Verordening financieel beheer Recreatieschap Groengebied AmstellandHet algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling Groengebied Amstelland; gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van Groengebied Amstelland d.d. 5 april 2024; gelet op Wet gemeenschappelijk regeling (hierna: WGR) artikel 59 en overeenkomstig het bepaalde in artikel 190 tot en met 219 Provinciewet; besluit vast te stellen de Verordening financieel beheer Recreatieschap Groengebied Amstelland: Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begripsbepaling In deze verordening wordt verstaan onder: Schap: Het openbaar lichaam Recreatieschap Groengebied Amstelland, als bedoeld in artikel 2 van de gemeenschappelijke regeling Recreatieschap Groengebied Amstelland Deelnemers: De bestuursorganen die deelnemen aan de gemeenschappelijke regeling: Gemeenteraden en colleges van burgemeester en wethouder van de deelnemende gemeenten, alsmede Provinciale Staten en Gedeputeerde Staten van Noord-Holland. Algemeen bestuur (AB): Het algemeen bestuur van het schap, als bedoeld in artikel 4 lid 1 van de gemeenschappelijke regeling Recreatieschap Groengebied Amstelland Dagelijks bestuur (DB): Het dagelijks bestuur van het schap, als bedoeld in artikel 9 lid 1 van de gemeenschappelijke regeling Recreatieschap Groengebied Amstelland Uitvoeringsorganisatie: De organisatie die in opdracht van het algemeen bestuur van het recreatieschap belast is met het dagelijks gebiedsbeheer, het financieel beheer, de beleidsvoorbereiding en de planvorming en -uitvoering. Budgethouder: De directeur van de uitvoeringsorganisatie of een door hem aangewezen functionaris BBV: Het Besluit begroting en verantwoording voor provincies en gemeenten Administratie: Het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het Algemeen bestuur, het functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de gemeenschappelijke regeling Recreatieschap Groengebied Amstelland en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet worden afgelegd Rechtmatigheid: Het in overeenstemming zijn met de financiële beheersmaatregelen opgenomen in geldende wet- en regelgeving Doelmatigheid : Het realiseren van bepaalde prestatie met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen Doeltreffendheid: De mate waarin de beoogde maatschappelijke effecten van het beleid ook daadwerkelijk worden behaald Investeringskrediet: Een budget voor het realiseren van een investering Investering: Een opoffering in tijd, geld of menskracht waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt Hoofdstuk2Begroting en verantwoording Artikel2Uitgangspunten begroting 1.De jaarlijks door het DB op te stellen ontwerpbegroting (concept Programmabegroting inclusief meerjarenbegroting) van het recreatieschap wordt opgesteld binnen de grenzen van het vastgestelde beleid en bevat een specificatie van de begrote participantenbijdragen. 2.De bedragen van de (meerjaren)begroting kunnen worden herzien op basis van de ramingen voor de loon- en prijsontwikkeling en inwoneraantallen, conform de geldende uitgangspunten zoals jaarlijks vastgesteld in de ‘Kadernota’. 3.Begrotingsvoorstellen die afwijken van het bepaalde in voorgaande leden worden door het DB met een afzonderlijke toelichting voorgelegd aan het AB. 4.In de jaarbegroting en meerjarenbegroting wordt, voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft, de aan het recreatieschap geraamde verschuldigde bijdrage per deelnemer als bedoeld in het volgende lid vermeld. 5.De participantenbijdragen worden ten laste gebracht van de deelnemers volgens een door de deelnemers bij het vaststellen van deze verordening overeengekomen of later gewijzigde verdeelsleutel, welke als bijlage 1 bij deze verordening is gevoegd en welke bijlage deel uitmaakt van deze verordening. 6.De verdeelsleutel wordt bepaald om het aandeel van de deelnemers in de uitgaven aan gezamenlijke activiteiten, en de verantwoordelijkheid in de dekking van het exploitatietekort vast te stellen. 7.Het AB is bevoegd de verdeelsleutel te bepalen. Een dergelijk besluit van het AB dient met unanieme instemming van alle deelnemende gemeenten en provincie te worden genomen. 8.Het aandeel van provincie Noord-Holland is niet op basis van het relatieve inwonersaantal of andere vergelijkingsdata te bepalen en blijft daarom gelijk aan het aandeel in 2024, totdat door het AB unaniem anders wordt besloten. 9.Om de verdeelsleutel voor de gemeenten die deelnemen in het recreatieschap actueel te houden, wordt jaarlijks op basis van de meest actuele inwonersaantallen berekend in hoeverre de verdeelsleutel afwijkt van de actuele gegevens. Zodra de verdeelsleutel meer dan 1,0% voor één of meer deelnemers afwijkt van de actuele inwonersaantallen, wordt de verdeelsleutel aangepast en door het AB vastgesteld voor toepassing in het eerstvolgende begrotingsjaar. 10.De deelnemers zijn gehouden hun in de begroting geraamde bijdrage bij wijze van voorschot te voldoen, in twee termijnen en wel op 1 januari en 1 juli van het begrotingsjaar. Artikel3Inrichting begroting 1.Het AB stelt per bestuursperiode de indeling van de begroting vast conform het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). 2.Bij de begroting wordt een overzicht gegeven van de raming per programma. Bij de jaar-verslaggeving wordt een overzicht gegeven van de realisatie per programma en de bijdrage per deelnemer. 3.De begroting voor het komende jaar bevat een meerjarenbegroting over een periode van drie jaar, om de in de begroting opgenomen ramingen te kunnen plaatsen in een meerjarenperspectief. 4.In de begroting wordt van nieuwe investeringen het benodigde investeringskrediet weergegeven met de afschrijvingstermijnen en de uit de investeringen voortvloeiende kapitaallasten (meerjarig). Artikel4Procedure voorbereiden en vaststellen begroting 1.Het DB zendt de ontwerpbegroting (concept Programmabegroting inclusief de meerjarenbegroting), vergezeld van een toelichting binnen de wettelijk voorgeschreven termijn aan de raden van de deelnemende gemeenten en Provinciale Staten van de deelnemende provincie en gelijktijdig aan het AB. 2.De raden van de deelnemende gemeenten en Provinciale Staten van de deelnemende provincie kunnen binnen de wettelijk voorgeschreven termijn bij het DB hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen . 3.Het DB stelt de raden en provinciale staten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het tweede lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. 4.Het AB stelt de begroting, meerjarenbegroting en eventueel gewijzigd investeringsschema vast binnen de wettelijk voorgeschreven termijn. Artikel5Uitvoering begroting 1.Het DB waarborgt dat de uitvoering van de begroting rechtmatig, doelmatig en doeltreffend verloopt. 2.Het DB draagt er zorg voor dat de begrote lasten en baten door middel van kosten toerekening eenduidig zijn toegewezen aan het programma. Artikel6Autorisatie begroting, investeringskredieten en begrotingswijziging 1.Het AB geeft met het vaststellen van de begroting opdracht aan het DB om de doelstellingen te realiseren en diensten te verlenen. 2.Het AB autoriseert met het vaststellen van de begroting de totale lasten en de totale baten per programma. 3.Het DB draagt er zorg voor dat de lasten, zoals is geautoriseerd in de begroting, niet worden overschreden. 4.Indien het DB voorziet dat een programma of investeringskrediet dreigt te worden over-schreden, wordt dit door het DB aan het AB gemeld. Dit kan middels de tussentijdse rapportages of middels een voorstel voor wijziging van het budget van het betreffende programma of investeringskrediet of een voorstel tot bijstelling van het beleid. Het DB legt dit aan het AB ter autorisatie voor. 5.Voor investeringen in de loop van het begrotingsjaar, die niet in de begroting zijn opgenomen, legt het DB voor het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel en een voorstel voor het autoriseren van het investeringskrediet aan het AB voor. Voor deze procedure gelden volgens de Wet gemeenschappelijke regelingen dezelfde termijnen als voor de begroting. Artikel 7 Tussentijdse rapportage 1.Het DB informeert het AB eenmaal per jaar (in het najaar) door middel van een tussentijdse rapportage over de realisatie van de begroting van het recreatieschap van het lopende jaar. 2.De tussentijdse rapportage bevat: Een analyse van de uitkomsten ten opzichte van de begroting; Een vooruitblik op het verwachte jaarresultaat; Een overzicht van de bestede investeringskredieten; 3.In de tussentijdse rapportages worden afwijkingen op investeringskredieten en afwijkingen op de raming van baten en lasten boven de 10% met een ondergrens van € 10.000 toegelicht. Artikel8Jaarstukken 1.Het DB maakt elk jaar de rekening van het voorafgaande jaar op conform wet- en regelgeving. De jaarstukken bevatten in ieder geval: Een programmaverantwoording; De verplichte paragrafen; Een balans, inclusief een uitgebreide toelichting hierop en een overzicht van de baten en lasten van het voorafgaande jaar; Een verklaring over de rechtmatigheid van de beheershandelingen. 2.In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investerings-kredieten en de actuele raming van de totale uitgaven weergegeven. 3.Het DB zendt binnen de wettelijk voorgeschreven termijn de voorlopige jaarrekening eventueel vergezeld van zijn opmerkingen en vergezeld van een verantwoording van het financieel beleid aan de raden van deelnemende gemeenten, aan Provinciale Staten van de deelnemende provincie en aan het AB onder overlegging van een afschrift van het verslag van het onderzoek naar de deugdelijkheid van de jaarrekening, ingesteld door de hiertoe door het AB aangewezen certificerend accountant(s). 4.De raden en provinciale staten kunnen binnen de wettelijk voorgeschreven termijn bij het DB hun zienswijze over de resultaatbestemming naar voren brengen. Het DB reageert gemotiveerd op deze zienswijzen en voegt zijn reactie op deze zienswijzen bij de ontwerp jaarrekening. 5.Het AB stelt de jaarrekening vast binnen de wettelijk voorgeschreven termijn alsmede de bijdragen die de deelnemers betalen in het eventuele exploitatietekort. 6.De vaststelling van de jaarrekening strekt het bestuur tot decharge. Artikel9Negatief saldo 1.Het negatief saldo omvat het exploitatietekort verminderd met de begrote participantenbijdragen en met de begrote dekking uit bestemmingsreserves en de algemene reserve, conform de nota reserves en voorzieningen. 2.Wanneer in de jaarrekening sprake is van een negatief saldo over enig boekjaar besluit het AB of dit: voor zover de reserves daarvoor toereikend zijn, ten laste gebracht worden van de door het recreatieschap gevormde reserves. voor zover de reserves niet toereikend zijn, wordt een negatief saldo ten laste gebracht van de deelnemers volgens de op grond van de in bijlage 1 vastgestelde verdeelsleutel. De deelnemers voldoen hun aanvullende bijdrage op grond van dit lid binnen 60 dagen na de vaststelling van de jaarrekening. 3.Het AB is bevoegd te bepalen dat het nadelige exploitatiesaldo van één of meer daartoe bij de meerjarenbegroting aangewezen voorzieningen of onderdelen der exploitatie, niet wordt omgeslagen overeenkomstig de hierboven genoemde verdeelsleutel, maar geheel of gedeeltelijk rechtstreeks ten laste wordt gebracht van een of meer deelnemers. 4.Een besluit van het AB als bedoeld in voorgaande lid dient met instemming van tenminste twee-derde van het aantal deelnemers te worden genomen, waaronder de deelnemers aan wie het negatief exploitatiesaldo gaat worden omgeslagen. Artikel10Positief saldo Indien de jaarrekening inclusief de voorgeschoten participantenbijdragen sluit met een positief saldo van de exploitatie besluit het AB of dit: geheel of gedeeltelijk zal worden toegevoegd aan de algemene reserve, doch alleen en voor zover het door het AB vastgestelde maximum plafond van de reserve nog niet is bereikt, dan wel; geheel of gedeeltelijk zal worden toegevoegd aan een of meerdere bestemmingsreserves, dan wel; geheel of gedeeltelijk zal worden uitgekeerd aan de deelnemers in de verhouding, waarin zij volgens de verdeelsleutel in bijlage 1 bijdragen in het exploitatietekort. Het voorgaande met inachtneming van artikel 8 lid
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.