equaat is. Artikel10.Afleggen verantwoording persoonsgebonden budget (hulpmiddelen / woon-voorziening) 1.Degene aan wie een PGB als bedoeld in artikel 8 (voor hulpmiddelen en/of een niet bouwkundige woontechnische voorziening) is toegekend, verstrekt binnen 6 maanden na het verlenen van de voorziening de hierop betrekking hebbende originele factuur aan het college. 2.Degene aan wie een PGB als bedoeld in artikel 8 voor een bouwkundig/woontechnische woningaanpassing is toegekend, dan wel de eigenaar van de woning, meldt binnen een termijn van 12 maanden nadat het PGB werd bepaald dat de woningaanpassing is gerealiseerd onder overlegging van de hierop betrekking hebbende originele facturen. 3.Naar aanleiding van de ontvangst van het gereedmeldingsbericht (voor bouwkundige en niet bouwkundige (woon)voorzieningen) met bijbehorende facturen zal door het college worden getoetst of de aanpassing heeft plaatsgevonden conform het programma van eisen en het vastgestelde budget. Indien het toegekende persoonsgebonden budget niet geheel is besteed dan zal het teveel toegekende budget worden ingetrokken en teruggevorderd. 4.Aan degene aan wie een PGB als bedoeld in artikel 8 voor een hulpmiddel is toegekend, betaalt het college het PGB uit nadat de originele factuur van de aanschaf van het hulpmiddel aan het college is verstrekt. 5.In aanvulling op het bepaalde in lid 1 kan, voor de duur van het PGB, de factuur voor onderhoud en/of verzekering van het hulpmiddel worden ingediend bij het college. Het college betaalt de factuur voor onderhoud en/of verzekering uit nadat de originele factuur aan het college is verstrekt met het maximum van het in de beschikking vastgestelde persoonsgebonden budget. Artikel11.Controle persoonsgebonden budget 1.Het college onderzoekt uit het oogpunt van de kwaliteit van de geleverde zorg steekproefsgewijs de inzet van de PGB’s en/of de daarmee verstrekte ondersteuning. 2.De inzet van de PGB’s van budgethouders, ten aanzien waarvan door de SVB bijzonderheden worden gesignaleerd, worden in elk geval gecontroleerd. Hoofdstuk3:Mantelzorgwaardering Artikel12.Doelgroep en uitvoerende instantie mantelzorgwaardering 1.Voor mantelzorgwaardering komen in aanmerking: (meerderjarige) mantelzorger(s) en jonge mantelzorger(s); waarbij mantelzorg de verzorging is die wordt verleend voor meer dan 8 uren per week en langer dan 3 maanden duurt. Gebruikelijke zorg is de normale dagelijkse zorg van gezinsleden en/of huisgenoten voor elkaar. 2.Het college is belast met de uitvoering van de mantelzorgwaardering. Artikel13.Mantelzorgwaardering in Brunssum 1.De mantelzorgwaardering bestaat uit: het mantelzorgcompliment in de vorm van een geldbedrag ter hoogte van € 70,- en/of een praktische ondersteuning van maximaal 10 uur per kalenderjaar via Betere Buren voor kleinere klussen in en rondom de woning zoals tuinwerkzaamheden, klein schilderwerk en het opruimen van garage/zolder of hulp bij het afvoeren van grofvuil. 2.Per zorgvrager kan per kalenderjaar slechts één mantelzorgwaardering (compliment en/of praktische ondersteuning) voor de mantelzorger worden aangevraagd en toegekend. 3.De zorgvrager die onder opgave van de mantelzorger een aanvraagformulier heeft ingevuld en die voldoet aan de criteria, ontvangt ten aanzien van de onder lid 1 sub a en b bedoelde waardering een toekenningsbrief met daarin opgenomen de wijze van betaling van het mantelzorgcompliment en/of de werkwijze ten aanzien van de praktische waardering via Betere Buren. 4.Hetgeen een mantelzorger ontvangt op grond van het bepaalde bij of krachtens artikel 2.1.6. van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 is als blijk van waardering, wordt niet tot het inkomen gerekend en heeft daarmee geen gevolgen voor een eventuele uitkering, zorgtoeslag of huurtoeslag. Artikel14.Criteria voor het mantelzorgwaardering Om in aanmerking te komen voor mantelzorgwaardering dient: de mantelzorger naar oordeel van de uitvoerende instantie te voldoen aan de doelgroep definitie als bedoeld in artikel 12 lid 1; en het aanvraagformulier volledig en naar waarheid te zijn ingevuld en ondertekend door de zorgvrager en uiterlijk voor 31 december van het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft te zijn aangeleverd bij het college; en. de zorgvrager die een mantelzorgwaardering aanvraagt, woont in Brunssum. De mantelzorger die in aanmerking komt voor het compliment (€ 70,-) hoeft niet woonachtig te zijn in de gemeente Brunssum. In het geval van praktische ondersteuning door Betere buren, moet de mantelzorger wel in de gemeente Brunssum wonen; en. de mantelzorger op de datum van de aanvraag ingeschreven te staan bij het Steunpunt voor mantelzorg; en. een zorgvrager die een mantelzorgwaardering aanvraagt niet tevens mantelzorger te zijn in het kader van een andere aanvraag voor mantelzorgwaardering op basis van deze regeling. Artikel15.Aanvraag mantelzorgwaardering De mantelzorgwaardering moet jaarlijks door de zorgvrager worden aangevraagd onder opgave van de mantelzorger met behulp van een door het college beschikbaar gesteld aanvraagformulier. Artikel16.Weigeringsgronden mantelzorgcompliment Een aanvraag voor de Mantelzorgcompliment wordt geweigerd indien niet voldaan wordt aan het bepaalde in artikel 13 en 14 van deze regeling. Hoofdstuk4:Overige bepalingen Artikel17Hoogte van de tegemoetkoming meerkosten voor personen met een beperking of chronische problemen 1.De hoogte van een financiële tegemoetkoming bedraagt: De financiële tegemoetkoming voor een sportvoorziening/rolstoel bedraagt maximaal € 3.000 (per 4 jaar) voor aanschaf, onderhoud, verzekering en reparatie. Artikel18Hoogte van een financiële maatwerkvoorziening voor personen met een beperking of chronische problemen 1.De hoogte van de financiële maatwerkvoorziening bedraagt: De financiële maatwerkvoorziening voor het bezoekbaar maken van een woning bedraagt maximaal € 2.717,- (eenmalig). De tegemoetkoming kan worden toegekend voor het bezoekbaar maken voor maximaal één woning. De financiële maatwerkvoorziening voor het bekostigen van een verhuizing bedraagt maximaal € 2627,-. 2.De belangenafweging, om te bepalen of het verhuisprimaat conform lid 1b en conform artikel 20 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Brunssum van toepassing is, betreft onder andere: Aanwezigheid van aangepaste of eenvoudig aan te passen woningen; Kostenvergelijking tussen een woningaanpassing en verhuizen; Volkshuisvestelijke factoren; Woning moet binnen een medisch aanvaardbare termijn beschikbaar zijn; Sociale omstandigheden; Afstemming met andere voorzieningen; Werksituatie; Verandering in woonlasten; Wooncomfort; Is cliënt huurder of eigenaar van de woning; De wil van de cliënt om te verhuizen; Overige specifieke omstandigheden. Artikel19.Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning 1.In aanvulling op artikel 23 van de verordening zijn voor de verschillende maatwerkvoorzieningen die in natura worden verstrekt de in de aanbestedingsdocumenten opgenomen kwaliteitseisen voor aanbieders van toepassing. 2.De kwaliteitseisen voor aanbieders, zowel vanuit de sociaal netwerk als daarbuiten, voor de verschillende maatwerkvoorzieningen die in de vorm van een persoonsgebonden budget worden verstrekt zijn vastgelegd in artikel 14 van de verordening. Artikel20.Meldingsregeling calamiteiten en geweld 1.Conform artikel 3.4 van de wet doet de zorgverlener bij de toezichthoudende ambtenaar, bedoeld in artikel 6.1 van de wet, onverwijld melding van iedere calamiteit die bij de verstrekking van een Wmo-voorziening heeft plaatsgevonden en/of geweld bij de verstrekking van een Wmo-voorziening. 2.Elke calamiteit, daad en/of uiting van agressie wordt vastgelegd op een daarvoor bestemd meldingsformulier (meldingsformulier calamiteiten en geweld). Het formulier wordt ondertekend en binnen veertien dagen na het incident ingeleverd bij de door het college aangewezen functionaris. 3.De aangewezen functionaris brengt binnen veertien dagen na inlevering van het formulier
vies uit aan het college. Het college neemt binnen veertien dagen na ontvangst van het
vies een besluit over de te treffen maatregel. 4.Meldingsformulieren met de naar aanleiding daarvan genomen besluiten worden centraal gearchiveerd. 5.In geval van ernstig agressief of gewelddadig gedrag vindt, in overleg met de melder van het incident, binnen 24 uur aangifte plaats bij de politie. Artikel21.Inwerkingtreding en citeertitel 1.Dit besluit treedt op de dag na publicatie in werking onder gelijktijdige intrekking van de “Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Brunssum 2024”. 2.Aanvragen die zijn ingediend onder de “Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Brunssum 2024” en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze nadere regels, worden afgehandeld krachtens de in lid 1 genoemde nadere regels. 3.Dit besluit wordt aangehaald als: “Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Brunssum 2024 (versie 2)”. Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Brunssum op 13-08-2024.De burgemeester, De secretaris,TOELICHTING Algemeen Deze nadere regels geven aan hoe de Verordening maatschappelijke ontwikkeling gemeente Brunssum 2022 ten uitvoer zal worden gebracht. Bij een beperkt aantal artikelen in de verordening is aangegeven dat het college nadere regels zal vaststellen. Deze betreffende artikelen zullen in deze nadere regels geëxpliciteerd worden. In de Wmo 2015 wordt het
agium gehanteerd dat “de voorzieningen terecht moeten komen bij de burgers die het echt niet zelf kunnen regelen en betalen”. Van belang is het kunnen sturen op de eigen inzet van de burgers en zijn sociaal netwerk. Uitgangspunt van de Wmo 2015 is eerst eigen kracht, dan kracht van het sociaal netwerk, de mogelijke inzet van algemene voorzieningen, en dan pas een maatwerkvoorziening. Artikelsgewijze toelichting
. Begripsbepalingen Het aantal definities is beperkt omdat in de wet, het uitvoeringsbesluit en de verordening deze definities zijn opgenomen die tevens bindend zijn voor deze nadere regels. Voor een deel worden hier begripsbepalingen gehanteerd die ook in de Wet en/of in de Verordening Wmo gehanteerd worden. Lid 2 borgt dat alle begrippen die in deze nadere regels worden gebruikt en niet nader of deels worden omschreven dezelfde betekenis hebben als in de wet, het uitvoeringsbesluit, de algemene wet bestuursrecht en de verordening.
.Toepassingsbereik In de Wmo 2015 wordt het bieden van maatwerkvoorzieningen ter ondersteuning van zelfredzaamheid en participatie, beschermd wonen en opvang aangehaald. De gemeente Heerlen is door de gemeente Brunssum gemandateerd voor de praktische uitvoering van beschermd wonen en opvang. Derhalve zijn twee regelingen opgesteld. Dat zijn: de nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Brunssum en de nadere regels beschermd wonen en opvang gemeente Brunssum. Deze nadere regels zijn uitsluitend van toepassing op een door het college genomen besluit voor een voorziening genomen na 1 januari 2015. Voor besluiten genomen voor 1 januari 2015 en waarvoor sindsdien nog geen nieuw besluit is genomen, zijn de beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2020 van toepassing.
. Aard en omvang maatwerkvoorziening Lid 1: In het protocol worden de afwegingskaders en de normtijden beschreven om de aard en de omvang van de toe te kennen maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden vast te stellen. Lid 2: dit lid behoeft geen nadere toelichting. Lid 3: dit lid behoeft geen nadere toelichting. Lid 4: dit lid behoeft geen nadere toelichting. Lid 5: dit lid behoeft geen nadere toelichting.
. Langdurig noodzakelijk In dit artikel wordt aangegeven dat een maatwerkvoorziening met betrekking tot zelfredzaamheid en participatie langdurig noodzakelijk moet zijn. In dit artikel wordt tevens een omschrijving gegeven van wat “langdurig” en “noodzakelijk” is. Noodzakelijk om de beperkingen te compenseren, hetgeen waar nodig uit medisch
vies dient te blijken. Iemand die slechts tijdelijke beperkingen ondervindt, bijvoorbeeld door een ongeluk, terwijl vaststaat dat de beperkingen slechts tijdelijk zijn, komt niet voor een voorziening in aanmerking. Langdurig geeft een grens aan in tijd. Waar de grens van langdurig gelegd moet worden is niet duidelijk aan te geven. Een afbakening die gemaakt kan worden, is te kijken naar andere regelgeving, die voor beperkte duur een voorziening verstrekken. Diegene die voor “beperkte of onzekere duur” beperkingen ondervindt kan een beroep doen op de Zorgverzekeringswet waarbij in de toelichting (Staatscourant 2012, nr. 14946, p. 12) staat uitgelegd wat met 'beperkte of onzekere duur' wordt bedoeld: "In de regel gaat het dan om een uitleentermijn van ten hoogste 26 weken”. Bij een wisselend beeld, waarbij verbetering in de situatie gevolgd wordt door situaties van terugval, kan worden uitgegaan van langdurig noodzakelijk, mits dat wisselend beeld permanent is. Om het criterium van langdurige noodzakelijk toe te passen moet maatwerk worden toegepast. Bij de verlening van hulp bij het huishouden bestaat een uitzondering op de voorwaarde van langdurig noodzakelijk. De kortdurende hulp bij het huishouden valt onder de Wmo 2015. Dat betekent dat de gemeente ook verantwoordelijk is voor de kortdurende hulp bij het huishouden, bijvoorbeeld na een ziekenhuisopname.
.Procedure bij woonvoorzieningen In dit artikel is omschreven welke procedure geldt bij een reguliere en een verkorte procedure voor het aanvragen van een woonvoorziening. Bij de beoordeling wordt de laatste, meest actuele versie van de Ergolijst van Casadata BV gebruikt waarin de richtprijzen en normen voor ergonomische woonvoorzieningen zijn bepaald. Per kalenderjaar worden deze prijzen aangepast/geïndexeerd. De meest actuele ergolijst van Casadata BV is als bijlage opgenomen bij deze nadere regels.
Dit betekent dat in individuele situaties voor een specifieke voorziening een afwijkende afschrijvingstermijn kan worden bepaald. Indien na de geldende afschrijvingstermijn uit een technische controle door de aanbieder blijkt dat de maatwerkvoorziening nog
equaat is, bestaat geen aanspraak op een vervangende voorziening.
. Eigen Bijdrage Bij een voorziening in natura of een PGB, welke aan de aanvrager zelf worden uitgekeerd, wordt gesproken over een eigen bijdrage. Een PGB wordt altijd bruto uitbetaald. Dit betekent dat de eigen bijdrage niet in het bedrag wordt verrekend. De eigen bijdrage moet belanghebbende uit eigen middelen voldoen. De eigen bijdrage voor een voorziening die wordt verstrekt geldt voor de periode zolang als de voorziening wordt verstrekt en ten hoogste de kostprijs. Indien het een in bruikleen verstrekte voorziening betreft dan betaalt een klant voor het middel, onderhoud, reparatie en verzekering.Indien het een in bruikleen verstrekte voorziening betreft dan zijn de kosten voor onderhoud, reparatie en verzekering onderdeel van de kostprijs. Een cliënt kan ook een bijdrage in de kosten gevraagd worden als hij gebruik maakt van een algemene voorziening zoals bepaald in artikel 20 lid 1 van de verordening. Een levering van een voorziening of van een persoonsgebonden budget kan door het college worden opgeschort in een bijzondere situatie, bijvoorbeeld een ziekenhuisopname, zoals bepaald in de Wet, artikel 2.3.10 1e lid, en toegelicht in de memorie van toelichting van de Wet. De richtlijn is dat die bijzondere situatie minimaal 1 maand duurt. De bijdrage is voor de periode van de opgeschorte levering niet verschuldigd. De verzoek tot opschorting geschiedt via een melding aan het college zoals bepaald in de verordening. In het geval van het opschorten van de eigen bijdrage wordt de 1e kalenderdag van de eerstvolgende maand als ingangsdatum aangehouden.
. Persoonsgebonden budget (PGB) De voorwaarden om in aanmerking te komen voor een PGB zijn reeds in de verordening geregeld. Dit artikel bepaalt slechts de maximale PGB tarieven voor het jaar 2024, alsmede enkele nadere regels. In lid 2 is bepaald wat in het kader van hulp bij het huishouden onder “een daartoe opgeleid persoon” wordt verstaan.
. Geen herverstrekking Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
. Afleggen verantwoording persoonsgebonden budget In dit artikel wordt voor de maatwerkvoorzieningen in de vorm van een PGB bepaald op welke wijze en binnen welke termijn hierover verantwoording dient te worden afgelegd. Indien niet of onvoldoende wordt verantwoord, wordt dit gesanctioneerd. Hiervoor wordt verwezen naar het betreffende artikel in de verordening.
. Controle persoonsgebonden budget In lid 1 wordt met steekproefgewijs bedoeld dat het college eenmaal per jaar een controle uitvoert met betrekking tot de inzet van de PGB’s en/of de daarmee verstrekte ondersteuning waarbij het college een selectie hanteert uit alle PGB’s en waarbij iedere PGB-houder dezelfde kans heeft om in de steekproef te worden opgenomen (aselecte steekproef).
Doelgroep en uitvoerende instantie mantelzorgwaardering Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Mantelzorgwaardering in Brunssum Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Criteria voor mantelzorgwaardering Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Aanvraag mantelzorgwaardering Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Weigeringsgronden mantelzorgwaardering Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Hoogte van de tegemoetkoming meerkosten voor personen met een beperking of chronische problemen Lid 1a: Het college verstrekt een tegemoetkoming in de kosten voor een sportrolstoel/sportvoorziening met als doel dat de cliënt in aanvaardbare mate kan participeren. De financiële tegemoetkoming in de meerkosten hoeft echter niet kostendekkend te zijn, het is een bijdrage voor de cliënt in de kosten. De cliënt is hierover geen eigen bijdrage (abonnementstarief) verschuldigd. Artikel 18 Hoogte van een financiële maatwerkvoorziening voor personen met een beperking of chronische problemen Lid 1a: Het bedrag voor het bezoekbaar maken van een woning wordt jaarlijks geïndexeerd aan de hand van de actuele Consumenten Prijs Index (CPI). Wanneer de cliënt in een Wlz-instelling woont kan één woning waar hij of zij regelmatig op bezoek komt (bijvoorbeeld van de ouders) bezoekbaar worden gemaakt. Bezoekbaar houdt in dat de cliënt toegang heeft tot de woning, één verblijfsruimte (bijvoorbeeld de woonkamer) en dat het toilet bruikbaar is. Er worden geen aanpassingen vergoed om het logeren mogelijk te maken. Bij gescheiden ouders wordt alleen de woning aangepast waar het kind het meest verblijft (hoofdverblijf). Over het toegekende bedrag is de ondersteuningsbehoevende een eigen bijdrage verschuldigd. Lid 1b: Over het toegekende bedrag is de ondersteuningsbehoevende een eigen bijdrage verschuldigd. Lid 2 Bij de belangenafweging die de Wmo consulent maakt in samenspraak met de cliënt, om te bepalen of het primaat van verhuizen kan worden toegepast, worden factoren onderzocht zoals vermeld onder sub a. t/m l.. In Artikel 20 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Brunssum 2022 is een grensbedrag opgenomen van € 5.000,-. Bij woningaanpassingen die duurder uitvallen, zal vooraf eerst getoetst worden op het primaat van verhuizen.
. Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning In de Verordening Wmo is geregeld aan welke kwaliteitseisen de aanbieder (uit het sociale netwerk of daarbuiten) moet voldoen. Met de zorgaanbieders van de verschillende Wmo-voorzieningen met betrekking tot zorg in natura zijn (middels de aanbestedingen) afspraken gemaakt over kwaliteitseisen van de betreffende voorzieningen.
. Meldingsregeling calamiteiten en geweld In dit artikel is geregeld welke eisen gelden voor het melden van calamiteiten en geweld bij de verstrekking van een voorziening. Onder een calamiteit wordt verstaan: een niet-beoogde of onverwachte gebeurtenis, die betrekking heeft op de kwaliteit van een Wmo-voorziening en die tot ernstig schadelijk gevolg voor of de dood van een cliënt heeft geleid. Onder geweld wordt verstaan: het seksueel binnendringen van het lichaam of ontucht met een cliënt, alsmede lichamelijk en geestelijk geweld jegens een cliënt, door een zorgverlener dan wel door een andere cliënt met wie de cliënt gedurende het etmaal of dagdeel in een accommodatie van een aanbieder verblijft. Agressie en geweld, verbaal en/of fysiek, is iedere vorm van gedrag en voorvallen in en buiten werktijd waarbij een medewerker van een dienstverlener welke namens of in opdracht van de gemeente Brunssum handelt, psychisch en/of fysiek wordt lastig gevallen, bedreigd, of aangevallen en/of schade wordt toegebracht, onder omstandigheden, die rechtstreeks verband houden met de te vervullen functie van die medewerker. Voorbeelden van verbale agressie zijn: beledigen, uitschelden, treiteren, pesten, vernederen, schreeuwen, discriminerende opmerkingen, uiten van beschuldigen, medewerker stelling dwingen te nemen tegen de gemeente. Voorbeelden van fysieke agressie en geweld zijn: schoppen, slaan, knijpen, vastpakken, (gericht) gooien van voorwerpen, steken, spuwen, schade toebrengen aan eigendommen.
artikel 21. Inwerkingtreding en citeertitel Dit artikel behoeft geen nadere toelichting. Bijlage1:Protocol indicatiestelling hulp bij het huishouden (gecontroleerde en geactualiseerde versie van bureau HHM, 21-11-2017) Protocol Indicatiestelling Hulp bij het Huishouden Gecontroleerde en geactualiseerde versie Bureau HHM MW/17/2164/brunshh 21-11-2017 Gemeente Brunssum Algemeen Voor de hulp bij het huishouden kennen we de volgende indeling in activiteiten: Aard van de activiteiten Activiteiten Huishoudelijke werkzaamheden Licht huishoudelijk werk Zwaar huishoudelijk werk Wassen en strijken Boodschappen en maaltijden Maaltijden Boodschappen Organisatie van het huishouden Dagelijkse organisatie van het huishouden
vies, instructie en voorlichting Instructie huishoudelijke taken en omgaan met (technische) hulpmiddelen Verzorging en/of opvang kinderen Wassen, aankleden, eten geven, etc. De hulp bij het huishouden (HbH) wordt toegekend in minuten, gebaseerd op de hoeveelheid tijd die de verzorging van het huishouden kost. Deze tijdsnormering is gebaseerd op het onderzoek van bureau HHM naar onafhankelijk en objectief onderzochte normen voor hulp bij het huishouden voor de gemeente Utrecht (9 juni 2017). Met goede redenen kan hiervan worden afgeweken (maatwerk). Er kan extra tijd aan de totale tijd worden toegevoegd als hiervoor indicatoren zijn. Dan wel kan de totale tijd worden verlaagd, als de cliënt zelf of personen uit het netwerk van de cliënt activiteiten uitvoeren. 0.1Gemiddelde cliëntsituatie als basis De normtijden zijn gebaseerd ‘een gemiddelde cliëntsituatie’ (zie onderstaande kader) in een één- of tweepersoonshuishouden. Gemiddelde cliëntsituatie: een huishouden met 1 of 2 volwassenen zonder thuiswonende kinderen; wonend in een zelfstandige huisvestingssituatie, gelijkvloers of met een trap; geen huisdieren aanwezig die extra inzet van ondersteuning vragen; er is sprake van zelfredzaamheid van de cliënt ten aanzien van het dagelijks op orde kunnen houden van de woning (bijvoorbeeld aanrecht kunnen afnemen, algemeen opruimen); de mogelijkheden van de cliënt om zelf bij te dragen aan de activiteiten die moeten worden uitgevoerd om te komen tot het te behalen resultaat zijn zeer beperkt; ondersteuning vanuit mantelzorgers, netwerk en vrijwilligers bij activiteiten die moeten worden uitgevoerd om te komen tot het te behalen resultaat is zeer beperkt; er zijn geen beperkingen of belemmeringen aan de orde bij de cliënt die maken dat de woning extra vervuilt of dat de woning extra schoon moet zijn; de woning heeft geen uitzonderlijke inrichting en is niet extra bewerkelijk of extra omvangrijk. 0.2Welke activiteiten en wie doet deze In dit protocol is sprake van een ‘totaal-lijst’ van benodigde activiteiten en bijbehorende frequenties hiervan, die allemaal moeten worden gedaan ten behoeve van het resultaat ‘een schoon en leefbaar huis’. Per huishouden is sprake van variatie wie de activiteiten feitelijk uitvoert. Wat doet de cliënt zelf, wat doet een eventuele partner of mantelzorgers, wat wordt geregeld vanuit de sociale basisinfrastructuur en tenslotte wat biedt de gemeente in deze als maatwerkvoorziening HbH. De maatwerkvoorziening die wordt geboden in het kader van een ‘schoon en leefbaar huis’ heeft betrekking op de regulier in gebruik zijnde ruimten in het huis: woonkamer, slaapkamer, keuken, gang/trap/overloop, badkamer en toilet. Het onderhouden van de buitenruimte en glasbewassing buiten hoort niet tot de maatwerkvoorziening HbH. Totaallijst uit te voeren activiteiten t.b.v. ‘schoon en leefbaar huis’ Activiteiten Resultaat en reikwijdte Licht en zwaar huishoudelijk werk De cliënt beschikt over een schoon en leefbaar huis. Dit betekent dat de regelmatig gebruikte ruimten zoals woonkamer, keuken, slaapkamer(s), toilet, badkamer en hal schoon en leefbaar zijn. Schoon wil zeggen dat sprake is van een algemeen aanvaard basisniveau van schoon, te realiseren door periodiek schoon te maken. Hiermee wordt een basis van hygiëne geborgd en vervuiling van en gezondheidsrisico’s voor bewoners worden voorkomen. Het betreft uitsluitend de binnenzijde van het huis. De frequentie van schoonmaken is afhankelijk van wat nodig is om tot het resultaat te komen, dit is niet noodzakelijk wekelijks. Verzorging van planten en huisdieren moet wel gebeuren, dit valt onder verantwoordelijkheid van de cliënt en niet onder de gemeentelijke voorzieningen. Wassen en strijken De cliënt beschikt over schone kleding, beddengoed en linnengoed. Kleding, beddengoed en linnengoed wassen, drogen, bovenkleding zo nodig strijken (geen overig strijkwerk), opvouwen en leggen of ophangen in kasten. De cliënt moet redelijkerwijs doen wat mogelijk is om het ontstaan van extra was en extra strijkgoed te beperken. Maaltijden De cliënt moet op meerdere momenten per dag eten en drinken. De maaltijdverzorging omvat broodmaaltijden en de warme maaltijd. Wanneer de cliënt niet of onvoldoende zelf haar/zijn maaltijden gereed kan maken, niet of onvoldoende gebruik kan maken van algemene of algemeen gebruikelijke voorzieningen zoals kant- en klaarmaaltijden, maaltijdbezorging aan huis en dergelijke, dan kan ook het koken van een maaltijd onder deze activiteit vallen. Boodschappen De cliënt beschikt over de primaire levensbehoeften. Wanneer de cliënt niet of onvoldoende zelf kan voorzien in haar/zijn primaire levensvoorzieningen (boodschappen halen), niet of onvoldoende gebruik kan maken van algemene of algemeen gebruikelijke (zoals boodschappendiensten van winkels, maaltijdbezorging door vrijwilligers aan huis en dergelijke), dan kan het bieden van ondersteuning de boodschappen onder deze activiteit vallen (zoals lijstjes maken, bestellen via boodschappenservice) en/of in de winkels kopen en opbergen bij de cliënt thuis). Organisatie van het huishouden De cliënt heeft niet voldoende overzicht om de eigen huishouding op orde te houden en wordt hierbij ondersteund.
vies, instructie en voorlichting De cliënt kan ondersteuning bij het huishouden nodig hebben in de zin van
vies, instructie of voorlichting. Verzorging en/of opvang kinderen Kinderen tot 12 jaar worden tijdelijk in de thuissituatie verzorgd of opgevangen wanneer de reguliere verzorger(s) geheel of gedeeltelijk uitvalt/uitvallen. De aard en omvang van de ondersteuning is afhankelijk van leeftijd en ontwikkelingsfase van het kind en de omstandigheden. Hulp bij het huishouden heeft betrekking op aanvullende ondersteuning bovenop hetgeen de cliënt zelf en/of met zijn of haar omgeving doet (eigen kracht). De activiteiten kennen een vaste gemiddelde tijd, ze zijn ‘genormeerd’, waarbij op basis van specifieke omstandigheden sprake kan zijn van meer of minder inzet van tijd op de totale tijd. 0.3Gemiddelde normtijd Notabene: activiteiten kennen in dit protocol op basis van onderzoeken een ‘vaste gemiddelde normtijd’. Dat betekent niet dat in in ieder huis een activiteit ook daadwerkelijk in die normtijd kan worden gedaan. Soms vergt dit meer tijd, soms minder tijd, sommige activiteiten worden ook niet iedere week gedaan, maar de tijd wordt wel per week toegekend. De totale tijd die beschikbaar komt door de gemiddelde normtijden van alle activiteiten bij elkaar op te tellen, is voldoende om door de weken heen het resultaat schoon en leefbaar huis te bereiken. 0.4Indirecte tijd Een huishoudelijke hulp besteedt daarbij per bezoek ook tijd aan onder meer aankomst, vertrek, sociale interactie,
ministratie en dingen afspreken met de cliënt. Dit is de ‘indirecte tijd’ (geen reistijd). Voor deze indirecte tijd wordt in Brunssum gerekend met een gemiddelde normtijd van 22 minuten per week per bezoek. Als sprake is van meerdere korte bezoekmomenten per week, dan is niet bij ieder bezoekje deze volledige indirecte tijd benodigd. 0.5Signaleringsfunctie Verder is ook de signaleringsfunctie in Brunssum onderdeel van de maatwerkvoorziening HbH. De signaleringsfunctie is een belangrijke taak van de huishoudelijke hulp. Deze functie is met name geborgd in de indirecte tijd. Maar uiteraard vindt signalering ook plaats gedurende de totale tijd dat een huishoudelijke hulp bij de cliënt aan het werk is. 0.6Afronding normtijden In dit protocol zijn normtijden met minuten in decimalen opgenomen (2,2 of 7,6 bijvoorbeeld). Vervolgens zijn de totaaltellingen afgerond op hele minuten. In de uitvoering vindt uiteindelijk, als alle normtijden zijn opgeteld, afronding naar boven plaats op de eerstkomende 5 hele minuten. 0.7Gebruikelijke zorg Er bestaat geen recht op hulp bij het huishouden voor zover sprake is van gebruikelijke zorg. Dit is zorg of ondersteuning die geleverd wordt door één of meerdere huisgenoten van de cliënt. Dit kan een partner, ouder of inwonend kind zijn, ongeacht of ze de gebruikelijke zorg willen leveren. Een gezin of gezamenlijk huishouden wordt geacht samen de verantwoordelijkheid te kunnen nemen voor het huishoudelijk werk en taken over te kunnen nemen voor degene die hier niet meer toe in staat is. Hieronder wordt aan de hand van leeftijd aangegeven wat de norm is ten aanzien van wat gebruikelijk is en daarmee dus ook wat bovengebruikelijk is. Voor bovengebruikelijke zorg kan, als de cliënt dit nodig heeft, een maatwerkvoorziening worden geboden. Het normenkader voor gebruikelijke zorg is: Kinderen tot 5 jaar kunnen geen bijdrage leveren aan het huishouden. Kinderen van 5 t/m 12 jaar kunnen naar vermogen worden betrokken bij licht huishoudelijk werk zoals opruimen, tafel dekken & afruimen, meehelpen met afwassen & afdrogen, een boodschap doen, was in de wasmand gooien. Kinderen vanaf 13 jaar kunnen daarnaast hun eigen kamer op orde houden, d.w.z. rommel opruimen, stofzuigen, bed verschonen. Een 18 tot 23-jarig inwonend kind kan een eenpersoonshuishouden voeren. De daarbij behorende huishoudelijke taken zijn: schoonhouden sanitaire ruimte, keuken en een kamer schoonhouden, de was doen, boodschappen doen, maaltijd verzorgen, afwassen en opruimen, eventueel jongere gezinsleden verzorgen en begeleiden. Hierbij gaan we uit van 2 uur uitstelbare zware huishoudelijke taken per week en 3 uur lichte, niet uitstelbare, huishoudelijke taken per week, exclusief eventuele verzorging en begeleiding van jongere gezinsleden. Een volwassen gezonde huisgenoot wordt geacht alle huishoudelijke taken over te nemen als de primaire verzorger van het huishouden uitvalt. Bij ouderen van boven de 75 jaar kan indien nodig hulp voor zware huishoudelijke taken worden geïndiceerd die anders tot de gebruikelijke zorg behoren. Daarnaast hanteren we de volgende uitgangspunten: Ouders hebben een zorgplicht voor hun kinderen. Die zorgplicht hoort tot de gebruikelijke zorg. Iedere volwassene wordt geacht naast een volledige baan of opleiding een huishouden te kunnen voeren. Gebruikelijke zorg gaat voor op maatschappelijke participatie. Met fysieke afwezigheid van huisgenoten wordt in het kader van gebruikelijke zorg alleen rekening gehouden als het gaat om aaneengesloten periodes van tenminste 7 etmalen en de afwezigheid een verplichtend karakter heeft, dat inherent is aan het werk (b.v. werk op een booreiland, grote vaart). Bij het bepalen welke werkzaamheden als gebruikelijke zorg worden beschouwd, wordt geen onderscheid gemaakt o.b.v. sexe, religie, cultuur, wijze van inkomensverwerving of persoonlijke opvattingen. Bepaalde persoonlijke omstandigheden kunnen van invloed zijn op de normering en uitgangspunten voor gebruikelijke zorg. Het gaat om de volgende zaken: Gezondheidsproblemen (i.c.m. een baan of opleiding) kunnen er de oorzaak van zijn dat huisgenoten niet de gebruikelijke zorg kunnen leveren. (Dreigende) overbelasting, met name veroorzaakt door gezondheidsproblemen. Overbelasting moet medisch worden aangetoond. Een indicatie voor hulp bij het huishouden in geval van overbelasting is in principe kortdurend, bedoeld om de situatie aan te passen. Wanneer de overbelasting veroorzaakt wordt door een combinatie van werk/opleiding, gebruikelijke zorg en andere activiteiten, gaan werk/opleiding en gebruikelijke zorg voor. Kennelijke onredelijkheid en onbillijkheid is een reden om van de criteria voor gebruikelijke zorg af te wijken. Tenslotte kan soepeler omgegaan worden met de normering van gebruikelijke zorg als de zorgvrager maar een korte levensverwachting heeft. De maatwerker moet huisgenoten die gebruikelijke of mantelzorg verlenen, horen om vast te stellen welke taken zij verrichten en hoe zij die belasting ervaren t.o.v. hun maatschappelijke participatie. Een mantelzorger van buiten wordt alleen op verzoek van de zorgvrager gehoord. Voor het bepalen van de aanwezigheid van huisgenoten wordt gekeken naar de inschrijvingen in de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA). Alle bewoners van een
res volgens het GBA worden gezien als één leefeenheid. Indien sprake is van kamerverhuur wordt de huurder van de desbetreffende ruimte niet tot het huishouden gerekend. Huishoudelijke werkzaamheden, boodschappen, maaltijden 1.1Licht huishoudelijk werk Het licht huishoudelijk werk omvat activiteiten en een benodigde normtijd in minuten per week voor de ‘gemiddelde cliëntsituatie’ zoals in de tabel hierna weergegeven. Hierbij zijn de activiteiten voor de verschillende ruimten samengevoegd. Nr. Activiteiten Normtijd in minuten per week Gemiddelde cliëntsituatie 1.1.1 Licht huishoudelijk werk Stof afnemen hoog Stof afnemen midden Stof afnemen laag Opruimen Zitmeubels afnemen Afval opruimen Afwassen en/of vaatwasser in-en uitruimen Totaal: 41 minuten* (* totaal afgerond op hele minuten) Het opruimen binnen licht huishoudelijk werk omvat kleine opruimwerkzaamheden alvorens de huishoudelijke hulp kan beginnen met schoonmaken. Het kan zijn dat cliënten zelf of mensen rond de cliënt een deel van de activiteiten uitvoeren in plaats van dat dit door een huishoudelijke hulp moet worden gedaan. Dan kan aftrek van als maatwerkvoorziening toe te kennen minuten plaatsvinden. In onderstaande tabel worden de mogelijke aftrek-minuten weergegeven. Minder tijd indiceren als: Aftrek in minuten Cliënt of anderen voeren activiteit uit in plaats van huishoudelijke hulp: 1.1.2 Stof afnemen hoog, tastvlakken, luchtfilters 4,3 minuten 1.1.3 Stof afnemen midden 14,4 minuten 1.1.4 Stof afnemen laag 8,0 minuten 1.1.5 Opruimen 0,4 minuten 1.1.6 Zitmeubels afnemen 0,7 minuten 1.1.6 Afval opruimen 4,7 minuten 1.1.7 Afwassen - vaatwasser 8,7 minuten 1.2Zwaar huishoudelijk werk Het zwaar huishoudelijk werk omvat activiteiten en een benodigde normtijd in minuten per week voor de ‘gemiddelde cliëntsituatie’ zoals in de tabel hierna weergegeven. Hierbij zijn de activiteiten voor de verschillende ruimten samengevoegd. Nr. Activiteiten Normtijd in minuten per week Gemiddelde cliëntsituatie 1.2.1 Zwaar huishoudelijk werk stofzuigen dweilen gordijnen wassen, reinigen lamellen/luxaflex, deuren/deurposten nat, radiatoren reinigen, matras draaien bed verschonen/opmaken keukenblok buiten/binnen etc. reinigen, keukenapparatuur reinigen badkamer schoonmaken trap stofzuigen ramen wassen binnenzijde Totaal: 71 minuten* (* totaal afgerond op hele minuten) Het kan zijn dat cliënten zelf of mensen rond de cliënt een deel van de activiteiten uitvoeren in plaats van dat dit door een huishoudelijke hulp moet worden gedaan. Dan kan aftrek van als maatwerkvoorziening toe te kennen minuten plaatsvinden. In onderstaande tabel worden de mogelijke aftrek-minuten weergegeven. In veel cliëntsituaties is het overigens niet gebruikelijk dat het zwaar huishoudelijk werk door de cliënt of diens netwerk wordt overgenomen. Nr. Minder tijd indiceren als: Aftrek in minuten Cliënt of anderen voeren activiteit uit in plaats van huishoudelijke hulp: 1.2.2 stofzuigen woonkamer 8,5 minuten 1.2.3 stofzuigen overige ruimten en trap 12,0 minuten 1.2.4 dweilen 9,9 minuten 1.2.5 gordijnen wassen, reinigen lamellen/luxaflex, deuren/deurposten nat, radiatoren reinigen, binnenzijde kastjes en keukenapparatuur, bovenzijde keukenkastjes, matras draaien 3,3 minuten 1.2.6 bed verschonen/opmaken 4,2 minuten 1.2.7 keukenblok, keukenapparatuur, tegelwand buitenzijde reinigen 12,7 minuten 1.2.8 badkamer schoonmaken 18,4 minuten 1.2.9 ramen wassen binnenzijde 1,9 minuten 1.3Wassen en strijken Voor de compensatie van belemmeringen gericht op de activiteit ‘wassen en strijken’ heeft de gemeente Brunssum een algemene voorziening. Enkel als deze niet beschikbaar of onvoldoende compenserend is vanwege de specifieke beperkingen of bijzondere situatie van een cliënt, kan een maatwerkvoorziening worden ingezet. Uit onderzoek is gebleken dat inwoners ook als ze ondersteuning van de gemeente op dit onderdeel vragen, ze vaak nog een deel van de activiteiten van het wassen en strijken zelf doen. De te indiceren tijd per week is te berekenen door de minuten op te tellen van de activiteiten die als maatwerkvoorziening worden geboden. Ten aanzien van het strijken valt alleen het strijken van de bovenkleding onder deze maatwerkvoorziening. Nr. Activiteiten Normtijd in minuten per week Gemiddelde cliëntsituatie 1.3.1 was sorteren 1,8 minuten 1.3.2 was in de machine stoppen 3,7 minuten 1.3.3 was uit de machine halen 3,8 minuten 1.3.4 sorteren naar droger of waslijn 3,1 minuten 1.3.5 in de droger stoppen 1,4 minuten 1.3.6 uit de droger halen 1,0 minuten 1.3.7 ophangen aan de waslijn 8,0 minuten 1.3.8 afhalen van de waslijn 1,3 minuten 1.3.9 opvouwen 13,7 minuten 1.3.10 strijken 19,8 minuten 1.3.11 opbergen 4,9 minuten 1.4Toeslagmogelijkheden licht en zwaar huishoudelijk werk Bij het licht en zwaar huishoudelijk werk en het wassen en strijken kan het noodzakelijk zijn meer tijd in te zetten dan toereikend is in de ‘gemiddelde cliëntsituatie’ met volledige overname van activiteiten. Hiervoor hanteren we de in de volgende tabel opgenomen maximale normtijden per week per toeslagmogelijkheid op grond van de specifieke situatie van de cliënt. Hiervan kan gemotiveerd naar beneden toe worden afgeweken als deze extra ondersteuningstijd niet volledig benodigd is. Als sprake is van inzet van deze toeslagmogelijkheden, dan is vaak sprake van hulp en ondersteuning op twee of meer momenten in de week. Nr. Situatie cliënt Normtijd toeslag in minuten per week 1.4.1 Kinderen onder de 12 jaar 30 minuten per kind/week, max. 90 minuten totaal 1.4.2 Psychogeriatrische problematiek / gedragsproblematiek 30 minuten 1.4.3 Allergie of aandoening aan de luchtwegen in een gesaneerde omgeving 60 minuten 1.4.4 Grote woning met een hoge bezettingsgraad 60 minuten 1.4.5 Hoge vervuilingsgraad als gevolg van beperkingen van de cliënt, niet als gevolg van de bestaande leeftwijze. 60 minuten Toeslagmogelijkheid bij extra slaapkamers of logeerkamers Als sprake is van extra slaapkamers of logeerkamers in de woning, dan is het afhankelijk van het ‘wel’ of ‘niet’ gebruiken van deze kamers hoeveel normtijd hiervoor aan de orde is. Gebruik van een extra slaapkamer kan bijvoorbeeld aan de orde zijn als een paar apart slaapt. Dit kan ook kind(eren) betreffen. Van een gebruiker van een logeerkamer wordt verwacht dat deze ook meehelpt deze weer even aan kant te maken. Een ‘niet’ in gebruik zijnde slaapkamer wordt op basis van hygiëne-
vies van GGD-Nederland eens per maand schoongemaakt. Nr. Situatie cliënt Normtijd toeslag in minuten per week 1.4.6 Extra slaapkamer / logeerkamer WEL in gebruik 18 minuten per week/kamer 1.4.2 Extra slaapkamer / logeerkamer NIET in gebruik 5 minuten per week/kamer Indirecte tijd Naast de tijd die de hulp direct bezig is met werkzaamheden, is altijd ook sprake van indirecte tijd. Deze wordt eveneens geïndiceerd als onderdeel van de totale te indiceren tijd voor de maatwerkvoorziening. Indirecte tijd is de tijd die de hulp per bezoek besteedt aan aankomst en vertrek,
ministratie en sociale interactie met de cliënt. Hierbij gaat het om de tijd dat de hulp in de woning van de cliënt aanwezig is, niet om reistijd. Verder maakt ook de signaleringsfunctie in Brunssum onderdeel uit van de maatwerkvoorziening HbH. De signaleringsfunctie is een belangrijke taak van de huishoudelijke hulp. Deze functie is geborgd in de indirecte tijd waarin het contact met de cliënt een plek heeft. Juist in dat contact kan de huishoudelijke hulp zijn of haar signalerende taak goed uitvoeren. Maar uiteraard vindt signalering ook plaats gedurende de totale tijd dat een huishoudelijke hulp bij de cliënt aan het werk is. De indirecte tijd betreft 22 minuten per wekelijks bezoek waarin licht huishoudelijk werk, zwaar huishoudelijk werk en/of wassen en strijken aan de orde is. Als de hulp meer keren per week komt, dan is een lager aantal minuten indirecte tijd per bezoek aan de orde. Voor elk bezoek in verband met maaltijden (zie hst. 3) dat plaatsvindt apart van een bezoek waarin huishoudelijke werkzaamheden of andere werkzaamheden (verzorging bijvoorbeeld) worden uitgevoerd, is sprake van 5 minuten extra toe te kennen indirecte tijd. Nr. Activiteiten Normtijd 2.1 Indirecte tijd (als sprake is van licht huishoudelijk werk, zwaar huishoudelijk werk en/of wassen en strijken) 22 minuten per week (per keer) 2.2 Indirecte tijd (bij maaltijden) 5 minuten per bezoek Maaltijden en boodschappen 3.1 Voor de compensatie van belemmeringen gericht op de activiteit ‘maaltijden’ heeft de gemeente Brunssum een collectieve voorziening. Enkel als deze niet beschikbaar of onvoldoende compenserend is vanwege de specifieke beperkingen of bijzondere situatie van een cliënt, kan een maatwerkvoorziening worden ingezet. In geval van een maatwerkvoorziening voor maaltijden is het in de praktijk volledig maatwerk wat voor iemand nu precies nodig is. Daarom wordt hier niet met een tijdnorm gewerkt, dit wordt op maat van de situatie van de cliënt geïndiceerd. Hierbij blijkt in de praktijk vaak sprake te zijn van verdeling van de maaltijden over verschillende uitvoerders, zoals de huishoudelijke hulp, de verzorging/verpleging, een familielid, en dergelijke. Indicatief zijn hierbij de volgende normtijden van toepassing. Waarbij waar mogelijk een combinatie wordt gemaakt van 2 broodmaaltijden. Dit is exclusief 5 minuten indirecte tijd per bezoekje dat hiervoor benodigd is, indien dit op een apart moment plaatsvindt (zie hst. 2). Nr. Activiteiten Normtijd 3.1.1 Broodmaaltijd gereed maken 15 minuten per keer, maximaal 2 x per dag 3.1.2 Maaltijd opwarmen 15 minuten per keer 3.1.3 Maaltijdbereiding 30 minuten per keer 3.2Boodschappen De gemeente Brunssum heeft voor ‘boodschappen doen’ een voldoende beschikbaar en
equaat voorliggend aanbod. Enkel als deze niet beschikbaar of onvoldoende compenserend is vanwege de specifieke beperkingen of bijzondere situatie van een cliënt, kan hiervoor een maatwerkvoorziening worden ingezet. Deze tijd is inclusief de indirecte tijd. Een maatwerkvoorziening boodschappen doen, kent de volgende tijdsnormering: Nr. Activiteiten Normtijd 3.2.1 Boodschappen (boodschappenlijst maken, boodschappen doen en opruimen van de boodschappen) 51 minuten per week Toeslagmogelijkheid Bij het boodschappen doen kan het noodzakelijk zijn meer tijd in te zetten dan toereikend is in de ‘gemiddelde cliëntsituatie’. Hiervoor hanteren we de in de volgende tabel opgenomen maximale normtijd toeslag per week op grond van de specifieke situatie van de cliënt. Hiervan kan gemotiveerd naar beneden toe worden afgeweken als deze niet volledig benodigd is. Nr. Situatie cliënt Normtijd toeslag in minuten per week 3.2.2 Omvang van het gezin is meer dan 4 personen en/of er is sprake van kinderen onder de 12 jaar Maximaal 45 minuten per week Organisatie van het huishouden Het kan voor de cliënt noodzakelijk zijn om een maatwerkvoorziening te bieden voor de organisatie van het huishouden, met een tijdelijk of langdurend karakter. Deze tijd is inclusief de indirecte tijd. Nr. Activiteiten Normtijd 4.1 Organisatie van het huishouden 30 minuten per week Toeslagmogelijkheid Ten aanzien van het bieden van ondersteuning bij het organiseren van het huishouden kan het noodzakelijk zijn meer tijd in te zetten dan toereikend is in de ‘gemiddelde cliëntsituatie’. Maar dan alleen als geen individuele begeleiding is geïndiceerd. Hiervoor hanteren we de in de volgende tabel opgenomen maximale normtijd toeslag per week. Hiervan kan gemotiveerd naar beneden toe worden afgeweken als deze niet volledig benodigd is. Nr. Situatie cliënt Normtijd toeslag in minuten per week 4.2 Bij matig/ernstig regieverlies 30 minuten per week
vies, instructie en voorlichting voor eenpersoons- en meerpersoonshuishoudens Het kan voor de cliënt noodzakelijk zijn om
vies, instructie en voorlichting te bieden in relatie tot het huishouden. Nr. Activiteiten Normtijd 5.1
vies, instructie en voorlichting maximaal 3x per week 30 minuten Toeslagmogelijkheid Ten aanzien van het bieden van
vies, instructie en voorlichting kan het noodzakelijk zijn meer tijd in te zetten dan toereikend is in de ‘gemiddelde cliëntsituatie’. Hiervoor hanteren we de in de volgende tabel opgenomen maximale normtijd toeslag per week. Hiervan kan gemotiveerd naar beneden toe worden afgeweken als deze niet volledig benodigd is. Nr. Situatie cliënt Normtijd toeslagmogelijkheid in minuten per week 5.2 I.g.v. communicatieproblemen maximaal 3 x per week 30 minuten extra gedurende maximaal 6 weken Verzorging en/of opvang van kinderen Kinderen tot 12 jaar worden tijdelijk in de thuissituatie verzorgd of opgevangen wanneer de reguliere verzorger(s) geheel of gedeeltelijk uitvalt/uitvallen. Dit gebeurt gedurende maximaal 3 maanden of zo veel korter als dat nodig is voordat een andere oplossing is gevonden. De aard en omvang van de ondersteuning is afhankelijk van leeftijd en ontwikkelingsfase van het kind en de omstandigheden. Dit betreft volledig maatwerk, toegesneden op de situatie van de cliënt. Derhalve zijn hiervoor geen normtijden bepaald, dit moet echt op maat van de situatie worden ingericht en is afhankelijk van vele factoren. Bijlage2:Ergolijst. Richtprijzen en normen ergonomische woonvoorzieningen volgens de meest recente versie van Casadata. Periode 1 januari 2022 tot 1 mei 2022 (Versie ergolijst 2021) Periode 1 mei 2022 tot 1 januari 2023(Versie ergolijst 2022) Bijlage3.Normenkader Begeleiding 1.1 Inleiding De gemeente Brunssum wil voor de indicatiestelling voor Wmo-persoonlijke begeleiding en voor dagbesteding gebruik kunnen maken van een normenkader. Een normenkader dat dient als hulpmiddel voor de (afweging tot) indicatiestelling om te komen tot een indicatie in uren/dagdelen. Op dit moment speelt dit alleen voor inwoners die hun indicatie met een persoonsgebonden budget (pgb) willen benutten. Voor de inwoners die gebruik maken van ondersteuning middels zorg in natura zijn met de aanbieders bekostigingsafspraken middels een lumpsum gemaakt. Op grond van de eerste ervaringen met dit normenkader in de praktijk bij meerdere gemeenten, kunnen we stellen we dat dit een bruikbare basis biedt voor het indiceren van begeleiding. Met dit normenkader komen afgewogen en onderbouwde indicaties voor persoonlijke begeleiding en dagbesteding onder de Wmo 2015 tot stand. Normenkader Begeleiding Instrument voor het indiceren van Wmo -begeleiding Dit Normenkader Begeleiding is het resultaat van eerdere ontwikkeltrajecten van Factum
vies en bureau HHM in opdrachten voor meerdere gemeenten en is door beide bureaus in samenwerking doorontwikkeld. bureau HHM www.hhm.nl info@hhm.nl Factum
vies www.factumadvies.nl info@factumadvies.nl Auteurs Publicatie versie 1.0, september 2022 Kenmerk MW/22/1200/nkbg Copyright © 2022 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, geluidsband, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de uitgever. 1 Algemeen 1.1Inleiding Dit normenkader is ontwikkeld om gemeenten te helpen bij het bepalen van de ondersteuningsbehoefte van de cliënt en het onderbouwen van de aard en omvang van indicaties voor Wmo-begeleiding (individuele begeleiding en dagbesteding). Dit Normenkader Begeleiding is het resultaat van eerdere ontwikkel- en implementatietrajecten van Factum
vies (FAQT-V) en Bureau HHM (Normenkader Begeleiding) met en voor meerdere gemeenten. Dit normenkader is door beide bureaus in samenwerking doorontwikkeld tot het nu voorliggende Normenkader Begeleiding (versie 1.0). In geschillen rondom de hulp bij het huishouden heeft de Centrale Raad voor Beroep (CRvB) aangegeven dat gemeenten voor de onderbouwing van indicaties gebruik mogen maken van een normenkader, mits dit normenkader tot stand is gekomen op basis van onafhankelijk en objectief uitgevoerd onderzoek. Een goed onderzocht normenkader leunt daarbij op drie pijlers (triangulatie): data-onderzoek in de praktijk de oordelen van cliënten expert-opinies Deze versie van het normenkader is met name tot stand gekomen op basis van één pijler: expert opinies van deskundigen van gemeenten en zorgaanbieders. In het najaar van 2022 werken we aan de invulling van de andere twee pijlers. Om zo in de eerste helft van 2023 tot een ‘volledig onderzocht’ normenkader voor het indiceren van Wmo-begeleiding te komen. Deze versie van het Normenkader Begeleiding biedt een bruikbare basis voor het indiceren van Wmo-begeleiding. Zo is gebleken uit de eerste toepassing van dit concept bij meerdere gemeenten door Factum
vies en bureau HHM. Het helpt om te komen tot afgewogen en onderbouwde indicaties voor individuele begeleiding en dagbesteding. 1.2Doel normenkader begeleiding Veel cliënten van de gemeente regelen alleen of samen met anderen de vraagstukken die zij tegenkomen in hun leven. Een deel van de cliënten heeft hierbij tijdelijk of langdurend ondersteuning nodig. Bijvoorbeeld in de vorm van Wmo-begeleiding. Als een cliënt om ondersteuning vraagt, doet de gemeente hier onderzoek naar. De gemeente stelt op basis van de Wmo de benodigde ondersteuning vast. Voordat een eventueel benodigde maatwerkvoorziening wordt ingezet, worden eerst de mogelijkheden van eigen kracht, vanuit het netwerk en vanuit voorliggende voorzieningen onderzocht. De ondersteuning die de gemeente biedt, is aanvullend op de voorliggende oplossingen. Deze ondersteuning wordt vastgelegd in een beschikking ofwel indicatie. De cliënt ‘verzilvert’ de indicatie vervolgens ‘in natura’ en/of met een persoonsgebonden budget. De cliënt wil daarbij weten “wat ga ik nu krijgen en waarom krijg ik dit?”. Daar heeft deze ook recht op. De toegangsmedewerker van de gemeente heeft behoefte aan een kader om transparant en zo objectief mogelijk te kunnen bepalen welke ondersteuning de cliënt nodig heeft. De aanbieder wil weten welke inzet van haar wordt verwacht. In dit normenkader geven we het proces weer dat wordt doorlopen bij het stellen van een indicatie en bieden kaders en richtlijnen. Dit helpt de professionele afweging van de toegangsmedewerker -nog meer- transparant, afgewogen en eenduidig te maken. In de indicatie wordt de aard, omvang en duur van de te bieden ondersteuning vastgelegd, in overeenstemming met het juridisch kader zoals bepaald door de CRvB. Het is aan de gemeente om te bepalen hoe zij dit normenkader willen implementeren in hun eigen werkprocessen. Dit vraagt om maatwerk. Dit normenkader is algemeen van karakter en is daarmee voor alle gemeenten bedoeld. N.B.: het indiceren van Wmo-begeleiding is geen ‘harde wetenschap’ met vaste uitkomsten op basis van harde ‘rekenregels’. Het indiceren van begeleiding vraagt om een professionele afweging, op basis van veel elementen, met als doel ondersteuning op maat voor de cliënt. Dit normenkader helpt dit transparant en afgewogen te doen. 1.2Disclaimer Factum
vies en Bureau HHM spannen zich in om dit Normenkader Begeleiding juridisch houdbaar te laten zijn in geval van bezwaar en beroep. Wij kunnen succes bij juridische toetsing echter niet garanderen en aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele schade die hierdoor kan ontstaan. 1.3 Leeswijzer Na de algemene inleiding in hoofdstuk 1, schetsen we in hoofdstuk 2 het proces van indicatiestelling voor begeleiding. In hoofdstuk 3 beschrijven we de eerste fase van het proces van indicatiestelling: het integrale onderzoek en het beschrijven van de ondersteuningsbehoefte van de cliënt. In hoofdstuk 4 beschrijven we de tweede fase van het proces, het onderzoeken van de eigen mogelijkheden van cliënt en netwerk en de voorliggende oplossingen. In hoofdstuk 5 beschrijven we fase drie van het proces: het vertalen van de nog in te vullen ondersteuningsbehoefte van de cliënt naar een Wmo-maatwerkvoorziening. 2 Proces indicatiestelling Het proces om te komen tot een indicatie voor begeleiding hebben wij uitgewerkt in negen stappen, onderverdeeld in drie fasen: Fase 1: Integraal onderzoek De cliënt meldt zich met een hulpvraag. De toegangsmedewerker start het onderzoek en gaat met de cliënt in gesprek. De toegangsmedewerker bevraagt de cliënt over de problematiek (aandoeningen, stoornissen en beperkingen). Inventarisatie effecten van de problemen per leefgebied en inventarisatie overige cliëntkenmerken. Vaststellen aard en omvang ondersteuningsbehoefte. Fase 2: Onderzoek voorliggende oplossingen Onderzoek oplossingen door eigen kracht en/of netwerk. Onderzoek voorliggende oplossingen1 Voorliggende oplossingenzijn alle mogelijke oplossingen die ‘voorgaan’ op een Wmo-maatwerkvoorziening.. Fase 3: Maatwerkvoorziening Concreet maken nog benodigde Wmo-maatwerkvoorzieningen. Kiezen van best passende indicatieprofiel, dat richting geeft aan het uiteindelijk te nemen besluit. Afweging op basis van alle verzamelde informatie: definitieve aard, omvang en duur van te indiceren ondersteuning. Deze stappen lichten we hierna verder toe. De Centrale Raad van Beroep heeft in een uitspraak2 ECLI:NL:CRVB:2018:819 vastgelegd welke stappen een gemeente moet doorlopen om op een zorgvuldige wijze tot een besluit te komen. Dit betreft vijf stappen, die wij omvatten in de negen stappen in dit normenkader. Stappen vastgelegd door CRvB Normenkader Begeleiding Wat is de hulpvraag van de cliënt? ....................................................................... Stap 1 Wat is het probleem? ....................................................................... Stappen 2 en 3 Welke ondersteuning is naar aard en omvang nodig? ....................................................................... Stap 4 Afweging mogelijkheden eigen kracht-sociaal netwerk-voorliggende voorzieningen? ....................................................................... Stappen 5 en 6 Afweging wat is aan maatwerk nodig? ....................................................................... Stappen 7, 8 en 9 Fase 1: Integraal onderzoek en doelen bepalen In deze fase worden de stappen één tot en met vier van het indicatieproces uitgevoerd: De cliënt meldt zich met een hulpvraag. De toegangsmedewerker start het onderzoek en gaat in gesprek met de cliënt. De toegangsmedewerker bevraagt de cliënt over problematiek (aandoeningen, stoornissen en beperkingen). Inventarisatie effecten problemen per leefgebied en inventarisatie overige cliëntkenmerken. Vaststellen aard en omvang ondersteuningsbehoefte. Stap 1: Cliënt meldt zich, start onderzoek Wanneer de cliënt zich meldt, bespreekt de toegangsmedewerker de hulpvraag van de cliënt. De toegangsmedewerker onderzoekt ook de leefsituatie van de cliënt (gezinssituatie etc.). Cliënten hebben de mogelijkheid een persoonlijk plan aan te dragen. De toegangsmedewerker neemt dit mee in het proces. Stap 2: In kaart brengen van de problematiek (aandoeningen, stoornissen en beperkingen). In deze stap brengt de toegangsmedewerker het functioneren van de cliënt in kaart aan de hand van de aandoeningen, stoornissen en beperkingen. De onderzoeksmethodiek ICD/ICF kan hierbij helpend zijn. Stap 3A: Onderzoek aandachtspunten leefgebieden Bij stap 3A brengt de toegangsmedewerker de ondersteuningsvraag of -vragen van de cliënt in kaart aan de hand van de leefgebieden. Per leefgebied wordt bekeken op welke manier de aandoeningen, stoornissen en beperkingen invloed hebben en leiden tot zelfredzaamheids- of participatieproblemen. Een probleem ten aanzien van zelfredzaamheid of participatie is daarbij pas aanleiding voor het bieden van ondersteuning als de cliënt deze ook daadwerkelijk ervaart als een belemmering. Per leefgebied wordt aangegeven of sprake is van: 1.Lichte problematiek Het aandachtspunt levert weinig problemen op. De cliënt kan de activiteit zelf uitvoeren, maar een ander moet toezien, stimuleren en controleren. 2.Matige problematiek Het aandachtspunt levert meer problemen op, waardoor de cliënt deze activiteit slechts met moeite kan. Een ander moet helpen, stimuleren, instrueren en controleren. 3.Zware problematiek Het aandachtspunt levert grote problemen op. De cliënt kan de activiteit niet zelf uitvoeren, een ander moet overnemen, aansturen, instrueren en controleren. De uit te vragen leefgebieden staan hierna beschreven in tabel 1. De cliënt wordt op elk leefgebied gescoord. In de tabel zijn indicatieve beschrijvingen opgenomen die helpen om de zwaarte van de problematiek te bepalen. Zie bijlage 3 voor een aanvullende lijst met aandachtspunten per leefgebied. Deze kunnen helpen bij het concreet in kaart brengen van de specifieke problemen van de cliënt. Leefgebieden Beschrijving problematiek Geen probleem Lichte problemen (‘toezien’) Matige problemen (‘helpen’) Zware problemen (‘overnemen’) Persoonlijk functioneren Geen Cliënt heeft een beperkt zelfbeeld en heeft soms moeite om eigen gedrag te sturen of heeft beperkt inzicht hierin. Cliënt is in staat hulp te vragen en de hulpvraag uit te stellen. Cliënt heeft een beperkt (soms negatief) zelfbeeld en/of beperkte controle overhet eigen gedragof heeft onvoldoende inzicht hierin.Cliënt is niet in staat uit zichzelf hulp te vragen. De hulpvraag kan niet altijd wordenuitgesteld. Cliënt heeft geen realistisch zelfbeeld en/of zeer weinig tot geen controle over het eigen gedrag of geen inzicht hierin. Cliënt kan niet om hulp vragen of kan de hulpvraag niet uitstellen. Sociaal functioneren Geen Cliënt is beperkt in staat tot het aangeven, bewaken of naleven van (inter)persoonlijke grenzen of het maken van keuzes. Begeleiding is nodig op het gebied van (persoonlijke en sociale) vaardigheden. Er is sprake van een onsuccesvolle manier van sociaal contact. Cliënt loopt regelmatig vast in sociaal contact. Het aanleren en (tijdelijk) deelsovernemen van (persoonlijke en sociale) vaardigheden is noodzakelijk. Er is sprake van een atypische of onsuccesvolle manier van sociaal contact. Cliënt gedraagt zich inadequaat in sociaal contact. Cliënt beschadigt zichzelf en/ofanderen en is niet in staat zichzelf hierin te reguleren. Het aanleren en (langdurig) overnemen van (persoonlijke en sociale) vaardigheden is noodzakelijk. Gezondheid en zelfzorg Geen Cliënt heeft moeite op het gebied van zelfzorg en heeft hierbij aansturing en/of motivatie nodig. Cliënt heeft beperkt inzicht in gezondheidsrisico’s. Daarnaast is controle op afspraken metzorgprofessionals nodig. Cliënt heeft problemen op het gebied van zelfzorg en heeft hierbijhulp nodig. Cliënt heeft onvoldoende inzicht in gezondheidsrisico’s. Begeleiding bij afspraken met zorgprofessionals is nodig. Cliënt heeft grote problemen op het gebied van zelfzorg. Cliënt heeft geen inzicht in gezondheidsrisico’s. Beherenvan afspraken en begeleiding bij afspraken met zorgprofessionals is nodig. Leefgebieden Beschrijving problematiek Geen probleem Lichte problemen (‘toezien’) Matige problemen (‘helpen’) Zware problemen (‘overnemen’) Verplaatsen en vervoer Geen Cliënt heeft ondersteuning (veelal instructie) nodigbij deelname aan het verkeer/OV. Cliënt heeft(deels) begeleiding nodigbij deelname aan het verkeer/OV. Cliënt heeft begeleiding nodig bij deelname aan het verkeer/OV. Wonen Geen Cliënt is in staatzelfstandig een woningte bewonen. Er is sprake van lichteproblematiek ten aanzien van onderhoud en verzorging van de woning en/of veiligheid. Toezicht op gezettetijden is noodzakelijk. Cliënt is beperkt in staat zelfstandig een woning te bewonen vanwege de eigen beperkingen. Er is sprake van problematiek bij onderhoud enverzorging van woningen/of veiligheid. Er moet toereikend en
equaat toezicht (op afroep) aanwezig zijn. Cliënt is niet in staat zelfstandig een woning te bewonen vanwege de eigen beperkingen. Er is sprake van ernstige problematiek met betrekking tot onderhoud en verzorging van de woning en/ofveiligheid. Er moet 24 uur toezicht (in de nabijheid) aanwezig zijn. Regie bij huishouden Geen Cliënt heeft lichte aansturing en/of motivatie nodig maar is in staat om taken uit te voeren. Cliënt heeftaansturing en/of motivatie nodig en problemen om taken uit te voeren. Er wordt samen opgewerkt waarbij de cliënt zelfstandig taken uit kan voeren. Cliënt heeft veel aansturing en/of motivatie nodigen problemen om de taken uit te voeren. Er wordt samen opgewerkt waarbij de cliënt niet volledig zelfstandig taken kan uitvoeren. Dagbesteding (werk/school) Geen Cliënt heeft ondersteuning nodig op het vlak van werk en/of school. Cliënt heeft lichte beperkingen met betrekking tot deelname aan reguliere activiteiten voorinvulling van de dag. Cliënt heeft begeleiding nodig op het vlak van werk en/ofschool. Cliënt heeftbeperkingen met betrekking tot deelname aan reguliere activiteiten voor invulling van de dag. Cliënt heeft moeite op het vlak van werk en/of school. Het vermogen van cliënt om aan de leeftijd gerelateerde verwachtingen te voldoen is zeer beperkt. Cliënt heeft veelbehoefte aan ondersteuning en structuur. Leefgebieden Beschrijving problematiek Geen probleem Lichte problemen (‘toezien’) Matige problemen (‘helpen’) Zware problemen (‘overnemen’) Vrije tijd Geen Cliënt heeftaansturing en/of motivatie nodig bij het invullen van zelfstandig- heid, vrije tijd, of participatie in de samenleving. Cliënt heeft verminderde interesses. Cliënt heeft begeleiding nodig bij het invullen vanzelfstandigheid, vrije tijdof participatie in de samenleving. Cliënt heeft beperkte en/of afwijkende belangstelling of interesses. Cliënt heeft overname nodig bij het invullen vanzelfstandigheid, vrije tijdof participatie in de samenleving. Cliënt heeft geen of ernstig afwijkende belangstelling of interesses. Financiën/
ministratie Geen Er zijnlichte problemen met betrekking tot het onderhouden van de
minis- tratie en financiën. Meestal is geen sprakevan problematische schulden. Cliënt kan zelfom hulp vragen. Er zijn meerdere problemen, waardoor sprake is van bijvoorbeeld schuldeisers of misbruik van vrienden en/of familie. Er zijn of dreigen problematische schulden. Er zijn grote problemen waardoor sprake is van bijvoorbeeld schuldeisers of misbruik van vrienden en/of familie. Overname is nodig. Er is veelal sprake van problematische schulden. Justitie Geen Er is begeleiding nodigop het gebiedvan gedrag en/of risicobeperking. Cliënt heeft(mogelijk) schadelijke contacten. Er is begeleiding nodig op het gebied van gedragen/of risicobeperking. Er is sprake van een overtreding of straf. Cliënt heeft(mogelijk) schadelijke contacten. Intensieve begeleiding is nodig op het gebied van gedrag en/of risico- beperking. Cliëntis in contact (geweest) met justitie. Er is risicoop het (op)nieuw plegen van een delict. Verslaving Geen Het gebruik van middelen of overige verslavingsproblematiek interfereert met het meedoen binnen het gezin en het netwerk. Cliënt heeft moeite met het naleven van de afspraken rondom verslaving. Het gebruik van middelen of overige verslavingsproblematiek belemmert het functioneren binnen het gezin en het netwerk. Cliënt heeft moeite met het begrijpen en/of het naleven van afspraken rondom verslaving. Cliënt kan niet (goed) meer functioneren binnen het gezin en het netwerk doorhet gebruik vanmiddelen of overige verslavingsproblematiek. Afspraken rondomverslaving worden niet begrepen of nageleefd. Tabel
MINISTRATIE Problematiek geen licht matig zwaar Omgaan met betaal- communicatiemiddelen Formulieren invullen Leefgeld/zakgeld/inkomen Overzicht (financiën en
ministratie op orde) JUSTITIE Problematiek geen licht matig zwaar Stelen/vandalisme Geweld Heling/oplichting Taakstraf Boetes VERSLAVING Problematiek geen licht matig zwaar Roken Alcohol Softdrugs Harddrugs (incl.anabolen) Gamen Telefoon/social media Seks/porno
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.