Integraal Huisvestigingsplan 2024- 2039 Rijssen- Holten De raad van de gemeente Rijssen-Holten overwegingen: gezien het feit dat het gewenst is de toekenningscriteria van de voorziening duurzaamheidslening schoolgebouwen bijlage H bij de verordening materiële financiële gelijkstelling onderwijs gemeente Rijssen-Holten 2010 uit te breiden met maatregelen binnenklimaat; gelet op het gevoerde overleg met de schoolbesturen; gelet op de bepalingen in de Wet op het primair onderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders op 14 mei 2024. gezien de behandeling in de commissie MDV op 10 juni 2024. besluit: in te stemmen met de inhoud van bijgevoegd IHP 2024 - 2039 en de benodigde middelen voor de voorzieningen onderwijshuisvesting beschikbaar te stellen; besluit genomen in de vergadering van de raad van Rijssen-Holten op 27 juni 2024. G.H. Veerman griffier J.C.R. van Houdt voorzitter Integraal Huisvestigingsplan 2024- 2039 Rijssen- Holten 1.Inleiding Op 28 september 2023 heeft de gemeenteraad de visie op onderwijshuisvesting vastgesteld. Vervolgens is op basis van de informatie uit het visiedocument, de verordening onderwijshuisvesting 2021 en nieuwe leerlingenprognoses (telling per 1 oktober 2023) dit Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2024-2039 (verder IHP) voorbereid. Dit IHP is een koersdocument voor benodigde investeringen in de onderwijshuisvesting, zowel op korte termijn (4 jaar) als op lange termijn (16 jaar). Om de kwaliteit van huisvesting te borgen en in te spelen op nieuwe inzichten en ontwikkelingen, is het belangrijk dat gemeente en schoolbesturen werken vanuit een gezamenlijk toekomstperspectief. Het gezamenlijk opgesteld visiedocument biedt ons de weg voor dit perspectief. Een samenvatting van de visie op onderwijshuisvesting treft u verderop aan. 2.Kaders op hoofdlijnen Onderwijshuisvesting in het funderend onderwijs1Funderend onderwijs is de overkoepelende term voor het basisonderwijs (
(1)nieuwe gymzaal Vrijheidslaan. De bouw van de nieuwe sporthal zal gecombineerd worden met de bouw van de Waerdenborch. De nieuwbouw van gymzaal Vrijheidslaan zal aansluitend aan de orde komen. Mogelijk kan dit samen oplopen met de herontwikkeling van de oude locatie de Waerdenborch. Gymlokaal Elimschool Voor het gymlokaal van de Elimschool geldt een bijzondere regeling. De gemeente blijft namelijk verantwoordelijk voor aanpassing en onderhoud van dit gymlokaal. Vanaf de doordecentralisatie per januari 2015 is dit echter geen huisvestingsvoorziening meer, maar wordt dit gerekend tot de kosten van materiële instandhouding. De gemeente vergoedt de kosten van materiële instandhouding aan de schoolbesturen die juridisch eigenaar zijn van een gymlokaal. Aandachtspunt in deze betreft de mogelijke toekomstige verplaatsing van de Elimschool en de gevolgen hiervan voor het bewegingsonderwijs. Dit zal aan de orde zijn als er sprake is van verplaatsing van de Elimschool naar locatie Roerdomp (gebouw Julianaschool). Onderzoek sporthal de Koerbelt Vanuit de sportvisie 2020 ligt er een opdracht voor onderzoek naar een derde sporthal in Rijssen. Met de komst van een AZC in de gemeente Rijssen-Holten en de verplichting van meer uren bewegingsonderwijs is er behoefte aan extra ruimte voor bewegingsonderwijs in binnensportaccommodaties. Een derde sporthal biedt naast extra ruimte voor bewegingsonderwijs ook extra beweegruimte voor sportverenigingen. Omdat de binnensportaccommodaties in principe gebouwd worden voor het bewegingsonderwijs, dient rekening gehouden te worden met de loopafstand van de leerlingen. Voor het basisonderwijs mag de loopafstand maximaal 1 kilometer zijn. Door rekening te houden met enkele aandachtspunten kan een nieuwe sporthal op sportpark de Koerbelt mogelijk wel een geschikte optie zijn/worden. De argumenten en aandachtspunten hiervoor staan hieronder vermeld. Argumenten en aandachtspunten: Bij realisatie van een nieuwe sporthal op sportpark de Koerbelt kan de Johan Frisoschool voor het bewegingsonderwijs van huidig gebruik van de Reggehal uitwijken naar de nieuwe sporthal. Als een voetpad aangelegd wordt vanaf de Brekeldschool en de Willem-Alexanderschool naar de nieuwe sporthal op sportpark de Koerbelt kunnen de leerlingen van beide scholen (die nu gebruik maken van gymzaal de Welleweg) uitwijken naar de nieuwe sporthal de Koerbelt. Het bevorderen van een actief en gezond leven kan onder andere door (meer) gebruik te maken van sportvelden, schoolpleinen, zwembaden en openbare speelplekken/ grasvelden. Realisatie van een voetpad (zie de bullit hiervoor) voorziet ook in een alternatief voor het bewegingsonderwijs door gebruik van sportvelden en het zwembad op de Koerbelt. Als voormalig schoolgebouw de Salto beschikbaar blijft als onderwijshuisvesting voor anderstaligen, dan kunnen die leerlingen voor het bewegingsonderwijs ook gebruik gaan maken van de nieuwe sporthal. De bouw van een nieuwe sporthal op sportpark de Koerbelt geeft de gemeente afwegingsruimte (over het toekomstig benodigd aantal zaaldelen) voor vervangende nieuwbouw van de Reggehal (uit bouwjaar 1972), maar ook over het eventueel afstoten van gymzaal de Welleweg. Financiering van de kosten voor de te bouwen sporthal op sportpark de Koerbelt kan mogelijk (voor een deel) geschieden uit de opbrengsten van de herontwikkeling van de huidige locatie gymzaal Welleweg en zo mogelijk ook voor een deel van de Reggehal. Nader onderzoek: De punten hiervoor vermeld vragen om nader onderzoek om daarmee inzicht te verkrijgen in de financiële gevolgen van de uitvoering van deze punten in combinatie met de realisatie van een nieuwe sporthal. 10.Planning en financiering onderwijshuisvesting 2024: Vervangende nieuwbouw Johan Frisoschool (incl. extra meters voor BKC) Krediet Johan Frisoschool Krediet BKC € 2.882.500,- € 1.208.700,- Vervangende nieuwbouw Haarschool Rijssen en gymzaal Huttenwal Krediet Haarschool Krediet gymzaal € 5.005.000,- € 2.110.600,- Realisatie (tijdelijke) locatie Palet (NT2 onderwijs en Oekraïense kinderen) PM 2025: Vervangende nieuwbouw Waerdenborch en sporthal op nieuwe locatie Krediet Waerdenborch Krediet Sporthal Holten € 28.030.000,- € 8.400.000,- Uitbreiding Holterenk € 1.124.800,- Aanpassingen Jacobus Fruytierschool t.b.v. thuisnabij onderwijs cluster 4 en maatregelen binnenklimaat € 234.200,- Maatregelen binnenklimaat Banisschool € 50.000,- Onderzoek naar de mogelijkheden huisvesting NT2 onderwijs in Rijssen € 20.000,- Onderzoek sporthal in Rijssen PM 2026: Haalbaarheidsonderzoek verhuizing Wilhelminaschool richting Opbroek € 20.000,- 2027: Uitbreiding Haarschool Holten € 672.600,- 2029: Vervangende nieuwbouw Wilhelmina school (afhankelijk van school in Opbroek en toekomstige locatie Wilhelminaschool Vervangende nieuwbouw gymzaal Vrijheidslaan in Holten (relatie met herontwikkeling oude locatie Waerdenborch, sporthal ’t Mossink en Rietbergzaal) Bouwkundige aanpassingen nieuwe locatie Elimschool (locatie Roerdomp-Julianaschool) Afstoten Elimschool door PCPO Bouwkundige aanpassingen locatie Elimschool voor nader te bepalen gebruik Opmerkingen: De kredieten voor de Johan Frisoschool en de Haarschool Rijssen, het BKC deel en gymzaal Huttenwal (zie 2024) zijn al in de begroting verwerkt. Dit geldt ook voor het vermeld krediet voor de Waerdenborch (zie 2025). Het krediet dat nodig is voor de sporthal in Holten is voor een deel (€ 3.850.000 voor bouwkosten en € 250.000 inrichtingskosten) al in de begroting verwerkt. Het restant (€ 4.150.000 voor bouwkosten en € 150.000 inrichtingskosten) dient nog verwerkt te worden in de kadernota 2025 -
- De bedragen vanaf 2025 hierboven vermeld voor vervangende nieuwbouw en uitbreiding zijn de geschatte stichtings- en bijkomende kosten op basis van de huidige marktkennis. Deze bedragen dienen na vaststelling verwerkt te worden in de kadernota 2025 -
- Bijlagen1.Schoolgebouwen en informatie per schoolbestuur (Holten) 1.1.Openbaar basisonderwijs Holten en Dijkerhoek (Varietas) Openbaar basisonderwijs Holten en Dijkerhoek Na de opheffing van de Bosschool per 1 augustus 2015 zijn er in Holten en Dijkerhoek nog 3 openbare basisscholen, die alle zijn gehuisvest in nieuwe gebouwen en die beschikken over een capaciteit van in totaal 21 permanente lokalen. Hieronder volgt een toelichting per afzonderlijke school: Scholen Holten Capaciteit m² nu Behoefte m² 1-10-2023 Behoefte m² structureel m² zorgfunctie Tekort m² structureel
- Dijkerhoek 668 547 495 40 -133
- De Holterenk (= daltonschool) 1007 1070 1263 40 296
- Haarschool 1315 1251 1452 40 177 Totaal 2990 2868 3210 120 340
- Schoolgebouw o.b.s. Dijkerhoek, Dijkerhoekseweg 30 in Dijkerhoek Permanent gebouw, 1 bouwlaag, bvo 668 m²`(fictief 670 m²), bouwjaar 2014, Ruimten: 4 lokalen, 1 speellokaal en 1 gemeenschappelijke ruimte
- Schoolgebouw o.b.s. Holterenk, Dorsmolen 1 in Holten Permanent gebouw, 2 bouwlagen, bvo 1007 m² (begane grond 594 m², 1e verdieping 413 m2), bouwjaar 2012, Ruimten: 7 lokalen, 1 speellokaal en 1 gemeenschappelijke ruimte
- Schoolgebouw o.b.s. Haarschool, Koningin Wilhelminastraat 15 in Holten Permanent gebouw, 1 bouwlaag (na verbouwing), bvo 1315 m², bouwjaren 2017 en 2023, Ruimten: 10 lokalen, 1 speellokaal en 1 gemeenschappelijke ruimte 1.2.Protestants-Christelijk basisonderwijs Holten (PCO) Het PCO Holten beschikt over één basisschool, namelijk De Regenboog. School Holten Capaciteit m² nu Behoefte m² 1-10-2023 Behoefte m² structureel m² zorgfunctie Leegstand m² structureel De Regenboog Noodgebouw 1641 138 1513 1349 40 252 390
- Schoolgebouw De Regenboog, Schoolstraat 9 in Holten Gehuisvest in 2 gebouwen op hetzelfde terrein: Permanent gebouw, 2 bouwlagen (gedeeltelijk) en kelderruimten, bvo 1728 m² (begane grond 1472 m², 1e verdieping 256 m², exclusief kelder), bouwjaren 1956, 1969, 1994, 2000, 2004 en 2010, Ruimten: 8 lokalen (7 genormeerd) en 1 gemeenschappelijke ruimte van 1956, 2 lokalen van 1969, 1 lokaal van 1994, 1 lokaal van 2000, 1 lokaal en 1 speellokaal van 2004 en 1 lokaal (van het schoolbestuur) van 2010 Noodgebouw (semipermanent) met 2 lokalen, 1 bouwlaag, bvo 138 m², bouwjaar 2007 Deze school ligt centraal in Holten, en heeft 12 permanente lokalen en 2 tijdelijke lokalen uit
- De school is in 2017 door middel van renovatie/groot onderhoud ook aangepast aan de onderwijskundige vernieuwingen. Het schoolbestuur heeft in 2010 voor eigen rekening een lokaal (87 m² bvo) extra gerealiseerd, maar dat behoort niet tot de capaciteit van de school. 1.3.Openbaar VO De Waerdenborch Holten De Waerdenborch verzorgt openbaar onderwijs voor vmbo-b/k/t, havo, vwo/atheneum en gymnasium in Goor en in Holten. Leerlingenkunnen in Goor hun vmbo-tl schoolloopbaan afsluiten. De leerlingen van de vmbo-basis/kader uit Goor maken de overstap naar Holten na leerjaar twee en de havo/vwo -leerlingen na leerjaar drie. School Holten Capaciteit m² nu Behoefte m² 1-10-2023 Behoefte m² structureel Leegstand m² structureel OSG Waerdenborch 14266 10879 9909 4357
- Schoolgebouw OSG De Waerdenborch, Haarstraat 14 in Holten De school (hoofdvestiging) is gehuisvest in 3 gebouwen op hetzelfde terrein: Permanent hoofdgebouw, 2 bouwlagen en kelderruimten, bvo 12332 m² (excl. gymlokaal 534 m²) en 12866 m² (inclusief gymlokaal), bouwjaren 1964, 1965 (gymnastieklokaal), 1978, 1988 (aanbouw 6 lokalen met 2 conrectorskamers), 1993 (uitbreiding met technieklokaal) en ± 1998 Semipermanent gebouw met 7 lokalen, bvo 715 m², bouwjaar 2002 Semipermanent gebouw, bvo 1210 m², bouwjaar 2005 Scholengemeenschap De Waerdenborch heeft een VO-locatie in Goor en Holten. Het hoofdgebouw in Holten is gehuisvest in een permanent gebouw van diverse bouwjaren (1964, 1965, 1978, 1988, 1993 en 1998) met semipermanente uitbreidingen in 2002 en
- 2.Schoolgebouwen en informatie per schoolbestuur (Rijssen) Door de verplichte opheffing van obs De Salto per 1 augustus 2020, is er geen openbaar onderwijs meer in Rijssen. Het schoolgebouw is per gemelde datum weer eigendom van de gemeente. Het gebouw (dat beschikt over 8 lokalen en een speellokaal van bouwjaar 1977) wordt voorlopig in stand gehouden als tijdelijke opvanglocatie gedurende de vervangende nieuwbouw van de Haarschool in Rijssen. Ook wordt het gebouw ingezet voor tijdelijke huisvesting voor onderwijs aan Oekraïense kinderen. De kosten van eventuele aanpassingen aan het gebouw is opgenomen in het beschikbaar gestelde krediet voor de vervangende nieuwbouw van de Haarschool. Schoolgebouw De Salto, Keizersdijk 25 in Rijssen Permanent gebouw, 1 bouwlaag, bruto vloeroppervlakte (bvo) 1091 m², bouwjaar 1977, Ruimten: 2 werklokalen, 1 speellokaal, 6 leslokalen en 1 gemeenschapsruimte 2.1.Protestants-christelijk basisonderwijs Rijssen (PCPO) Het PCPO heeft 6 basisscholen en 1 speciale basisschool (de Elimschool). De 6 basisscholen (7 locaties) zijn goed gespreid over Rijssen en beschikken over 76 permanente lokalen. De wens om een school in het Opbroek te bouwen staat hoog op de PCPO lijst. Maar de “gewijzigde” prognoses van de leerlingaantallen van de gemeente Rijssen-Holten wijzen uit dat het PCPO met een gelijkblijvend deelname percentage geen rendabele school overeind kan houden. Daarnaast blijkt uit de 0-meting voor de MJOP’s van de PCPO-gebouwen dat de “gewogen” berekening voor nieuwbouw, (te)veel onderhoudsgeld kost. Ook moet het PCPO een significant bedrag beschikbaar hebben voor onderhoud doordat ze “juridisch” eigenaar zijn de schoolgebouwen. Het PCPO-schoolbestuur wil graag vanuit de gemeentelijke prognoses meewerken aan een oplossing voor het structurele ruimteoverschot door een gebouw terug te geven aan de gemeente. Daarnaast kan PCPO (op dit moment) met de huidige beleidskaders, niet zelfstandig (als bouwheer en juridisch eigenaar) een school in het Opbroek bouwen. Het PCPO-schoolbestuur denkt met de volgende voorstellen en het teruggeven van het gebouw van de Elimschool aan de gemeente een passende oplossing en een passende koers te hebben. 2028 Nieuwbouw Wilhelminaschool Dit gebouw is voor het overgrote gedeelte ouder dan 60 jaar. De onderwijskundige vernieuwing is nog niet ingezet en het PCPO ziet een toename van aanmeldingen uit het Opbroek. Daarvoor wordt op dit moment
(381)-2627De Brug is volgens de onderwijsregels geen SBO school. De Ronde Maat 1235 1186 1207 40 -12 Haarschool Rijssen 1360 1271 1118 40 202 In den Climtuin 1705 1392 1389 40 276 Totaal 7698 7441 7057 200 443 1. Schoolgebouw Banisschool, Erve den Boom 5 in Rijssen Permanent gebouw, 2 bouwlagen (gedeeltelijk), bvo 1771 m² + 42 m² administratieruimte (920 begane grond + 893 m² 1e verdieping), bouwjaren 1999 en 2003, Ruimten: 10 lokalen, 1 speellokaal/gemeenschappelijke ruimte en administratieruimte van 1999 en 4 lokalen van 2003. De school (bouwjaren 1999 en 2003) beschikt over 14 permanente lokalen. 2. Schoolgebouw Brekeldschool, Prins Bernhardstraat 37 in Rijssen De school is gehuisvest in 2 gebouwen op hetzelfde terrein: Permanent gebouw, 2 bouwlagen, bvo 1347 m² werkelijk en 1282 fictief (begane grond 858 m2, 1e verdieping 489 m2), bouwjaar 2014, Ruimten: 9 lokalen, 1 speellokaal en 1 gemeenschappelijke ruimte * Het schoolbestuur heeft zelf 65 m² gefinancierd. Permanent gebouw tussenvoorziening, 2 bouwlagen, bvo 346 m2 (begane grond 244 m2, 1e verdieping 102 m2), bouwjaar 2017, Ruimten: 3 lokalen en nevenruimten 3. Schoolgebouw In den Climtuin, C.B.J. Landweerlaan 3 in Rijssen Permanent gebouw, met 2 bouwlagen, bvo 1811 m², bouwjaar 2022, waarvan 106 m² zelf bekostigd (bestuurskamer) Ruimten: 13 leslokalen (waarvan 2 in gebruik door ’t Kruimeltje), 3 leerpleinen, 1 atelier / werkruimte en 1 gemeenschappelijke ruimte. Een bestuurskantoor bestaande uit 2 ruimten en een vergaderruimte ( de vergaderruimte is deelbaar en voor de helft van de school). Daarnaast verdeeld over het gebouw 8 gespreksruimtes. 4. Schoolgebouw Haarschool, Haarzijde 3 in Rijssen Permanent gebouw, 1 bouwlaag, bvo 1340 m², bouwjaren 1976, 1988 en 2001, Ruimten: 6 leslokalen en 1 gemeenschappelijke ruimte van 1976, 2 werklokalen van 1988 en 2 lokalen en 1 speellokaal van 2001. De school beschikt over 10 permanente lokalen. 5. Schoolgebouw De Ronde Maat, Braakmansdijk 11 in Rijssen Permanent gebouw, 1 bouwlaag, bvo 1235 m², bouwjaren 1982, 1986, 1987 en 2001, Ruimten: 2 werklokalen, 1 speellokaal, 3 leslokalen en 1 gemeenschappelijke ruimte van 1982, 2 leslokalen van 1986, 1 leslokaal van 1987 en 2 leslokalen van 2001. De school heeft 10 permanente lokalen. 2.3.Katholiek basisonderwijs Rijssen (SKOT) De Stichting Katholiek Onderwijs Twenterand (SKOT) beschikt over één basisschool in Rijssen, namelijk Klim-Op. School Rijssen Capaciteit m² nu Behoefte m² 1-10-2023 Behoefte m² structureel m² zorgfunctie Leegstand m² structureel De Klim-Op 1488 1473 1389 40 59 Schoolgebouw De Klim-Op, Lentfersweg 29 in Rijssen Permanent gebouw, 2 bouwlagen, bvo 1611 m² werkelijk en 1488 fictief (begane grond 825 m2, 1e verdieping 786 m2), bouwjaar 2011, Ruimten: 12 lokalen, 1 speellokaal en 1 gemeenschappelijke ruimte Het schoolbestuur heeft in 2011 voor eigen rekening 2 lokalen extra gerealiseerd. Om de capaciteit naar 11 lokalen op te hogen is in 2022 het schoolbestuur financieel gecompenseerd voor 1 van de 2 zelf gerealiseerde lokalen. * Het schoolbestuur heeft zelf 123 m² gefinancierd 2.4.Bijzonder VO Reggesteyn Rijssen Visie op toekomst Het onderwijsaanbod van de Reggesteyn bestaat uit Praktijkonderwijs, Vmbo, Havo, Vwo-atheneum, Vwo-gymnasium en Technasium. CSG Reggesteyn Rijssen (Catelaar in Rijssen) De vbo-profielen Economie en Ondernemen (EO), Produceren en Dienstverlening en Producten (DP) zijn opnieuw toegevoegd aan de vestiging. CSG Reggesteyn Rijssen (Kampus in Rijssen) De Kampus is het opleidingscentrum in Rijssen voor verschillende vakopleidingen uit sectoren waar veel vraag is naar talentvolle vakmensen zoals de techniek, zorg en bouw. Het ROC van Twente, Bouwmensen Rijssen, REMO West-Twente en Zorggilde zijn hier gehuisvest. Leerlingen van CSG Reggesteyn die de profielen vbo-profiel Bouwen, Wonen en Interieur (BWI) en Produceren, Installeren en Energie (PIE) en Mobiliteit en Transport (MTR) hebben gekozen, volgen hier veel van hun praktijklessen. School Rijssen Capaciteit m² nu Behoefte m² 1-10-2023 Behoefte m² structureel Leegstand m² structureel CSG Reggesteyn exclusief gym 13.050 11.067 10.510 2.540 CSG Reggesteyn inclusief gym 15.204 12.744 12.088 3.116 Gymbehoefte structureel 1.578 Schoolgebouw CSG Reggesteyn, Cattelaar 2 in Rijssen De school betreft een nevenvestiging zonder spreidingsnoodzaak en is gehuisvest in 2 gebouwen op hetzelfde terrein: Permanent gebouw, 2 bouwlagen, bvo 13050 m² (exclusief sporthal met 4 zaaldelen van 2154 m²) en 15204 m² (inclusief sporthal), bouwjaar 2005 Noodgebouw (Dock 16) met 4 lokalen, een dubbellokaal en nevenruimten, bvo 622 m2, bouwjaar 2016 De school beschikt over een totale capaciteit van ongeveer 15.204 m² (bvo gebouw 13.050 m² en sporthal met 4 zaaldelen 2.154 m²). Als gevolg van verplaatsing van onderwijsprofiel aanbod is de school aan de Cattelaar per 2016 tijdelijk uitgebreid met enkele theorielokalen (DOC 16). Sloopkosten van deze tijdelijke lokalen zijn niet aan de orde, want deze kosten komen in dit geval voor rekening van het schoolbestuur. 2.5.Bijzonder VO Jacobus Fruytier Rijssen (JFSG) De vestiging Rijssen zal samen met de andere twee vestigingen van de JFSG opgaan in een nieuwe eenheid onder een gefuseerd bestuur (JFSG en het Van Lodenstein College). De voorgenomen datum van de fusie is 1 januari 2025. Deze fusie heeft vier kernpunten: thuisnabij onderwijs; doorgaande leerlijnen; kwalitatief sterk en aantrekkelijk onderwijs en een krachtige zorgschil. Ambitie JFSG in Rijssen Elke vestiging heeft als uitwerking van deze hoofdpunten een eigen ontwikkelagenda opgesteld. De vestiging in Rijssen kiest op korte termijn voor een nieuw aanbod van cluster 4-onderwijs en bereidt verder de komst van een tweede fase Vwo voor. Het is in het kader van de huidige RPO-afspraken nog niet mogelijk afsluitend onderwijs voor Vwo te verzorgen, wel kunnen de klassen 4 en 5 aangeboden worden in samenwerking met de vestiging Apeldoorn. Het betreft in beide gevallen onderwijs aan leerlingen, die nu dagelijks ruim 50 kilometer enkele reis moeten maken om onderwijs in Apeldoorn te volgen. De stijgende vervoerskosten daarvoor zijn een extra aanjager om onderwijsaanbod te verplaatsen naar Rijssen. Daarnaast wordt de komende tijd overleg met de RPO-partners in gang gezet om na te denken over een eventueel aanbod voor Vmbo-bb op de langere termijn. Planning Een groei van het aantal VSO-leerlingen naar ongeveer 22 leerlingen (in overleg met de voorziening in Apeldoorn is het structurele aantal leerlingen dat aangewezen is op gespecialiseerd onderwijs geraamd op dit aantal leerlingen voor de locatie JFSG Rijssen). Startdatum: 1e groep (ongeveer 11 lln.) schooljaar 2024-2025 Startdatum: 2e groep (ongeveer 11 lln.) schooljaar 2025-2026 Uitbreiding van het onderwijsaanbod met VWO-diplomering door toevoeging van een bovenbouw VWO. De verwachting is dat hiervoor ongeveer 75 leerlingen in beeld komen, die nu aangewezen zijn op reformatorisch onderwijs in Apeldoorn (i.p.v. het in het ambitiedocument genoemde aantal van 45 Vwo-leerlingen). Voorgenomen geplande startdatum: 1 augustus 2027 Uitbreiding van het onderwijsaanbod met beroepsgericht VMBO (leerjaren 3 en 4). Het gaat hier om ongeveer 60 basis-/kaderleerlingen die nu voor de beroepsgerichte opleidingen na leerjaar 2 aangewezen zijn op de locatie Apeldoorn. Voorgenomen geplande startdatum: 1 augustus School Rijssen Capaciteit m² nu Behoefte m² 1-10-2023 Behoefte m² structureel Leegstand m² structureel RSG Jacobus Fruytier 4668 4426 4053 615 Schoolgebouw RSG Jacobus Fruytier, De Stroekeld 142 in Rijssen De school betreft een nevenvestiging met spreidingsnoodzaak. Permanent gebouw, 3 bouwlagen en kelder, bvo 4668 m² werkelijk en 4645 fictief (geen gymzaal aanwezig), bouwjaren 1997, 2003 en 2014, Ruimten: 11 theorielokalen, 4 theorie / vaklokalen en 4 vaklokalen van 1997, 6 lokalen van 2003 en 7 lokalen plus kelder van 2014 2.6.Bijzonder VO Pius X College Rijssen Profiel van de vestiging Het Pius X College in Rijssen heeft een brede onderbouw (vmbo-TL (mavo), havo, en vwo) bovenbouw VMBO-TL (mavo). De school staat bekend om haar kleinschaligheid, onderwijskwaliteit en goede begeleiding. Het ICT-rijke onderwijsaanbod biedt de leerling onderwijs op maat. Daarnaast biedt de school talenturen aan. Visie op de toekomst De school is in 2020 verbouwd. Bij binnenkomst in de school kom je in een school die open en transparant oogt. Je komt binnen in het “hart” van de school. Een school die meer is dan een gang met lokalen. De onderwijsvisie vertalen we in 5 oneliners: “het gaat om jou; leren doe je overal; ook hier ben je thuis; school zijn we samen en onderwijs van deze tijd.” Op het Pius X College halen medewerkers en leerlingen het maximale uit zichzelf en elkaar. School Rijssen Capaciteit m² nu Behoefte m² 1-10-2023 Behoefte m² structureel Leegstand m² structureel Pius X College exclusief gym 3353 3088 2935 418 Pius X College inclusief gym 3813 3654 3468 345 Gymbehoefte structureel 533 Schoolgebouw Pius X College, Graaf Ottostraat 48 in Rijssen De school betreft een nevenvestiging met spreidingsnoodzaak. Permanent gebouw, 2 bouwlagen, bvo 3353 m² werkelijk en 3363 m2 fictief (exclusief gymlokaal van 460 m²) en 3813 m² werkelijk en 3823 m2 fictief (inclusief gymlokaal), bouwjaren 1993, 2009, 2013 en 2018, Ruimten: 15 theorielokalen, 5 theorie/vaklokalen en 1 gymnastieklokaal. De school beschikt over een permanent gebouw van 3.813 m² (inclusief een gymlokaal van 460 m²). 3.Overzicht bouwjaren School Bouwjaar 60 jaar Opmerkingen Rijssen PO De Salto 1977 2037 Wordt ingezet als tijdelijke huisvesting Beatrixschool 1992, 2005 2052 Julianaschool (Roerdomp) 1991, 1992 2051 Julianaschool (Stroekeld) 2014 2074 Wilhelminaschool 1959, 1963, 1988, 2001 2032 Gewogen gemiddelde bouwjaren 1959/1963 is 1961, van de hele school 1972 Willem-Alexanderschool 1975, 1993 2035 Johan Frisoschool 2024 2084 Vervangende nieuwbouw start in 2024 Constantijnschool 1989, 2003 2049 Elimschool (SBO) 1972, 2003 2032 Gewogen gemiddelde bouwjaar is 1974 Banisschool 1999, 2003 2059 Brekeldschool 2014, 2017 2074 Uitbreiding de Brug in 2017 is tussenvoorziening In den Climtuin 2022 2082 Haarschool R. 2024 2084 Vervangende nieuwbouw start in 2024 De Ronde Maat 1982, 1986, 1987, 2001 2042 Klim-Op 2011 2071 Holten PO Dijkerhoek 2014 2074 De Holterenk 2012 2072 Haarschool H. 2017, 2023 2077 Start uitbreiding 2023 en afronding in 2024 De Regenboog 1956, 1969, 1994, 2000, 2004, 2010 2042 In 2017 heeft renovatie plaatsgevonden, waarmee in een levensduurverlenging van 25 jaar is voorzien De Regenboog - N 2007 Tijdelijke lokalen Opmerkingen: Bij scholen met lokalen van verschillende bouwjaren uitgegaan van oudste bouwjaar. In kolom opmerkingen staat eventueel een gewogen gemiddelde leeftijd. Gewogen gemiddelde is op basis van oppervlakte per bouwjaar. Johan Frisoschool en Haarschool daarvan heeft het college anders besloten (bouwjaar 2024). In 2017 is de Regenboog gerenoveerd. Hiermee is voorzien in een levensduurverlenging van 25 jaar. 4.Bijlagen beleidsregels bij nieuw IHP A.Voorbeelden bij artikel 4 Normvergoeding stichtingskosten Voorbeeld Een schoolbestuur krijgt toestemming voor het bouwen van een nieuwe school met een bvo van 1.400 m². Daarvoor wordt een bouwkrediet beschikbaar gesteld van € 2.204.500. Dit bedrag is opgebouwd als volgt: startbedrag (incl. eerste 350 m²) € 787.000 volgende m² (1400 minus 350
- is)1050 m² x € 1.350 € 1.417.500 totaal bouwkrediet € 2.204.500 Het bouwkrediet uitgedrukt in een bedrag per m² is € 1.574,64 (€ 2.204.500 : 1400 m²). In de praktijk kunnen zich 3 situaties voordoen. Het schoolbestuur realiseert minder, evenveel of meer bvo dan waarvoor medewerking is verleend. Situatie 1 : het schoolbestuur realiseert minder bvo Deze situatie mag zich eigenlijk niet voordoen, omdat vooraf de plannen worden getoetst (als vooraf al blijkt dat minder gebouwd wordt, zullen hierover afspraken moeten worden gemaakt). Als echter achteraf blijkt dat een schoolbestuur te weinig bvo heeft gerealiseerd (bijvoorbeeld 1390 m²) dan zijn er de volgende opties: De werkelijke bvo van de nieuwe school wordt vastgesteld op 1390 m² en de maximale normvergoeding wordt verminderd tot € 2.191.000 (startbedrag plus 1040 x € 1.350). Vergoed worden de werkelijke bouwkosten tot maximaal € 2.191.000. Nadeel van deze optie is dat de school wellicht eerder aanspraak kan maken op uitbreiding. De bvo wordt fictief vastgesteld op 1400 m² en de maximale normvergoeding wordt niet verminderd. Vergoed worden de werkelijke bouwkosten tot maximaal € 2.204.500. In dit geval ontvangt het schoolbestuur eigenlijk te veel vergoeding voor een te kleine school. Bij een eventuele toekomstige uitbreiding zou het verschil weer kunnen worden rechtgetrokken, maar dat zou dan voor rekening van het schoolbestuur moeten gebeuren (en het is de vraag of dat zal lukken). De bvo wordt fictief vastgesteld op 1400 m² en de maximale normvergoeding wordt verminderd tot € 2.191.000. Vergoed worden de werkelijke kosten tot maximaal € 2.191.000. De nadelen van de eerste 2 opties worden zo ondervangen. Bij een eventuele toekomstige uitbreiding kan het verschil tussen werkelijke en fictieve bvo worden rechtgetrokken en kan hiervoor alsnog een normvergoeding worden verstrekt. In het geval een schoolbestuur te weinig bvo realiseert kiezen wij voor toepassing van optie 3. Situatie 2 : het schoolbestuur realiseert evenveel bvo Dit is de "ideale" situatie. De werkelijke bvo wordt vastgesteld op 1400 m² en vergoed worden de werkelijke bouwkosten tot maximaal het bedrag van de normvergoeding van € 2.204.500. Situatie 3 : het schoolbestuur realiseert meer bvo Deze situatie zal in de praktijk waarschijnlijk het meest voorkomen, zeker als een schoolbestuur met "eigen geld" extra ruimte wil creëren. Stel het schoolbestuur realiseert een gebouw van 1550 m² bvo. Er kunnen zich dan 2 situaties voordoen, namelijk de werkelijke bouwkosten blijven binnen de normvergoeding of de werkelijke kosten (wat meer waarschijnlijk
- is)overschrijden de normvergoeding. Werkelijke bouwkosten blijven binnen de normvergoeding In dit geval zijn er de volgende opties: De werkelijke bvo wordt vastgesteld op 1550 m² en vergoed worden de werkelijke bouwkosten tot maximaal het bedrag van de normvergoeding van € 2.204.500. In dit geval heeft de gemeente er "gratis" 150 m² bvo bijgekregen, maar het is de vraag of deze extra ruimte vanuit gemeentelijk oogpunt wenselijk/noodzakelijk is. Immers het deel van het krediet dat eigenlijk niet nodig was geweest, had ook elders kunnen worden aangewend. Zeker in een tijd van financiële krapte zal zorgvuldig met de beschikbare middelen moeten worden omgegaan. De bvo wordt fictief vastgesteld op 1400 m² en de maximale normvergoeding wordt evenredig verminderd tot € 1.991.161 (1400/1550 x € 2.204.500). Vergoed wordt 1400/1550-deel van de werkelijke bouwkosten tot maximaal € 1.991.161. De meerkosten zijn voor rekening van het schoolbestuur. Een tussenoplossing is de bvo fictief vast te stellen ergens tussen 1400 en 1550 m² en de maximale normvergoeding evenredig te verminderen. Stel de fictieve bvo wordt vastgesteld op 1500 m². De maximale normvergoeding wordt dan € 2.133.387 (1500/1550 x € 2.204.500). Vergoed wordt dan 1500/1550-deel van de werkelijke bouwkosten tot maximaal € 2.133.387. De meerkosten zijn voor rekening van het schoolbestuur. Voor welke optie wordt gekozen kan van geval tot geval verschillen. Optie 1 kan betekenen dat een toekomstige uitbreiding niet meer nodig zal zijn. Bij de opties 2 en 3 blijft dat deel van het schoolgebouw dat met eigen geld is gefinancierd (het verschil tussen werkelijke en fictieve bvo) "van het schoolbestuur". Bij een eventueel toekomstig recht op uitbreiding is het een mogelijkheid dat dit deel door de gemeente wordt "afgekocht" (maar hieraan kunnen nog wel haken en ogen zitten vanwege de in acht te nemen begrotingsvoorschriften). Om meer maatschappelijk rendement met de nieuwbouw van een schoolgebouw te kunnen realiseren (zie visie op onderwijshuisvesting) zou er juist voor gekozen kunnen worden om nadere invulling te geven aan optie 3. Werkelijke bouwkosten overschrijden de normvergoeding Van belang is hierin hoeverre de werkelijke kosten de normvergoeding overschrijden. Bepalend is of de werkelijke bouwkosten, uitgedrukt in een bedrag per m², meer of minder bedragen dan de normvergoeding per m2 (€ 1.574,64 zoals we hiervoor zagen). Er zijn dus 2 opties: In dit geval bedragen de werkelijke kosten per m² meer dan het normbedrag. Stel de werkelijke bouwkosten komen € 300.000 hoger uit op € 2.504.500. Per m² is dit € 1.615,81 (€ 2.504.500 : 1550). Omdat de werkelijke bouwkosten per m² meer bedragen dan de normvergoeding per m², mag verondersteld worden dat de normvergoeding volledig nodig was om 1400 m² bvo te realiseren en wordt de bvo van de school fictief vastgesteld op 1400 m² en de bouwkosten worden vergoed tot € 2.204.500. De meerkosten van € 300.000 komen voor rekening van het schoolbestuur. Bij een eventueel toekomstig recht op uitbreiding is het een mogelijkheid het verschil tussen werkelijke en fictieve bvo af te kopen (maar hieraan kunnen zoals gezegd haken en ogen zitten). In dit geval bedragen de werkelijke kosten per m² minder dan het normbedrag. Stel de werkelijke bouwkosten komen € 100.000 hoger uit op € 2.304.500. Per m² is dit € 1.486,77 (€ 2.304.500 : 1550). Omdat dit lager is dan de normvergoeding per m², wordt bekeken hoeveel m² bvo gerealiseerd had kunnen worden met de normvergoeding op basis van de werkelijke prijs per m². En dat is 1483 m² (€ 2.204.500 : € 1.486,77). Daarom wordt de bvo van de school fictief vastgesteld op 1483 m² en de bouwkosten worden vergoed tot € 2.204.500. De meerkosten van € 100.000 komen voor rekening van het schoolbestuur. Bij een eventueel toekomstig recht op uitbreiding is het een mogelijkheid het verschil tussen werkelijke en fictieve bvo af te kopen (maar hieraan kunnen wel haken en ogen zitten). Om meer maatschappelijk rendement met de nieuwbouw van een schoolgebouw te kunnen realiseren (zie visie op onderwijshuisvesting) zou er hier juist voor gekozen kunnen worden om de bvo fictief vast te stellen ergens tussen 1400 en 1483 m² en de maximale normvergoeding naar rato daarop aan te passen. Op deze manier kan op een redelijke wijze worden bepaald welk deel "van de gemeente" is (met gemeenschapsgeld is betaald) en welk deel door het schoolbestuur is betaald. Uiteraard berust de juridische eigendom van het hele gebouw bij het schoolbestuur. Tegen het realiseren van extra ruimte bestaat op zich geen bezwaar, maar het gebeurt wel onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat voor het gehele schoolgebouw (inclusief de voor eigen rekening gecreëerde ruimte) de bepalingen van de onderwijswetgeving onverkort van kracht zijn en blijven. In het uiterste geval kan dit betekenen dat, wanneer het schoolgebouw buiten gebruik wordt gesteld, het gehele gebouw vrij van lasten aan de gemeente komt. Op de gemeente rust dan geen enkele verplichting het schoolbestuur enigerlei vergoeding voor de "eigen" ruimte te betalen. Het systeem hiervoor vermeld kan ook worden gehanteerd bij uitbreiding van scholen. Bij nieuwbouw van scholen in samenwerking met bijvoorbeeld kinderdagopvang dient ook duidelijk te zijn welke kosten toe te rekenen zijn aan de school en welke aan de kinderdagopvang. In een dergelijk geval zullen álle kosten moeten worden verantwoord, dus ook van een eventuele bouwpartner. Bij de afrekening/verantwoording dient de werkelijk gerealiseerde bvo te worden aangetoond door middel van een prestatieverklaring van de architect. De bvo dient te worden berekend volgens de meetinstructie van de onderwijshuisvestingsverordening. Dit betekent dat de bvo moet worden vastgesteld volgens NEN 2580 (meetinstructie) met de volgende aantekeningen: de in- en aangebouwde fietsenstallingen en bergingen die uitsluitend van buitenaf bereikbaar zijn, worden niet tot de bvo gerekend; de oppervlakte van verbindende ruimten tussen in- of aanpandige gymnastieklokalen wordt toegerekend aan het lesgebouw; bij scheidingswanden tussen het lesgebouw en in- of aanpandig gelegen gymnastieklokalen wordt de bvo gerekend tot het hart van de scheidingsconstructie. Uiteraard geldt dit systeem alleen voor normvergoedingen, zoals de bouwkosten. Het geldt dus niet voor bijvoorbeeld de grondkosten, omdat deze worden vergoed op basis van werkelijke kosten. Mochten er zich situaties voordoen die hiervoor niet zijn beschreven, dan zal gehandeld worden in de geest hiervan. B.De toepassing financiële voorwaarden bij artikel 9 verhuur onderwijsruimte Toepassing financiële voorwaarden bij verhuur schoolgebouwen Uitgangspunt van het gemeentelijk beleid is dat bij verhuur van schoolruimte aan commerciële partijen de gemeente via een huurvergoeding een deel van de met gemeenschapsgeld betaalde stichtingskosten terugontvangt. Bij verhuur van leegstaande schoolruimten geldt een vergoeding van € 100 per m² en bij volgtijdelijke leegstand van € 50 per m² per jaar. Deze bedragen zijn geïndexeerd. De schoolbesturen werken mee aan dit beleid door als juridisch eigenaar van de schoolgebouwen een huurovereenkomst af te sluiten waarbij niet alleen rekening wordt gehouden met hun eigen kosten (de exploitatiekosten etc.) maar ook met de stichtingskostenvergoeding voor de gemeente. Het schoolbestuur int de totale huurvergoeding en betaalt het stichtingskostendeel vervolgens door aan de gemeente. Wat betreft het gemeentelijk aandeel treedt het schoolbestuur dus slechts op als doorgeefluik, het heeft er voor- noch nadeel van. Hieronder gaan we nader in op verschillende praktijksituaties bij toepassing van de financiële voorwaarden bij verhuur schoolgebouwen. Standaardsituatie In de standaardsituatie is de bouw van de school volledig bekostigd door de gemeente. Dit is bij de meeste scholen het geval. Stel dat een commerciële partij een leegstaand leslokaal van 55 m² netto vloeroppervlakte (nvo) huurt. De huurprijs (stichtingskostenvergoeding) bedraagt dan 55 m² x € 100 is € 5.500 per jaar, te innen door het schoolbestuur, waarvan op basis van lid 7 van dit artikel 90% (is € 4.950,-) doorbetaald wordt aan de gemeente. Bedacht moet worden dat bij het gebruik van een leslokaal het gebruik van nevenruimten (en schoolplein) is inbegrepen. De omvang van een lokaal met nevenruimten is op grond van de onderwijshuisvestingsverordening genormeerd te stellen op 105 of 115 m² bruto vloeroppervlakte (bvo), afhankelijk van of de school niet of wel is aangepast aan onderwijskundige vernieuwingen. Feitelijk komt het huurbedrag dus neer op € 5.500 gedeeld door 105 of 115 m² is € 52,38 dan wel € 47,83 per m² bvo. Niet-standaardsituatie In de niet-standaardsituatie is de bouw van een school weliswaar bekostigd door de gemeente, maar het schoolbestuur heeft voor eigen rekening extra ruimte gerealiseerd. Een situatie die steeds meer voor komt. De ruimte die het schoolbestuur voor eigen rekening heeft gebouwd wordt bepaald op basis van de notitie “Nieuwbouw onder de nieuwe onderwijshuisvestingsverordening”. Onder de nieuwe verordening wordt de capaciteit van scholen niet meer uitgedrukt in lokalen maar in m² bvo. In de niet-standaardsituatie maken we onderscheid tussen de werkelijke bvo en de fictieve bvo. De fictieve bvo is het gedeelte van de school dat is gerealiseerd met gemeenschapsgeld. Het verschil tussen werkelijke bvo en fictieve bvo is het deel van de school dat is gefinancierd door het schoolbestuur, de “eigen” ruimte. De berekening van de huur (stichtingskosten-vergoeding) gebeurt in de niet-standaardsituatie in principe op dezelfde manier als in de standaardsituatie. Voor een leegstaand leslokaal van 55 m² bedraagt de huur € 5.500 per jaar, te innen door het schoolbestuur. De vraag is echter wie recht heeft op dit bedrag. Is dat de gemeente, het schoolbestuur of moet het verdeeld worden? Een verdeling die recht doet aan het “ondernemerschap” van de betreffende schoolbesturen wordt bereikt door als uitgangspunt te nemen dat eerst de door het schoolbestuur bekostigde bvo wordt verhuurd (ongeacht welk gebouwdeel daadwerkelijk wordt verhuurd). Hieronder wordt dit verduidelijkt met een aantal voorbeelden. Voorbeeld 1 Een school heeft een werkelijke bvo van 1500 m² en een fictieve bvo van 1300 m². Het verschil van 200 m² is “eigen” ruimte door het schoolbestuur gefinancierd. De school is aangepast aan onderwijskundige vernieuwingen. Verhuurd wordt een leegstaand leslokaal van 55 m² nvo. De huurprijs (stichtingskostenvergoeding) bedraagt 55 m² x € 100 is € 5.500 per jaar. De genormeerde bvo van het leslokaal is 115 m². Aangezien dit minder is dan de door het schoolbestuur gefinancierde bvo van 200 m², mag het schoolbestuur de stichtingskostenvergoeding zelf houden en hoeft er dus niets te worden doorgesluisd naar de gemeente. Voorbeeld 2 Van dezelfde school als in voorbeeld 1 worden nu 2 leegstaande lokalen van 55 m² nvo verhuurd. De huur bedraagt dus 2 x 55 m² is 110 m² x € 100 is € 11.000 per jaar. De genormeerde bvo van de leslokalen is 2 x 115 m² is 230 m² bvo. Dit is meer dan de door het schoolbestuur gefinancierde bvo van 200 m², dus de huur moet verdeeld worden tussen schoolbestuur en gemeente. Het schoolbestuur heeft recht op de huuropbrengst van 200 m² bvo en de gemeente heeft recht op de huuropbrengst van de resterende 30 m² bvo. De huurverdeling wordt dan als volgt. Het schoolbestuur heeft recht op 200/230 x € 11.000 is € 9.565,22 en de gemeente heeft recht op 30/230 x € 11.000 is € 1.434,78. Lid 7 van dit artikel geeft aan dat het schoolbestuur maar 90% van € 1.434,78 (is € 1.291,30) aan de gemeente hoeft te voldoen. Voorbeeld 3 Van dezelfde school als in voorbeeld 1 en 2 worden weer 2 lokalen van 55 m² nvo verhuurd, waarvan 1 leegstaand en 1 niet-leegstand. De huur bedraagt dus 55 m² x € 100 plus 55 x € 50 is in totaal € 8.250 per jaar. De genormeerde bvo van de 2 lokalen is 230 m², dus het schoolbestuur heeft recht op 200/230 x € 8.250 is € 7.173,91 en betaalt 30/230 x € 8.250 is € 1.076,09 door aan de gemeente. Lid 7 van dit artikel geeft aan dat het schoolbestuur maar 90% van € 1.076,09 (is € 968.48) aan de gemeente hoeft te voldoen. Dit systeem van huur bepalen op basis van nvo en toedeling aan gemeente en schoolbestuur op basis van bvo kan ook worden toegepast in gevallen waarin een andere ruimte dan een leslokaal wordt verhuurd. We hebben gezien dat de bvo van een leslokaal gemiddeld genomen het dubbele is van de nvo van dat leslokaal. Deze verdubbeling kunnen we ook toepassen bij andere ruimten. Een verdubbeling van de nvo bij ruimten groter dan een leslokaal (bijvoorbeeld een speellokaal) leidt naar onze mening echter tot een onevenredig grote bvo. Daarom stellen wij voor de verdubbeling te beperken tot maximaal 55 m² (als bij een standaard klaslokaal). Voorbeeld 1. Een schoolbestuur verhuurt een schoolruimte van 18 m² nvo. De huur wordt bepaald op basis van 18 m². Vervolgens wordt de nvo van 18 m² omgezet in bvo en dat wordt dus 36 m² bvo (een verdubbeling). Voorbeeld 2. Een schoolbestuur verhuurt een speellokaal van 100 m² nvo. De huur wordt bepaald op basis van 100 m². De verdubbeling naar bvo is beperkt tot 55 m². De bvo wordt dus niet 200 m² maar 155 m². Voor beide voorbeelden geldt vervolgens dat aan de hand van de werkelijke en fictieve bvo van de school kan worden beoordeeld of de gemeente al dan niet recht heeft op (een deel van) de stichtingskostenvergoeding. In de voorbeelden hierboven zijn we ervan uitgegaan dat de schoolbesturen ook de stichtingskosten-vergoeding in rekening brengen voor de door hen zelf gefinancierde bvo. De schoolbesturen zijn echter volkomen vrij welk huurtarief zij voor hun “eigen” ruimte hanteren. Om concurrentievervalsing tussen commerciële partijen te voorkomen is het gewenst dat de schoolbesturen ook voor hun “eigen” ruimte de afgesproken stichtingskostenvergoeding in rekening brengen bij de gebruiker. C.Voorbeeld bij artikel 13 Toeslag zorgruimte Voorbeeld Een PO schoolbestuur krijgt toestemming voor vervangende nieuwbouw/uitbreiding/renovatie van de school. Op basis van het gemiddeld aantal leerlingen gedurende 15 jaar is er een structurele ruimtebehoefte van 1260 m² bvo. Rekening houdend met 40 m² extra zorgruimte voor het bieden van passend onderwijs wordt de structurele ruimtebehoefte bijgesteld naar 1300 m² bvo. 5.Prognoses leerlingenaantallen 2023 - 2040 PO en VO Rijssen-Holten