AfvalstoffenverordeningDe raad van de gemeente Woensdrecht, gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 24 mei 2006; gehoord de raadscommissie Ruimte op 16 mei 2006; gelet op artikel 10.23, eerste lid, van de Wet milieubeheer en artikel 149 van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de volgende Afvalstoffenverordening. Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1:1Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan dan wel mede verstaan: a. wet: Wet milieubeheer; b. inzamelen: de activiteiten gericht op het ophalen of innemen van afvalstoffen die binnen de gemeente ter inzameling worden aangeboden en het feitelijk ophalen en innemen daarvan; c. ter inzameling aanbieden: de wijze van overdragen van afvalstoffen aan een inzamelende persoon of instantie, inclusief het achterlaten van afvalstoffen in daartoe door of vanwege de inzamelende persoon of instantie geplaatste inzamelmiddelen of -voorzieningen of op een daartoe aangewezen plaats; d. inzamelmiddel: een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd hulp- of bewaarmiddel, bijvoorbeeld een minicontainer, een kca-box ten behoeve van één huishouden; e. inzamelvoorziening: een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd(e) bewaarmiddel of -plaats, bijvoorbeeld een verzamelcontainer, een brengdepot, de milieustraat, ten behoeve van meerdere huishoudens; f. inzameldienst: de krachtens artikel 2.1, eerste lid, aangewezen inzameldienst, belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen; g. andere inzamelaars: de krachtens artikel 2.1, tweede lid, aangewezen personen en instanties, belast met het afzonderlijk inzamelen van categorieën huishoudelijke afvalstoffen; h. inzamelvergunning: de vergunning zoals bedoeld in artikel 2.5; i. gebruiker van een perceel: degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel 10.21van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt; j. straatafval: huishoudelijke afvalstoffen van zeer beperkte omvang en gewicht, zoals proppen, papier, sigarettenpeuken, kauwgom, plastic bekertjes en blikjes, verpakkingsmateriaal, etenswaren, niet zijnde klein chemisch afval, ontstaan buiten een perceel; k. wegen: alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten; l. motorrijtuigen: alle voertuigen, bestemd om anders dan langs spoorstaven te worden voortbewogen uitsluitend of mede door een mechanische kracht, op of aan het voertuig zelf aanwezig dan wel door elektrische tractie met stroomtoevoer van elders. Artikel1:2Beslistermijn 1Het college beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen 8 weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is. 2Het college kan zijn beslissing voor ten hoogste 8 weken verdagen. Artikel1:3Indiening aanvraag 1Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het college besluiten de aanvraag niet te behandelen. 2Voor bepaalde, door het college aan te wijzen, vergunningen of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden verlengd tot ten hoogste acht weken. Artikel1:4Voorschriften en beperkingen 1Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden in het belang van de bescherming van het milieu. 2De houder van een vergunning of ontheffing is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen. Artikel1:5Persoonlijk karakter van de vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens verordening anders is bepaald. Artikel1:6Intrekking of wijziging van de vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd: a. indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. indien op grond van verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging moet worden gevorderd in het belang van de bescherming van het milieu; c. indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d. indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke van een dergelijke termijn binnen een redelijke termijn; e. indien de houder dit verzoekt. Hoofdstuk2Inzameling van huishoudelijke afvalstoffen Artikel2:1Aanwijzing inzameldienst en andere inzamelaars 1Het college wijst de inzameldienst aan, die belast is met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. 2Naast de inzameldienst kan het college andere inzamelaars aanwijzen die belast zijn met het afzonderlijk inzamelen van categorieën huishoudelijke afvalstoffen. Artikel2:2Afzonderlijke inzameling 1Door de inzameldienst of andere inzamelaars worden de volgende categorieën huishoudelijke afvalstoffen afzonderlijk ingezameld: a. groente-, fruit- en tuinafval b. klein chemisch afval; c. glas; d. oud papier en karton; e. textiel; f. wit- en bruingoed; g. bouw- en sloopafval; h. verduurzaamd hout; i. grof tuinafval; j. asbest en asbesthoudend afval; k. grof huishoudelijk afval; l. huishoudelijk restafval; m. herbruikbaar huisraad. 2Het college kan een omschrijving vaststellen van de categorieën huishoudelijke afvalstoffen als bedoeld in het eerste lid. Artikel2:3Inzamelmiddelen en -voorzieningen 1De inzameling kan plaatsvinden via: a. een inzamelmiddel voor de gebruiker van een perceel; b. een inzamelvoorziening voor de gebruikers van een aantal percelen; c. een inzamelvoorziening op wijkniveau; d. een brengdepot op lokaal of regionaal niveau. 2Het college kan aanwijzen via welk al dan niet van gemeentewege verstrekt inzamelmiddel of via welke inzamelvoorziening de inzameling van een bepaalde categorie huishoudelijke afvalstoffen ten behoeve van de gebruiker van een perceel plaatsvindt. Artikel2:4Frequentie van inzamelen 1Huishoudelijk restafval wordt tenminste een maal per twee weken bij elk perceel ingezameld. 2In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan het college delen van de gemeente aanwijzen waar huishoudelijk restafval niet bij elk perceel wordt ingezameld maar via inzamelvoorzieningen voor gebruikers van een aantal percelen. 3Groente-, fruit- en tuinafval wordt tenminste een maal per twee weken afzonderlijk bij elk perceel ingezameld. 4In afwijking van het bepaalde in het derde lid kan het college delen van de gemeente aanwijzen waar groente-, fruit- en tuinafval niet bij elk perceel wordt ingezameld maar via inzamelvoorzieningen voor gebruikers van een aantal percelen. 5In afwijking van het bepaalde in het eerste en derde lid en artikel 3.3 kan het college delen van de gemeente aanwijzen waar huishoudelijk restafval en groente-, fruit- en tuinafval niet afzonderlijk worden ingezameld, maar tezamen via inzamelvoorzieningen voor gebruikers van een aantal percelen. 6Het college kan de frequentie van inzameling vaststellen van de overige categorieën huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk in aangewezen delen van de gemeente bij elk perceel worden ingezameld. Artikel2:5Inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen behoudens vergunning 1Het is verboden zonder inzamelvergunning van het college huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. 2De inzamelvergunning kan worden geweigerd in het belang van een doelmatig beheer van huishoudelijke afvalstoffen. 3Het verbod geldt niet voor de inzameldienst of andere inzamelaars. 4Het verbod geldt niet voor personen of instanties die in het kader van producentenverantwoordelijkheid bij algemene maatregel van bestuur een inzamelplicht hebben gekregen voor categorieën van huishoudelijke afvalstoffen Hoofdstuk3Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen Artikel3:1Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen 1Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden aan een ander dan de inzameldienst, andere inzamelaars en aan de houders van een inzamelvergunning. 2Het verbod geldt niet voor personen of instanties die in het kader van producentenverantwoordelijkheid bij algemene maatregel van bestuur een inzamelplicht hebben gekregen voor categorieën van huishoudelijke afvalstoffen. Artikel3:2Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen 1Het is anderen dan gebruikers van percelen verboden om huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden aan de inzameldienst of de andere inzamelaars. 2Het college kan besluiten dat het aan anderen dan gebruikers van percelen verboden is om huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden aan de houder van een inzamelvergunning. Artikel3:3Afzonderlijk ter inzameling aanbieden 1Het is verboden om de volgende categorieën huishoudelijke afvalstoffen anders dan afzonderlijk ter inzameling aan te bieden: a. groente-, fruit- en tuinafval; b. klein chemisch afval; c. glas; d. oud papier en karton; e. textiel; f. wit- en bruingoed; g. bouw- en sloopafval; h. verduurzaamd hout; i. grof tuinafval; j. asbest en asbesthoudend afval; k. grof huishoudelijk afval; l. huishoudelijk restafval; m. herbruikbaar huisraad. 2Het college kan de inzameldienst en andere inzamelaars aanwijzen aan wie de in het eerste lid aangewezen categorieën huishoudelijke afvalstoffen moeten worden aangeboden. 3Het is verboden de aangewezen categorieën huishoudelijke afvalstoffen aan te bieden aan anderen dan de krachtens het tweede lid aangewezen inzameldienst en andere inzamelaars. Artikel3:4Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelmiddel voor de gebruiker van een perceel 1Het is voor de gebruiker van een perceel ten behoeve van wie krachtens artikel 2.3, tweede lid, voor een bepaalde categorie huishoudelijke afvalstoffen een inzamelmiddel is aangewezen of van gemeentewege is verstrekt, verboden de betreffende afvalstoffen anders aan te bieden dan via het daartoe aangewezen of verstrekte inzamelmiddel. 2Het is voor de gebruiker van een perceel verboden andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelmiddel aan te bieden, dan de categorie waarvoor dit inzamelmiddel krachtens artikel 2.3, tweede lid, is bestemd. 3Het college kan regels stellen omtrent de plaatsen en wijze waarop huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelmiddel ter inzameling moeten worden aangeboden. 4Het college kan regels stellen met betrekking tot het maximale gewicht van de afvalstoffen per inzamelmiddel en het maximale aantal inzamelmiddelen dat per keer kan worden aangeboden. 5Indien van gemeentewege een inzamelmiddel aan de gebruiker van een perceel is verstrekt kan het college regels stellen omtrent de voorwaarden waaronder het inzamelmiddel is verstrekt, het gebruik en het reinigen daarvan. 6Indien het inzamelmiddel niet van gemeentewege is verstrekt, kan het college eisen stellen aan het te gebruiken inzamelmiddel. 7Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere wijze ter inzameling aan te bieden dan krachtens dit artikel is bepaald. 8Het is verboden voor anderen dan de gebruiker van een perceel ten behoeve van wie krachtens artikel 2.3., tweede lid, een inzamelmiddel is verstrekt of aangewezen, hun afvalstoffen ter inzameling aan te bieden via dit inzamelmiddel. Artikel3:5Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelvoorziening ten behoeve van een groep percelen 1Het is de gebruiker van een perceel voor wie krachtens artikel 2.3, tweede lid, mede ten behoeve van zijn perceel een inzamelvoorziening voor een bepaalde categorie huishoudelijke afvalstoffen is aangewezen, verboden de betreffende afvalstoffen anders aan te bieden dan via de betreffende inzamelvoorziening. 2Het is verboden andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelvoorziening voor een aantal percelen aan te bieden, dan de categorie waarvoor deze inzamelvoorziening krachtens artikel 2.3, tweede lid, is bestemd. 3Het college kan regels stellen ten aanzien van de wijze waarop huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelvoorziening ten behoeve van een groep percelen moet worden aangeboden. 4Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere wijze aan te bieden via een inzamelvoorziening ten behoeve van een groep percelen dan krachtens het derde lid is bepaald. 5Het is verboden voor anderen dan de gebruikers van percelen voor wie krachtens artikel 2.3, tweede lid, een inzamelvoorziening is aangewezen, huishoudelijke afvalstoffen aan te bieden via deze inzamelvoorziening. Artikel3:6Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via inzamelvoorzieningen op wijkniveau 1Het is verboden andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelvoorziening op wijkniveau aan te bieden dan de categorie waarvoor de inzamelvoorziening krachtens artikel 2.3., tweede lid, is bestemd. 2Het college kan regels stellen omtrent de wijze waarop huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling kunnen worden aangeboden via een inzamelvoorziening op wijkniveau. 3Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere wijze via een inzamelvoorziening op wijkniveau ter inzameling aan te bieden dan krachtens het tweede lid is bepaald. 4Het verbod in artikel 3.4, zevende lid, en artikel 3.5, vierde lid, geldt niet voor het aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via inzamelvoorzieningen op wijkniveau overeenkomstig dit artikel. Artikel3:7Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een brengdepot op lokaal of regionaal niveau 1Het is verboden andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen via een brengdepot op lokaal of regionaal niveau aan te bieden dan de categorieën waarvoor het brengdepot krachtens artikel 2.3, tweede lid, is bestemd. 2Het college kan regels stellen omtrent de wijze waarop huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling kunnen worden aangeboden bij het brengdepot op lokaal of regionaal niveau. 3Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere wijze via een brengdepot op lokaal of regionaal niveau ter inzameling aan te bieden dan krachtens het tweede lid is bepaald. 4Het verbod in artikel 3.4., zevende lid, en artikel 3.5, vierde lid, geldt niet voor het aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een brengdepot op lokaal of regionaal niveau overeenkomstig dit artikel. Artikel3:8Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen zonder inzamelmiddel 1Het college kan categorieën huishoudelijke afvalstoffen aanwijzen die zonder inzamelmiddel als bedoeld in artikel 2.3 van deze verordening ter inzameling kunnen worden aangeboden. 2Het college kan regels stellen over de wijze waarop deze categorieën huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling moeten worden aangeboden. 3Het college kan regels stellen over het maximale gewicht, de afmetingen en het volume waarop deze categorieën huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling moeten worden aangeboden. 4Het is verboden deze categorieën huishoudelijke afvalstoffen op andere wijze ter inzameling aan te bieden dan krachtens dit artikel is bepaald. Artikel3:9Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden 1Het college stelt de dagen en tijden vast waarop categorieën huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling kunnen worden aangeboden. 2Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere dagen en tijden ter inzameling aan te bieden dan krachtens het eerste lid is bepaald. Artikel3:10Het in bijzondere gevallen ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen In afwijking van hetgeen in dit hoofdstuk is bepaald kan het college regels stellen omtrent het in bijzondere gevallen ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan de inzameldienst of andere inzamelaars. Hoofdstuk4Inzameling van bedrijfsafvalstoffen Artikel4:1Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen 1Het is verboden bedrijfsafvalstoffen aan te bieden aan de inzameldienst. 2Het college kan regels stellen voor het ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan een ander dan de inzameldienst. 3Het is verboden bedrijfsafvalstoffen ter inzameling aan te bieden in strijd met deze regels. Hoofdstuk5Zwerfafval Artikel5:1Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging 1Het is verboden buiten een daarvoor door het college bestemde plaats en buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer een afvalstof, stof of voorwerp op of in de bodem te brengen, te storten, te houden, achter te laten of anderszins te plaatsen op een wijze die aanleiding kan geven tot hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu. 2Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. 3Het verbod is niet van toepassing op: a. het overeenkomstig deze verordening ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen; b. het thuiscomposteren van groente-, fruit- en tuinafval; c. voor zover de (afval)stoffen tijdelijk op de weg geraken of worden gebracht als onvermijdelijk gevolg van het laden, lossen of vervoeren van afvalstoffen dan wel het verrichten van andere werkzaamheden op of aan de weg. 4Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover de Wet bodembescherming of het Bouwstoffenbesluit voorziet in de beoogde bescherming van het milieu. Artikel5:2Achterlaten van straatafval 1Het is verboden straatafval in de openbare ruimte achter te laten zonder gebruik te maken van de van gemeentewege of anderszins geplaatste of voorgeschreven bakken, manden of soortgelijke voorwerpen. 2Het is verboden om andere afvalstoffen dan straatafval achter te laten in daartoe van gemeentewege of anderszins geplaatste of voorgeschreven bakken, manden of soortgelijke voorwerpen. Artikel5:3Voorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereed staande afvalstoffen Het is verboden afvalstoffen of inzamelmiddelen die ter inzameling gereed staan te doorzoeken en te verspreiden. Artikel5:4Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en drinkwaren De houder of beheerder van een inrichting waar eet- of drinkwaren worden verkocht die ter plaatse kunnen worden genuttigd, is verplicht: a. een afvalbak, -mand of soortgelijk voorwerp in of nabij de inrichting op een duidelijk zichtbare plaats aanwezig te hebben, waarin het publiek afval kan achterlaten; b. zorg te dragen dat deze afvalbak, -mand of soortgelijk voorwerp van een zodanige constructie is dat het afval daarin deugdelijk geborgen blijft en dat die afvalbak, -mand of voorwerp steeds tijdig wordt geledigd; c. zorg te dragen dat dagelijks, uiterlijk een uur na sluiting van de inrichting, doch in ieder geval terstond op eerste aanzegging van een ambtenaar, belast met het toezicht op de naleving van dit artikel, in de nabijheid van de inrichting achtergebleven afval, voorzover kennelijk uit of van die inrichting afkomstig, wordt opgeruimd. Artikel5:5Wegwerpen van reclamebiljetten of ander promotiemateriaal Degene die in de openbare ruimte reclamebiljetten of dergelijke of ander promotiemateriaal onder het publiek verspreidt, is verplicht deze of de verpakking daarvan terstond op te ruimen of te laten opruimen, indien deze in de omgeving van de plaats van uitreiking op de weg of een andere voor het publiek toegankelijke plaats door het publiek worden weggeworpen. Artikel5:6Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige werkzaamheden 1Het is verboden afvalstoffen, stoffen of voorwerpen zodanig te laden, te lossen of te vervoeren of andere werkzaamheden te verrichten dat de weg wordt verontreinigd of het milieu nadelig kan worden beïnvloed. 2Indien bij het laden of lossen of vervoeren van afvalstoffen, stoffen of voorwerpen deze weg wordt verontreinigd of het milieu nadelig wordt beïnvloed, is degene die genoemde werkzaamheden verricht alsmede diens opdrachtgever verplicht deze weg te reinigen of te laten reinigen: a. direct na het ontstaan van de verontreiniging, indien de verontreiniging gevaar voor de veiligheid van het verkeer of beschadiging van het wegdek oplevert; b. direct na beëindiging van de werkzaamheden, indien de verontreiniging geen gevaar voor de veiligheid van het verkeer of beschadiging van het wegdek oplevert; c. indien de werkzaamheden langer dan een dag duren, elke dag direct na beëindiging van de werkzaamheden. Hoofdstuk6Overige onderwerpen die de verordening aangaan Artikel6:1Verbod opslag van afvalstoffen 1Het is verboden afvalstoffen op een voor het publiek zichtbare plaats in de open lucht en buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer op te slaan of opgeslagen te hebben. 2Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. 3Het verbod is niet van toepassing op het overdragen of ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan de inzameldienst, andere inzamelaars of aan houders van een inzamelvergunning. Artikel6:2Afgifte autowrakken afkomstig uit een huishouden Het is de eigenaar of kentekenhouder verboden zich te ontdoen van een autowrak, dat afkomstig is van een huishouden, anders dan door afgifte aan inrichtingen, genoemd in artikel 6 van het Besluit Beheer Autowrakken. Hoofdstuk7Slotbepalingen Artikel7:1Strafbepaling Een gedraging in strijd met de volgende artikelen is een strafbaar feit in de zin van artikel 1a, onder 3º, Wet op de economische delicten: Artikel 3.1: Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan anderen; Artikel 3.2: Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen door anderen dan gebruikers van percelen; Artikel 3.3: Afzonderlijk ter inzameling aanbieden; Artikel 3.4: Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelmiddel voor de gebruiker van een perceel; Artikel 3.5: Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelvoorziening ten behoeve van een groep percelen; Artikel 3.6: Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via inzamelvoorzieningen op wijkniveau; Artikel 3.7: Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een brengdepot op lokaal of regionaal niveau; Artikel 3.8: Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen zonder nzamelmiddel; Artikel 3.9: Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden;Artikel 3.10: Het in bijzondere gevallen ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen; Artikel 4.1 lid 1: Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan de inzameldienst; Artikel 4.1 leden 2 en 3: Het ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan een ander dan de inzameldienst; Artikel 5.1: Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging; Artikel 5.2: Achterlaten van straatafval; Artikel 5.3: Voorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereed staande afvalstoffen; Artikel 5.4: Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en drinkwaren; Artikel 5.5: Wegwerpen van reclamebiljetten of ander promotiemateriaal; Artikel 5.6: Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige werkzaamheden; Artikel 6.1: Verbod op een voor het publiek zichtbare plaats aanwezig hebben van afvalstoffen; Artikel 6.2: Afgifte autowrakken afkomstig uit een huishouden. Artikel7:2Toezichthouders Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de krachtens artikel 18.4, derde lid, van de wet aangewezen ambtenaren. Artikel7:3Inwerkingtreding 1Deze verordening treedt een week na de datum van bekendmaking in werking. 2De afvalstoffenverordening voor de gemeente Woensdrecht, vastgesteld op 29 januari 1998 en artikel 4.4.1 Verontreiniging van de weg en van terreinen; artikel 4.4.2 Verontreiniging bij werkzaamheden op de weg; artikel 4.4.3 Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en drinkwaren; artikel 4.4.4 Wegwerpen van reclame- of strooibiljetten; artikel 4.4.7 Verbod doorzoeken van ter inzameling gereed staande afvalstoffen; artikel 4.7.1, eerste lid, onder e: Opslag bromfietsen, motorvoertuigen, caravans, afvalstoffen, mest, ingekuilde landbouwprodukten e.d. van de Algemene Plaatselijke Verordening 2000, vastgesteld op 28 september 2000, worden ingetrokken. Artikel7:4Overgangsbepaling 1Vergunningen en ontheffingen verleend krachtens de verordening bedoeld in artikel 7.3, tweede lid, blijven - indien en voorzover het gebod of het verbod waarop de vergunning of ontheffing betrekking heeft, ook vervat is in deze verordening en voorzover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken - na de inwerkingtreding van deze verordening van kracht. 2Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens de verordening bedoeld in artikel 7.3, tweede lid, blijven - indien en voor zover de bepalingen ingevolge welke deze voorschriften en beperkingen zijn opgelegd, ook zijn vervat in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken - na de inwerkingtreding van deze verordening van kracht. 3Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een vergunning of ontheffing op grond van de verordening bedoeld in artikel 7.3, tweede lid, is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag is beslist, wordt daarop de overeenkomstige bepaling van de onderhavige verordening toegepast. 4Op een aanhangig beroep of bezwaarschrift, betreffende een vergunning of ontheffing bedoeld in het eerste lid, dan wel een voorschrift of beperking bedoeld in het tweede lid dat voor of na het tijdstip bedoeld in artikel 7.3, eerste lid, is ingekomen binnen de voordien geldende beroepstermijn, wordt beslist met toepassing van de verordening bedoeld in artikel 7.3, tweede lid. 5In afwijking van het eerste lid, blijft een vergunning of ontheffing van kracht, totdat onherroepelijk is beslist op een aanvraag voor een, krachtens een in deze verordening overeenkomstig opgenomen gebod of verbod vereiste vergunning of ontheffing, indien deze aanvraag ten minste acht weken voor afloop van de in het eerste lid genoemde termijn bij het bevoegde bestuursorgaan is ingediend. 6Gebod- of verbodsbepalingen waarvoor een vergunning of ontheffing vereist is krachtens deze verordening en niet voorkomend in de verordening als bedoeld in artikel 7.3, tweede lid zijn niet van toepassing: a. gedurende zes weken na het in werking treden van deze verordening; b. ook na de onder a bepaalde termijn, voor zover degene die de vergunning of ontheffing nodig heeft, binnen deze termijn een aanvraag heeft ingediend, totdat onherroepelijk op deze aanvraag is beslist. 7De intrekking van de verordening bedoeld in artikel 7.3, tweede lid heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van die verordening genomen nadere regels en aanwijzingsbesluiten, indien en voorzover de rechtsgrond waarop de aanwijzingsbesluiten zijn gebaseerd ook vervat is in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken. Artikel7:5Citeerbepaling Deze verordening wordt aangehaald als: Afvalstoffenverordening van de gemeente Woensdrecht. Aldus vastgesteld in de vergadering van 1 juni 2006. De raad voornoemd,de griffier, de voorzitter,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.