Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting Schouwen–Duiveland 2025De raad van de gemeente Schouwen-Duiveland; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders; 21 mei 2024 gelet op artikel 224 van de Gemeentewet; besluit: Vast te stellen de: Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting Schouwen–Duiveland 2025 Artikel1.Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. kampeermiddelen, standplaatsen, niet – permanente standplaatsen en zomerseizoen: zie hiervoor de begrippenlijst als opgenomen in de door de raad in de vergadering van 21 juni 2023 vastgestelde Nota Recreatiebeleid; b. permanente standplaatsen: in afwijking van de omschrijving als opgenomen in de onder sub a genoemde Nota Recreatiebeleid, wordt hieronder verstaan: standplaatsen bestemd voor het plaatsen van een kampeermiddel of een gebouw voor recreatief nachtverblijf en twee bijzettentjes van maximaal acht vierkante meter per stuk, dat gedurende het gehele jaar aanwezig mag zijn voor recreatiefnachtverblijf en waarbij de standplaatsen niet ter beschikking worden gesteld voor de volgtijdig plaatsing van verschillende kampeermiddelen. c. seizoenplaatsen: standplaatsen, permanent of niet – permanent, die ter beschikking worden gesteld voor de plaatsing van een kampeermiddel gedurende een zomerseizoen, dat na afloop van het seizoen van de plaats verwijderd wordt en waarbij de standplaatsen niet ter beschikking worden gesteld voor de volgtijdige plaatsing van verschillende kampeermiddelen; d. arrangement: een reservering op een niet – permanente plaats voor een gezin, echtpaar of samenreizende personen gedurende een vooraf vastgelegde periode van minimaal vier weken voor een vast huurbedrag; e. voorseizoenarrangement: een arrangement lopend vanaf 1 maart en eindigend op 30 juni; f. naseizoenarrangement: een arrangement met een looptijd van twee maanden, startend op 1 september en eindigend op 15 november; g. maandarrangement: een arrangement met een looptijd van één kalendermaand gedurende de maand juni of september; h. particulier eigenaar: een natuurlijk persoon die eigenaar is van een kampeermiddel en geen bedrijf of beroep uitoefent in de exploitatie van dat kampeermiddel i. gezin: ouder(s)/partners en hun thuiswonende kinderen; j. niet-regulier kampeerterrein: Een minicamping of kleinschalig kampeerterrein bij een (voormalig) agrarisch bedrijf of een permanent bewoonde (dienst-)woning in het buitengebied met verblijfsrecreatie als neventak, waarbij minder intensief op het terrein wordt gerecreëerd en maximaal 25 standplaatsen mogen worden geëxploiteerd. En als dusdanig is vastgelegd in het vigerende omgevingsplan. Artikel2.Belastbaar feit Ter zake van het houden van verblijf met overnachtingen binnen de gemeente tegen vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven, wordt onder de naam ‘toeristenbelasting’ een directe belasting geheven. Artikel3.Belastingplicht 1. Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2 in hem ter beschikking staande ruimten dan wel op hem ter beschikking staande terreinen. 2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene, ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt. 3. Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, is belastingplichtig degene die overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 verblijf houdt. Artikel4.Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf: 1. a. van degene die verblijft in een instelling als bedoeld in artikel 4 van de Wet toetreding zorgaanbieders. b. op last of bevel van de overheid binnen de gemeente verblijf houdt. 2. van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers. Artikel5.Maatstaf van heffing 1. De belasting kan worden geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten dat zij verblijf houden. 2. In afwijking van het eerste lid kan de belasting worden geheven naar een vast bedrag per kampeermiddel, als opgenomen in artikel 6, lid 2, voor kampeermiddelen op vaste standplaatsen, voorseizoenarrangement, en/of naseizoenarrangement die in bezit zijn van particuliere eigenaren en die uitsluitend bedoeld zijn voor eigen gebruik van de particuliere eigenaar en zijn gezin. 3. In afwijking van het eerste lid kan de belasting worden geheven naar een vast bedrag per kampeermiddel, als opgenomen in artikel 6, lid 3, voor kampeermiddelen op standplaatsen waar sprake is van een arrangement te weten een maandarrangement. 4. Onverminderd het in de leden 2 en 3 is opgenomen is lid 1 van toepassing op het verblijf in de in de leden 2 en 3 bedoelde kampeermiddelen door anderen dan de particuliere eigenaar en zijn gezin Artikel6.Belastingtarief 1. Het tarief bedraagt per persoon per overnachting € 2,02 2. In afwijking van het eerste lid bedraagt de belasting bij toepassing van artikel 5, tweede lid, per belastingjaar, per kampeermiddel wanneer sprake is van:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.