op: woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid van de Leegstandwet, waarvoor een vergunning is afgegeven; onzelfstandige woonruimte; dienstwoningen; zelfstandige woonruimte met een vloeroppervlakte tot 30m2, verhuurd met een campuscontract of verhuurd door een toegelaten instelling; woonschepen en ligplaatsen voor woonschepen; wisselwoningen; woonruimten in eigendom van toegelaten instellingen, via intermediaire verhuur verhuurd aan een zorginstelling, die door die zorginstelling aan derden in gebruik worden gegeven met een contract dat onlosmakelijk verbonden is aan een zorgcontract van deze zorginstelling. Paragraaf2.2De huisvestingsvergunning Artikel3.Eisen voor verlening huisvestingsvergunning 1.Een aanvrager komt in aanmerking voor een huisvestingsvergunning als deze aan de volgende voorwaarden voldoet: de leden van het huishouden hebben de Nederlandse nationaliteit of verblijven hier rechtmatig, zoals bedoeld in artikel 10, tweede lid van de wet; de aanvrager is 18 jaar of ouder; voor een sociale huurwoning is het huishoudinkomen niet hoger dan de € 47.699 voor een eenpersoonshuishouden en € 52.671 voor een meerpersoonshuishouden; voor een betaalbare nieuwbouw koopwoning is het huishoudinkomen niet hoger dan € 82.921; als er voorrangsregels gelden, komt de aanvrager op basis daarvan als eerste in aanmerking voor de woonruimte. 2.Bij vruchteloze aanbieding wordt een vergunning verleend in afwijking van de voorwaarden uit het eerste lid onder c., d. en e. 3.De voorwaarde uit het eerste lid onder c. geldt niet voor degenen met een urgentie op volkshuisvestelijke of maatschappelijke gronden en voor degenen die uitgezonderd zijn van de inkomenstoets zoals vermeld in de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015, bijlage 1 onder A. 4.Bij woningruil en bij overlijden van de hoofdhuurder kan een huisvestingsvergunning worden verleend in afwijking van de voorwaarde uit het eerste lid onder e. 5.In afwijking van het eerste lid onder c. kan voor sociale huurwoningen met een huurprijs vanaf € 697,07 een huisvestingsvergunning worden verleend aan huishoudens met een huishoudinkomen tot € 61.046,- 6.In afwijking van het eerste lid onder d, kan het college van burgemeester en wethouders een afwijkende inkomensgrens vaststellen, wanneer vanwege de te verwachten leencapaciteit de inkomensgrens tot onevenredige effecten zou leiden. Artikel4.Jaarlijkse aanpassing van huur-, koopprijs- en inkomensgrenzen De in dit hoofdstuk genoemde bedragen zijn de bedragen die gelden in 2024. Deze bedragen worden jaarlijks met ingang van 1 januari gewijzigd: de inkomensgrens in artikel 3, eerste lid onder c overeenkomstig artikel 16, lid 2 van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting;
; de huurprijs in artikel 3, vijfde lid, overeenkomstig artikel 27 van de Wet op de huurtoeslag; de inkomensgrens in artikel 3, vijfde lid, overeenkomstig artikel 27 van de Wet op de huurtoeslag; de huurprijzen in artikel 24, eerste lid, tabel 1, overeenkomstig artikel 10 van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte; de inkomensgrenzen in artikel 24, eerste lid, tabel 1, overeenkomstig artikel 27 van de Wet op de huurtoeslag; de huurprijzen in artikel 24, eerste lid, tabel 1, overeenkomstig artikel 27 van de Wet op de huurtoeslag; de inkomensgrens in artikel 24, vijfde lid, tabel 2, kolom 1, overeenkomstig artikel 16, lid 2 van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting; de inkomensgrens in artikel 24, vijfde lid, tabel 2, kolom 2, overeenkomstig artikel 16 van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting; de koopprijsgrens in artikel 2 eerste lid onder c, overeenkomstig artikel 7 vierde lid van de wet. Artikel5.Vruchteloze aanbieding 1.In geval van een woning als bedoeld in artikel 2, eerste lid onder a en b, is sprake van vruchteloze aanbieding als de eigenaar de woonruimte dertien weken lang, gerekend vanaf de datum van de eerste advertentie, zonder resultaat heeft aangeboden aan huishoudens die er op grond van artikel 3 voor in aanmerking komen, mits: de woonruimte is aangeboden tegen een redelijke huurprijs, als beschreven in artikel 17, eerste lid van de wet; er tenminste driemaal, minimaal eenmaal per maand, met de woonruimte is geadverteerd en er is geadverteerd in een regionaal of lokaal advertentiemedium of op een andere, naar het oordeel van burgemeester en wethouders gelijkwaardige wijze. 2.In geval van een betaalbare nieuwbouw koopwoning, als bedoeld in artikel 2, eerste lid onder c, is sprake van vruchteloze aanbieding als de verkoper van de woonruimte dertien weken lang, gerekend vanaf de datum van de eerste advertentie, zonder resultaat heeft aangeboden aan huishoudens die er op grond van artikel 3 voor in aanmerking komen, mits: de woonruimte is aangeboden tegen een marktconforme koopprijs. De verkoper kan hier wel ten gunste van de koper van afwijken; er tenminste driemaal, minimaal eenmaal per maand, met de woonruimte is geadverteerd; en er is geadverteerd in een regionaal of lokaal advertentiemedium of op een andere, naar het oordeel van burgemeester en wethouders, gelijkwaardige wijze. Artikel6.Aanvraag en inhoud huisvestingsvergunning 1.Een huisvestingsvergunning wordt aangevraagd bij burgemeester en wethouders via een daartoe bestemd formulier. 2.Bij de aanvraag worden de volgende gegevens verstrekt: naam, adres, woonplaats, geboortedatum, nationaliteit en, indien van toepassing, de verblijfstitel van de aanvrager; omvang van het huishouden dat de nieuwe woonruimte gaat betrekken; huishoudinkomen; adres, naam van de verhuurder en huurprijs van de te betrekken woonruimte; kopie van het huur- of koopcontract of schriftelijke verklaring van de eigenaar dat hij bereid is de woonruimte aan de aanvrager in gebruik te geven; beoogde datum van het betrekken van de woonruimte; als dat van toepassing is: een afschrift van de indicatie voor een woonruimte met een specifieke voorziening en als dat van toepassing is: de voorrangscategorie waartoe de aanvrager behoort. 3.Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere gegevens te vragen die nodig zijn om te aanvraag te beoordelen. 4.De huisvestingsvergunning vermeldt in ieder geval: aan wie de vergunning is verleend (volledige naam, geboortedatum, geboorteplaats, geboorteland); voor welke woonruimte de vergunning wordt verleend; naam en adres van de verhuurder; het aantal personen dat de woonruimte in gebruik neemt en binnen welke termijn van de vergunning gebruik moet zijn gemaakt. Artikel7.Intrekken van de huisvestingsvergunning Naast de in artikel 18 van de wet genoemde gronden voor intrekken van de huisvestingsvergunning kunnen burgemeester en wethouders een huisvestingsvergunning intrekken als er gehandeld wordt in strijd met de voorwaarden van de vergunning. Paragraaf2.3Inschrijfsysteem van woningzoekenden, bekendmaking aanbod Artikel8.Toepasselijkheid Deze paragraaf is van toepassing op: sociale huurwoningen in eigendom van een toegelaten instelling. Artikel9.Inschrijfsysteem, algemene eisen 1.Verhuurders van de in artikel 8 bedoelde woonruimten zorgen voor het aanleggen en bijhouden van een inschrijfsysteem van woningzoekenden, zodat de rangorde bepaald kan worden. 2.Het inschrijfsysteem is transparant, controleerbaar, gebruiksvriendelijk en toegankelijk. 3.Als burgemeester en wethouders daarom verzoeken, legt verhuurder aan hen verantwoording af over de inschrijving voor en toewijzing van de woonruimten. 4.De administratiekosten die aan woningzoekenden berekend worden in verband met hun inschrijving, staan in redelijke verhouding tot de kosten die in verband met het inschrijfsysteem voor de woningzoekende gemaakt worden; 5.De woningzoekende ontvangt een bewijs van inschrijving. Artikel10.Inschrijfsysteem van toegelaten instellingen betreffende de sociale huur 1.De toegelaten instellingen in de woningmarktregio hebben een gezamenlijk inschrijfsysteem voor woningzoekenden. 2.Zij stellen regels op over de wijze van inschrijving, registratie van gegevens, opschorting en einde van de inschrijving. 3.Een woningzoekende kan een beroep doen op de regionale klachtencommissie. 4.Een inschrijving eindigt na toewijzing van een woonruimte door een toegelaten instelling, behalve als die woonruimte wordt verhuurd met een tijdelijk huurcontract bij woningruil of als de woonruimte is betrokken met gebruikmaking van een urgentie op volkshuisvestelijke gronden, met uitzondering van de terugkeerurgentie. 5.Na aanvaarding van een woonruimte in eigendom van een toegelaten instelling, behoudt een woningzoekende 75% van de inschrijfduur, mits de woningzoekende zich binnen twaalf maanden na de aanvaarding opnieuw inschrijft. 6.De inschrijving die resulteert in een huurovereenkomst vervalt niet als het een tijdelijke huurovereenkomst betreft, zoals bedoeld in de artikelen 11a en b van de wet en als er een huurovereenkomst zoals bedoeld in artikel 11c van de wet is aangegaan. Artikel11.Bekendmaking van het aanbod 1.Het aanbod van toegelaten instellingen wordt op het in de regio gangbare platform bekend gemaakt. 2.Van het eerste lid kan worden afgezien als een woonruimte bedoeld is: voor verdeling via bemiddeling of op grond van beheerdersbelang; als wisselwoning of plankwoning ten behoeve van tijdelijke huisvesting; als standplaats voor een woonwagen of voor bewoning door een woongroep. 3.De bekendmaking van het aanbod bevat in ieder geval: het adres en de huurprijs van de woonruimte; de mededeling dat de woonruimte niet voor bewoning in gebruik genomen mag worden als daarvoor geen huisvestingsvergunning is verleend en als dat van toepassing is: de criteria en voorrangsregels voor het verlenen van de huisvestingsvergunning. Paragraaf2.4Woonruimteverdelingssysteem Artikel12.Toepasselijkheid Deze paragraaf is van toepassing op: sociale huurwoningen in eigendom van toegelaten instellingen in de woningmarktregio; woonruimte bedoeld voor woongroepen; woonwagenstandplaatsen. Artikel13.Verdeling van sociale huurwoningen Sociale huurwoningen worden op de volgende wijze verdeeld: de meeste woonruimte wordt verdeeld via het aanbodmodel, zoals omschreven in artikel 14; maximaal 20% van de beschikbaar komende woonruimte kan worden verdeeld via het lotingmodel, zoals omschreven in artikel 15; bemiddeling vindt plaats in de in artikel 16 genoemde situaties. Artikel14.Aanbodmodel 1.De woonruimte wordt aangeboden op het in de regio gangbare platform. 2.De tijdig ingekomen reacties van woningzoekenden worden gerangschikt volgens de rangordebepalingen uit artikel 45, waarna de kandidaat met de hoogste positie in de rangorde wordt geselecteerd. Artikel15.Lotingmodel 1.De woonruimte wordt op het in de regio gangbare platform aangeboden. 2.Bij het lotingmodel zijn de voorrangsbepalingen uit paragraaf 2.5 en 2.6 en de rangordebepaling van artikel 45
behoudens dat de woonruimte voor de woningzoekende naar aard, grootte en prijs moet voldoen aan artikel 22, vierde lid, onder b (seniorenwoonruimte) en f (jongerenwoonruimte), artikel 23, eerste, tweede en derde lid en artikel
. Artikel17.Beheerdersbelang 1.Een toegelaten instelling kan, met het oog op het beheren van haar woningvoorraad, in relatie tot het belang van de wijk, openbare orde en veiligheid of de leefbaarheid, een zittende huurder of woningzoekende via bemiddeling een (andere) woonruimte uit haar voorraad aanbieden, bijvoorbeeld om overlast te beëindigen of te voorkomen. 2.Voorwaarden bij de toepassing van het beheerdersbelang zijn: er mag geen nadeel zijn voor het welzijn van de persoon in kwestie; het bleek niet mogelijk om de aanleiding, zoals overlast, op een andere wijze aan te pakken; de toegelaten instelling lost het probleem eerst binnen de eigen woonruimtevoorraad op en vervolgens pas in andermans woonruimtevoorraad. Artikel18.Verdeling van woonruimte voor woongroepen 1.Burgemeester en wethouders kunnen, na overleg met de eigenaren, een of meer woonruimten in een complex aanwijzen als geschikt voor een woongroep. 2.Burgemeester en wethouders kunnen een groep woningzoekenden aanmerken als woongroep. 3.Bij nieuwbouw van woonruimte voor een woongroep is er sprake van een initiatiefgroep waarvan de leden van de woongroep het recht van eerste bewoning krijgen of een initiatief van een eigenaar die een woongroep wil faciliteren. 4.Burgemeester en wethouders stellen nadere regels over de eisen waaraan een woongroep moet voldoen en de wijze waarop vrijkomende woonruimte binnen een woongroep wordt verdeeld. Artikel19.Verdeling van woonwagenstandplaatsen 1.Bij inschrijving voor een standplaats en voor overige woonruimten op een woonwagenlocatie geldt het volgende: er wordt een wachtlijst gehanteerd; toewijzing vindt plaats op de in het tweede en derde lid beschreven wijze; de wachtlijst wordt beheerd door de door burgemeester en wethouders aangewezen beheerder en inschrijven op deze wachtlijst kan alleen met een geldige inschrijving bij WoningNet. 2.De toewijzing van vrijkomende woonwagenstandplaatsen gaat als volgt: de voorrangsgronden uit paragraaf 2.5 en 2.6 zijn
; voor de toewijzing van een vrijkomende standplaats is een aanvullende voorrangsvolgorde vastgesteld. Deze geldt voor de eerste inschrijvers met de langste inschrijfduur op de wachtlijst; het aantal eerste inschrijvers onder b. is afhankelijk van de grootte van de woonwagenlocatie en te bepalen door burgemeester en wethouders. 3.De rangvolgorde van de eerste inschrijvers op de wachtlijst, zoals bedoeld in het tweede lid, wordt als volgt bepaald: voor huurstandplaatsen geldt dat kinderen of kleinkinderen van degene die de plaats huurde voordat deze leeg kwam, voorrang hebben. De regel dat het alleen om de eerste inschrijvers van de wachtlijst gaat, is hierbij
; de woningzoekende die een standplaats huurt op de woonwagenlocatie en wil doorschuiven naar een vrijkomende standplaats op dezelfde locatie, onder voorwaarde dat de eigen standplaats vrijkomt; een kind, inwonend bij familie in de eerste graad op de locatie waar een standplaats vrijkomt; woningzoekende die in de afgelopen tien jaar minimaal zes jaar aaneengesloten op de locatie heeft gewoond; woningzoekende die in de afgelopen tien jaar minimaal zes jaar aaneengesloten op een woonwagenlocatie elders in Nederland heeft gewoond; overige woningzoekenden, op basis van inschrijfduur op de wachtlijst; voor het derde lid onder b tot en met f. geldt dat bij gelijke kandidaten, degene met de langste inschrijfduur op de wachtlijst voorrang heeft. 4.Een adviescommissie van bewoners van de woonwagenlocatie adviseert de beheerder over de toewijzing. Bij dit advies wordt de volgorde van lid 3 aangehouden. 5.Burgemeester en wethouders behouden het recht om in te grijpen in het toewijzingsproces of af te wijken van deze regeling. Als zij dat doen, vragen zij de beheerder voorafgaand om advies. Paragraaf2.5.Voorrangsgronden voor sociale huurwoningen Artikel20.Toepasselijkheid 1.Deze paragraaf geldt voor sociale huurwoningen van toegelaten instellingen. 2.Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor deze woonruimte kan voorrang verleend worden aan woningzoekenden die vallen onder een van de in deze paragraaf beschreven voorrangsgronden. 3.De in deze paragraaf beschreven voorrangsgronden gelden binnen de hele woningmarktregio, tenzij bij de beschrijving van de voorrangsgrond expliciet anders is bepaald. Artikel21.Voorrangsgronden Burgemeester en wethouders kunnen bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor sociale huurwoningen voorrang geven in verband met: de aard van de woonruimte; de grootte van de woonruimte; de prijs van de woonruimte; economische of maatschappelijke binding of een urgentverklaring. Artikel22.Voorrang in verband met de aard van de woonruimte 1.De verhuurder kan een woonruimte labelen als: woonruimte met zorgvoorzieningen; seniorenwoonruimte; toegankelijke woonruimte; aangepaste woonruimte; woonruimte die wordt aangemerkt als doorschuifcomplex of jongerenwoonruimte, bedoeld voor jongeren van 18 tot en met 29 jaar; 18 tot en met 22 jaar dan wel 18 tot en met 27 jaar. 2.Burgemeester en wethouders kunnen, in overleg met de verhuurder, bepaalde woonruimte aanwijzen als woonruimte voor bijzondere doelgroepen of voor woongroepen, waarbij de voorrang beperkt kan worden tot bijzondere doelgroepen en woongroepen uit de gemeente. 3.Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat in een doorschuifcomplex doorstromers die binnen dat complex doorschuiven, voorrang krijgen op andere woningzoekenden. 4.Voor de op grond van het eerste en het tweede lid gelabelde typen woonruimte geldt de volgende tabel, die aangeeft welke doelgroep voorrang krijgt voor welk type woonruimte: Type woonruimte Doelgroep a. Woonruimte met zorgvoorzieningen Huishoudens waarvan een van de leden voldoet aan de door burgemeester en wethouders in een nadere regel vastgestelde eisen om in aanmerking te komen voor deze woonruimte. b. Seniorenwoonruimte Huishoudens waarvan tenminste een van de leden tot de doelgroep senioren behoort (primaire doelgroep), of met inachtneming van het in lid 6 bepaalde, huishoudens waarvan tenminste een van de leden tot de doelgroep 55+ behoort. c. Toegankelijke woonruimte Huishoudens waarvan een van de leden geïndiceerd is op een door burgemeester en wethouders te bepalen wijze (keuze uit gelijkvloers, rollatorwoning, rolstoelwoning). d. Aangepaste woonruimte Huishoudens waarvan een van de leden fysieke beperkingen ondervindt en voor dit type woonruimte geïndiceerd is op een door burgemeester en wethouders te bepalen wijze. e. Woonruimte die wordt aangemerkt als doorschuifcomplex Doorschuivers. f. Jongerenwoonruimte Woningzoekenden in de leeftijdscategorie van 18 tot en met 29 jaar, van 18 tot en met 22 jaar of van 18 tot en met 27 jaar. g. Woonruimte voor woongroepen Woongroepen die door burgemeester en wethouders zijn aangewezen. h. Woonruimte voor bijzondere doelgroepen Doelgroepen die door burgemeester en wethouders zijn aangewezen. 5.Als de aanbieding van de woning bij de eerste advertentie niet leidt tot reacties van de doelgroep, kan de woning maximaal tweemaal opnieuw worden aangeboden aan dezelfde doelgroep. Daarna komen andere woningzoekenden in aanmerking. 6.Op woonruimte met het label seniorenwoonruimte wordt primair voorrang verleend aan huishoudens waarvan tenminste een van de leden tot de doelgroep senioren behoort. Als er op seniorenwoonruimte die wordt aangeboden op grond van de artikelen 14, 15 en 16 van deze verordening geen reacties komen van huishoudens waarvan tenminste een van de leden tot de doelgroep senioren behoort, wordt voorrang verleend aan huishoudens waarvan tenminste een van de leden tot de doelgroep 55+ behoort. Artikel23.Voorrang in verband met de grootte van de woonruimte 1.Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning wordt voorrang verleend aan een meerpersoonshuishouden bij woonruimte met vier of meer kamers. 2.Afwijking van lid 1 is mogelijk als dat in verband met de leefbaarheid nodig is. 3.Als er voor een woonruimte met vier of meer kamers geen gegadigden zijn met de juiste huishoudensgrootte, wordt voorrang verleend op basis van aflopende huishoudensgrootte. 4.Voor woonruimten met maximaal drie kamers krijgen doorstromers die een woonruimte van minimaal 4 kamers achterlaten, waar zij minimaal een jaar gewoond hebben, voorrang (Van-groot-naar-beter-regel). Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel bepalen dat de voorrang voor doorstromers niet geldt voor eengezinswoningen met drie kamers en een gebruiksoppervlakte van tenminste 75m
Hoofdstuk3.Wijzigingen in de woonruimtevoorraad Paragraaf3.1Vergunning voor onttrekking, samenvoeging, omzetting of woningvorming Artikel49.Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte, vrijstelling 1.Het verbod van artikel 21, eerste lid van de wet is van toepassing op Huurwoningen met een huurprijs tot de liberalisatiegrens en Koopwoningen tot de koopprijsgrens. Deze woonruimte mag niet zonder vergunning van burgemeester en wethouders: anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar geheel of gedeeltelijk aan de bestemming tot bewoning worden onttrokken of onttrokken gehouden; anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar geheel of gedeeltelijk met andere woonruimte worden samengevoegd of samengevoegd gehouden; van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte worden omgezet of omgezet gehouden; tot twee of meer woonruimten worden verbouwd of in die verbouwde staat worden gehouden. 2.Van het verbod als bedoeld in het eerste lid onder a. is vrijgesteld: woonruimte die wordt onttrokken door een toegelaten instelling, als aan die onttrekking een besluit van burgemeester en wethouders ten grondslag ligt. 3.Van het verbod als bedoeld in het eerste lid onder c. is vrijgesteld: woonruimte waar sprake is van hospitaverhuur. 4.Van het verbod als bedoeld in het eerste lid onder a, b, c en d zijn vrijgesteld situaties waarbij de eigenaar van de woonruimte: een schriftelijke toestemming (niet zijnde een omgevingsvergunning) van burgemeester en wethouders heeft die het gebruik van die woonruimte als onzelfstandige woonruimte toestaat en mits het gebruik sindsdien onafgebroken heeft plaatsgehad en naar aard en omvang niet is geïntensiveerd. 5.Een vergunning die is verleend voor het omzetten, samenvoegen, onttrekken of woningvormen, wordt geacht ook te zijn verleend voor het omgezet, samengevoegd, onttrokken of gevormd houden van die woonruimte. Artikel50.Aanvraag vergunning 1.De aanvraag wordt door de eigenaar ingediend bij burgemeester en wethouders, via een daartoe door hen beschikbaar te stellen formulier. 2.Bij de aanvraag worden in elk geval de volgende gegevens verstrekt: naam en adres van de eigenaar; reden van de aanvraag; gegevens over de huidige situatie: adres van de woonruimte waarop de aanvraag betrekking heeft; huur- of koopprijs; aantal kamers; gebruiksoppervlakte en staat van onderhoud; gegevens over de beoogde situatie: bestemming; bouwtekening/omgevingsvergunning; geluidsisolatieplan of meetrapport; bij voorgenomen samenvoeging: verwachte huur- of koopprijs; naam van de toekomstige bewoner(s) en omvang van het huishouden van de toekomstige bewoners; schriftelijke verklaring van toestemming van de verhuurder. 3.Als burgemeester en wethouders dat nodig vinden voor de beoordeling van de aanvraag, kunnen zij aanvullende gegevens vragen. Artikel51.Weigeringsgronden Behalve op grond van artikel 25 van de wet (bibob-toets) kan een vergunning ook worden geweigerd als: naar het oordeel van burgemeester en wethouders het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad met het oog op schaarste en leefbaarheid groter is dan het met de onttrekking, samenvoeging, omzetting of woningvorming gediende belang en dit belang niet voldoende kan worden gediend door het stellen van voorwaarden en voorschriften aan de vergunning; het verlenen van de vergunning zou kunnen leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het desbetreffende pand; vergunningverlening zou leiden tot strijdigheid met het omgevingsplan, of met een omgevingsvergunning op grond waarvan afgeweken mag worden van het omgevingsplan. Artikel52.
. Voorwaarden en voorschriften Aan het verlenen van een vergunning tot onttrekking, samenvoeging, omzetting of woningvorming kunnen burgemeester en wethouders voorwaarden en voorschriften verbinden over onder andere: de geldigheidsduur van de vergunning; de periode waarbinnen van de vergunning gebruik gemaakt moet worden; de leefbaarheid; goed verhuurderschap; het voorkomen van overlast; de omgevingsvergunning en het voorkomen of beperken van de aantasting van het woon- en leefklimaat (maatwerkvoorschriften). Een vergunning als bedoeld in artikel 49 wordt op naam gesteld. Artikel54.
. Vervallen geldigheid vergunning De vergunning vervalt van rechtswege als geen gebruik is gemaakt van de vergunning in de door burgemeester en wethouders daarvoor bepaalde periode, als bedoeld in artikel 53 onder a of de tenaamstelling van de vergunninghouder wijzigt (er is sprake van een rechtsopvolger). Artikel56.Intrekkingsgronden Behalve op grond van artikel 26 van de wet (bibob-toets) kan een vergunning tot onttrekking, samenvoeging, omzetting of woningvorming ook worden ingetrokken als: de vergunninghouder niet binnen één jaar nadat de vergunning onherroepelijk is geworden, is overgegaan tot onttrekking, samenvoeging, omzetting of woningvorming; de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren; de aan de vergunning verbonden voorwaarden en voorschriften niet worden nageleefd, of het gebruik van de vergunning leidt tot een onaanvaardbare inbreuk op de leefbaarheid in de omgeving van het desbetreffende pand. Paragraaf3.2Kadastrale splitsingsvergunning Artikel57.Aanwijzing vergunningplichtige gebouwen, vrijstelling 1.Het verbod van artikel 22, eerste lid van de wet is van toepassing op Huurwoningen met een huurprijs tot de liberalisatiegrens Koopwoningen tot de koopprijsgrens 2.Het recht op een in het eerste lid aangewezen gebouw mag niet zonder kadastrale splitsingsvergunning van burgemeester en wethouders worden gesplitst in appartementsrechten als bedoeld in artikel 106, eerste en vierde lid van boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, indien een of meer appartementsrechten de bevoegdheid omvatten tot het gebruik van een of meer gedeelten van het gebouw als woonruimte. Het verbod geldt ook voor het verlenen van deelnemings- of lidmaatschapsrechten of het aangaan van een verbintenis daartoe door een rechtspersoon voor een in het eerste lid aangewezen gebouw. Artikel58.Aanvraag vergunning 1.De aanvraag van een kadastrale splitsingsvergunning wordt door de eigenaar ingediend bij burgemeester en wethouders, via een daartoe door hen beschikbaar te stellen formulier. 2.Bij de aanvraag worden in elk geval de volgende gegevens verstrekt: een tekening als bedoeld in artikel 109, tweede lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek; een verklaring van goede staat van onderhoud of een door een beëdigd taxateur opgemaakt taxatierapport betreffende het gebouw en de tot afzonderlijke woonruimte bestemde gedeelten van het gebouw, dat in ieder geval omvat een beschrijving en een beoordeling van de staat van onderhoud, en de reden van de aanvraag. 3.Als burgemeester en wethouders dat nodig vinden voor de beoordeling van de aanvraag, kunnen zij aanvullende gegevens vragen. Artikel59.Voorwaarden en voorschriften Aan het verlenen van kadastrale splitsingsvergunning kunnen burgemeester en wethouders voorwaarden en voorschriften verbinden over onder andere: de periode waarbinnen van de vergunning gebruik gemaakt moet worden; de gebouwde onroerende zaak waarop de kadastrale splitsing betrekking heeft. Artikel60.Weigeringsgronden Behalve op grond van artikel 25 van de wet (bibob-toets) kan een vergunning ook worden geweigerd als: naar het oordeel van burgemeester en wethouders het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad met het oog op schaarste en leefbaarheid groter is dan het met de kadastrale splitsing gediende belang; het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad met het oog op schaarste en leefbaarheid niet voldoende kan worden gediend door het stellen van voorwaarden en voorschriften aan de vergunning; de toestand van het gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft zich uit een oogpunt van indeling of staat van onderhoud geheel of ten dele tegen splitsing verzet of er sprake is van strijdigheid met het omgevingsplan, tenzij een omgevingsvergunning om af te wijken van het omgevingsplan is verleend. Er geen omgevingsvergunning is verleend voor een bouwkundige splitsing. Artikel61.Intrekkingsgronden Behalve op grond van artikel 26 van de wet (bibob-toets) kan een vergunning ook worden ingetrokken als: de vergunninghouder niet binnen één jaar nadat de vergunning onherroepelijk is geworden, is overgegaan tot kadastrale splitsing; de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren, en/of de aan de vergunning verbonden voorwaarden en voorschriften niet worden nageleefd. Paragraaf3.3Niet van toepassing Artikel62.
.
.
Paragraaf3.4Opkoopbescherming Artikel65.Aanwijzing beschermde woonruimte 1.Het verbod van artikel 41, eerste lid van de wet, geldt voor de in het tweede lid genoemde beschermde woonruimte. Deze beschermde woonruimte mag gedurende vier jaar na de datum van inschrijving in de openbare registers niet in gebruik gegeven worden zonder verhuurvergunning opkoopbescherming van burgemeester en wethouders. 2.Als beschermde woonruimte wordt aangewezen iedere woonruimte die elk van de vijf volgende kenmerken heeft: Ze ligt in één van de volgende dorpen: Amerongen, Doorn, Driebergen-Rijsenburg, Leersum, Maarn, Maarsbergen, Overberg; De WOZ-waarde ligt op de datum van inschrijving op of onder de op dat moment geldende prijsgrens opkoopbescherming (vanaf 1 juli 2024 € 615.000; Op de datum van inschrijving was één van de volgende situaties van toepassing: de woonruimte was vrij van huur en gebruik, de woonruimte was in verhuurde staat voor een periode van minder dan zes maanden of de woonruimte werd verhuurd met een verhuurvergunning opkoopbescherming De datum van inschrijving ligt na het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel; De verkoper of de nieuwe eigenaar is niet de gemeente, een toegelaten instelling of een zorginstelling. Artikel66.Prijsgrens opkoopbescherming De in artikel 65 onder b genoemde prijsgrens opkoopbescherming wordt vanaf 1 juli elk jaar per 1 juli geïndexeerd. Burgemeester en wethouders publiceren de aldus geïndexeerde prijsgrens opkoopbescherming in het digitale gemeenteblad. Artikel67.Criteria voor verlening verhuurvergunning opkoopbescherming 1.Als artikel 43, eerste lid van de wet (bibob-weigering)
is, wordt de verhuurvergunning opkoopbescherming verleend in een van de volgende situaties: De woonruimte wordt in gebruik gegeven aan iemand die een bloed- of aanverwantschap in de eerste of tweede graad heeft met de eigenaar; De eigenaar heeft na de datum van inschrijving van die woonruimte ten minste twaalf maanden zijn woonadres in die woonruimte en komt met de gebruiker schriftelijk overeen dat deze de woonruimte voor een termijn van ten hoogste twaalf maanden, anders dan voor toeristische verhuur, in gebruik neemt; De woonruimte maakt onlosmakelijk deel uit van een winkel-, kantoor- of bedrijfsruimte; 2.De vergunning kan worden verleend in een van de volgende situaties: Bij nieuwbouw en transformatieprojecten, waarover eigenaar en gemeente in een anterieure overeenkomst of erfpachtovereenkomst afspraken over de verhuur hebben vastgelegd; Als het belang dat gediend wordt met het verhuren van de woonruimte naar het oordeel van burgemeester en wethouders zwaarder weegt dan het belang van de opkoopbescherming. 3.De vergunning vermeldt op welke grond het gebruik is toegestaan en bevat in de gevallen, genoemd in het eerste lid onder a en b, de naam of namen en de hoedanigheid van degene(n) aan wie de woonruimte in gebruik wordt gegeven. 4.De vergunning vervalt als de situatie waarvoor de vergunning is verleend, eindigt. De vergunning vervalt in elk geval vier jaar na de datum van inschrijving Artikel68.Aanvraag vergunning 1.De verhuurvergunning opkoopbescherming wordt aangevraagd door de eigenaar van de woonruimte. 2.De aanvraag wordt ingediend bij burgemeester en wethouders, via een daartoe door hen beschikbaar te stellenformulier. Artikel69.Te verstrekken gegevens 1.Bij een aanvraag van een vergunning opkoopbescherming worden in ieder geval de volgende gegevens en stukken verstrekt: de naam (of namen) van de eigenaar(s), het adres van de woonruimte een recent en gewaarmerkt kadastraal uittreksel van de desbetreffende woonruimte. 2.Als een aanvraag betrekking heeft op de verleningsgrond van artikel 67, lid 1, onder a, verstrekt de aanvrager daarnaast gegevens waaruit de bedoelde bloed- of aanverwantschap blijkt. 3.Als een aanvraag betrekking heeft op de verleningsgrond van artikel 67, lid 1, onder b, verstrekt de aanvrager daarnaast een schriftelijke overeenkomst, waaruit blijkt dat de woonruimte voor een termijn van ten hoogste 12 maanden, anders dan voor toeristische verhuur, in gebruik wordt gegeven. 4.Als een aanvraag betrekking heeft op de verleningsgrond van artikel 67, lid 1, onder c, verstrekt de aanvrager daarnaast gegevens en stukken waaruit blijkt dat de woonruimte onlosmakelijk onderdeel uitmaakt van een winkel-, kantoor- of bedrijfsruimte. 5.Burgemeester en wethouders kunnen andere gegevens en stukken vragen, als zij dat nodig vinden voor de beoordeling van de aanvraag. Artikel70.Intrekkingsgronden, weigeringsgronden en vervallen vergunning Behalve op grond van artikel 44 van de wet (bibob-toets) kan een verhuurvergunning opkoopbescherming ook worden ingetrokken, geweigerd of vervallen als: blijkt dat de vergunning is verstrekt op grond van onjuiste of onvolledige gegevens, en zou zijn geweigerd als de juiste of de volledige gegevens bekend waren geweest; niet (meer) wordt voldaan aan een van de verleningsgronden van artikel 67; de periode van vier jaar na de datum van inschrijving verlopen is; de vergunning niet binnen de in de vergunning gestelde termijn in gebruik is genomen. Hoofdstuk4.Slotbepalingen Artikel71.Experimenten 1.De raad kan in een experimentregeling afwijken van de bepalingen van de Huisvestingsverordening. 2.De experimentregeling voldoet aan de volgende voorwaarden: een experiment heeft een duidelijk omschreven en meetbaar beoogd effect; een experiment is tijdelijk en heeft een vooraf gesteld begin- en eindpunt; de uitvoering van het experiment is duidelijk en transparant voor de woningzoekenden; de communicatie en verantwoording over het experiment vindt plaats in het regionale advertentiemedium; het experiment is van toepassing op maximaal 10% van het aanbod en het experiment wordt voor de start afgestemd met de gemeenten in de woningmarktregio. Artikel72.Hardheidsclausule 1.Burgemeester en wethouders kunnen, in gevallen waarin de toepassing van deze verordening naar hun oordeel tot een bijzondere hardheid leidt, ten gunste van de aanvrager afwijken van deze verordening. 2.Als een woningzoekende op basis van dit oordeel een urgentverklaring krijgt, dan geldt deze urgentverklaring alleen in de gemeente waar de urgentverklaring is verleend. Artikel73.Rapportageverplichting 1.De toegelaten instelling rapporteert jaarlijks achteraf, in de Regionale corporatiemonitor van RWU, over de wijze waarop zij (al dan niet op basis van mandaat) invulling heeft gegeven aan artikel 11, derde lid, artikel 16, derde lid onder f en vierde lid, artikel 17, artikel 22, artikel 23, tweede en vierde lid, artikel 24, vierde en vijfde lid, artikel 25, zesde lid en artikel 45. 2.Burgemeester en wethouders kunnen desgewenst nadere informatie vragen. Artikel74.Bestuurlijke boete 1.Burgemeester en wethouders kunnen een bestuurlijke boete opleggen voor de overtreding van de artikelen 8, eerste en tweede lid, artikel 21, artikel 22, eerste lid, artikel 23a, eerste of derde lid, artikel 23b, eerste en tweede lid, artikel, 23d, 23e en 41, eerste lid van de wet, of van het handelen in strijd met de voorwaarden of voorschriften bedoeld in artikel 26 van de wet. 2.Burgemeester en wethouders bepalen de hoogte van de op te leggen boete overeenkomstig de tabel in de bijlage. 3.Voor de eerste overtreding gelden de boetes overeenkomstig kolom A van de tabel. 4.Voor volgende overtredingen gelden de boetes overeenkomstig de kolommen B, C en D van de tabel. 5.Van een volgende overtreding is sprake als er binnen drie jaar na het constateren van de vorige overtreding, sprake is van een nieuwe overtreding van hetzelfde verbodsartikel. Artikel75.Intrekking De Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2023, gemeente Utrechtse Heuvelrug wordt ingetrokken. Artikel76.Overgangsbepaling 1.Vergunningen die zijn verleend onder de Huisvestingsverordening regio Utrecht 2023 en eerdere Huisvestingsverordeningen worden gelijkgesteld met de vergunningen in deze verordening. 2.Bestaande inschrijvingen uit het register van woningzoekenden worden beschouwd als inschrijvingen gedaan onder deze verordening met behoud van de opgebouwde inschrijfduur. 3.Aanvragen tot vergunningverlening ingediend in de periode voor 1 oktober 2024 worden afgehandeld volgens de Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2023, gemeente Utrechtse Heuvelrug. 4.Situaties van hospitaverhuur die al bestonden vóór inwerkingtreding van deze verordening worden gerespecteerd, mits voldaan wordt aan de voorwaarden die golden direct voorafgaand aan deze datum. 5.Experimentregelingen die al bestonden vóór inwerkingtreding van deze verordening, blijven van kracht. Artikel77.Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als de Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2024, gemeente Utrechtse Heuvelrug. Artikel78.Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 oktober 2024 na bekendmaking. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 19 september 2024de griffierW. Hooghiemstrade voorzitter,G.F. NaafsBijlage: Tabel bestuurlijke boete Overtreding Huisvestingswet (Hvw) en Huisvestings-verordening (Hvv) Kolom A. Boete bij 1e overtreding Kolom B Boete bij 2e overtreding Kolom C Boete bij 3e overtreding Kolom D Boete bij 4e overtreding en verder Overtreding I In gebruik nemen van aangewezen woonruimte zonder vergunning artikel 8, eerste lid Hvw; artikel 2, eerste lid Hvv € 340 € 340 € 340 € 340 Overtreding II In gebruik geven van aangewezen woonruimte zonder vergunning Artikel 8, tweede lid Hvw; artikel 2, eerste lid Hvv niet bedrijfsmatig € 5.000 € 18.500 € 18.500 € 18.500 bedrijfsmatig € 7.500 € 18.500 € 18.500 € 18.500 Overtreding III Onttrekken en samenvoegen van woonruimte, het omzetten van zelfstandige woonruimte, woonvorming zonder vergunning en splitsing Art 21, eerste lid, en 22, eerste lid Hvw; artikel 49 en 57 Hvv niet bedrijfsmatig € 7.500 € 18.500 € 18.500 € 18.500 bedrijfsmatig € 12.500 € 18.500 € 18.500 € 18.500 Onttrekken, samenvoegen, woningvormen, onttrokken, samengevoegd of in verbouwde staat houden, kadastrale splitsing van woonruimte: Handelen in strijd met de vergunning-voorwaarden of voorschriften Artikel 26 Hvw; artikel 53 en 59 Hvv niet bedrijfsmatig € 1.500 € 3.000 € 6.000 € 18.500 bedrijfsmatig € 6.250 € 7.500 € 15.000 € 18.500 Overtreding IV Omzetten van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte zonder vergunning Artikel 21, 1e lid Hvw, artikel 49 Hvv niet bedrijfsmatig € 3.000 € 6.000 € 12.000 € 18.500 bedrijfsmatig € 12.500 € 15.000 € 18.500 € 18.500 Bij een vervallen of verlopen omzettings vergunning € 5.000 € 7.500 € 12.500 € 18.500 Omzetten van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte: Handelen in strijd met de vergunning voorwaarden of voorschriften. Artikel 26 Hvw, artikel 53 Hvv niet bedrijfsmatig € 1.500 € 3.000 € 8.000 € 18.500 bedrijfsmatig € 6.250 € 7.500 € 15.000 € 18.500 Overtreding V Aanbieden woonruimte voor toeristische verhuur zonder registratienummer Artikel 23a, eerste lid Hvw; artikel 62 Hvv € 150 € 8.700 € 8.700 € 8.700 Overtreding VI In gebruik geven woonruimte voor particuliere vakantieverhuur voor meer dan 60 dagen per jaar Artikel 23b eerste lid Hvw; artikel 63 eerste lid Hvv Bij overschrijding van 1 of 2 dagen € 150 per dag. Bij overschrijding van meer dagen, aantal dagen X € 350 € 21.750 € 21.750 € 21.750 Overtreding VII In gebruik geven woonruimte voor particuliere vakantiehuur zonder melding bij B&W Artikel 23b, tweede lid Hvw; artikel 63 tweede lid Hvv € 250 + € 150 X aantal dagen € 8.700 € 8.700 € 8.700 Overtreding VIII Publiceren advertentie door dienstverlener na in kennisstelling bereik maximumcriterium Artikel 23e Hvw; artikel 64 vierde lid Hvv € 8.700 € 8.700 € 8.700 € 8.700 Overtreding IX Publiceren advertentie door dienstverlener zonder registratienummer Artikel 23a, derde lid Hvw; artikel 62, tweede lid Hvv € 8.700 € 8.700 € 8.700 € 8.700 Overtreding X Niet informeren aanbieder van woonruimte door dienstverlener over geldende regels toeristische verhuur Artikel 23d Hvw € 8.700 € 8.700 € 8.700 € 8.700 Overtreding XI Het in gebruik geven van een beschermde woonruimte zonder verhuurvergunning opkoopbescherming Artikel 41 Hvw; artikel 65 Hvv niet bedrijfsmatig € 7.500 € 18.500 € 18.500 € 18.500 bedrijfsmatig € 12.500 € 18.500 € 18.500 € 18.500
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.