming en samenwerking op het gebied van VTH-taken. 6.Evaluatie Voordat een beleidsperiode is verstreken, wordt ten behoeve van het nieuwe beleid een evaluatie uitgevoerd. Er wordt dan beoordeeld of: Vastgestelde beleidsdoelen uit het VTH-beleidsplan zijn bereikt; De voorgenomen activiteiten uit het VTH-beleidsplan zijn uitgevoerd; Er aan de afspraken is voldaan die met externe partijen zijn gemaakt. Ook deze evaluatie documenteren wij in het jaarverslag en de resultaten worden gebruikt voor het nieuwe VTH-beleid voor de volgende beleidsperiode en het uitvoeringsprogramma VTH voor het volgende jaar. Bijlage1.Toetsingsmatrix Bbl In wet- en regelgeving is bepaald voor welke activiteiten inwoners en bedrijven een vergunning moeten aanvragen om ze te mogen uitvoeren of ondernemen en welke activiteiten gemeld moeten worden. Het is echter niet nodig om elke aanvraag die wordt ingediend even diepgaand te toetsen aan de regels. Immers niet iedere activiteit die vergunningplicht is of moet worden gemeld heeft hetzelfde toetsingskader. Het toetsen van een omgevingsvergunning voor de activiteit BBL gebeurt op verschillende niveaus: Snelle toets (S) Visuele toets (V) Representatieve toets (R) Integrale toets (I) Ad
- a)bij een snelle beoordeling wordt er niet zo zeer gekeken naar de inhoud van de bij een bouwaanvraag behorende technische bescheiden, maar wordt er meer gelet op de aanwezigheid van de vereiste informatie. Ad
- b)bij het visueel beoordelen wordt er aandacht besteed aan de uitgangspunten van de ingediende bescheiden zonder deze inhoudelijk te controleren. Ad
- c)bij het representatief toetsen wordt niet alles gecontroleerd maar worden er per te toetsen object enkele representatieve onderdelen gepakt. Deze belangrijke onderdelen worden dan geheel getoetst. Ad
- d)bij het integraal toetsen is het de bedoeling dat vrijwel alles van het desbetreffende onderdeel gecontroleerd en nagerekend wordt. Als blijkt dat iets niet juist is wordt een toetsingsniveau dieper getoetst. In principe is dat het eerstvolgende toetsingsniveau. Blijkt bijvoorbeeld uit de visuele beoordeling dat er zaken niet lijken te kloppen, dan wordt het bouwplan alsnog representatief getoetst. In bovenstaande tabel is geen onderscheid gemaakt naar gebieden, zoals bijvoorbeeld buitengebied, woonwijken, bedrijventerreinen en het centrum. Het gaat in principe om de aard van het bouwwerk. Dit laat onverlet dat in specifieke gevallen van het schema kan worden afgeweken in gevallen dat de omgeving er wel toe doet. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de veiligheid voor de omgeving door de aard van het gebruik van het bouwwerk. Bijlage2.Vergunningenstrategie Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft de vergunningenstrategie. De vergunningenstrategie is opgedeeld in twee onderdelen: werkwijze Omgevingswet werkwijze Wet kwaliteitsborging voor het bouwen strategie voor de VFL (openbare orde bevoegdheden) en bijzondere wetten waaruit een vergunningsverplichting voortvloeit. Per onderdeel wordt een algemeen inzicht gegeven in de werkwijze die vergunningverleners hanteren bij het uitvoeren van hun werkzaamheden. Daarna worden de beoordelingscriteria voor het vergunningen gebied (Ow, VFL en bijzondere wetten) en de bijbehorende vergunningen en meldingen weergegeven. Vergunningverlening onder de Omgevingswet De vergunningplichten voor de fysieke leefomgeving komen voort uit Hoofdstuk 5 van de Omgevingswet. In totaal zijn er 14 verschillende type activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning verplicht is. De wet gaat uit het van het subsidiariteitsbeginsel (decentraal, tenzij). Dit betekent dat de taken en bevoegdheden in principe worden uitgevoerd door gemeenten. Daarbij staan gemeenten dus aan de basis voor de algemene zorg voor de fysieke leefomgeving. In deze paragraaf worden de werkzaamheden beschreven die veranderen door de invoering Omgevingswet. Binnenkomst Vergunningaanvragen en meldingen met betrekking tot de Omgevingswet worden ontvangen vanuit het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Het VTH-systeem wordt bij de invoering van de Omgevingswet gekoppeld aan het DSO. Via de samenwerkingsmodule kan worden samengewerkt met andere overheden bij aanvragen voor omgevingsvergunningen. We maken regionale afspraken over deze samenwerkingsruimte in het DSO. Initiatiefnemers kunnen verschillende soorten verzoeken indienen via het DSO. Er zijn verschillende soorten verzoeken vastgesteld in het DSO: aanvraag vergunning melding informatie informatie ongewoon voorval aanvraag maatwerkvoorschrift melding gelijkwaardige maatregel aanvraag toestemming gelijkwaardige maatregel Voor zover niet wettelijk voorgeschreven kunnen vragenbomen en aanvraagformulieren door de gemeente zelf worden gemaakt middels toepasbare regels in het DSO. Zo is het mogelijk om de suggestie van het vooroverleg/omgevingsoverleg eerder in het proces onder de aandacht te brengen zodat vaker voor deze optie wordt gekozen. Na het inboeken van de aanvraag in het VTH-systeem vindt de intake en werkverdeling plaats door een coördinator. Tijdens deze beleidsperiode stellen we een nieuw bedrijfsvoeringsmodel op waarin we de kengetallen, zaakverantwoordelijkheid en servicenormen opnieuw vaststellen. Voortraject Naast een vergunningaanvraag kan ook een vooroverleg en omgevingsoverleg worden aangevraagd. De aanvraag wordt hiermee voorbereid. We stimuleren het voortraject met name via de legesverordening. De leges die een aanvrager verschuldigd is voor het voortraject worden in mindering gebracht op de leges voor het behandelen van de vergunningaanvraag. Daarnaast formuleren we helder welke processtappen genomen worden in het voortraject, wat we van de aanvrager verwachten en wat het eindresultaat is van elke fase uit het voortraject. Een binnengekomen aanvraag die niet past in het omgevingsplan, wordt beoordeeld of het wenselijk is hieraan mee te werken. Dit wordt besproken op de intaketafel. Bij een klein initiatief wordt de wenselijkheid en, waar nodig, haalbaarheid beoordeeld bij het bouwplanoverleg. Daarnaast richten we een proces in om de haalbaarheid van een grotere initiatieven te onderzoeken. In dit proces worden omgevingstafels georganiseerd waar met interne en externe adviseurs het plan beoordeeld wordt. Het eindresultaat van dit proces is dat het plan klaar is om een omgevingsvergunning aan te vragen. De aanvraag omgevingsvergunning kan dan binnen de wettelijke termijn van 8 weken behandeld wordt. Behandeling aanvraag omgevingsvergunning Procedures Reguliere procedure De reguliere procedure verandert niet onder de Omgevingswet. Een belangrijk verschil is dat na het verstrijken van de wettelijke termijn geen vergunning van rechtswege ontstaat. Indien de gemeente geen besluit neemt kan de aanvrager de gemeente in gebreke stellen. De aanvrager kan meerdere activiteiten in één keer (meervoudige aanvraag) indienen, maar is niet verplicht de benodigde activiteiten voor een project gelijktijdig aan te vragen. Het verplicht gelijktijdig aanvragen van onlosmakelijke activiteiten vervalt onder de Omgevingswet. In principe is dan voor alle aanvragen de standaardprocedure van 8 weken van toepassing (tenzij in de gevallen hieronder genoemd). Uitgebreide procedure In sommige gevallen kan een uitgebreide procedure van 6 maanden van toepassing zijn. Hiervoor zijn drie mogelijke redenen: Er zijn een aantal gevallen waarvoor altijd de uitgebreide procedure van toepassing is (zoals activiteiten waarvoor een MER verplicht is, bij een rijksmonumentenactiviteit of bij een Natura 2000-activiteit). De gevallen daarvoor zijn opgenomen in artikel 10.24 van het Omgevingsbesluit; De colleges van B&W kunnen een uitgebreide procedure van toepassing verklaren bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit als daarvoor gegronde redenen zijn (art. 16.65 Ow, lid 4). In dit artikel wordt toegelicht dat het bevoegd gezag dit kan bepalen als: het gaat om een activiteit die aanzienlijke gevolgen heeft of kan hebben voor de fysieke leefomgeving; en waartegen naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben. Het college stelt in dat geval, voorafgaand aan het nemen van het besluit, de aanvrager in de gelegenheid zijn zienswijze daarover naar voren te brengen. De aanvrager kan zelf verzoeken of instemmen met de uitgebreide procedure. Verplichte participatie De gemeenteraad kan gevallen van activiteiten aanwijzen waarin participatie van en overleg met derden verplicht is voordat een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit kan worden ingediend. Hierover wordt een besluit genomen door de gemeenteraad. Advies van gemeenteraad aan college De gemeenteraad is adviseur voor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor zover de aanvraag betrekking heeft op de (door de gemeenteraad) aangewezen gevallen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, waarvoor het college van burgemeester en wethouders bevoegd gezag is> De gemeenteraad heeft besloten wanneer er gebruik gemaakt wordt van het bindend advies aan het college. Een aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarbij advies van de raad nodig is moet ook binnen een proceduretermijn van 8 weken beoordeeld worden. De proceduretermijn kan met 6 weken verlengd worden. De procedure om advies aan de raad te vragen heeft over het algemeen een langere doorlooptijd. Door dit proces aan het einde van het voortraject (zie paragraaf 2.1.2) op te starten (zodra zicht is op het indienen van een aanvraag) wordt de behandeling van een aanvraag omgevingsvergunning binnen de wettelijke termijn mogelijk. We gaan er wel van uit dat het verlengen van de besluitdatum met 6 weken noodzakelijk is. Daarnaast gaan we er vanuit dat een initiatiefnemer vooroverleg pleegt. Als zonder overleg een aanvraag wordt ingediend is het halen van deze termijn een uitdaging. Beoordelingscriteria Omgevingswet vergunningen AMvB’s Hieronder staan de belangrijkste beoordelingskaders van de Omgevingswet voor het verlenen van vergunningen. Het betreft de volgende Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s): Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) Besluit kwaliteiten leefomgeving (Bkl) Daarnaast zijn de Omgevingsregeling, het invoeringsbesluit met daarin de bruidsschat, het gemeentelijke omgevingsplan (tijdelijk of nieuwe stijl) en de lokale verordeningen en beleid in het kader van de fysieke leefomgeving toegelicht, welke van belang zijn in het vergunningverlening proces. In deze bronnen zijn de beoordelingscriteria per vergunning te vinden. Toepassingsbereik Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) bevat samen met het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), de algemene regels waaraan burgers en bedrijven zich moeten houden als ze bepaalde activiteiten uitvoeren in de fysieke leefomgeving. Het besluit kwaliteit leefomgeving is meer gericht op de regels waar de overheid zich aan dient te houden om een veilige en gezonde leefomgeving te kunnen garanderen. Het Omgevingsbesluit bevat regels voor alle partijen die actief zijn in de fysieke leefomgeving. Dus burgers, bedrijven en overheid. Het gaat om regels over het bevoegd gezag voor vergunningen, over procedures, handhaving en uitvoering. Het Omgevingsbesluit bevat dus geen beoordelingscriteria voor vergunningverlening. De 4 AMvB's van de Omgevingswet. In de onderstaande paragrafen wordt de uitwerking van de AMvB's met betrekking tot de vergunningverlening toegelicht. Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) Met de invoering van de Omgevingswet is het Bouwbesluit 2012 vervallen en zijn de technische bouwvoorschriften opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving, kortweg het Bbl. Het Bbl bevat regels over veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid bij het (ver)bouwen van een bouwwerk, de staat van het bouwwerk, het gebruik van het bouwwerk en het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden. Daarnaast bevat het Bbl ook regels over asbestverwijdering en mobiel puinbreken. In het Bbl staat aangegeven of voor de bouwactiviteit een vergunningplicht of meldingsplicht noodzakelijk is of dat deze vergunningvrij is. De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen is onderdeel van het Bbl. Hiermee wordt dit deel van de bouwtechnische beoordeling ondergebracht bij private kwaliteitsborgers. De regels in het Bbl zijn in hoofdstukken geclusterd rondom een bepaalde activiteit die te maken heeft met het bouwwerk. De hoofdstukken geven eisen betreffende: algemene bepalingen; bestaande bouw; nieuwbouw; verbouw, verplaatsing en functiewijziging; gebruik; en bouw- en sloopwerkzaamheden Binnen deze hoofdstukken zijn de onderwerpen veiligheid, gezondheid, duurzaamheid, bruikbaarheid, toegankelijkheid en bouwwerkinstallaties, voor zover van toepassing, terug te vinden. Onder de Omgevingswet en de WKB vervalt de bouwtechnische toets van veel kleine bouwwerken. Enerzijds omdat de bouwactiviteit onder een vergunningvrije categorie valt, anderzijds omdat de bouwtechnische toets door een private kwaliteitsborger uitgevoerd zal worden. De bouwwerken die door de gemeente preventief getoetst worden aan het Bouwbesluit zijn over het algemeen grotere of bijzondere bouwwerken (bijvoorbeeld monumenten). Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) Met de invoering van de Omgevingswet is het activiteitenbesluit vervallen en zijn de milieuvoorschriften opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving, kortweg het Bal. Deze AMvB bevat algemene rijksregels voor milieubelastende activiteiten in de leefomgeving. Naast de inhoudelijke algemene regels voor milieubelastende activiteiten, lozingsactiviteiten, wateronttrekkingsactiviteiten, mijnbouwactiviteiten, beperkingengebied activiteiten, het gelegenheid bieden tot zwemmen en baden, en activiteiten die cultureel erfgoed betreffen, zijn bijzondere aandachtspunten: de reikwijdte van de rijksregels, de specifieke zorgplichten, de inzet op maat van doel- en middelvoorschriften en de inzet van maatwerk en gelijkwaardigheid als instrumenten voor flexibiliteit. Vergunningsplichten waarvoor de gemeente bevoegd gezag is en die voorvloeien uit het Bal zijn onderverdeeld in de volgende categorieën. Activiteiten die bedrijfstakken overstijgen Complexe bedrijven Dienstverlening, onderwijs en zorg Transport, logistiek en ondersteuning daarvan Nutssector en industrie Afvalbeheer Agrarische sector Sport en recreatie Defensie en mijnbouw De Omgevingsdienst is adviseur voor de milieubelastende activiteiten (MBA's). Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan regels voor het Rijk en voor decentrale overheden. De regels gaan over omgevingswaarden, instructieregels, beoordelingsregels en monitoring. In het Bkl staan omgevingswaarden. Die zorgen voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Ook helpen ze bij het zorgen voor een goede omgevingskwaliteit. De omgevingswaarden volgen vooral uit Europese of andere internationale verplichtingen. Instructieregels gaan over het uitvoeren van taken en het gebruiken van instrumenten. Decentrale overheden moeten deze instructieregels van het Rijk volgen. Per instrument is er een hoofdstuk met instructieregels, zoals voor het instrument omgevingsplan. Die instructieregels gaan dan onder meer over normen en regels voor externe veiligheid, geluid en geur van activiteiten en erfgoed. In het Bkl zit een hoofdstuk met beoordelingsregels voor omgevingsvergunningen. Het gaat om activiteiten waarvoor het Rijk een vergunningplicht heeft geregeld, zoals voor omgevingsplanactiviteiten, bouwactiviteiten, milieubelastende activiteiten en rijksmonumenten activiteiten. De beoordelingsregels geven aan wanneer het bevoegd gezag de vergunning kan verlenen of weigeren. Bij het beoordelen van een aanvraag moet het bevoegd gezag deze beoordelingsregels dan ook volgen. De beoordelingsregels staan geordend per activiteit. Invoeringsbesluit/Bruidsschat Het Invoeringsbesluit zorgt voor het overgangsrecht en voor het intrekken of wijzigen van andere besluiten. Het overgangsrecht regelt de overgang van de oude regelgeving naar het nieuwe stelsel van de Omgevingswet, bijvoorbeeld wat de status is van besluiten onder het oude recht. Ook regelt het overgangsrecht hoe procedures die onder het oude recht zijn gestart, worden afgehandeld onder de Omgevingswet. Een bijzonder onderdeel van het overgangsrecht is de bruidsschat. Dit is een set regels die het Rijk over heeft gedragen naar decentrale overheden bij inwerkingtreding van de Omgevingswet. Deze regels zijn onderdeel van het tijdelijke omgevingsplan (omgevingsplan van rechtswege). De gemeente kan deze regels op elk moment aanpassen of schrappen. Wanneer het omgevingsplan (nieuwe stijl) formeel is vastgesteld komt de bruidsschat te vervallen. De gemeente heeft in principe tot 2032 om een omgevingsplan op te stellen en alle keuzes met betrekking tot de bruidsschat te maken. Bij het omzetten van het tijdelijk deel van het omgevingsplan naar het definitieve omgevingsplan worden de bruidsschatregels beoordeeld. Het uitgangspunt is om het omgevingsplan gebiedsgericht te vullen en de bruidsschat beleidsneutraal over te nemen. Specifiek met betrekking tot vergunningen en ontheffingen uit de oude regelgeving is er overgangsrecht. Als een vergunning voor een activiteit onder het nieuwe systeem verplicht blijft, wordt dit een binnenplanse omgevingsplanactiviteit op grond van de Omgevingswet. Als er geen vergunningplicht meer is, worden de oude vergunningvoorschriften maatwerkvoorschriften. Het overgangsrecht geldt zowel voor vergunningplichten uit rijksregelgeving als uit decentrale regelgeving. Het overgangsrecht voor vergunningen staat in artikel 4.13 en 4.14 van de Invoeringswet. Omgevingsplan In het tijdelijke omgevingsplan zijn onder andere de bestaande omgevingsplannen, beheers verordeningen en wijzigings- en uitwerkingsplannen opgenomen (voor een volledig overzicht zie artikel 4.6, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet). De gemeente heeft na inwerkingtreding van de wet tot 2032 de tijd om één gebiedsdekkend omgevingsplan vast te stellen (zie Figuur 4). De gemeente bepaalt deels zelf welke algemene regels, informatie- melding- of vergunningsplichten zij opneemt in het omgevingsplan (OP). De gemeente Hollands Kroon gaat in eerste instantie beleidsneutraal over. Wanneer regels in het OP worden aangepast of geschrapt in afwijking van de huidige situatie, heeft dit uiteraard een effect op de VTH-taken. Het Invoeringsbesluit regelt welke regels er van rijk aan gemeente worden overgedragen. Verder bepaalt de gemeente zelf welke (onderdelen van) verordeningen met betrekking tot de fysieke leefomgeving worden meegenomen in het omgevingsplan. Omgevingsregeling In de Omgevingsregeling staat welke informatie een aanvrager van een omgevingsvergunning moet aanleveren bij zijn aanvraag. Dit zijn de aanvraagvereisten. Het hoofdstuk met aanvraagvereisten bestaat uit een algemeen deel dat geldt voor iedere aanvraag en een specifiek deel met specifieke regels per activiteit. Voorbeelden van aanvraagvereisten zijn: de locatie waar de activiteit plaatsvindt; de hoeveelheid te lozen koelwater van een stookinstallatie; een beschrijving van het soort gas in een opslagtank. In de Omgevingsregeling zit een praktische uitwerking van een aantal regels uit Bal en het Bbl, bijvoorbeeld met betrekking tot emissies van dierenverblijven of duurzaamheid van gebouwen. Ook staan in de Omgevingsregeling meet- en rekenmethoden. Voor gemeenten betreft het de methoden die moeten worden gebruikt om besluiten te motiveren met betrekking tot het omgevingsplan, vergunningaanvragen en projectbesluiten. Bijvoorbeeld of een aanvraag voor omgevingsvergunning aan de luchtkwaliteitsnorm voldoet. Ook voor de aanvrager van vergunningen zijn methoden genoemd voor activiteiten die decentraal (via het omgevingsplan) worden gereguleerd. Bijvoorbeeld hoe men kan bepalen of men aan een geurnorm uit het omgevingsplan voldoet. Participatie In de omgevingsregeling is opgenomen dat participatie een motiveringsverplichting is bij een aanvraag omgevingsvergunning. Bij een aanvraag omgevingsvergunning moet aangegeven zijn of, en zo ja op welke wijze, invulling is gegeven aan participatie. Participatie kan inzicht in de belangen van omwonenden en belanghebbenden geven en kan daarmee als onderdeel van de benodigde informatie worden beschouwd door de gemeente. Participatie is in de meeste gevallen echter niet verplicht voor de aanvrager. De gemeenteraad wijst voor het in werking treden van de Omgevingswet gevallen aan waarvoor participatie verplicht is. Daarnaast moet goed beargumenteerd worden waarom er meer dan de aanvraagvereisten uit de omgevingsregeling nodig zijn, bijvoorbeeld wanneer ambtshalve de uitgebreide procedure van toepassing wordt verklaard omdat de belangen niet goed in beeld zijn. De gemeente Hollands Kroon heeft een handreiking voor participatie opgesteld. Deze handreiking geeft informatie over de communicatie en de verschillende manieren van het houden van een omgevingsdialoog die bij diverse ruimtelijke ontwikkelingen wenselijk is. Hoe de initiatiefnemer van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling hieraan invulling geeft is afhankelijk van de grootte en/of gevoeligheid van het project in de omgeving. Lokaal beleid en verordeningen Tot 2032 of eerder als het definitieve Omgevingsplan is vastgesteld beoordelen wij aanvragen aan de bruidsschat, bestemmingsplannen en lokale verordeningen welke een ruimtelijke component bevatten (tijdelijk deel omgevingsplan). Concrete voorbeelden van lokale verordeningen is de Verordening Fysieke leefomgeving (VFL) Bekendmaking en publicatie Zodra het besluit over de aanvraag omgevingsvergunning genomen is wordt dit bekend gemaakt aan de aanvrager door het versturen van het besluit. De besluiten worden digitaal gepubliceerd in het gemeenteblad. Omwonenden en andere belanghebbenden kunnen via de website www.overheid.nl een abonnement nemen om geïnformeerd te worden over nieuwe publicaties die aan bepaalde zoektermen voldoen. Activiteiten omgevingsvergunningen Op grond van de Omgevingswet (via artikel 5.1) is de activiteit bouwen gescheiden in een technisch en een ruimtelijk deel. Dat levert twee activiteiten op waarvoor een omgevingsvergunning aangevraagd moet worden; de omgevingsplanactiviteit en de bouwactiviteit. Deze paragraaf licht de verschillende activiteiten uit omgevingsvergunningen toe. Omgevingsvergunning voor de (technische) bouwactiviteit Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf2.3.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving en of het bouwwerk behoort tot gevolgklasse 2 of 3 dan wordt de bouwtechniek van het bouwwerk, op basis van het Bbl, beoordeelt door de gemeente. Vergunningvrij bouwwerken zijn omschreven in het Bbl. Omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit Het ruimtelijke bouwen en in stand houden en gebruiken van een bouwwerk is in het omgevingsplan geregeld. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om de locatie van het bouwwerk, de bebouwingsoppervlakte of het uiterlijk. De volgende paragrafen gaan in op de verschillende omgevingsplanactiviteiten. Binnenplanse en buitenplanse omgevingsplanactiviteiten Er wordt een onderscheid gemaakt tussen binnenplanse en buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Binnenplanse omgevingsplanactiviteiten zijn die activiteiten die passen binnen de beoordelingsregels van het omgevingsplan en waarvoor in het omgevingsplan een vergunningplicht is opgenomen. Buitenplanse omgevingsplanactiviteiten wijken hier (op onderdelen) vanaf. Voor dit type is het dan nodig om een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit aan te vragen. Vergunningen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit betreft aanvragen die niet passen binnen het omgevingsplan (van rechtswege of nieuwe stijl). Ook voor deze aanvragen geldt in principe de standaardprocedure van 8 weken. In sommige gevallen kan de uitgebreide procedure van toepassing worden verklaard. Verleende vergunningen moeten binnen 5 jaar in het omgevingsplan verwerkt zijn, tenzij het om een tijdelijke vergunning gaat. De alternatieve route voor het meewerken aan een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is het wijzigen van het omgevingsplan. Omgevingsplanactiviteit voor het bouwen van een bouwwerk Een beoordeling van een aanvraag omgevingsplanactiviteit die bestaat uit bouwen ziet toe op de planologische aspecten van een bouwwerk, ofwel de beoordeling aan het omgevingsplan. Vergunningvrije omgevingsplanactiviteiten met betrekking tot het bouwen van een bouwwerk zijn omschreven in de bruidsschat (artikel 22.26). De gemeente bepaalt (deels) zelf in welke mate ze ook de omgevingsplanactiviteiten die bestaan uit bouwen vergunningsvrij, melding plichtig of vergunning plichtig maakt. Omgevingsplanactiviteit voor het slopen van een bouwwerk De sloopactiviteit heeft vaak een relatie met andere activiteiten: Een sloopactiviteit gaat in veel gevallen samen met een bouwactiviteit; Is het bouwwerk dat wordt gesloopt een rijksmonument? Dan gelden voor het slopen de regels voor de rijksmonumentenactiviteit; De gemeente kan in het omgevingsplan extra regels stellen. Bijvoorbeeld ter bescherming van een stads- of dorpsgezicht of om te voorkomen dat open ruimten in bebouwing ontstaan. Omgevingsplanactiviteit voor monumenten, beschermd stads-of dorpsgezichten, overig cultureel erfgoed en werelderfgoed Bij de beoordeling van aanvragen voor een omgevingsvergunning voor het in ieder opzichte wijzigen van monumenten en beschermde stads- en dorpsgezichten wordt beoordeeld of er geen onomkeerbare schade wordt toegebracht aan gemeentelijk cultuurhistorisch erfgoed. Daarnaast bevat de bruidsschat aanvraagvereisten met betrekking tot het ontsieren, slopen of veranderen van monumenten. Het betreft gemeentelijke, archeologische en provincie beschermde monumenten of beschermde stads-en dorpsgezichten. Overige omgevingsplanactiviteiten (bruidsschat) De bruidsschat bevat aanvraagvereisten en beoordelingsregels met betrekking tot onder andere de volgende vergunning plichtige activiteiten. Deze kunnen gekoppeld zijn aan lokale verordeningen en regelingen. Omgevingsplanactiviteit: Uitvoeren van werken of werkzaamheden Omgevingsplanactiviteit: Beperkingengebied leidingen Omgevingsplanactiviteit: Gebruiken van locaties of bouwwerken in strijd met omgevingsplan Omgevingsplanactiviteit: Slopen van een bouwwerk Omgevingsplanactiviteit: Gemeentelijk monument slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijziging of herstellen, gebruiken of laten gebruiken op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht Omgevingsplanactiviteit: Plaatsen van voorwerpen op/aan de weg Omgevingsplanactiviteit: Aanleggen of veranderen weg Omgevingsplanactiviteit: Slopen van een bouwwerk in een gemeentelijk stads- en dorpsgezicht Omgevingsplanactiviteit: Uitweg/uitrit Omgevingsplanactiviteit: Alarminstallatie Omgevingsplanactiviteit: Kappen van bomen of vellen van houtopstanden Omgevingsplanactiviteit: Reclame Omgevingsplanactiviteit: Opslaan roerende zaken Rijksmonumentenactiviteit Een rijksmonumentenactiviteit is een aanvulling op de omgevingsplanactiviteit voor monumenten en betreft een activiteit ‘inhoudende het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een rijksmonument of een voorbeschermd rijksmonument of het herstellen of gebruiken daarvan waardoor het wordt ontsierd of ingevaar gebracht’. Rijksmonumenten zijn monumenten en archeologische monumenten die volgens de Erfgoedwet in het rijksmonumentenregister staan ingeschreven. De regels over de rijksmonumentenactiviteit en over cultureel erfgoed staan in de Omgevingswet, het Omgevingsbesluit (Ob), het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), de Omgevingsregeling, het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet en het omgevingsplan van rechtswege (via de bruidsschat). Voorbeschermde rijksmonumenten zijn monumenten of archeologische monumenten die nog niet in het rijksmonumentenregister staan ingeschreven. Maar waarvoor de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) het ontwerpbesluit tot aanwijzing als rijksmonument al naar de eigenaar heeft gestuurd. Het Bal bevat de specifieke zorgplicht (artikel 13.7) om beschadiging en vernieling aan een rijksmonument te voorkomen. Een bouwactiviteit die van invloed is of een rijksmonument betreft is in dat geval ook een rijksmonumentenactiviteit. De rijksmonumentenactiviteit is vergunningplichtig op grond van de Omgevingswet. De gemeentelijke adviescommissie heeft de taak om te adviseren over de aanvragen om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit, met betrekking tot een monument. Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is adviseur met instemming bij een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een archeologisch monument. Milieubelastende activiteiten Een milieubelastende activiteit is een activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken, bijvoorbeeld bij het uitbaten van een SEVESO of IPPC-installatie maar ook voor de opslag van mest, grond, baggerspecie of koolstofdioxide in de bodem, lozing van afvalwater op oppervlaktewater, geluid of de opslag van gevaarlijke stoffen. Hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) wijst de milieubelastende activiteiten aan waarvoor algemene regels gelden en in welke gevallen en daarnaast een vergunningplicht geldt. In totaal gaat het om zo’n 100 verschillende gevallen. Ook bevat de bruidsschat een aantal vergunningsplichtige milieubelastende activiteiten die vanzelf landen in het tijdelijke omgevingsplan. Het gaat onder andere om de volgende activiteiten: verwerken polyesterhars; installeren gesloten bodemenergiesysteem; het kweken maden van vliegende insecten; opslaan propaan of propeen; tanken met LPG; antihagelkanonnen; biologische agens; genetisch gemodificeerde organismen; opslaan dierlijke meststoffen; lozen in de bodem (vangnetvergunning); lozen in schoonwaterriool (vangnetvergunning). Maatwerkvoorschriften Het Bal en Bbl bieden mogelijkheid tot maatwerkvoorschriften. Er zijn twee typen maatwerkvoorschriften: gekoppeld aan vergunning, dan betreft een maatwerkvoorschrift een vergunningvoorschrift; een separaat maatwerkbesluit (los van een vergunning). Met een maatwerkvoorschrift kan de gemeente afwijken van algemene regels. De gemeente kan met maatwerkvoorschriften bijvoorbeeld: algemene regels nader invullen of aanvullen eisen opstellen die strenger of minder streng zijn dan de algemene regels afwijken van een verbod in algemene regels Het bevoegd gezag kan een maatwerkvoorschrift bijvoorbeeld gebruiken voor onvoorziene situatie, bijzondere gevallen, lokale omstandigheden of het bereiken van ambities voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Het maatwerkvoorschrift kan ambtshalve worden opgesteld of op verzoek. Er zijn algemene uitgangspunten (paragraaf 4.3.2 Omgevingswet) die zaken als veiligheid en het beschermen van de gezondheid in het kader van maatwerkvoorschriften waarborgen. Verder zijn er ook meer specifieke uitgangspunten, zoals toegankelijkheid van bouwwerken voor mensen met een functiebeperking en het toepassen van de beste beschikbare technieken. Maatwerkvoorschriften zijn niet onbeperkt mogelijk. Beoordelingsregels voor vergunningen en de eisen aan vergunningvoorschriften gelden vaak ook voor maatwerkvoorschriften. Mogelijkheden zijn aangeduid in het Bal en Bbl. Gelijkwaardige maatregel Op grond van artikel 4.7, eerste lid, van de Omgevingswet kan in plaats van een in een algemene regel voorgeschreven maatregel (zoals een technische bouw eis in het Bbl) toestemming worden verleend om in plaats daarvan een gelijkwaardige maatregel te treffen. We bedoelen hier met regels waaruit een vergunningplicht voortvloeit. Met de gelijkwaardige maatregel moet ten minste hetzelfde resultaat worden bereikt als met de voorgeschreven maatregel is beoogd. Maatregelen op het gebied van omgevingsveiligheid hebben als doel om mensen in gebouwen te beschermen tegen de effecten van een van buiten komende brand of explosie. Een voorbeeld is een opvanggeul voor uitstromende brandbare vloeistoffen die soms gelijkwaardig of beter beschermen dan een brandwerende gevel (welke de technische eis betreft). De gemeente Hollands Kroon beoordeelt gelijkwaardige oplossing in eerste instantie zelf samen met zijn interne adviseurs zoals bijv. De ODNHN en VRNHN. Waar nodig vragen we advies aan een (extern) adviseur Overige werkzaamheden in het kader van vergunningverlening De volgende werkzaamheden zijn overige werkzaamheden die mogelijk zijn in het kader van vergunningverlening. Indien zij in grote mate voorkomen dan kunnen zij van invloed zijn op de capaciteit. Verlengen tijdelijke omgevingsvergunning bouwactiviteit Wijzigen omgevingsvergunning Wijzigen voorschriften omgevingsvergunning Intrekken omgevingsvergunning Niet genoemd besluit op aanvraag Zienswijzen, bezwaar en beroep Adviesverzoek ander bevoegd gezag Adviesverzoek ander bevoegd gezag bij magneetactiviteiten Bij meervoudige aanvragen kan sprake zijn van magneetactiviteiten. Deze activiteiten hebben als het ware een magnetische werking en zijn bepalend voor welke bestuursorgaan bevoegd gezag is. Het gaat om de situatie waarbij één van die activiteiten niet bij de gemeente kan worden neergelegd. De andere activiteiten in de vergunningaanvraag gaan dan mee dat het andere bevoegde gezag (de provincie of het Rijk). Bij activiteiten waarvoor de provincie of het rijk bevoegd gezag is, zal het college van B&W om advies gevraagd worden over activiteiten waarvan zij ‘oorspronkelijk’ bevoegd gezag zouden zijn geweest. Deze adviesverzoeken komen binnen in de VTH-applicatie en worden naar relevante college gestuurd. Bij meervoudige aanvragen wordt het college van B&W dus om advies (art. 4.20 lid 1 Omgevingsbesluit) gevraagd. Het college krijgt hiervoor een voorgenomen beslissing toegestuurd en moet daarover binnen 4 weken een advies geven. In bepaalde gevallen is advies met instemming van het college van B&W noodzakelijk (artikel 4.20 lid 2). Het gaat om sommige buitenplanse omgevingsplanactiviteiten en milieubelastende activiteiten. Als de buitenplanse omgevingsplanactiviteit valt binnen een categorie die is aangewezen door de raad is ook advies van de raad noodzakelijk. Bij enkelvoudige aanvragen geldt voorgaande niet, omdat dan het bevoegd gezag (gemeente) beslist op de enkelvoudige aanvraag. Dat sluit afstemming en samenwerking met andere bestuursorganen natuurlijk niet uit. Behandeling meldingen De grondslag voor meldingen van voormalige vergunningplichten is te vinden in het Bal en Bbl. Anders dan bij vergunningaanvragen vindt bij de meldingen alleen een beoordeling op volledigheid plaats. Wanneer de melding niet volledig is, wordt deze niet beschouwd als melding. De gemeente informeert hierover de melder. Hieronder zijn een aantal belangrijk meldingsplichten toegelicht. Melding milieu In hoofdstuk 4 van het Bal staat per milieubelastende activiteit of er een meldingsplicht geldt. Iedere melding bestaat in ieder geval uit een aantal algemene gegevens. Dat regelt artikel 2.17 van het Bal. Gegevens die de melder altijd moet aanleveren zijn: de aanduiding van de activiteit, bedoeld in hoofdstuk 4; de naam en het adres van degene die de activiteit, bedoeld in hoofdstuk 3, verricht; het adres waarop de activiteit, bedoeld in hoofdstuk 3, wordt verricht; de dagtekening. Melding sloop Met betrekking tot meldingsplichtige sloopwerkzaamheden uit het Bbl is het verplicht om minimaal 4 weken (bij uitzondering 1 week) voor het begin van de sloopwerkzaamheden de sloopactiviteit te melden bij het bevoegd gezag (artikel 7.10 van het Bbl). Vervolgens moet uiterlijk 2 werkdagen voor aanvang en 1 dag na afronding van de feitelijke sloopwerkzaamheden het bevoegd gezag daarover geïnformeerd worden (artikel 7.12 van het Bbl). De melding sloop met asbest wordt net als normale sloop afgehandeld door de gemeente Hollands Kroon. Het toezicht op sloopwerkzaamheden met asbest is bij de ODIJ belegd. Tijdens de sloopwerkzaamheden moet volgens artikel 7.13 van het Bbl de volgende informatie aanwezig zijn: de sloopmelding en bijbehorende informatie; gegevens over hoe de veiligheid en gezondheid in de directe omgeving wordt geborgd; indien van toepassing maatwerkvoorschriften, het besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang of last onder dwangsom en het asbestinventarisatierapport of de eindbeoordeling asbestverwijdering; en andere voor het slopen van belang zijnde informatie zoals bijvoorbeeld de inzet van een mobiele puinbreker (op grond van afdeling 7.2 van het Bbl staat hier ook een meldingsplicht op). Melding brandveilig gebruik Onder de Omgevingswet is de omgevingsvergunning brandveilig gebruik vervallen, maar geldt voor bepaalde gebouwen nog wel een meldingsplicht. In artikel 6.6 Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) is een tabel opgenomen waarin per gebruiksfunctie is aangegeven vanaf welk aantal mogelijk aanwezige personen sprake is van een meldingsplicht voor brandveilig gebruik van het bouwwerk. Op grond van artikel 6.7 Bbl moet de gebruiksmelding 4 weken voor het begin van het gebruik worden gedaan. Er moeten een aantal gegevens en bescheiden worden ingediend. Deze zijn genoemd in artikel 6.8 va het Bbl. Met de VRNHN zijn afspraken gemaakt over welke meldingen voor advies worden voorgelegd aan de brandweer. Als de gemeente advies nodig heeft, is de afspraak dat dit aan de VRNHN wordt gevraagd. Wettelijke procedure Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Inleiding De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (hierna: Wkb) brengt grote veranderingen met zich mee. Het college blijft weliswaar verantwoordelijk voor het toezicht op de bestaande bouw en bouw- en sloopveiligheid, maar een aanzienlijke hoeveelheid toezichts- en toetsingstaken worden overgedragen aan een nieuwe speler in het veld: de private kwaliteitsborger. Deze toetst aan de hand van het nieuwe figuur van “instrumenten” of een bouwplan aan de technische regels voldoet. Het bevoegd gezag treedt - in beginsel - alleen nog op, op aangeven van de kwaliteitsborger. Fasen en rollen Voor de volledigheid wordt hieronder het proces onder de Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging weergegeven. Aanvraag Omgevingsplanactiviteit (OPA), minimaal 8 weken voor aanvang bouw: Toetsen aan o.a. welstand, omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan); Beoordeling bijzondere lokale omstandigheden en risico’s en het kenbaar maken van lokale aandachtspunten; Eventueel/indien nodig informatie verstrekken over bijvoorbeeld omgevingsveiligheid, rooilijnen, bijzondere lokale omstandigheden in het kader van de Wkb en regels ten aanzien van o.a. geluid en fijnstof; Voorbereiding op toezicht en handhaving. Melding bouwactiviteit, minimaal 4 weken voor aanvang bouw: Beoordeling volledigheid bouwmelding op risicobeoordeling, borgingsplan, toegelaten instrument en kwaliteitsborger; Opvragen specifieke informatie en planning; Voldoet de melding niet aan de voorwaarden dan moet het bevoegd gezag dat kenbaar maken aan de melder, daarmee is de melding juridisch niet gedaan. Start bouw, informatieverstrekking minimaal 2 werkdagen voor start bouw aan het bevoegd gezag. De Omgevingsveiligheid is en blijft een taak/verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag. Uitvoering / kwaliteitsborging: Uitvoering borgingsplan door kwaliteitsborger; Al dan niet toepassen van informatie- en controlemomenten. Gereedmelding: aanleveren dossier bevoegd gezag, minimaal 2 weken voor ingebruikname van het bouwwerk. Het dossier bevoegd gezag bevat o.a. de verklaring van de kwaliteitsborger en gegevens en bescheiden waaruit blijkt dat het bouwwerk voldoet aan de technische voorschriften (Besluit bouwwerken leefomgeving). Beoordeling dossier bevoegd gezag. Informatieverstrekking einde bouwwerkzaamheden. Ingebruikname. Voor de bouw Formeel neemt het bevoegd gezag de onderstaande stappen, maar in de praktijk treedt de ODIJ namens het bevoegd gezag op. In plaats van “bevoegd gezag” kan dus ODIJ worden gelezen. Bouwmelding aan bevoegd gezag Uiterlijk vier weken voor de start van de bouw moet een bouwmelding worden gedaan bij het bevoegd gezag via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Het bevoegd gezag beoordeelt of de bouwmelding volledig is. Als dat zo is, dan mag de bouw zoals gepland na de termijn van vier weken starten. Is de bouwmelding onvolledig? Dan moet de bouwmelding worden aangevuld. Er geldt dan een nieuwe termijn van vier weken voordat de bouw kan starten. Controle op volledigheid bouwmelding In de bouwmelding staat wie de kwaliteitsborger is en welk instrument wordt toegepast. Ook moet een borgingsplan met risicoanalyse worden aangeleverd. De vergunningverlener toetst of de kwaliteitsborger aan de eisen voldoet en gecertificeerd instrument wordt gebruikt. De vergunningverlener maakt en deelzaak aan voor de toezichthouder, zodat de toezichthouder kan adviseren over algemene en locatie gebonden risico’s. Op algemene en locatie gebonden risico’s wordt dieper ingegaan in hoofdstuk 7. Prioriteiten Bij de beoordeling van de melding en het borgingsplan, het opleggen van informatiemomenten en het houden van toezicht en handhaving zijn de volgende prioriteiten van belang: brandveiligheid; constructieve veiligheid artikel 3.86 lid 1 Bkl. Checklist Om de beoordeling van de melding effectief te laten verlopen stellen wij checklist op met de volgende punten:2 Is de kwaliteitsborger gecertificeerd; Is het juiste instrument toegepast; Is een noodzakelijke omgevingsplanvergunning aangevraagd; Worden de punten uit de Algemene Risicoparagraaf van dit document geborgd. Ook controleert het bevoegd gezag of alle specifieke risico’s voor dat bouwwerk in de risicobeoordeling in kaart zijn gebracht en in het borgingsplan zijn vastgelegd. Met name rondom de risicobeoordeling is aan te bevelen dat het bevoegd gezag vroegtijdig met een bouwer en de kwaliteitsborger overlegt. Bij een dergelijk overleg kunnen tevens eventuele specifieke lokale omstandigheden – die verplicht moeten worden meegenomen in de risicobeoordeling – worden besproken en toegelicht. De Wkb biedt de mogelijkheid om in aanvulling op de Awb specifieke informatie op te vragen, inclusief de planning, op basis van 2.20 Bbl. Dat kan tijdens de bouw of vlak voor de bouw. Het opleggen hiervan is gekoppeld aan specifieke signalen of aan bijzondere lokale omstandigheden. Tijdens de bouw Informatiemomenten Het bevoegd gezag kan afhankelijk van de (lokale) omstandigheden of bij specifieke signalen informatiemomenten in lassen. Dit vindt meestal plaats nadat de melding is gedaan. Deze informatiemomenten kunnen worden opgelegd n.a.v. signalen van onvolkomenheden tijdens de bouw. De opgevraagde informatie kan gaan over: bouwwerkzaamheden in situaties waar bepaalde risico’s spelen die van invloed kunnen zijn op het voldoen van het bouwwerk aan de bouwtechnische regels (zie hiervoor onder Algemene risico’s); De momenten waarop specifieke bouwwerkzaamheden plaatsvinden. Tijdens de bouw ziet de kwaliteitsborger toe op het naleven van het borgingsplan correcte uitvoering van het bouwplan. Bij strijdigheden informeert de kwaliteitsborger de aannemer en de opdrachtgever. Ontstaan problemen die niet meer worden opgelost? Dan moet de kwaliteitsborger ook het bevoegd gezag informeren. Dit is het moment waarop de toezichthouder pas naar buiten gaat. De toezichthouder vraagt informatie op, eventueel inclusief planning als er specifieke signalen zijn of sprake is van bijzondere lokale omstandigheden. Als de toezichthouder zodanige overtredingen ziet dat verder bouwen onwenselijk is, kan hij handhavend optreden en indien noodzakelijk de bouw stilleggen. Na de bouw De gereedmelding Bij de gereedmelding van de bouw dient de indiener van de bouwmelding twee documenten in bij het bevoegd gezag: De verklaring Het dossier bevoegd gezag. De verklaring In de verklaring meldt de kwaliteitsborger dat is gebouwd in overeenstemming met de eisen van het Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna: Bbl). De inhoud van de verklaring bestaat uit de volgende onderdelen: opgave welk instrument is toegepast en de verklaring dat de kwaliteitsborger dat instrument ook mag gebruiken; verklaring dat de kwaliteitsborging zijn werkzaamheden heeft uitgevoerd volgens de in het instrument gestelde eisen; verklaring dat de kwaliteitsborger vindt dat het bouwwerk voldoet aan de bouwtechnische voorschriften zoals bedoeld in hoofdstuk 4 en 5 van het Bbl. In de verklaring wordt ook ingegaan op de maatregelen die zijn getroffen om de risico's die in het borgingsplan staan te beheersen. Het dossier bevoegd gezag Het dossier bevoegd gezag omvat alle fasen van het bouwproject en heeft betrekking op o.a. de veiligheid (constructieve- en brandveiligheid o.a.). Hierbij gaat om het aantonen dat het bouwwerk voldoet aan alle (kwaliteit)eisen van het Bbl. Beoordeling door bevoegd gezag na gereedmelding De beoordeling van de stukken gebeurt op hoofdlijnen, dus er vindt geen inhoudelijke toets van de documenten plaats. Het bevoegd gezag beoordeelt de verklaring van de kwaliteitsborger en het dossier bevoegd gezag. Bij een onvolledige gereedmelding informeert het bevoegd gezag de indiener hierover binnen 10 werkdagen na indiening. Na indiening van de aanvullende gegevens gaat opnieuw een periode van 10 werkdagen in om te toetsen of de gereedmelding volledig is Zijn er strijdigheden tijdens of na afronding van de bouw? Dan kan de gemeente overgaan tot herstelsancties of de ingebruikname van het bouwwerk verbieden. Wanneer is voldaan aan de voorschriften die zijn gesteld aan de verklaring van de kwaliteitsborger en aan de overige gegevens en stukken (art. 2,15 Bbl en op basis van het Ontwerpbesluit kwaliteitsborging voor het bouwen) kan het pand in gebruik worden genomen. Algemene Risico’s gemeente Hollands Kroon Bouwen nabij monument of oude panden Bouwt of sloopt u naast een oud pand of gebouw dat slecht gefundeerd is, neem dan extra maatregelen die het risico op het ontstaan van schade als gevolg van trillingen verkleinen. Dit kan door bij voorkeur te kiezen voor een trillingsvrij heisysteem. Indien u toch gaat heien, inclusief een inwendig geheide stalen buispaal, dient een monitoringsrapport te worden opgesteld waarin volgens SBR richtlijn A standaard uitgegaan wordt van een categorie 2 gevoelig. Een lagere categorie mag alleen worden toegepast indien u dit aantoont door gebruik te maken van het stappenplan in de SBR richtlijn A. Bij de melding sloop- en omgevingsveiligheid dient het monitoringsrapport te worden ingediend. Voor het opstellen van een monitoringsrapport kunt u een hierin gespecialiseerd bedrijf inhuren. Bouwen of slopen in een dijklichaam (primaire en secundaire waterkeringen) Bouwt of sloopt u in een dijklichaam dan dient de dijk stabiel gehouden te worden tijdens uitvoering door altijd een bouwput te realiseren met grond- en waterkerende voorzieningen. Bij de melding sloop- en omgevingsveiligheid dient een bouwputadvies en eventueel bemalingsplan te worden ingediend. Voor meer informatie over dijklichamen kunt u terecht bij het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Geluid, gevel geluidwerendheid In het omgevingsplan kunnen regels zijn opgenomen voor geluidsbelasting op gevels. De geluidsbelasting op de gevel van geluidsgevoelige objecten mag bij (vervangende) nieuwbouw niet hoger zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere grenswaarde. Bluswatervoorzieningen en bereikbaarheid hulpdiensten Grondgebonden woningen mogen in gebruik worden genomen wanneer is voldaan aan de regels voor bluswatervoorzieningen en bereikbaarheid hulpdiensten. Deze regels zijn opgenomen in het omgevingsplan. Bij grondgebonden woningen geldt een maximale afstand van 40 meter tot de bluswatervoorziening. Brandweer Nederland heeft een handreiking gemaakt met alternatieve mogelijkheden voor toereikende bluswatervoorzieningen. Bovengenoemde risico’s moeten in de risicoanalyse bij het borgingsplan worden opgenomen door de kwaliteitsborger. Toezicht en handhaving in het kort (zie voor een nadere uitwerking bijlage 4) Relevante momenten voor bevoegd gezag Welke momenten zijn relevant voor Toezicht en Handhaving? Start van de bouw, zonder noodzakelijke bouwmelding. Start van de bouw, zonder noodzakelijke omgevingsplanvergunning. Er wordt niet voldaan aan eventueel opgelegde informatiemomenten. Tijdens de bouw meldt de kwaliteitsborger onvolkomenheden bij bevoegd gezag. Ambtshalve of door melding van derden worden onvolkomenheden geconstateerd. Aan het eind van de bouw blijkt niet conform Bbl te zijn gebouwd. Er wordt gereed gemeld zonder dat er vooraf een startmelding (incl. borgingsplan) is ingediend. De OD zal daarom in eerste aanleg alleen toezicht houden: Op de vergunning voor omgevingsplanactiviteit; Indien de kwaliteitsborger hier om vraagt; Toezicht i.v.m. handhavingsactie Controlemoment(
- en)specifieke risico’s (uitzonderlijke situaties, hiervoor zijn vooraf geen voorbeelden te noemen). Informatiemomenten Bijlage3.Risicoanalyse toezicht en handhaving Het aspect ‘risicoanalyse’ is alleen uitgewerkt voor toezicht en handhaving, omdat voor vergunningen vooral de behandeltijd en vergunning kwaliteit van toepassing zijn. Daardoor konden geen noemenswaardige problemen benoemd konden worden. Voor het maken de risicoanalyse is gebruik gemaakt van een landelijk geaccepteerd risicomodel van het voormalige ministerie van Justitie. Deze methodiek is een gangbare landelijke risicobeoordelingsmethode die door meerdere overheidsorganen wordt toegepast en is gebaseerd op de methode ‘Programmatisch handhaven – Gids voor gemeenten, waterschappen en provincies’ van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV). Hierbij wordt voor het bepalen van het risico gebruik gemaakt van de formule: Risico = negatief effect x kans op niet-naleving Hierbij worden de volgende vragen gesteld: Hoe groot is de kans dat een regel of voorschrift niet wordt nageleefd? Hoe groot zijn de effecten op de leefomgeving bij niet-naleving? Aan de antwoorden op bovenstaande vragen wordt een aantal punten toegekend op een schaal van vijf punten (1 heel klein, 2 klein, 3 gemiddeld, 4 groot en 5 heel groot). De resultaten hiervan leiden uiteindelijk tot een overzicht van het risico per activiteit. Op basis van de hierboven beschreven methodiek, is in de gemeente Hollands Kroon een risicoanalyse uitgevoerd. Hieruit zijn de volgende prioriteiten naar voren gekomen:Omgevingsvergunning activiteit bouwen voor woningbouw, appartementen, kamerverhuur logiesgebouw, restaurant, café, horeca, bedrijf, kantoor, winkel maatschappelijke gebouwen (kinder)dagverblijven, scholen, sport, zorg slopen (monument en/of in beschermd dorps- en stadsgezicht) wijzigen rijks- of gemeentelijk monument melding slopen met asbest omgevingsvergunning activiteit brandveilig gebruik in gebruik hebben van een gebouw in strijd met de brandveiligheidseisen – logies/horeca/kantoor/winkel/(kinder)dagverblijf, scholen, zorg, sportcomplex in gebruik hebben van een gebouw in strijd met de constructieve eisen – logies/horeca/kantoor/winkel/(kinder)dagverblijf, scholen, zorg, sportcomplex slopen met asbest zonder vergunning ondermijning: sluiten van panden i.r.t. vervaardigen van drugs/drugshandel (art. 13 Opiumwet) toezicht en handhaving op ernstige openbare zaken (o.a. ondermijningszaken, woonfraude, arbeidsuitbuiting, handel in wapens, illegaal gokken, witwassen, motorclubs, mensenhandel). Gezien de aanwezige capaciteit bij zowel toezicht als handhaving is het niet mogelijk om ons te richten op alle prioriteiten. Er is daarom gekozen om een verdere prioritering in de inventarisatie te maken, waarbij de voor 2024 hebben besloten ons te richten op prioriteiten die betrekking hebben op constructieve- en brandveiligheid (1 b en 1c, 3, 4, en 5) en ondermijning
(7). Hierbij wordt gebruik gemaakt van de multidisciplinaire inzetbaarheid van de toezichthouders. Bijlage4.Nalevingsstrategie Bestuursorganen die zijn belast met de handhavingsstaak stellen een handhavingsstrategie vast in een of meer documenten waarin gemotiveerd wordt aangegeven welke doelen worden gesteld voor de handhaving en welke werkzaamheden met het oog op die doelen worden verricht. De handhavingsstrategie is onderdeel van de nalevingsstrategie. De nalevingsstrategie van de gemeente Hollands Kroon bestaat uit drie onderdelen. Preventiestrategie; Toezichtstrategie; Handhavingsstrategie. Doel Nalevingsstrategie Het doel van de nalevingsstrategie is om de naleving van wet- en regelgeving bevorderen. Reikwijdte Nalevingsstrategie Deze strategie geldt voor de taken binnen het omgevingsrecht en de Verordening fysieke leefomgeving van de bestuursorganen van de gemeente Hollands Kroon. Deze strategie geldt niet voor de werkzaamheden die vallen onder het basistakenpakket van de omgevingsdienst zoals bedoeld in artikel 13.12 van het Omgevingsbesluit. Voor deze taken geldt een aparte handhavingsstrategie. Preventiestrategie Naleving bevorderen De verantwoordelijkheid voor het naleven van wet- en regelgeving ligt in eerste instantie bij (rechts)personen zelf. Hiervoor is van belang dat de regels voldoende bekend zijn en dat de inhoud voldoende duidelijk is. Om de bekendheid en de begrijpelijkheid van de regels te bevorderen, wordt nieuwe regelgeving vanuit een bestuursorgaan van de gemeente zo veel als mogelijk in begrijpelijke taal (taalniveau B1) geschreven. Buurtbemiddeling Waar mogelijk, wordt geprobeerd om juridische handhavingsprocedures te voorkomen door het inzetten van buurtbemiddeling. Buurtbemiddeling kan helpen om partijen dichter bij elkaar te brengen en tot een oplossing te komen zonder dat juridische handhavingsprocedures noodzakelijk zijn. Preventieve werking handhavend optreden Handhavend optreden tegen overtredingen kan een afschrikkende werking hebben tegenover anderen. Dit kan leiden tot een betere naleving van de regels. Bijlage5.Toezichtstrategie We maken onderscheid tussen vier toezichtvormen: Toezicht op de verleende (bouw) vergunningen Wij houden integraal toezicht waarbij het opheffen van de overtredingen het uitgangspunt is. Hierbij kiezen we voor de informele aanpak daar waar mogelijk. Door in gesprek te gaan met de overtreder proberen we de inwoners en ondernemers uit te leggen wat gewenst is en te wijzen op hun eigen verantwoordelijkheid. Op deze wijze proberen we een handhavingstraject te voorkomen. Deze wijze van werken doen we vooral bij grootschalige woningbouw en instellingen waar niet of verminderd zelfredzame volwassenen of kinderen wonen of verblijven. Toezicht naar aanleiding van klachten en meldingen Meldingen komen zowel telefonisch als digitaal binnen. In het 4de kwartaal van 2022 is gewerkt aan de digitale uniforme registratie van de taken binnen het VTH-domein. Openwave, Kis en Sharepoint zijn het uitgangspunt. Meldingen en klachten zijn nog onvoldoende hierin meegenomen, afgesproken is om vanaf 2023 ook dit te gaan registeren en hiertoe een goed digitaal proces voor af te gaan stemmen. Binnen Hollandskroon is geprioriteerd in meldingen en klachten. Anoniem wordt in beginsel niet opgepakt tenzij er een gegrond vermoeden van gevaar in het geding is. Voor handhaving geldt dat een verzoek om handhaving schriftelijk of via het contactformulier van de gemeente dient te worden gedaan en voorzien dient te zijn van een naam, adresgegevens, een handtekening en het daadwerkelijke verzoek. Het overgrote deel van de klachten heeft betrekking op bouwwerkzaamheden in de onmiddellijke omgeving van de melder/klager. Het merendeel gaat over de vraag of er wel een vergunning aan de vermeende overtreder is afgegeven. In deze gevallen neemt een toezichthouder contact op met de melder/klager. Als de situatie niet telefonisch opgelost kan worden, dan wordt de situatie ter plaatse beoordeeld. De toezichthouders nemen contact op met de melder en beoordelen de situatie ter plaatse. Indien er sprake is van een overtreding wordt hiertegen opgetreden. In sommige gevallen kan dit via overleg worden opgelost. Indien overleg niet toereikend blijkt te zijn, wordt er op verzoek van de toezichthouder een handhavingstraject gestart. De toezichthouder geeft aan de melder aan dat er een officieel verzoek tot handhaving ingediend moet worden. Zo is er het beginselplicht tot handhaving. Dit kan tot intensieve trajecten leiden waarbij er juridische capaciteit moet worden ingezet. Omdat de ervaring leert dat we in veel gevallen we te maken krijgen met (langlopende) conflicten tussen de omwonenden is de eerste stap: buurtbemiddeling. Beide partijen moeten hiertoe bereid zijn. Wanneer de zaken niet juridisch op te lossen zijn is de laatste mogelijkheid nog team GKB in te schakelen. Zij kunnen dan ook nog kijken om te bemiddelen. Gebiedsgericht toezicht Gebieds-/wijkgerichte aanpak is waar we naartoe willen en dan middels een samenwerking met de Boa’s en wijkbeheer. Een integrale aanpak is hierbij het uitgangspunt, met als doel: vaststelling van het probleem en de regierol en een gerichte inzet van toezichthouders en handhavers. Themagericht toezicht Themagericht toezicht houdt in het toezicht naar aanleiding van projecten die voortkomen uit actuele landelijke/Provinciale thema’s of uit bestuurlijke prioriteiten. Enkele voorbeelden hiervan zijn de controles: Brandveiligheid in gebouwen waar niet of verminderd zelfredzame volwassenen of kinderen wonen of verblijven worden jaarlijks gecontroleerd op brandveiligheid. Arbeidsmigranten: Zowel bij meldingen en verzoeken tot handhaving treden we op. Brandveiligheid en overlast zijn hierbij het uitgangspunt. Daar waar mogelijk vergunnen of gedogen we. Er wordt altijd een onderzoek naar legalisatie gedaan. -Huisvesting Oekraïners: Regionaal is een quotum van huisvesting bepaald voor de vestiging van de Oekraïners per gemeente bepaald. Dit quotum is reeds halverwege 2022 overschreden. Voor de huisvesting is primair gekeken naar brandveiligheid en zijn tijdelijke gedoogbeschikkingen aan de hand van hiertoe vastgesteld gedoogbeleid verstrekt. Voor 2023 verwachten we slechts een beperkte hoeveelheid aan nieuwe vestigingen. Handhavingsstrategie Handhaving is altijd maatwerk. Dat betekent dat elke situatie op zich wordt bekeken en beoordeeld. Hollands Kroon werkt, voor zover niet anders aangegeven in dit beleid, conform de landelijke handhavingsstrategie. In deze landelijke handhavingsstrategie wordt beschreven wanneer en hoe wordt opgetreden bij overtredingen. Voor handhaving in het omgevingsrecht is specifiek de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht opgesteld. De Landelijke Handhavingsstrategie en de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht zijn bijgevoegd. Het doel hiervan is de effectieve en doelmatige handhaving te waarborgen en bij te dragen aan passen en eenduidig optreden. Prioritering Voor bestuursorganen geldt een beginselplicht tot handhaven wanneer zij een overtreding vaststellen. In het kader van een doelmatige handhaving is het toegestaan om een prioritering te maken in de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan de handhavingstaak. Binnen de gemeente Hollands Kroon wordt prioriteit gegeven aan het behandelen van verzoeken om handhaving en overtredingen waarbij sprake kan zijn van een veiligheidsrisico. Bij dit laatste kan worden gedacht aan brandgevaar, Opiumwetovertredingen of andere overtredingen waarbij de veiligheid van één of meer (rechts)personen in het geding is. Deze overtredingen krijgen daarom de prioriteit hoog. Anders overtredingen krijgen de prioriteit middel of geen prioriteit. De kwalificatie wordt bepaald aan de hand van de ernst van de overtreding, de impact op de omgeving, gevolgen voor derden, etc. Dit betekent niet dat zaken met een lagere prioritering niet worden opgepakt maar handhavend optreden wordt in die gevallen uitgesteld tot een later moment, tenzij actief sprake is van een gedoogsituatie. Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Met de komst van de Wet kwaliteitsborging voor bouwen zijn bouwactiviteiten die vallen onder gevolgklasse 1 vergunningsvrij. Wanneer een bouwactiviteit onder gevolgklasse 1 valt is opgenomen in artikel 2.17 van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Voor deze bouwactiviteiten geldt dat voorafgaand aan de bouwactiviteit een bouwmelding moet worden gedaan die voldoet aan de vereisten uit Afdeling 2.2a van het Besluit bouwwerken leefomgeving. De gemeente blijft het bevoegd gezag voor het bouwdomein maar het toezicht wordt hoofdzakelijk uitgevoerd door een kwaliteitsborger. De kwaliteitsborger controleert of de bouwactiviteit voldoet aan de regels van het Besluit bouwen leefomgeving. Mocht handhavend optreden toch nodig zijn, dan is dit aan de gemeente. Binnen handhaving kunnen een aantal situaties voor komen. Voor deze situaties geldt dezelfde prioritering als voor andere overtredingen. Bouwen zonder (complete) bouwmelding Op basis van een eigen constatering of een verzoek om handhaving kan blijken dat wordt gebouwd zonder (complete) bouwmelding. In die gevallen wordt de initiatiefnemer schriftelijk medegedeeld dat bouwen zonder complete bouwmelding niet is toegestaan. Wanneer niet alsnog een complete bouwmelding wordt ingediend, kan een bouwstop of een herstelsanctie worden opgelegd. In artikel 2.19 van het Bbl staat wat allemaal in de bouwmelding moet zijn opgenomen. Geen (complete) gereedmelding bouwactiviteit Ten minste twee weken voordat een bouwwerk in gebruik wordt genomen, moet een (complete) gereedmelding bouwactiviteit worden ingediend. De melding bevat de gegevens en bescheiden die staan genoemd in artikel 2.21 van het Bbl. Een belangrijk onderdeel van de gereedmelding is de verklaring van de kwaliteitsborger. Gebruik van het pand is niet toegestaan zonder (complete) gereedmelding en daartegen zal in beginsel handhavend worden opgetreden. Gereedmelding compleet maar toch sprake van een afwijking van bouwregelgeving Het kan voorkomen dat een gereedmelding voldoet aan de eisen uit artikel 2.21 van het Bbl terwijl het bevoegd gezag toch van oordeel is dat het bouwwerk niet aan de regelgeving voldoet. In die situatie kan worden besloten handhavend op te treden en wanneer dat noodzakelijk is, kan worden besloten dat het bouwwerk niet in gebruik mag worden genomen. Kwaliteitsborger is in gebreke Het kan voorkomen dat de kwaliteitsborger de rol van toezichthouder op een onjuiste manier uitvoert. Het is in beginsel aan de initiatiefnemer om de kwaliteitsborger hierop aan te spreken. Wanneer dit niet tot verandering leidt, kan dit een reden zijn om contact op te nemen met de instrumentaanbieder. De instrumentaanbieder houdt toezicht op het werk van de kwaliteitsborgers. Wanneer dit ook niet tot verbetering leidt, volgt een brief vanuit het bevoegd gezag naar de instrumentaanbieder. Er wordt ook een afschrift gestuurd naar de Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw en de kwaliteitsborger in kwestie. Uitvoeringdilemma’s In de handreiking Toezicht en Handhaving Wet kwaliteitsborging bouw van de VNG wordt een aantal uitvoeringsdilemma’s geschetst. Hieronder wordt aangegeven hoe vanuit de gemeente Hollands Kroon hiermee wordt omgegaan. Kleine afwijking Er is een wetstechnische oplossing in voorbereiding voor situaties waar bij de gereedmelding een verklaring van de kwaliteitsborger ontbreekt dat het bouwwerk voldoet aan de daarvoor geldende regels maar dit slechts is wegens een kleine, niet herstelbare afwijking waarbij handhaving op het verbod op ingebruikname disproportioneel kan zijn. Er is in dat geval sprake van een onvolledige gereedmelding. Het college kan ervoor kiezen om bij een ingebruiknamebesluit niet handhavend op te treden wanneer het gaat om een klein afwijking en handhaving disproportioneel is. Daarbij is het wel van belang dat het college beschikt over de rapportage van de kwaliteitsborger zoals bedoeld in artikel 3.86 van het Bkl. Er kan sprake zijn van een kleine afwijking wanneer: Dit verschil niet of nauwelijks met het blote oog waarneembaar is; Derden door dit verschil niet in hun belangen worden geschaad; Het ongedaan maken van de afwijking buitenproportioneel hoge kosten met zich meebrengt. Gefaseerde ingebruikname Bij grote woningbouwprojecten worden woningen in delen opgeleverd. Tussen de eerste fase en de laatste fase kan een lange periode zitten. Het kan voorkomen dat de woningen van de eerste fase al gereed zijn voor bewoning en dat nog moet worden begonnen met de bouw van de woningen uit de laatste fase. Vanuit Hollands Kroon wordt daarom gekozen voor de werkwijze dat het uitgangspunt is dat per fase een bouwmelding wordt gedaan. Daardoor kan per fase een gereedmelding worden gedaan. Daardoor wordt voorkomen dat de gereedmelding pas gedaan kan worden wanneer de laatste fase is afgerond. Casco bouw In sommige gevallen bouwt een aannemer het casco en bouwt de nieuwe eigenaar de woning af met bijvoorbeeld een badkamer. Dat betekent dat kan voorkomen dat wanneer de aannemer klaar is, het gebouw nog niet voldoet aan de regels van het Besluit bouwwerken leefomgeving. In dat geval kan nog geen goedgekeurde verklaring van de kwaliteitsborger worden overlegd wat betekent dat nog geen volledige gereedmelding kan worden ingediend. Het gebruik van de woning is dan nog niet toegestaan. Bijlage6.Sanctiestrategie Handhaving en Gedogen Sanctiestrategie Wanneer is besloten dat handhavend wordt opgetreden, dient het juiste middel daarvoor te worden bepaald. De bestuursorganen van de gemeente Hollands Kroon maken hierbij gebruik van de interventiematrix zoals deze is opgenomen in de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht. Per overtreding wordt bekeken wel middel geschikt is om de overtreding te beëindigen. Hierbij gelden de volgende uitgangspunten: Het bevoegd gezag legt in beginsel een herstelsanctie op; Bij het opleggen van een herstelsanctie wordt in principe een last onder dwangsom opgelegd, tenzij de doelmatigheid en effectiviteit daar niet mee gediend zijn; Alleen wanneer het bevoegd gezag van mening is dat niet kan worden volstaan met een herstelsanctie, legt het bevoegd gezag een bestuurlijke boete op Beschikbare handhavingsmiddelen Waarschuwing Als een overtreding wordt geconstateerd waarvan het effect op de omgeving beperkt is, de overtreding qua omvang en aard beperkt is en in het handhavingsbeleid wordt geen prioriteit gegeven aan de overtreding, wordt een waarschuwing gegeven. Dit kan zowel mondeling als op schrift. Dit betekent niet dat de overtreding in stand kan blijven. Last onder dwangsom Een last onder dwangsom is een bestuurlijke herstelsanctie. Een last onder dwangsom is gericht aan een overtreder. De last bevat een opdracht om een overtreding geheel of gedeeltelijk te herstellen. In de last wordt een termijn opgenomen waarbinnen hieraan voldaan moet zijn. Als daar niet aan wordt voldaan, verbeurt de overtreder een dwangsom. De hoogte van deze dwangsom is afhankelijk van een aantal factoren waaronder de ernst van de overtreding en het voordeel dat een overtreder behaalt met de overtreding. Wanneer een dwangsom volledig is verbeurd, volgt een aparte invorderingsprocedure. Als de overtreding nog niet is beëindigd, kan een nieuwe last onder dwangsom worden opgelegd. In de Wabo was een grondslag opgenomen voor het opleggen van een bouwstop. In de Omgevingswet is deze grondslag niet opgenomen. Een bouwstop kan nog steeds maar moet dan door middel van een normale herstelsanctie. Last onder bestuursdwang Een last onder bestuursdwang is een bestuurlijke herstelsanctie. Een last onder bestuursdwang is gericht aan een overtreder. Bij een last onder bestuursdwang geeft het bestuursorgaan een termijn om de overtreding te beëindigen en anders beëindigt het bestuursorgaan zelf de overtreding. De kosten die hierbij worden gemaakt worden verhaald op de overtreder. De termijn om de overtreding te beëindigen is onder andere afhankelijk van de spoedeisendheid. In sommige spoedeisende gevallen kan niet worden gewacht op de overtreder die de overtreding beëindigt. In dat geval treedt het bestuursorgaan direct op. Dit is bijvoorbeeld het geval bij levensbedreigende situaties, brandgevaarlijke situaties, bedreiging van de openbare orde, etc. In de Wabo was een grondslag opgenomen voor het opleggen van een