Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Heeze-Leende juli 2023De raad van gemeente Heeze-Leende; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van gemeente Heeze-Leende; gelet op de artikelen 8a, eerste lid, aanhef en onder a, c, d en e en tweede lid en 10b, vijfde en zevende lid, van de Participatiewet; gezien het advies van de cliëntenraad; gezien het advies van de oordeelsvormende raadsbijeenkomst/commissievergadering Overwegende dat: we het belangrijk vinden dat: mensen actief mee kunnen doen aan het maatschappelijk leven, liefst door middel van betaald werk, en mensen in ieder geval een minimum inkomen hebben; het de taak van de gemeente is om haar inwoners daarbij te helpen; de wetgever de Participatiewet, IOAW en IOAZ heeft opgesteld om dit te bereiken; de gemeente rekening houdt met de doelen van genoemde wetten bij het toepassen van de regels; de gemeente ervoor zorgt dat het effect van een besluit past bij de doelen van de wet en de regeling; de gemeente daarbij de volgende kernwaarden betrekt: Inwoners zijn in de eerste plaats zelf verantwoordelijk om de doelen te realiseren Inwoners zetten zich in om deze doelen te bereiken De gemeente helpt waar dat nodig is en stimuleert inwoners om zelf oplossingen te vinden voor problemen Besluit vaststellen de Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Heeze-Leende juli 2023 Hoofdstuk1.Algemene bepalingen Artikel1.Definities In deze verordening wordt verstaan onder: detachering: de werknemer wordt (tijdelijk) uitgeleend door de werkgever aan een opdrachtgever waar de feitelijke werkzaamheden plaatsvinden; doelgroep: personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a. van de wet; externe werkbegeleiding: door een externe geboden werkbegeleiding bij het verrichten van aan de persoon opgedragen werkzaamheden, indien de persoon zonder die ondersteuning niet in staat is die werkzaamheden te verrichten. interne werkbegeleiding: door een collega geboden dagelijkse werkbegeleiding op de werkvloer omdat de werknemer anders niet in staat is zijn werkzaamheden uit te voeren, en waarbij sprake is van meer dan de gebruikelijke begeleiding van een werknemer op een werkplek; jobcoaching: een vorm van persoonlijke ondersteuning die wordt toegekend door UWV of gemeente om ervoor te zorgen dat mensen met een arbeidsbeperking werkzaamheden kunnen uitvoeren in een werkomgeving. De ondersteuning richt zich zowel op werknemer, werkgever als collega. De begeleiding wordt geboden door een erkend deskundige. Uitkeringsgerechtigden: persoenen met een uitkering ingevolge van de wet, de IOAW, de IOAZ, dan wel die een aanvraag daarvoor hebben ingediend. persoonlijke ondersteuning: verzamelbegrip voor alle begeleiding zoals externe werkbegeleiding, interne werkbegeleiding, jobcoaching in natura; jobcoaching via subsidie, nazorg bij stage- of werkaanvaarding, etc.; praktijkroute: het proces om de persoon, behorend tot de doelgroep, toegang tot het doelgroepenregister te laten verkrijgen op basis van loonwaardevaststelling op de werkplek; re-integratie-activiteit: voorziening gericht op ontwikkeling en arbeidsinschakeling zoals detachering, proefplaatsing of leerwerktraject. voorziening: door het college noodzakelijk geacht aanbod, gericht op arbeidsinschakeling waaronder mede wordt begrepen persoonlijke ondersteuning bij het verrichten van opgedragen taken; werkgever: degene die op basis van een arbeidsovereenkomst, werkleerovereenkomst of stageovereenkomst de bevoegdheid heeft om de arbeid van een werknemer gedurende een overeengekomen periode aan te wenden in of namens zijn organisatie, dan wel dit van plan is; werknemer: persoon die op basis van een arbeidsovereenkomst, werkleerovereenkomst of stageovereenkomst arbeid verricht bij de werkgever, daaronder begrepen een persoon als bedoeld in artikel 10d eerste of tweede lid van de wet met wie de werkgever een dienstbetrekking is aangegaan, dan wel dit van plan is; Wet: Participatiewet.an we voor? (Beeldvorming) Hoofdstuk2.Voorzieningen Artikel2.Algemene bepalingen over voorzieningen 1.Alle voorzieningen zijn voor personen behorende tot de doelgroep van toepassing tenzij voor de betreffende voorziening anders is bepaald. 2.Het college houdt bij het aanbieden van de in deze verordening opgenomen voorzieningen rekening met de mogelijkheden, omstandigheden en capaciteiten van een persoon. De omstandigheden hebben in ieder geval betrekking op zorgtaken van die persoon en de mogelijkheid dat hij behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie of gebruik maakt van de voorziening beschut werk. Onder zorgtaken wordt in ieder geval verstaan: de opvang van ten laste komende kinderen tot vijf jaar; en de noodzakelijkheid van het verrichten van mantelzorg. 3.Het college houdt bij het aanbieden van voorzieningen rekening met andere voorzieningen die in het kader van het sociaal domein beschikbaar zijn en stemt het aanbod als dat nodig is intern af zodat het optimaal bijdraagt aan een integrale ondersteuning van de persoon. Het college houdt bij de afstemming rekening met voorzieningen op grond van andere wettelijke regelingen en stemt dit af in het plan van aanpak, bedoeld in artikel 44a van de wet. Het college biedt de goedkoopst adequate voorziening aan. Het college kan de mate van proportionaliteit afwegen tegen de maatschappelijke en persoonlijke opbrengst. 4.Het college kan een voorziening weigeren als: de persoon ten behoeve van wie de voorziening zou worden verstrekt niet behoort tot de doelgroep; de persoon onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek dat nodig is voor het beoordelen van het recht op de voorziening; de persoon een beroep kan doen op een voorziening op basis van een andere wettelijke regeling, waardoor er sprake is van een voorliggende voorziening; de voorziening naar het oordeel van het college onvoldoende bijdraagt aan de arbeidsinschakeling; of er niet wordt voldaan aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening. 5.Het college kan een voorziening beëindigen als: de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichtingen als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de wet, de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen niet nakomt; de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep; de persoon die aan de voorziening deelneemt algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een in deze verordening genoemde voorziening, tenzij het betreft een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, van de wet; de voorziening naar het oordeel van het college niet langer voldoende bijdraagt aan een doeltreffend en doelmatig arbeidsinschakeling; de voorziening naar het oordeel van het college niet meer geschikt is voor de persoon die gebruik maakt van de voorziening; de persoon die aan de voorziening deelneemt niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening; of de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening. Artikel3.Werkstage 1.Het college kan een persoon een werkstage gericht op arbeidsinschakeling aanbieden als hij: behoort tot de doelgroep; en nog niet actief is geweest op de arbeidsmarkt of een afstand tot de arbeidsmarkt heeft. 2.Het doel van een werkstage is het opdoen van werkervaring of het leren functioneren in een arbeidsrelatie of het opdoen van beroepsrelevante competenties voor uitstroom naar werk. 3.Het college plaatst de persoon uitsluitend als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. 4.In een schriftelijke overeenkomst wordt in ieder geval vastgelegd: het doel van de werkstage; en de wijze waarop de begeleiding plaatsvindt; de duur, deze is maximaal 3 maanden voor inwoners van de gemeente Heeze-Leende en er is de mogelijkheid van een eenmalige verlenging. Artikel4.Sociale activering 1.Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep activiteiten aanbieden in het kader van sociale activering voor zover de mogelijkheid bestaat dat hij op enig moment algemeen geaccepteerde arbeid kan verkrijgen. 2.Het college stemt het aantal uren per week van de in het eerste lid bedoelde activiteiten af op de mogelijkheden en capaciteiten van die persoon. 3.Het college biedt de activiteiten uitsluitend aan als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. Artikel5.Detacheringsbaan 1.Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep een detacheringsbaan bieden. De persoon heeft een arbeidsovereenkomst met een door het college te contracteren partij en wordt door zijn werkgever gedetacheerd bij een andere werkgever, de inlener. De detachering wordt vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst tussen zowel de werkgever en de inlenende organisatie als tussen de werkgever en de werknemer. Artikel6.Scholing 1.Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep een scholingstraject aanbieden. 2.Het eerste lid is niet van toepassing op personen als bedoeld in artikel 7, derde lid, onderdeel a. van de wet. 3.Een scholingstraject draagt in ieder geval bij aan het vergroten van de kans op duurzame arbeidsinschakeling. Artikel7.Participatieplaats 1.Het college kan een persoon van 27 jaar of ouder van wie de kans op inschakeling in het arbeidsproces gering is en die vooralsnog niet bemiddelbaar is naar regulier werk een participatieplaats aanbieden overeenkomstig artikel 10a van de wet. De persoon verricht op arbeidsinschakeling gerichte werkzaamheden die bijdragen aan het versterken van de toekomstige kansen van de persoon op de arbeidsmarkt. 2.Het college legt de afspraken over de invulling van de participatieplaats vast in een overeenkomst die wordt ondertekend door het college, de werkgever die de participatieplaats aanbiedt en de persoon die de additionele werkzaamheden gaat verrichten. In de overeenkomst wordt ten minste het volgende vastgelegd: doel van de participatieplaats; beschrijving van de taken en de tijden van aanwezigheid; afspraken over begeleiding bij de uitvoering van de werkzaamheden; afspraken over de monitoring van de voortgang en de evaluatiemomenten; beoogde ontwikkelstappen tijdens de duur van de participatieplaats; noodzakelijke inzet van ondersteunende voorzieningen; afspraken over aanvullende vergoedingen voor extra kosten van de persoon. 3.De premie, bedoeld in artikel 10a, zesde lid, van de wet wordt toegekend per zes maanden, mits in die zes maanden voldoende is meegewerkt aan het vergroten van de kans op inschakeling in het arbeidsproces. Artikel8.Participatievoorziening beschut werk 1.Het college verstrekt om de in artikel 10b, eerste lid, van de wet, bedoelde werkzaamheden mogelijk te maken de volgende voorzieningen: fysieke aanpassingen van de werkplek of de werkomgeving; uitsplitsing van taken; of aanpassingen in de wijze van werkbegeleiding, werktempo of arbeidsduur. 2.Het college kan aan personen van wie is vastgesteld dat zij uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben, tot het moment van aanvang van de dienstbetrekking, bedoeld in artikel 10b, eerste lid, van de wet, daarnaast de volgende voorzieningen aanbieden: (arbeidsmatige) dagbesteding als bedoeld in de Wet Maatschappelijke ondersteuning; sociale activering als bedoeld in artikel 5; scholing als bedoeld in artikel 7;persoonlijke ondersteuning als bedoeld in artikel 11; of schuldhulpverlening als bedoeld in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. 3.Het college kan daarnaast voorzieningen aanbieden gericht op het behoud van of het vergroten van arbeidsritme en de kansen voor duurzame uitstroom in aangepast werk. Artikel9.Ondersteuning bij leer-werktraject 1.Het college kan, overeenkomstig artikel 10f van de wet, ondersteuning aanbieden aan een persoon uit de doelgroep ten aanzien van wie het college van oordeel is dat een leer-werktraject nodig is, voor zover deze ondersteuning nodig is voor het volgen van een leer-werktraject en het personen betreft: van 16 en 17 jaar van wie de leerplicht of de kwalificatieplicht, bedoeld in de Leerplichtwet 1969, nog niet is geëindigd; of van 18 tot 27 jaar die nog geen startkwalificatie hebben behaald. Artikel10.Loonkostensubsidie 1.Het college verstrekt overeenkomstig artikel 10d van de wet ambtshalve of op aanvraag, loonkostensubsidie aan de werkgever die voornemens is een dienstbetrekking aan te gaan met een persoon die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. In geval van een aanvraag zijn het tweede tot en met het vijfde lid van dit artikel van toepassing. 2.Het college bevestigt de ontvangst van de aanvraag schriftelijk aan de werkgever, of als de aanvraag wordt gedaan door de persoon, aan de werkgever en de persoon. 3.Een aanvraag voor loonkostensubsidie wordt, als het een persoon betreft die nog niet behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, ook beschouwd als een aanvraag om vast te stellen of de persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, bedoeld in artikel 10c, eerste lid, onder a, van de wet. Als deze aanvraag is gedaan na het begin van de dienstbetrekking voor een persoon als bedoeld in artikel 10d, tweede lid, van de wet, wordt de vaststelling of de persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie bepaald door middel van de praktijkroute. 4.Het college stelt binnen 12 weken na ontvangst van de aanvraag de loonwaarde vast, tenzij in overleg met de werkgever toepassing wordt gegeven aan artikel 10d, vijfde lid van de wet. 5.Het college neemt bij het verstrekken van de loonkostensubsidie het preferente proces loonkostensubsidie in acht. Dit is een landelijk afgesproken geharmoniseerd proces voor aanvragen en uitbetalen van de loonkostensubsidie. Artikel11.Tijdelijke Loonkostensubsidie 1.Het college kan aan de werkgever een tijdelijke loonkostensubsidie toekennen bij het in dienst nemen van een persoon uit de doelgroep met een tijdelijk lagere loonwaarde die niet in aanmerking komt voor de loonkostensubsidie bedoeld in hoofdstuk 3A. De subsidie is een vergoeding voor de extra kosten voor begeleiding door de werkgever en een tegemoetkoming voor de eventuele lagere productiviteit. 2.De hoogte van de tijdelijke loonkostensubsidie wordt afgestemd op de loonwaarde van de werknemer. De duur van de loonkostensubsidie wordt afgestemd op de persoonlijke situatie van de werknemer. 3.De loonkostensubsidie, bedoeld in het eerste lid, bedraagt ten hoogste 50 procent van de loonkosten gedurende maximaal 12 maanden respectievelijk 24 maanden. 4.De werkgever komt in aanmerking voor tijdelijke loonkostensubsidie als de persoon uit de doelgroep met een tijdelijk lagere loonwaarde een dienstverband heeft voor minimaal 6 maanden. 5.De loonkostensubsidie wordt uitsluitend verstrekt als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. 6.De loonkostensubsidie wordt niet verstrekt als de werkgever op grond van een andere regeling aanspraak maakt op financiële tegemoetkomingen in verband met de indiensttreding van de werknemer of als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de persoon ook zonder loonkostensubsidie kan worden aangenomen voor dat werk.] Artikel12.Uitstroompremie 1.Het college kan eenmalig een uitstroompremie toekennen aan een langdurig werkloze die duurzaam uitstroomt naar algemeen geaccepteerde arbeid en daardoor niet langer recht heeft op een uitkering van het college. 2.Onder een langdurig werkloze wordt verstaan: een persoon van 27 jaar of ouder die gedurende een aaneengesloten periode van twaalf maanden of langer op een uitkering van het college aangewezen is geweest. 3.Onder duurzame uitstroom wordt verstaan: een periode van uitkeringsonafhankelijkheid van tenminste 6 maanden door inkomsten uit werk. 4.De premie kan worden aangevraagd in de periode van 7 tot en met 12 maanden voor inwoners van gemeente Heeze-Leende, na datum uitstroom uitkering door inkomsten uit werk. Artikel13.Proefplaatsing 1.Het college kan een persoon behorend tot de doelgroep toestemming verlenen om voor de duur van twee maanden, met de mogelijkheid tot verlenging met maximaal vier maanden, in het kader van een proefplaatsing bij een werkgever onbeloonde werkzaamheden te verrichten met behoud van uitkering. 2.Het doel van de proefplaatsing is de kans op een dienstverband bij de werkgever te bevorderen, waarbij de proefplaatsing voor een zo beperkt mogelijke duur wordt ingezet. 3.Voor een proefplaatsing wordt uitsluitend toestemming verleend als: de persoon, gelet op zijn vaardigheden en capaciteiten, tot de werkzaamheden in staat is; het college verwacht dat de plaatsing bijdraagt aan het vergroten van de kans op een dienstverband bij de betreffende werkgever; als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoorde worden beïnvloed en geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt; de werkzaamheden van de persoon niet al eerder onbeloond door hem bij die werkgever, of diens rechtsvoorganger, zijn verricht; en de werkgever bij aanvang van de proefplaatsing schriftelijk de intentie heeft uitgesproken dat hij de persoon, bij gebleken geschiktheid, direct aansluitend aan zijn proefplaatsing, voor minimaal zes maanden, zonder proeftijd, in dienst zal nemen. 4.Het college weigert de toestemming, bedoeld in het eerste lid, als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de persoon ook zonder proefplaatsing kan worden aangenomen voor dat werk of als direct na de proefplaatsing sprake is van een dienstverband met forfaitaire loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d, vijfde lid, van de wet. 5.Als de werkzaamheden tijdens de proefplaatsing wegens ziekte worden onderbroken, dan wordt deze periode voor de toepassing van de maximale periode, bedoeld in het eerste lid, buiten beschouwing gelaten. 6.Het college kan een persoon tijdens de periode van de proefplaatsing persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen toekennen overeenkomstig de bepalingen van Hoofdstuk 3A. Artikel14.Persoonlijke ondersteuning bij werk 1.Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk aanbieden aan personen behorend tot de doelgroep. 2.Persoonlijke ondersteuning bij werk als bedoeld in het eerste lid wordt verstrekt overeenkomstig de bepalingen van Artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.