/akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR724883 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/gm0150/2024/2_38_57 /join/id/stop/work_019 2024-09-26 2024-09-26 /akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR724883/nld@2024-09-26 /join/id/proces/gm0150/2024/2_57_nieuweregeling 2024-09-26 2024-09-26 /akn/nl/act/gm0150/2024/2_38_57/nld@57 /akn/nl/act/gm0150/2024/2_38_57 /akn/nl/act/gm0150/2024/2_38_57/nld@57 /join/id/stop/work_019 v1 Programma Piekfijnplein gemeente Deventer Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding De gemeente Deventer heeft in samenwerking met Woonbedrijf Ieder1, Eigen Bouw en PHI/Hegeman het ambitiedocument Oranjekwartier opgesteld en vastgesteld. In dit document zijn de ambities omschreven voor het revitaliseren van het Oranjekwartier. Deze ambities geven onder andere richting aan de gewenste verbeteringen in de wijk. Deze ambities zijn uitgewerkt in uitvoeringsplannen. Eén van de uitvoeringsplannen betreft het Piekfijnplein, bestaande uit de panden Koningin Julianastraat 37 tot en met 55 (oneven nummers) en de omliggende openbare ruimte. In het ambitiedocument wordt over deze locatie het volgende aangegeven: “De herontwikkeling van het Piekfijnplein wordt nagestreefd. De plaatselijke snackbar voorziet in een behoefte en is daarom belangrijk om te behouden. Voor de overige panden wordt sloop/nieuwbouw voorzien. De ambitie is om hier woningen in de middeldure huur of koop te realiseren”. Het ambitiedocument en het uitvoeringsplan hebben geen juridische status onder de Omgevingswet. De gemeenteraad heeft in zijn vergadering van 29 september 2021 een voorkeursrecht op percelen gelegen binnen het Ontwikkelingsgebied Piekfijnplein/Oranjekwartier gevestigd op basis van de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg). Dit programma is een stap naar ontwikkeling van het gebied. Dit programma is dus geen juridische titel voor ontwikkeling. Het programma moet namelijk in de toekomstige periode van drie jaar worden uitgewerkt naar het omgevingsplan. 1.2 Wat is het programma? De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden. Eén van de 6 kerninstrumenten van de Omgevingswet is het programma. Hiermee is het programma één van de instrumenten binnen de beleidscyclus van de Omgevingswet waarmee gemeenten, waterschappen, provincies en rijksorganisaties hun beleid kunnen vormgeven en realiseren. Er zijn meerdere typen programma’s. Het programma dat voor u ligt is een ‘vrijwillig programma’. Het bevat de uitwerking van het beleid en de maatregelen om de doelstellingen - zoals die zijn geformuleerd in het beleid - te bereiken. Omdat het een vrijwillig (onverplicht) programma betreft, zijn we flexibel in de vormgeving ervan. Dat maakt dat we veel vrijheid hebben maar ook dat we hebben moeten zoeken naar wat er wel en niet in een programma opgenomen moet worden. Dit programma Piekfijnplein gaat in op de fysieke, economisch en maatschappelijke gewenste ontwikkelingen. Het bevat een analyse van de huidige situatie, geeft inzicht in de problemen en de opgaven en verbeeldt de gewenste situatie in een toekomstige tijdsperiode. Met dit programma zijn we er nog niet: het is een eerste stap. Het moet te zijner tijd een doorwerking krijgen naar het omgevingsplan. 1.3 Beschrijving huidige situatie Het Piekfijnplein is het hart van het Oranjekwartier. Dit plein, met veel verharding, bestaat uit een klein buurtwinkelcentrum waar op dit moment nog maar een paar bedrijven renderen, waaronder een snackbar. Eén winkel is door middel van een omzettingsvergunning veranderd in een viertal woonruimten. Voor de rest is er sprake van veel leegstand. De bovenverdiepingen worden bewoond. Het achterstallige onderhoud, in het bijzonder aan de panden aan de lange zijde van de straat geven aan het plein een verwaarloosde uitstraling. Een aantal jaren geleden is getracht door de herinrichting en het opknappen van de openbare ruimte de verloedering deels tegen te gaan. Dat heeft echter niet geleid tot aanpak van de panden door de pandeigenaren c.q. ondernemers. Er dient nu het nodige te gebeuren om deze negatieve spiraal te keren. 1.4 Beoogd maatschappelijk effect Een herontwikkeling van het Piekfijnplein met passende functies en een aantrekkelijke herinrichting van de omliggende openbare ruimte waardoor trots op de wijk ontstaat, en een gevoel van verbondenheid en saamhorigheid. Een open en veilige leefomgeving waar iedereen zich thuis voelt. 1.5 Plangebied Begrenzing plangebied Bovenstaande afbeelding betreft de kaart zoals die behoort bij het besluit van de gemeenteraad van 29 september 2021 betreffende de aanwijzing voorkeursrecht. Het plangebied is aangegeven met de zwarte lijn met bolletjes. De percelen gearceerd met de zwarte lijnen zijn aangewezen. Het Piekfijnplein ligt aan de Koningin Julianastraat en wordt verder begrensd door de Prins Hendrikstraat en de Waldeck Pyrmontstraat. Het plangebied wordt gevormd door de adressen Koningin Julianastraat 37 tot en met 55 (oneven nummers), Prins Hendrikstraat 2T (nutsvoorziening) en de omliggende openbare ruimte. Het plangebied heeft een omvang van circa 3.150 m². 1.6 Huidig planologisch regime Het plangebied is gelegen in het vigerende (tijdelijke) omgevingsplan onderdeel ‘Oranjekwartier’. Het openbare gebied heeft de functie ‘Verkeer’. De nutsvoorziening aan de Prins Hendrikstraat 2T heeft de functie ‘Nutsvoorziening’. De adressen Koningin Julianastraat 35 tot en met 55 (oneven nummers) kennen de functies (in alfabetische volgorde), ‘Detailhandel – begane grond’, ‘Dienstverlening – begane grond’, ‘Horeca – 2b begane grond’ en ‘Wonen’ en ‘Wonen – gestapeld’. Hoofdstuk 2 Omgevingsvisie De omgevingsvisie is een strategische visie voor de lange termijn voor de gehele fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie is opgesteld voor het gehele grondgebied van de gemeente Deventer. In de omgevingsvisie worden wijken in zijn algemeenheid beschreven. In hoofdstuk 3 wordt specifiek op het Oranjekwartier ingegaan (Ambitiedocument Oranjekwartier). In de omgevingsvisie is het Oranjekwartier aangeduid als ‘naoorlogse wijken’. Het Piekfijnplein maakt onderdeel uit van het Oranjekwartier. De omgevingsvisie omschrijft de volgende ambities: Het belangrijkste doel in de naoorlogse wijken is om de woon- en leefkwaliteit op peil te houden en waar mogelijk te verbeteren. We spelen in op ontwikkelingen zoals het levensloopbestendig maken, verduurzamen en klimaatbestendig maken van woningen en de woonomgeving, het creëren van mogelijkheden om te ontmoeten en bewegen en het op peil houden en waar nodig verbeteren van het voorzieningenaanbod. We voeren geen grootschalige stedelijke herstructureringen uit, maar kiezen voor een geleidelijk proces van wijk- en buurtvernieuwing. Daarbij werken we samen met bewoners, ondernemers en organisaties. Per onderdeel: Meer cultuurhistorische gelaagdheid Bij nieuwe ontwikkelingen respecteren we de aanwezige cultuurhistorie. Vooral in de delen die kort na de oorlog zijn gebouwd, structureert het groen de openbare ruimte. Met name Zandweerd, Keizerslanden en Borgele hebben een rationele en repeterende bebouwingsstructuur. Kwaliteitsimpuls op Deventer schaal Voor woonwijken aan de rand van de stad betekent het concept ‘vervoer op maat’ het handhaven van enkele snelle verbindingen naar de binnenstad/het station en het buitengebied. Tegelijkertijd vervallen de minder aantrekkelijke, ontsluitende lijnen binnen de wijken. Vanwege de grotere afstand naar bushaltes wordt de fiets belangrijker. Minder mobiele mensen zullen een groter beroep doen op andere vervoersconcepten, zoals de deelauto, de deeltaxi en de e-bike of aangepast vervoer. Een goed functionerend en veilig hoofdfietsroutenetwerk maakt het aantrekkelijk om de auto te laten staan. In de wijken is de verkeersstructuur in hoofdlijnen op orde. Er zijn wel wat aandachtspunten. Zo is met name in de vroeg-naoorlogse wijken de openbare verkeersruimte soms te krap voor een ideale inrichting. We combineren het verbeteren van de openbare ruimte bij voorkeur met projecten zoals het vervangen van de riolering. De kracht van Deventer benutten Bewoners doen een steeds groter beroep op elkaar om zo lang mogelijk zelfstandig te blijven wonen. We stimuleren het onderlinge contact bijvoorbeeld met aantrekkelijke plekken en aanleidingen om elkaar in de openbare ruimte te ontmoeten. Dit vinden we vooral belangrijk in wijken met een sterke vergrijzing, waarbij bewoners relatief veel tijd in de buitenlucht besteden. Om het alledaagse gebruik van de openbare ruimte te bevorderen zorgen we voor voldoende kwaliteit: schoon, heel en veilig. Wij zorgen voor een basisniveau en bewoners, organisatie en ondernemers die dat willen, kunnen op onderdelen die ze belangrijk vinden een ‘plus’ realiseren. Bijvoorbeeld met activiteiten in de wijk, de exploitatie van buurtvoorzieningen, het voorzien in (gedeeld) vervoer en het bieden van hulp bij zorg en welzijn. We streven naar meerwaarde op gebieden zoals sociale veiligheid, beweging / gezondheid, participatie, beheer van de openbare ruimte en economie. Daarnaast stimuleren we dat bewoners uit verschillende generaties en met verschillende achtergronden elkaar ontmoeten. Dat doen we door voorzieningen en publieksfuncties zoveel mogelijk te concentreren. Waardevast ondernemen Om de leefbaarheid van wijken te bevorderen houden we de bereikbaarheid van voorzieningen op peil. Dat geldt onder meer voor winkels, ontmoetingsruimtes en horeca. We kijken vooral naar functies die de leefbaarheid, toekomstbestendigheid en sociale veiligheid versterken. We kijken naar alternatieve buurtverzorgende invullingen. Vanwege de leefbaarheid streven we ernaar dat de bestaande structuur van horecavoorzieningen blijft bestaan. Ongedeelde samenleving We sturen bij nieuwe ontwikkelingen op een grotere variatie in woningtypes en marktsegmenten, met name in de wijken met een relatief gelijkvormige woningvoorraad en bevolkingssamenstelling. Bij elke nieuwe ontwikkeling kijken we hoe we een wijk het beste kunnen versterken en hoe bijgedragen kan worden aan een betere spreiding van betaalbare woningen voor kwetsbare doelgroepen. Soms is dat door het toevoegen van ‘duurdere woningen’ en in andere gevallen juist door sociale woningbouw. Veilig en gezond leven De rust en functiescheiding in de naoorlogse wijken willen we handhaven zo nodig met strengere gezondheidsbepalingen. Een hoogwaardige, gezonde en veilige leefomgeving staat centraal. We koesteren het vele groen en willen het waar mogelijk versterken. Het geeft de wijken een eigen gezicht en draagt bij aan de klimaatbestendigheid. Bovendien biedt groen een aantrekkelijk omgeving om te sporten en bewegen en elkaar te ontmoeten. Duurzaam ontwikkelen De keuze voor geleidelijke wijk- en buurtvernieuwing betekent dat we permanent werken aan het toekomst klaar maken van woningen: ze moeten energie-, klimaat- en levensloopbestendig worden. Wijken worden ook duurzamer door vrijkomende gebouwen een nieuwe bestemming te geven en door te zorgen dat de openbare ruimte duurzamer wordt. Bijvoorbeeld door te zorgen dat regenwater in de bodem kan infiltreren en door riolering en waterlopen aan te passen. Het openbare groen maakt de woonomgeving hittebestendiger. We zien de naoorlogse wijken als een proeftuin om duurzame mobiliteit verder te ontwikkelen, met meer ruimte voor de fiets en E-mobility. De Omgevingsvisie geeft, op strategisch niveau, op een duidelijke wijze de ambities en ontwikkelrichtingen voor het Piekfijnplein mee die nader uitgewerkt worden in dit programma. Hoofdstuk 3 Ambities, opgaven, ruimtelijk programma en maatregelen 3.1 Analyse en ambities Oranjekwartier 3.1.1 Inleiding In het ambitiedocument Oranjekwartier is als hoofdambitie opgenomen: “Trots op de wijk, gevoel van verbondenheid en saamhorigheid. Een open en veilige leefomgeving waar iedereen zich thuis voelt”. Voor vijf hoofdonderwerpen zijn ambities benoemd: Sociale balans Woningaanbod Openbare ruimte Ruimtelijke identiteit Energietransitie Per hoofdonderwerp worden de algemene punten en de voor het Piekfijnplein van toepassing zijnde punten weergegeven. Daarbij wordt opgemerkt dat het ambitiedocument uit 2019 dateert en er ondertussen inmiddels de nodige ingrepen in het Oranjekwartier zijn uitgevoerd. 3.1.2 Sociale balans Analyse Het Oranjekwartier is op het eerste oog een rustige woonbuurt. In het Oranjekwartier is sprake van relatief veel uitkeringen en subsidies voor zorg. Daarbij is de leefstijl van de inwoners meer en meer anoniem, is er sprake van veel eenzaamheid en gevoelens van onveiligheid. In deze buurt in het algemeen - en in sommige complexen in het bijzonder - is er sprake van een concentratie van bewoners met sociale en financiële problemen. Daar komt bij dat er vele talen gesproken worden en dat een deel van de bewoners het Nederlands slecht of niet beheerst. De huidige bewoners van het Oranjekwartier zijn gericht op hun eigen groep, hebben daar een prettige sociale relatie mee en tolereren eveneens andere mensen. De binding van bewoners met elkaar én met de leefomgeving wordt steeds minder. Bewoners voelen zich minder verantwoordelijk voor al datgene wat leeft in hun buurt. Er is regelmatig sprake van drugsoverlast en mensen voelen zich relatief onveilig. De sociale problematiek groeit. Huishoudens met lage inkomens zijn oververtegenwoordigd en de groep mensen zonder werk wordt groter. De sociale problematieken verschillen per complex. Over het geheel genomen is de conclusie dat sociale problematieken zich meer voordoen in de zogenoemde portiekflats dan op andere plekken in de buurt. De huidige stedenbouwkundige opzet van de portiekflats en grondgebonden woningen dragen niet bij aan het gevoel van een veilige en sociale buurt, omdat er weinig tot geen zicht is op openbare ruimte. Er zijn onvoldoende huisvestingsmogelijkheden voor ouderen met een zorgvraag. Aanvullend daarop zijn de beperkte ontmoetingsplekken voor ouderen. Er zijn onvoldoende ontmoetingsplekken voor jongeren, deze zoeken daarom ‘hangplekken’ die leiden tot sociale onrust. Ambitie Door middel van woningdifferentiatie wordt menging van culturen, inkomen, leeftijdsopbouw en huishoudenssamenstelling geambieerd. Dit sluit aan op de gemeentelijke woonvisie die uitgaat van menging van woonvormen en –categorieën in de wijken. Meer binding van bewoners met de buurt creëren, door onder andere aanpassing van het toewijzingsbeleid. In een nieuw toewijzingsbeleid zetten de partners in op een mix van nieuwe bewoners. Enerzijds bewoners die de intentie hebben voor een lange periode in de wijk te blijven wonen en anderzijds bewoners die urgent een woning nodig hebben en niet per sé lang willen blijven wonen in deze buurt. In de openbare ruimte blijft er ruimte voor “ontmoeten en spelen” en de kwaliteit daarvan wordt verbeterd ten opzichte van de huidige plekken (zie ook ‘openbare ruimte’). Ten behoeve van een sociale en veilige buurt is ‘ontmoeten voor de deur’ belangrijk. Daarvoor is het onder andere wenselijk dat het directe oogcontact tussen de woonkamers en de straat wordt verbeterd. Op veel plekken is dit directe contact beperkt doordat er schuurtjes in de voortuinen zijn geplaatst. Door het verplaatsen van de schuurtjes naar bijvoorbeeld de achtertuin is er weer rechtstreeks oogcontact tussen woonkamer en straat. Deze ruimtelijke verandering is het meest gewenst in de Julianastraat en de Beatrixstraat (zie ook ‘ruimtelijke identiteit’). De ontmoetingsplekken voor ouderen en jongeren die zijn gerealiseerd blijven intact en worden, waar nodig, kwalitatief verbeterd. Naast een kwalitatieve verbetering van ontmoetingsplekken is het voor jongeren van belang hierin ook een kwantitatieve slag te slaan. Speciale aandacht gaat uit naar het in stand houden van een buurtvoorziening voor alle inwoners van de wijk in combinatie met het buurthuis wat van oudsher bedoeld en bestuurd is door de Molukse gemeenschap. Voor een buurt waarin meer sociale cohesie wordt gestimuleerd is het van belang dat de initiatieven van bewoners een serieuze steun in de rug krijgen van het sociale team en de gemeente. Samen met het sociale wijkteam en andere maatschappelijke partners wordt een sociaal plan uitgewerkt. 3.1.3 Woningaanbod Analyse In het woonbeleid van de gemeente Deventer wordt gestreefd naar wijken en buurten met een gedifferentieerd aanbod van woningen, voor diverse inkomenscategorieën, levensfases en leefstijlen. De huidige verdeling tussen huur- en koopwoningen is redelijk te noemen, evenals de verdeling tussen grondgebonden woningen en portiekflats. In het Oranjekwartier is in het huursegment echter sprake van een eenzijdig aanbod van grotendeels sociale huurwoningen in de laagste verhuurcategorie. Deze woningen bevinden zich in de portiekflats. Het hogere huursegment bevindt zich in de grondgebonden woningen. Er is een relatief groot aantal woningen voor mensen met een urgentieverklaring. Veel mensen vertrekken binnen een relatief snelle periode. Ambitie Betaalbare sociale huurwoningen worden behouden in de buurt. Het betreft hier huurwoningen in diverse huur categorieën. Hier is immers veel vraag naar in Deventer. Tegelijkertijd wordt gestreefd naar een differentiatie van het woningaanbod. Te denken valt aan een toevoeging van sociale koop, koop én huur in de hoogste huurcategorie. Speciale aandacht gaat uit naar het toevoegen van woningen voor alleenstaanden en ouderen die niet per sé in een gezinswoningen willen wonen. De herontwikkeling van het Piekfijnplein wordt nagestreefd. De plaatselijke snackbar voorziet in een behoefte en is daarom belangrijk om te behouden. Voor de overige panden wordt sloop/nieuwbouw voorzien. De ambitie is om hier woningen in de middeldure huur of koop te realiseren. 3.1.4 Openbare ruimte Analyse Het oorspronkelijke buurtsteunpunt Piekfijnplein, met kleine winkels als de bakker en groenteboer aan een prettige pleinruimte, heeft door schaalvergroting de oorspronkelijke functie grotendeels verloren. Het Piekfijnplein is grotendeels verhard en er staan grote platanen in grote boomvakken die het groene beeld bepalen. Een groot deel van het plein is ingenomen door parkeren. De inrichting is sober en er is geen duidelijk onderscheid in het gebruik van het plein. Er is weinig relatie tussen de openbare ruimte en de functies in de gebouwen. De inrichting van de openbare ruimte in de omgeving is rommelig. Openbaar groen en speelplekken hebben achterstallig onderhoud en er is in een aantal woonblokken onvoldoende parkeergelegenheid rondom de woningen. In deze bouwblokken zijn de brede trottoirs opengesteld voor verkeer en parkeren wat onduidelijke situaties oplevert. De infrastructuur geeft geen duidelijk onderscheid tussen trottoir, rijweg en parkeerruimte. Diverse straten en openbare ruimtes (deel Julianastraat en de Kon. Wilhelminalaan) zijn de afgelopen jaren heringericht. Ook voor de overige straten is de komende jaren geld beschikbaar voor herinrichting. In de wijk wordt afval opgehaald via het Diftar systeem. De wijk kent enkele ‘hotspots’, plekken waar het afval in het zicht is komen te liggen. Dit geeft een onwenselijk en vervuilend straatbeeld. Ambitie Voor de openbare ruimte wordt een uitvoeringsplan opgesteld waarin de hoofopzet in vormgeving en gebruik wordt vastgelegd. Hierin onder andere aandacht voor groen en bewegen. Het uitvoeringsplan draagt zorg voor een heldere en leesbare structuur, vindt een eenduidige oplossing voor parkeerplaatsen, voor veilige wandel- en fietsroutes en voor plaatsen voor ontmoeting. We streven er naar om de gastvrijheid – daar waar de wijk bekend om staat - te faciliteren met een goede openbare ruimte structuur. De hoofdstructuur van de wegen in de wijk wordt aangepakt, de binnentuinen krijgen een opknapbeurt, de verkeersveiligheid, speelgelegenheden en de parkeergelegenheden worden naar de maatsteven van deze tijd opnieuw in het straatbeeld geplaatst. Ook het plein rondom de kerk krijgt in dit plan aandacht voor herontwikkeling. Ten behoeve van de herinrichting van de openbare ruimte worden, op basis van het genoemde uitvoeringsplan ondergrondse infrastructuur voor waterleiding, stadsverwarming en riolering ontworpen. Wat betreft de afvalinzameling wordt geïnventariseerd welke maatregelen getroffen kunnen worden om afvalproblematiek te verminderen. 3.1.5 Ruimtelijke identiteit Analyse De huidige buurt kenmerkt zich door een onduidelijke ruimtelijke structuur door het ontbreken van hiërarchie in de straten. De oorspronkelijke opzet van consequent op de zon georiënteerde doorzonwoningen met tuin is achterhaald door toegenomen welvaart en daarmee gewijzigde woonwensen. De relatie tussen privacy en veiligheid van de woning en het openbaar gebied en toegenomen parkeerdruk is achterhaald en aan vernieuwing toe. Een fundamentele nieuwe ruimtelijke opzet met passende functies is vereist. Een rommelig beeld van de straten door de vele achterkanten van tuinen die hier aan grenzen. Daarnaast hebben veel woningen de berging in de voortuin staan. Deze twee aspecten maakt het dat er beperkt oogcontact is tussen woningen en de straat waardoor de straat er anoniem bij ligt. Het rommelige beeld wordt extra versterkt doordat er op de hoeken van de bouwblokken garages staan. In het hart van de buurt bevindt zich het restant van het kleine buurtwinkelcentrum. De snackbar heeft veel aanloop en geeft rond etenstijd enige levendigheid aan het plein. De rest van de winkels lijken weinig tot geen aanloop te hebben. Het gehele gebouw, winkels en bovenwoningen ziet er sleets en vergeten uit. Ambitie De Julianastraat en de Beatrixstraat zijn de straten die het sociale en ruimtelijke hart van de buurt vormen. Ingrepen, zoals het omdraaien van woningen en schuurtjes uit de voortuinen halen, zijn noodzakelijk. De voorgestelde ruimtelijke ingrepen als schuren naar de achtertuin of het omdraaien van woningen, hebben grote gevolgen voor het achterliggende hof en de bebouwing daar omheen. De ruimtelijke ambities die gesteld worden zijn algemeen van aard. Bij de toepassing ervan moet gekeken worden wat de effecten zijn. Zo nodig moet maatwerk toe gepast worden. Overleg met bewoners en partners is nodig om maatwerk te leveren om de ruimtelijke ambitie uit te werken. Herontwikkeling van het Piekfijnplein, zoals eerder omschreven is gewenst. Aangrenzend aan de huidige panden ligt het plein. Dit wordt betrokken bij de herontwikkeling en wordt ingezet voor woningbouw. 3.1.6 Energietransitie Analyse In het Oranjekwartier wordt, uitgezonderd van enkele particulieren, geen gebruik gemaakt van duurzame energiebronnen. De huidige infrastructuur is niet ingericht op de toekomstige energietransitie waarvoor de overheid en maatschappij staan. Eén van de energievraagstukken voor de wijk betreft de alternatieve duurzame warmtevoorziening wanneer woningen en andere gebouwen in de toekomst worden afgekoppeld van het aardgas. Voor zowel collectieve warmtevoorzieningen (zoals via een laagtemperatuur warmtenet in combinatie met warmtepompen of een hoogtemperatuur warmtenet), als voor individueel elektrische oplossingen zal aanpassing van de energieinfrastructuur in de wijk noodzakelijk zijn (i.c. uitbreiding van bestaand warmtenet en verzwaring van het electriciteitsnet). Het is onvoldoende duidelijk of bewoners zich bewust zijn van ontwikkelingen in de energietransitie en open staan voor aanpassingen in de huishoudens en/of infrastructuur. Verzwaring van het electriciteitsnet heeft onder meer tot gevolg dat er door de netbeheerder meer transformatiehuisjes in de wijk moeten worden geplaatst wat uiteraard zijn effect heeft op het ruimtebeslag in de wijk (25 m² per trafo-unit). Nu is dit 1 trafo-unit per 500 woningen met een gemiddelde vraag van 1kW; Enexis rekent op een vervijfvoudiging van de gemiddelde vraag wanneer voor de verwarming van woningen in de wijk wordt gekozen voor een all-electric oplossing. Onder het Wezenland ligt een hoofdleiding van het warmtenet Keizerslanden. Dit warmtenet (eigendom van Ennatuurlijk) wordt binnen een aantal jaren verduurzaamd. Hiervoor is een nieuw ketelhuis noodzakelijk. Ambitie In het project Fossielvrij en Betaalbaar Wonen Deventer (FBW) vragen partners van de gemeente Deventer (woningcorporaties, provincie, Enexis) een regierol om de 14.000 huurwoningen te verduurzamen. We stimuleren het om het Oranjekwartier voorop te laten gaan in de aanpak. Conform de WetVET worden de inbreidingslocatie (voormalige schoollocatie) en eventueel Piekfijnplein gasloos opgeleverd en ambiëren we deze aan te sluiten op het warmtenet. Hiervoor wordt een businesscase opgesteld rondom een warmtenet en alle technische, sociale en financiële aspecten die hier onderzoeksmatig onderdeel van uitmaken. De mogelijkheid om de nieuwbouwlocatie te koppelen aan de uitbreiding van het bestaande warmtenet biedt mogelijkheden om de bestaande woningen in het Oranjekwartier hiervan te laten profiteren. Immers, de aansluiting van meer woningen op het warmtenet, zal de businesscase voor het warmtenet versterken. De mogelijkheid om te investeren in de nieuwe inbreidingslocatie zoals hierboven genoemd, brengt met zich mee dat de gemeente Deventer het hele gebied graag in 2025 gasloos wil opleveren. De gemeente Deventer spreekt de ambitie uit dat haar partners bij aanpassing van bestaande woningen en/of sloop nieuwbouw al zoveel mogelijk uitgaan van het gasloze principe. 3.2 Opgave Piekfijnplein Herontwikkeling van het Piekfijnplein staat centraal als de fysieke opgave. Dit plein bestaat nu uit een klein verloederd winkelcentrum. Het achterstallige onderhoud en de slechte bouwkundige en energetische toestand van de overige objecten in combinatie met een niet functionerende VvE, geven het plein een verwaarloosde uitstraling met bijbehorende onveiligheid. Het gebruik van de huidige woningen en bedrijfsruimten is onduidelijk, wat de leefbaarheid en de veiligheid niet ten goede komt. Vanuit de fysieke opgave wordt hieraan bijgedragen met fysieke ingrepen. Denk hierbij aan het bouwen van nieuwe, passende woningen en voorzieningen, en het verbeteren van de openbare ruimte. Er zijn belangrijke sociaal-maatschappelijke opgaven om op te pakken, samen met en voor de huidige bewoners. Meer differentiatie in de eenzijdige woningvoorraad kan bijdragen om te komen tot een wijk die meer in evenwicht is. Een wijk die mensen meer kansen geeft om zich te ontplooien en een leefomgeving biedt, waar men plezierig woont in een gemengde wijk. Dit alles resulteert in: Een herkenbaar hart van de buurt voor de buurtbewoners; Een ontmoetingsplek voor verschillende doelgroepen in de buurt; Woonruimte voor de lokale (oudere) doelgroep zodat bewoners langer in hun eigen buurt kunnen blijven wonen. 3.3 Ruimtelijk programma voor het gebied 3.3.1 Verschillende programmabegrippen De term programma heeft meer betekenissen dan het instrument uit de Omgevingswet. Bij gebiedsontwikkeling wordt er een ruimtelijk programma gerealiseerd. Vroeger in termen van bestemmingen, categorieën en doelgroepen. Onder de Omgevingswet meer in termen van functies en activiteiten. Dan gaat het over wat er eigenlijk gebouwd en aangelegd wordt. Het ruimtelijke programma voor het gebied wordt dus onder andere afgeleid uit het gemeentelijke woningbouwprogramma. In dit Omgevingswet-programma benoemen we dus het voorgenomen ruimtelijk programma voor het gebied. In dit hoofdstuk worden de verschillende (stedenbouwkundige) uitgangspunten uit een gezet. Die uitgangspunten leiden uiteindelijk tot een viertal varianten voor de herontwikkeling van het Piekfijnplein. 3.3.2 (Woon)programma (naar prijssegment en doelgroep) Het woonprogramma aan het Piekfijnplein is gelegen binnen de bandbreedte van 15 tot en met 25 appartementen. Het woonprogramma voor deze locatie bestaat uit sociale huurwoningen en/of sociale koopwoningen en (eventueel) middeldure huurwoningen. Het woonprogramma wordt verbonden aan de gemeentelijke doelgroepenverordening. Het woonprogramma is gericht op de doelgroep senioren. Daarnaast is er in het plangebied ruimte voor buurtgebonden maatschappelijk vastgoed (op de begane grond). 3.3.3 Beeldkwaliteit In de huidige situatie geldt volgens de Welstandsnota voor het Oranjekwartier de criteria van ‘Stempel stedenbouw – traditionele blokverkaveling’. Deze gebieden zijn veelal (planmatig ontworpen) woonwijken welke ontstonden in de jaren ’60 en ’
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.