Afwegingskader Toezicht en handhaving Wmo/JeugdwetINLEIDING EN LEESWIJZER De gemeente Zeist hanteert het principe van vertrouwen als uitgangspunt. Vertrouwen is een goede zaak. Echter vertrouwen dient hand in hand te gaan met transparante sturing en controle. Zo is ‘Gezond vertrouwen’ ook de titel van het Afwegingskader Vertrouwen (juni 2018) van de inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Hiermee heeft de inspectie ‘gezond vertrouwen’ expliciet in haar beleid opgenomen. 1 https://www.igj.nl/onderwerpen/hoe-werkt-ons-toezicht/documenten/publicaties/2018/10/09/afwegingskader-vertrouwen Figuur 1: Afwegingskader vertrouwen (IGJ) Te weinig transparantie geeft onzekerheid of alles wel goed gaat. Te veel transparantie gaat gepaard met meer administratieve lasten. Het is belangrijk om de balans hierin te vinden. Focussen op heldere en concrete gezamenlijke doelstellingen en resultaten is van belang. Wanneer het vertrouwen echter wordt geschonden, is het noodzakelijk om daadkrachtig op te treden, vanzelfsprekend voorafgegaan door zorgvuldige afwegingen. Veel zorgaanbieders bieden hun diensten vaak regionaal of zelfs bovenregionaal aan. Dit benadrukt de noodzaak van een regionaal uniforme benadering. Het is essentieel voor effectief toezicht en handhaving dat deze aanbieders op consistente wijze worden aangesproken op het nakomen van hun verplichtingen. De vijf gemeenten Bunnik, de Bilt, Utrechtse Heuvelrug, Wijk bij Duurstede en Zeist vormen samen de regio Zuid Oost Utrecht (hierna: Regio ZOU). Samenwerking op regionaal niveau biedt de Regio ZOU de middelen en coördinatie die nodig zijn om deze complexe uitdagingen aan te pakken en te zorgen voor een samenhangende toezicht en handhaving in de regio. De toezichthouders rechtmatigheid Wmo en Jeugdwet zijn in de regio ZOU lokaal per gemeente aangesteld. Ondanks het ontbreken van regionale bevoegdheden als toezichthouder, is er wel samenwerking en afstemming. Er ligt een opdracht om de regionale samenwerking verder te intensiveren, te starten met een eerste verkenning. Voor nu is dit kader alleen van toepassing op de gemeente Zeist en betreft het toezicht rechtmatigheid op zorgaanbieders op grond van de Wmo en Jeugdwet. Dit afwegingskader geeft in hoofdstukken 2, 3 en 4 een beschrijving van de doelstelling en uitgangspunten voor het rechtmatigheidstoezicht. Vervolgens gaan hoofdstuk 5, 6 en 7 in op de wijze waarop toezicht gehouden kan worden, met welke bevoegdheden en waar de grootste frauderisico’s liggen. In hoofdstuk 8 en 9 tenslotte een nadere uitwerking van afwegingen die de toezichthouder rechtmatigheid Wmo en Jeugdwet maakt om te starten met een rechtmatigheidsonderzoek en een uitwerking van welke handhavingsmaatregelen getroffen kunnen worden naar aanleiding van vastgestelde onrechtmatigheden of fraude. 1.DOEL VAN RECHTMATIGHEIDSTOEZICHT Om de belangen van kwetsbare inwoners te waarborgen, is het van essentieel belang om adequaat in te zetten op fraudepreventie en handhaving. Waar kwaliteitstoezicht bijdraagt aan het verzekeren van goede en op maat gemaakte ondersteuning, richt rechtmatigheidstoezicht zich op het waarborgen dat financiële middelen voor ondersteuning op de juiste plek terechtkomen en worden besteed aan het beoogde doel. De visie van de gemeente Zeist is dat preventie voorgaat op repressie; voorkomen is beter dan genezen. Om dit te bereiken heeft Zeist als uitgangspunt dat het toezicht op de rechtmatigheid eraan bijdraagt dat: Kwetsbare inwoners de zorg krijgen die noodzakelijk is; Financiële middelen voor zorg zorgvuldig en doelmatig besteed worden; Betaalbaarheid en solidariteit van de sociale voorzieningen behouden blijven; Er binding ontstaat met betrokken en betrouwbare zorgaanbieders; De dienstverlening aan onze inwoners verbetert. 2.VERTROUWEN ALS UITGANGSPUNT Voorop staat dat de meeste cliënten en aanbieders de beste intenties hebben en het vaak ook goed doen. Toezicht en handhaving is gericht op verbetering, daarnaast draagt het bij aan een doelmatige en rechtmatige besteding van zorggelden. Toezicht en handhaving is één van de middelen die wij inzetten om te voorkomen dat budgetten voor jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning onnodig worden belast door onrechtmatig gebruik. Ook willen wij kwetsbare cliënten beschermen tegen zorgaanbieders die onvoldoende ondersteuning leveren, misbruik maken van cliënten en/of frauderen met gemeenschapsgeld. Elke zorgaanbieder zal het als zijn basisverantwoordelijkheid zien om verantwoorde voorzieningen aan te bieden. Een zorgaanbieder maakt niet met opzet fouten. Dat is het uitgangspunt, tot het tegendeel bewezen is. Vanuit dit uitgangspunt zal de toezichthouder rechtmatigheid zich bij de uitoefening van zijn taak telkens afvragen of hij te maken heeft met: Onmacht versus onwil Fouten versus fraude Als een gebrekkige naleving van regels voortkomt uit onwil, is een geheel andere aanpak nodig dan wanneer men te maken heeft met onmacht of onwetendheid. Wie zich niet aan de regels wil houden, moet doordrongen worden van de noodzaak dit wél te doen. Bijvoorbeeld met extra informatie over de eventueel negatieve gevolgen of sancties. Wie echter in de basis van goede wil is, maar het toch niet voor elkaar krijgt om te doen wat nodig is, heeft vooral hulp nodig. Eerst moet namelijk duidelijk worden waarom het steeds niet lukt, voordat het gedrag kan veranderen. Het maakt dus uit hoe men de situatie interpreteert. Een toezichthouder die op dit punt de verkeerde conclusie trekt, loopt het risico ook de verkeerde maatregelen te adviseren. Die zullen dus niet zoveel effect hebben en zijn voor iedereen frustrerend of zelfs contraproductief2 Uit Toezine Professional, uitgave augustus 2017 ToeZine.nl “Willen ze niet of kunnen ze niet?”. 3.PRINCIPES GOED TOEZICHT Toezichthouden op naleving van wet- en regelgeving vindt plaats in diverse domeinen. Vanuit het Rijk is er een algemene visie op toezicht3 Zie ook: https://www.eerstekamer.nl/behandeling/20051012/minder_last_meer_effect_zes/info waaruit 6 principes van goed toezicht zijn vastgesteld die de gemeente Zeist ook nastreeft. Met toepassing van deze zes principes wordt het perspectief van de samenleving centraal gesteld; maatwerk in toezicht is belangrijk. Deze zes principes zijn: Selectief “Gerechtvaardigd vertrouwen leidt tot minder toezicht. Geschonden vertrouwen betekent ingrijpen.” Wanneer de gemeente zaken regelt door beleid te maken of regels te stellen, heeft zij ook de verantwoordelijkheid voor de naleving ervan. Toezichthouders maken keuzes op basis van een afweging van risico’s, kosten en baten. De gemeente stelt vast welk niveau van handhaving zij nastreeft. Slagvaardig “Helpen waar nodig en hard optreden als het moet.” Toezichthouders grijpen in wanneer de situatie dat vereist. Hierbij past een zakelijke houding op basis van geconstateerde feiten. Dit vraagt om een cultuuromslag waarin er sneller en steviger ingegrepen wordt dan momenteel het geval is. Samenwerkend “Van separaat naar gezamenlijk toezicht.” Verschillende toezichthouders acteren meer gelijktijdig en samen bij het verzamelen van informatie. Dit versterkt de efficiëntie en het effect van toezicht. Denk hierbij aan samenwerking tussen toezicht rechtmatigheid en toezicht kwaliteit en aan samenwerking tussen de verschillende lokaal aangewezen toezichthouders. Regionale inkoop en contractmanagement hebben in deze samenwerking ook een belangrijke rol. Onafhankelijk “De samenleving moet kunnen vertrouwen op het onafhankelijke oordeel van toezichthouders.” Het is noodzakelijk dat toezichthouders onafhankelijk informatie kunnen verzamelen en daarover een eigen oordeel kunnen vormen. Transparant “Wat doen we waarom?” De toezichthouder legt uit waarom hij toezicht houdt en verantwoordt zich achteraf over de keuzes en de behaalde resultaten. De toezichthouder maakt zijn bevindingen zoveel mogelijk actief openbaar. Professioneel “Permanent werken aan verbetering.” De toezichthouder blijft zich ontwikkelen door open te staan voor feedback en het volgen van actuele (juridische) ontwikkelingen op het vlak van de Wmo en Jeugdwet. Het is van belang dat de gemeente hierin ook blijft investeren. 4.WIJZE VAN TOEZICHT OP DE RECHTMATIGHEID Een toezichthouder rechtmatigheid is in zijn toezicht onafhankelijk. Hij vormt een oordeel op basis van feiten en waarheidsvinding. Hierbij wordt speciale aandacht gevraagd voor de regionale samenwerking van de toezichthouders rechtmatigheid in de Regio ZOU. Het kwaliteitstoezicht op de Wmo is reeds regionaal belegd bij de GGD regio Utrecht (GGDrU). Uitgaande van het feit dat de risico’s zich voornamelijk voordoen bij de zorgaanbieders en deze zorgaanbieders vaak regionaal of zelfs bovenregionaal werkzaam zijn, is afstemming, overleg, besluitvorming over wel of geen rechtmatigheidsonderzoek te starten en samenwerking in regionaal verband (meer dan) gewenst. Momenteel werken de toezichthouders rechtmatigheid van de gemeente Zeist voornamelijk signaal gestuurd en dus repressief. Figuur 2: Proces toezicht rechtmatigheid Wmo/Jeugd De wens van de gemeente Zeist is om toe groeien naar meer preventief toezicht volgens de zes principes van goed toezicht. Bij preventief toezicht is het uitgangspunt ‘waar zijn de risico’s het grootst?’ en op basis daarvan kunnen activiteiten gepland worden zoals onder meer steekproeven en thema gestuurd toezicht. 5.ONDERZOEKSBEVOEGDHEDEN Er is een onderscheid tussen algemene bevoegdheden op grond van de Wmo of Jeugdwet en toezichthoudende bevoegdheden op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Op grond artikel 6.1 lid 1 van de Wmo is het verplicht een toezichthouder als bedoeld in artikel 5:11 van de Awb aan te wijzen. Op grond van artikel 6.1 lid 2 van de Wmo is de toezichthouder bevoegd tot inzage van cliëntendossiers. De wettelijke grondslag voor het aanwijzen van een toezichthouder binnen de Jeugdwet is te vinden in artikel 2.9 van de Jeugdwet. Hierin wordt de gemeente opgedragen om in de verordening regels te stellen voor het bestrijden van het ten onrechte ontvangen van een maatwerkvoorziening of een persoonsgebonden budget, maar ook van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. In artikel 6b.7 van de Regeling Jeugdwet worden de voorwaarden bij een fraudeonderzoek beschreven. Op grond van de artikelen 5:15 tot en met 5:19 van de Awb heeft een toezichthouder extra bevoegdheden4 Zie bijlage 1 die cruciaal zijn om een gedegen onderzoek uit te kunnen voeren. 6.WAAR LIGGEN DE RISICO’S Uit diverse onderzoeken van Zorgverzekeraars Nederland (ZN)5 www.zn.nl, de Erasmusuniversiteit Rotterdam6 Faculteit der Sociale wetenschappen: “Naar rechtmatige zorg in het sociale domein” een verkennende studie naar de aard, omvang en achtergronden van rechtmatigheidsrisico’s in de Wmo en de Jeugdzorg in Zuid-Holland. en de landelijke ervaringen (VNG) bij gemeenten, bevestigen keer op keer dat de rechtmatigheidsrisico’s zich voornamelijk voordoen bij de zorgaanbieders. Dit betekent dat het toezicht en de handhaving (meer) gericht moet zijn op zorgaanbieders in plaats van op individuele cliënten, zowel binnen de aanbiedingsvorm Pgb als Zorg in Natura. Kijkend naar de verschillende voorzieningen blijken de grootste frauderisico’s zich voor te doen binnen de onderstaande voorzieningen7 Zie ook rapport Signalen fraude in de zorg 2022: https://www.ikz.nl/documenten/rapporten/2023/07/26/jaarrapport-2022: Begeleiding, individueel (Wmo en Jeugdwet) Begeleiding groep/dagbesteding (Wmo en Jeugdwet) Begeleid/beschermd wonen (Wmo en Jeugdwet) Huishoudelijke ondersteuning (Wmo) Kijkend naar de verschillende financieringsvormen zoals Zorg in Natura, Pgb én subsidies ligt er een risico in de versplintering van beschikbare informatie binnen de gemeente over de verschillende zorgaanbieders. 6.1Risico’s bij ZIN Enkele voorbeelden: Zorgaanbieder A ontvangt subsidie voor laagdrempelige dagbesteding (open inloop). Meerdere cliënten ontvangen Pgb voor dagbesteding bij Zorgaanbieder A. Zorgaanbieder B wilde een contract met de gemeente Zeist, maar wegens niet voldoen aan de kwaliteitseisen is er geen contract gekomen. Niet veel later ontvangen meerdere cliënten een Pgb voor dagbesteding bij Zorgaanbieder B. Verschillende consulenten hebben bedenkingen over gecontracteerde Zorgaanbieder C. Deze bedenkingen zijn (nog) niet gedeeld met contractmanagement of de toezichthouder. De verschillende signalen zijn bekend bij verschillende personen. Pas wanneer deze, mogelijk nog onderbuikgevoelens, centraal gedeeld worden blijkt er misschien wel sprake te zijn van een patroon en is een nader onderzoek noodzakelijk. 6.2Extra risico bij Pgb Bij Pgb is er nog een extra risico dat ligt in het beheer van het Pgb. Denk hierbij aan een vertegenwoordiger van een cliënt die niet optreedt in het belang van de cliënt door geen zicht te hebben op de waarheidsgetrouwheid van de declaraties of, ernstiger nog, onder één hoedje speelt met een frauderende zorgaanbieder. Vaak gebeurt dit buiten het zicht van de kwetsbare cliënt om. Denk hierbij aan: Cliënten vooraf lege declaraties laten ondertekenen Vervalsen handtekening cliënt Misbruik DigiD Cliënt steeds afhankelijke maken in plaats van zelfredzaam 7.PRIORITERING ONDERZOEKEN Het prioriteren van onderzoeken is deels afhankelijk van een preventief of repressief uitgangspunt. Preventief toezicht is programmeerbaar. Bij repressief toezicht is het startpunt meestal een intern of extern signaal en daarmee weinig programmeerbaar. Figuur 3: Programmeerbaarheid 7.1Preventief toezicht Doel van preventief toezicht is om vroegtijdig eventuele knelpunten of gebreken op het gebied van de rechtmatigheid in de ondersteuning of zorg bloot te leggen waarbij maatschappelijk gezien cliënten het meeste risico kunnen lopen. Dit toezicht vindt daarom plaats op basis van vooraf vastgestelde risico’s. Dit betekent dat er voorafgaand aan elk nieuw jaar een programmering gemaakt moet worden van zorgaanbieders die bezocht worden om de rechtmatigheid van de ondersteuning of zorg te toetsen. Deze zorgaanbieders worden geselecteerd op basis van een risicoanalyse waaraan verschillende (combinatie van) criteria ten grondslag liggen en of andere zaken die mogelijke risico’s blootstellen en aanleiding geven tot toezicht. Interne afstemming Ter voorkoming van onrechtmatigheden en fraude is een goede informatiepositie en draagvlak belangrijk. Essentieel is bevordering van de fraudealertheid van alle stakeholders binnen de gemeente Zeist en duidelijke werkinstructies, processen en documenten. De toezichthouder speelt hierin een belangrijke (adviserende) rol. Hij kan overleggen bijwonen, presentaties geven, verbetervoorstellen doen en dienen als vraagbaak. Regionale afstemming Omdat zowel de inkoop van Wmo- en Jeugdzorg regionaal is belegd bij het Team Inkoop- en Contractmanagement (ICM) en het kwaliteitstoezicht op de Wmo regionaal is belegd bij de GGDrU, biedt dit een kans om ook voor het rechtmatigheidstoezicht hierbij aansluiting te vinden. Het biedt schaalvoordeel wanneer het preventief rechtmatigheidstoezicht zoveel mogelijk regionaal afgestemd en uitgevoerd wordt in nauwe samenwerking met ICM en GGDrU. In 2021 heeft de GGDrU selectiecriteria opgesteld voor risico gestuurd toezicht8 https://ggdru.nl/wp-content/uploads/2022/07/Kader-toezicht-Wmo-GGDrU-2021.pdf: Kwaliteit en rechtmatigheid kunnen niet los van elkaar gezien worden. Het is dan ook voor de hand liggend aan te sluiten bij de selectiecriteria van de GGDrU. In essentie dragen zowel toezicht op kwaliteit als toezicht op rechtmatigheid bij aan het waarborgen van de doelmatigheid, effectiviteit en rechtmatigheid van de geboden zorg, terwijl ze tegelijkertijd de rechten en behoeften van de cliënten beschermen. Op basis van de selectiecriteria van de GGDrU en de bevindingen van diverse onderzoeken over frauderisico’s ligt de prioriteit voor het rechtmatigheidstoezicht in de gemeente Zeist bij: Begeleiding, individueel (Wmo en Jeugdwet) Begeleiding groep/dagbesteding (Wmo en Jeugdwet) Begeleid of beschermd wonen (Wmo en Jeugdwet) Huishoudelijke ondersteuning (Wmo) 7.2Repressief toezicht Repressief toezicht houdt in dat de toezichthouder in actie komt op het moment dat er een signaal ontvangen wordt. Deze signalen zijn afkomstig van zowel inwoners als ketenpartners, denk hierbij aan signalen van toezichthouders kwaliteit van de GGDrU en IGJ, maar ook van contractmanagers, inkoopbureau en consulenten van het Sociaal Team (Wmo) en Centrum voor Jeugd en Gezin. Het verkrijgen van deze signalen is niet programmeerbaar, zelfs niet bij benadering. Dit is afhankelijk van vele omstandigheden, zoals: Herkenbaarheid: Kent men de lokale toezichthouder rechtmatigheid? Kennis: Is de eigen organisatie voldoende fraudebewust? Toegankelijkheid: Is er een meldpunt waar men de melding kan doen, digitaal, telefonisch, schriftelijk? Kan de toezichthouder zelfstandig toegang verkrijgen tot het portaal van de SVB? Na ontvangst van een signaal is stap één het registreren van een melding. Vervolgens zal door middel van een vooronderzoek vastgesteld worden in hoeverre het onderzoekswaardig is en tenslotte dient er geprioriteerd te worden. Hierbij is het van belang om vast te stellen op basis van welke criteria geprioriteerd wordt. Onderstaand afwegingsmodel (dat naadloos aansluit bij de interventieladder9 Hierover meer in hoofdstuk
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.