Besluit van Gedeputeerde Staten van Zeeland houdende GLB/NSP openstelling en vaststelling subsidieplafond Productieve investeringen voor bedrijfsmodernisering 2024Besluit van Gedeputeerde Staten van Zeeland van 17 september 2024 (kenmerk 502956), houdende openstelling en vaststelling subsidieplafond Productieve investeringen voor bedrijfsmodernisering 2024. Gedeputeerde Staten van Zeeland, Overwegende dat voor verstrekking van subsidie in het kader van hoofdstuk 2, paragraaf 1 ‘Productieve investeringen voor bedrijfsmodernisering’ van de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Zeeland een openstellingsperiode en een subsidieplafond dient te worden vastgesteld en nadere regels kunnen worden gesteld; Overwegende dat op grond van het Nederlands Nationaal Strategisch Plan de verhouding tussen Europese ELFPO subsidie en de verplichte nationale cofinanciering 43% ELFPO middelen ten opzichte van 57% nationale cofinanciering bedraagt; Gelet op hoofdstuk 1, artikel 1.2 en hoofdstuk 2, paragraaf 1 van de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Zeeland; Besluiten: Vast te stellen dat aanvragen voor het verstrekken van subsidie in het kader van hoofdstuk 2, paragraaf 1 ‘Productieve investeringen voor bedrijfsmodernisering’ van de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Zeeland (hierna: de Verordening) kunnen worden ingediend met ingang van 6 november 2024, 09.00 uur, tot en met 18 december 2024, 17.00 uur; Het subsidieplafond voor de openstellingsperiode bedoeld onder I. vast te stellen op € 1.000.000,- bestaande uit € 430.000,- (43%) ELFPO middelen en € 570.000,- (57%) nationale cofinanciering; Dat aanvragers zelf verantwoordelijk zijn voor het verkrijgen van de dekking van de 57% nationale cofinanciering, zoals genoemd onder besluit II, in de vorm van een verplichte nationale cofinancieringsverklaring; De volgende nadere regels vast te stellen: Artikel1Begripsbepalingen In aansluiting op artikel 1 van de Verordening wordt in dit openstellingsbesluit verstaan onder: Landbouwer: een natuurlijke of rechtspersoon of een groep natuurlijke of rechtspersonen die landbouwproducten produceert als bedoeld in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, bijlage I, met uitzondering van visserijproducten, alsmede hakhout met korte omlooptijd of die landbouwareaal in een staat houdt die begrazing of teelt mogelijk maakt zonder dat daarvoor voorbereidende activiteiten nodig zijn die verder gaan dan activiteiten op basis van de gebruikelijke landbouwmethoden en -machines; Landbouwbedrijf: alle bij de KVK ingeschreven eenheden op het grondgebied van Nederland die voor landbouwactiviteiten (als bedoeld in bijlage 1 VWEU) worden gebruikt en door een landbouwer worden beheerd; Penvoerder: partij bij een samenwerkingsovereenkomst, die door de partijen bij die overeenkomst is aangewezen als de penvoerder van het project waarvoor de subsidie is aangevraagd en die zal optreden als indiener van de subsidieaanvraag en als rechtsgeldige vertegenwoordiger van de samenwerkende partijen in het samenwerkingsverband; Samenwerkingsverband: verband dat geen rechtspersoonlijkheid bezit, niet zijnde een vennootschap, bestaand uit ten minste twee niet in een groep verbonden deelnemers, dat is opgericht ten behoeve van de uitvoering van activiteiten; Verordening: Verordening Europese landbouwsubsidies 2023-2027 Zeeland. Artikel2Subsidiabele activiteiten Subsidie kan worden verstrekt voor productieve investeringen voor bedrijfsmodernisering. Om voor subsidie in aanmerking te komen dient het project respectievelijk de hierbij horende productieve investeringen een bijdrage te leveren aan ten minste één hier onderstaande vermelde thema’s: Eiwittransitie: machines die enkel bedoeld zijn voor de oogst van droge peulvruchten en bijdragen aan het versnellen van de eiwittransitie. Biobased teelt van vezelgewassen: machines die bijdragen aan het behouden en versterken van de vezelteelt. Zilte teelten: machines die bijdragen aan het behouden en versterken van de teelt van zilte teelten. Artikel3Aanvrager Subsidie kan worden verstrekt aan een landbouwer of een samenwerkingsverband van landbouwers. Artikel4Aanvraagvereisten Onverminderd artikel 2.1.4. van de Verordening en in aanvulling op de artikelen 1.3 en 1.6 van de Verordening zijn de volgende subsidievereisten van toepassing: De aanvragers zijn zelf verantwoordelijk voor het verkrijgen van de verplichte nationale cofinanciering van een nationale overheid, waarbij de verhouding tussen Europese en nationale middelen 43% ELFPO middelen ten opzichte van 57% nationale cofinanciering dient te zijn; Bij de aanvraag dient een bewijs van cofinanciering van een nationale overheid als bijlage te worden bijgevoegd; Als de aanvraag wordt ingediend door een landbouwer met een biologische bedrijfsvoering wordt, in aanvulling op artikel 1.6 van de Verordening, de aanvraag vergezeld van een erkend certificaat of kwaliteitskeurmerk waaruit dit blijkt; Als de aanvraag wordt ingediend door een landbouwer die in omschakeling is naar biologische landbouw wordt, in aanvulling op artikel 1.6 van de Verordening, de aanvraag vergezeld van het inschrijfnummer en documentatie van een certificerende instantie ter onderbouwing dat de bedrijfsomschakeling is gestart, en Aanvragen worden ingediend via het online portaal van RVO. Artikel5Subsidiabele kosten In overeenstemming met artikel 2.1.5, lid 1, van de Verordening wordt alleen subsidie verstrekt voor de kosten als bedoeld in artikel 1.8, onder e, van de Verordening. Subsidiabele kosten worden berekend volgens artikel 1.9a uit de Verordening. Artikel6Niet subsidiabele kosten In aanvulling op en onverminderd van het bepaalde in artikel 1.10 van de Verordening komen de volgende kosten als opgenomen in artikel 1.10 van de Verordening niet voor subsidie in aanmerking: Er wordt geen subsidie verstrekt voor maaidorser/combines, (mais)hakselaars en trekkers/tractoren. Er wordt geen subsidie verstrekt voor abonnementen op software updates en servicecontracten. Indien er voor het in gebruik stellen van de machine een abonnement noodzakelijk is dan dient de aanvrager uit eigen middelen de noodzakelijke abonnementen op software updates en servicecontracten af te sluiten. Er wordt geen subsidie verstrekt voor apparatuur benodigd voor het aflezen en weergeven van de ICT- en sensortechnieken waaronder computers, laptops, tablets en smartphones. Artikel7Hoogte subsidie In aanvulling op artikel 1.2 van de Verordening en in overeenstemming met artikel 2.1.7 van de Verordening geldt het volgende: De hoogte van de subsidie bij verlening bedraagt minimaal € 50.000,- en maximaal € 250.000,-; De hoogte van de subsidie bedraagt 40% van de subsidiabele kosten. Artikel8Weigeringsgronden Onverminderd het bepaalde in artikel 1.5 van de Verordening wordt subsidie geweigerd indien de te beschikken subsidie bij verlening van het project lager is dan € 50.000,-. Artikel9Arrangement Subsidies tot maximaal € 125.000,- worden overeenkomstig artikel 1.7 en 1.20 van de Verordening verstrekt en vastgesteld op basis van arrangement 2. Subsidies van € 125.000,- en hoger worden overeenkomstig artikel 1.7 en 1.21 van de Verordening verstrekt en vastgesteld op basis van arrangement 3. Artikel10Selectiecriteria Subsidieaanvragen die voldoen aan de subsidievereisten en waarop geen weigeringsgronden van toepassing zijn, worden overeenkomstig artikel 2.1.8 van de Verordening door een adviescommissie als bedoeld in artikel 1.13 van de Verordening beoordeeld en gerangschikt op basis van de volgende selectiecriteria: De mate van effectiviteit, De mate van efficiëntie van uitvoering van de activiteit, De haalbaarheid van de activiteit en De mate van innovatie. 1. De mate van effectiviteit Met dit criterium wordt er gekeken naar de bijdrage die het project, waarvoor subsidie wordt gevraagd, levert aan de NSP-doelen van de interventie en de beleidsdoelstelling(en). De NSP-adviescommissie beoordeelt in het kader van de in artikel 2 van dit Openstellingsbesluit genoemde thema’s in welke mate het project bijdraagt aan onderstaande doelen: Het versnellen van de eiwittransitie; Het behouden en versterken van biobased teelt van vezelgewassen; Het behouden en versterken van de teelt van zilte teelten. De bijdrage die inschrijvers moeten indienen wordt als volgt gekwantificeerd: 0 punten Het effect van het project op de doelen is zeer gering. Het project draagt niet bij aan de bovenstaand doelen. 1 punt Het effect van het project op de doelen is gering. Het project draagt in geringe mate bij aan bovenstaande doelen, namelijk door een bijdrage aan slechts één doel. 2 punten Het effect van het project is matig. Het project draagt matig bij aan bovenstaande doelen. 3 punten Het project heeft een voldoende bijdrage. Het project draagt in voldoende mate bij aan bovenstaande doelen. 4 punten Het project levert een goede bijdrage. De bijdrage van het project aan bovenstaande doelen is goed. 5 punten De bijdrage van een project is groter dan redelijkerwijs verwacht mag worden. 2. De mate van efficiëntie van uitvoering van de activiteit Gegeven de resultaten van het project, hoe redelijk zijn de opgevoerde kosten en in hoeverre wordt op een goede manier gebruik gemaakt van reeds bestaande bronnen (kennis, kunde, middelen) 0 punten Kosten worden niet doelmatig gemaakt en middelen niet doelmatig ingezet. De opgevoerde projectkosten zijn te hoog. Er wordt geen gebruik gemaakt van bestaande kennis en kunde. De aanvrager gaat opnieuw het wiel uitvinden. 1 punt Gering. De opgevoerde kosten en inzet middelen zijn onvoldoende doelmatig. Opgevoerde projectkosten zijn hoog. De aanvrager geeft wel blijk van kennis van bestaande kennis en kunde, maar gebruikt die kennis niet of nauwelijks bij de uitvoering van het project. 2 punten Matig. Doelmatigheid van de opgevoerde kosten en middelen is matig. De bestaande kennis en kunde is in kaart gebracht en is gebruikt voor de basis van het projectplan. De opgevoerde projectkosten zijn matig hoog. 3 punten Voldoende. De doelmatigheid van de opgevoerde kosten en middelen is voldoende. De opgevoerde projectkosten zijn redelijk. De bestaande kennis en kunde is in kaart gebracht en is gebruikt voor de basis van het projectplan. 4 punten Goed. De doelmatigheid van de opgevoerde kosten is goed, ze staan in goede verhouding tot het doel van de subsidie. Het project wordt efficiënt uitgevoerd. De aanvrager maakt ook tijdens de uitvoering van het project gebruik van de bestaande kennis en kunde. 5 punten Zeer goed. De opgevoerde kosten zijn zeer doelmatig, de opgevoerde kosten zijn zeer redelijk en er wordt op een zeer goede manier gebruik gemaakt van bestaande kennis en kunde. De aanvrager maakt zeer goed gebruik van bestaande kennis en kunde. Bijvoorbeeld van innovaties heeft de aanvrager eerdere vergelijkbare innovaties in kaart gebracht en bouwt daarop voort. Het is voor de aanvrager helder waarom de eerdere projecten zijn misgelopen. 3. De haalbaarheid van de activiteit Bij de haalbaarheid van de activiteit gaat het om investeringen in materiële activa, gericht op innovatie en modernisering, met als doel de verspreiding van de investeringen verder krijgen binnen een grotere groep; te weten de kop- en voorlopers. Er wordt in samenhang gekeken naar de volgende aspecten; De mate waarin betreffende innovatie direct inpasbaar en toepasbaar is op het bedrijf van de aanvrager (hierbij wordt gelet op aansluiting bij bedrijfsvoering, het te verwachten rendement van de investering, planologische acceptatie/inpasbaarheid, alsook dat benodigde financiering en vergunningen voorhanden zijn); Er is in de betreffende bedrijfstak behoefte aan deze innovatie (noodzaak, kansen en risico’s); Er wordt aangegeven hoe andere landbouwers worden gestimuleerd om kennis te nemen van de innovatie op het bedrijf van de aanvrager (voorbeeldfunctie). Score: 0 punten De haalbaarheid/kans op succes is zeer gering/nihil 1 punt De haalbaarheid/kans op succes is gering 2 punten De haalbaarheid/kans op succes is matig 3 punten De haalbaarheid/kans op succes is voldoende 4 punten De haalbaarheid/kans op succes is goed 5 punten De haalbaarheid/kans op succes is zeer goed 4. De mate van innovatie Om de mate van innovatie te beoordelen wordt in samenhang gekeken naar de aard van de innovatie het vernieuwende karakter van de innovatie 0 punten De mate van innovatie is zeer gering/nihil 1 punt De mate van innovatie is gering 2 punten De mate van innovatie is matig 3 punten De mate van innovatie is voldoende 4 punten De mate van innovatie is goed 5 punten De mate van innovatie is zeer goed Artikel11Wegingsfactoren & Rangschikking Na sluiting van de openstellingstermijn worden aanvragen beoordeeld op basis van de in artikel 10 genoemde selectiecriteria en gerangschikt op volgorde van het aantal toegekende punten, waarbij: Het puntentotaal per project wordt samengesteld uit de te behalen punten op basis van deze methodiek: Het criterium bedoeld in artikel 10 het eerste lid (de mate van effectiviteit) heeft een wegingsfactor 4 Het criterium bedoeld in artikel 10 het tweede lid (de mate van efficiëntie) heeft een wegingsfactor 3 Het criterium bedoeld in artikel 10 het derde lid (de mate van haalbaarheid) heeft een wegingsfactor 2 Het criterium bedoeld in artikel 10 het vierde lid (de mate van innovatie) heeft een wegingsfactor 1 Er kunnen maximaal 50 punten behaald worden: Criterium Punten (max) Weging TOTAAL Effectiviteit 5 4 20 Efficiëntie 5 3 15 Haalbaarheid 5 2 10 Innovatie 5 1 5 TOTAAL 50 Een aanvraag komt voor subsidie in aanmerking indien hij minimaal 60% (30 punten) van het maximaal te behalen aantal punten scoort. In overeenstemming met artikel 2.1.8 lid 3 van de Verordening krijgen landbouwers met een biologische bedrijfsvoering en landbouwers die omschakelen naar biologische landbouw een extra punt toegekend. Indien de aanvraag wordt gedaan door een samenwerkingsverband van landbouwers wordt er één extra punt toegekend indien een biologische landbouwer deelneemt. Gedeputeerde Staten verdelen het subsidieplafond op de volgorde van de rangschikking als bedoeld artikel 1.12, eerste lid, onder b van de Verordening. Artikel12Verplichtingen Onverminderd artikel 1.15 van de Verordening is de subsidieontvanger verplicht de subsidiabele activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt binnen 2 jaar na verzending van de subsidieverleningsbeschikking uit te voeren. Indien de subsidiabele activiteit wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, en de subsidieontvanger verlenging van die termijn wenselijk acht, kan hij tot uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij gedeputeerde staten tot verlenging van de termijn tot en met uiterlijk 31 december 2028. Onverminderd het bepaalde in het eerste en tweede lid is de subsidieontvanger verplicht om binnen 13 weken na afloop van de projectperiode de vaststelling in te dienen doch uiterlijk 1 april 2029. Indien de periode van de uitvoering van het project meer dan 12 maanden bedraagt is de aanvrager verplicht één keer per jaar een voortgangsverslag te overleggen. Ongeacht het te verstrekken subsidiebedrag, en in aanvulling op artikel 1.7 van de Verordening gelden voor de vaststelling van subsidies welke zijn verleend in het kader van dit openstellingsbesluit alle regels volgens arrangement 2 en 3, zoals opgenomen in artikel 1.20 en artikel 1.21 van de Verordening. Artikel13Bevoorschotting en deelbetalingen In afwijking van artikel 1.17 van de Verordening verstrekken Gedeputeerde Staten geen voorschot. In afwijking van artikel 1.18 van de Verordening verstrekken Gedeputeerde Staten geen deelbetalingen. Artikel14inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin het wordt geplaatst. Artikel15Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als ‘Openstellingsbesluit Productieve investeringen voor bedrijfsmodernisering 2024 Zeeland’. Aldus vastgesteld in de vergadering van gedeputeerde staten van Zeeland van 17 september 2024.H.M. de Jonge, voorzitterDrs. M.J.C. Franken, secretaris Toelichting bij het Openstellingsbesluit ‘Productieve investeringen voor bedrijfsmodernisering 2024’ LEESWIJZER Voorliggend openstellingsbesluit moet in samenhang gelezen worden met de Verordening Europese landbouwsubsidies 2023-2027 van de provincie Zeeland. Met dit openstellingsbesluit wordt paragraaf 1 uit hoofdstuk 2 van de Verordening – de interventie Productieve investeringen voor bedrijfsmodernisering – opengesteld. De artikelen 2.1.1 tot en met 2.1.8 van paragraaf 1 uit hoofdstuk 2 van de Verordening moeten tezamen gelezen worden met de artikelen in dit openstellingsbesluit. Daarnaast zijn de algemene bepalingen uit hoofdstuk 1 en slotbepalingen uit hoofdstuk 3 van de Verordening ook van toepassing op een aanvraag. Dit is een openstelling vanuit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB-NSP) in de Provincie Zeeland. Het GLB-NSP programma loopt van 2023 tot en met 2027. Alle projecten moeten een vaststelling indienen voor 1 april 2029. Het programma is gericht op slimme veerkrachtige landbouw, milieu-, biodiversiteits- en klimaatdoelen en brede plattelandsontwikkeling. Deze interventie gaat om investeringen op het landbouwbedrijf, waarmee primair het verdienvermogen van de ondernemer wordt vergroot of verstevigd. Het gaat daarbij om investeringsmogelijkheden gericht op een veerkrachtige toekomstgerichte landbouw waarmee eerst en vooral een rendabele(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.