Verordening financieel beleid, beheer en organisatie Gemeenschappelijke Regeling Basismobiliteit (artikel 212 Gemeentewet)Besluit van het bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Basismobiliteit, te Lochem tot vaststelling van de Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 Gemeentewet) Gemeenschappelijke Regeling Basismobiliteit 2023, artikel 35 Wet op de Gemeenschappelijke Regelingen. Het bestuur van de gemeenschappelijke regeling Gemeenschappelijke Regeling Basismobiliteit te Lochem; gelezen het voorstel van de directie van Gemeenschappelijke Regeling Basismobiliteit van 28 maart 2024; gelet op artikel 212, eerste lid, van de Gemeentewet, artikel 35 van de wet op de gemeenschappelijke regelingen en artikel 24 van de Gemeenschappelijke Regeling Basismobiliteit besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening financieel beleid, beheer en organisatie Paragraaf1Algemene bepalingen Artikel1Definities In deze verordening wordt verstaan onder: administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de gemeenschappelijke regeling en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd. rechtmatigheidsverantwoording: de rapportage van de directie van de Gemeenschappelijke Regeling Basismobiliteit waarbij aangegeven wordt in welke mate de totstandkoming van de financiële beheershandelingen en de vastlegging daarvan overeenstemmen met de relevante wet- en regelgeving. Paragraaf2Begroting en verantwoording Artikel2Vaststelling en programma-indeling en paragrafen Het bestuur stelt een programma-indeling vast. Het bestuur stelt op voorstel van de directie per programma op taakvelden vast: Het bestuur kan periodiek een nadere onderverdeling van de programma’s vaststellen, hierbij wordt de indeling volgens de dienstverleningsovereenkomsten met deelnemende gemeenten gevolgd. Het bestuur kan periodiek vaststellen over welke onderwerpen het in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen van de begroting en de jaarstukken kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd. Artikel3Inrichting en begroting jaarstukken Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt: van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven en wordt van de lopende investeringen het geautoriseerde investeringskrediet en de raming van de uitputting van het investeringskrediet in het lopende boekjaar weergegeven, en in aanvulling op het bepaalde in de artikelen 20 en artikel 21 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming en de investeringen. In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven en inkomsten weergegeven. In het overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma worden posten vanaf € 10.000,- afzonderlijk gespecificeerd. Artikel4.Kaders begroting en meerjarenraming De directie biedt één week voor besluitvorming door het bestuur aan het bestuur een nota aan met de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. Het bestuur stelt deze nota voor 30 maart vast. In de begroting wordt een post onvoorzien van € 100.000,- opgenomen. Artikel5.Autorisatie begroting en investeringskredieten Het bestuur autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma In afwijking van het eerste lid kan het bestuur een activiteit welke onderdeel is van een programma, als prioriteit aanwijzen en daarvoor de baten en lasten apart autoriseren. De directie informeert het bestuur als zij verwachten, dat de lasten van een programma of een prioriteit de geautoriseerde lasten dreigen te overschrijden, de investeringsuitgaven van een investeringskrediet het geautoriseerde investeringskrediet dreigen te overschrijden, of de baten van een programma of een prioriteit de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden. Het bestuur geeft aan of zij een voorstel wil voor het wijzigen van de geautoriseerde lasten van het programma of wijziging van prioriteit, voor het wijzigen van het geautoriseerde investeringskrediet, of voor het bijstellen van het beleid. Bij de behandeling van de tussentijdse rapportages in het bestuur bedoeld in artikel 6, eerste lid, doet de directie voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten, het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten en het bijstellen van het beleid. In geval van investeringen met een meerjarig karakter doet de directie indien nodig ook bij iedere begroting op grond van geactualiseerde ramingen voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten. Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt de directie voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan het bestuur voor. Bij investeringen groter dan € 50.000 informeert de directie het bestuur in het voorstel over het effect van de investering op de schuldpositie van de gemeenschappelijke regeling. Artikel6.Tussentijdse rapportages De directie informeert het bestuur uiterlijk in oktober door middel van tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeenschappelijke regeling over de eerste zes maanden van het lopende boekjaar. De tussentijdse rapportages bevatten in ieder geval een uiteenzetting over de uitvoering en het bijstellen van het beleid en een overzicht met de bijgestelde raming van: de baten en de lasten per programma het overzicht van de overhead het totale saldo van de baten en lasten, volgend uit de onderdelen a en b; de beoogde toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma; het resultaat, volgend uit de onderdelen c en d; de realisatie en raming van de uitputting van de investeringskredieten. In de tussentijdse rapportages worden afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de baten en lasten van taakvelden, prioriteiten en investeringskredieten in de begroting groter dan 10 procent toegelicht. Aan de hand van de tussentijdse rapportages vindt geen aanpassing van de begroting plaats, tenzij dit noodzakelijk is in het kader van de rechtmatigheidsverantwoording. Zie hiervoor artikel 12 lid 4c. Artikel7.Jaarstukken Gelijktijdig met het aanbieden van de jaarstukken biedt de directie het bestuur het voorstel aan over de bestemming van het jaarrekeningresultaat. Vooruitlopend op het bestemmingsvoorstel over het jaarrekeningresultaat kan de directie het bestuur voorstellen om restantmiddelen op onderdelen van het rekeningresultaat over te hevelen naar het volgende begrotingsjaar Artikel8.Wensen en bedenkingen over grote onderwerpen In het kader van de actieve informatieplicht beslist de directie niet over: de aan- en verkoop van goederen en diensten groter dan € 50.000,-; Bij het aangaan van een verplichting groter dan € 50.000 initiëert de directie een zienswijzeprocedure door het bestuur. Artikel8aBeperkingen publiekrechtelijke transacties. Aanvullend op artikel 8 van de gemeenschappelijke regeling zijn het bestuur en de directie niet bevoegd tot: het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties; het verstrekken van kapitaal aan instellingen en ondernemingen. Artikel9.EMU-saldo Als het Rijk de gemeenten bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeren de directie het bestuur of een aanpassing van de begroting nodig is. Als de directie een aanpassing nodig acht, doet de directie een voorstel voor het wijzigen van de begroting. Paragraaf3.Rechtmatigheidsverantwoording Artikel10.Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording Het bestuur stelt, middels de nota rechtmatigheidsverantwoording, vast op welke wijze zij door middel van de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken, naast de verplichte onderdelen van deze paragraaf, wil worden geïnformeerd over rechtmatigheid. In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteert de directie aan het bestuur over afwijkingen met een verantwoordingsgrens van 1% van de totale lasten van de gemeenschappelijke regeling, inclusief de dotaties aan de reserves. In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde afwijkingen, indien sprake is van afwijkingen > 1% van de totale lasten van de gemeenschappelijke regeling (fouten of onduidelijkheden) nader toegelicht. Alleen afwijkingen groter dan € 50.000 worden nader toegelicht. De overige afwijkingen worden samenvattend gepresenteerd in de paragraaf bedrijfsvoering. Artikel11.Voorwaardencriterium Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur. De directie biedt het bestuur (vanaf 2024) jaarlijks uiterlijk op de laatste bestuursvergadering van het dienstjaar ter vaststelling een normenkader rechtmatigheid aan. Dit kader bestaat uit alle relevante (interne) wet- en regelgeving waaruit financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien. Voor het jaar 2023 wordt het normenkader rechtmatigheid voor de tweede vergadering in 2024 aan het bestuur aangeboden. Artikel12Begrotingscriterium Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door het bestuur geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen. De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door het bestuur is geautoriseerd, zoals is opgenomen in artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.