de volgende pagina voor een overzichtskaart. Onderstaand zijn de vaarwegen die NIET onder het nautisch beheer van WBD vallen. Het WBD is wel waterkwaliteitsbeheerder van deze vaarwegen maar het nautisch beheer en vaarwegbeheer ligt bij een andere beheerder (lijst is niet limitatief). Aangrenzend aan vaarwegen onder nautisch beheer WBD: het Markkanaal; de Mark zuidelijk van de Willem-Alexanderbrug in Breda; Belcrumhaven, Krouwelaarhaven; haven van Terheijden; haven van Nolleke Sas; Standdaardbuitense Haven; de Nieuwe Mark in de gemeente Breda; de Turfvaart tussen Etten-Leur en de Mark; de zijvaart tussen Haven van Oudenbosch en de Mark; Schipbeek en Halsegat; de Haven van Dinteloord; de insteekhaven bij de Suikerunie langs de Dintel bij Stampersgat; zijwateren van het Oude maasje zoals de Kerkvaartsehaven, Sprangcapelse Haven en het Zuiderkanaal; Niet aangrenzend aan vaarwegen onder nautisch beheer WBD: Callooysche gat; Leurse haven (Etten-Leur); de Zaart in de gemeente Breda; de Theodorushaven in Bergen op Zoom inclusief de Burgemeester Peterssluis in Bergen op Zoom; Amertak; Wilhelminakanaal; vaarwater direct aangrenzend aan de Donge; insteekhaven Waalwijk; haven Lage Zwaluwe. 3.2 Toegestane afmetingen Hieronder is de indeling in CEMT-klasse, recreatieklasse en de maximale toegestane afmetingen gegeven. Daarbij wordt opgemerkt dat de maximale toegestane afmetingen vaak niet overeenkomen met de maximale afmetingen van de schepen in de CEMT-klasse. De maximale toegestane afmetingen zijn leidend. Maximale toegestane afmetingen kunnen groter of kleiner zijn en komen voort uit lokale omstandigheden van het vaarwater. 1 BM (ontsluitingswater motorboten) op traject Dintel tot aansluiting Roosendaalsche Vliet en CM (ontsluitingswater motorboten met doorvaartbeperking) vanaf aansluiting Roosendaalsche Vliet tot Roosendaal 2 Op basis van kaart WBD is een lengte van 15m aangehouden. Volgens tabel 9 van RVW is de lengte voor CM 14m. 3 Alle waarden op basis van kaart WBD 4 Op basis van aanliggende vaarweg. Geen specifieke info gegeven op vaarweginformatie.nl 5 Conform bebordingsplan. 6 Het Markkanaal valt onder het nautisch beheer van RWS maar wordt hier toch benoemd omdat dit kanaal een belangrijke toegang is tot de vaarwegen die wel onder beheer van WBD staan. 7 CEMT klasse en maximaal toegestane afmetingen voor dit traject conform figuur in § 3.1 aangezien Vaarweginformatie.nl geen onderscheid maakt voor dit traject. 8 CEMT klasse conform figuur in § 3.1. Volgens Vaarweginformatie.nl zou dit IV zijn is niet in overeenstemming met de afmetingen van de vaarweg op dit traject. In tegenstelling tot wat vaarweginformatie.nl aangeeft is Roodevaart Zuid een klasse 0 vaarweg met een toegestane afmeting L 15, B 4 en D 1,4 en is dus geen klasse IV vaarweg. 9 Volgens figuur in § 3.1 is voor bestemming scheepvaartreparatiebedrijven een lengte van 80m en breedte 7m toegestaan. 3.3 Toegestane snelheid Conform BPR
.5.1 voor nadere uitwerking van stremmingen; Informeren middels bebording en scheepvaartberichten (bij stremmingen altijd scheepvaartberichten). Bebording afhankelijk van de situatie: oploopverbod, ontmoetingsverbod, snelheidsbeperking, afstand houden, geen hinderlijke golfbewegingen maken etc. Borden altijd conform de Richtlijn Scheepvaarttekens (RST). Aanvrager dient een bebordingsplan te maken. Vooraf informeren en duiding geven middels Dynamische Route Informatie Panelen (DRIP’s) is aan te bevelen. Ook kunnen sluis/brugwachters de scheepvaart informeren; Scheepvaartbegeleiding voorschrijven. Indien scheepvaartbegeleiding is gericht op informeren van de (overige)scheepvaart of begeleiden van de activiteit kan dit met ‘eigen mensen’ mits die zich uiteraard aan de geldende regels houden. Indien er aanwijzingen moeten worden gegeven aan de (overige)scheepvaart dient dit enkel door daarvoor bevoegde en opgeleide mensen te worden uitgevoerd. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke personen bevoegd zijn (conform art. 9 van de scheepvaartverkeerswet). NB de aanvrager is verantwoordelijk voor het nemen en betalen van alle acties voortkomend uit de voorwaarden. Behalve het uitdoen van scheepvaartberichten, wat wordt gedaan door de nautisch beheerder WBD. 3.4.2 Procedure voor vergunningen Om gebruik te maken van de vaarwegen in beheer bij WBD met vaartuigen die groter zijn dan de toegestane afmetingen, het afmeren van schepen in de vaarweg en ander gebruik van de vaarweg dat de onbelemmerde doorvaart belemmert is een schriftelijke vergunning van WBD nodig. Om deze vergunning te krijgen moet een verzoek hiertoe worden gericht aan de afdeling vergunningen van het waterschap. Het aanvraagformulier Scheepvaartvergunning kan worden gedownload via https://www.brabantsedelta.nl/scheepvaartvergunning-aanvragen en ingediend via vergunningen@brabantsedelta.nl; De behandeltermijn van een vergunning bedraagt 8 weken na ontvangst van de complete aanvraag (NB de termijn start wanneer alle documenten zijn ontvangen). Een vergunning dient dus minimaal 8 weken voor de gebeurtenis aangevraagd te worden. Het WBD is niet aansprakelijk voor gevolgen van het niet verlenen van een vergunning. Indien er sprake is van stremmingen dient ook rekening te worden gehouden met de aanmelding bij de nautisch beheerder en berichten aan de scheepvaart die na het verlenen van de vergunning moeten worden verstuurd. Bij stremmingen dient de aanvraag dus eerder dan 8 weken voor aanvang ingediend te worden (
De aanvraag wordt beoordeeld door het team vergunningverlening van WBD en getoetst aan de hand van de beleidsregels. Daarbij wordt beoordeeld of de vaarweg veilig en toegankelijk blijft voor scheepvaartverkeer en of het gebruik van de vaarweg geen (of zo min mogelijk) vervuiling of schade veroorzaakt aan natuur, oevers, dijken, bruggen en sluizen. Aan een vergunning kunnen voorwaarden worden verbonden waaronder het gebruik van de vaarweg is toegestaan. Het besluit van het waterschap over de vergunning wordt gedeeld met de aanvrager en gemeld bij het team toezicht en handhaving van WBD. Voor een standaard aanvraag scheepvaartvergunning brengt het waterschap geen kosten in rekening, omdat dit onder het drempelbedrag valt conform de legesverordening. In het geval dat de aanvraag externe advisering benodigd, bedragen de kosten € 750,-. A Vergunningen Vaarwegen A1 Vergunning voor het afwijken van de maximaal toelaatbare afmetingen (hoofdstuk 3.2) De aanvraag voor de vergunning dient te omvatten: Reden aanvraag vergunning; Afmetingen van het vaartuig (lengte, breedte, diepgang, hoogte); Geplande route; Datum/periode wanneer gevaren wordt; Eventueel benodigde (gedeeltelijke)stremmingen inclusief duur. A2 Vergunning voor het afwijken van de maximaal toelaatbare snelheid (hoofdstuk 3.3) De aanvraag voor de vergunning dient te omvatten: Reden aanvraag vergunning; Afmetingen van het vaartuig (lengte, breedte, diepgang, hoogte); Maximaal te varen snelheid; Geplande route; Datum/periode wanneer gevaren wordt. A3 Vergunning voor het uitvoeren van tijdelijke (onderhouds)werkzaamheden (hoofdstuk 3.5.2) De aanvraag voor de vergunning dient te omvatten: Reden aanvraag vergunning; Locatie werkzaamheden; Verwachte hinder voor de scheepvaart; Bebordingsplan; Datum/periode wanneer werkzaamheden uitgevoerd worden; Eventueel benodigde (gedeeltelijke)stremmingen inclusief duur. A4 Stremmingen bij evenementen (hoofdstuk 3.5.1) De aanvraag voor de vergunning dient te omvatten: Reden aanvraag vergunning; Aard van het evenement; Nut en noodzaak van het evenement t.o.v. de benodigde stremming ; Locatie van het evenement; Verwachte hinder voor de scheepvaart; Datum en periode(
3.5.2 Ongeplande stremmingen Ook ongeplande stremmingen zoals hieronder aangegeven worden door de nautisch beheerder gemeld aan de Waterkamer. De Waterkamer plaatst alle meldingen op de site www.vaarweginformatie.nl en verstuurt alle meldingen naar geregistreerde gebruikers. Bij ongeplande stremmingen dient de melding zo snel als mogelijk is te worden gedaan. Extreem weer. Bij extreem weer (wind, slecht zicht, hoogwater, droogte) wordt de bediening van de sluizen en bruggen tijdelijk gestaakt. De situaties waarbij dit voorkomt staan beschreven in § 4.4.2. De vaarweg tussen de bruggen en sluizen is niet direct gestremd maar het doorgaande verkeer op de vaarwegen zal wel gestremd zijn. Ijs Bewegende delen in sluiscomplexen worden ijsvrij gehouden zodat het kunstwerk zo lang mogelijk operationeel blijft. Het waterschap levert gegevens over de ijsdikten en de bevaarbaarheid aan de Waterkamer van Rijkswaterstaat. De Waterkamer publiceert deze gegevens op een landelijke site. Schippers kunnen deze informatie raadplegen via http://www.vaarweginformatie.nl/fdd/main/berichtgeving/ijskaart. Het verloop van de vaarmogelijkheden bij ijsvorming is vastgelegd in ‘Specialistische informatie over het voorkomen en bestrijden van calamiteiten m.b.t. scheepvaart en ijsvorming d.d. 15-12-2015’ en is als volgt. Zodra er sprake is van de ijsvorming van 8 tot 12 cm dikte kan een vaarverbod worden ingesteld. De afweging bij het instellen van een vaarverbod betreft schade aan kunstwerken/oevers vs. het economische belang van de scheepvaart vs. schaatsrecreatie. Een ontheffing van het verbod is niet mogelijk. Intrekken vaarverbod De bevoegdheid tot het weer intrekken van het vaarverbod is gemandateerd aan de manager bedienen van WBD. Bij afwezigheid is een WAT-voorzitter gemandateerd voor het intrekken van het vaarverbod, bij voorkeur manager proces Onderhouden. Deze is ook bevoegd om het vaarverbod gedeeltelijk in te trekken voor een bepaald traject zodat daar toch gevaren kan worden. (Ontheffing is niet mogelijk.) Inzet van ijsbreker op vaarwegen WBD heeft als beleid dat er door het waterschap zelf geen ijsbreker ingezet wordt om de vaarwegen bevaarbaar te houden en is daar ook niet toe verplicht. Het inzetten van een ijsbreker kan gedaan worden op verzoek van één of meerdere bedrijven en wordt van geval tot geval beoordeeld. De criteria bij het (laten) inzetten van een ijsbreker zijn dezelfde als de criteria voor het plaatselijk intrekken van een vaarverbod (
paragraaf intrekken vaarverbod). Automatische Objecten Roode Vaart inlaat, Stuw Roode Vaart Zuid, Inlaat Oosterhout, Spuisluis de Vierlingh worden ingesteld op de weerssituatie. Calamiteiten In geval van calamiteiten waarbij er sprake is van (gedeeltelijke)stremming wordt dit zo snel mogelijk door medewerkers van het WBD gemeld aan de nautisch beheerder en doorgegeven aan de waterkamer. Bij afwezigheid van nautische beheerder of buiten kantoortijden wordt gemeld aan de Operationele Wacht. Medewerkers van het WBD kunnen ter plaatse ook aanwijzingen geven aan de scheepvaart. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke personen bevoegd zijn (conform art. 9 van de scheepvaartverkeerswet). Stremmingen en aanwijzingen zijn erop gericht om de situatie veilig te stellen. Deze dienen altijd zo kort mogelijk te duren. Zodra de situatie weer veilig is worden de stremmingen en aanwijzingen weer ingetrokken. Ook dit wordt gemeld aan en doorgegeven door de waterkamer. Buiten werktijd kunnen berichten doorgegeven worden op mailadres cmij@rws.nl zodat deze direct kunnen worden gepubliceerd. Vaarweggebruikers kunnen de informatie volgen via de site www.vaarweginformatie.nl en teletekst. Calamiteiten kunnen worden gemeld op het algemene nummer van WBD 076 564 10
ook https://www.brabantsedelta.nl/ voor meest actuele bedientijden. Daarnaast zijn actuele wijzigingen te vinden op kanaal 721 en Fairway Information Services (vaarweginformatie.nl). 4.1.1 Bruggen De bedientijden van bruggen zijn vastgelegd in verkeersbesluiten. De actuele bedientijden zijn te vinden op website van WBD. Prinslandsebrug Beweegbare ophaalbrug die op afstand wordt bediend vanuit de Manderssluis (marifoonkanaal 20). De bediening van de brug is in beheer bij het waterschap. Doorvaartopening is 12,2m breed tussen de remmingwerken en bij geopende brug 11,4m op hoogte Kanaalpeil (KP)+18,4m. In gesloten toestand is de doorvaarthoogte 2,8m t.o.v. KP. Roodevaartbrug Beweegbare ophaalbrug die op afstand wordt bediend vanuit de Manderssluis (marifoonkanaal 22). De bediening van de brug is in beheer bij het waterschap. Doorvaartopening is 7,4m breed. In gesloten toestand is de doorvaarthoogte 1,6m t.o.v. KP. Brug over bovenhoofd Nieuw-Bovensas Vaste brug. Doorvaartopening is 8,0m breed. Doorvaarthoogte 3,0m t.o.v. KP Fietsbrug over het buitenhoofd Benedensas Over het buitenhoofd van het Benedensas is een rolbrug die bediend kan worden door voetgangers, na start duurt het ca. 3 min. eer de brug gesloten is. De brug staat als regel open (totale tijd openen en sluiten ca. 15 min. en is volautomatisch). De bediening van de brug is in beheer bij de gemeente Steenbergen. Doorvaartopening is 8,0m breed. In gesloten toestand is de doorvaarthoogte 2,7m t.o.v. KP. 4.1.2 Sluizen Onderstaande sluizen zijn in beheer bij het WBD. In het gebied van WBD zijn nog meer sluizen maar deze worden niet beheerd en/of bediend door WBD. De bedientijden zijn vastgelegd in verkeersbesluiten. De actuele bedientijden zijn te vinden op website van WBD. Manderssluis Staat in het algemeen open, doorvaart wordt d.m.v. lichten geregeld. Gaat in bedrijf bij stroomsnelheden boven 75 cm/s. In de zomermaanden kan i.v.m. waterkwaliteits- en of kwantiteitsmaatregelen een schutregeling van toepassing zijn. Het is toegestaan in de kolk de auto af te zetten (schepen mogen in de sluis afmeren en hun auto van of aan boord zetten en daarna weer doorvaren binnen bedientijden). Sluis is 12,0m breed en 110,0m lang. Bediening op de sluis zelf (marifoonkanaal 20). Sluis Roodevaart Sluis is 7,5m breed (dit is de breedte van de hoofden de kolk zelf is breder) en 87,0m lang Sluis wordt op afstand bediend vanuit de Manderssluis (marifoonkanaal 22). Nieuw-Bovensas of Roosendaalsche Sas (sluis Bovensas) Sluiskolk is 8,0m breed en 66,8m lang. Sluis staat in de regel open. Benedensas Sluis is 8,0m breed (dit is de breedte van de hoofden de kolk zelf is breder) en 73,0m lang. Sluis staat in de regel open. Als de fietsbrug over het buitenhoofd wordt bediend is de sluis gesloten voor scheepvaart. 4.2 Toegestane afmetingen Manderssluis De toegestande afmetingen zijn conform de vaarweg: De breedte van de sluis is 12m en de lengte 115m. De kolk voldoet daarmee net niet aan de minimale nuttige afmetingen van 12,5m x 125-150m voor klasse Va volgens RVW § 4.3.
.4.1 en 4.4.2 voor nadere uitwerking van stremmingen; Informeren middels bebording (o.a. matrix bord op Manderssluis) en scheepvaartberichten (bij stremmingen altijd scheepvaartberichten). Ook kunnen sluis/brugwachters de scheepvaart informeren. Tijdelijke bebording dient door aanvragen van de vergunning zelf geleverd te worden; Scheepvaartbegeleiding voorschrijven. Indien scheepvaartbegeleiding is gericht op informeren van de (overige)scheepvaart kan dit met ‘eigen mensen’ mits die zich uiteraard aan de geldende regels houden. Indien er aanwijzingen moeten worden gegeven aan de (overige)scheepvaart dient dit enkel door daarvoor bevoegde en opgeleide mensen te worden uitgevoerd. 4.3.2 Procedure voor vergunningen Om gebruik te maken van de bruggen en sluizen in de vaarwegen in beheer bij WBD met vaartuigen die groter zijn dan de toegestane afmetingen en/of op tijdstippen afwijkend van de reguliere bedieningstijden is een schriftelijke vergunning van WBD nodig. Om deze vergunning te krijgen moet een verzoek hiertoe worden gericht de afdeling vergunningen van het waterschap. Het aanvraagformulier Scheepvaartvergunning kan worden gedownload via https://www.brabantsedelta.nl/scheepvaartvergunning-aanvragen en ingediend via vergunningen@brabantsedelta.nl; De behandeltermijn van een vergunning bedraagt 8 weken na ontvangst van de complete aanvraag. Een vergunning dient dus minimaal 8 weken voor de gebeurtenis aangevraagd te worden. Het WBD is niet aansprakelijk voor gevolgen van het niet verlenen van een vergunning. Voor afwijkende bedieningstijden worden kosten in rekening gebracht bij de aanvrager. De aanvraag wordt beoordeeld door het team vergunningverlening van WBD. Daarbij wordt beoordeeld of de vaarweg toegankelijk blijft voor scheepvaartverkeer en of het gebruik van de vaarweg geen (of zo min mogelijk) vervuiling of schade veroorzaakt aan natuur, oevers, dijken, bruggen en sluizen. Aan een vergunning kunnen voorwaarden verbonden worden waaronder de passage van de betreffende bruggen en sluizen is toegestaan. Het besluit van het waterschap over de vergunning wordt gedeeld met de aanvrager en gemeld bij het team toezicht en handhaving van WBD. B Vergunningen bruggen en Sluizen B1 Vergunningen voor afwijken van de maximaal toegestane afmetingen (hoofdstuk 4.2) De aanvraag voor de vergunning omvat: Reden aanvraag vergunning; Object; Afmetingen van het vaartuig; Datum en tijd dat de schutting/passage plaats zou moeten vinden; Te treffen maatregelen ten behoeve van het vaarverkeer en maatregelen ter beperking van schade. B2 Vergunning voor het eenmalig afwijken van de reguliere bedieningstijden (hoofdstuk 4.5). De aanvraag voor de vergunning omvat: Reden aanvraag vergunning; Object; Datum en tijd dat de schutting/passage plaats zou moeten vinden; Motivatie voor de afwijking van de bedientijden. 4.4 Tijdelijke maatregelen 4.4.1 Geplande stremmingen Net als voor de vaarwegen dient voor geplande stremmingen een vergunning te worden aangevraagd. Het WBD als nautisch beheerder toetst deze vergunningsaanvraag en plaatst bij goedkeuring een melding aan de Waterkamer. De Waterkamer plaatst alle meldingen op de site www.vaarweginformatie.nl en verstuurt alle meldingen naar geregistreerde gebruikers. Indien er sprake is van stremmingen dient rekening te worden gehouden met de beoordelingstermijn van 8 weken voor de vergunning plus de termijn van aanmelding bij de nautisch beheerder conform onderstaande tabel. Zodat de nautisch beheerder voldoende tijd heeft voor afstemming en publicatie voor de scheepvaart. Voorbeeld: voor een stremming van 7 dagen dient de vergunningaanvraag 16 weken voor de stremming volledig te zijn ingediend. Voor onderhoudswerkzaamheden met een spoedeisend karakter geldt de publicatietermijn niet. Er dient dan wel z.s.m. een scheepvaartbericht geplaatst te worden. Testsluitingen en testbedieningen zijn uitgesloten van vergunningsplicht. Deze zijn kortdurend en zullen bij voorkeur worden gepland zodat er geen of minimaal oponthoud of hinder is. Aanleg en onderhoudswerkzaamheden Voor een stremming voor aanleg- en onderhoudswerkzaamheden wordt conform § 4.3 een vergunning aangevraagd bij de nautisch beheerder. Dit geldt ook voor onderhoudswerkzaamheden die WBD zelf uitvoert. Bij het plannen van onderhoudswerkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de aard van de vaarweg, de duur van de stremming en de te verwachten hinder. Daarbij wordt gestreefd naar minimale hinder en zo kort mogelijke stremmingen. Ook worden onderhoudswerkzaamheden zoveel mogelijk gebundeld uitgevoerd zodat de hinder wordt beperkt. Evenementen Evenementen mogen de werking van sluizen en bruggen niet beïnvloeden. Er worden dus normaal gesproken geen vergunningen verleend voor het stremmen van sluizen en bruggen voor evenementen. Enkel in uitzonderlijke gevallen kan dit worden overwogen. Dan geldt dezelfde procedure als beschreven in § 3.5.1. Een vergunning aanvraag voor het stremmen van sluizen of bruggen dient ruim van tevoren, minimaal 13 weken, aangevraagd te worden aangezien hier een uitzonderlijk afweging voor gemaakt dient te worden. Een stremming van sluis of brug zal altijd in combinatie zijn met een stremming voor de aangrenzende vaarweg(en). 4.4.2 Ongeplande stremmingen Ook ongeplande stremmingen zoals hieronder aangegeven worden door de nautisch beheerder gemeld aan de Waterkamer. De Waterkamer plaatst alle meldingen op de site www.vaarweginformatie.nl en verstuurt alle meldingen naar geregistreerde gebruikers. Bij ongeplande stremmingen dient de melding zo snel als mogelijk is te worden gedaan. Extreem weer. Onder de volgende weersomstandigheden worden de sluizen en bruggen tijdelijk niet meer bediend en is de scheepvaart gestremd: Stremming door wind: Bij windsnelheden boven de 6 bft. voor bruggen (windsnelheid > 14,0 m/
.7) vindt toezicht en handhaving op de toegestane afmetingen plaats op twee manieren: bij de ‘in- en uitgang’ van de het vaargebied; op de vaarweg. De Sluis Roodevaart en de Roodevaartbrug zijn de enige toegang tot de achterliggende vaarweg. Toezicht en handhaving op toegestane afmetingen voor sluis, brug en vaarweg vallen hier dus samen. Schepen die bij de ingang niet blijken te voldoen aan de maximaal toegestane afmetingen en geen vergunning hebben worden niet toegelaten. Bij de Manderssluis en de Prinslandebrug is dit niet het geval aangezien schepen ook via ander kanten de vaarweg binnen komen. Via de Steenbergse- en Roosendaalse Vliet zijn de vaarweg en de vaste brug over de Bovensas dusdanig klein dat via die route geen schepen kunnen komen die groter zijn dan de toegestane afmetingen voor Manderssluis en Prinsenlandebrug. De Marksluis heeft kolkafmetingen van 120x14m. Via die route kunnen schepen de sluis binnen varen die groter zijn dan de toegestane afmetingen op de Mark en Dintel. Het traject met de kleinste toegestane afmetingen is de Mark en Dintel tussen het Markkanaal en de Roodevaart Zuid; 82x8,3m. Maar ook de maximaal toegestane afmetingen voor de Manderssluis 96x11,5m en de Prinslandsebrug 86x9,6m kunnen worden overschreden door schepen die via de Marksluis binnen komen. De Markspoorbrug in Zevenbergen vormt een beperking op de breedte aangezien de doorvaartbreedte daar maar 9,0m is. Voor toezicht bij de ingang van het vaargebied wordt daarom samengewerkt met Rijkswaterstaat Zuid Nederland als beheerder van de Marksluis. Schepen die bij de ingangen (Manderssluis en Marksluis) niet blijken te voldoen aan de maximaal toegestane afmetingen en geen vergunning hebben worden niet toegelaten. Voor de Benedensas en de Bovensas inclusief de bruggen is geen toezicht en handhaving mogelijk bij de ingang. Voor deze objecten en Steenbergsche en Roosendaalsche Vliet wordt daarom enkel toezicht en handhaving op de vaarweg toegepast. Schepen die blijken niet te voldoen worden daarop aangesproken en dienen het vaargebied via de meest veilige route te verlaten. Tevens worden zij geïnformeerd over de voorwaarden en mogelijkheden voor een vergunning. Deze schepen worden geregistreerd. Bij herhaling zal een bestuurlijke boete worden opgelegd. 5. Oevers 5.1 Afmeervoorzieningen Het waterschap is terughoudend met het verlenen van een vergunning voor een afmeervoorziening. Alle vaarwegen in West-Brabant zijn namelijk een KRW-waterlichaam en/of onderdeel van een ecologische verbindingszone. Het belang van de chemische en ecologische kwaliteit van dit watersysteem moet worden afgewogen tegen het belang voor het aanleggen c.q. gebruiken van een afmeervoorziening. Voor de KRW is expliciet in het Waterbeheerprogramma van het waterschap een toetsingskader opgenomen in bijlage 7 (Klimaatbestendig en veerkrachtig waterlandschap (sim-cdn.nl). Uit de toetsing aan het Waterbeheerprogramma moet blijken dat het verlenen van een vergunning voor een afmeervoorziening toelaatbaar is. Daarnaast gelden er ook andere toetsingskaders, zoals de ‘Beleidsregels voor waterkering, waterkwantiteit en grondwater’ alsmede dit operationeel nautisch beleid. Vanuit het nautisch beheer kijkt het waterschap naar de effecten van een afmeervoorziening op o.a. de veiligheid en het vlotte verloop van het scheepvaartverkeer en op het voorkomen of beperken van schade door het scheepvaartverkeer aan de waterhuishouding, oevers en waterkeringen, of werken gelegen in of over scheepvaartwegen (
artikel 3 van de Scheepvaartverkeerswet). Wanneer een watervergunning voor een afmeervoorziening wordt aangevraagd dient te worden voldaan aan onderstaande voorwaarden en procedure. 5.1.1 Beoordeling vergunningen en voorwaarden Een vergunning kan worden verleend voor C1) definitieve afmeervoorzieningen, C2) tijdelijke afmeervoorzieningen. Onderstaand is enkel de beoordeling op nautische aspecten gegeven. Voor een afmeervoorziening kan ook een beoordeling op andere beleidsaspecten (bijvoorbeeld de Keur i.v.m. waterveiligheid) plaats vinden. Daarnaast kunnen ook andere vergunningen c.q. toestemmingen van andere bevoegde instanties (gemeente) van toepassing zijn. Een vergunning wordt enkel verleend indien de vlotte en veilige doorvaart van de (overige)scheepvaart kan worden gegarandeerd. Een aanvraag wordt beoordeeld aan de hand van de Scheepvaartverkeerswet en het Binnenvaartpolitiereglement. Er mag geen (of zo min mogelijk) vervuiling of schade worden veroorzaakt aan de natuur, oevers, dijken en bruggen. Onderstaande beoordelingsaspecten en voorwaarden zijn niet limitatief, er kunnen bij een aanvraag dus ook andere aspecten worden beoordeeld en andere voorwaarden worden gesteld. Beoordelingsaspecten en voorwaarden kunnen per vergunningsaanvraag verschillen. Beoordelingsaspecten Vlotte en veilige doorvaart op vaarweg waarlangs de afmeervoorziening komt en eventueel aangrenzende vaarwegen. Hierbij worden de richtlijnen voor het ontwerp aangehouden zoals opgenomen in de Richtlijn Vaarwegen; Daarbij wordt niet alleen de afmeervoorziening zelf maar ook het daaraan toegestane af te meren vaartuig(en) beschouwd. Gevaar voor mens en natuur zowel op, in als naast de vaarweg; Schade aan oevers, bodem, kunstwerken en aanliggende havens en vaarwegen. Bijvoorbeeld door aanvaringen, schroefstraal belastingen of golven, ontgrondingen of aanzanding; Schade aan natuur, ecologie of landschappelijke waarden; Hinder voor omgeving waaronder ook schepen aan andere ligplaatsen; Vervuiling van oppervlaktewater en/of grondwater; Bovenstaande geldt zowel voor de uiteindelijke gebruiksfase als voor de realisatiefase. Voorwaarden De volgende voorwaarden kunnen worden verbonden aan het verlenen van een vergunning: Maximaal aantal en afmetingen van af te meren vaartuigen; Aanpassing van de voorgestelde afmetingen en locatie t.o.v. de vaarweg; Aanpassing van de voorgestelde materialen en detaillering; Maatregelen ter voorkoming van schade aan oever en/of bodem; Verplichting tot het opruimen en terugbrengen in de oude staat na einde levensduur van de afmeervoorziening. Voorwaarden voor de realisatie van de afmeervoorzieningen. Voor werkzaamheden op of langs de vaarweg
ook de voorwaarden in § 3.4.1 A3. Tijdstip, en duur van de realisatie van de afmeervoorzieningen aanpassen zodat gevaarlijke situaties of hinder wordt voorkomen of beperkt. Bijvoorbeeld werkzaamheden niet plannen in drukke periodes. Stremmen van de (overige)scheepvaart tijdens de realisatie indien de veiligheid niet kan worden gegarandeerd in combinatie met (overige)scheepvaart.
ook § 3.5.1; Informeren middels bebording en scheepvaartberichten (bij stremmingen altijd scheepvaartberichten); Scheepvaartbegeleiding voorschrijven. 5.1.2 Procedure voor vergunningen Om een afmeervoorziening te mogen aanleggen, uitbreiden of aanpassen is een schriftelijke vergunning van WBD nodig. Om deze vergunning te krijgen moet een aanvraag worden ingediend via het Omgevingsloket Online (OLO). Nadere informatie en verwijzing naar het OLO zijn te vinden via https://www.brabantsedelta.nl/watervergunning . Na ontvangst stuurt WBD een ontvangstbevestiging. Daarin wordt ook aangegeven wanneer er over de aanvraag wordt besloten. Wanneer de aanvraag te maken heeft met de Keur wordt de aanvraag binnen 8 weken behandeld. Wanneer de aanvraag te maken heeft met de Waterwet is de periode 6 maanden. De termijn begint op het moment dat de aanvraag en alle bijbehorende stukken volledig zijn ingediend. Het WBD is niet aansprakelijk voor gevolgen van het niet verlenen van een vergunning. Voor de nautische beoordeling wordt gekeken naar de vlotte en veilige doorvaart van de (overige)scheepvaart, vervuiling of schade aan natuur, oevers, dijken. Het besluit van het waterschap over de vergunning wordt gedeeld met de aanvrager en gemeld bij het team toezicht en handhaving van WBD. Vergunningen afmeervoorzieningen C1 Vergunning voor definitieve afmeervoorzieningen De aanvraag voor de vergunning omvat: Reden aanvraag vergunning; Locatie en lay-out van de constructie van de afmeervoorziening; Afmeting van het benodigde wateroppervlak voor de afmeervoorziening op basis van de maximale afmetingen van de af te meren schepen; Ligging van de afmeervoorziening en de afgemeerde schepen t.o.v. de vaarweg; Omschrijving/tekening van de constructie van de afmeervoorziening inclusief aan te brengen afmeervoorzieningen (bolders, haalkommen, fendering etc.) en veiligheidsvoorzieningen (trap, grijplijn, reddingsboei/lijn etc.); Aantonen hoe de oever (inclusief oeverbescherming) in stand wordt gehouden; Aantonen dat de oever (inclusief oeverbescherming) geïnspecteerd en onderhouden kan worden; Benodigde scheepvaarttekens (indien van toepassing); Datum/periode van de realisatie; Methode van realisatie inclusief in te zetten materieel op en langs de vaarweg; Maatregelen en eventueel benodigde (gedeeltelijke)stremmingen inclusief duur tijdens de realisatie. C1 Vergunning voor tijdelijke afmeervoorzieningen De aanvraag voor de vergunning omvat: Reden aanvraag vergunning; Duur van de tijdelijk afmeervoorziening Locatie en lay-out van de constructie van de afmeervoorziening; Afmeting van het benodigde wateroppervlak voor de afmeervoorziening op basis van de maximale afmetingen van de af te meren schepen; Ligging van de afmeervoorziening en de afgemeerde schepen t.o.v. de vaarweg; Omschrijving/tekening van de constructie van de afmeervoorziening inclusief aan te brengen afmeervoorzieningen (bolders, haalkommen, fendering etc.) en veiligheidsvoorzieningen (trap, grijplijn, reddingsboei/lijn etc.); Aantonen hoe de oever (inclusief oeverbescherming) in stand wordt gehouden; Aantonen dat de oever (inclusief oeverbescherming) geïnspecteerd en onderhouden kan worden; Benodigde scheepvaarttekens (indien van toepassing); Datum/periode van de realisatie en van het weer verwijderen; Methode van realisatie en van verwijderen inclusief in te zetten materieel op en langs de vaarweg; Maatregelen en eventueel benodigde (gedeeltelijke)stremmingen inclusief duur tijdens de realisatie en verwijdering. 5.2 Trailerhellingen Het is nergens toegestaan om oevers te gebruiken als trailerhelling. Dit om schade aan oevers en hinder voor de overige scheepvaart te voorkomen. Te water laten van kleine vaartuigen, jetski’s etc. is enkel toegestaan bij trailerhellingen in beheer bij publieke jachthavens. WBD beheert zelf geen openbare trailerhelling(en). 5.3 Bebording en markering De bebording op en langs de vaarwegen in het vaargebied van WBD is vastgelegd in het bebordingsplan en in verkeersbesluiten. Aanpassingen en aanvullingen worden in het bebordingsplan aangegeven, in verkeersbesluiten vastgelegd en middels Berichten Aan Scheepvaart (BAS) aan de gebruikers gecommuniceerd. Artikel 30 van de Scheepvaartverkeerswet verbiedt het onbevoegd aanbrengen of verwijderen van krachtens deze wet vastgestelde verkeerstekens en om voorwerpen van welke aard ook, die voor het scheepvaartverkeer verwarrend zouden kunnen zijn, aan te brengen. Het toepassen van niet-wettelijk vastgestelde verkeerstekens heeft geen rechtsgevolg voor de verkeersdeelnemers en zij hoeven met dergelijke tekens geen rekening te houden. Het toepassen van dergelijke niet-bestaande tekens kan zelfs een strafbaar feit opleveren. De bebording dient te voldoen aan de geldende Richtlijn Scheepvaartekens (RST). De RST verwijst daarbij naar de belangen die worden genoemd in de Scheepvaartverkeerswet (
WBD kan niet-wettelijk vastgestelde verkeerstekens (zoals informatie borden) plaatsen indien die niet strijdig zijn met boven genoemde belangen. Een voorbeeld daarvan is het matrix bord op de Manderssluis waarmee berichten aan de scheepvaart worden gegeven. Belangrijke aandachtspunten: Afmeting van de borden is afhankelijk van de waterspiegelbreedte (hoe breder de waterspiegel hoe groter de borden zodat deze altijd goed zichtbaar zijn); Ook bij werkzaamheden borden gebruiken maar wegklappen of wegnemen wanneer niet gewerkt wordt; Verkeerstekens, waarvan de zichtbaarheid ook 's nachts voor de veiligheid van het scheepvaartverkeer essentieel is, moeten bij duisternis verlicht worden; T.b.v. het juist verwerken van de informatie in elektronische navigatiekaarten is minimale inhoud van de informatie geregeld in EU-verordening nr. 909/2013 5.4 Raakvlakken beleid De oevers hebben belangrijke raakvlakken met: Vaarwegbeheer; Watersysteembeheer; Waterveiligheid; Natuurbeheer; Ad
Bijvoorbeeld voldoende afstand houden tot de oever of beperken van de vaarsnelheid om schade door boeg/haal golven of schroefstralen te voorkomen. Bij oevers die onderdeel zijn van de EVZ zijn geen afmeervoorzieningen toegestaan. 5.5 Onderhoud Onderhoud van de oevers valt onder het vaarwegbeheer. De oevers dienen goed onderhouden te worden en dienen inspecteerbaar te zijn. Bij het plannen van onderhoud aan oevers wordt getracht de hinder voor de scheepvaart zoveel mogelijk te beperken. Onderhoud waarbij stremmingen optreden wordt indien mogelijk op één vaarroute gelijktijdig gepland. Raakvlak Nautisch beheer met onderhoud 5.6 Toezicht en handhaving Handhaving afmeervoorzieningen De handhaving richt zich in eerste instantie op afmeervoorzieningen die als onveilig worden beschouwd. In tweede instantie op niet vergunde afmeervoorzieningen. Afmeervoorzieningen die als onveilig worden beschouwd leveren een gevaar op voor het scheepvaartverkeer of voor de sterkte, stabiliteit, inspecteerbaarheid, onderhoudbaarheid van de oevers. Niet vergunde onveilige afmeervoorzieningen dienen direct buiten gebruik genomen te worden en zo snel mogelijk verwijderd te worden. Vergunde afmeervoorzieningen kunnen toch onveilig zijn wanneer deze verkeerd worden gebruikt (bijvoorbeeld door te grote schepen) of wanneer er onvergunde aanpassingen aan zijn gedaan. Verkeerd gebruik dient direct te stoppen. Bij onvergunde aanpassingen dient de afmeervoorziening zo snel mogelijk in overeenstemming met de vergunning gebracht te worden en dient de oever in de originele staat teruggebracht te worden. Bij niet vergunde afmeervoorzieningen die niet direct als onveilig worden beschouwd heeft de eigenaar twee opties: Afmeervoorziening verwijderen en de oever in de originele staat terugbrengen; Alsnog een vergunning aanvraag indienen (legalisatietoets). Om het areaal aan afmeervoorzieningen op orde te krijgen zal WBD eigenaren van niet vergunde afmeervoorzieningen hierop aanspreken. Verzoeken aan eigenaren zullen zoveel mogelijk gelijktijdig worden gedaan voor afmeervoorziening op eenzelfde gedeelte van de vaarweg met vergelijkbare afmeervoorzieningen. Indien het WBD een eigenaar aanspreekt maar de situatie niet direct als onveilig aanmerkt kan daar door de eigenaar geen enkel recht aan worden ontleend bij een eventuele vergunningaanvraag. Bij het beoordelen van de aanvraag kan de situatie alsnog als onveilig worden aangemerkt en zal de vergunning niet worden verleend. Handhaving borden: Niet-wettelijk vastgestelde verkeerstekens die door anderen dan WBD op of langs de vaarweg zijn geplaatst en die verwarrend zijn voor de scheepvaart dienen te worden verwijderd. Indien bekend is wie de borden heeft geplaatst zal gesommeerd worden om de borden te verwijderen. Indien dit niet bekend is of wanneer er geen gehoor wordt gegeven zal WBD de borden zelf actief verwijderen en de kosten verhalen op degene die de borden geplaatst heeft. Wanneer de borden niet verwarrend zijn maar wel lijken op wettelijke borden en bekend is wie de borden heeft geplaatst zal verzocht worden de borden te verwijderen. Wanneer dit niet bekend is of wanneer er geen gehoor wordt gegeven zal WBD de borden verwijderen op een daartoe geschikt moment (bijvoorbeeld gecombineerd met andere werkzaamheden of gelijktijdig met andere te verwijderen borden) en de kosten verhalen op degene die de borden geplaatst heeft. In uitzonderlijke gevallen kunnen niet wettelijke geplaatste borden na beoordeling door WBD worden opgenomen in verkeersbesluiten (en dus wettelijk worden gemaakt). De borden dienen dan wel aan de richtlijnen (RST) te voldoen of vervangen te worden door borden die daaraan voldoen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan borden verboden af te meren bij private afmeervoorzieningen. Beheer en onderhoud van dergelijke borden blijft de verantwoordelijkheid van de partij die de borden heeft geplaatst.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.