Privacyreglement Veilig Thuis Gooi en Vechtstreek Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel1Begripsbepalingen In dit reglement wordt verstaan onder: Veilig Thuis: Veilig Thuis als bedoeld in artikel 4.1.1.Wmo 2015; persoonsgegeven: elk gegeven betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon; bijzondere persoonsgegevens: informatie over een persoon over ras of etnische afkomst, politieke opvattingen, religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen, of het lidmaatschap van een vakbond, en genetische gegevens, biometrische gegevens met het oog op de unieke identificatie van een persoon, gegevens over gezondheid, of gegevens met betrekking tot iemands seksueel gedrag of seksuele gerichtheid; persoonsgegevens van gevoelige aard: bijzondere persoonsgegevens, het burgerservicenummer (BSN) en gegevens betreffende strafrechtelijke veroordelingen en strafbare feiten of daarmee verband houdende veiligheidsmaatregelen; directbetrokkenen: diegenen die huiselijk geweld en/of kindermishandeling begaan of ondergaan, alsmede degene die tot hun huishouden of gezin behoren, voor zover Veilig Thuis directe bemoeienis met hen heeft gehad; betrokkene: degene op wie een persoonsgegeven betrekking heeft; gezin of huishouden: de personen die in een gezinsverband leven of hebben geleefd of die een gezamenlijke huishouding voeren of hebben gevoerd; minderjarige: persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, niet gehuwd is of meerderjarig is verklaard; ouder: ouder(
- s)met gezag, adoptiefouder, stiefouder of anderen die de jeugdige als behorend tot hun gezin verzorgen en opvoeden; wettelijke vertegenwoordiger: de ouder(
- s)die het gezag uitoefen(t)en over de minderjarige, de voogd, de mentor of curator van personen vanaf 18 jaar die niet in staat zijn tot een redelijke waardering van hun belangen ter zake; dossier: de verzameling geautomatiseerde gegevens met betrekking tot een melding van huiselijk geweld of kindermishandeling of een vermoeden daarvan die in de registratie van Veilig Thuis zijn opgenomen; huiselijk geweld: lichamelijk, geestelijk of seksueel geweld of bedreiging daarmee door iemand uit de huiselijke kring; kindermishandeling: elke vorm van voor een minderjarige bedreigende of gewelddadige interactie van fysieke, psychische of seksuele aard, die de ouders of andere personen ten opzichte van wie de minderjarige in een relatie van afhankelijkheid of van vrijheid staat, actief of passief opdringen, waardoor ernstige schade wordt berokkend of dreigt te worden berokkend aan de minderjarige in de vorm van fysiek of psychisch letsel; verwerking van persoonsgegevens: alle handelingen die Veilig Thuis kan uitvoeren met persoonsgegevens. Hierbij kan het gaan om het verzamelen, vastleggen, ordenen, structureren, opslaan, bijwerken of wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, doorzenden, verspreiden, beschikbaar stellen, samenbrengen, met elkaar in verband brengen, afschermen, wissen of vernietigen van gegevens; verwerkingsverantwoordelijke: de organisatie die als verantwoordelijke het doel van en de middelen voor de verwerking van persoonsgegevens vaststelt; verwerker: een verwerker is een persoon/organisatie die geen deel uitmaakt van de organisatie van Veilig Thuis, maar wel in ‘opdracht’ van Veilig Thuis persoonsgegevens verwerkt, bijvoorbeeld de salarisadministratie voor Veilig Thuis uitvoert; gegevensverstrekking: het bekend maken of ter beschikking stellen van persoonsgegevens; toestemming: elke vrije, specifieke, geïnformeerde en ondubbelzinnige wilsuiting waarmee de (direct)betrokkene duidelijk verklaart akkoord te gaan met de verwerking van zijn of haar persoonsgegevens; persoonlijke werkaantekeningen: die gegevens, die naar hun aard niet bedoeld zijn om onder andere ogen dan die van de medewerker zelf te komen; vertrouwenspersoon: een door de gemeente aanwezen persoon die onafhankelijk de jeugdigen of volwassenen op hun verzoek ondersteunt in aangelegenheden die samenhangen met de wettelijke taken en verantwoordelijkheden van Veilig Thuis en die werkzaam is bij een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid; verwijsindex: Verwijsindex risicojongeren als bedoeld in paragraaf 7.1. van de Jeugdwet; burgerservicenummer: burgerservicenummer als bedoeld in artikel 1 van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer; advies: een op de behoefte van de adviesvrager afgestemde set van aanwijzingen, raadgevingen en tips met als doel de adviesvrager in staat te stellen zelf verder te kunnen handelen in situaties van huiselijk geweld of kindermishandeling of bij een vermoeden daarvan; melding: het kenbaar maken aan Veilig Thuis van een situatie of vermoeden van huiselijk geweld of kindermishandeling met vermelding van de persoonsgegevens van de betrokkene(n); veiligheidsbeoordeling: besluitvorming door Veilig Thuis over de vervolgstappen die naar aanleiding van de melding gezet worden en over de vraag aan welke professional of instelling de verantwoordelijkheid voor de verdere aanpak van de melding wordt toebedeeld; monitoren: nagaan of aan de veiligheidsvoorwaarden wordt voldaan, of directe en stabiele veiligheid wordt hersteld en of gewerkt wordt aan herstel van schade als gevolg van huiselijk geweld of kindermishandeling; huiselijke kring: familielid, huisgenoot, (voormalig) echtgenoot of mantelzorger; zicht op veiligheid: de situatie waarin Veilig Thuis aan de volgende voorwaarden voldoet: er is een actueel beeld van de veiligheid van alle leden van gezinnen en huishoudens; de veiligheid wordt ingeschat aan de hand van een gestandaardiseerd (risicotaxatie-) instrument; de veiligheid wordt beoordeeld in een multidisciplinair overleg. Artikel 2 Reikwijdte van het reglement Dit reglement is van toepassing op de geheel of gedeeltelijk geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens, alsmede de niet-geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens die in een dossier zijn opgenomen of die bestemd zijn om daarin te worden opgenomen en die verband houden met de taken van Veilig Thuis. Artikel 3 Taken van Veilig Thuis 1. Veilig Thuis heeft op grond van de Wmo 2015 en daarbij behorende besluiten, voor zover van belang voor de verwerking van persoonsgegevens, de volgende wettelijke taken: het fungeren als meldpunt voor gevallen of vermoedens van huiselijk geweld of kindermishandeling; het naar aanleiding van een melding onderzoeken of daadwerkelijk sprake is van huiselijk geweld of kindermishandeling; het beoordelen van de vraag of - en zo ja tot welke stappen de melding aanleiding geeft; het in kennis stellen van een instantie die passende professionele hulp kan verlenen, van de melding, indien het belang van de betrokkene of de ernst van de situatie daartoe aanleiding geeft; het in kennis stellen van de politie of de RvdK van een melding van (een vermoeden van) huiselijk geweld of kindermishandeling indien het belang van de betrokkene of de ernst van het feit daar aanleiding toe geeft; indien Veilig Thuis een verzoek tot onderzoek doet bij de RvdK, het in kennis stellen van het college van burgemeester en wethouders; het op de hoogte stellen van de melder van de stappen die naar aanleiding van zijn melding zijn ondernomen. het geven van advies en zo nodig het bieden van ondersteuning aan ieder die in verband met een vermoeden van huiselijk geweld of kindermishandeling om dit advies vraagt. 2. Onderdeel van de wettelijke taken van Veilig Thuis is het uitvoeren van een radarfunctie waaronder monitoren. 3. Veilig Thuis kan in overleg treden met de politie of de hulpofficier van justitie voor overleg over de mogelijkheden van het opleggen van een tijdelijk huisverbod of het (deels) uitvoeren hiervan. 4. Veilig Thuis kan, via de officier van justitie, het initiatief nemen om een beschermingsmaatregel voor een volwassene aan te vragen bij de kantonrechter. 5. Gemeenten en Veilig Thuis kunnen overeenkomen dat Veilig Thuis andere - niet wettelijke taken - in de sfeer van huiselijk geweld en kindermishandeling uitvoert. Artikel 4 Toegang tot het dossier Directe toegang tot het dossier hebben alleen die personen die behoren tot de organisatie van Veilig Thuis die belast zijn met het uitvoeren van Veilig Thuis-taken of degene met wie Veilig Thuis een verwerkersovereenkomst heeft afgesloten en uitsluitend voor zover noodzakelijk voor de uitvoering van hun taak. Anderen dan zojuist genoemde personen hebben slechts toegang indien een wettelijk voorschrift Veilig Thuis verplicht tot het verlenen van toegang. Artikel 5 Algemene informatie voor de betrokkene over gegevensverwerking Zo spoedig mogelijk na de eerste betrokkenheid van Veilig Thuis worden betrokkenen, waaronder degene die advies vraagt en degene die een melding doet, gewezen op beschikbare bronnen waarin te vinden is hoe Veilig Thuis met persoonsgegevens omgaat en wat hun rechten zijn. Daarnaast worden betrokkenen gewezen op informatie over de organisatie en op de klachtenregeling en krijgen ze uitleg over de wijze waarop Veilig Thuis de taak waarmee betrokkenen te maken krijgen, uitvoert. Hoofdstuk 2 Doel en voorwaarden van de verwerking van persoonsgegevens Artikel 6 Doel van de verwerking van persoonsgegevens Het doel van de verwerking van persoonsgegevens is: het mogelijk maken van de uitvoering van de taken zoals genoemd in artikel 4.1.1 Wmo 2015; het voldoen aan wettelijke verplichtingen in het kader van de uitvoering van de taken zoals genoemd in artikel 4.1.1. Wmo 2015 en verder toegelicht in artikel 3 van dit reglement; het vastleggen van gegevens met het oog op het ontwikkelen van beleid, ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek en advisering; het vastleggen van gegevens die nodig zijn voor een verantwoorde bedrijfsvoering van Veilig Thuis, alsmede het voldoen aan wettelijke verplichtingen die samenhangen met contractvoorwaarden van de gemeente en de toezichthoudende taak van de Inspectie Gezondheidzorg en Jeugd; het mogelijk maken van het wettelijk klachtrecht dat betrokkenen hebben. Artikel 7 Voorwaarden voor een rechtmatige verwerking 1. Persoonsgegevens worden in overeenstemming met AVG, Uitvoeringswet AVG en (uitvoeringsbesluit en -regeling) Wmo 2015 en bijbehorende regelingen op behoorlijke en zorgvuldige wijze verwerkt. 2. Persoonsgegevens worden voor de in artikel 6 van dit reglement genoemde doeleinden verzameld en worden niet verder verwerkt op een wijze die onverenigbaar is met de doeleinden waarvoor ze zijn verkregen. 3. Persoonsgegevens worden slechts verwerkt voor zover zij toereikend, ter zake dienend en niet bovenmatig zijn. 4. In het dossier en rapportages worden de van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aangevoerd. De weergegeven verklaringen van derden worden geverifieerd en er wordt zoveel mogelijk verwezen naar bronnen. Persoonsgegevens moeten juist zijn en zo nodig worden geactualiseerd. Tevens dient Veilig Thuis alle redelijke maatregelen te nemen om persoonsgegevens die onjuist zijn, onverwijld te wissen of te rectificeren. 5. Veilig Thuis neemt passende maatregelen om persoonsgegevens te beveiligen en waarborgt dat directbetrokkenen hun rechten kunnen uitoefenen. Artikel 8 Grondslag voor de verwerking van persoonsgegevens 1. Artikel 6 van de AVG bepaalt zes grondslagen waarop algemene persoonsgegevens mogen worden verwerkt, te weten indien: de betrokkene voor de verwerking van de hem betreffende gegevens zijn toestemming heeft verleend; de gegevensverwerking noodzakelijk is voor de uitvoering van een overeenkomst waar de directbetrokkene bij betrokken is; de gegevensverwerking noodzakelijk is om te voldoen aan een wettelijke verplichting waaraan de Veilig Thuis onderworpen is; de gegevensverwerking noodzakelijk is ter bescherming van een vitaal belang van de betrokkene; de gegevensverwerking noodzakelijk is voor de vervulling van een taak van algemeen belang of van een taak in het kader van de uitoefening van het openbaar gezag dat aan Veilig Thuis is opgedragen, of de gegevensverwerking noodzakelijk is voor de behartiging van een gerechtvaardigd belang van Veilig Thuis of van een derde aan wie de gegevens worden verstrekt, tenzij het belang van de betrokkene op bescherming van de persoonlijke levenssfeer prevaleert. 2. Veilig Thuis kan zonder toestemming van de cliënt persoonsgegevens verwerken, indien dit noodzakelijk is voor de uitoefening van de taken genoemd in artikel 4.1.1 Wmo 2015 en nader toegelicht in artikel 3 van dit reglement en de informatieverstrekking vanuit Veilig Thuis plaatsvindt aan de in dit artikel genoemde ketenpartners ten behoeve van de genoemde doeleinden. 3. Veilig Thuis kan ten behoeve van de veiligheidsbeoordeling en indien zij dat voor een beoordeling van de melding relevant acht, de informatie uit de melding aanvullen met informatie uit de volgende bronnen: Veilig Thuis kan bij ketenpartners nagaan óf de directbetrokkenen (de zogenaamde ‘dat’informatie) bij hen bekend zijn. Veilig Thuis kan inhoudelijke informatie (de zogenaamde ‘wat’-informatie) ophalen bij de volgende bronnen: de eigen systemen van Veilig Thuis; andere Veilig Thuis-organisaties; de Basisregistratie Personen (BRP); het Centraal Gezagsregister; de RvdK; de directbetrokkenen zelf, voogd of curator; de politie indien: dit voor inschatting van de veiligheid bij het leggen van het eerste contact noodzakelijk wordt geacht; op basis van de melding duidelijk is, of door Veilig Thuis de inschatting wordt gemaakt, dat mogelijk ook strafrechtelijk onderzoek wordt gedaan. Artikel 9 Verwerking persoonsgegevens van gevoelige aard 1. Veilig Thuis is op grond van de wet bevoegd om bijzondere categorieën van persoonsgegevens en andere persoonsgegevens van gevoelige aard te verwerken voor zover dat noodzakelijk en proportioneel is voor de uitoefening van de wettelijke taken. 2. Veilig Thuis gebruikt het BSN van een betrokkene met het doel te waarborgen dat de in het kader van de uitvoering van Wmo 2015 de daarop rustende bepalingen te verwerken persoonsgegevens op betrokkene betrekking hebben. 3. Op het verwerken van persoonsgegevens van gevoelige aard is artikel 7 van dit reglement van overeenkomstige toepassing. Artikel 10 Verwerking van persoonsgegevens met gebruik van audio- of visuele hulpmiddelen 1. Verwerking van persoonsgegevens door Veilig Thuis in het kader van uitvoering van de taken als bedoeld in artikel 3 met gebruik van audio- of visuele hulpmiddelen vindt alleen plaats indien betrokkene hiervoor toestemming heeft verleend. 2. Het maken van een geluidsopname van een gesprek door de betrokken zelf geschiedt in overleg met Veilig Thuis. Alleen wanneer de privacy van de overige deelnemers aan het gesprek gewaarborgd is, kan een geluidsopname van een gesprek worden toegestaan. Dergelijke opnames mogen alleen worden gebruikt als geheugensteun voor betrokkene zelf en niet worden gedeeld met anderen of worden gebruikt in procedures. 3. Het maken van beeldopnamen van een gesprek is niet toegestaan, tenzij hiervoor toestemming van de betrokken gespreksdeelnemers is. Aan het maken van beeldopname kunnen aanvullende voorwaarden worden gesteld. Artikel 11 Informatieverstrekking 1. Als door Veilig Thuis persoonsgegevens worden verkregen bij anderen dan degene die het betreft, brengt Veilig Thuis de betrokkenen zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval binnen vier weken na het moment van vastlegging van de hem betreffende gegevens, op de hoogte. 2. Indien de betrokkene jonger is dan 12 jaar, wordt de informatie als bedoeld in het eerste lid aan de wettelijk vertegenwoordiger verstrekt. Indien de betrokkene al wel twaalf maar nog geen 16 jaar oud is, wordt de informatie als bedoeld in het eerste lid in beginsel zowel aan de betrokkene als de wettelijk vertegenwoordiger verstrekt. Veelal zullen in eerste instantie de ouders met gezag/voogd de gesprekspartners zijn. Indien betrokkenen de leeftijd van twaalf jaar heeft bereikt en niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake, wordt de informatie aan de wettelijk vertegenwoordiger verstrekt. 3. De in het eerste lid genoemde termijn kan telkens met ten hoogste twee weken worden verlengd, voor zover dit noodzakelijk is voor de uitoefening van de taken van Veilig Thuis als bedoeld in artikel 3 lid 1 sub b t/m h van het reglement en dit noodzakelijk kan worden geacht om een situatie van huiselijk geweld of kindermishandeling te beëindigen of een redelijk vermoeden daarvan te onderzoeken. 4. Veilig Thuis verstrekt hierbij aan de betrokkene inlichtingen over de herkomst van de persoonsgegevens, tenzij sprake is van een situatie als bedoeld in lid 5 of 6. 5. Veilig Thuis verstrekt geen inlichtingen over de identiteit van een melder of informant die anders dan als bedoeld in lid 6 niet beroepsmatig informatie heeft verstrekt, tenzij de melder of informant hiervoor uitdrukkelijk zijn toestemming heeft gegeven. 6. Veilig Thuis verstrekt geen inlichtingen over de herkomst van persoonsgegevens die het naar aanleiding van een melding heeft verkregen indien een persoon die in een beroepsmatige, hulpverlenende of pedagogische relatie tot het slachtoffer of het vermoedelijke slachtoffer of zijn huiselijke kring staat, de persoonsgegevens naar aanleiding van een melding heeft verstrekt en het verstrekken van die inlichtingen: een bedreiging vormt of kan vormen voor het slachtoffer of het vermoedelijke slachtoffer of zijn huiselijke kring; een bedreiging vormt of kan vormen voor de melder, of medewerkers van de melder, of leidt of kan leiden tot een ernstige verstoring van de vertrouwensrelatie met de huiselijke kring waartoe het slachtoffer of het vermoedelijke slachtoffer behoort. 7. In afwijking van artikel 13 en 14 van dit reglement kan Veilig Thuis de mededeling aan degene die het betreft dat ten aanzien van hem persoonsgegevens worden verwerkt achterwege laten, voor zover dit noodzakelijk kan worden geacht om een situatie van huiselijk geweld kindermishandeling te beëindigen of een redelijk vermoeden van kindermishandeling te onderzoeken. 8. Veilig Thuis kan, zonder toestemming van de betrokkene, de melder op de hoogte brengen van de stappen die naar aanleiding van de melding zijn gedaan. De inhoud van deze informatie is afhankelijk van de aard van de melder. Artikel 12 Verwerkingsverantwoordelijke 1. Veilig Thuis is de verwerkingsverantwoordelijk zoals bedoeld in artikel 4 AVG als het gaat om de uitvoering van de (wettelijke) taken van Veilig Thuis. 2. Veilig Thuis ziet toe op de naleving van alle wettelijke verplichtingen en de bepalingen in dit reglement met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene. 3. Veilig Thuis treft voorzieningen ter bevordering van de juistheid en volledigheid van de persoonsgegevens die ten behoeve van de taken als bedoeld in artikel 3 van dit reglement worden verwerkt. 4. Veilig Thuis ziet erop toe dat ten aanzien van de beveiliging van de persoonsgegevens van betrokkene die worden vastgelegd in het bestand passende technische en organisatorische maatregelen worden genomen. Hoofdstuk 3 Inzage, afschrift, correctie, gegevensbeperking en verzet Artikel 13 Inzage en afschrift aan de directbetrokkene 1. Veilig Thuis verstrekt aan de directbetrokkene desgevraagd zo spoedig mogelijk en in ieder geval binnen één maand na ontvangst van een (mondeling of schriftelijk) verzoek, inzage in en afschrift van bescheiden die betrekking hebben op betrokkene. Bij complexe of meerdere verzoeken kan de termijn met twee maanden worden verlengd. De mededeling aan betrokkene dat de termijn wordt verlengd dient tijdig (dus binnen voormelde termijn) te worden gedaan. Inzage in of afschrift van relevante stukken uit het dossier kan (gedeeltelijk) worden geweigerd voor zover de persoonlijke levenssfeer van een ander, waaronder die van de jeugdige zelf, daardoor zou worden geschaad. 2. Inlichtingen, inzage in of afschrift van de bescheiden wordt aan de betrokkene geweigerd, indien deze: jonger is dan 12 jaar, of de leeftijd van 12 jaar heeft bereikt en niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake. 3. Is de directbetrokkene jonger dan 16 jaar, of 16 jaar of ouder maar niet in staat tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake, dan worden aan de wettelijke vertegenwoordiger inlichtingen dan wel inzage in of afschrift van de bescheiden verstrekt, tenzij het belang van directbetrokkene zich daartegen verzet. 4. Is de directbetrokkene 18 jaar of ouder maar niet in staat tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake, dan worden aan de schriftelijke gemachtigde van de directbetrokkene inlichtingen dan wel inzage in of afschrift uit het dossier verstrekt, tenzij het belang van de directbetrokkene zich daartegen verzet. Indien ten aanzien van de directbetrokkene van 18 jaar of ouder een gemachtigde ontbreekt, dan gelden de verplichtingen in dit reglement in beginsel jegens de echtgenoot, de geregistreerde partner of ander levensgezel van de betrokkene, tenzij deze persoon daar bezwaar tegen heeft sprake is van een situatie als bedoeld in lid 5 van dit artikel. Is er geen sprake van een echtgenoot, geregistreerde partner of ander levensgezel? Dan gelden de verplichtingen in dit reglement jegens een ouder, kind, broer of zus van de jeugdige boven de 18 jaar, tenzij deze personen dat eveneens niet wensen. 5. Inlichtingen over, inzage in of afschrift van de bescheiden kan worden geweigerd, voor zover de persoonlijke levenssfeer van een ander dan betrokkene daardoor zou worden geschaad dan wel dit noodzakelijk is voor de uitoefening van de wettelijk taken van Veilig Thuis of om een situatie van huiselijk geweld of kindermishandeling te beëindigen dan wel een redelijk vermoeden daarvan te onderzoeken. 6. Informatie over een anonieme melder of informant en informatie waardoor de identiteit van de melder of informant bekend zou kunnen worden, is niet ter inzage. 7. De in het dossier aanwezige originele bescheiden blijven in het bezit van Veilig Thuis. 8. Persoonlijke werkaantekeningen en rapporten die nog in bewerking zijn, zijn niet ter inzage. 9. Indien een directbetrokkene als bedoeld in het eerste lid een verzoek doet op grond van lid 1, kan gevraagd worden of hij zich kan legitimeren. Artikel 14 Kennisneming door een betrokkene niet zijnde de directbetrokkene 1. Indien in het dossier persoonsgegevens worden verwerkt van een ander dan de directbetrokkene, dan deelt Veilig Thuis aan die ander desgevraagd mede dat hem betreffende persoonsgegevens worden verwerkt in het dossier. Hiervan wordt alleen afgeweken als de geheimhoudingsplicht dat vereist. 2. Indien de betrokkene als bedoeld in het eerste lid een verzoek doet op grond van lid 1, dient hij de naam te noemen van degene op wiens naam het dossier geregistreerd staat, en dient hij zich te legitimeren. Artikel 15 Recht op correctie en toevoegen eigen verklaring 1. De betrokkene aan wie inzage is verleend dan wel mededeling is gedaan omtrent zijn persoonsgegevens, kan Veilig Thuis schriftelijk verzoeken de hem betreffende persoonsgegevens te verbeteren, aan te vullen, te verwijderen of af te schermen indien deze feitelijk onjuist zijn, voor het doel of de doeleinden van de verwerking onvolledig of niet ter zake dienend zijn dan wel anderszins in strijd met een wettelijk voorschrift worden verwerkt. Het verzoek bevat de aan te brengen wijzigingen. 2. Het verzoek bedoeld in lid 1 wordt gedaan door: de wettelijk vertegenwoordiger indien de betrokkene jonger is dan 12 jaar; de wettelijk vertegenwoordiger en/of de betrokkene indien de betrokkene jonger is dan 16 jaar; de betrokkene van 16 jaar of ouder; indien betrokkene jonger is dan 16 jaar, of de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt en niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake, door de wettelijke vertegenwoordiger, tenzij het belang van betrokkene zich daartegen verzet; Is de directbetrokkene 18 jaar of ouder maar niet in staat tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake? Dan worden aan de schriftelijke gemachtigde van de directbetrokkene inlichtingen dan wel inzage in of afschrift uit het dossier verstrekt, tenzij het belang van de directbetrokkene zich daartegen verzet. Indien ten aanzien van de directbetrokkene van 18 jaar of ouder een gemachtigde ontbreekt, dan gelden de verplichtingen in dit reglement in beginsel jegens de echtgenoot, de geregistreerde partner of ander levensgezel van de betrokkene, tenzij deze persoon daar bezwaar tegen heeft. Is er geen sprake van een echtgenoot, geregistreerde partner of ander levensgezel? Dan gelden de verplichtingen in dit reglement jegens een ouder, kind, broer of zus van de jeugdige boven de 18 jaar, tenzij deze personen dat eveneens niet wensen. 3. Veilig Thuis bericht de verzoeker binnen één maand na ontvangst van het verzoek schriftelijk of dan wel in hoeverre hij aan het verzoek voldoet. Bij complexe of meerdere verzoeken kan de termijn met twee maanden worden verlengd. De mededeling aan verzoeker dat de termijn wordt verlengd dient binnen een maand nadat het verzoek is ingediend te worden gedaan. Bij (een gedeeltelijke) afwijzing van een verzoek om rectificatie of verwijdering van gegevens, motiveert Veilig Thuis de reden van de afwijzing. 4. Bij rectificatie van persoonsgegevens stelt Veilig Thuis degene die deze persoonsgegevens heeft ontvangen hiervan in kennis, tenzij dit onmogelijk is of onevenredig veel inspanning vergt. 5. Is de betrokkene het niet eens met gegevens die over hem in het dossier zijn opgenomen, dan kan hij Veilig Thuis verzoeken om een eigen verklaring hierover aan het dossier toe te voegen. Artikel 16 Recht op beperking van de verwerking 1. Een (direct)betrokkene heeft het recht Veilig Thuis te verzoeken om verwerking van persoonsgegevens te beperken. Dit verzoek kan worden toegewezen indien: de juistheid van de persoonsgegevens wordt betwist door de betrokkene, gedurende een periode die Veilig Thuis in staat stelt de juistheid van de persoonsgegevens te controleren; de verwerking onrechtmatig is en de betrokkene zich verzet tegen het wissen van de persoonsgegevens en in plaats daarvan verzoekt om beperking van het gebruik daarvan; Veilig Thuis de persoonsgegevens niet meer nodig heeft voor het doel waarvoor de persoonsgegevens zijn verzameld, maar de betrokkene deze nodig heeft voor het instellen/uitoefenen of de onderbouwing van een rechtsvordering; de betrokkene in afwachting is van een uitspraak van de rechtbank bij een ingevolge artikel 23 van dit reglement ingediend verzoek bij de rechtbank. 2. Veilig Thuis bericht de betrokkene zo spoedig mogelijk en in ieder geval uiterlijk binnen één maand na ontvangst van het verzoek schriftelijk of Veilig Thuis aan het verzoek om gegevensbeperking voldoet. Bij complexe of meerdere verzoeken kan de termijn met twee maanden worden verlengd. De mededeling aan verzoeker dat de termijn wordt verlengd dient binnen een maand nadat het verzoek is ingediend te worden gedaan. Bij (een gedeeltelijke) afwijzing van een verzoek om rectificatie, motiveert de Veilig Thuis de reden van de afwijzing. 3. Indien Veilig Thuis de beperking opheft, stelt zij de betrokkene hierover vooraf in kennis. Artikel 17 Recht van bezwaar 1. De (direct)betrokkene heeft het recht om vanwege met zijn specifieke situatie verband houdende redenen bezwaar te maken tegen de verwerking van persoonsgegevens die over hem gaan. Dit recht komt een betrokkene alleen toe: als het gaat om persoonsgegevens die Veilig Thuis verwerkt die noodzakelijk zijn voor de vervulling van een taak van algemeen belang of van een taak in het kader van de uitoefening van het openbaar gezag. er geen voor Veilig Thuis dwingende gerechtvaardigde gronden zijn bij verwerking van persoonsgegevens die zwaarder wegen dan de belangen, rechten en vrijheden van de betrokkene. 2. Veilig Thuis beoordeelt zo spoedig mogelijk en in ieder geval binnen één maand na ontvangst van het bezwaar of het bezwaar gerechtvaardigd is. Bij complexe of meerdere verzoeken kan de termijn met twee maanden worden verlengd. De mededeling aan de (direct)betrokkene dat de termijn wordt verlengd dient binnen een maand nadat het verzoek is ingediend te worden gedaan. Indien het bezwaar gerechtvaardigd is, beëindigt Veilig Thuis onmiddellijk de verwerking, tenzij er sprake is van dwingende gerechtvaardigde gronden voor de verwerking die zwaarder wegen dan de belangen, vrijheden en rechten van de betrokkene of die verband houden met de instelling, uitoefening of onderbouwing van een rechtsvordering. Artikel 18 Kosten van uitoefenen rechten 1. Voor het verstrekken van informatie over de persoonsgegevens die over iemand worden verwerkt, het verstrekken van een kopie van de persoonsgegevens die worden verwerkt, verzoeken om gegevensbeperking en wijzigen of vernietigen van persoonsgegevens worden geen kosten in rekening gebracht. 2. Wanneer verzoeken van een betrokkene kennelijk ongegrond of buitensporig zijn of bij herhaling worden gedaan, of indien een betrokkene om bijkomende kopieën van de persoonsgegevens die over hem worden verwerkt verzoekt, kan Veilig Thuis op basis van de administratieve kosten een redelijke vergoeding in rekening brengen. 3. Indien Veilig Thuis een vergoeding voor inzage in rekening heeft gebracht, en conform artikel 15 van dit reglement op verzoek van de betrokkene tot verbetering, aanvulling, verwijdering of afscherming is overgegaan, dient dit bedrag te worden teruggegeven aan betrokkene. Hoofdstuk 4 Derdenverstrekking Artikel 19 Derdenverstrekking 1. Veilig Thuis verstrekt alleen met toestemming van de betrokkene inlichtingen over de betrokkene, dan wel afschrift van de bescheiden aan anderen, tenzij bij of krachtens de wet anders is bepaald. Verstrekking mag verder alleen plaatsvinden voor zover hierbij de persoonlijke levenssfeer van een ander daarbij niet wordt geschaad. 2. Indien de betrokkene minderjarig is, is in plaats van diens toestemming de toestemming van zijn wettelijke vertegenwoordiger vereist, indien hij: jonger is dan 12 jaar of de leeftijd van 12 jaar heeft bereikt en niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake. 3. Is de directbetrokkene 18 jaar of ouder maar niet in staat tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake, dan worden aan de schriftelijke gemachtigde van de directbetrokkene inlichtingen dan wel inzage in of afschrift uit het dossier verstrekt, tenzij het belang van de directbetrokkene zich daartegen verzet. Indien ten aanzien van de directbetrokkene van 18 jaar of ouder een gemachtigde ontbreekt, dan gelden in beginsel de verplichtingen in dit reglement jegens de echtgenoot, de geregistreerde partner of ander levensgezel van de betrokkene, tenzij deze persoon daar bezwaar tegen heeft. Is er geen sprake van een echtgenoot, geregistreerde partner of ander levensgezel, dan gelden de verplichtingen in dit reglement jegens een ouder, kind, broer of zus van de jeugdige boven de 18 jaar, tenzij deze personen dat eveneens niet wensen. 4. Veilig Thuis kan bij de uitvoering van haar taken zonder toestemming van de betrokkene informatie over de betrokkene verstrekken indien dat noodzakelijk is voor de uitvoering van de taken van Veilig Thuis als omschreven in artikel 3 van dit reglement: aan de RvdK en politie, indien het belang van de betrokkene dan wel de ernst van de situatie waarop de melding betrekking heeft daartoe aanleiding geeft; aan een instantie die passende professionele hulp kan verlenen bij huiselijk geweld of kindermishandeling, van een melding van huiselijk geweld of kindermishandeling of een vermoeden daarvan, indien het belang van de betrokkene dan wel de ernst van de situatie waarop de melding betrekking heeft daartoe aanleiding geeft; aan het college, indien Veilig Thuis een verzoek tot onderzoek bij de RvdK doet. De informatieverstrekking is in dat geval beperkt tot het in kennis stellen van het college dat de RvdK verzocht is onderzoek te doen; aan de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd in geval van een calamiteit; aan de klachtencommissie of tuchtcollege in het geval de betrokkene of een ander daar een klacht heeft ingediend; aan de rechter bij gerechtelijke procedures waar Veilig Thuis bij is betrokken. 5. Zonder toestemming van de betrokkene kan een jeugdige worden gemeld aan de verwijsindex indien wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 7.1.4.1 Jeugdwet. 6. Het in afwijking van de voorgaande leden verstrekken van inlichtingen over de betrokkene aan anderen dan de betrokkene, is uitsluitend toegestaan in een situatie van conflict van plichten. 7. Met inachtneming van de bepalingen uit dit reglement, verschaft Veilig Thuis aan de vertrouwenspersoon als bedoeld in artikel 1.1 Wmo 2015 en artikel 1 van dit reglement van de betrokkene alle inlichtingen en toont Veilig Thuis alle bescheiden die deze voor een juiste uitoefening van zijn taak nodig heeft. Artikel 20 Gegevensverstrekking ten behoeve van statistiek of wetenschappelijk onderzoek 1. Zonder toestemming van de betrokkene kunnen ten behoeve van statistiek of wetenschappelijk onderzoek op het gebied van de volksgezondheid, opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen, kinderbescherming of jeugdreclassering aan een ander desgevraagd inlichtingen over de betrokkene of inzage in het dossier worden verstrekt indien: het vragen van toestemming in redelijkheid niet mogelijk is en met betrekking tot de uitvoering van het onderzoek is voorzien in zodanige waarborgen, dat de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene niet onevenredig wordt geschaad, of het vragen van toestemming, gelet op de aard en het doel van het onderzoek, in redelijkheid niet kan worden verlangd en de gegevens in zodanige vorm worden verstrekt dat herleiding tot individuele natuurlijke personen redelijkerwijs wordt voorkomen. 2. Verstrekking overeenkomstig het eerste lid is slechts mogelijk indien: het onderzoek een algemeen belang dient, het onderzoek niet zonder de desbetreffende gegevens kan worden uitgevoerd, en voor zover de betrokkene tegen een verstrekking niet uitdrukkelijk bezwaar heeft gemaakt. 3. Bij een verstrekking overeenkomstig het eerste lid wordt daarvan aantekening gehouden in het dossier. Artikel 21 Gegevensverstrekking ten behoeve van de beleidsinformatie 1. Veilig Thuis verstrekt kosteloos, conform de wettelijke bepalingen, gegevens aan Onze Ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Veiligheid en Justitie, om een zorgvuldig en samenhangend jeugdbeleid te kunnen voeren zodat de stelselverantwoordelijkheid kan worden gewaarborgd. 2. Veilig Thuis verstrekt conform de wettelijke bepalingen, kosteloos gegevens aan het college van burgemeester en wethouders ten behoeve van de totstandbrenging van een doelmatig, doeltreffend en samenhangend gemeentelijk beleid ten aanzien van preventie, jeugdhulp, de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering en Veilig Thuis, ten behoeve van de verwerking, bedoeld in het eerste lid, en ten behoeve van de toegang. Hoofdstuk 5 Bewaartermijnen en vernietiging Artikel 22 Bewaren van persoonsgegevens 1. Na beëindiging van de bemoeienis van Veilig Thuis wordt het dossier ondergebracht in het (digitale) archief van Veilig Thuis. Op de verwerking van persoonsgegevens die zijn ondergebracht in het archief, is het bepaalde in dit privacyreglement onverkort van toepassing. 2. Veilig Thuis bewaart het dossier van een betrokkene dat is aangelegd naar aanleiding van een melding gedurende twintig jaar, te rekenen vanaf het tijdstip waarop de bemoeienis is afgesloten. 3. Voor zover aannemelijk kan worden gemaakt dat het bewaren redelijkerwijs in verband met een zorgvuldige uitvoering van de wettelijke taken van Veilig Thuis noodzakelijk is, kan de bewaartermijn worden verlengd. 4. Veilig Thuis vernietigt het dossier na afloop van de in het tweede en derde lid genoemde termijn. Het dossier wordt zonder kennisgeving hiervan aan de betrokkene op wie het dossier betrekking heeft, vernietigd. 5. Inzake de verplichtingen die ingevolge de Archiefwet 1995 en de artikelen 55 en 56 Wet op de jeugdzorg tot 1 januari 2015 rustten op de stichting Bureau Jeugdzorg is artikel 12.3 Jeugdwet van toepassing. Artikel 23 Vernietiging van persoonsgegevens op verzoek 1. Veilig Thuis vernietigt conform het bepaalde in artikel 5.3.5 Wmo 2015 de door haar bewaarde bescheiden binnen drie maanden na een daartoe strekkend schriftelijk verzoek van degene op wie de bescheiden betrekking hebben. Bij (een gedeeltelijke) afwijzing van een verzoek om vernietiging, motiveert Veilig Thuis de reden van de afwijzing. 2. Het eerste lid geldt niet voor zover het verzoek bescheiden betreft waarvan redelijkerwijs aannemelijk is dat de bewaring van aanmerkelijk belang is voor een ander dan de verzoeker, alsmede voor zover het bepaalde bij of krachtens de wet zich tegen vernietiging verzet. 3. Een verzoek om vernietiging van de bescheiden wordt in ieder geval ingewilligd indien door de uitkomst van het onderzoek door Veilig Thuis de inhoud van de melding is weerlegd. 4. Het verzoek van een betrokkene zoals bedoeld in het eerste lid, wordt niet ingewilligd indien deze betrokkene jonger is dan 12 jaar of de leeftijd van 12 jaar heeft bereikt en niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake. 5. In de gevallen bedoeld in het vierde lid, kan het verzoek ten aanzien van een (direct)betrokkene door een wettelijk vertegenwoordiger worden gedaan. Indien de (direct)betrokkene meerderjarig is en niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake, kan het verzoek worden gedaan door de wettelijke vertegenwoordiger of de schriftelijke gemachtigde van deze directbetrokkene. Indien ten aanzien van de (direct)betrokkene een gemachtigde ontbreekt, kan het verzoek worden gedaan door de echtgenoot, de geregistreerde partner of ander levensgezel van de betrokkene, tenzij deze persoon dat niet wenst of ontbreekt in welke geval het verzoek kan worden gedaan door een ouder, kind, broer of zus van de jeugdige, tenzij deze persoon dat niet wenst. Hoofdstuk 6 Slotbepalingen Artikel 24 Klachten en rechtsbescherming 1. Indien een (direct)betrokkene het niet eens is met een beslissing van Veilig Thuis op een verzoek om inzage in het dossier, afschrift of vernietiging, correctie, aanvulling of beperking van persoonsgegevens, dan kan de betrokken op grond van artikel 35 UAVG binnen zes weken na de beslissing van Veilig Thuis een verzoek bij de burgerlijke rechter indienen om hierover een beslissing te nemen. Is Veilig Thuis onderdeel van een gemeenschappelijke regeling of ander openbaar lichaam, dan kan Veilig Thuis als een bestuursorgaan worden aangemerkt. In dat geval kan de betrokkene op grond van artikel 34 UAVG tegen de beslissing bezwaar maken bij het bestuursorgaan. 2. Indien de (direct)betrokkene klachten heeft over de wijze waarop hij is bejegend in verband met bepalingen van dit reglement kan hij zich wenden tot de (onafhankelijke) klachtencommissie van Veilig Thuis en/of een andere door Veilig Thuis hiervoor aangewezen functionaris of procedure. Daarnaast kan de betrokkene bij onvrede over de wijze waarop Veilig Thuis met zijn/haar persoonsgegevens is omgegaan contact opnemen met de Autoriteit Persoonsgegevens met een verzoek om te bemiddelen of te adviseren of een klacht in te dienen. Artikel 25 Citeertitel en inwerkingtreding 1. Dit reglement kan worden aangehaald als ‘Privacyreglement Veilig Thuis Gooi en Vechtstreek'. 2. Dit reglement treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. Vastgesteld in de vergadering van het dagelijks bestuur van de Regio Gooi en Vechtstreek op d.d. 18 juli 2024. M.Van der Lindensecretaris G. Van den Topvoorzitter Toelichting Voorwoord In dit privacyreglement staan de juridische kaders voor een zorgvuldige verwerking van persoonsgegevens door Veilig Thuis beschreven. Bij ieder artikel wordt een toelichting gegeven. Bij de inhoud van het privacyreglement is zoveel mogelijk aangesloten bij de terminologie, inhoud en gemaakte (beleids-)keuzes van het ‘Handelingsprotocol Veilig Thuis 2019’. Op de website van de verschillende Veilig Thuis-organisaties is ook informatie te vinden over de werkzaamheden en de verwerking van persoonsgegevens door Veilig Thuis. Let op! De (wettelijke) kaders die in het privacyreglement worden beschreven, moeten worden toegepast op concrete situaties. De omstandigheden van het geval bepalen vervolgens hoe de regels in die situatie toegepast worden. Dit vraagt om het maken van een professionele afweging. Of bijvoorbeeld bepaalde informatie noodzakelijk is, hangt dus af van de concrete situatie. Lijst met gebruikte afkortingen AMHK: Advies- en Meldpunt Huiselijk geweld Kindermishandeling AMvB: Algemene Maatregel van Bestuur AP: Autoriteit Persoonsgegevens AVG: Algemene verordening gegevensbescherming UAVG: Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming Awb: Algemene wet bestuursrecht BSN: Burgerservicenummer BW: Burgerlijk Wetboek EHRM: Europees Hof voor de Rechten van de Mens EVRM: Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens GGZ: Geestelijke gezondheidszorg HR: Hoge Raad Jw: Jeugdwet NIZW: Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn OM: Openbaar Ministerie RvdK: Raad voor de Kinderbescherming TI: Triage-instrument Wgbo: Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst Wmo2015: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 WvSr: Wetboek van Strafrecht WvSv: Wetboek van Strafvordering Inleiding werkzaamheden Veilig Thuis en omgang met persoonsgegevens Algemeen Veilig Thuis verzamelt bij het uitvoeren van de taken dagelijks diverse informatie over personen over wie een melding wordt gedaan, over wie zorgen zijn of die betrokken zijn bij (een vermoeden van) huiselijk geweld en/of kindermishandeling. Deze informatie kan afkomstig zijn van deze personen zelf, maar ook van anderen, zoals de politie, hulpverleners, particulieren of een sociaal wijkteam. Deze informatie bevat ‘persoonsgegevens’ zoals de naam van iemand, adres en welke problemen er zijn. Dit kunnen ook ‘gevoelige en bijzondere persoonsgegevens’ zijn, zoals het BSN, informatie over de gezondheid, seksuele geaardheid of strafrechtelijke gegevens. Veilig Thuis mag (bijzondere) persoonsgegevens verwerken van alle personen die betrokken zijn bij vermoedens van huiselijk geweld of kindermishandeling. Veilig Thuis mag dit doen zonder toestemming van de persoon over wie de informatie gaat. Maar dit mag alleen als Veilig Thuis een wettelijke taak uitvoert. Daarbij moet de verwerkte informatie noodzakelijk zijn om het doel te bereiken waarvoor deze informatie is of wordt verzameld. Dit houdt in dat uit een melding een reëel vermoeden van huiselijk geweld of kindermishandeling moet kunnen worden afgeleid. Op basis van de verzamelde informatie maakt Veilig Thuis onder andere een veiligheidsbeoordeling. Het doel van een veiligheidsbeoordeling is zicht krijgen op de veiligheid van alle personen binnen het gezin of huishouden en te beoordelen of er vervolgstappen nodig zijn en zo ja, welke. Dossier De informatie die Veilig Thuis verzamelt over kinderen en volwassenen wordt vastgelegd in een digitaal dossier. Het gaat hierbij om informatie die Veilig Thuis nodig heeft om de taken goed uit te kunnen voeren, zoals de melding, de veiligheidsbeoordeling, het onderzoek, de stappen die naar aanleiding van de melding zijn ondernomen, de afspraken die met de directbetrokkenen en met andere partners zijn gemaakt en besluiten die zijn genomen. Het doel van het dossier is het bieden van kwaliteit en continuïteit in de taakuitoefening van Veilig Thuis. Daarnaast biedt het dossier ook inzicht in welke besluiten zijn genomen, de stappen die zijn gezet en welke keuzes hierbij zijn gemaakt. Een goed dossier kan ook voorkomen dat betrokkene(
- n)steeds opnieuw hetzelfde moet(
- en)vertellen en draagt bij aan de continuïteit van zicht op veiligheid en/of zorg na overdracht. Het dossier kan ook een rol spelen in de verantwoording van het handelen van een professional en het voeren van een goede administratie als organisatie. Zorgvuldigheid Het verwerken van informatie over personen moet zorgvuldig, juist en correct gebeuren. In de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) en de AVG zijn hiervoor de kaders te vinden. Om een zorgvuldige en een onafhankelijke taakuitoefening te bewaken neemt Veilig Thuis o.a. de volgende regels in acht: Veilig Thuis scheidt feiten en interpretaties; Veilig Thuis verwerkt informatie toetsbaar, transparant en open, waar mogelijk; Veilig Thuis vermeldt de bronnen van informatie en hoe actueel de informatie is; Veilig Thuis past hoor en wederhoor toe; Veilig Thuis draagt informatie zorgvuldig over en; Veilig Thuis betrekt alle relevante informatie in de beoordeling en besluitvorming, dus zowel de positieve als de negatieve factoren. 1 Zie ook hoofdstuk 2.1 van het Handelingsprotocol Veilig Thuis 2019. ‘Feitenonderzoek en waarheidsvinding’ Van belang is dat Veilig Thuis feiten verzamelt die nodig zijn om goed zicht te krijgen op de veiligheidsrisico’s binnen een gezin/huishouden en besluiten te kunnen nemen. Het verzamelen van relevante informatie doet Veilig Thuis door verschillende bronnen te raadplegen zoals de directbetrokkenen zelf. Van belang is dat van de feitelijke juistheid kan worden uitgegaan van de gegevens die in het dossier en rapportage staan vermeld. Veilig Thuis moet goed uitleggen waarom een bepaalde beslissing wordt genomen. Daarin moet duidelijk zijn wat de mening van Veilig Thuis of betrokkene is en wat de feiten zijn. Veilig Thuis doet op basis van de feiten en omstandigheden een veiligheidsbeoordeling en voert onderzoek uit. Daarvoor kan nodig zijn dat Veilig Thuis onderzoekt wat de (juiste) feiten zijn. Dit kan door het voeren van gesprekken met alle directbetrokkenen (gehele cliëntsysteem; alle kinderen vanaf 4 jaar worden gesproken) en gesprekken met bijvoorbeeld de huisarts, school en/of andere, betrokken hulpverleners of (met toestemming van de directbetrokkenen, tenzij sprake is van een uitzonderlijke situatie) vragen aan mensen uit het informele netwerk (familieleden, buren, sporttrainer etc.). Dit wordt aangeduid als ‘waarheidsvinding’. Let wel: Dit is anders dan de strafrechtelijke invulling. Veilig Thuis heeft niet, zoals de politie en het OM de taak om uit te zoeken wat er precies is gebeurd en of er sprake is van een schuldige dader. Soms valt niet of moeilijk vast te stellen wat de relevante en objectieve feiten zijn. Een voorbeeld hiervan is als er ruzie is geweest tussen partners maar zij verschillende informatie geven over wat er is gebeurd en de oorzaak van de ruzie. Het kan zijn dat één van de partners onjuiste informatie geeft, maar vaak zal sprake zijn van een verschillende beleving van de situatie. Voor Veilig Thuis is dan moeilijk vast te stellen wat er precies is gebeurd. Van belang is dat de situatie naar de stand van zaken op dat moment zo feitelijk mogelijk wordt opgeschreven en wordt benoemd wat de visie van de partners hierover is. Ook is van belang dat kenbaar is wat de visie van Veilig Thuis hierop is en waar dit oordeel op is gebaseerd. Is een directbetrokkene het niet eens met dit oordeel? Dat kan en mag. Van belang is dat Veilig Thuis de visie van de directbetrokkenen vermeldt in een rapportage zodat deze voor iedereen die betrokken is ook bekend is. Basiswaarden feitenonderzoek Over de kwaliteit van de rapportages van en feitenonderzoek door Veilig Thuis, maar ook van de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) en Gecertificeerde Instellingen (GI) is veel te doen. Deze organisaties hebben daarom samen met (oud)cliënten negen basiswaarden geformuleerd als het gaat om het goed uitvoeren van feitenonderzoek. 2 https://voordejeugd.nl/actieplan-verbetering-feitenonderzoek/inhoud-actieplan-verbetering-feitenonderzoek/. Is er sprake van (ernstige) onveiligheid: dan kan Veilig Thuis hiervan afwijken, maar dan moet de afwijking zorgvuldig worden gemotiveerd. De basiswaarden zijn: We doen ons best om zo veel mogelijk het hele gezin te zien en te spreken; We kijken naar de belangen van alle betrokkenen, waarbij – als er minderjarigen zijn betrokken- het belang van het kind/de jongere het belangrijkste is. We vertellen in begrijpelijke taal wat we doen en waarom we dat doen. Geluidsopnamen mogen in beginsel worden gemaakt voor eigen gebruik. We spreken af of, wat en hoe wordt opgenomen. We vertellen met wie we praten en aan wie we informatie vragen. We bespreken de informatie die we hebben gekregen en leggen uit wat we met de informatie doen. In onze rapportages staan feiten en meningen. We maken onderscheid tussen wat een feit en wat een mening is. We leggen uit aan het kind/de jongere en de ouders wat er in de rapportage staat. Als we een besluit nemen, leggen we uit waarom we een besluit nemen. Kinderen/ jongeren en ouders nodigen wij uit om te zeggen wat ze vinden. Ze krijgen allemaal de mogelijkheid om te reageren op de informatie en de rapportage. Feitelijke onjuistheden passen we aan en de reacties voegen we toe aan de rapportage. Als we ons niet aan een van deze basiswaarden houden bijvoorbeeld omdat er sprake is van (ernstige) onveiligheid of strafrechtelijk onderzoek, leggen we uit waarom we dat niet doen.3 Zie voor meer informatie https://voordejeugd.nl/actieplan-verbetering-feitenonderzoek/. Deze basiswaarden zien vooral op situaties waarin Veilig Thuis te maken heeft met adviezen en meldingen over gezinnen met minderjarige kinderen en jongeren, maar zijn ook van toepassing op adviezen en meldingen die enkel betrekking hebben op volwassenen. Samenwerking met andere organisaties Een van de uitgangspunten van de Wmo 2015 en Jeugdwet is dat er binnen de hulpverlening en ondersteuning aan kinderen en volwassenen zo veel mogelijk wordt gewerkt conform het principe ‘één gezin, één plan en één regisseur’. Om dit te bereiken zullen professionals van verschillende organisaties moeten samenwerken. Samenwerken als het gaat om het maken van een goede analyse van wat er aan de hand is. En samenwerken bij het maken van een plan als er binnen een gezin of huishouden behoefte is aan ondersteuning op meerdere (leef)gebieden of inzet van gedwongen interventies nodig is. Daarnaast kan er samenwerking tussen strafpartners (politie, openbaar ministerie, reclassering), gemeente en zorginstellingen nodig zijn om tot een effectieve aanpak te komen. Ten aanzien van de doelstelling ‘één gezin één plan’ is nog van belang om op te merken dat de wetgever hiermee niet bedoelt dat gewerkt moet worden met één dossier, maar bedoeld wordt dat de verschillende professionals betrokken bij een gezin een gezamenlijke aanpak nastreven en dat ook ten aanzien van de samenwerking daarbij de (eigen) privacyregels van toepassing zijn.4 Zie ook hoofdstuk 2.3.4 ‘Gezinsdossiers’ van de Wegwijzer: Het dossier in de jeugdhulpverlening – Rechten en Plichten, Samenwerkende Beroepsverenigingen. Om tot een goede samenwerking te komen zijn er door de jaren heen verschillende samenwerkingsverbanden ontstaan, zoals het Zorg- en Veiligheidshuis en jeugdbeschermingstafels. Bij casuïstiek waarbij Veilig Thuis samenwerkt aan veiligheid in het kader van een multidisciplinair verband (zoals bijvoorbeeld MDA++) vervult Veilig Thuis een spilfunctie in de toeleiding naar het multidisciplinaire team. Daarnaast zijn er overleggen tussen de politie en het openbaar ministerie om samenwerkingsafspraken te maken over een specifieke casus. De justitieorganisaties en Veilig Thuis zijn verenigd in het Landelijk Netwerk zorg/straf, dat zich sterk maakt voor de aanpak van huiselijk geweld. De verbeteragenda Veiligheid Voorop is voor de partijen daarbij de leidraad: ze werken eerst samen aan de directe veiligheid en daarna aan risico-gestuurde en vervolgens herstelgerichte zorg en doen waar nodig samen onderzoek naar de feiten.5 Zie voor meer informatie: https://vng.nl/artikelen/veiligheid-voorop-programma-ghnt#ontwikkelagendaVV. Binnen al deze samenwerkingen wordt informatie over personen uitgewisseld. Als dat mogelijk is moet dat anoniem. Dit houdt in dat niet bij alle deelnemers bekend is om wie het gaat. Ook zal duidelijk moeten zijn wie welke rol heeft (is iemand al betrokken bij het gezin of huishouden of sluit iemand aan om als deskundige mee te denken) en wie welke informatie nodig heeft. Bij gegevensuitwisseling binnen een samenwerkingsverband dient verder voor alle partijen duidelijk te zijn wat het doel en de noodzaak van de samenwerking en gegevensuitwisseling is en zullen er samenwerkingsafspraken moeten worden gemaakt. Deze kunnen worden vastgelegd in een convenant. Van belang hierbij is te realiseren dat een convenant de eigen privacyregels niet opzij zet en ook geen grondslag geeft voor de gezamenlijke verwerking binnen het samenwerkingsverband. Sommige professionals ervaren een druk om in de samenwerking met andere organisaties informatie over een iemand te verstrekken. Anderen maken zich zorgen over het te makkelijk en snel uitwisselen van informatie over personen. Ook kan er verschil van mening zijn tussen Veilig Thuis en (direct)betrokkenen over of de (privacy)regels wel goed zijn toegepast. Het is daarom van belang dat de regels over hoe Veilig Thuis met persoonsgegevens omgaat, duidelijk en bij iedereen bekend zijn. (Wettelijk) kader Veilig Thuis Bij de verwerking van persoonsgegevens moet Veilig Thuis zich houden aan wet- en regelgeving. De hoofdregels voor een zorgvuldige verwerking van persoonsgegevens zijn te vinden in de Grondwet, AVG, UAVG, Wmo 2015, Uitvoeringsbesluit Wmo en Jeugdwet. De Grondwet, de AVG en Wmo 2015 In artikel 10 van de Grondwet en diverse internationale verdragen, waaronder artikel 8 van het EVRM, wordt het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer erkend. Dit betekent dat voorkomen moet worden dat door het verwerken en verstrekken van gegevens de privacy van iemand onaanvaardbaar wordt geschonden. Op grond van het tweede en derde lid van artikel 10 van de Grondwet moet de wetgever daarom regels stellen omtrent het omgaan met persoonsgegevens. De AVG en UAVG bevatten algemene normen die gericht zijn op een zorgvuldige omgang met persoonsgegevens. De Wmo 2015 bevat op een aantal punten een concretisering van de algemene normen van de AVG. Daarnaast hebben medewerkers van Veilig Thuis te maken met andere wet- en regelgeving en beroepscodes waarin regels zijn te vinden over de omgang met persoonsgegevens en dossiers. Is er over bepaalde onderwerpen inzake persoonsgegevens niets geregeld in de Wmo 2015, dan zijn de bepalingen van de AVG leidend. Internationale verdragen Op grond van internationale verdragen als het EVRM, IVRK en Verdrag van Istanboel hebben kinderen en volwassenen het recht op bescherming door de overheid tegen alle vormen van lichamelijk of geestelijk geweld. Artikel 8 EVRM beschermt ook het gezinsleven en recht op privacy. Ingrijpen hierin is alleen toegestaan als dit in duidelijke wettelijke kaders is vastgelegd. In artikel 3 IVRK is bepaald dat het belang van het kind de eerste overweging dient te zijn bij alle maatregelen die kinderen aangaan. Veilig Thuis geeft daarom prioriteit aan de belangen van kinderen en jongeren. In artikel 12 IVRK staat ook dat kinderen het recht hebben om hun mening te vormen én te uiten in alle aangelegenheden die hen betreffen. Alle kinderen vanaf 4 jaar worden dan ook gesproken, en jongere kinderen kunnen in ieder geval worden gezien. Bij alle handelingen vormen hun belangen de eerste overweging. Waar de belangen van kinderen niet parallel lopen met de belangen van volwassenen, laat Veilig Thuis de belangen van kinderen voorgaan.6 Zie een uitspraak van de rechtbank Limburg van 3 april 2018, ECLI:NL:RBLIM:2018:4000, waarin wordt geoordeeld dat het belang van de kinderen op veiligheid dient te prevaleren boven het belang van eiser op bescherming van zijn privacy. Handelingsprotocol Veilig Thuis 2019 Het Handelingsprotocol Veilig Thuis 2019 (verder: Handelingsprotocol Veilig Thuis) bevat werkafspraken die algemeen geldend zijn voor alle vormen van huiselijk geweld en kindermishandeling voor alle Veilig Thuis organisaties in Nederland. Het Handelingsprotocol geeft voor de medewerker van Veilig Thuis een richtlijn om zorgvuldig te handelen in situaties waar de bemoeienis van Veilig Thuis gepaard kan gaan met onveiligheid voor de directbetrokkenen of voor medewerkers van Veilig Thuis.7 In een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, ECLI:NL:GHARL:2019:7537 overwoog het hof dat dat het VNG-model Handelingsprotocol AMHK adviezen bevat aan gemeenten over de richtlijnen die zij met betrekking tot de uitvoering van hun taken kunnen meegeven aan Veilig Thuis Voor de gezinnen en huishoudens die te maken krijgen met Veilig Thuis biedt dit protocol het voordeel dat alle medewerkers van Veilig Thuis eenzelfde mate van zorgvuldigheid betrachten. Daarmee wordt bereikt dat de wijze waarop zij door medewerkers van Veilig Thuis worden benaderd, de informatie die zij krijgen, de manier waarop zij op hun rechten worden gewezen, steeds met dezelfde kwaliteit gebeurt. Aan gezinnen en huishoudens die met Veilig Thuis te maken krijgen, geeft het protocol dus inzicht in wat zij van Veilig Thuis kunnen verwachten, hoe zij worden geïnformeerd en wat hun rechten zijn. Voor de professionals buiten Veilig Thuis geeft het protocol een helder inzicht hoe het samenspel tussen hen en Veilig Thuis verloopt en welke afwegingen Veilig Thuis daarbij maakt. Veilig Thuis heeft een zekere mate van discretionaire bevoegdheid om zelf te bepalen hoe zij haar handelen vormgeeft. Veilig Thuis is echter wel gebonden aan de inhoud van het Handelingsprotocol. Dat is dan ook meer dan een interne richtlijn. Het betreft gepubliceerd beleid van de gezamenlijke Veilig Thuis-organisaties. Het Handelingsprotocol heeft mede tot doel om aan gezinnen en huishoudens die met Veilig Thuis te maken krijgen, inzicht te geven in wat zij van Veilig Thuis kunnen verwachten, hoe zij worden geïnformeerd en wat hun rechten zijn.8 Volgens uitspraak Hof Amsterdam van 26 maart 2024 (zaaknummer 200.326.184/01 SKG), rechtsoverweging 3.12. In het privacyreglement is zoveel mogelijk aangesloten bij de inhoud (terminologie, gemaakte keuzes en werkproces) van het Handelingsprotocol Veilig Thuis. Waar nodig bevat het privacyreglement een nadere concretisering van de omgang met persoonsgegevens door Veilig Thuis. Geheimhoudingsplicht en uitzondering hierop Professionals hebben een (wettelijke) geheimhoudingsplicht. Kern van een geheimhoudingsplicht is dat professionals richting anderen zwijgen over wat zij met iemand hebben besproken. Delen van informatie mag alleen als de betrokkene hiervoor toestemming geeft of in bepaalde andere door de wet benoemde situaties. Veilig Thuis heeft op grond van de wet een sterke informatiepositie. Dit houdt in dat Veilig Thuis ook zonder toestemming van de directbetrokkene informatie over de directbetrokkene aan een derde kan vragen, mag ontvangen of kan geven. Voor andere professionals geldt dat zij op grond van artikel 5.2.6 Wmo 2015 een wettelijke bevoegdheid hebben om aan Veilig Thuis informatie te verstrekken die noodzakelijk kan worden geacht om een situatie van huiselijk geweld of kindermishandeling te beëindigen of een redelijk vermoeden daarvan te onderzoeken. Zij kunnen dit doen op verzoek of uit eigen beweging en zonder toestemming van degene die het betreft en indien nodig met doorbreking van de plicht tot geheimhouding op grond van een wettelijk voorschrift of op grond van hun ambt of beroep. Geregistreerde professionals Veilig Thuis werkt met geregistreerde professionals.9 Het kan hierbij gaan om een SKJ/NIP/NVO- en/of BIG-registratie. Zij moeten bij de uitvoering van hun werkzaamheden de voor hen geldende beroepsnormen en richtlijnen in acht nemen. Bij Veilig Thuis werken vertrouwensartsen. De vertrouwensarts adviseert, activeert en informeert (zorg)professionals bij signalen of vermoedens van huiselijk geweld, ouderen- en kindermishandeling. De vertrouwensartsen zijn aangesloten bij de Vereniging Vertrouwensartsen (VVAK). Artikelsgewijze toelichting 1. Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen a. ‘Veilig Thuis’: In artikel 4.1.1 Wmo 2015 is bepaald dat het college van burgemeester en wethouders dient zorg te dragen voor de inrichting van een Veilig Thuis-organisatie. b. ‘Persoonsgegeven’: In de AVG wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende soorten persoonsgegevens. Bijzondere persoonsgegevens en persoonsgegevens zoals het BSN en strafrechtelijke informatie zijn gegevens die extra privacygevoelig zijn. Voor het verwerken hiervan gelden daarom strengere regels dan voor ´gewone´ persoonsgegevens. c. ‘Bijzondere persoonsgegevens’: Zie toelichting onder b en opgesomd onder artikel 9 lid 1 van de AVG. d. ‘Persoonsgegevens van gevoelige aard’: Zie toelichting onder b. e. ‘Directbetrokkene’: Deze definitie is overgenomen uit het Handelingsprotocol Veilig Thuis. f. ‘Betrokkene’: De definitie is overgenomen uit de (U)AVG. De betrokkene is degene over wie de gegevens informatie bevatten. Dit kan een direct betrokkene zijn zoals de minderjarige en een ouder, maar ook een ander (bijvoorbeeld pleegouders of informanten) zijn. In de praktijk kan het voorkomen dat een gegeven op meer personen tegelijk betrekking heeft. Ieder is dan betrokkene voor zichzelf en ‘derde’ ten opzichte van de ander(en). Als zich een vraag voordoet in het kader van verwerking van persoonsgegevens moet daarom eerst de vraag gesteld worden wie betrokkene is ten aanzien van die specifieke vraag, zodat de betrokkene onderscheiden kan worden van ‘derden’. Dit onderscheid is van belang voor het verlenen van inzage of het verstrekken van persoonsgegevens. Het enkele feit dat iemands naam in een rapport vermeld is, heeft niet onmiddellijk tot gevolg dat die persoon als betrokkene kan worden aangemerkt. De gegevens (van een persoon) moeten voldoende zelfstandige betekenis hebben om deze persoon als betrokkene aan te merken. g. ‘Gezin of huishouden’: Deze definitie is overgenomen van het Handelingsprotocol Veilig Thuis. h. ‘Minderjarige’: Zie artikel 1:233 BW voor definitie van minderjarige. i. ‘Ouder’: Zie artikel 1.1 Jeugdwet. In de definitie van ouder zoals bepaald in artikel 1.1. Jw is de (juridische) ouder zonder gezag niet meegenomen. Deze ouder (en dat geldt ook voor de voogd) kan eventueel ondergebracht worden onder de categorie ‘anderen die de jeugdige als behorend tot hun gezin verzorgen en opvoeden’. j. ‘Wettelijk vertegenwoordiger’: Deze personen worden door de wet aangewezen als vertegenwoordiger van een jeugdige of een volwassene waarover een beschermingsmaatregel door de rechter is uitgesproken. De wettelijk vertegenwoordiger is bevoegd om namens de jeugdige of volwassene beslissingen te nemen. k. ‘Dossier’: Informatie die Veilig Thuis naar aanleiding van een melding of een adviesvraag verzamelt en/of wordt opgeslagen in een dossier. l. ‘Huiselijk geweld’: Deze definitie is overgenomen uit artikel 1.1. Wmo 2015. Onder de begripsomschrijving van huiselijk geweld vallen naast (ex-)partnergeweld vormen van gemeld in afhankelijkheidsrelaties zoals huwelijksdwang, eergerelateerd geweld, vrouwelijke genitale verminking, ouderenmishandeling, geweld tegen ouders en seksueel geweld. m. ‘Kindermishandeling’: Deze definitie is overgenomen uit artikel 1.1 Wmo 2015. Zie verder toelichting onder l. n. ‘Verwerking van persoonsgegevens’: Bij verwerking van persoonsgegevens gaat het om alle handelingen die Veilig Thuis kan uitvoeren met de persoonsgegevens. Van de eerste registratie bij binnenkomst van een zaak tot aan de vernietiging van het dossier. o. ‘Verwerkingsverantwoordelijke’: Het begrip verwerkingsverantwoordelijke is afkomstig uit de AVG. Het begrip doelt op degene die formeel de zeggenschap over de verwerking van persoonsgegevens heeft. Dit is degene die uiteindelijk bepaalt of er gegevens worden verwerkt en zo ja welke persoonsgegevens, wanneer en voor welk doel. In de zin van de AVG is Veilig Thuis de verwerkingsverantwoordelijke. Als de bevoegdheden niet in één hand liggen is er sprake van een gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijkheid of dat elk van de verwerkingsverantwoordelijken aansprakelijk is voor het geheel van de gegevenswerking. p. ‘Verwerker’: Het begrip verwerker is eveneens afkomstig uit de AVG. Een verwerker is een organisatie/persoon die geen deel uitmaakt van de organisatie van Veilig Thuis. De verwerker verleent in opdracht beroepsmatig (administratieve) diensten waarbij persoonsgegevens worden verwerkt, zoals het uitvoeren van de personeelsadministratie. Ook kan een verwerker het geheel van de apparatuur, waarmee het geautomatiseerde gedeelte van een registratie gevoerd wordt, onder zich houden. Veilig Thuis maakt samen met de verwerker schriftelijke afspraken over de verwerking van de persoonsgegevens en legt deze vast in een verwerkersovereenkomst. q. ‘Gegevensverstrekking’: Het betreft hier verstrekking aan zowel de (direct)betrokkene (inzage en afschrift, zie artikel 15 en verder) als aan een derde (derdenverstrekking, zie artikel 17). r. ‘Toestemming’: Het gaat hierbij om toestemming als grondslag om gegevens over een persoon te mogen te verwerken. Om te kunnen spreken van een daadwerkelijke toestemming van de betrokkene zijn drie punten essentieel. (I) De betrokkene moet ten eerste in vrijheid zijn wil kunnen uiten. (II) Ten tweede moet de wilsuiting betrekking hebben op een bepaalde (categorie van) gegevensverwerking. (III)Ten derde moet de betrokkene voor een goede oordeelsvorming over de noodzakelijke inlichtingen beschikken; met andere woorden betrokkene moet goed worden geïnformeerd over waarvoor hij toestemming geeft en kunnen overzien welke gevolgen met de verwerking/delen van de gegevens kunnen samenhangen. Dit zal bij een melding niet vaak het geval zijn. Dit is de reden dat Veilig Thuis in beginsel niet met toestemming kan en hoeft te werken als het gaat om het verwerken van persoonsgegevens bij de uitvoering van de wettelijke taken. s. ‘Persoonlijke werkaantekeningen’: Dit zijn aantekeningen van een medewerker van Veilig Thuis over indrukken, vermoedens of vragen die hij heeft. De persoonlijke werkaantekeningen dienen als geheugensteuntje. Een medewerker moet in alle vrijheid zijn gedachten en ideeën in het kader van de werkzaamheden kunnen vormen. Om die reden zijn deze niet ter inzage. De bedoeling is dat de werkaantekeningen uiteindelijk worden verwerkt in een verslag of rapportage en dan worden vernietigd. In het Handelingsprotocol Veilig Thuis staat hierover het volgende beschreven: “Uitspraken van rechters en klachtencommissies maken duidelijk dat alle aantekeningen die van belang zijn voor een goede taakuitoefening vastgelegd moeten worden in het dossier. Er is nauwelijks ruimte voor persoonlijke werkaantekeningen die buiten het dossier kunnen worden gehouden, ook al niet omdat persoonlijke werkaantekeningen hun informele karakter verliezen als de beroepskracht ze intern met collega’s van Veilig Thuis deelt. Vanaf dat moment behoren ze, waar ze ook worden bewaard, officieel tot het dossier en zijn ze ter inzage. Gelet op de werkwijze van Veilig Thuis, waarin veelvuldig intern overleg wordt gevoerd en vaak meer beroepskrachten bij een cliëntsysteem zijn betrokken, behoren alle gegevens die worden vastgelegd tot het officiële dossier.“ t. ‘Vertrouwenspersoon’: Hierbij is aangesloten bij artikel 1.1 van de Wmo 2015. De betrokkene kan zich laten bijstaan door een onafhankelijke vertrouwenspersoon van Jeugdstem (was: AKJ). Het kan hierbij gaan om een vertrouwenspersoon van een instantie die door de gemeente is aangewezen om cliënten te ondersteunen. Of om iemand uit het eigen netwerk. Aan de door de gemeente aangewezen vertrouwenspersoon wordt in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 een aantal bevoegdheden toegekend. Dit is de reden dat in het privacyreglement alleen over door de gemeente aangewezen vertrouwenspersoon wordt gesproken. u. ‘Verwijsindex’: In paragraaf 7.1.1. van de Jeugdwet zijn de bepalingen over de verwijsindex te vinden. De verwijsindex risicojongeren (VIR) is een digitaal systeem dat risicosignalen van hulpverleners over jongeren (tot 23 jaar) bij elkaar brengt. Door de meldingen in de verwijsindex weten hulpverleners sneller of een kind ook bekend is bij een collega, zodat zij kunnen overleggen over de beste aanpak. Veilig Thuis kan zonder toestemming van de jeugdige of zijn wettelijk vertegenwoordiger en zo nodig met doorbreking van de op grond van zijn ambt of beroep geldende plicht tot geheimhouding, een jeugdige melden aan de verwijsindex indien hij een redelijk vermoeden heeft dat de jeugdige 10 artikel 1.1 Jeugdwet is een definitie van jeugdige gegeven. De definitie ‘jeugdige’ omvat niet alleen minderjarigen, maar ook jongmeerderjarigen. door een of meer van de hierna genoemde risico’s in de noodzakelijke condities voor een gezonde en veilige ontwikkeling naar volwassenheid daadwerkelijk wordt bedreigd. Het gaat om ‘risicosignalen’, dus er moeten aanwijzingen zijn dat er echt iets aan de hand is. In de VIR staat alleen geregistreerd dat er een melding is gedaan. De aard van de melding en de behandeling worden niet bijgehouden. Die informatie blijft in het dossier bij de betreffende hulpverlener. Een melding omvat alleen: • identificatiegegevens van de jongere (aan de hand van het burgerservicenummer); • identificatiegegevens van de meldende instantie; • datum van de melding; • contactgegevens van de meldende instantie. 11 Zie voor meer informatie www.handreikingmelden.nl. Op grond van de Jeugdwet zijn gemeenten nu nog verplicht om zorg te dragen voor een verwijsindex. De verplichting komt te vervallen. 12 Zie: https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2021Z21937&did=2021D46754. v. Het ‘Burgerservicenummer’, afgekort als het BSN, is een uniek en tot de persoon herleidbaar nummer. Het is gevoelige informatie en mag alleen worden gebruikt als dat op grond van de wet is toegestaan. Veilig Thuis is wettelijk verplicht om het BSN van directbetrokkenen in het dossier op te nemen en te gebruiken en in de onderlinge communicatie met bijvoorbeeld de gemeente. 13 Artikel 5.2.9 Wmo 2015. w. ‘Advies’: Deze definitie is overgenomen uit de Begrippenlijst van het Handelingsprotocol Veilig Thuis. Zie verder ook hierna artikel 3 lid 1 sub a over de adviesfunctie van Veilig Thuis. x. ‘Melding’: Deze definitie is overgenomen uit de Begrippenlijst van het Handelingsprotocol Veilig Thuis. Zie verder ook artikel 3 lid 1 sub c over meldingen bij Veilig Thuis. y. ‘Veiligheidsbeoordeling’: Het doel van veiligheidsbeoordeling is dat Veilig Thuis: • zicht krijgt op de veiligheid in het gezin of huishouden; • tot het besluit komt bij welke instelling of professional de verantwoordelijkheid wordt belegd voor het nemen van de vervolgstappen waar de melding aanleiding toe geeft. Veilig Thuis is verantwoordelijk voor het zicht op veiligheid zodra Veilig Thuis kennis heeft genomen van het spoedeisend karakter van een melding. In alle andere gevallen draagt Veilig Thuis die verantwoordelijkheid vanaf het moment dat de veiligheids- beoordeling heeft plaatsgevonden. Veilig Thuis is in ieder geval verantwoordelijk voor het zicht op veiligheid op de zesde werkdag na binnenkomst van de melding. Ook als de veiligheidsbeoordeling op dat moment nog niet is afgerond. 14 Zie voor meer informatie hoofdstuk 7 Handelingsprotocol Veilig Thuis. z. ‘Monitoren’: Monitoren is een onderdeel van de radarfunctie van Veilig Thuis. De doelen van monitoren zijn: • nagaan of aan de veiligheidsvoorwaarden wordt voldaan; • directe veiligheid, en later stabiele veiligheid voor alle directbetrokkenen; • Veilig Thuis heeft inzicht in de stappen die zijn gezet tot herstel van de opgelopen schade als gevolg van het huiselijk geweld of de kindermishandeling. Monitoren valt onder de wettelijke taken van Veilig Thuis waarop de sterke informatiepositie van Veilig Thuis van toepassing is. Dit betekent dat Veilig Thuis geen toestemming nodig heeft voor het voeren van overleg met of het informeren van externe partijen in het kader van het monitoren. Wel dienen de directbetrokkenen hierover te worden geïnformeerd. 15 Zie voor meer informatie hoofdstuk 13 en 14.3 Handelingsprotocol Veilig Thuis. aa. ‘Huiselijke kring’: Deze definitie is overgenomen uit artikel 1.1.1 Wmo 2015. bb. ‘Zicht op veiligheid’: Deze definitie is overgenomen uit de Begrippenlijst van het Handelingsprotocol Veilig Thuis. Zie verder ook artikel 3 lid 1 sub c over meldingen bij Veilig Thuis en het Kwaliteitskader Veilig Thuis – Zicht op veiligheid
(2016), p.
- Artikel 2 Reikwijdte van het reglement Dit reglement is van toepassing op het geheel van verwerking van persoonsgegevens die van één cliënt(systeem) in de registratie van Veilig Thuis zijn opgenomen of zullen worden opgenomen. Dit houdt in dat zowel schriftelijke als digitale stukken onder de werkingssfeer van dit reglement vallen. Artikel 3 Taken van Veilig Thuis Lid 1: In dit artikel zijn de wettelijke taken van Veilig Thuis zoals bepaald in artikel 4.1.1 lid 2 en 3 Wmo 2015 opgenomen. Hierbij een korte omschrijving van de verschillende taken: a. fungeren als meldpunt: Iedereen die een vermoeden heeft van huiselijk geweld of kindermishandeling kan dit melden bij Veilig Thuis. Meldingen kunnen afkomstig zijn van burgers die een vermoeden hebben van huiselijk geweld of kindermishandeling in hun omgeving of daar zelf slachtoffer van zijn. Ook een dader kan zich wenden tot Veilig Thuis voor de juiste hulp om de spiraal van geweld te doorbreken. Daarnaast kunnen professionals bij signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling een melding doen. De politie doet bij alle signalen van jeugdigen een zogeheten zorgmelding 16 Deze meldingen worden gedaan via Collectieve Opdracht Routeer Voorziening (CORV). Dit is een ICT-voorziening dat zorgt voor de elektronische afhandeling van het formele berichtenverkeer tussen justitiële partijen en partijen uit het gemeentelijk domein. waarna Veilig Thuis onderzoekt of sprake is van een afhankelijkheidssituatie. 17 Het kan hierbij gaan om "geweld in huiselijke kring", geweld in instellingen/inrichtingen en geweld door vrijwilligers/mantelzorgers. Bij de huiselijke kring kan men denken aan ouders, broers-zussen, familie of huisvrienden. Voor professionals die werkzaam zijn in de sectoren gezondheidszorg, onderwijs, kinderopvang, maatschappelijke ondersteuning, jeugdhulp en justitie geldt de verplichte Meldcode. Na het doorlopen van de stappen van het afwegingskader kan de professional bepalen of een melding noodzakelijk moet worden geacht. Voor professionals die werken met volwassenen die ernstige problemen hebben, geldt een zogenaamde ‘kindcheck’. Zij moeten een inschatting maken van de effecten van de problemen op de veiligheidssituatie van betrokken kinderen. 18 Zie ook hoofdstuk 6.3 Handelingsprotocol Veilig Thuis. Verwerken persoonsgegevens Veilig Thuis registreert alle meldingen waarbij sprake is van (een vermoeden van) huiselijk geweld en/of kindermishandeling. Voor het verwerken van persoonsgegevens bij een melding is toestemming van de directbetrokkenen niet vereist. Veilig Thuis verwerkt de volgende persoonsgegevens: naam, geboortedatum, adres, BSN, telefoonnummer, e-mailadres en andere informatie die noodzakelijk is voor een goede beoordeling van de melding. Veilig Thuis kan, indien dat voor een betere beoordeling van de melding noodzakelijk is, de ontvangen gegevens aanvullen. Daarbij kan Veilig Thuis bij netwerkpartners nagaan óf de directbetrokkenen (de zogenaamde ‘dat’-informatie) bij hen bekend zijn. Veilig Thuis kan ook inhoudelijke informatie (de zogenaamde ‘wat’-informatie) ophalen bij de volgende bronnen: • de eigen systemen van Veilig Thuis; • andere Veilig-Thuisorganisaties; • de Basisregistratie Personen(BRP); • het Centraal Gezagsregister; • de RvdK; • de directbetrokkenen zelf, voogd of curator; • Politie of OM. 19 Tijdens de uitvoering van de verbeteragenda Veiligheid Voorop is er discussie ontstaan over de mogelijkheden voor Veilig Thuis om gegevens te verstrekken aan partners in de strafrechtketen. Het ministerie van VWS als verantwoordelijk ministerie voor de Wmo heeft aangekondigd om op korte termijn met een wetsvoorstel te komen, om de mogelijkheid voor Veilig Thuis om gegevens te verstrekken aan Strafrechtketenpartners indien dit noodzakelijk is voor het onderzoeken of bestrijden van situaties van Huiselijk Geweld of Kindermishandeling te expliciteren. Er afspraken zijn gemaakt over een zorgvuldige gegevensverwerking in de periode tot de wet is gewijzigd en vuistregels voor de samenwerking zijn opgesteld. Dit doet Veilig Thuis als: - dit voor inschatting van de veiligheid bij het leggen van het eerste contact noodzakelijk wordt geacht en/of, - op basis van de melding duidelijk is dat mogelijk ook strafrechtelijk onderzoek wordt gedaan of Veilig Thuis de inschatting maakt dat hier mogelijk sprake van kan zijn. Anonieme meldingen Uitgangspunt is dat Veilig Thuis transparant is richting de directbetrokkenen over het feit dat er een melding is gedaan, wat de inhoud van de melding is en wie de melding heeft gedaan. In de volgende situaties wordt geen informatie aan de directbetrokkenen gegeven over wie de melding heeft gedaan:
- Het gaat om een melding door iemand die niet als professional bij de directbetrokkenen is betrokken. In dit geval mag alleen met toestemming van de melder verteld worden wie de melding heeft gedaan.
- Een professional die een melding doet kan verzoeken zijn identiteit niet kenbaar te maken, omdat het bekend maken van zijn identiteit: • een bedreiging vormt of kan vormen voor het slachtoffer of het vermoedelijk slachtoffer of zijn huiselijke kring; • een bedreiging vormt of kan vormen voor de melder of voor medewerkers van de melder; • leidt of kan leiden tot een verstoring van de vertrouwensrelatie met de huiselijke kring waartoe het slachtoffer of het vermoedelijke slachtoffer behoort. Het recht van de professional op anonimiteit ten opzichte van degene die gemeld wordt en over wie informatie wordt verstrekt, is een recht dat toebehoort aan de professional als melder. b. en c. veiligheidsbeoordeling en onderzoeken of sprake is van huiselijk geweld en/of kindermishandeling: Veilig Thuis heeft de taak om een melding van huiselijk geweld en/of kindermishandeling of een vermoeden daarvan te onderzoeken, en de vraag te beoordelen of en zo ja tot welke stappen of maatregelen deze melding aanleiding geeft. Zodra een melding is binnengekomen maakt Veilig Thuis een veiligheidsbeoordeling. Het gaat hierbij om een eerste beoordeling van de aard van de gemelde zorgen binnen een kort tijdsbestek.20 Zie artikel 4.1.7 lid 1 Uitvoeringsbesluit Wmo, die hiervoor een termijn stelt van vijf dagen na ontvangst van de melding. Hiervoor kan Veilig Thuis informatie opvragen, ook voordat zij contact heeft gehad met de directbetrokkenen.21 Het gaat dan onder andere om informatie (uit de eigen systemen) van Veilig Thuis, de Raad voor de Kinderbescherming, de politie, en soms de betrokken hulpverlening Ook is mogelijk: de Basis Registratie Personen (BRP), het Centraal Gezagsregister, of een wettelijke vertegenwoordiger zoals als een voogd of curator. Voor overleg met de betrokken hulpverlening is het wenselijk om hierover eerst met de directbetrokkenen te spreken: toestemming is wel gewenst maar niet noodzakelijk. Het doel van deze veiligheidsbeoordeling is dat Veilig Thuis enerzijds zicht krijgt op de veiligheid in het gezin of huishouden, of vermoedens van onveiligheid, en anderzijds tot het besluit kan komen bij welke instelling of professional de verantwoordelijkheid kan worden belegd voor het nemen van de vervolgstappen waar de melding aanleiding toe geeft. Deze veiligheidsbeoordeling omvat drie stappen:
- Verzamelen van informatie,
- het maken van een beoordeling en
- het nemen van een besluit over vervolgstappen.22 Zie voor meer informatie hoofdstuk 7 Handelingsprotocol Veilig Thuis. En Triage-instrument Veilig Thuis 1.0 – veiligheidstaxatie & zorgtoewijzing voor ketenpartners. De veiligheidstaxatie wordt gedaan aan de hand van een triage, waarbij Veilig Thuis screent op acute onveiligheid, structurele onveiligheid en multiproblematische leefsituatie. Veilig Thuis onderzoekt of er voldoende “zicht op veiligheid” is door middel van een veiligheidstaxatie. De conclusie vanuit de veiligheidstaxatie dient als basis voor het besluit over een passend vervolg naar aanleiding van de melding. Deze veiligheidsbeoordeling moet daarom worden onderscheiden van de inzet van de dienst Onderzoek, waar op grond van het Uitvoeringsbesluit een periode van tien weken voor staat. De Visie Gefaseerd samenwerken aan veiligheid (voorheen Visie gefaseerde ketenzorg) vormt de grondslag van het triage-instrument en baseert zich op samenwerking gericht op directe veiligheid en pas daarna gericht op het aanpakken van de oorzaken die ten grondslag liggen aan de onveiligheid (risicogestuurde zorg) en stabiele veiligheid (herstel).23 Zie https://vng.nl/sites/default/files/2021-01/20210125-visie-gefaseerd-samenwerken-aan-veiligheid-def.pdf. De besluiten die Veilig Thuis kan nemen in de fase Veiligheidsbeoordeling zijn:
- Vervolgstappen beleggen bij Veilig Thuis: • inzet dienst Voorwaarden en vervolg of dienst Onderzoek, en/of • inzet regionale maatwerktaak Veilig Thuis.24 Een gemeentebestuur kan Veilig Thuis verzoeken om andere taken in de sfeer van huiselijk geweld en kindermishandeling uit te voeren.
- Overdracht. Hiermee worden de volgende vormen van overdracht bedoeld: • Vervolgstappen beleggen bij het lokale veld; • Vervolgstappen beleggen bij een instelling of professional die reeds bij het gezin of huishouden betrokken is; • Vervolgstappen beleggen bij multidisciplinair samengesteld team, voor zover dat team juridisch in staat is de verantwoordelijkheid voor een melding over te nemen; • Vervolgstappen beleggen bij het cliëntsysteem zelf.
- Geen vervolgstappen nodig; de bemoeienis van Veilig Thuis bij de melding kan direct worden beëindigd (geen vervolg).25 Handelingsprotocol Veilig Thuis 2019, p. 32-33; Informatieprotocol Veilig Thuis 2.0, p.
- Veiligheidsvoorwaarden Veilig Thuis stelt veiligheidsvoorwaarden vast in de dienst Voorwaarden en vervolg. Ook als Veilig Thuis na onderzoek tot de conclusie komt dat sprake is van huiselijk geweld en/of kindermishandeling stelt Veilig Thuis veiligheidsvoorwaarden vast.26 Zie Hoofdstuk 9 en 10.6.2 Handelingsprotocol Veilig Thuis. In deze veiligheidsvoorwaarden wordt vastgelegd waaraan ten minste moet worden voldaan om te komen tot directe en stabiele veiligheid. Dit doet Veilig Thuis zoveel mogelijk samen met de directbetrokkenen en in nauwe samenwerking met de overdrachtspartij en de al betrokken professionals. d. beoordelen van de melding en informeren hulpverlenende instantie: Op grond van een melding beoordeelt Veilig Thuis of het belang van de betrokkene of de ernst van de situatie aanleiding geeft tot het in kennis stellen van een hulpverlenende instantie. Zie ook hiervoor onder c. De woorden «in kennis stellen» hebben als doel dat tijdig en adequaat vrijwillige (jeugd)hulp wordt ingeschakeld en daartoe dient de juiste hulpverlenende instantie in kennis te worden gesteld. Deze instantie zal op haar beurt vanuit haar eigen taak en professionaliteit actie ondernemen. Nadat het initiatief tot de hulpverlenende actie genomen is, draagt Veilig Thuis nog wel de verantwoordelijkheid om na verloop van tijd te controleren tot welk resultaat de ingeschakelde hulp leidt en of dus inderdaad sprake is van passende hulp (zie ook hieronder de toelichting bij lid 2). Behalve dat dit bijdraagt aan adequate hulpverlening, dient het ook ter evaluatie van het handelen van Veilig Thuis zelf. e. informeren politie of de RvdK: Als het belang van de betrokkene of de ernst van de situatie daartoe aanleiding geeft, stelt Veilig Thuis de politie of de Raad voor de Kinderbescherming in kennis van een melding. Door het contact met de politie kan bijvoorbeeld duidelijk worden of de politie al betrokken is of moet zijn. Wanneer de RvdK wordt betrokken zal deze op grond van artikel 3.1, eerste lid, van de Jeugdwet onderzoeken of een kinderbeschermingsmaatregel nodig is en zo nodig op basis van dat onderzoek de rechter verzoeken een kinderbeschermingsmaatregel op te leggen. Een kinderbeschermingsmaatregel wordt uitgevoerd door een Gecertificeerde Instelling (GI). f. informeren college van burgemeester en wethouders over verzoek tot onderzoek aan RvdK: Dit onderdeel regelt dat Veilig Thuis de gemeente informeert over een melding aan de RvdK. g. terugkoppeling naar melder: Veilig Thuis informeert de melder over de wijze waarop de melding is afgehandeld. Als geen actie is ondernomen vernemen melders en ketenpartners waarom de melding is afgesloten. 27 Zie ook hoofdstuk 12 Handelingsprotocol Veilig Thuis
- De manier waarop de melder geïnformeerd wordt, kan afhankelijk zijn van wie de melder is: • Feedback aan professionals bestaat uit de volgende gegevens: - of Veilig Thuis een vervolgtraject heeft ingezet; - bij de inzet van een vervolgtraject: de gegevens over de overdrachtspartijen; - als de melder een rol speelt in het vervolg, draagt Veilig Thuis ook de veiligheidsvoorwaarden en de afspraken over het monitoren over. • Feedback omstanders en het informele netwerk is uit privacyoverwegingen beperkt. De feedback bestaat uit het informeren van de melder over het al dan niet in behandeling nemen van de melding. De melder met een voortdurende betrokkenheid bij het gezin of huishouden (zoals naaste familie) zal bij afronding van de bemoeienis van Veilig Thuis telefonisch of schriftelijk worden geïnformeerd. Veilig Thuis verstrekt daarbij informatie over: - het gegeven – wanneer dit het geval is – dat de melding niet bevestigd is; - het gegeven – wanneer de melding is bevestigd - dat een vervolgtraject is ingezet en dat op termijn verbetering van de situatie mag worden verwacht; - de verwachtingen die Veilig Thuis heeft ten aanzien van de melder wat betreft het bieden van ondersteuning aan het gezin of huishouden en wat betreft verdere signalering. • Terugkoppeling aan het professionele netwerk: Voor zover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van hun taken en verantwoordelijkheden worden ook de volgende ketenpartners geïnformeerd: - de huisarts; in het geval er minderjarige kinderen betrokken zijn: de Jeugdgezondheidszorg; - de school van het kind. h. adviesfunctie: Veilig Thuis is beschikbaar voor iedereen die advies nodig heeft over een situatie waarbij (vermoedelijk) sprake is van huiselijk geweld of kindermishandeling. Niet alleen voor professionals, maar ook voor iedere burger (omstander, slachtoffer maar ook pleger of kinderen) is Veilig Thuis beschikbaar voor advies. Verwerken persoonsgegevens Veilig Thuis mag bij het geven van een advies alleen de naam en contactgegevens van de adviesvrager en de naam van de organisatie waar iemand werkt vastleggen. Over de persoon of personen waar advies over gevraagd wordt, worden geen gegevens vastgelegd (anoniem). In het registratiesysteem van Veilig Thuis wordt alleen een omschrijving van het advies vermeld. Voor de registratie van persoonsgegevens van de adviesvrager is uitdrukkelijk toestemming van de adviesvrager nodig.28 Zie ook hoofdstuk 4 en 5 Handelingsprotocol Veilig Thuis
- Ook bij het doorlopen van het afwegingskader (de stappen van de Meldcode), is het mogelijk om eerst een adviesgesprek te voeren met Veilig Thuis (stap 2) om de signalen te duiden of als onderdeel van de te maken afweging of melden noodzakelijk is of dat zelf hulp bieden of organiseren ook (in voldoende mate) mogelijk is. Lid 2: Om in te schatten of er in een situatie sprake is van acute of structurele onveiligheid is het van belang een zo volledig mogelijk beeld te krijgen van de aard en ernst van de problematiek. En dat Veilig Thuis signalen van verschillende melders kan combineren, ook over een langere periode. Om deze radarfunctie goed uit te kunnen uitvoeren heeft Veilig Thuis de volgende informatie nodig: • meldingen van professionals die melden op basis van hun afwegingskader. Daardoor komen meer meldingen op de radar; • meldingen die eerder zijn gedaan bij een van de 25 Veilig Thuis-organisaties. Een landelijk VeiligThuis-register maakt het mogelijk na te gaan of niet alleen in de eigen regio, maar ook in andere regio’s eerder een melding is binnengekomen bij een van de Veilig Thuis-organisaties; • het langdurig en intensiever monitoren van casussen door Veilig Thuis is tevens onderdeel van de radarfunctie. Veilig Thuis zal in contact met de directbetrokkenen en de betrokken professionals vaststellen of het veilig is geworden en of deze veiligheid in stand blijft. Monitoren is een onderdeel van de radarfunctie van Veilig Thuis. De doelen van monitoren zijn: • nagaan of aan de veiligheidsvoorwaarden wordt voldaan; • directe veiligheid, en later stabiele veiligheid voor alle directbetrokkenen; • Veilig Thuis heeft inzicht in de stappen die zijn gezet tot herstel van de opgelopen schade als gevolg van het huiselijk geweld of de kindermishandeling. Monitoren valt onder de wettelijke taken van Veilig Thuis waarop de sterke informatiepositie van Veilig Thuis van toepassing is. Dit betekent dat Veilig Thuis geen toestemming nodig heeft voor het voeren van overleg met of het informeren van externe partijen in het kader van het monitoren. Wel dienen de directbetrokkenen hierover te worden geïnformeerd.29 Zie voor meer informatie hoofdstuk 13 en 14.3 Handelingsprotocol Veilig Thuis. Zie verder hoofdstuk 13 Handelingsprotocol Veilig Thuis. Lid 3: Veilig Thuis kan contact leggen met de politie of hulpofficier van justitie voor een overleg over de mogelijkheid van het opleggen van een tijdelijk huisverbod. Een tijdelijk huisverbod kan worden opgelegd door de burgemeester aan een persoon van wie een ernstige dreiging van huiselijk geweld uitgaat. Het huisverbod houdt in dat een pleger van huiselijk geweld in beginsel tien dagen zijn of haar woning niet meer in mag en in die periode ook geen contact mag opnemen met de partner of de kinderen. Lid 4: Veilig Thuis kan, via de officier van justitie, een verzoekschrift bij de kantonrechter indienen om een onderbewindstelling of mentorschap voor een volwassene uit te spreken. Lid 5: De regiogemeenten voor en met wie Veilig Thuis samenwerkt kunnen overeenkomen dat Veilig Thuis naast de wettelijke taken nog andere taken uitvoert op het gebied van huiselijk geweld en kindermishandeling. Zoals fungeren als meldpunt voor mensenhandel. De bepalingen uit de Wmo 2015 die betrekking hebben op de kaders en bevoegdheden van Veilig Thuis hebben betrekking op de wettelijke taken zoals genoemd in lid
- Op andere uit te voeren werkzaamheden zijn deze bepalingen (deels) niet van toepassing. Ten aanzien van deze niet wettelijke, maar overeengekomen taken, dient dan ook expliciet de grondslag (mandaat of delegatie van een bevoegdheid) waarop de verwerking van persoonsgegevens plaatsvindt te worden geregeld. Verder is van belang dat duidelijk moet zijn voor welk doel Veilig Thuis persoonsgegevens verwerkt. Het doel moet zijn bepaald alvorens Veilig Thuis tot het verzamelen van gegevens overgaat. Persoonsgegevens die verzameld zijn voor een goede uitvoering van de wettelijke taken mogen alleen voor andere taken worden gebruikt als verschillende onderdelen qua doelstelling onderling verenigbaar zijn. Samenwerking met de politie De politie wordt als partner van Veilig Thuis gezien in de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. De politie doet ook (overige30 Overige zorgmeldingen op grond van de Jeugdwet worden ook door politie aan de Veilig Thuis organisaties gemeld op grond van een mandaatregeling. VT beoordeelt of de zogeheten CORV-melding een VT-melding of een overige zorgmelding betreft. In het laatste geval zet VT de melding door naar de gemeente voor verdere afhandeling.) zorgmeldingen bij Veilig Thuis. De politie valt niet onder de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling zoals die voor veel professionals geldt. De politie doet een zorgmelding op grond van de politietaak (artikel 3 van de Politiewet: hulpbehoevenden) als er zorgen zijn over mogelijke onveiligheid in afhankelijkheidsrelaties. Veilig Thuis ontvangt van de politie dan ook een breed spectrum aan meldingen. Hierbij is het de taak van Veilig Thuis om deze vermoedens van zorgen over onveiligheid in een afhankelijkheidsrelatie van de politie te beoordelen. Voor Veilig Thuis is de contextinformatie van de politie daarbij van essentieel belang om 1) meldingen inhoudelijk en kwalitatief te kunnen beoordelen en 2) meldingen (juridisch) te mogen aannemen waaruit (feitelijk) voldoende blijkt dat er zorgen zijn over de onveiligheid in een afhankelijkheidsrelatie. Onafhankelijke uitvoering onderzoekstaak Artikel 4.1.2 lid 2 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 bepaalt dat het college van de gemeenten waarborgt dat de onderzoektaak als bedoeld in artikel 3 lid 1 sub c van dit reglement onafhankelijk wordt uitgevoerd. Wat houdt dat in? Veilig Thuis heeft de bevoegdheid om, indien noodzakelijk, buiten medeweten om van betrokkenen, informatie te verzamelen om te onderzoeken of daadwerkelijk sprake is van huiselijk geweld of kindermishandeling. Met onafhankelijk onderzoek wordt bedoeld objectief en waardevrij, met voldoende distantie ten opzichte van de betrokkenen en andere hulpverleners. Een professional die niet in staat is om op objectieve wijze het onderzoek uit te voeren, bijvoorbeeld doordat deze persoon eerder rechtstreeks bij een gezin betrokken is of was, zou het Veilig Thuis-onderzoek niet mogen uitvoeren. De eis van onafhankelijkheid geldt specifiek voor de onderzoekstaak van Veilig Thuis, maar niet voor het vervolgtraject nadat het onderzoek is afgerond. Een medewerker van Veilig Thuis die een onderzoek heeft uitgevoerd, kan dus bijvoorbeeld als casemanager betrokken blijven bij hetzelfde gezin, bijvoorbeeld op verzoek van dat gezin.31 Zie de toelichting bij het ontwerpbesluit Jeugdwet. Artikel 4 Toegang tot het dossier Directe toegang tot het dossier van de betrokkenen hebben alleen personen, die betrokken zijn bij de uitvoering van de Veilig Thuis-taken. Deze personen hebben uitsluitend toegang als dat noodzakelijk is voor de uitvoering van hun taak. Hierbij valt te denken aan: • de contactpersoon die iemand heeft bij Veilig Thuis en diens vervanger; • experts die een bijdrage leveren aan een goede beoordeling van een melding. Denk hierbij aan de vertrouwensartsen of gedragswetenschappers die bij Veilig Thuis werken; • klachtenfunctionaris; • leidinggevenden die een controle uitvoeren of onderzoek doen naar ernstige gebeurtenissen (calamiteiten). Soms voert een medewerker deze taak uit namens een leidinggevende; • medewerkers die de administratie doen of juridische ondersteuning bieden; • personen die bepaalde controles uitvoeren. Zo controleert iemand van de afdeling administratie of onze geldzaken nog kloppen. En controleert iemand van de afdeling kwaliteit of de kwaliteit van ons werk nog goed is. Ook de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) controleert of Veilig Thuis goed uitvoering geeft aan de taken. De IGJ is een onderdeel van de overheid. Al deze mensen hebben informatie nodig voor hun controles. Veilig Thuis is op grond van de wet verplicht om hieraan mee te werken en informatie te geven; • Veilig Thuis kan bepaalde taken uitbesteden, zoals de ICT-ondersteuning. Deze organisaties hebben toegang tot persoonsgegevens van Veilig Thuis. Deze organisatie wordt dan een ‘verwerker’ genoemd. Veilig Thuis heeft met deze verwerkers afspraken gemaakt over een zorgvuldige en veilige verwerking van uw persoonsgegevens. De personen die toegang hebben tot het dossier, mogen alleen informatie inzien die noodzakelijk is voor een goede uitoefening van hun taak (specifieke autorisatie/toegangsrechten). En beoordeeld moet worden of het noodzakelijk is dat zij kennis nemen van persoonsgegevens. Kan een casus ook ‘anoniem’ dus zonder vermelding van om wie het gaat worden besproken, dan is het dus niet noodzakelijk dat er persoonsgegevens worden gedeeld en is het ook niet toegestaan om het dossier in te zien. Aan de hand van een inlogbevoegdheid voor diegenen die toegang moeten en mogen hebben kan worden bijgehouden en gecontroleerd wie het dossier heeft ingezien. Alle personen die toegang hebben tot de dossiers hebben een geheimhoudingsplicht. Hier hebben ze een contract voor ondertekend. Eén dossier per gezin/huishouden Ten aanzien van het dossier is het van belang dat er onderscheid is tussen het gedeelte dat op de gezamenlijke problematiek betrekking heeft, en de gedeeltes die op de individuele leden van het gezin/huishouden betrekking hebben. Als er dossiers van de afzonderlijke gezinsleden zijn, mogen deze in één ICT-systeem zitten, maar moeten ze op grond van de onderlinge privacybelangen van elkaar gescheiden zijn. Vertrouwelijke informatie van het ene gezinslid mag niet zomaar gekoppeld worden aan informatie van een ander gezinslid. Zeker in zaken bij veiligheidsrisico’s zoals stalking en schadelijke traditionele praktijken (STP) zal hier aandacht voor moeten zijn. Ook moeten de autorisaties bijvoorbeeld per dossier ingeregeld worden. Het is niet de bedoeling dat via inzagerecht informatie van het ene gezinslid bij een ander gezinslid terecht komt. Uitzondering zijn de ouders met gezag die in beginsel recht hebben op informatie van hun kind jonger dan 16 jaar, tenzij zwaarwegende belangen van het kind zich hiertegen verzetten.32 Zie voor de omgang met dossiers ook de ‘Wegwijzer het dossier in e jeugdhulpverlening’, www.bpsw.nl/actueel/nieuws/item/het-dossierin-de-jeugdhulpverlening-een-nieuwe-wegwijzer/. Artikel 5 Algemene informatie voor de betrokkene over gegevensverwerking Veilig Thuis is verplicht om betrokkenen te informeren over het verwerken van persoonsgegevens. (Direct)betrokkenen moeten dus weten dat er over hem of haar informatie in het dossier staat en welke informatie dat is. Ook moet Veilig Thuis aan de directbetrokkenen informatie geven over wat er met de persoonsgegevens gebeurt, wie het dossier kan inzien en met wie Veilig Thuis deze informatie allemaal kan delen. Ook in het Handelingsprotocol Veilig Thuis en dit privacyreglement is informatie te vinden over de verwerking van persoonsgegevens. Veilig Thuis informeert de betrokkene over en bespreekt - mits het veilig kan en geen doorkruising is van een strafrechtelijk onderzoek – in ieder geval – : • de inhoud van de melding; • wat de visie van de directbetrokkene op de melding en op hun situatie is; • hun mogelijkheden tot samenwerking met Veilig Thuis aan het herstel van de veiligheid; • de taken en bevoegdheden van Veilig Thuis; • de contacten die Veilig Thuis eerder al heeft gelegd met andere instanties of professionals; • de contacten die Veilig Thuis voornemens is te gaan leggen; • het voornemen te registreren in de VIR in het geval er minderjarigen betrokken zijn; • de vervolgstappen voor zover deze al te overzien zijn. 33 Zie ook hoofdstuk 8 Handelingsprotocol Veilig Thuis. Zie ook artikel 11 van dit reglement waarin de informatieplicht van Veilig Thuis over het verwerken van persoonsgegevens van betrokkene is bepaald. Kennisgeving bij directe overdracht naar het lokale veld Als Veilig Thuis een veiligheidsbeoordeling direct overdraagt naar het lokale veld, is het van belang dat er duidelijke afspraken zijn tussen Veilig Thuis en het lokale veld over de wijze waarop dit wordt gedaan. Heeft Veilig Thuis nog niet zelf contact gehad met de directbetrokkenen? In dat geval moet worden afgesproken dat het lokale team de betrokkene informeert over de melding, de overdracht en over de eventuele afspraken die zijn gemaakt met Veilig Thuis.34 Zie ook hoofdstuk 7.5 en 11 Handelingsprotocol Veilig Thuis. Verwijsindex Omdat bij een melding aan de verwijsindex persoonsgegevens worden verstrekt is het van belang betrokkenen te wijzen op het bestaan van de verwijsindex en hoe hier door Veilig Thuis mee wordt omgegaan.
- Doel en voorwaarden van de verwerking van persoonsgegevens Artikel 6 Doel van de verwerking van persoonsgegevens Veilig Thuis heeft een maatschappelijke opdracht als het gaat om het tegengaan van huiselijk geweld en kindermishandeling. Om deze opdracht goed uit te kunnen voeren maakt Veilig Thuis een dossier van een gezin of huishouden. Veilig Thuis verwerkt persoonsgegevens dus om een bepaald doel te bereiken. Sommige informatie over betrokkenen moet worden verwerkt, omdat de wet dat bepaalt. Een voorbeeld hiervan is dat het BSN van de betrokkene in het dossier moet worden opgenomen met als doel te waarborgen dat de door Veilig Thuis te verwerken persoonsgegevens op die persoon betrekking hebben.35 Zie artikel 5.2.9 Wmo
- Zie ook artikel 3 van dit reglement waarin de taken van Veilig Thuis nader zijn toegelicht. Op grond van artikel 4.1.1, eerste lid Wmo 2015 dient het college zorg te dragen voor de inrichting van een Veilig Thuis-organisatie. Gemeenten hebben hierbij verschillende keuzes gemaakt: zo zijn er Veilig Thuis-organisaties die onderdeel van een GGD/gemeenschappelijke regeling zijn of een zelfstandige stichting zijn. De Inspecties Gezondheidszorg en Jeugd, Justitie en Veiligheid en het samenwerkingsverband Toezicht Sociaal Domein houden toezicht op de kwaliteit van het werk van Veilig Thuis. De gemeenten en Inspecties hebben bepaalde informatie nodig van Veilig Thuis om hun taak goed te kunnen uitvoeren en Veilig Thuis is verplicht om deze (in de wet vastgelegde) informatie te geven.36 Zie de artikelen 4.2.12 Wmo 2015 en 4.3.2 Uitvoeringsbesluit Wmo
- Veilig Thuis is daarnaast wettelijk verplicht om periodiek beleidsinformatie aan het CBS te verstrekken. In het Informatieprotocol Beleidsinformatie Veilig Thuis is vastgelegd welke gegevens aangeleverd moeten worden. Zie ook artt. 4.3.
- e.v. van het Uitvoeringsbesluit Wmo en de Uitvoeringsregeling Wmo. Betrokkenen hebben het recht om een klacht in te dienen bij Veilig Thuis als zij ontevreden zijn over het handelen van Veilig Thuis. Daarnaast kan tegen een medewerker met een beroepsregistratie een tuchtklacht worden ingediend. Tot slot staat de weg naar de civiele rechter open bij onrechtmatig handelen. Het dossier kan in deze situaties ook een rol spelen in de verantwoording van het handelen van de organisatie of medewerker. Artikel 7 Voorwaarden voor een rechtmatige verwerking In dit artikel staan de voorwaarden voor een rechtmatige verwerking van persoonsgegevens - zoals neergelegd in de verschillende wet- en regelgeving. Geregistreerde professionals dienen hierbij ook hun beroepscode en toepasselijke richtlijnen in acht te nemen.37 Zie ‘Wegwijzer. Standaarden in zorg voor de jeugd, Samenwerkende beroepsverenigingen, https://voordejeugd.nl/nieuws/praktischewegwijzer-kwaliteitsstandaarden-de-zorg-voor-jeugd/ Veilig Thuis moet zorgvuldig omgaan met de persoonsgegevens van betrokkene(n). De gegevens die worden vastgelegd moeten noodzakelijk én proportioneel zijn voor het bereiken van het vastgestelde doel. Informatie die niet relevant is, mag niet worden vastgelegd in het dossier. En de informatie die Veilig Thuis in het dossier heeft opgenomen om de taken goed uit te kunnen voeren, mag niet voor een ander doel worden gebruikt. Veilig Thuis mag bijvoorbeeld persoonsgegevens niet aan een commercieel bedrijf verstrekken, zodat dit bedrijf een bepaald product aan betrokkenen kan gaan verkopen. Zorgvuldigheidsregels Bij de dossiervorming worden de volgende regels in acht genomen: • Veilig Thuis legt alleen die gegevens vast die nodig zijn voor de taken van Veilig Thuis; • Veilig Thuis legt vast op wie de gegevens betrekking hebben (inclusief BSN); • Veilig Thuis legt alle relevante informatie vast, dus zowel gegevens die de (vermoedens van) HG/KM kunnen weerleggen als gegevens die dit kunnen bevestigen; • Veilig Thuis legt de gegevens zo feitelijk mogelijk vast en vermijdt speculaties en interpretaties; • als er ook oordelen, meningen of hypothesen worden vastgelegd, wordt de status daarvan uitdrukkelijk vermeld, feiten en meningen/hypothesen/oordelen/interpretaties worden van elkaar gescheiden; • diagnoses worden alleen vastgelegd indien ze zijn vastgesteld door een professional die bevoegd is de betreffende diagnoses te stellen; • de bron wordt altijd vermeld; • hoor en wederhoor wordt standaard opgenomen in rapportages; • informatie die wordt vastgelegd en die afkomstig is van informanten, wordt door hen geaccordeerd; • indien de gegevens die worden vastgelegd niet gebaseerd zijn op actuele contacten met leden van het cliëntsysteem wordt dit uitdrukkelijk vermeld; • rapporten van (externe) deskundigen waarvan uitkomsten of conclusies worden vastgelegd in het registratiesysteem van Veilig Thuis, worden in zijn geheel als bijlage toegevoegd; • gegevens die feitelijk niet juist blijken te zijn worden op verzoek gecorrigeerd dan wel verwijderd. Bevindingen of conclusies die behoren tot een professioneel oordeel of verantwoordelijkheid kunnen niet gecorrigeerd worden; wel heeft een betrokkene het recht een zienswijze te laten opnemen; • de visie van een of meer directbetrokkenen op de melding en op de interventies en beoordelingen van Veilig Thuis wordt expliciet vermeld. NB: Deze vuistregels gelden voor alle diensten van Veilig Thuis. Het beginsel ‘hoor en wederhoor’ zal vooral aan de orde zijn bij dossiervorming in een onderzoek. Bij alle andere diensten geldt de eis van ‘hoor en wederhoor’ in alle gevallen waarin Veilig Thuis inschattingen maakt of besluiten neemt op basis van belastende informatie over een persoon die door een andere persoon of instantie is verstrekt.38 Zie ook hoofdstuk 15 Handelingsprotocol Veilig Thuis. 'Feiten volledig en naar waarheid aanvoeren’ Van belang is dat Veilig Thuis de feiten verzamelt en dat van de feitelijke juistheid van de gegevens die in een rapportage staan vermeld kan worden uitgegaan. Veilig Thuis moet goed uitleggen waarom een bepaalde beslissing wordt genomen. En duidelijk moet zijn wat de mening van Veilig Thuis en de directbetrokkenen is en wat de feiten zijn. Zie verder ook de Inleiding van dit reglement. Directbetrokkenen hebben ook rechten met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens. Zie hierna hoofdstuk
- Ook het respecteren hiervan zijn onderdeel van een zorgvuldige verwerking van gegevens. Artikel 8 Grondslag voor de verwerking van persoonsgegevens Toelichting Lid 1: Uitgangspunt is dat het niet is toegestaan om persoonsgegevens over iemand vast te leggen en te gebruiken. Dit mag alleen als hiervoor een formeel wettelijke grondslag bestaat. Wat die grondslagen kunnen zijn, is bepaald in de AVG. De grondslag voor gegevensverwerking kan per taak en activiteit van Veilig Thuis verschillen. In artikel 4.1.1 Wmo 2015 is bepaald dat het college dient zorg te dragen voor de inrichting van een Veilig Thuis. In de wijze waarop Veilig Thuis wordt georganiseerd kan de gemeente verschillende keuzes maken.39 Zie de factsheet van de VNG “Vorming Veilig Thuis en toegang jeugdhulp. Organisatievormen en arbeidsrechtelijke consequenties”, april
- De taak van algemeen belang of voor de uitoefening van openbaar gezag die aan Veilig Thuis wordt toegekend, is neergelegd in de Wmo
- In hoofdstuk 4 en hoofdstuk 5 van de Wmo zijn specifieke bepalingen opgenomen over de verwerking van persoonsgegevens door Veilig Thuis, zoals bijvoorbeeld over de ketenpartners waaraan en de doeleinden waarvoor de persoonsgegevens mogen worden verstrekt en/of gedeeld. Lid 2: In de toelichting op artikel 1 sub r van dit reglement wordt het begrip ‘toestemming’ nader uitgewerkt, evenals de wijze waarop de toestemming kan worden vastgelegd. Veilig Thuis heeft geen toestemming nodig voor het verwerken van persoonsgegevens voor zover het gaat om de uitoefening van wettelijk de taken als omschreven in artikel 3 sub b t/m h inclusief de monitoring zoals beschreven in lid 2 van dit reglement. Voor de adviesfunctie geldt dit niet. Voor het laten verrichten van meer gespecialiseerde onderzoeken door een of meer anderen dan de genoemde deskundigen is in beginsel altijd de toestemming van de betrokkene vereist. De wet biedt Veilig Thuis de bevoegdheid om, zonder daarbij afhankelijk te zijn van de toestemming van betrokkenen, een melding aan te nemen en in een registratiesysteem vast te leggen, informatie bij anderen over hen op te vragen en om ook deze informatie weer vast te leggen, informatie aan derden te verstrekken in verband met de toeleiding naar hulp of om overleg over de melding te voeren met politie of RvdK. Deze bevoegdheid kan diep ingrijpen in het leven van directbetrokkenen en geldt daarom alleen ‘voor zover noodzakelijk voor de taken van Veilig Thuis’. Veilig Thuis mag deze sterke informatiepositie alleen gebruiken: • voor de in de wet genoemde taken; • voor zover uit de melding een redelijk vermoeden van kindermishandeling of huiselijk geweld kan worden afgeleid én • voor zover het vastleggen, bewaren of verstrekken van informatie noodzakelijk is voor het onderzoek of voor het bepalen en zetten van de vervolgstappen. Het is aan de medewerkers van Veilig Thuis om te beoordelen of aan deze voorwaarden wordt voldaan. Beoordeeld zal dus moeten worden of er sprake is van een redelijk vermoeden en welke informatie noodzakelijk is voor het maken van een veiligheidsbeoordeling en onderzoek. Is het wel handig om bepaalde informatie te hebben? Dat is niet voldoende. Het moet echt gaan om noodzakelijke informatie. Zie voor meer informatie ook hoofdstuk 14.3 ‘Informatiepositie van Veilig Thuis’ Handelingsprotocol Veilig Thuis. Verzoek ondersteuning van directbetrokkene zelf Als directbetrokkenen zelf contact zoeken met Veilig Thuis met het verzoek om hen te ondersteunen bij het stoppen van het huiselijk geweld en/of kindermishandeling, gebeurt dit op basis van vrijwilligheid en vraagt Veilig Thuis toestemming om te handelen, voor overleg met derden en het verwerken van hun gegevens. In uitzonderingssituaties kan Veilig Thuis de regie overnemen.40 Zie hoofdstuk 4.5 Handelingsprotocol Veilig Thuis. Kennisgeving gegevensverwerking Veilig Thuis is verplicht om transparant te zijn en zal de directbetrokkenen daarom in beginsel moeten informeren over de verwerking van hun persoonsgegevens, tenzij sprake is van ernstige onveiligheid. Zie verder artikel 11 van dit reglement. Lid 3: In lid 3 gaat het om een ‘kan’-bepaling en zal Veilig Thuis dus steeds een afweging moeten maken of en zo ja welke aanvullende informatie noodzakelijk is ten behoeve van de veiligheidsbeoordeling. Artikel 9 Verwerking persoonsgegevens van gevoelige aard Bijzondere categorieën van persoonsgegevens en andere persoonsgegevens van gevoelige aard, mogen alleen worden verwerkt als dat bij wet in formele zin is bepaald. Voor Veilig Thuis is in artikel 5.1.6 lid 2 Wmo 2015 expliciet bepaald dat Veilig Thuis bevoegd is om persoonsgegevens betreffende de gezondheid, huiselijk geweld of kindermishandeling te verwerken. Ook hierbij geldt weer dat dit wel noodzakelijk moet zijn voor de uitoefening van de wettelijke taken zoals beschreven in artikel 3 van dit reglement. Daarnaast moet Veilig Thuis waarborgen dat deze gegevens worden verwerkt voor het doel waarvoor deze zijn verzameld of voor zover het verwerken met dat doel verenigbaar is, alsmede hoe daarop wordt toegezien.41 Artikel 4.1.1 lid 3 sub a Uitvoeringsbesluit Wmo
- Ook gelden voor deze gegevens uiteraard ook de overige voorwaarden voor een zorgvuldige gegevensverwerking zoals dataminimalisatie en correctheid van de gegevens. In artikel 5.2.9 Wmo 2015 is bepaald dat Veilig Thuis het BSN dient te gebruiken om te waarborgen dat de te verwerken persoonsgegevens betrekking op de betrokken hebben. Zie ook artikel 1 sub c en d van dit reglement voor de definitie van bijzondere en gevoelige persoonsgegevens en de toelichting hierbij. Artikel 10 Verwerking van persoonsgegevens met gebruik van audio- of visuele hulpmiddelen Lid 1: Veilig Thuis heeft toestemming van de betrokkene(n) nodig indien het maken van geluids- en/of beeldopnamen bij de uitvoering van haar wettelijke taken noodzakelijk vindt. Buiten de uitvoering van de wettelijke taken is het mogelijk om geluidsopnamen ten behoeve van training van medewerkers van Veilig Thuis te maken. In dat geval hoeft niet om toestemming te worden gevraagd. De betrokkene moet wél worden geïnformeerd over het feit dat er een geluidsopname voor trainingsdoeleinden wordt gemaakt. Lid 2 en 3: Het maken van geluidsopnames van een gesprek met een medewerker van Veilig Thuis is toegestaan. Hieraan zijn wel voorwaarden verbonden:
- de directbetrokkenen moet voorafgaande aan het gesprek kenbaar maken dat hij een geluidopnamen wil laten maken,
- derden die bij het gesprek aanwezig zijn moeten hiermee vooraf instemmen,
- Veilig Thuis ontvangt desgevraagd een kopie van de geluidsopname,
- de geluidsopname is niet bestemd voor anderen of om openbaar te maken, tenzij hiervoor toestemming is gegeven. Er kunnen zwaarwegende redenen zijn om het maken van een geluidsopname te weigeren. Het maken van een geluidsopname kan mogelijk de privacy van anderen schaden, zoals die van de jeugdige of andere betrokkene. Dit kan voor Veilig Thuis een reden zijn om het maken van geluidsopnamen te weigeren.42 Zie ook de handreiking en tips van de Nationale Ombudsman over het maken van geluidsopnamen, www.nationaleombudsman.nl/nieuws/2020/koffie-thee-geluidsopname-nationale-ombudsman-geeft-aanvullende-tips-aan. Veilig Thuis-organisaties kunnen hierover ook nog eigen aanvullende beleidsafspraken hebben. Geluidsopname in (klacht-/tucht-) procedures Mogen (heimelijk gemaakte) geluidsopnamen worden ingebracht in procedures? Zie hierover de volgende uitspraken: • Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 13 mei 2019, ECLI:NL:TADRARL:2019:8: de heimelijk door klager met verweerder opgenomen gesprekken, waarvan transcripties in het klachtdossier waren gevoegd en de originele opnames beschikbaar waren, heeft de Raad in de gegeven omstandigheden toelaatbaar geoordeeld. • Raad van Toezicht SKJ 9 maart 2020, 19.158Ta: De door klager ingediende geluidopnames zijn toegelaten tot de procedure. Dat deze opnames slechts enkele delen uit een gesprek beslaan, zoals namens de jeugdbeschermer aangevoerd, is onvoldoende reden om het bewijs uit te sluiten. • College van Beroep SKJ 16 juni 2016, 16.012B: De door appellante ingediende geluidopnamen zijn toegelaten tot de procedure, er zijn namelijk geen zwaarwegende belangen of bijkomende omstandigheden aangevoerd die het zouden rechtvaardigen het bewijs uit te sluiten. • Gerechtshof Amsterdam 10 augustus 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:2581: Openbaarmaking van een heimelijk gemaakte geluidsopname aan de civiele rechter is niet per definitie onrechtmatig, maar het hof is van oordeel dat in zaken waarbij jeugdzorginstanties zijn betrokken, terughoudend dient te worden omgegaan met het toestaan van het overleggen van dergelijke heimelijk gemaakte geluidsopnames. Dergelijke opnames stroken niet met belangrijke waarden als onderlinge transparantie en vertrouwen. Kernwaarden die van belang zijn om tot een goede samenwerking te komen en in dit geval om hulp te kunnen verlenen in het belang van het betrokken kind, aldus het hof. Beeldopname Het maken van beeldopnamen is niet toegestaan. Dit is alleen toegestaan als degene die deze beeldopname wil maken hiervoor de toestemming heeft van de andere personen die bij een gesprek aanwezig zullen zijn. Deze toestemming wordt schriftelijk en alleen onder bepaalde voorwaarden gegeven, de voorwaarde dat de beeldopnamen alleen voor eigen gebruik zijn en niet mogen worden verspreid. Artikel 11 Informatieverstrekking Lid 1: Uitgangspunt van de werkwijze van Veilig Thuis is een zo groot mogelijke openheid en transparantie naar alle directbetrokkenen en overige bij de melding betrokken personen. Veilig Thuis kan echter zonder toestemming van betrokkene gegevens verwerken. Deze bevoegdheid brengt voor Veilig Thuis de plicht mee betrokkene zo spoedig mogelijk, en in ieder geval binnen vier weken in te lichten over de verwerking van de hem betreffende gegevens. In lid 1 van dit artikel is dan ook opgenomen dat Veilig Thuis de directbetrokkene zo spoedig mogelijk informeert over het gegeven dat er een melding is binnengekomen, de inhoud van de melding en de vervolgstappen die Veilig Thuis gaat zetten. Dit kan alleen achterwege worden gelaten bij ernstige concrete signalen van onveiligheid. In de memorie van toelichting bij de Jeugdwet is over deze bijzondere bevoegdheid het volgende vermeld: (…) Een melding aan het amhk kan betrekking hebben op een situatie ten aanzien waarvan nog volledig onduidelijk is of sprake is van een mogelijk strafbaar feit, waar artikel 43, onder b, Wbp op doelt. Wel is van belang dat het amhk op dat moment de gemelde situatie in kaart kan brengen. Om te voorkomen dat een dergelijk onderzoek naar een (vermoedelijke) situatie van huiselijk geweld of kindermishandeling wordt gefrustreerd doordat betrokkenen, waaronder de (vermoedelijke) dader op de hoogte gebracht worden en in verband met de kans op represailles voor het slachtoffer, is het verstrekken van de informatie dan niet gewenst. Ook kan het belang van de melder of van derden (bijvoorbeeld huisgenoten) om anoniem te blijven een reden voor weigering zijn. Immers, door het verstrekken van de gevraagde informatie zou de identiteit van de melder of van derden kunnen worden achterhaald. Een amhk dient als uitgangspunt een zo groot mogelijke openheid te hanteren op een zo kort mogelijke termijn. De termijn gedurende welke een amhk persoonsgegevens kan verwerken zonder medeweten en dus zonder toestemming van betrokkene, is in het eerste lid gesteld op vier weken. Indien het noodzakelijk kan worden geacht om een situatie van huiselijk geweld of kindermishandeling te beëindigen of een redelijk vermoeden van huiselijk geweld of kindermishandeling te onderzoeken, bestaat de mogelijkheid deze termijn telkens met ten hoogste twee weken te verlengen. Door de termijn van twee weken zal het amhk zich steeds moeten afvragen of de geheimhouding nog steeds nodig is. Benadrukt zij dat een Veilig Thuis per melding doorgaans persoonsgegevens verwerkt van verschillende personen en daarom zal rekening moeten worden gehouden met een mogelijk per betrokkene verschillend verloop van de termijn.(…)43 Vergaderjaar 2012-2013, Kamerstuk 33684 nr. 3 Lid 2: In dit lid is bepaald aan wie de in het eerste lid bedoelde informatie moet worden verstrekt als de betrokkene jonger dan 16 jaar is of als de betrokkene vanaf 12 jaar en ouder niet in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake. Of een jeugdige (of een ouder) niet in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake vraagt om het maken van een afweging. Zie voor een hulpmiddel hierbij het document ‘Handreiking voor de beoordeling van wilsbekwaamheid. Voor de hulpverlener’. 44 Zie Handreiking voor vaststellen wilsbekwaamheid. Veilig Thuis hoort ook minderjarige kinderen in de leeftijd van 4 jaar en ouder. Kinderen jonger dan 4 jaar worden in ieder geval gezien. Veilig Thuis heeft geen toestemming van de ouder(s) met gezag of voogd nodig voor het spreken met kinderen. Wel worden de ouders met gezag of voogd vooraf hierover geïnformeerd. Lid 3: Uitgangspunt is transparantie. Dit houdt in dat Veilig Thuis richting directbetrokkenen transparant is over welke persoonsgegevens er worden verwerkt. Er zijn evenwel gevallen denkbaar waar Veilig T