Beleidskader bovenwijkse voorzieningen Eersel-West Gemeente Eerselhet college van de gemeente Eersel gelet op het artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht; b e s l u i t vast te stellen de volgende beleidsregel: Beleidskader bovenwijkse voorzieningen Eersel-West Gemeente Eersel 1.INLEIDING 1.1.Inleiding Voor u ligt het beleidskader bovenwijkse voorzieningen Eersel-West (hierna: het beleidskader). De gemeente Eersel is voornemens de locatie Eersel-West te ontwikkelen naar een locatie voor maat- schappelijke en dienstverlenende functies. De locatie Eersel-West wordt begrensd door de A67 (aan de (noord)westzijde), de Wolverstraat (aan de noordzijde), de Postelseweg (aan de oostzijde) en de Dalemsedijk (aan de zuidzijde). Op 20 april 2021 is hiervoor door de gemeenteraad het Stedenbouwkundig raamwerk voor Eersel-West (hierna: stedenbouwkundig raamwerk) met onderliggende uitgangspunten vastgesteld. In het stedenbouwkundig raamwerk wordt de locatie Eersel-West ingedeeld in vier kwadranten. De ontwikkeling van de locatie Eersel-West heeft tot gevolg dat verschillende voorzieningen in de openbare ruimte dienen te worden getroffen. Er is sprake van een versnipperde eigendomssituatie, waarbij een groot gedeelte van de te ontwikkelen gronden in handen is van derden. Binnen de locatie Eersel-West geldt het bestemmingsplan Kom Eersel, eerste herziening. Zie hieronder een uitsnede van laatstgenoemd bestemmingsplan. Voor de gronden die voor ontwikkeling in aanmerking komen, geldt overwegend een agrarische bestemming. In het geldende bestemmingsplan is voorzien in een wijzigingsbevoegdheid, waarbij de geldende bestemming kan worden gewijzigd naar een bestemming ten behoeve van de vestiging van/nieuwbouw voor maatschappelijke en dienstverlenende functies met bijbehorende groen- en verkeersvoorzieningen. Een dergelijke wijziging vindt plaats via een door burgemeester en wethouders vast te stellen wijzigingsplan (artikel 3.6 lid 1 sub a Wet ruimtelijke ordening (Wro)). Aanvankelijk uitgangspunt voor de ontwikkeling van Eersel-West was om de planologische mogelijkheden voor de in aanmerking komende delen van de locatie op te nemen in één gebiedsdekkend bestemmings- plan. In een dergelijk bestemmingsplan wordt de relatie gelegd tussen enerzijds de voor maatschappelijke en dienstverlenende functies te ontwikkelen gronden en anderzijds de voor het geheel van deze ontwikkelingen aan te leggen c.q. aan te passen voorzieningen in de openbare ruimte (zoals aanpassing/ verlenging insteekweg, aanleg langzaamverkeerverbindingen, aanleg openbaar groen etc.). Op de gemeente rust de wettelijke plicht de kosten van de grondexploitatie te verhalen, indien sprake is van een wijzigings- of bestemmingsplan waarin zogenaamde ‘aangewezen bouwplanmogelijkheden’ (zoals de bouw van een woning of van een ander hoofdgebouw1Het overzicht van aangewezen bouwplanmogelijkheden is opgenomen in par. 2.2.) zijn opgenomen. Dit is vastgelegd in afdeling 6.4 Wro. De in het kader van de gebiedsontwikkeling Eersel-West aan te leggen voorzieningen behoren tot de verplicht te verhalen kosten van de grondexploitatie. In de in procedure te brengen planologische besluiten voor de gebiedsontwikkelingen ontstaan bouwplanmogelijkheden zoals hiervoor omschreven. Indien de gronden waarop de aangewezen bouwplannen zijn voorzien in handen zijn van de gemeente, vindt het verhaal van kosten plaats via de uitgifte van bouwkavels. Zijn de gronden waarop de bouwplannen zijn voorzien in handen van derden, dan vindt het kostenverhaal in beginsel plaats via het sluiten van een anterieure overeenkomst. Indien echter bij de vaststelling van een wijzigings- of bestemmingsplan blijkt dat het kostenverhaal niet voor alle gronden waarop aangewezen bouwplanmogelijkheden zijn voorzien is verzekerd, dient bij het wijzigings- of bestemmingsplan een zogenaamd exploitatieplan te worden vast- gesteld. In een exploitatieplan wordt een exploitatieopzet voor de toepassing van de wettelijke kosten- verhaalsplicht opgenomen. Na de vaststelling van een exploitatieplan vindt het kostenverhaal dan plaats via: het sluiten van een posterieure overeenkomst, dan wel het verbinden van een financieel voorschrift tot betaling van een exploitatiebijdrage in de omgevings- vergunning voor het bouwen. Op 27 september 2022 heeft de gemeenteraad besloten tot de ontwikkeling van een nieuw zwembad in een gedeelte van kwadrant 4 van de locatie Eersel-West. Voor deze ontwikkeling is vereist dat de aanleg plaats- vindt van diverse voorzieningen in de openbare ruimte, waaronder de aanpassing en verlenging van de bestaande insteekweg met bijbehorende voorzieningen en de aanleg van een langzaamverkeerverbinding. Voor deze deelontwikkeling zal op korte termijn een wijzigingsplan in procedure worden gebracht. Voor het geheel van de resterende te ontwikkelen delen van de kwadranten 1 tot en met 3 en het resterende gedeelte van kwadrant 4 is de aanpak gericht op een in de toekomst in procedure te brengen bestemmings- plan. Deze aanpak heeft tot gevolg dat de gebiedsontwikkeling Eersel-West niet langer plaatsvindt vanuit het aanvankelijke uitgangspunt van één gebiedsdekkend bestemmingsplan, maar in twee opvolgende planologische besluiten, die ieder betrekking hebben op een gedeelte van de ontwikkellocatie. Daarbij is voorts van belang dat per 1 januari 2024 de (nieuwe) Omgevingswet (Ow) in werking zal treden. Vanaf dat moment kan er geen bestemmingsplan meer in procedure worden gebracht. Voor de (planologische) grondslag kan de gemeente dan gebruikmaken van het instrument van wijziging van het omgevings- plan Eersel. Waar hierna wordt gesproken van ‘het bestemmingsplan' voor de kwadranten 1 tot en met 3 en het resterende gedeelte van kwadrant 4’ wordt daaronder (mede) verstaan een wijziging van het omgevings- plan Eersel betreffende de genoemde kwadranten. Voor de uitvoering van de wettelijke kostenverhaalsplicht is van belang dat aan het deelgebied dat gekoppeld is aan het wijzigingsplan voor het zwembad (i.c. een gedeelte van kwadrant 4), én aan het deelgebied dat gekoppeld is aan het bestemmingsplan voor de kwadranten 1 tot en met 3 en het resterende gedeelte van kwadrant 4 van de locatie Eersel-West, de aan het betreffende deelgebied toe te rekenen verplicht verhaalbare kosten van voorzieningen van de openbare ruimte worden toegerekend. In het beleids- kader zijn de kaders en uitgangspunten opgenomen voor de toerekening van de kosten van de aan te leggen voorzieningen in de openbare ruimte aan de beide deelgebieden. 1.2.Leeswijzer Het voorliggende beleidskader is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 2, wettelijke kaders toepassing kostenverhaal. Hierbij wordt ingegaan op de huidige wettelijke regeling van kostenverhaal (Wet ruimtelijke ordening) en de toekomstige wettelijke regeling onder de Omgevingswet. Hoofdstuk 3, de ontwikkellocatie Eersel-West. In dit hoofdstuk is een beschrijving opgenomen van de gehanteerde uitgangspunten en de gebiedsbegrenzing van de ontwikkellocatie. Hoofdstuk 4, de te realiseren werken en werkzaamheden verbonden aan de ontwikkellocatie Eersel- West. In dit hoofdstuk is een beschrijving opgenomen van de uit te voeren werken/werkzaamheden in het kader van het bouwrijp maken van uitgeefbaar gebied, de aanleg van nutsvoorzieningen en de inrichting van de openbare ruimte. Hoofdstuk 5, de gefaseerde ontwikkeling van de ontwikkellocatie Eersel-West. In dit hoofdstuk is een beschrijving opgenomen van de gefaseerde aanpak voor de ontwikkeling van de locatie. Dit in de vorm van, zoals thans voorzien, twee in de tijd gespreide planologische besluiten. Ook is in dit hoofdstuk een beschrijving opgenomen van de voorzieningen die als gevolg van deze getrapte planologische besluit- vorming een bovenwijks karakter hebben naar elk van de beide exploitatiegebieden. Hoofdstuk 6, toerekening van de kosten van de bovenwijkse voorzieningen aan de beide exploitatie- gebieden. In dit hoofdstuk is de financiële uitwerking van de toerekening van de verhaalbare kosten van de bovenwijkse voorzieningen opgenomen. Hoofdstuk 7, actualisatie beleidskader. Het voorliggende beleidskader is gebaseerd op de inzichten van dit moment. Indien die inzichten en gehanteerde uitgangspunten wijzigen, heeft dit tot gevolg dat het beleidskader dient te worden aangepast. Bijlagen. Tot het beleidskader behorende volgende bijlagen: overzicht kostensoorten die behoren tot de verhaalbare kosten van de grondexploitatie onder de toepassing van de Wro; overzicht kostensoorten die behoren tot de verhaalbare kosten onder de toepassing van de Omgevingswet; overzicht werken/werkzaamheden behorende tot de openbare ruimte; resultaten verkeersonderzoek. 2.WETTELIJKE KADERS TOEPASSING KOSTENVERHAAL 2.1.Van Wet ruimtelijke ordening naar Omgevingswet Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. De Ow gaat het huidige omgevingsrecht, dat is opgenomen in circa 26 wetten en talrijke algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen, vervangen. Het omgevingsrecht omvat onder meer het taakveld ruimtelijke ordening. Dit betekent dat per 1 januari 2024 ook de Wro komt te vervallen. Op 1 januari 2024 ontstaat van rechtswege het gemeentelijke omgevingsplan Eersel, dat onder meer bestaat uit het geheel van de binnen de gemeente geldende bestemmingsplannen. Na de inwerkingtreding is het niet meer mogelijk een bestemmingsplan in procedure te brengen. In de plaats daarvan dient te worden gekomen tot een wijziging van het gemeentelijke omgevingsplan Eersel. Met het vervallen van de Wro per 1 januari 2024 vervalt tevens het huidige instrumentarium voor het verhalen van de kosten van de grondexploitatie. In de Ow wordt daarvoor een nieuw instrumentarium opgenomen. Daarbij blijft het uitgangspunt van de wettelijke kostenverhaalsplicht ongewijzigd. De verandering van het wettelijk instrumentarium is hierdoor van belangrijke invloed op de uitvoering van de wettelijke kostenverhaalsplicht bij de gebiedsontwikkeling van Eersel-West. In paragraaf 2.2 wordt allereerst stilgestaan bij de hoofdlijnen van de wettelijke regeling van het kostenverhaal onder de huidige Wro. In paragraaf 2.3 wordt de toekomstige wettelijke regeling voor het kostenverhaal onder de Ow toegelicht. 2.2.De kostenverhaalsregeling in de huidige Wet ruimtelijke ordening Er geldt een wettelijke plicht voor gemeenten tot het verhalen van kosten indien een aangewezen bouwplan- mogelijkheid is opgenomen in een aangewezen planologisch besluit. Tot de aangewezen bouwplanmogelijkheden worden gerekend2Het overzicht van aangewezen bouwplanmogelijkheden is opgenomen in art. 6.2.1 Bro.: de bouw van een of meer woningen; de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen; de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1000 m² brutovloeroppervlakte of met een of meer woningen; de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd; de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1500 m² brutovloeroppervlakte bedraagt; de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1000 m² brutovloeroppervlakte. Tot de aangewezen planologische besluiten worden onder meer gerekend3Het opgenomen overzicht van aangewezen planologische besluiten is opgenomen in art. 6.12 lid 2 Wro.: een bestemmingsplan; een wijzigingsplan; c. een omgevingsvergunning voor planologisch afwijken (uitgebreide procedure); d. een omgevingsvergunning voor planologisch afwijken (kruimelgevallenregeling) De Wro kent een uitzondering van de wettelijke kostenverhaalsplicht indien er sprake is van zogenaamde ‘kostenverhaalskruimelgevallen’ én daartoe door het bevoegd gezag wordt besloten4Zie art. 6.2.1a Bro.. Hiervan is in dit geval geen sprake. Dit betekent dat indien op grond van een wijzigings- of bestemmingsplan nieuwbouwmogelijkheden voor hoofdgebouwen op bouwpercelen ontstaan, de gemeente toepassing dient te geven aan de plicht om de kosten van de grondexploitatie te verhalen. De kostensoorten die behoren tot de kosten van de grond- exploitatie, zijn opgenomen in het Bro. Het overzicht van de wettelijk verhaalbare kostensoorten is opgenomen als bijlage 1 bij dit beleidskader. De kostenverhaalsplicht is van toepassing ongeacht de eigendomssituatie. Indien de gronden waarop de bouwplanmogelijkheden ontstaan in handen zijn van de gemeente, geschiedt de toepassing van de kosten- verhaalsplicht via gemeentelijke gronduitgifte. Zijn de gronden waarop de bouwplanmogelijkheden ontstaan in handen van particuliere eigenaren, dan heeft de wetgever voorzien in de mogelijkheid dat voorafgaand aan de vaststelling van het betreffende planologische besluit, door de gemeente met de initiatiefnemer een (anterieure) overeenkomst over grond- exploitatie wordt gesloten. In die overeenkomst worden de afspraken vastgelegd over de aan de gemeente te betalen exploitatiebijdrage in de kosten van de grondexploitatie. Bij het vaststellen van het planologische besluit dient te worden nagegaan of voor alle binnen het planologische besluit gelegen gronden waarop bouwplanmogelijkheden ontstaan, het kostenverhaal anderszins is verzekerd. Is dit niet het geval, dan is de gemeenteraad dan wel het college van burgemeester en wet- houders verplicht om bij het betreffende planologische besluit een exploitatieplan vast te stellen. In een exploitatieplan wordt een exploitatieopzet opgenomen, die opgesteld wordt naar de wettelijke regels voor publiekrechtelijk kostenverhaal. Met de vaststelling van het exploitatieplan ligt vast wat de omvang is van de te verhalen kosten van de gronden waarop bouwplanmogelijkheden ontstaan en waarvoor geldt dat het kostenverhaal niet tevoren anderszins is verzekerd. Na de vaststelling van een exploitatieplan zijn er twee methoden om uitvoering te geven aan de kostenverhaalsplicht: Er wordt alsnog een overeenkomst over grondexploitatie gesloten met de betreffende initiatiefnemers, waarbij in dat geval wordt aangesloten bij de uitkomsten van de exploitatieopzet van het exploitatieplan. Indien de onder a bedoelde overeenkomst niet wordt gesloten en de initiatiefnemer een bouwaanvraag indient, dan wordt, in geval van vergunningverlening, aan die vergunning een financieel voorschrift tot betaling van een exploitatiebijdrage verbonden. Ook in dat geval wordt aangesloten bij de uitkomsten van de exploitatieopzet van het exploitatieplan. Voor de toepassing van het publiekrechtelijk kostenverhaal gelden verdere wettelijke uitvoeringsregels. 2.3.De kostenverhaalsregeling in de toekomstige Omgevingswet Onder de nieuwe Ow is opnieuw sprake van een wettelijke kostenverhaalsplicht. De plicht tot toepassing van kostenverhaal is aan de orde, indien er een aangewezen kostenverhaalsplichtige activiteit is die is opgenomen in een aangewezen (omgevingswet)besluit. Tot de aangewezen kostenverhaalsplichtige activiteiten worden gerekend5Zie art. 8.13 Ob.: de bouw van een of meer gebouwen met een woonfunctie; de bouw van een of meer hoofdgebouwen anders dan gebouwen met een woonfunctie; de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m² brutovloeroppervlakte of met een of meer gebouwen met een woonfunctie; de bouw van een gebouw dat geen hoofdgebouw als bedoeld onder b is, met ten minste 1.000 m² brutovloeroppervlakte; de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een woonfunctie tot gebouwen met een woonfunctie, mits het ten minste tien woonfuncties betreft; of de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een kantoorfunctie, een winkelfunctie of een bijeenkomstfunctie voor het verstrekken van consumpties voor het gebruik ter plaatse tot gebouwen met een of meer van deze gebruiksfuncties, mits de cumulatieve brutovloeroppervlakte van de nieuwe gebruiksfuncties ten minste 1.500 m² bedraagt. De aangewezen (omgevingswet)besluiten omvatten: (een wijziging van) het omgevingsplan; een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. De Ow kent eveneens een uitzondering van de wettelijke kostenverhaalsplicht, indien er sprake is van zogenaamde ‘kostenverhaalskruimelgevallen’ én daartoe door het bevoegd gezag wordt besloten66 Zie art. 8.14 Ob.. Hiervan is in dit geval geen sprake. Met de invoering van de Ow komt de Wro te vervallen. Dit betekent dat het niet meer mogelijk is vanaf dat moment een bestemmingsplan of wijzigingsplan in procedure te brengen. Voor het creëren van nieuwe bouwplanmogelijkheden in een gebiedsontwikkeling is de gemeente aangewezen op het wijzigen van het gemeentelijke omgevingsplan of het verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Indien op grond van een van beide besluiten nieuwbouwmogelijkheden voor hoofd- gebouwen op bouwpercelen ontstaan, dient de gemeente toepassing te geven aan de plicht om kosten te verhalen. De verplicht verhaalbare kostensoorten zijn opgenomen in het Omgevingsbesluit (Ob). Het overzicht van de wettelijk verhaalbare kostensoorten is opgenomen als bijlage 2 bij dit beleidskader. De kostenverhaalsplicht is van toepassing ongeacht de eigendomssituatie. Indien de gronden waarop de bouwplanmogelijkheden ontstaan in handen zijn van de gemeente, geschiedt de toepassing van de kosten- verhaalsplicht via gemeentelijke gronduitgifte. Zijn de gronden waarop de bouwplanmogelijkheden ontstaan in handen van particuliere eigenaren, dan heeft de wetgever opnieuw voorzien in de mogelijkheid dat voorafgaand aan de vaststelling van de wijziging van het omgevingsplan of het besluit tot het verlenen van de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, door de gemeente met de initiatiefnemer een (anterieure) overeenkomst over grondexploitatie wordt gesloten. In die overeenkomst worden dan de afspraken vastgelegd over de aan de gemeente te betalen exploitatiebijdrage in de te verhalen kosten. Bij het vaststellen van de wijziging van het omgevingsplan of de verlening van de genoemde omgevings- vergunning dient te worden nagegaan of voor alle binnen het besluit gelegen gronden waarop bouwplan- mogelijkheden ontstaan, het kostenverhaal anderszins is verzekerd. Is dit niet het geval, dan dienen in de wijziging van het omgevingsplan of de genoemde omgevingsvergunning publiekrechtelijke kostenverhaals- regels respectievelijk kostenverhaalsvoorschriften te worden opgenomen. Deze kostenverhaalsregels respectievelijk -voorschriften nemen de plaats in van het huidige exploitatieplan. De rechtsfiguur van het exploitatieplan komt in de Ow te vervallen. De kostenverhaalsregels of -voorschriften worden opgesteld op basis van de nieuwe wettelijke regels voor publiekrechtelijk kostenverhaal. Na de vaststelling van de kostenverhaalsregels in een omgevingsplan zijn er twee methoden om uitvoering te geven aan de kostenverhaalsplicht: Er wordt alsnog, voor de start van de bouwactiviteiten, een overeenkomst over grondexploitatie gesloten met de betreffende initiatiefnemers, waarbij in dat geval wordt aangesloten bij de uitkomsten van de kostenverhaalsregels of -voorschriften. Indien de onder a bedoelde overeenkomst niet wordt gesloten en de initiatiefnemer wenst te starten met de bouw, dan dient deze eerst een zogenaamde kostenverhaalsbeschikking aan te vragen. In deze kostenverhaalsbeschikking wordt de hoogte van de exploitatiebijdrage vastgelegd. Ook in dat geval wordt aangesloten bij de eerder vastgestelde kostenverhaalsregels of -voorschriften. Voor de toepassing van het publiekrechtelijk kostenverhaal gelden eveneens verdere wettelijke uitvoerings- regels. 3.DE ONTWIKKELLOCATIE EERSEL-WEST Voor de onderbouwing van de wijze van toerekening van de kosten van voorzieningen over de twee binnen de ontwikkellocatie Eersel-West onderscheiden deelgebieden is het van belang eerst de uitgangspunten voor de omvang van de ontwikkellocatie vast te leggen. Dit is in dit hoofdstuk uitgewerkt. Zoals aangeven in hoofdstuk 1, ligt de basis voor de gebiedsontwikkeling van Eersel-West in het door de raad op 20 april 2021 vastgestelde stedenbouwkundige raamwerk. Hieronder is een overzichtskaart uit het stedenbouwkundig raamwerk opgenomen, waarin vier kwadranten worden onderscheiden. Zoals in het kaartbeeld is aangegeven, betreft het een indicatieve en globale invulling van de locatie. Voor het vaststellen van het beleidskader is een nadere uitwerking opgesteld in de vorm van een indicatieve stedenbouwkundige opzet. Deze is hieronder opgenomen. In de indicatieve stedenbouwkundige opzet zijn de volgende uitgangspunten verwerkt: De ontwikkellocatie Eersel-West omvat niet het gehele gebied dat wordt begrensd door de A67, de Wolverstraat, de Postelseweg en de Dalemsedijk, maar is beperkt tot een gedeelte daarvan. Niet tot de ontwikkellocatie behoren de delen waar sprake is van bestaande te handhaven bebouwing (waarbij geen aanvullende kostenverhaalsplichtige bouwplanmogelijkheden ontstaan) en waar sprake is van bestaande te handhaven openbare ruimte (en waarvoor geldt dat er geen sprake is van aanpassingen aan die openbare ruimte). Op basis van de huidige inzichten betreft dit de volgende gedeelten: de bestaande te handhaven groenvoorziening hoek Wolverstraat/Postelseweg; het benzineverkooppunt aan de Postelseweg; de beide woningen, gelegen aan de Postelseweg 21 en 25); het politiebureau (Postelseweg 31); de brandweerkazerne (Dalemsedijk 1); de bestaande parkeerplaats voor het kinderdagverblijf naast de brandweerkazerne aan de Dalemsedijk; het kinderdagverblijf (Dalemsedijk 5); het terrein van Flex-Logies (bestaande uit de bestaande bebouwing aan de Dalemsedijk, en de drie gebouwen voor migrantenhuisvesting daarachter, alsmede het daartussen gelegen onbebouwde erf); Dijkmans Bestratingen en Tegeltuin Eersel (Dalemsedijk 13); de bestaande te handhaven watergang tussen het derde en vierde kwadrant van het stedenbouwkundig raamwerk. Op basis van deze uitgangspunten kan de omvang van de ontwikkellocatie Eersel-West als volgt worden aangegeven: 4.DE TE REALISEREN WERKEN EN WERKZAAMHEDEN VERBONDEN AAN DE ONTWIKKELLOCATIE EERSEL-WEST 4.1.Indeling ruimtegebruik ontwikkellocatie Eersel-West De uitwerking van het stedenbouwkundig raamwerk naar de indicatieve stedenbouwkundige opzet leidt tot de volgende indicatieve ruimtegebruiksindeling van de ontwikkellocatie Eersel-West: Deze kaart kan als volgt worden toegelicht. Binnen het uitgeefbaar gebied (grijze kleur) is ruimte voor de realisatie van aangewezen bouwplan- mogelijkheden met bijbehorend erf. Binnen de ontwikkellocatie is sprake van de volgende te realiseren voorzieningen, als onderdeel van de openbare ruimte: de verlenging van de insteekweg (De Vonder) (gele kleur); het aanpassen van de bestaande insteekweg (De Vonder) (bruine kleur); de aanleg van langzaamverkeerverbinding A (rode kleur); de aanleg van langzaamverkeerverbinding B (rode kleur); de aanleg/herinrichting van de openbare groenzones A en B (groene kleur); de aanleg van een vuilwaterriool, met inbegrip van bijbehorende voorzieningen. Deze voorziening is niet afzonderlijk op de kaart aangeduid. Het tracé van dit riool is gelegen naast/onder langzaam- verkeerverbinding A en onder de verlengde insteekweg. In bijlage 3 is een inrichtingsschets van de hierboven genoemde voorzieningen onder b.1 en b.3 opgenomen. 4.2.De uit te voeren werken en werkzaamheden in verband met de grondexploitatie van de ontwikkellocatie Eersel-West De ontwikkeling van Eersel-West heeft tot gevolg dat verschillende werken en werkzaamheden in verband met de grondexploitatie nodig zijn binnen de ontwikkellocatie: het bouwrijp maken van het uitgeefbaar gebied; de aanleg van nutsvoorzieningen; de inrichting van de openbare ruimte. Deze verschillende groepen werken/werkzaamheden worden hierna beknopt toegelicht. 4.2.1.Het bouwrijp maken van het uitgeefbaar gebied Het uitgeefbaar gebied is op de bovenstaande kaart in grijze kleur aangeduid. Op deze gronden wordt in de planologische besluiten voorzien in de kostenverhaalsplichtige bouwplanmogelijkheden. Alvorens deze gronden te kunnen bebouwen, dient het uitgeefbaar gebied bouwrijp te worden gemaakt. Daarbij gaat het om de volgende uit te voeren werken en werkzaamheden: het verwijderen en afvoeren van bestaande opstallen, opstanden, boven- en ondergrondse obstakels, verhardingen, funderingen en kabels en leidingen in het uitgeefbaar gebied; het verwijderen van struiken, bomen, gewassen en boomstronken in het uitgeefbaar gebied; het ontgraven, ophogen en egaliseren van het terrein in het uitgeefbaar gebied; het dempen van bestaande watergangen in het uitgeefbaar gebied; (voor zover noodzakelijk) het uitvoeren van bodemsanering afgestemd op de nieuwe functie; het uitvoeren van werken en werkzaamheden ter bescherming van aanwezige archeologisch waarde- volle elementen; het, waar nodig, opsporen en verwijderen van niet-gesprongen explosieven; het aanbrengen van een aansluiting van een bouwperceel op de openbare vuilwaterriolering; het aanbrengen op het bouwperceel van waterbergende voorzieningen voor hemelwaterafvoer. 4.2.2.De aanleg van nutsvoorzieningen Onder deze werkzaamheden wordt verstaan de aanleg van en, indien van toepassing, verplaatsing of aanpassingen van nutsvoorzieningen, waaronder in ieder geval wordt verstaan: (drink)water-, elektriciteits-, cai-, telecommunicatieleidingen, inclusief de benodigde bovengrondse voorzieningen, zoals transformator- huisjes, verdeelstations en verdeelkasten. Binnen de ontwikkellocatie is niet voorzien in de aanleg van leidingen en voorzieningen voor (aard)gas. De aanleg van deze werken is veelal voorzien binnen de openbare ruimte zoals aangegeven in de ruimte- gebruikskaart. 4.2.3.De inrichting van de openbare ruimte Zoals aangegeven op de hierboven opgenomen kaart voor de ruimtegebruiksindeling, bestaat de openbare ruimte binnen de ontwikkellocatie uit de volgende delen: de verlenging van de insteekweg (De Vonder); de aanpassing van de bestaande insteekweg (De Vonder); de aanleg van langzaamverkeerverbinding A; de aanleg van langzaamverkeerverbinding B; de aanleg/herinrichting van de openbare groenzones A en B; de aanleg van een vuilwaterriolering met inbegrip van bijbehorende werken. 4.3.Uit te voeren werken en werkzaamheden buiten de ontwikkellocatie De realisatie van de ontwikkellocatie Eersel-West heeft verder tot gevolg dat er buiten de ontwikkellocatie enkele voorzieningen dienen te worden gerealiseerd. Voorzien is in de aanleg van een langzaamverkeer- verbinding en oversteekplaats naast/over de Postelseweg, die een aansluiting kent met de binnen de ontwikkellocatie voorziene aan te leggen langzaamverkeerverbinding A. Zie de aanduiding op de hiervoor opgenomen kaart voor de indeling van het ruimtegebruik. 5.DE GEFASEERDE ONTWIKKELING VAN DE ONTWIKKELLOCATIE EERSEL-WEST 5.1.Gefaseerde ontwikkeling leidt tot twee in de tijd gespreide (planologische) besluiten Zoals in hoofdstuk 1 is aangegeven, zal de realisatie van de ontwikkellocatie plaatsvinden op basis van twee in de tijd gespreide (planologische) besluiten: Fase 1: een wijzigingsplan als bedoeld in artikel 3.6 Wro voor een gedeelte van de ontwikkellocatie als basis voor de realisatie van de zwembadlocatie (onderdeel kwadrant 4), de aanleg van de verlengde insteekweg en de aanleg van de langzaamverkeerverbinding A. De start van deze procedure is voor- zien in het najaar van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.