Verordening van de raad van de gemeente Amsterdam houdende regels over de heffing en invordering van een BIZ-bijdrage en op de subsidie voor de bedrijveninvesteringszone Burgwallen gebruikers 2025 (Verordening BI-Zone Burgwallen Amsterdam gebruikers 2025) De raad van de gemeente Amsterdam, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 16 juli 2024, gelet op artikel 1, eerste lid en artikel 7, vierde lid, van de Wet op de bedrijveninvesteringszones; gelet op de tussen de gemeente Amsterdam en de BIZ Vereniging Burgwallen gesloten subsidieovereenkomst; gehoord de beraadslaging in de raadscommissie Sociaal, Economische Zaken en Democratisering besluit de volgende verordening vast te stellen: Verordening BI-zone Burgwallen Amsterdam gebruikers 2025 Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: BI-zone: het aangewezen en gearceerde gebied op de van deze verordening deel uitmakende, en als bijlage 1 toegevoegde, kaart. de Wet: de Wet op de bedrijveninvesteringszones; het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente; de uitvoeringsovereenkomst: de tussen de gemeente Amsterdam en BIZ Vereniging Burgwallen gesloten uitvoeringsovereenkomst als bedoeld in artikel 7, lid 3 van de Wet. BIZ-plan: het plan van aanpak dat door de BIZ Vereniging Burgwallen is opgesteld waarin is aangegeven hoe de vereniging voornemens is de BIZ-subsidie te besteden. Artikel2Aanwijzing vereniging De BIZ Vereniging Burgwallen (hierna: de vereniging) wordt aangewezen als vereniging als bedoeld in artikel 7 van de Wet. Hoofdstuk2Belastingbepalingen Artikel3Aard van de belasting Onder de naam ‘BIZ-bijdrage’ wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die verbonden zijn aan activiteiten in de openbare ruimte en op het internet, die zijn gericht op het bevorderen van de leefbaarheid of de veiligheid in de bedrijveninvesteringszone of de ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van de bedrijveninvesteringszone. Artikel4Belastbaar feit en belastingplicht 1.De BIZ-bijdrage wordt gedurende een periode van 5 jaren jaarlijks geheven ter zake van binnen de BI-zone gelegen onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen en die als bestemming hebben, dan wel in gebruik zijn als (detail)handel, horeca, kantoor of cultuur-/gemeenschapsgebouw. 2.De BIZ-bijdrage wordt geheven van degenen die bij het begin van het kalenderjaar in de BI-zone gelegen onroerende zaken al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruiken. 3.Voor de toepassing van het tweede lid wordt: gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik heeft gegeven, is bevoegd de BIZ-bijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven; het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de BIZ-bijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter beschikking is gesteld. Artikel5Belastingobject 1.Als een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dient. 2.Een onroerende zaak dient niet in hoofdzaak tot woning indien de waarde die op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld voor die onroerende zaak niet in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Artikel6Maatstaf van heffing De BIZ-bijdrage wordt geheven naar een vast bedrag per onroerende zaak. Artikel7Belastingtarief De BIZ-bijdrage bedraagt per onroerende zaak € 300,-. Artikel8Wijze van heffing De BIZ-bijdrage wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel9Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 worden de aanslagen betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en de tweede een maand later. 2.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel10Nadere regels door het college Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de BIZ-bijdrage. Hoofdstuk3Subsidiebepalingen Artikel11Algemeen Indien en voor zover in deze verordening daarvan niet is afgeweken, is de Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023 van toepassing. Artikel12Subsidievaststelling 1.De subsidie wordt verstrekt aan de vereniging voor de uitvoering van de activiteiten die zijn opgenomen in het BIZ-plan. 2.De subsidie bedraagt maximaal het bedrag van de jaarlijks te ontvangen BIZ-bijdragen, verminderd met de daarmee samenhangende perceptiekosten, die zijn vastgesteld op 2,5%. 3.In de Uitvoeringsovereenkomst worden nadere regels gesteld over de wijze van bevoorschotting en de verrekening van meer- en minderopbrengsten van de ontvangen BIZ-bijdragen. Hoofdstuk4Slotbepalingen Artikel13Inwerkingtreding 1.Deze verordening treedt in werking op een nader door het college te bepalen datum nadat is gebleken van voldoende steun onder de bijdrageplichtigen als bedoeld in artikel 4 van de Wet. 2.Deze verordening treedt uit werking met ingang van 1 januari 2030 met dien verstande dat deze van kracht blijft voor belastbare feiten die zich voor de einddatum hebben voorgedaan. 3.De datum van ingang van de heffing is 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.