Besluit van burgemeester en wethouders van de gemeente Aalsmeer tot vaststelling van de Beleidsregels Re-integratie Participatiewet Gemeente AalsmeerZaaknummer: Z24-003364 Burgemeester en wethouders van de gemeente Aalsmeer; Gelet op titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 8a van de Participatiewet; overwegende dat: het gewenst is beleidsregels vast te stellen voor de uitvoering van de re-integratie zoals geformuleerd in de Participatiewet; het college het nodig vindt kaders te stellen voor de re-integratie; besluiten vast te stellen de: De Beleidsregels Re-integratie Participatiewet Gemeente Aalsmeer Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Definities In deze beleidsregels wordt verstaan onder: anw: algemene nabestaanden wet; arbeidsgehandicapte: de persoon van wie op grond van een medisch-arbeidskundige beoordeling is vastgesteld, dat hij in verband met ziekte of gebrek een belemmering heeft bij het verkrijgen of verrichten van arbeid; armoedeval: het fenomeen dat uitkeringsgerechtigden die aan het werk gaan, er financieel op achteruit gaan. arbeidsinschakeling: arbeidsinschakeling zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder b van de wet; doelgroep: personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de wet; belanghebbende: het lid van de doelgroep dat aanspraak maakt op ondersteuning of aan wie ondersteuning wordt geboden. directe kosten: reiskosten en/of kosten voor materialen die noodzakelijk zijn om aan het werk te komen (bijvoorbeeld werkschoenen); Ioaw: wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; Ioaz: wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; jobcoaching: persoonlijke ondersteuning aan een persoon als bedoeld in artikel 19 van de re-integratieverordening gemeente Aalsmeer om hem te helpen zijn werk zelfstandig uit te voeren; loonkostensubsidie: loonkostensubsidie aan een werkgever ten behoeve van het in dienst nemen en hebben van een persoon als bedoeld in artikel 10d van de wet; loonwaarde: arbeidsproductiviteit, uitgedrukt in een percentage van het wettelijk minimumloon inclusief vakantiegeld; niet-uitkeringsgerechtigde: de persoon bedoeld in artikel 6 onder a van de wet; ondersteuning: ondersteuning als bedoeld in artikel 7 van de wet; participatieplaats: onderdeel van een re-integratietraject waarbij belanghebbende participeert in een werkomgeving en zich in deze werkomgeving verder ontwikkelt; persoonlijke voorziening: (hulp)middelen om de persoon als bedoeld in hoofdstuk 3A van de verordening in staat te stellen zijn werk te doen; plan van aanpak: een schriftelijk plan, waarin de stappen staan aangegeven die door belanghebbende dienen te worden ondernomen om diens uitstroom naar algemeen geaccepteerde arbeid mogelijk te maken en waarin de wederzijdse rechten en plichten staan aangegeven; proefplaatsing: onderdeel van een re-integratietraject met het oog op het tot stand komen van een dienstverband, hieronder begrepen het bij een werkgever onbeloonde werkzaamheden laten verrichten, als bedoeld in artikel 10d, derde lid van de wet, met het oog op een reële vaststelling van de loonwaarde; re-integratietraject: een traject, bestaande uit één of meer re-integratievoorzieningen, met een duidelijke tijdspanne, dat voorziet in de toeleiding van belanghebbende naar algemeen geaccepteerde arbeid; werkervaringsplaats: onderdeel van een re-integratietraject waarbij de belanghebbende in de vorm van een werkervaringsplaats van maximaal 6 maanden arbeidsritme en/of werkervaring opdoet; taaltoets: het Besluit taaltoets Participatiewet; tegenprestatie: naar vermogen door het college opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden te verrichten en die niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt; tijdelijke loonkostensubsidie: een tijdelijke subsidie aan een werkgever voor een vastgestelde periode zoals bedoeld in artikel 11 van de verordening; uitkeringsgerechtigde: een persoon, jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, die een uitkering heeft in het kader van de wet, de Ioaw of de Ioaz; vaardigheden Nederlandse taal: minimaal het referentieniveau 1F op grond van artikel 2, eerste lid, van de Wet referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen; voorziening: instrument gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a van de wet; verordening: Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Aalsmeer; wet: de Participatiewet. De begripsbepalingen van de wet alsmede van de verordening zijn van toepassing. Artikel2Re-integratietraject/Plan van aanpak Het college draagt zorg voor goede en begrijpelijke informatie richting de belanghebbende over alle regels, rechten en plichten ten aanzien van re-integratiebedrijven en voorzieningen die onderdeel kunnen zijn van een re-integratietraject. Het college zal bij het bieden van ondersteuning bij arbeidsinschakeling zoveel mogelijk individueel maatwerk betrachten. In samenspraak met de belanghebbende wordt de inhoud van het re-integratietraject bepaald met als doel duurzame arbeid te realiseren en uitstroom uit de uitkering te bewerkstellingen. De wederzijdse afspraken worden schriftelijk vastgelegd en aan belanghebbende kenbaar gemaakt. Hoofdstuk2Ondersteuning bij arbeidsinschakeling Artikel3Bepalingen over voorzieningen Belanghebbende kan aanspraak maken op re-integratievoorzieningen die doelmatig zijn. Indien belanghebbende niet of niet behoorlijk aan de verplichtingen van de wet en de verordening voldoet, kan het college bepalen geen re-integratievoorzieningen beschikbaar te stellen of lopende re-integratievoorzieningen te beëindigen. Als een re-integratievoorziening is gestart, dient belanghebbende deze af te ronden. Alleen indien de belanghebbende duurzame arbeid heeft verworven en overleg heeft gehad met de gemeente Aalsmeer, kan hij de re-integratievoorziening voortijdig beëindigen. Het college kan voor de uitvoering van voorzieningen, naast re-integratiebedrijven, afspraken maken met derden, waaronder werkgevers. Artikel4Werkervaringsplaats Aan deelnemers van een werkervaringsplaats, zoals beschreven in de verordening, kan het college naast het behoud van de uitkering twee maal per kalenderjaar een premie uitkeren. Deze premie is gebaseerd op het maximale bedrag zoals beschreven in artikel 31 lid 2 sub j van de wet en wordt na afloop van de werkervaringsplaats uitgekeerd. Het uit te keren bedrag wordt bepaald door het hierboven genoemde maximale jaarbedrag te delen door 12 maanden. Dit maandbedrag wordt vermenigvuldigd met het aantal maanden van de werkervaringsplaats. Dit bedrag wordt uitgekeerd bij een fulltime aantal uren van 36 uur per week. Wanneer het een parttime traject betreft dan wordt de premie naar verhouding van het aantal gewerkte uren naar beneden bijgesteld. Artikel5Participatieplaats Het college kan aan een uitkeringsgerechtigde een participatieplaats aanbieden als onderdeel van een re-integratietraject. Bij een participatieplaats staat het activeren van de uitkeringsgerechtigde voorop en niet direct gerichte arbeidstoeleiding. De voorziening participatieplaats wordt ingezet voor uitkeringsgerechtigden met een grote afstand tot de arbeidsmarkt en indien er op termijn mogelijkheden zijn richting regulier werk. De participatieplaats kenmerkt zich door: het werken met behoud van uitkering; het ontbreken van een arbeidsovereenkomst; geen inzet van (tijdelijke) loonkostensubsidie vanwege het ontbreken van een arbeidsovereenkomst; een primaire focus op het opdoen van arbeidsmarktrelevante kennis, competenties en werkervaring en niet op de waarde van de activiteiten voor de werkgever; een maximale duur van 12 maanden. Het college kan bij een participatieplaats aanvullende dienstverlening toekennen gericht op ondersteuning van werkgever dan wel de uitkeringsgerechtigde, voor zover dit naar het oordeel van het college noodzakelijk geacht wordt voor een succesvol traject gericht op arbeidsinschakeling. Indien het college scholing of een opleiding aanbiedt die de toegang tot de arbeidsmarkt bevordert betrekt het college bij de beoordeling: het oordeel van degene in opdracht waarvan de uitkeringsgerechtigde de participatie-plaats uitvoert; de scholingswens van de uitkeringsgerechtigde. Aan deelnemers van een participatieplaats kan het college naast het behoud van de uitkering twee maal per kalenderjaar een premie uitkeren. Deze premie is gebaseerd op het maximale bedrag zoals beschreven in artikel 31 lid 2 sub j van de wet en wordt na afloop van de participatieplaats uitgekeerd. Het uit te keren bedrag wordt bepaald door het hierboven genoemde maximale jaarbedrag te delen door 12 maanden. Dit maandbedrag wordt vermenigvuldigd met het aantal maanden van de participatieplaats. Dit bedrag wordt uitgekeerd bij een fulltime aantal uren van 36 uur per week. Wanneer het een parttime traject betreft dan wordt de premie naar verhouding van het aantal gewerkte uren naar beneden bijgesteld. Artikel6Proefplaats Indien dit de uitstroom naar duurzaam werk bevordert en passend is bij de ondersteuning van de werknemer, kan het college na een korte proefplaats van één maand, forfaitaire loonkostensubsidie dan wel tijdelijke loonkostensubsidie inzetten. Aan deelnemers van een proefplaats kan het college naast het behoud van de uitkering twee maal per kalenderjaar een premie uitkeren. Deze premie is gebaseerd op het maximale bedrag zoals beschreven in artikel 31 lid 2 sub j van de wet en wordt na afloop van de proefplaats uitgekeerd. Het uit te keren bedrag wordt bepaald door het hierboven genoemde maximale jaarbedrag te delen door 12 maanden. Dit maandbedrag wordt vermenigvuldigd met het aantal maanden van de proefplaats. Dit bedrag wordt uitgekeerd bij een fulltime aantal uren van 36 uur per week. Wanneer het een parttime traject betreft dan wordt de premie naar verhouding van het aantal gewerkte uren naar beneden bijgesteld. Artikel7Nieuw Beschut werk Als naar het oordeel van het college een persoon in aanmerking komt voor een betaald dienstverband in het kader van de voorziening Nieuw Beschut Werk zoals bedoeld in artikel 10b van de wet, kan het college deze persoon voordragen bij het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen voor indicering voor de voorziening Nieuw Beschut Werk. Na verkregen indicatie biedt het college een dienstverband aan. Het aantal plekken dat het college jaarlijks beschikbaar stelt, zoals bedoeld in artikel 10 vierde lid van de verordening, is gelijk aan het aantal dat bij ministeriele regeling, als bedoeld in artikel 10b, vierde lid, van de wet, wordt bepaald. Het Nieuw Beschut Werk wordt uitgevoerd door AM match. Artikel8Persoonlijke voorziening Het college kan aan een belanghebbende als bedoeld in artikel 10 van de verordening een persoonlijke voorziening aanbieden, nodig om de uitkeringsgerechtigde in staat te stellen zijn werk goed te doen. Het college kan ambtshalve of op aanvraag een voorziening verlenen aan de belanghebbende. Een voorziening wordt verleend indien en zolang de inzet hiervan noodzakelijk en doelmatig is. Het college kan hierover advies van een externe deskundige vragen. Een persoonlijke voorziening kan bestaan uit het feitelijk beschikbaar stellen daarvan of uit vergoeding van de kosten. Aan de toekenning van een persoonlijke voorziening kunnen voorwaarden worden verbonden die zijn gericht op een goed gebruik ervan voor het doel waarvoor zij is verleend. Artikel9Overige voorzieningen Het college kan aan een belanghebbende in het kader van een re-integratietraject een bijdrage verstrekken in de directe kosten. Onder directe kosten wordt ook verstaan de voor eigen rekening blijvende kosten voor kinderopvang die verschuldigd zijn: bij het volgen van een re-integratietraject; door een alleenstaande ouder met een kind jonger dan 5 jaar, indien deze alleenstaande ouder maximaal het wettelijk minimumloon verdient. Artikel10Tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang Het college maakt gebruik van de bevoegdheid om op grond van artikel 1.13 van de Wet kinderopvang een tegemoetkoming te verstrekken als aanvulling op de kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst. Artikel11Doelgroep In aanmerking voor een vergoeding voor de eigen bijdrage kosten kinderopvang komt: de ouder die een uitkering ontvangt op grond van de Participatiewet, de IOAW, IOAZ of ANW en gebruik maakt van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling zoals bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, Participatiewet, artikel 34, eerste lid, onder a, IOAW, of artikel 34, eerste lid, onder a, IOAZ, welke voorziening een noodzaak tot kinderopvang met zich meebrengt; de ouder die op grond van de Wet Inburgering 2021 een inburgeringscursus volgt bij een gecertificeerde instelling en algemene bijstand ontvangt op grond van de Participatiewet; de onlangs uit de uitkering gestroomde ouder die deelneemt aan een re-integratietraject. Artikel12Te verstrekken gegevens Een offerte, contract of factuur van het kindercentrum of gastouderbureau dat de kinderopvang gaat verzorgen waarin in ieder geval wordt aangegeven: het aantal uren kinderopvang per kind, de kostprijs per uur en de aanvangsdatum van de opvang; De beschikking van de kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst. Artikel13Voorwaarden verstrekking tegemoetkoming kinderopvang Een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang wordt verstrekt indien: De kinderopvang naar het oordeel van het college noodzakelijk is voor de scholing of re-integratie van de in artikel 11 genoemde doelgroep; De kinderopvang voldoet aan de bepalingen genoemd in de Wet kinderopvang (Wko); De kinderopvang betrekking heeft op een ten laste van de ouder komend kind; en Voor de doelgroep bedoeld bij artikel 11, lid 3: Een kandidaat aan het werk gaat en hierdoor te maken krijgt met de armoedeval. Artikel14Hoogte en duur van de tegemoetkoming kinderopvang Het college verleent de tegemoetkoming zolang voldaan wordt aan de voorwaarden voor ontvangen van een vergoeding. De hoogte van de tegemoetkoming is afhankelijk van de kosten van de kinderopvang per kind die worden bepaald door: Het aantal uren kinderopvang per kind dat naar het oordeel van het college noodzakelijk is. Bij de berekening van de tegemoetkoming wordt gerekend met het maximale uurtarief voor kinderopvang dat jaarlijks door de belastingdienst wordt vastgesteld In afwijking van het gestelde in onderdeel b, wordt bij de vaststelling van de hoogte van de tegemoetkoming uitgegaan van de werkelijke kosten als er naar het oordeel van het college geen adequate kinderopvang beschikbaar is tegen een uurtarief zoals bedoeld in onderdeel b. De kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst wordt in mindering gebracht op de berekende kosten van kinderopvang. De tegemoetkoming ter voorkoming van de armoedeval duurt maximaal één jaar. Artikel15Ingangsdatum tegemoetkoming Het college stelt de ingangsdatum van de tegemoetkoming vast op de dag waarop de scholing of het traject gericht op arbeidsinschakeling begint, of zoveel later als de kinderopvang daadwerkelijk begint. Artikel16Premie ter bevordering van de re-integratie Aan bijstandsgerechtigden met een medische urenbeperking (zoals bedoeld in artikel 6b van de wet) kan het college een tweemalige premie per kalenderjaar uitkeren ter hoogte van maximaal 10% van inkomsten uit arbeid, met een maximum zoals beschreven in artikel 31 lid 2 sub j van de wet. De premie wordt toegekend voor zover zij algemene bijstand ontvangen. Deze premie komt bovenop het vrijlatingspercentage van 15% van inkomsten uit arbeid zoals beschreven in artikel 31 lid 2 sub y van de wet. Artikel17Vergoeding reiskosten en overige onkosten Het college kan een vergoeding voor reiskosten en overige onkosten aanbieden aan uitkeringsgerechtigden die: a. (onbeloonde) arbeid verrichten in het kader van een werkervaringsplaats, participatieplaats of proefplaats; b. vrijwilligerswerk verrichten; c. maatschappelijk nuttige activiteiten verrichten, waaronder begrepen een door het college opgedragen tegenprestatie. d.naast hun (parttime) werk een aanvullende bijstandsuitkering ontvangen. Om in aanmerking te komen voor een vergoeding reiskosten en overige onkosten dient de uitkeringsgerechtigde een (vrijwilligers)overeenkomst te overleggen waaruit de duur en omvang in uren van de (onbeloonde) arbeid, het vrijwilligerswerk of de maatschappelijk nuttige activiteit blijkt. De hoogte van de onkostenvergoeding op grond van het eerste lid bedraagt: Bij 1 dagdeel per week ( 4 uur) € 40,00 per maand; Bij 2 dagdelen per week ( 8 uur) € 80,00 per maand; Bij 3 dagdelen per week (12 uur) € 120,00 per maand; Bij 4 dagdelen per week (16 uur) of meer € 160,00 per maand De vergoeding wordt verminderd met de eventuele vergoeding van de overige onkosten die het bedrijf of instelling zelf verstrekt. De onkostenvergoeding wordt ambtshalve verstrekt. De uitkeringsgerechtigde krijgt een vergoeding per dagdeel dat onbeloonde arbeid/vrijwilligerswerk wordt verricht. Deze wordt maandelijks uitbetaald. De hoogte van het bedrag van de vergoeding overschrijdt niet het gestelde maximum van artikel 31 lid 2 sub k van de wet. Naast de vaste vergoeding per dagdeel is ook nog een incidentele reiskostenvergoeding beschikbaar voor reisbewegingen die verband houden met de re-integratie. Deze vergoeding kan o.a. betrekking hebben op een sollicitatiegesprek of een bezoek aan het raadhuis. Om in aanmerking te komen voor deze vergoeding van de reiskosten dient de uitkeringsgerechtigde minimaal drie kilometer te moeten reizen. De vergoeding wordt beschikbaar gesteld op basis van daadwerkelijk gemaakte kosten. Deze reiskostenvergoeding heeft geen relatie met de in lid 1 genoemde activiteiten. De bevoegdheid tot (periodieke) aanpassing van de in dit artikel bedoelde bedragen voor een vergoeding berust bij het hoofd van de afdeling Werk & Inkomen. De vergoeding voor onbeloonde arbeid of vrijwilligerswerk van de uitkeringsgerechtigde kan worden geweigerd, als de uitkeringsgerechtigde geen mededeling heeft gedaan van al hetgeen dat van belang is voor de verlening daarvan, of als hij de aan het re-integratietraject of tegenprestatie en aan de bijstandsuitkering verbonden verplichtingen niet of niet behoorlijk nakomt. Artikel18Scholing Wanneer belanghebbenden zelf een opleiding of cursus voorstellen gelden de voorwaarden zoals opgenomen in de verordening. Voor een door cliënten zelf voorgestelde opleiding of cursus geldt een maximaal bedrag van € 6.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.