/akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR724428 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/gm0262/2024/Regelingafc0c6a68c684c5190bc3924b2c99adc /join/id/stop/work_019 2024-10-11 2024-10-11 /akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR724428/nld@2024-10-12 /join/id/proces/gm0262/2023/procedureb54de458158b4f0ebc9d2ea245bfdadb /join/id/proces/gm0262/2024/procedure5ed39e31e4e34ca981a0c3ce7b08576c 2024-10-12 2024-10-12 /akn/nl/act/gm0262/2024/Regelingafc0c6a68c684c5190bc3924b2c99adc/nld@2024-10-10;14210083 /akn/nl/act/gm0262/2024/Regelingafc0c6a68c684c5190bc3924b2c99adc /akn/nl/act/gm0262/2024/Regelingafc0c6a68c684c5190bc3924b2c99adc/nld@2024-10-10;14210083 /join/id/stop/work_019 2 Omgevingsvisie Lochem 2040 “Krachtig en in balans” 1 Krachtig en in balans! Beste lezer, Met trots presenteren wij de omgevingsvisie “Krachtig en in balans” voor de gemeente Lochem. De omgevingsvisie Lochem beschrijft de visie op onze toekomst. Waar gaan we naar toe met onze stad, onze dorpen en ons buitengebied. Wat is belangrijk om te behouden en te beschermen? Hoe leven we in Lochem samen? Welke behoeften zijn er in de samenleving? Deze vragen komen aan bod in de omgevingsvisie “Krachtig en in balans”. Trots ben ik ook omdat we met elkaar, dankzij de inbreng van vele inwoners, onze jongeren van het Staringcollege, dorpsraden, maatschappelijke organisaties en medeoverheden samen een visie hebben kunnen vormgeven over hoe we denken dat Lochem er in 2040 uit gaat zien. We hebben laten zien waar Lochem sterk in is én we zetten samen een stip op de horizon waar we naar toe kunnen werken.Lochem is misschien wel de mooiste en fijnste gemeente in Nederland om te mogen wonen, werken en recreëren. We koesteren onze mooie omgeving. Het zal u dan ook niet verbazen dat we vooral uitgaan van behoud van al het goede ook voor de toekomst. Daar koersen wij op. Maar we sluiten onze ogen niet voor nieuwe ontwikkelingen die op ons af komen of nodig zijn. Daarnaast hebben we te maken met een aantal grote opgaven, die we samen met provincie, regio en buurgemeenten moeten oppakken. In 2040 wensen wij u en ons een sterke gemeente, met woonkernen waar mens en dier fijn en gezond samen kunnen leven. Een gemeente die goed bereikbaar is en waarin de stad en dorpen goede voorzieningen hebben. Waar vraag en aanbod van wonen, zorg en werk op elkaar afgestemd zijn. De vragen voor het gebruik van onze ruimte moeten we zorgvuldig afwegen. Zodat ook ons mooie landschap en buitengebied dat we zo koesteren, in balans blijft. Met een goed evenwicht en een goede afstemming tussen ruimte bieden aan voedselproductie, natuur en biodiversiteit, bodem en water, wonen, werken, recreëren en infrastructuur. We realiseren ons ook dat een visie op de fysieke leefomgeving maar een deel van de werkelijke toekomst is. Omdat we niet kunnen overzien welke ontwikkelingen er ook op Lochem afkomen door mondiale vraagstukken, nieuw nationaal beleid en nieuwe wensen of behoeften vanuit onze eigen samenleving. Daarom schromen we ook niet om onze visie bij te stellen als dat nodig is als gevolg van nieuwe inzichten en ontwikkelingen. We hopen en verwachten dat deze visie op Lochem in 2040 ons allen gaat helpen om ook in 2040 trots, sterk en in balans te zijn. Wij hopen dat deze visie u inspiratie of richting geeft, voor initiatieven die de toekomst van Lochem gaan bepalen. Wij wensen u veel leesplezier! Met vriendelijke groet, namens het college van burgemeester en wethouders,Marja EgginkWethouder Ruimtelijke Ontwikkeling 2 Leeswijzer Onze omgevingsvisie is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 3: Onze visie op Lochem in 2040 In hoofdstuk 3 nemen we u mee naar de toekomst van Lochem in
(2023). Om krachtige kernen te behouden en te versterken bouwen we woningen verdeeld over de stad Lochem, de dorpen en buurtschappen. Dit is uitgewerkt in de kernvisies Wonen (2022, 2023), die zo nodig periodiek zullen worden geactualiseerd. De al vastgestelde locaties zijn opgenomen op de visiekaart. d. De woningbouw tussen 2030-2040 voorziet in onze lokale behoefte, aangevuld met behoefte vanuit regionale en nationale opgaven Vanuit het Rijk wordt onder meer gekeken naar de regio Stedendriehoek voor wat betreft het faciliteren van de realisatie van extra (drooggelegen) woningen. Lochem pakt haar rol in die verantwoordelijkheid. Mede omdat het ook helpt de voorzieningen van stad en in de dorpen in stand te houden of te versterken. De bijzondere demografische samenstelling maakt het noodzakelijk dat we graag plaats bieden aan jonge mensen/werknemers van elders. We zetten in op een groei naar 40.000 inwoners in 2040. Daarbij kijken we steeds naar de specifieke behoefte en spelen we in op de ontwikkelingen. De komst van extra inwoners in de stad Lochem draagt ook bij aan het in stand houden van de regiofunctie en de voorzieningen van deze stad. Qua extra ruimtebeslag gaan we uit van maximaal eenzelfde oppervlak als nodig voor de extra 1300 woningen die in de periode 2021-2030 worden gebouwd. Dit kan omdat we ook extra inzetten op het beter benutten van bestaande bebouwing/woningen of huidige bouwvlakken. Dit kan bijvoorbeeld door het mogelijk maken van het delen van woningen, het splitsen van woningen of door transformatie van bestaande bebouwing. Op de visiekaart zijn al een paar zoekrichtingen voor nieuwe woningen opgenomen voor de periode na 2030. e. We bieden ruimte aan vernieuwende woon(-zorg) concepten Bij fijn wonen hoort ook de nabijheid van zorg. We spelen in op de behoefte aan woonvormen tussen ‘thuis’ en verpleeghuis en bieden ruimte aan andere (flexibele) woonvormen, zoals meergeneratiewoningen, (pre)mantelzorgwoningen en wooncollectieven. Met de mogelijkheid van een tijdelijke woonunit op eigen erf, het eerder genoemde woningsplitsen en in elke grotere kern een plek van waaruit zorg kan worden verleend. We worden gemiddeld immers allemaal steeds ouder. Omdat niet iedere plek of woning geschikt is stellen we randvoorwaarden op, waaraan deze nieuwe woonvormen moeten voldoen. Om aan de zorgvraag te kunnen voldoen zal een deel van de woningen voor ouderen geclusterd en als verpleegzorgplek gebouwd moeten worden. Kansrijke locaties zijn plekken dichtbij voorzieningen en openbaar vervoer om de zelfredzaamheid te bevorderen. Hier krijgen deze woonconcepten voorrang boven andere vormen van wonen, bedrijven en kantoren. Samenwerking tussen gemeente, zorgpartijen en corporaties en is daarbij nodig. f. We bieden ruimte aan nieuwe woonvormen in het buitengebied We bieden ruimte voor nieuwe woonvormen in het buitengebied, wanneer een (agrarisch) bedrijf of meerdere bij elkaar gelegen bedrijven worden beëindigd. Clusters van woningen zijn hierbij mogelijk met als doel samen erven te delen, onderlinge zorg te bieden, het landschap te onderhouden of eigen voedsel te verbouwen. We zien hiervoor ruimte rond de bestaande kernen of buurtschappen. Daarnaast zien we ruimte voor enkele nieuwe grootschaliger zorgconcepten rond de kernen op vrijkomende agrarische locaties. Op deze plekken wonen jongeren, ouderen met en zonder zorgindicatie samen op een erf. De transitie in het landelijk gebied heeft ook diverse initiatieven en bedrijven opgeleverd die gericht zijn op een agro ecologische landbouwpraktijk. Hier is behoefte aan kleinschalige geclusterde woon- en werkvormen. We verkennen deze mogelijkheid en bewaken daarin de samenhang in beleid met andere sectoren in het landelijk gebied. Bij alle ontwikkelingen in het landelijk gebied geldt dat we oog hebben voor bestaande agrarische structuren, behoud van landelijk karakter en de ruimtelijke kwaliteit. Initiatieven dragen bij aan de volkshuisvestelijke opgave en versterking van natuur en landschap. g. We zetten in op een passend voorzieningenniveau in onze kernen We zetten in op de groei van de stad Lochem, zodat Lochem is in 2040 nog meer stad is geworden met een (boven)regionale aantrekkingskracht. Met behoud van voortgezet onderwijs, een goed winkelaanbod, levendige horeca en sociaal-maatschappelijke en culturele voorzieningen. Het stationsgebied en de stad zijn goed met elkaar verbonden. Naast behoud van prettige open en groene ruimtes, wordt ingezet op de mogelijkheden om de bestaande woningen/gebouwen te transformeren (woningsplitsing, inbreiding) en gestapeld bouwen toe te staan, waar dat past. Voor starters, ouderen en nieuwkomers zijn ook nieuwe woonwijken gerealiseerd. De dorpen zijn gegroeid zodat er voldoende draagvlak voor het bij de schaal passende voorzieningenniveau. De dorpen hebben een levendig dorpshart, met minimaal een fysieke plek om elkaar te ontmoeten. Dat is belangrijk, omdat de inwoners van de gemeente Lochem de samenwerking met elkaar en ontmoeting belangrijk vinden.We streven naar multifunctioneel gebruik van voorzieningen, om bestaande of nieuwe locaties ook in te zetten voor andere (sociale) activiteiten. Bijvoorbeeld het combineren van een ontmoetingsplek en zorgpunt. Op deze manier kunnen gebouwen efficiënter gebruikt worden. We zetten ons in om de aanwezige basisscholen en sportvoorzieningen in de verschillende dorpen te behouden. In de dorpen waar geen supermarkt meer is, hechten we extra waarde aan alternatieve voorzieningen als een marktkraam of een voorziening voor het aanbieden van lokaal voedsel. Wanneer voorzieningen niet in stand gehouden kunnen worden, zetten we in op een betere bereikbaarheid van de voorzieningen in andere kernen. We zorgen in ieder geval voor een goede bereikbaarheid van zorg-, welzijns- en maatschappelijke voorzieningen (denk aan huisarts, fysiotherapeut, scholen, sport, dorpshuis). We streven ook naar inclusiviteit en toegankelijkheid van voorzieningen, en nabijheid van voorzieningen bij zorg-, woon-zorg- en welzijnsinstellingen. In Gorssel en Laren zetten we in op behoud en versterking van levendige centra met een gevarieerd aanbod aan voorzieningen. Een levendig centrum met winkels, horeca, terrasjes, gezellige verblijfsplekken etc. Aantrekkelijk voor zowel de bewoners als de toerist / bezoeker. h. Onze wijken zijn toekomstbestendig, klimaatadaptief, natuurinclusief, en zijn zoveel mogelijk energieneutraal en circulair gebouwd We stimuleren toekomstbestendige bouw, waarbij we inzetten op flexibele en levensloopgeschikte woningen die makkelijke aan te passen zijn. We zetten in op circulair materiaalgebruik en natuurinclusief en klimaatbestendig ontwerpen, bouwen, renoveren en verbouwen en herstructureren van woonwijken en openbare ruimte en dus zoveel mogelijk bio-based. De omgeving is klimaatbestendig ingericht met aandacht voor behoud en versterking van de biodiversiteit en met ruimte voor ontmoeten, spelen en bewegen. Bij alle ruimtelijke ontwikkelingen streven we naar behoud en inpassing van bestaand (waardevol) groen. i. We zetten in op versterking van de sociale verbondenheidEen goede sociale verbondenheid is een randvoorwaarde om fijn te kunnen wonen. Naar elkaar om kunnen zien is bepalend voor de keuze waar we welke woningen realiseren. In de stad Lochem wonen verschillende bevolkingsgroepen samen. Ze hebben elkaar ook nodig en daarom is zo gebouwd dat een mix van woningaanbod ook een mooie mix van ontmoeten op straat mogelijk maakt. Wonen en werken in de stad passen bij elkaar. Ook in de dorpen en buurtschappen zorgt een betere demografische balans (jong en oud wonen samen) voor behoud van het naoberschap. Stedenbouwkundig is ervoor gezorgd dat er overal plekken zijn om elkaar te ontmoeten in de openbare ruimte, in een dorpshuis of op een sportlocatie. 6.3 Lochem is aantrekkelijk en groen Lochem is in 2040 aantrekkelijk en groen als: a. Het gevarieerde landschap is behouden en versterkt. b. Natuurgebieden beschermd, versterkt en onderling verbonden zijn. c. De biodiversiteit is verbeterd. d. De cultuurhistorische kwaliteiten behouden en versterkt zijn. e. Het (openbaar) groen is behouden en bijdraagt aan klimaatadaptatie. f. De entrees van onze gemeente herkenbaar zijn. Zo gaan we dit bereiken: a. Behoud en versterking van het gevarieerde landschap We willen ons agrarisch cultuurlandschap waar we trots op zijn behouden en beschermen. De kwaliteiten en kenmerken van het landschap vormen het uitgangspunt bij ons handelen. We laten ons leiden en inspireren door de natuurlijke omstandigheden van bodem, water en natuur. Bij ruimtelijke ontwikkelingen geven we hier invulling aan. Bij het realiseren van opgaven en bij ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied of grenzend aan het buitengebied zetten we in op behoud en versterking van de landschappelijke en/of cultuurhistorische waarden door hieraan voorwaarden te verbinden. Bij versterking van het landschap liggen kansen om mogelijkheden voor recreatieve ommetjes te verbeteren.Zandwegen behoren bij het Lochemse landschap en zijn van belang vanuit cultuurhistorisch oogpunt, voor natuur en zijn aantrekkelijk voor recreatief gebruik. We zetten in op behoud van het netwerk aan onverharde en halfverharde wegen. b. Beschermen, versterken en verbinden van natuurgebieden We beschermen onze bestaande bos- en natuurgebieden. De basis hiervoor ligt ook verankerd in het Gelders Natuur Netwerk (GNN) en Groene Ontwikkelingszone (GO) zoals opgenomen in de provinciale omgevingsvisie en bijbehorende verordening. Het gaat om een uitgebreid netwerk aan bos- en heidevelden, landgoederen, beken en agrarische gronden (zie afbeelding natuurkaart). Gemeente Lochem Gemeente Lochem We leveren samen met bijvoorbeeld natuur beherende organisaties, landgoedeigenaren, en gebruikers (zoals burgers met grond in het buitengebied, natuurinclusieve boeren, etc.) een zo groot mogelijke bijdrage aan het beschermen, verbeteren en verbinden van deze gebieden. Dit zijn de groene gebieden op de visiekaart verbonden door de groene pijlen. Deze gebieden zijn op de visiekaart aangeduid als “Natuur en landschap- in balans met recreatie en landbouw”. In en nabij kwetsbare natuurgebieden zijn we terughoudend met het toevoegen van nieuwe verstorende functies. c. We verbeteren de biodiversiteit Het is onze verantwoordelijkheid goed te zorgen voor de dieren en planten in onze gemeente. Die verantwoordelijkheid willen we ook nemen, samen met de inwoners en organisaties in onze gemeente. Enerzijds vanwege het belang van de soorten zelf, maar tegelijk ook omdat we de dieren en planten nodig hebben. Ze zijn deel van het landschap in onze gemeente, en daarmee verbonden met onze identiteit. Ook is het behoud van de biodiversiteit onmisbaar voor de manier waarop wij leven en ons welzijn. Biodiversiteit en gezonde ecosystemen vormen de basis voor de gezondheid van onze inwoners en de dieren in onze gemeente. Voor voedselzekerheid, kwaliteit van leven en economie. Verbetering van de biodiversiteit is van belang voor zowel natuur als landbouw. Herstel van biodiversiteit vraagt om verbetering van de kwaliteit van leefgebieden en om het versterken van de samenhang tussen die gebieden. Niet alleen in en tussen natuurgebieden, maar ook in het agrarisch gebied, in wateren en in de kernen zetten we in op versterking van de biodiversiteit. We sluiten daarbij aan op Gelders Natuur Netwerk (GNN) en Natura2000 gebieden. Daarnaast geven we prioriteit aan gebieden die volgens de “Basiskwaliteit landschap en biodiversiteit” extra aandacht verdienen. De iconen voor versterking van landschap en/of biodiversiteit zoals opgenomen op de visiekaart zijn hierop afgestemd. d. We behouden onze cultuurhistorische kwaliteiten Ook in 2040 genieten we volop van ons culturele erfgoed. Ook van het gebouwde cultureel erfgoed zoals de vele monumenten. Dit zijn de pareltjes in onze bebouwde omgeving. We willen de verschillende cultuurhistorische kwaliteiten behouden en versterken. We versterken onze positionering als erfgoedgemeente met een buitengewone dichtheid van landgoederen en buitenplaatsen. We willen dat de huidige generatie maar ook toekomstige generaties de cultuurhistorische kwaliteiten blijven herkennen als deel van de identiteit van de plek waar zij wonen. Daarvoor moeten we deze waarden koesteren, behouden en versterken. Dit kan bijvoorbeeld door hergebruik en herbestemming van waardevol erfgoed, historische bouwwerken een gepaste nieuwe functie te geven waarbij respect voor het erfgoed centraal staat. We ondersteunen de instandhouding van historische landgoederen door hen ruimte te bieden voor nieuwe manieren om inkomsten te verwerven. Dit onder de voorwaarde dat zij een bijdrage leveren aan onze ambities ten aanzien van landschap, natuur, recreatie en toerisme zonder dat de cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden worden aangetast. Erfgoed is een vast onderdeel bij ruimtelijke opgaven. We behouden en versterken de kenmerken van de historische landschapstypen zodat deze herkenbaar blijven of weer worden. We beschermen aardkundige en archeologische waarden. Het uitgangspunt voor onze archeologische erfgoedwaarden is behoud in de bodem. e. We zetten in op behoud en versterking van ons groen We zetten in op behoud en versterking van het (waardevolle) groen (openbaar groen, bospercelen, landschapselementen, agrarisch cultuurlandschap en laanbomen) in zowel het buitengebied als in de kernen. We zetten ons duurzaam beheer van laanbomen voort. We bieden ruimte aan nieuwe bossen, zodat de landschappelijke structuur kan worden versterkt. f. We zorgen voor duidelijke entrees bij het binnenrijden van onze gemeente Bij de Nettelhorsterweg zorgt kunst voor een herkenbare entree. Ook op andere plekken zorgen we voor een betere herkenbaarheid. Groene buffers zetten we in bij overgangen naar het stedelijk gebied van Zutphen en Deventer. Bij Epse zien we kansen om de leefbaarheid van het dorp te versterken in samenhang met een herkenbare entree, de aansluiting op de N348, de groene buffer tussen Epse en Deventer en de woningbouwopgave. Bij Eefde zorgen we voor een groene buffer richting het bedrijventerrein van Zutphen. 6.4 Lochem is ondernemend en uitnodigend Lochem is ondernemend en uitnodigend als: a. We perspectief bieden voor de agrarische sector. b. We ruimte bieden voor ondernemen. c. Onze bedrijventerreinen duurzaam en circulair zijn. d. De watergebonden bedrijvigheid langs het Twentekanaal is versterkt. e. We compacte levendige centra hebben. f. Er meer ruimte is voor ondernemen in de kleine kernen. g. Er meer ruimte is voor ondernemen in het buitengebied. h. We een veelzijdig aanbod aan recreatieve voorzieningen kunnen aanbieden. i. Het sterke routenetwerk is behouden en is versterkt. j. De potentie van watergebonden recreatie beter wordt benut. Zo gaan we dit bereiken: a. Perspectief voor de agrarische sector De agrarische sector is van groot belang voor ons landschap, lokale economie en voedselproductie. Om die reden past grondgebonden landbouw bij de identiteit van onze gemeente. De komende jaren werken we aan een vitaal landelijk gebied waarin we ruimte bieden aan een toekomstbestendige agrarische sector. Er is in ons buitengebied ruimte voor agrarisch ondernemerschap. Dat kan zijn door innovatie of door verbreding richting bedrijvigheid, wonen en recreatie, maar wel in balans met het bodem en watersysteem, natuur, landschap en cultuurhistorie. We laten ruimte om te ondernemen binnen de gestelde doelen vanuit Rijk, provincie en gemeente. Het is aan de agrariër zelf om te kiezen voor welk bedrijfsvoeringsmodel hij gaat. Agrarische bedrijven die willen groeien of uitbreiden worden goed landschappelijk ingepast en passen binnen het principe van bodem en water sturend. We ondersteunen agrariërs in de transitie naar een toekomstbestendige landbouw, gericht op een gesloten kringloop, extensiever en meer natuurinclusief. We werken hiervoor samen in de regio’s Stedendriehoek en de Achterhoek. Goede landbouwgronden willen we zoveel mogelijk beschikbaar houden voor landbouw. We bieden agrarische bedrijven mogelijkheden om te verbreden conform bijvoorbeeld het Marke model, passend bij de lokale omstandigheden. We denken aan lokale productie en afzet van voedsel, nieuwe verdienmodellen (zoals landschapsonderhoud, waterberging, productie duurzame energie, groene eco-diensten, nieuwe (niet milieubelastende) teelten zoals voedselbossen of teelt van plantaardige eiwitten of bouwmaterialen). De transitiemogelijkheden voor de landbouw moeten ook in samenhang worden bezien met neveninkomsten en landschapsonderhoud. Een goed toekomstperspectief voor de agrariër is het uitgangspunt bij het invullen van onze rol als gemeente bij deze ontwikkelingen. Hierbij houden we rekening met de gevolgen voor de omgeving. In Lochem geloven wij in de kracht van gemeenschappen en gebieden. We staan daarom open voor nieuwe vormen van kavelruil, uiteraard gebiedsgericht en integraal. Hierbij werken we samen met waterschap, provincie en maatschappelijke organisaties. b. We bieden ruimte voor ondernemen Ondernemers werken graag in de gemeente Lochem en willen waar mogelijk investeren, uitbreiden en/of samenwerken. Onze gemeente biedt hiervoor de ruimte: letterlijk en figuurlijk. Door werklocaties (verder) te ontwikkelen, door ondernemers te steunen bij uitbreidingen en innovaties en door ondernemers te verbinden. Op onze werklocaties is parkmanagement een verbindende factor . We werken samen met ondernemers, de regio’s Stedendriehoek en Achterhoek en betrokken organisaties aan het verbeteren van de relatie tussen onderwijs, werkgelegenheid en arbeidsmarkt. We zetten in op behoud en ontwikkeling van dienstverlening, maakindustrie en innovatie. We zien geen ruimte voor XXL logistieke bedrijven. We zorgen voor uitbreiding van bedrijventerrein. In het verleden is hier al onderzoek naar gedaan en is locatie Diekink als meest geschikte locatie naar voren gekomen. Voor fase 1 ligt al een vastgesteld bestemmingplan (nog niet onherroepelijk). Dit gedeelte is opgenomen als bedrijventerrein. Fase 2 en 3 zijn als beoogde uitbreidingslocatie bedrijventerrein op de kaart aangeduid. Over de uitbreidingsbehoefte zijn afspraken gemaakt met regio Stedendriehoek en provincie in de Regionale Programma’s Werklocaties (RPW). Deze worden regelmatig geactualiseerd. c. Duurzame en circulaire bedrijventerreinen Lochem werkt duurzaam: waar mogelijk lopen bedrijven in Lochem voorop bij de energietransitie, het onderling uitwisselen van energie, circulaire economie en natuurinclusief ondernemen. Op bedrijventerreinen is meer aandacht voor biodiversiteit, duurzaamheid en klimaatadaptie. Bij alle ruimtelijke ontwikkelingen streven we naar behoud van bestaand (waardevol) groen. Gezien de netcongestie houden we bij vestigingskeuze zoveel mogelijk rekening met vraag en aanbod en stimuleren we slimme samenwerkingen tussen (naastgelegen) bedrijven. d. Watergebonden bedrijvigheid langs het Twentekanaal We zetten in op versterking van zowel direct watergebonden als indirect waterverbonden bedrijvigheid langs het Twentekanaal. De goede bereikbaarheid over water in Oost-Nederland biedt kansen om duurzaam en op (inter-)nationaal niveau economische activiteiten te ontplooien en te versterken, via transformatie van het bestaande terrein. Met alle havenzaken onder één dak faciliteert het Havenbedrijf Twente deze ontwikkeling. We blijven actief deelnemen in het Havenbedrijf en proberen de ligging aan het Twentekanaal vanuit het bedrijfsleven optimaal te benutten. We streven ernaar om in het havengebied een smart energy hub voor waterstof te realiseren. e. We zetten in op compacte levendige centra We streven naar compacte, levendige centra. Daarom heen kan het wenselijk zijn commerciële functies om te zetten naar woonfuncties. Voor de stad Lochem betekent dit concentratie van voorzieningen en winkels (levendige centra). In de dorpen zetten we in op minimaal behoud van voorzieningen en bedrijvigheid (levendig dorpshart). f. Ruimte voor ondernemen in de kleine kernen We bieden ruimte aan kleinschalige (woon-)werklocaties of bedrijvigheid in of aansluitend aan de kernen. Lokale bedrijven die sociaal en economisch gebonden zijn aan de kern willen we behouden. Dat is belangrijk om de kernen vitaal en krachtig te houden. Kleinschalig en maatwerk is hierbij het uitgangspunt. g. Ruimte voor ondernemen in het buitengebied We bieden stoppende agrarische bedrijven kansen voor een gezonde financiële toekomst door ruimte te bieden voor sloop, herontwikkeling en/of herbouw van bestaande bedrijfsgebouwen. De ontwikkelingsmogelijkheden moeten passen bij de lokale omstandigheden en de aanwezige functies en waarden. Daar waar nieuwe bedrijfsontwikkelingen worden toegestaan, stellen we aanvullende eisen om de ruimtelijke kwaliteit daadwerkelijk te versterken. h. Lochem heeft een veelzijdig aanbod aan recreatieve voorzieningen Onze recreatieve aantrekkingskracht willen we uitdragen en versterken. In 2040 is er in Lochem een 4 seizoenen aanbod zowel voor recreanten die natuurvriendelijk willen recreëren, als ook voor de recreant die op een luxere manier op vakantie wil. We bieden ruimte aan recreatieve ontwikkelingen die een aanvulling vormen op het huidige aanbod en de kwaliteit verbeteren, met respect voor de draagkracht van de leegomgeving. Nieuwe ontwikkelingen passen bij de schaal van Lochem en dragen bij aan versterking van natuur, landschap of cultuurhistorie. Daarnaast zijn er reële kansen voor realisatie van één grootschaliger ‘elk weer voorziening’. We zorgen voor actieve promotie en inspiratie voor een bezoek aan de gemeente. We blijven aansluiten op het sterke ‘merk’ Achterhoek bij onze profilering. Daarnaast ondersteunen we ondernemers bij samenwerking en kennisuitwisseling. Evenementen willen we in onze gemeente graag behouden en versterken. Het organiseren van evenementen draagt bij aan de identiteit en verbondenheid van inwoners. Tegelijkertijd is het hierbij belangrijk de kwaliteit van de leefomgeving niet teveel te belasten. i. We behouden en versterken het routenetwerk Het gevarieerde, aantrekkelijke en samenhangende routenetwerk wordt verder verbeterd en versterkt met goede ondersteunende voorzieningen. De routes zorgen voor verbinding van verschillende toeristische hotspots en aantrekkelijke gebieden. We streven naar betere aansluiting van routes op de dorpskernen. Zo maken we recreëren voor onze eigen inwoners in de eigen omgeving nog makkelijker en aantrekkelijker. j. Beter benutten van de potenties van watergebonden recreatie We zetten in op het versterken van waterrecreatie en bieden ruimte aan de voorzieningen die daarvoor nodig zijn. We zorgen voor een grotere toegankelijkheid van het water en de bijbehorende voorzieningen, zoals de passantenhaven(
- s)aan het Twentekanaal. De Berkel is een belangrijke landschappelijke en recreatieve drager, die we nog beter beleefbaar maken. De wandelmogelijkheden en de mogelijkheden voor waterrecreatie willen we behouden en verbeteren. Uiteraard in balans met de natuurwaarden. De sluis bij Eefde kan recreatief nog beter worden benut. 6.5 Lochem wordt klimaatneutraal en klimaatbestendig Op weg naar 2040: a. Werken we toe naar een klimaatneutrale leefomgevingb. Richten we onze leefomgeving klimaatadaptief inc. Streven we naar een circulaire samenleving Werken aan een duurzame stabiele energievoorziening en een gezond en veilig klimaat zijn belangrijk voor een duurzame toekomst voor onze (klein)kinderen. Zo gaan we dit bereiken: a. We werken toe naar een klimaatneutrale leefomgeving We zetten ons in om een klimaatneutrale leefomgeving te bereiken. We spannen ons in om de uitstoot van broeikasgassen drastisch te verminderen. Daarbij sluiten we aan bij de doelstellingen van het Klimaatakkoord. Dit vraagt om een integrale benadering van het energievraagstuk, bedrijvigheid, landbouw en landgebruik en de gebouwde omgeving. We wachten niet af maar zoeken waar mogelijk de verbinding met de opgaven voor milieu, klimaat en groen om tot robuuste en toekomst- en klimaatbestendige oplossingen te komen. We laten geen kansen onbenut voor duurzame opwek, die passend zijn bij de zonneladder en het landschap.We zetten richting 2030 in op energiebesparing en het aardgasvrij-klaar maken van de gebouwde omgeving. Voor de realisatie van de inspanningsverplichtingen uit het RES-bod zetten we tot 2030 vooral extra in op zon op dak. Daarnaast bieden we ruimte voor kleinschalige energieopwek. De netcongestie beperkt tenminste tot 2029 de mogelijkheden voor zowel afname van energie als opwek. Aanvullend zoeken we ruimte voor grootschalige duurzame energieopwek. Het gaat om zon, wind, groengas, waterstof of een combinatie daarvan. Ook moeten we rekening houden met ruimte voor opslag, omzetting en transport van energie. Opwek van hernieuwbare energie is in balans met de omgeving, binnen de kaders van een goed woon- en leefklimaat.We bieden ruimte aan innovaties en experimenten om energieproductie, -opslag en -gebruik en -uitruil in een lokaal netwerk mogelijk te maken (smart grid). Daarbij verliezen we de omgevingsveiligheid niet uit het oog. We stimuleren en faciliteren initiatieven vanuit landbouw en landgebruik, die bijdragen aan verlaging van de uitstoot van broeikasgassen. Denk aan aanplant van bos en bomen, vernattingsmaatregelen, aanpassingen aan stallen eventueel in combinatie met mestvergisting, ander veevoer en ander grondgebruik zoals meer blijvend grasland en niet-kerende grondbewerking.Bij het werken aan de klimaatdoelen werken we zoveel mogelijk samen met regio, provincie, Rijk, bedrijfsleven en inwoners. b. Onze leefomgeving wordt klimaatadaptief ingericht We zetten in op een klimaatadaptieve leefomgeving met een gezond en weerbaar water- en bodemsysteem. Op deze manier kunnen we inspelen op klimaatverandering met meer droge en natte periodes. Bodem en water zijn steeds meer leidend voor ruimtelijke ontwikkelingen. We willen minder verharding en meer schaduwrijk groen en ruimte voor opvang van water in bestaand bebouwd gebied. Hier liggen kansen voor slimme combinaties en het versterken van de biodiversiteit. In het buitengebied is meer ruimte voor bos en houtgewassen, passend bij het landschap. We zetten in op zoveel mogelijk water vasthouden in het gebied om droogte te voorkomen. Samen met het waterschap en grondeigenaren werken we via “Aanpak Droogte Achterhoek” stapsgewijs aan meer infiltratie van water op de hoge gronden en het ondieper maken van beken in combinatie met het verhogen van het grondwaterpeil. In een klimaatrobuust watersysteem voor de Achterhoek zullen de landschappelijke verschillen tussen droge en natte gebieden toe nemen. De hogere grondwaterstanden zorgen ervoor dat op het merendeel van de landbouwgronden de droogteschade afneemt maar in de winter en het voorjaar zullen de laagst gelegen percelen plas-dras worden, waardoor voor deze gebieden een ander gebruiksperspectief ontstaat. Het optimale maatregelenpakket moet altijd op een concreter schaalniveau (gebiedsspecifiek) worden uitgewerkt samen met grondeigenaren en -gebruikers. De woonkernen en het buitengebied zijn bestand tegen perioden van hitte en droogte en water-overschot. Met name de bedrijventerreinen, het centrum van Lochem en andere versteende plekken in de kernen worden groener om de hittestress tegen te gaan. Zowel in de woongebieden als het buitengebied kunnen we voldoende water opvangen en bufferen.Een robuust watersysteem is ook van belang in relatie tot de waterwinning uit de Lochemse berg. Een winning die voorziet in een toenemende drinkwaterbehoefte. De robuustheid is van belang voor de instandhouding van de waterwinning zelf, maar ook om een negatief effect van de winning op de grondwaterstand zoveel mogelijk tegen te gaan. We dragen zorg voor de kwaliteit van het drinkwater, door bij ontwikkelingen rekening te houden met grondwaterbeschermingsgebieden en drinkwater-reserveringsgebieden. Bij nieuwe ontwikkelingen zetten we in op klimaatadaptief, klimaatneutraal en natuurinclusief. We zoeken naar combinatiemogelijkheden en gaan op een slimme manier met de ruimte om. c. We streven naar een circulaire samenleving We streven naar een grotere rol voor circulair bouwen en ontwikkelen. Dat geldt in ieder geval voor woningbouw, bedrijventerreinen, openbare ruimte en de ontwikkeling van infrastructuur. We groeien toe naar een meer circulaire economie waarin afvalstoffen tot het minimum beperkt zijn en waarin we zoveel mogelijk materialen herverdelen en hergebruiken. 6.6 Lochem is veilig, gezond en inclusief Lochem is in 2040 veilig, gezond en inclusief door: a. Aandacht voor positieve gezondheid en inclusiviteit. b. Het behouden en versterken van een goed woon- en leefklimaat. c. Het uitgangspunt dat een veilige leefomgeving een gezamenlijke verantwoordelijkheid is. Zo gaan we dit bereiken: a. Aandacht voor positieve gezondheid en inclusiviteit De leefomgeving heeft direct effect op de gezondheid van inwoners. Een aantrekkelijke en groene leefomgeving met een goede ruimtelijke kwaliteit draagt bij aan de leefbaarheid en stimuleert inclusiviteit. Dit nodigt immers uit om elkaar buiten te ontmoeten. We zetten in op het behoud maar ook het versterken van de ruimtelijke kwaliteit en lokale identiteit van de kernen. We maken kaders voor de kwaliteit van de openbare ruimte op wijkniveau. We zorgen ervoor dat de openbare ruimte voor iedereen toegankelijk is. Met toegankelijke, veilige en aantrekkelijke routes om te fietsen en te wandelen vanuit de woonomgeving. In de woonomgeving heeft langzaam verkeer (fietsen, wandelen) voorrang. Ook hebben we aandacht voor verkeersveilige routes en de verkeersveiligheid rondom scholen en sportvoorzieningen. We stimuleren een gezonde leefomgeving, waar we inzetten op de positieve effecten van sport en bewegen. Bij scholen, sportvoorzieningen, kinderopvang en andere openbare gebouwen en terreinen stimuleren we een gezonde leefstijl. Bij de plannen die we maken houden we rekening met positieve gezondheid. We ziende GGD-NOG als onze partner als het gaat om vraagstukken over positieve gezondheid en een gezonde leefomgeving. We ziende GGD-NOG als onze partner als het gaat om vraagstukken over positieve gezondheid en een gezonde leefomgeving. Dit betekent dat voor iedereen in de eigen buurt voldoende mogelijkheden zijn voor ontmoeting, spelen, sporten en bewegen in een groene en aantrekkelijke omgeving. Dit kan gaan om een ommetje, moestuin, fitnessmogelijkheden, speeltuin en activiteiten en ruimte voor het verenigingsleven. De inrichting van de leefomgeving voorkomt hittestress zoveel mogelijk. Daarnaast is het van belang dat inwoners ook in hun sociale netwerk worden ondersteund. Een rijk gemeenschapsleven en een goede sociale verbondenheid zijn hiervoor belangrijk. Deze fundamenten willen we vanuit de gemeente behouden en versterken. We blijven ons inzetten voor ondersteuning van een goed verenigingsleven, buurtinitiatieven en coördinatie van zorginitiatieven. Dit vergt ook behoud en versterking van voorzieningen in de fysieke leefomgeving. b. We behouden en versterken een goed woon- en leefklimaat We zetten in op een goede menging van wonen, werken en voorzieningen in de kernen. Wanneer we als gemeente aan de slag gaan met initiatieven bekijken we of onderzoek nodig is om mogelijk negatieve effecten in beeld te brengen en treffen we zo nodig maatregelen om aantasting van gezondheid te voorkomen. Waar mogelijk beperken we lichtvervuiling in de bebouwde kom en het buitengebied. In ons omgevingsplan nemen we als uitgangspunt voor onze woonwijken, dat het daar rustig, schoon en stil is. In de gebieden zoals in de winkelcentra, langs hoofdwegen en op bedrijventerreinen, mag het wat minder stil zijn. We gaan voor het omgevingsplan uit van heldere en duidelijke milieunormen en een beleidsneutrale overgang van Rijksregels, waarbij het uitgangspunt is: een goed woon- en leefklimaat. We sluiten verder aan op de vier milieubeginselen (zie bijlage 1 begrippenlijst). Dit zijn afspraken over de manier waarop we zorgdragen voor ons milieu. Vanuit dit oogpunt hanteert de gemeente Lochem de volgende uitgangspunten: De door de Rijksoverheid wettelijk vastgestelde kwaliteitseisen vormen het minimale niveau voor de gemeente Lochem. Daar waar afwegingsruimte beschikbaar is vanuit milieu, hanteren we waar mogelijk het ‘ja, mits’ uitgangspunt. Met als doel dat meer functies in elkaars nabijheid kunnen voorkomen, rekening houdend en in harmonie met elkaar. De milieukwaliteit wordt per saldo niet onevenredig aangetast. Onevenredige aantasting van milieukwaliteit treedt op als wettelijke normen worden overschreden. Tussen aantasting en onevenredige aantasting van de milieukwaliteit ligt delicate afwegingsruimte. Daar waar deze afwegingsruimte bij de gemeente ligt, vragen we de initiatiefnemer een integrale benadering van belangen te maken en met ons te delen. Waar nodig én mogelijk wordt de milieukwaliteit verbeterd; Bij de bescherming en de verbetering van de milieukwaliteit zoeken we naar koppelkansen met ruimtelijke ontwikkelingen en andere beleidsvelden; Gebiedsgericht milieubeleid: de milieukwaliteit in een gebied is passend voor de functie van dat gebied. Het mengpaneel binnen de Omgevingswet stelt ons in staat om op sommige milieuaspecten wat strenger te zijn en op andere aspecten wat minder strenge regels te hanteren. De gemeente volgt (nu en straks) de milieukwaliteitseisen op rijksniveau. Op het moment dat de gemeente heeft uitgewerkt hoe om te gaan met de bandbreedtes op het gebied van milieu (denk aan: geluid, licht, trilling en geurnormen) verwerkt de gemeente dit in het omgevingsplan. c. Een veilige leefomgeving is een gezamenlijke verantwoordelijkheid Onder een veilige fysieke leefomgeving worden brandveiligheid, evenementenveiligheid, waterveiligheid, omgevingsveiligheid, ondermijning, risicobeheersing, crisisbeheersing en natuurbrandbeheersing verstaan. Een veilige leefomgeving zien we als een gezamenlijke verantwoordelijkheid. We trekken samen op met de omgevingsdienst en VNOG. VNOG is een belangrijke partner bij vraagstukken omtrent de fysiek veilige leefomgeving. Zij geeft betekenis aan de risico’s en acteert en adviseert over manieren om een veilige en gezonde fysieke leefomgeving te bereiken (en/of in stand te houden).De fysiek en sociaal veilige leefomgeving draagt bij aan een goede kwaliteit van leven en de continuïteit van de samenleving. We zorgen er samen met de veiligheidsregio voor dat mensen bekend zijn met de risico’s en weten hoe te handelen. Dat draagt bij aan de zelfredzaamheid en samenredzaamheid van de inwoners. 6.7 Lochem is bereikbaar en zet in op duurzame mobiliteit Op weg naar 2040 werken we aan: a. Goede bereikbaarheid. b. Het faciliteren van het STOMP- principe. c. Het geven van prioriteit aan langzaam verkeer. d. Behoud van openbaar vervoer. e. Smart mobility en alternatieve vervoersconcepten. f. Duurzaam transport over water en de weg. Zo gaan we dit bereiken: a. Goede bereikbaarheid Een goede bereikbaarheid is belangrijk om wonen, werken, voorzieningen, recreatie en onderwijs toegankelijk te maken voor iedereen. Het hoofddoel is het realiseren van een veilig, betrouwbaar, toegankelijk en duurzaam verkeers- en vervoerssysteem. Aan de zuidkant van het centrum van Lochem (Nieuwstad) krijgt de bereikbaarheid en parkeren de komende jaren extra aandacht, waarbij gezocht wordt naar maatwerkoplossingen. Daarnaast vragen specifieke doelgroepen zoals fietsers, kinderen, ouderen en mensen met een beperking om extra aandacht daar waar het gaat om de verkeersveiligheid en toegankelijkheid. Ook bij aanleg en herinrichting van infrastructuur houden we rekening met de ruimtelijke kwaliteit en de aanwezige natuur- en landschapswaarden. We zoeken mogelijkheden om in samenhang met de ontwikkeling van infrastructuur de aanwezige natuur- en landschapswaarden te versterken. b. Het faciliteren het STOMP-principe We faciliteren duurzame manieren van vervoer, waaronder elektrisch (deel-)vervoer, fietsen, openbaar vervoer. We hanteren daarbij het STOMP principe. STOMP staat voor Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, Mobility as a Service (MaaS, als onderdeel van Smart Mobility) en Privé-auto en is gericht op de groei van duurzame mobiliteit. Bij het STOMP-principe geven we de S de meeste prioriteit, gevolgd door de T, de O, de M en dan pas de P. We passen dit toe bij nieuwbouwontwikkelingen en herinrichtingen, waarbij we ook voldoende voorzieningen behouden voor de auto. c. Het geven van prioriteit aan langzaam verkeer We geven prioriteit aan langzaam verkeer. Voor voetgangers streven we naar een aaneengesloten netwerk met veilige stoepen en oversteken. We stimuleren daarnaast fietsgebruik. We willen een verkeersveilige gemeente zijn waarin iedereen zich veilig moet kunnen verplaatsen. Waar mogelijk zorgen we voor veilige fietspaden met voldoende ruimte voor fietsers. We verbeteren het fietsnetwerk en zorgen voor een veilig, samenhangend en aantrekkelijk fietsnetwerk in en tussen de kernen. Op drukke fietsverbindingen leggen we waar mogelijk vrij liggende fietsvoorzieningen aan. De doorfietsroute Zutphen– Deventer is één van de te verbeteren routes binnen het fietsnetwerk. We hebben blijvend aandacht voor de fietsveiligheid naar en rondom scholen. We stimuleren daarbij verschillende manieren om de fietsveiligheid van schoolkinderen te bevorderen en daardoor fietsen naar school weer norm te maken. d. Behoud openbaar vervoer We zetten in op het behoud van het openbaar vervoer en blijven hier actief voor lobbyen bij de provincie en het Rijk. We juichen het optimaliseren van het publiek vervoer, zoals deeltaxi’s en buurtbussen, van harte toe. Waar dat niet mogelijk is stimuleren we alternatieve vervoersvormen om verbindingen tussen kernen en tussen kernen en omliggende steden te behouden. e. Smart mobility en alternatieve vervoersconcepten We zetten in op Smart Mobility. Slimme systemen gecombineerd met een grote beschikbaarheid aan (vervoers-)data maken het steeds makkelijker om mobiliteit als dienst aan te bieden en om het verkeer beter te laten samenwerken. Met slimme en duurzame mobiliteit zorgen we voor een goed geïnformeerde reiziger, zodat zij slimme keuzes maken. We werken samen met de partners in de Stedendriehoek door in te zetten op mobility as a service, informatievoorziening en gedragsverandering. We stimuleren deelmobiliteit en alternatieve vervoersconcepten. We zorgen voor kleinschalige overstappunten in de kernen om de verschillende vervoersmogelijkheden beter op elkaar aan te laten sluiten. We zien mogelijkheden om voorzieningen voor deelmobiliteit en elektrisch vervoer uit te breiden. Dit vraagt ook om met een andere blik naar de parkeerbehoefte in de openbare ruimte te kijken. In deze situaties passen we maatwerk toe. We faciliteren laadpunten voor elektrische fietsen en auto’s en het organiseren van het deelvervoer. Om een dekkend laadnetwerk te realiseren zijn we aangesloten bij een regionale concessie. e. Duurzaam transport over water en de weg We stimuleren duurzaam vervoer over het water en werken samen met de regio en provincies aan het bevaarbaar houden van het Twentekanaal en De IJssel. We zetten in op duurzaam vervoer via water en we willen geen intensivering of verlegging van goederenvervoer via de huidige spoorlijnen in onze gemeente. Het Twentekanaal heeft potenties voor verbetering van snelle oostwest gerichte fietsverbindingen. Voor de langere afstanden is en blijft de (vracht-)auto een belangrijk en onmisbaar vervoermiddel. Een goede bereikbaarheid van onze gemeente en de omliggende gebieden is en blijft noodzakelijk voor een sterke economische- en toeristische sector en de leefbaarheid van de woon- en leefomgeving.We werken in de regio Stedendriehoek samen aan versterking van de A1 corridor als belangrijke hoofdroute en aan het verbeteren van regionale knelpunten op het wegennet, spoor en water. 6.8 Visiekaart Op de visiekaart staat waar we onze ambities willen of kunnen realiseren die gebiedsgericht zijn. Dat betekent dat niet alle ambities op de kaart zijn opgenomen. De andere ambities zijn meer algemeen en overkoepelend. Visiekaart Gemeente Lochem Legenda Gemeente Lochem 7 Uitvoering 7.1 Inleiding In dit hoofdstuk leest u welke uitgangspunten wij hanteren en welke onderdelen van de visie nog verder moeten worden uitgewerkt. Tot slot leest u over de samenhang met ander gemeentelijk beleid, de monitoring en de kosten. 7.2 Uitgangspunten voor onze werkwijze Met deze omgevingsvisie zetten we een koers uit. Als gemeente kunnen wij de omgevingsvisie niet alleen waarmaken. Dat doen we samen met inwoners en partners. Onze basishouding is dat wij inwoners, ondernemers en organisaties ruimte willen geven om initiatief te tonen en verantwoordelijkheid te nemen voor de ruimtelijke ontwikkeling van onze gemeente. Onze rol als gemeente is vooral het mogelijk maken van samenwerking die zich richt op het oplossen van maatschappelijke problemen. Soms is die faciliterende rol niet voldoende en nemen we meer regie. Bij het werken aan de toekomst van Lochem hanteren we een aantal uitgangspunten. Uitgangspunten die bijdragen aan een vitale en gezonde leefomgeving en aangeven hoe wer te werk gaan bij ruimtelijke initiatieven: Kijken naar mogelijkheden : We bieden ruimte voor vernieuwing en innovaties. We gaan uit van een open houding en ruimte voor initiatieven en dynamiek (Ja, mits). Samen en respectvol : Iedereen is mede verantwoordelijk voor onze leefomgeving en gaat respectvol met elkaar om. We houden rekening met elkaars belangen en zoeken naar draagvlak in de omgeving. De gemeente werkt samen met inwoners en ondernemers waar dat kan, maar ook inwoners en ondernemers onderling werken samen. Die samenwerking stimuleren we ook wanneer initiatiefnemers ons opzoeken met een plan. Maatwerk met oog voor ruimtelijke kwaliteit : We kijken altijd naar de kenmerken, identiteit en ruimtelijke kwaliteit van een plek en de omgeving en de eigen situatie. Dat betekent dat voor elke plek en elke afzonderlijke vraag gekeken wordt wat past. We gaan daarbij uit van werken volgens de bedoeling: we gaan uit van het doel (en niet van de regel) en stellen het versterken van de ruimtelijke kwaliteit centraal. Meervoudig en zorgvuldig ruimtegebruik : We maken werk met werk door verschillende opgaven aan elkaar te verknopen en te verbinden. We breiden niet zonder meer uit, maar kijken ook of we meerdere functies op een plek kunnen combineren. Afwentelen wordt voorkomen : Wij, maar ook initiatiefnemers van ontwikkelingen, voorkomen negatieve effecten van nieuwe ontwikkelingen op onze leefomgeving. We hanteren daarbij de vier milieubeginselen: het voorzorgbeginsel, het beginsel van preventief handelen, het beginsel van bestrijding aan de bron, het beginsel dat de vervuiler betaalt. 7.3 Hoe zetten we stappen richting 2040 De Omgevingswet geeft de gemeente de mogelijkheid om voor specifieke gebieden of specifieke onderwerpen een programma te maken. De ambities en acties uit deze omgevingsvisie kunnen concreet gemaakt worden in programma’s, of in sectoraal beleid, gebiedsgerichte visies en/of projecten. Nieuw beleid met een relatie tot de fysieke leefomgeving stellen we altijd op binnen de kaders van de omgevingsvisie. Mocht nieuw beleid afwijken van de omgevingsvisie, dan leidt dat tot herziening van de omgevingsvisie. De gemeente ziet de volgende programma’s om de visie verder uit te werken: Programma vitaal landelijk gebied Programma wonen/ volkshuisvesting In het omgevingsplan vertalen we de doelen en ambities uit de omgevingsvisie van de gemeente in regels. In het omgevingsplan staat precies wat wel en niet mag op een locatie. Het lijkt daarmee op het bestemmingsplan zoals dat eerder bestond. Bij het ingaan van de Omgevingswet, zijn de bestaande bestemmingsplannen van rechtswege het tijdelijke gemeentelijk omgevingsplan. De gemeente heeft tot 2032 om dit tijdelijke omgevingsplan te wijzigen in een blijvend omgevingsplan. Om onze ambities te bereiken zijn nog acties en beleidsuitwerkingen noodzakelijk. Wat gaat de gemeente doen om de visie te bereiken: Onderstaande acties worden verder uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma. Het is fijn wonen en leven in Lochem We stellen in aanvulling op de kwaliteiten en kenmerken van de verschillende dorpen, een handleiding op. Hierin werken we de stedenbouwkundige en landschappelijke kenmerken van ieder dorp uit. Nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingen kunnen hierdoor een bijdrage leveren aan het bestaande karakter van elke dorp/stad of buurtschap. We stellen beleid en randvoorwaarden op voor woningsplitsing, vernieuwende woonconcepten, (pre-)mantelzorg en woonzorgconcepten in stedelijk en landelijk gebied. We experimenteren met een grootschaliger zorgconcept rond één van de kernen op een vrijkomende agrarische locatie. Op deze plekken wonen jongeren, ouderen met en zonder zorgindicatie samen op een erf. De woningbouwopgave na 2030 werken we in samenspraak met de regio verder uit. Lochem is aantrekkelijk en groen We stellen erfgoedbeleid op. Daarnaast nemen we regels op voor bescherming van cultuurhistorische, van landschappelijke, aardkundige en archeologische waarden in ons Omgevingsplan. Van nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingen vragen we dat ze een bijdrage leveren aan behoud en versterken van landschap, biodiversiteit en cultuurhistorie. We onderzoeken de mogelijkheden om een landschapsfonds in te richten om agrariërs te stimuleren landschap en biodiversiteit te versterken. Lochem is ondernemend en uitnodigend We maken een locatiestudie voor nieuwe (kleinschalige) werklocaties bij de kernen. We onderzoeken voor de huidige bedrijventerreinen welke maatregelen nodig zijn om te komen tot vitale, toekomstbestendige bedrijventerreinen. We stellen voor de uitvoering daarvan een agenda op. We brengen vraag en aanbod in de kantoormarkt in beeld, ten behoeve van transformatie. We werken de kaders uit in nieuw op te stellen beleid voor functieverandering agrarische bedrijven. We denken aan kaders voor maatwerk of een vouchersysteem. We werken samen met provincie en waterschap om de opgaven in het landelijk gebied gebiedsgericht en samen met onze inwoners en ondernemers aan te pakken. In de kernen is omzetting van bedrijfskavels naar wonen niet zonder meer mogelijk. In het omgevingsplan stellen we aanvullende voorwaarden om ons recreatief aanbod gevarieerd te houden. Lochem wordt klimaatneutraal en klimaatbestendig In de routeplanner klimaatneutraal 2050 werken we uit op welke manier we naar een klimaatneutraal Lochem gaan toewerken. Dit betreft niet uitsluitend de opwek van duurzame energie, maar heeft ook betrekking op landbouw, landgebruik, industrie, mobiliteit en de aardgastransitie in de gebouwde omgeving. We stellen een beleidskader voor grootschalige opwek op zodra de landelijke milieunormen voor windturbineparken definitief zijn vastgesteld. Hierbij is netcongestie nog wel een flinke belemmering om op korte termijn tot actie over te kunnen gaan. Het uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie biedt handvatten om te komen tot een klimaatrobuuste inrichting van ons gebied. We werken samen met het Waterschap Rijn en IJssel en gemeenten in de Achterhoek aan de aanpak droogte. We onderzoeken de komende jaren hoe we toe kunnen werken naar een circulaire samenleving. We stimuleren initiatieven van inwoners, organisaties en ondernemers die bijdragen aan de klimaatbestendigheid. Denk aan het vergroenen van een speeltuin in de buurt, groen-blauwe schoolpleinen of het realiseren van groene daken. Lochem is veilig, gezond en inclusief In het omgevingsplan hanteren we de wettelijke normen voor geluid, luchtkwaliteit, geurhinder en bodemkwaliteit als uitgangspunt. We onderzoeken hoe om te gaan met de bandbreedtes op het gebied van milieu (denk aan: geluid, licht, trilling en geurnormen) en verwerken dit in het omgevingsplan en indien nodig in de omgevingsvisie. We onderzoeken of het reëel en mogelijk is om gemeentelijke stiltegebieden in te stellen in grote (natuur-)gebieden waar het nu nog (relatief) stil is (bijvoorbeeld het Grote Veld, Ravenswaarden). Om te borgen dat bedrijfsactiviteiten geen overlast of risico’s vormen voor omliggende woningen gaan we beleid opstellen over milieuzonering. Tegelijk draagt dit bij aan realistische verwachtingen van inwoners wanneer zij een woning dichtbij een bedrijventerrein kopen. We implementeren het lopende bodembeleid. In de Nota bodembeheer is gebiedsgericht beleid opgenomen. We zetten in op het voorkomen van ondermijning en criminele activiteiten. We maken kaders voor de openbare ruimte, met daarin uitgangspunten voor groen, ontmoeting, beweging, sport en spel en een aantrekkelijke ruimtelijke kwaliteit. De doelen voor klimaatadaptatie en biodiversiteit nemen we hierin mee. We stimuleren initiatieven en activiteiten die bijdragen aan sport, spel, bewegen (binnen en buiten), ontmoeting, betrokkenheid bij de lokale omgeving en onderlinge verbinding. We faciliteren initiatieven voor een gezonde leefomgeving, denk hierbij aan rookvrije plekken, fietsveiligheid voor kinderen van basisscholen en mogelijkheden voor sport en bewegen. We realiseren een omgeving die toegankelijk is. We betrekken VNOG vroegtijdig bij vraagstukken omtrent de fysiek veilige leefomgeving. Zij wordt, net als GGD Noord- en Oost-Gelderland, om advies gevraagd om een veilige en gezonde leefomgeving te creëren en/of te behouden. Lochem is bereikbaar en zet in op duurzame mobiliteit We zorgen voor hoogwaardige haltevoorzieningen en zorgen voor goede voor- en natransportmogelijkheden op OV-knooppunten. We lobbyen voor het behouden en verbeteren van de bus- en treinverbindingen . We stimuleren en werken aan bereikbaarheid en duurzame mobiliteit op basis van ons mobiliteitsplan, waaronder een goede, veilige bereikbaarheid van bedrijventerreinen. Daarnaast onderzoeken we samen met ondernemers de mogelijkheden om schoner vervoer te realiseren, zowel voor werknemers als voor bevoorrading e.d. We werken risico-gestuurd aan de aanpak van verkeersknelpunten. We werken mee aan initiatieven die de bereikbaarheid van het landelijk gebied verbeteren. In nieuwbouwprojecten stimuleren we het gebruik van schone vervoersmiddelen door de openbare ruimte voetganger- en fietsvriendelijk te maken, door een optimale fietsbereikbaarheid en een goede aansluiting op openbaar vervoer en deelvervoer. We gaan uit van het STOMP-principe. We stimuleren en ondersteunen initiatieven die zorgen dat vooral kwetsbare doelgroepen (zoals kinderen) veilig kunnen fietsen en lopen en dagelijks van een actieve leefstijl kunnen genieten. 7.4 Samenhang met ander gemeentelijk beleid De Omgevingswet gaat uit van een dynamisch systeem van plannen maken. Geen vastomlijnde plannen meer met een vaste doorlooptijd zoals we gewend waren. Maar denken in een beleidscyclus. Deze cyclus zorgt ervoor dat we steeds aansluiten bij de wensen en uitdagingen van dat moment. Beleidscyclus Omgevingswet De omgevingsvisie geeft sturing en richting aan alle plannen, beleidsontwikkeling en projecten op het gebied van de fysieke leefomgeving. Uitvoering kan plaats vinden in omgevingsplannen, programma’s, sectoraal beleid, gebiedsgerichte visies en/of projecten. De keuze voor een programma, plan en/of project is afhankelijk van de opgaven en kansen van een deelgebied en de wijze waarop de gemeente wil sturen op het bereiken van de opgaven. Na uitvoering volgt monitoring, evaluatie en zo nodig aanpassing van de omgevingsvisie. Ook de actualiteit kan aanleiding zijn om de omgevingsvisie aan te passen. Op deze wijze komt de logische cyclus van beleidsontwikkeling, beleidsdoorwerking, uitvoering en terugkoppeling rond. Bestaand gemeentelijk beleid en de omgevingsvisie De huidige structuurvisie (als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening), blijft gelden totdat deze omgevingsvisie van kracht is. Dan vervalt de structuurvisie. Van kracht blijft het Gemeentelijk Rioleringsplan en Mobiliteitsplan Het Mobiliteitsplan1 blijft ook na vaststelling van deze omgevingsvisie2 van kracht. Op 4 juli 2022 stelde de gemeenteraad van Lochem ons mobiliteitsplan vast.Het Gemeentelijke Rioleringsplan 2021-2025 blijft van kracht, ook na vaststelling van deze omgevingsvisie. Op 22 maart 2021 is het 'Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2025" (GRP) door de raad vastgesteld. Dit GRP beschrijft hoe we in de jaren 2021-2025 invulling geven aan de wettelijke gemeentelijke watertaken. In deze waterketen werken we nauw samen met het Waterschap Rijn en IJssel. Deze nota’s zijn thematische deeluitwerkingen van deze omgevingsvisie. Onze omgevingsvisie fungeert als een kapstok voor die plannen. 1 Ook wel het gemeentelijk verkeers- en vervoersplan (als bedoeld in artikel 9 van de Planwet verkeer en vervoer) 2 Verplicht op te nemen op basis van Artikel 4.9 Invoeringswet Omgevingswet. 7.5 Monitoring en evaluatie De insteek van de Omgevingswet is dat beleidsstukken steeds actueel zijn en worden bijgesteld. Ook de omgevingsvisie moet altijd ‘bij de tijd’ zijn. Daarom monitoren we tussentijds de actualiteit van de omgevingsvisie (om de drie á vier jaar). Zo nodig passen we de omgevingsvisie aan. Met de gemeenteraad spreekt het college af dat tekstuele correcties altijd kunnen worden verwerkt in de omgevingsvisie. Als de gemeenteraad nieuw sectoraal beleid vaststelt, kan het college besluiten om dit te verwerken in de omgevingsvisie. Aanpassingen die een bijstelling van de koers van de omgevingsvisie betekenen, worden vanzelfsprekend door de gemeenteraad vastgesteld. 7.6 Aankoop gronden en kosten Hoe gaat de gemeente om met aankoop van gronden? De gemeente kan een voorkeursrecht vestigen op gronden van anderen. Dat betekent dat de gemeente deze grond als eerste mag aankopen als de eigenaar wil gaan verkopen. Hiermee kan de gemeente ervoor zorgen dat bepaalde gronden een functie krijgen die de gemeente voor ogen heeft. De gemeente kan op gronden of gebouwen (onroerende zaken) die deel uitmaken van een locatie waaraan een niet-agrarische functie is toegedeeld of toegedacht of waarvan het huidige gebruik afwijkt van die beoogde functie, het voorkeursrecht vestigen. De Omgevingswet biedt meerdere grondslagen om een voorkeursrecht te kunnen vestigen. Een Omgevingsvisie kan een van de vestigingsgrondslagen zijn, maar ook gedacht kan worden aan een programma of omgevingsplan of een zelfstandig besluit van de gemeenteraad op basis van ruimtelijke plannen of een voornemen hiertoe. De gemeenteraad heeft voorkeursrechten gevestigd onder de Wet voorkeursrecht gemeenten op 20 september 2021 voor een periode van 3 jaar. Het voorkeursrecht is gevestigd op gronden met het oog op toekomstige woningbouw. Met het vaststellen van deze omgevingsvisie, vóór het verlopen van de wettelijke termijn, geldt dat het voorkeursrecht voor een termijn van 3 jaren vanaf het moment van de vaststelling blijft bestaan voor de locaties die zijn toegedacht voor woningbouw in de omgevingsvisie. .Voor een overzicht van de betreffende percelen wordt verwezen naar bijlage 5. Hoe gaat de gemeente om met kosten? De omgevingsvisie schetst de ruimtelijke ambitie van de gemeente tot 2040. Het is niet mogelijk om in de omgevingsvisie exact te benoemen welke ambities we de komende 16 jaar gaan realiseren en welke financiële impact deze ambities hebben. Bij bouw, verbouw of gebruikswijzigingen is de gemeente verplicht kosten te verhalen op de initiatiefnemer(s). Deze bijdrage is onder andere voor het opstellen van plannen, het aanleggen van openbare voorzieningen en het inrichten van de openbare ruimte. Het gaat dus zowel om kosten die gemaakt worden ten gunste van één ontwikkeling als kosten die voor een groter gebied van belang zijn. Denk aan het aanleggen van een weg, park of nutsvoorzieningen. Hierbij vindt een afweging plaats op basis van de criteria profijt, toerekenbaarheid en proportionaliteit. Bij voorkeur sluit de gemeente een overeenkomst met de initiatiefnemer(-
- s)door middel van een anterieure overeenkomst. Als het niet mogelijk is een overeenkomst af te sluiten, dan verhaalt de gemeente de kosten op basis van de regels in een omgevingsplan, een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit of een projectbesluit. Financiële bijdrage ruimtelijke ontwikkeling (Omgevings-)programma’s, projecten en fysieke maatregelen die volgen uit de omgevingsvisie kunnen investeringen en kosten met zich meebrengen. Het gaat om: Gebiedseigen kosten: kosten voor het plangebied, zoals grondwerken, bouw- en woonrijp maken, plankosten. Bovenwijkse voorzieningen: kosten voor meerdere gebieden, zoals een rotonde, rondweg. Bovenplanse verevening, waarmee over meerdere gebieden kosten kunnen worden verhaald of verevend. Voor de laatste categorie geeft de Omgevingswet de gemeente de mogelijkheid om financiële bijdrage te vragen aan ruimtelijke ontwikkelingen. Het gaat hier om een extra financiële bijdrage, bijvoorbeeld om de kwaliteit van de fysieke leefomgeving te verbeteren of om beleidsmatige ambities met betrekking tot de woonopgave te verevenen tussen locaties. Op dit moment wordt nog geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid. Wel is de ambitie dat we onderzoeken of het instellen van een gebieds- of landschapsfonds kan bijdragen om ambities in het landelijk gebied te behalen. Het fonds dient ervoor om landschapsverbetering tot stand te laten komen door initiatiefnemers van projecten in het buitengebied een bijdrage te laten leveren in dit fonds. Bijlage II Bijlagen bij de visie 1 Bijlage 1 Begrippenlijst Aardkundige waarden Aardkundige waarden zijn onderdelen van het landschap die iets vertellen over de natuurlijke ontstaanswijze van het gebied. Ze zijn vaak ontstaan onder invloed van wind, ijs of water. Zoals bijvoorbeeld landschapsvormen, stuifzanden, bijzondere bodemopbouw of afzettingen. Basisvoorzieningen Een basisvoorziening is wat minimaal noodzakelijk is voor de leefbaarheid in een kern. Het minimale voorzieningenniveau hangt af van de grootte van de kern. In kleine kernen is dat een ontmoetingsplek zoals een dorpshuis of een (sport)verenigingsgebouw, in grotere (woon)kernen is dat een dorpshuis, basisonderwijs, zorgpunt en een winkel. Biodivers/biodiversiteit Biodiversiteit wordt meestal beschreven als de “verscheidenheid aan leven, in allerlei vormen, op aarde”. Het omvat het aantal soorten, hun genetische variatie en de interactie van deze levensvormen binnen complexe ecosystemen. Biodiversiteit zorgt voor schone lucht, fris water, een goede kwaliteit van de bodem en de bestuiving van gewassen. De afname van biodiversiteit wordt net als de toenemende hitte, droogte en wateroverlast deels veroorzaakt door klimaatverandering. Andere oorzaken zijn de verandering van het gebruik van land en de zee, vervuiling en het niet duurzaam gebruik van de natuur – zoals overbevissing. Bodem en water sturend Als we klimaatadaptatie zo goed mogelijk willen aanpakken, dan moet het water- en bodemsysteem een sturende rol krijgen bij de ruimtelijke ordening. Extremer weer kunnen we niet beheersen. In plaats van ons land en water aan te passen aan ons en onze wensen, is het daarom nodig dat wij ons gaan aanpassen aan de grenzen van bodem en water. En dat we de mogelijkheden van dit natuurlijk systeem benutten. We moeten bodem en water dus als uitgangspunt nemen, als basis. Circulaire samenleving/-economie Circulaire samenleving is een model van productie en consumptie, waarbij bestaande materialen en producten zo lang mogelijk worden gedeeld, verhuurd, hergebruikt, hersteld, opgeknapt en gerecycled om meer waarde te creëren. Op deze manier wordt de levenscyclus van producten uitgebreid. In de praktijk betekent dit dat het afval tot een minimum wordt beperkt. Wanneer een product het einde van zijn levensduur bereikt, worden de materialen zoveel mogelijk binnen de economie gehouden. Deze kunnen keer op keer productief worden gebruikt, waardoor meer waarde wordt gecreëerd3. Fysieke leefomgeving In dit kader bedoelen we met de fysieke leefomgeving het grondgebied van onze gemeente en alles wat daarin tastbaar/zichtbaar is. Het gaat over de activiteiten zoals wonen, werken, recreëren, mobiliteit etc. De omgevingsvisie gaat over de toekomst van onze dorpen en wijken en van het buitengebied. Hittestress Met name in stedelijk gebied is de hitte een probleem. Donkere en versteende omgevingen die bestaan uit asfalt, stoeptegels en bouwmaterialen absorberen meer hitte dan het buitengebied. Deze donkere en versteende omgeving blijft nog lang warm. Hoge gebouwen houden verkoelende wind tegen. Door de hitte raken kwetsbare groepen zoals ouderen, kinderen, hart- en longpatiënten extra verzwakt. Zij kunnen namelijk veel slechter tegen extreme hitte. Hun lichaam kan die hitte minder goed afvoeren dan het lichaam van gezonde volwassenen. Inclusief of inclusieve samenleving Het woord inclusief duidt in deze omgevingsvisie op een inclusieve samenleving. Dat is een samenleving waarin iedereen mee kan doen. Waarin mensen gelijke kansen en mogelijkheden hebben, ongeacht hun achtergrond, leeftijd, geslacht, opleidingsniveau, godsdienst, seksuele voorkeur en ongeacht of ze een ziekte of beperking hebben. Integraal gebiedsproces Een gebied proces is een proces gericht op het koppelen van belangen en het verbinden van partijen in een gebied om gezamenlijk doelen te behalen. Integraal betekent dat alle aspecten in dat gebied in samenhang worden bekeken en afgewogen. Klimaatbestendig Beschermd tegen de effecten van klimaatverandering, zodanig ingericht dat de effecten van de klimaatverandering opgevangen kunnen worden: extreme hitte in de zomer, of langdurige en hevige regen. Dit kan gaan over een enkel gebouw of over een heel gebied. Klimaatneutraliteit Klimaatneutraliteit betekent dat een proces of handeling per saldo geen invloed heeft op het klimaat. Dit houdt in dat een proces niet bijdraagt aan de klimaatverandering, óf dat de uitstoot van broeikasgassen, zoals CO2, wordt gecompenseerd. Kenmerken van klimaatneutraal bouwen zijn onder andere: Het kiezen van duurzame materialen, zoals duurzame isolatiematerialen. Marke model In een aangewezen gebied bepalen sturende partijen samen met de boeren welke kwaliteitsdoelen haalbaar zijn voor water, biodiversiteit, ammoniak- en nitraatuitstoot en agrarisch natuurbeheer. Daarnaast is afgesproken welke beloning de boer krijgt bij het behalen van deze doelen. Milieubeginselen VoorzorgsbeginselAls het risico op ernstige schade aan de fysieke leefomgeving niet kan worden uitgesloten, dan worden er maatregelen genomen om mens en omgeving te beschermen tegen die risico's. Beginsel van preventief handelen Voorkomen is beter dan genezen, het vooraf voorkomen van negatieve effecten op het milieu en de fysieke leefomgeving. Beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron dienen te worden bestredenEerst worden maatregelen aan de overlast veroorzakende bron onderzocht, voordat naar maatregelen bij de ontvanger worden bekeken. Beginsel dat de vervuiler betaaltDegene die de schade aan de fysieke leefomgeving veroorzaakt, is verantwoordelijk voor de kosten van het voorkomen, beperken of opheffen van de schade. Multimodale mobiliteit Multimodale mobiliteit betekent dat verschillende transportmiddelen worden gecombineerd, zoals auto's, fietsers en openbaar vervoer en ook gebruik wordt gemaakt van andere mobiliteitsontwikkelingen zoals hubs, slimme mobiliteit en gebruik van data. Natuur inclusief bouwen/ontwikkelen Natuur inclusief bouwen is een vorm van duurzaam bouwen waarbij zodanig gebouwd en ingericht wordt dat een bouwwerk bijdraagt aan de lokale biodiversiteit en natuurwaarden. Natuur inclusief bouwen draagt ook bij aan de kwaliteit van de leefomgeving waaronder de gezondheid van bewoners, bevordering van sociale contacten, bevordering van toerisme, het temperen van de temperatuur in een stad en vermindering van de luchtvervuiling in de stad (bron: Wikipedia). Omgevingseffectrapportage (OER) Een OER is een omgevingseffectrapportage. Dit is een uitgebreide Milieueffectrapportage (m.e.r.). Een m.e.r. brengt de milieueffecten van een plan of project in beeld. Het resultaat van deze procedure is een Milieueffectrapport (MER). Omdat het gaat om een MER over de gehele fysieke leefomgeving wordt dit een Omgevingseffectrapport (OER) genoemd. In een OER wordt niet alleen ingegaan op de ‘klassieke’ milieuthema’s (zoals verkeer en geluid), maar bijvoorbeeld ook op gezondheid, en voorzieningen. Omgevingswet De Omgevingswet is een Nederlandse wet die een eenvoudig stelsel van wetgeving voor de ontwikkeling en het beheer van de leefomgeving (omgevingsrecht) beoogt, door tientallen wetten en honderden regels te bundelen in één nieuwe wet. De Omgevingswet is sinds 1 januari 2024 van kracht. Omgevingsplan Het omgevingsplan is één van de instrumenten onder de Omgevingswet. Het omgevingsplan bevat de gemeentelijke regels voor activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Een voorbeeld is het bouwen van een woonwijk, waardoor de ruimtelijke inrichting van een gebied verandert. Of het kappen van bomen, waardoor de omgeving minder groen wordt. Positieve gezondheid Positieve Gezondheid is een brede kijk op gezondheid. Het betekent dat iemand zingeving ervaart en vaardigheden ontwikkeld heeft om de uitdagingen van het leven aan te kunnen. Gezondheid als middel om een betekenisvol leven te kunnen leiden in plaats van als doel op zich. Zo worden mensen aangesproken op hun vermogen tot actie en niet benaderd als passieve zieke of als patiënt. Toekomstbestendige landbouw Een toekomstbestendige landbouw gaat uit van vitale, economisch rendabele bedrijven die op lange termijn kunnen blijven bestaan. Bedrijven die inspelen op klimaatverandering en bodemdaling en rekening houden met natuurwaarden. Hier zijn verschillende vormen voor mogelijk, zoals kringlooplandbouw, natuur-inclusieve landbouw, precisie landbouw, etc. 3 Bron: nieuws Europees parlement, Circulaire economie: definitie, belang en voordelen, Economie, bijgewerkt 2204-2023. 2 Bijlage 2 Ik heb een plan U heeft een plan of een idee dat u wilt realiseren in de gemeente Lochem Wat kan en mag er in de gemeente Lochem? Heeft u wel of geen vergunning nodig en zo já, past het in het omgevingsplan? Of u een vergunning nodig heeft kunt u nagaan in het digitale omgevingsloket. Op deze website vindt u onder ‘regels op de kaart’ het omgevingsplan. U ziet daar welke regels voor onze gemeente gelden. Mogelijkheden om verder te komen met uw plan Uw plan of idee kan zonder dat het past in het omgevingsplan toch positief bijdragen aan uw leef- en werkomgeving én passend zijn bij de omgevingsvisie van de gemeente Lochem. Ons uitgangspunt is dan ook dat we positief naar uw plan of idee kijken en beoordelen of het past bij de omgevingsvisie van Lochem. Dat noemen we ‘Ja, mits’. Ons uitgangspunt is ja, maar wel onder voorwaarden. Bij de beoordeling stellen we 3 vragen: 1. Kan uw idee de kwaliteiten van de gemeente versterken? Onze gemeente heeft veel kwaliteiten die we graag willen behouden en versterken. We vinden het daarom belangrijk dat plannen passen bij de kwaliteiten van een gebied. Deze kwaliteiten vindt u in bijlage 3. Daar staan per deelgebied de belangrijkste kwaliteiten genoemd, waar u rekening moet houden in de uitwerking van uw plan of idee. Uw plan kan deze kwaliteiten versterken en andersom kunnen de kwaliteiten uw plan beter maken. Als er nog geen locatie bekend is kan de beschrijving helpen om een geschikte plek te vinden. Uw plan heeft een grotere kans van slagen wanneer u rekening houdt met deze kwaliteiten. 2. Draagt uw idee bij aan wat wij willen? In de omgevingsvisie staan 6 hoofdambities. Deze ambities zijn belangrijke doelen voor de ontwikkeling van de gemeente Lochem. Het zijn punten die voor iedereen van belang zijn om ook in de toekomst gezond en veilig te kunnen blijven wonen, werken en leven in onze gemeente. Kijk of uw plan of idee aan kan sluiten bij een of meerdere ambities. Dat maakt het plan steviger en meer toekomstgericht.Onder onze omgevingsvisie liggen de andere geldende visies en beleidsplannen van de gemeente Lochem. Ook moeten we rekening houden met de regels van andere overheden in de beoordeling van uw aanvraag. 3. Wat vinden uw buren of andere belanghebbenden van uw plan? Pr