Subsidieregeling Peuteropvang en onderwijskansenbeleid Lelystad 2025Het college van de gemeente Lelystad; gelet op: De Wet Kinderopvang; Algemene wet bestuursrecht; de Wet op het Primair Onderwijs, en de algemene subsidieverordening gemeente Lelystad, BESLUIT: vast te stellen de navolgende ‘Subsidieregeling Peuteropvang en Onderwijskansenbeleid Lelystad 2025’. Hoofdstuk1:Inleidende bepalingen Artikel1.1Begripsbepalingen 1.In deze regeling worden de begrippen zoals opgenomen in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang gehanteerd, tenzij hiervan in het tweede lid wordt afgeweken. 2.In deze regeling wordt verstaan onder: Aanvrager: een instelling die reguliere dagdelen peuteropvang en/of VVE peuterplaatsen aanbiedt en gevestigd is in de gemeente Lelystad en geregistreerd in het Landelijk Register Kinderopvang; een bestuur van scholen, met scholen gevestigd in Lelystad, met onderwijsachterstanden of instellingen die voldoen aan Wet Stelsel Openbare Bibliotheekvoorzieningen en gevestigd zijn in Lelystad. Achterstand: door een ongunstige economische, sociale of taalomgeving slechter presteren op school dan bij een gunstigere situatie zou kunnen; Achterstandsscore per school: de totale score van een school met leerlingen met het risico op onderwijsachterstanden gezien de omgevingsfactoren; De onderwijsachterstandsscore per school wordt vastgesteld volgens de objectief onderzochte criteria van het Centraal Bureau Statistiek (CBS): Opleidingsniveau van beide ouders Deelname aan schuldsanering Herkomstland van moeder Gemiddelde opleidingsniveau van alle moeders op de school Verblijfsduur van moeder in Nederland ASVL: Algemene subsidieverordening gemeente Lelystad; Awb: Algemene wet bestuursrecht; College: Het college van burgemeester en wethouders van gemeente Lelystad; Doelgroepkind: Een kind, tussen de 0 en 4 jaar, met een (risico) op een onderwijsachterstand, die een Voorschoolse Vroegschoolse Educatie (VVE)-indicatie vanuit het consultatiebureau heeft ontvangen; Jeugdgezondheidszorg (JGZ): instelling die indicatie en toeleiding van doelgroepkinderen doet en/of toezicht houdt op voorschoolse educatie en een instelling die een adviserende instaptoets doet bij kinderopvangorganisaties die voor het eerst voor subsidie voor voorschoolse educatie in aanmerking willen komen; Kindercentrum / kinderopvangorganisatie: een instelling die ingeschreven is in het LRK en bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgt, opvoedt en bijdraagt aan de ontwikkeling en/of de opvang van kinderen tot het tijdstip waarop die kinderen kunnen deelnemen aan het basisonderwijs; Kinderopvangtoeslag: kinderopvangtoeslag die door het Rijk via de belastingdienst wordt aangeboden. Deze toeslag is inkomensafhankelijk, waardoor ouders netto een inkomensafhankelijke bijdrage betalen voor de kinderopvang. Het Rijk hanteert hierbij een maximum uurtarief waarover ouders toeslag ontvangen, die jaarlijks wordt aangepast; Kindvolgsysteem: een systeem waarin periodiek de voortgang van de ontwikkeling van een kind wordt geregistreerd; KOT-tarief: Kinder Opvang Toeslag-tarief; LRK: Landelijk Register Kinderopvang. Dit is een register waarin alle geregistreerde kinderopvangvoorzieningen staan, zowel reguliere kinderopvang als voorschoolse educatie, zoals bedoeld in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang; Lelystad next Level (LnL): Gemeente Lelystad, provincie Flevoland en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hebben onder de naam ‘Lelystad Next Level’ gewerkt aan plannen voor de toekomst van Lelystad. Lokaal Educatieve Agenda (LEA): Overlegstructuur, gericht op samenwerking en voorbereiding van besluitvorming, tussen voorschoolse voorzieningen, primair onderwijs en de gemeente. Maatschappelijke Agenda (MAG): De Maatschappelijke Agenda is een sociaal plan vanuit de gemeente Lelystad hoe inwoner, professionals en de gemeente samen van Lelystad een stad maken waar iedereen mee kan doen en zich thuis voelt. De kern is de samenwerking tussen burger, professionals en gemeente. Onderwijskansenbeleid: synoniem voor onderwijsachterstandenbeleid. In gemeente Lelystad is gekozen om te spreken over kansen in plaats van achterstanden. ONT: Ondersteuning Nederlandse Taal, de gebruikte term in gemeente Lelystad in relatie tot NT2 en regulier onderwijs; Ouderbetrokkenheid: de samenwerking tussen ouders en professionals, van de kinderopvang of het primair onderwijs, ter stimulering van de ontwikkeling van het kind; Ouderbijdrage: het bedrag dat als vaste eigen bijdrage van de ouder verschuldigd is voor kinderopvang, zoals opgenomen in artikel 1.8 lid 5; Pedagogisch beleidsmedewerker: een kinderopvangmedewerker met HBO werk- en denkniveau, gelijk aan de eisen zoals gesteld in de Wet IKK en zoals ze zijn uitgewerkt in de CAO Kinderopvang en de CAO Sociaal Werk. Peutermonitor: een monitoringssysteem waarin ieder kind, dat is geïndiceerd met een VVE-indicatie en is aangemeld of deelneemt aan VVE-educatie, staat geregistreerd; Peuteropvang: aanbod voor peuters, in de leeftijd van 2 tot 4 jaar, op een voorschool voor minimaal 220 en maximaal 320 uur per jaar, verdeeld over 2 dagdelen van 2,5 tot 3,5 uur per week; Resultaatafspraken: concrete afspraken die het mogelijk maken om effecten te meten en daarop te sturen; Wet IKK: Wet innovatie en kwaliteit kinderopvang; WKO: de Wet kinderopvang; WPO: de Wet op het primair onderwijs; Voorschoolse educatie: peuterspeelzaal waar een integraal aanbod voor doelgroepkinderen, in de leeftijd van 2,5 jaar tot 4 jaar, wordt aangeboden. Dit conform een erkend effectief bewezen methodiek, voor 16 uur per week, verdeeld over minimaal 3 dagdelen per week, en minimaal 40 weken per jaar; Vroegschoolse educatie: primair onderwijs, groep 1 en 2, waar een integraal aanbod voor doelgroepkinderen, in de leeftijd van 4 jaar tot 6 jaar, wordt aangeboden. Dit conform een erkend effectief bewezen methodiek om de onderwijsstart in groep 3 zo optimaal mogelijk te laten zijn. Artikel1.2Doel subsidieregeling Het doel van deze subsidieregeling is: ‘Kinderen starten of stromen met gelijke kansen uit in het onderwijs.’ Het maatschappelijke doel dat hieraan is gekoppeld is: ‘Aan het eind van het basisonderwijs wordt, in Lelystad, een onderwijsniveau behaald zoals dat in Nederland gemiddeld is voor een gelijke populatie aan leerlingen. Door deze gelijke (onderwijs)kansen en uitstroom wordt de integratie in de maatschappij verhoogd en segregatie voorkomen’; Artikel1.3Reikwijdte Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies per kalenderjaar door het college, voor de in artikel 2.1, artikel 3.1, artikel 4.1 en artikel 5.1 bedoelde activiteiten in het kader van Peuteropvang en Onderwijskansenbeleid die plaatsvinden in de periode van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2026. Artikel1.4Subsidieaanvrager 1.De subsidie voor artikel 2.1, 3.1 en 4.1 kan worden aangevraagd door: een bestuurder van de jeugdgezondheidsinstelling, die is gevestigd in gemeente Lelystad; een bestuurder van een kinderopvangorganisatie, gevestigd in de gemeente Lelystad, geregistreerd staat in het LRK en aanbod gericht op doelgroepkinderen heeft. instellingen die voldoen aan Wet Stelsel Openbare Bibliotheekvoorzieningen en gevestigd zijn in de gemeente Lelystad. 2.De subsidie voor artikel 5.1 kan worden aangevraagd door: een bestuurder van het primair onderwijs met scholen met onderwijsachterstanden en/of VVE-geïndiceerde leerlingen gevestigd in Lelystad. een instelling die voldoet aan de Wet Stelsel Openbare Bibliotheekvoorzieningen en gevestigd is in Lelystad, in samenspraak met een bestuurder van het primair onderwijs met scholen en/of VVE-geïndiceerde leerlingen. Artikel1.5Subsidieaanvraag 1.Onverminderd de ASVL artikel 8 overlegt de aanvrager bij de aanvraag om verlening van subsidie voor activiteiten in artikel 2.1 lid a en c: een (project)plan met begroting waarin het volgende is opgenomen: toelichting van de uit te voeren activiteiten en wijze van toeleiding naar een VE-plek; aantallen doelgroepkinderen verdeeld in leeftijd; aantallen preventieve huisbezoeken en soort (vervolg)begeleiding. 2.Onverminderd de ASVL artikel 8 overlegt de aanvrager bij de aanvraag om verlening van subsidie voor activiteiten aangaande artikel 2.1 lid b, 3.1 en 4.1: de verwachte aantallen kinderen in de peuteropvang en de voorschoolse educatie waarvoor subsidie wordt aangevraagd; de verwachte cumulatieve inkomsten vanuit de ouderbijdragen, onderscheid makend tussen peuteropvang en voorschoolse educatie, daarbij gebruik makend van het tarievenblad of de peutermonitor; het nummer waaronder het kindercentrum in het LRK geregistreerd staat; een verklaring dat de aanvrager voldoet aan de WKO en de Wet IKK en voor activiteiten in artikel 4.1 lid a en c aan de landelijke voorschriften voor de voorschoolse educatie; een (project)plan met begroting waarin het volgende is opgenomen: toelichting op de uit te voeren activiteiten; omvang en samenstelling tussen doelgroep- en reguliere kinderen van de groep waarvan de kindplaats waarvoor subsidie wordt aangevraagd deel uitmaakt; wijze waarop de brede ontwikkeling van het kind gevolgd wordt; wijze van evaluatie van begeleiding, kwaliteit en resultaten; wijze waarop gericht ouderbeleid gevoerd wordt; wijze van algemene en warme informatieoverdracht bij overgang van kindercentrum naar basisschool; wijze van samenwerking met andere organisaties; scholingsplan per VE-locatie, aantal medewerkers per locatie met een begroting, indien er subsidie wordt aangevraagd voor scholing; informatie over/beschrijving van de werkzaamheden en de uren pedagogisch beleidsmedewerker/coach VE in de kinderopvang; beschrijving hoe de aanvraag bijdraagt aan het behalen van de gestelde doelen zoals beschreven in het ‘Onderwijskansenbeleid’; beschrijving hoe de resultaatafspraken worden geborgd of welke voorwaarden ontbreken om de resultaatafspraken na te komen uit het ‘Onderwijskansenbeleid 2024-2026’. 3.Onverminderd de ASVL artikel 8 overlegt de aanvrager bij de aanvraag om verlening van subsidie voor activiteiten in artikel 5.1: een (project)plan met begroting waarin het volgende is opgenomen: toelichting op de uit te voeren activiteiten en de begroting; beschrijving en begroting van de coördinatie- of overheadkosten; beschrijving en begroting indien er subsidie wordt aangevraagd voor visieontwikkeling of professionalisering; wijze waarop de brede ontwikkeling van het doelgroepkind gevolgd wordt of welke voorwaarden nodig zijn om dit te kunnen volgen; beschrijving hoe de aanvraag bijdraagt aan het behalen van de gestelde doelen in de kadernota Onderwijsachterstandenbeleid; beschrijving hoe de resultaatafspraken worden geborgd of welke voorwaarden er nodig zijn om de resultaatafspraken na te komen; wijze van evaluatie van begeleiding, kwaliteit en resultaten van de aanvraag; wijze van algemene en warme informatieoverdracht bij overgang van kindercentrum naar basisschool; wijze van samenwerking met andere organisaties; scholingsplan met begroting per locatie indien er subsidie wordt aangevraagd voor scholing. Artikel1.6Subsidieplafonds 1.Van toepassing zijnde subsidieplafonds worden jaarlijks door het college vastgesteld. 2.Indien toekenning van een aanvraag zou leiden tot overschrijding van het subsidieplafond, wordt in afwijking van de aanvraag, subsidie verleend voor maximaal dat bedrag waarbij het subsidieplafond niet wordt overschreden. 3.Honorering van aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie en die niet worden geweigerd, vindt plaats in de volgende volgorde: allereerst worden activiteiten behandeld zoals beschreven in artikel 2.1; artikel 3.1 en artikel 4.1, waarbij een eerder ingediende aanvraag voorrang heeft boven een later ingediende aanvraag; vervolgens worden activiteiten beoordeeld zoals beschreven in artikel 5.1, waarbij een eerder ingediende aanvraag voorrang heeft boven een later ingediende aanvraag. 4.Alleen volledige subsidieaanvragen worden in behandeling genomen. 5.Indien een onvolledige aanvraag is ingediend, wordt de aanvrager op grond van artikel 4:5 van de Awb een redelijke hersteltermijn geboden om de aanvraag te completeren. Wordt binnen de hersteltermijn het gevraagde niet aangeleverd, dan wordt de aanvraag niet in behandeling genomen. 6.Indien de aanvrager met toepassing van het vorige lid de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen dan geldt het moment waarop de aanvraag compleet is als het tijdstip van ontvangst zoals bedoeld in het derde lid. 7.Indien er op een dag meerdere aanvragen zijn ontvangen en de honorering van al die aanvragen zal leiden tot overschrijding van het subsidieplafond, zal het college het beschikbare budget evenredig verdelen over de aanvragen. Artikel1.7Termijn indienen aanvraag 1.Een aanvraag voor subsidie kan worden ingediend vanaf de datum van inwerkingtreding van de regeling tot en met 27 november 2024 of van 1 maart tot 1 mei 2025, voor activiteiten die na de datum van aanvragen worden uitgevoerd. 2.Voor artikel 4.1 lid e kan gedurende het gehele kalenderjaar een aanvraag voor een subsidie worden ingediend. 3.Het college kan, gemotiveerd, toestemming verlenen om af te wijken van de bepaling zoals genoemd in het eerste lid van artikel 1.7. Artikel1.8Bijzondere verplichtingen 1.Het geregistreerde kindercentrum, waarvan de kindplaats van artikel 3.1 en 4.1 deel uitmaakt, voldoet aan de kwaliteitseisen voor kindercentra, genoemd in het Besluit kwaliteit kinderopvang. 2.In geval er voor artikel 4.1 subsidie wordt aangevraagd voldoet het kindercentrum aan de kwaliteitseisen van voorschoolse educatie. 3.De aanvrager van artikel 2.1, artikel 3.1, artikel 4.1 en artikel 5.1 neemt deel aan en kennis van de door de gemeente gefaciliteerde kennisdeling in Lelystad middels het traject visieontwikkeling jonge kind, de VVE-adviesgroep en/of de Lokaal Educatieve Agenda (LEA) die tenminste 4 maal per jaar wordt georganiseerd. 4.De organisatie van jeugdgezondheidszorg en het geregistreerde kindercentrum monitort de doelgroepkinderen en registreert dit in het gemeentelijk aangeboden monitoringssysteem. 5.Het geregistreerde kindercentrum int een ouderbijdrage zoals beschreven in artikel 3.6 en artikel 4.6. 6.De subsidieontvanger dient medewerking te verlenen aan mogelijke onderzoeken die gerelateerd zijn aan het monitoren van de resultaten van de activiteiten in het kader van het onderwijskansenbeleid, onder meer, maar niet uitsluitend, door aan de gemeente dan wel aan een door de gemeente aangewezen instantie relevante gegevens te leveren. 7.De subsidieontvanger verantwoordt de subsidie bij een bedrag hoger dan € 200.000,-tussentijds middels een presentatie in het bestuurlijk of ambtelijk overleg waarbij de doelen en resultaatafspraken in het projectplan worden geëvalueerd. Artikel1.9Eindverantwoording van subsidies 1.Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 6 van de ASVL bevat de aanvraag tot vaststelling tevens een financiële verantwoording waarin, indien van toepassing, een onderscheid wordt gemaakt tussen de subsidie ontvangen voor peuteropvang en voorschoolse educatie. 2.Voorts vindt de inhoudelijke verantwoording plaats op de onderdelen als bij de aanvraag genoemd in artikel 1.5, al naar gelang welke van toepassing is op de aanvraag. Hoofdstuk2:Baby en Peuter aanbod Artikel2.1.Activiteiten Subsidie inzake activiteiten gericht op taalaanbod van baby’s en peuters wordt uitsluitend verleend voor activiteiten voor: toeleiding en indicering van VVE-geïndiceerde kinderen, vanaf de leeftijd van 1,5 jaar tot 4 jaar met (risico
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.