← Nederland

Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van Bergen op Zoom inhoudende Nadere regels Standplaatsen op grond van artikel 5:18 van de

Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van Bergen op Zoom inhoudende Nadere regels Standplaatsen op grond van artikel 5:18 van de APV gemeente Bergen op ZoomBurgemeester en wethouders van Bergen op Zoom, gelezen het voorstel van 31 oktober 2017, BPR17.0520, en gelet op het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, de Gemeentewet en artikel 5:18 van de Algemene Plaatselijke Verordening. Besluiten: Vast te stellen de navolgende Nadere regels standplaatsen gemeente Bergen op Zoom 1.lnleidende begrippen ln deze beleidsregels wordt verstaan onder: a. APV: de Algemene Plaatselijke Verordening Bergen op Zoom b. Awb: Algemene wet bestuursrecht; c. standplaatsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 5.18, eerste lid van de APV, d. standplaats: aanduiding voor terrein of plaats waarvoor een standplaatsvergunning kan worden afgegeven; e. stippenplan: door het college vastgesteld plan waarop de standplaatslocaties met brancheverdeling is weergegeven, 2.Standplaatsen 2.1Aanvragen van standplaats

  1. Aanvragen voor een standplaats worden ingediend middels het speciaal daarvoor bestemd aanvraagformulier.
  2. Aanvragen ingediend anders dan met dit aanvraagformulier zijn niet-ontvankelijk.
  3. Niet-ontvankelijke aanvragen nemen burgemeester en wethouders op grond van artikel 4.5 van de Awb niet in behandeling mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door hen te bepalen termijn aan te vullen. Dit geldt ook voor aanvragen die op het standaardaanvraagformulier zijn ingediend, maar niet de benodigde gegevens bevatten om deze te kunnen afhandelen.
  4. lndien meerdere aanvragen betrekking hebben op dezelfde standplaats, geldt de volgorde van binnenkomst.
  5. De standplaatsvergunning wordt voor de duur van maximaal 5 jaar verleend. Verlenging is niet mogelijk.
  6. Burgemeester en wethouders kunnen, indien plaatselijke, specifieke omstandigheden hiertoe aanleiding geven, nadere voorschriften aan de vergunning verbinden. 2.2Algemene regels over innemen standplaatsen
  7. Voor het innemen van een standplaats is op grond van artikel 5.18, eerste lid van de APV een vergunning benodigd.
  8. De standplaats mag niet in strijd zijn met het ter plaatse geldende bestemmingsplan.
  9. Standplaatsen mogen slechts worden ingenomen op de locaties als genoemd in het stippenplan en bijbehorende kaart A en B.
  10. lndien het een standplaats op particuliere grond betreft, wordt de vergunning pas verleend als de eigenaar van de grond schriftelijke toestemming heeft verleend voor het gebruik van de grond ten behoeve van een standplaats.
  11. Van de standplaatsvergunning moet ook daadwerkelijk gebruik worden gemaakt. Dat houdt in dat de standplaats ook moet worden ingenomen. Is dit niet het geval kan de standplaatsvergunning worden ingetrokken.
  12. Het gebruik van de standplaats is dusdanig dat de (verkeers)veiligheid is gewaarborgd en dat geen overlast/hinder kan optreden voor derden.
  13. De fysieke middelen ten behoeve van een standplaats of objecten die daarvoor worden gebruikt mag/mogen op geen enkele wijze vast in de grond verankerd worden.
  14. De standplaats moet na vertrek schoon worden achtergelaten.
  15. Terrasmeubilair is niet toegestaan.
  16. Versterkte muziek is niet toegestaan.
  17. De standplaats mag slechts worden ingenomen tijdens de winkelopeningstijden zoals beschreven in de Winkeltijdenwet en/of Winkeltijdenverordening.
  18. Tijdens evenementen en warenmarkten mogen standplaatshouders de aan hen toegekende standplaats op het marktterrein/evenemententerrein niet exploiteren, tenzij het gebruik van deze standplaats onderdeel uitmaakt van het ter plekke georganiseerde evenement/warenmarkt.
  19. Gebruik van gemeentelijke stroomkasten, indien beschikbaar, is alleen toegestaan indien wij hier toestemming voor verlenen. Voor gebruik van gemeentelijke stroomkasten, indien beschikbaar, wordt een jaarlijks vast te stellen tarief gerekend. 2,3 Huidige standplaatsvergunninghouders
  20. Voor standplaatsvergunningen die voor het in werking treden van deze Nadere regels zijn verleend geldt een overgangsperiode van vijf jaar na het inwerking treden er van. Gedurende deze vijf jaar behoudt de vergunninghouder zijn standplaats onder de voorwaarden vermeld in de vergunning. Na deze vijf jaar vervalt de vergunning van rechtswege.
  21. Voor de standplaatsen genoemd in het eerste lid gelden de algemene regels zoals verwoord onder 2.2 onverkort. 2.4ldeële standplaatsen
  22. Standplaatsen voor ideële doeleinden mogen slechts worden ingenomen op de locaties als genoemd in het stippenplan en bijbehorende kaart A en B.
  23. Voor de standplaatsen genoemd in het eerste lid gelden de algemene regels zoals verwoord onder 2.2 onverkort. 2.5Hardheídsclausule Van dit beleid wordt slechts afgeweken als het handelen overeenkomstig deze beleidsregels in een concreet geval voor een of meer belanghebbenden zou leiden tot nadelige gevolgen in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen en deze nadelige gevolgen tevoren niet bekend zijn of hadden kunnen zijn. Artikel 4:84 van de Awb is van overeenkomstige toepassing. Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald onder de titel "Nadere regels Standplaatsen op grond van artikel 5:18 van de APV gemeente Bergen op Zoom". Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen op Zoom op 31 oktober 2017.het college van burgemeester en wethouders van Bergen op Zoom,secretarisMevr. mr. A.C. SpindlerburgemeesterDhr. dr. F.A. Petter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.