GR Samenwerkingsorgisatie Publiek Vervoer Groningen Drenthe Deelnemers: De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten: Regio Centraal Groningen: 1. Gemeente Groningen Regio Zuidwest Groningen 2. Gemeente Westerkwartier Regio Noord Groningen 3. Gemeente Eemsdelta 4. Gemeente Het Hogeland Regio Oost Groningen 5. Gemeente Midden-Groningen 6. Gemeente Oldambt 7. Gemeente Pekela 8. Gemeente Stadskanaal 9. Gemeente Veendam 10. Gemeente Westerwolde Regio Noordmidden-Drenthe 11. Gemeente Aa en Hunze 12. Gemeente Assen 13. Gemeente Midden-Drenthe 14. Gemeente Noordenveld 15. Gemeente Tynaarlo Regio Zuidwest-Drenthe 16. Gemeente Hoogeveen 17. Gemeente Meppel 18. Gemeente Westerveld 19. Gemeente De Wolden Regio Zuidoost-Drenthe 20. Gemeente Borger-Odoorn 21. Gemeente Coevorden 22. Gemeente Emmen Alsmede 23. het dagelijks bestuur van het OV-bureau Groningen Drenthe (hierna OV-bureau);GR Samenwerkingsorgisatie Publiek Vervoer Groningen Drenthe overwegende dat: I. het wenselijk is gebleken taken in het kader van doorontwikkeling en contractmanagement voor vervoer gezamenlijk vorm te geven met het doel de kwaliteit en eenduidigheid van het contractmanagement, de synergie van en met de vervoersstromen in de gebieden van deelnemers en de kosten van de uitvoering van deze taken zo goed mogelijk te beheersen, is besloten één nieuwe publiekrechtelijke organisatie in te richten; II. de Wet gemeenschappelijke regelingen de rechtsvorm Bedrijfsvoeringsorganisatie kent die daarvoor bij uitstek geschikt is voor de uitvoering van de ondersteunende en uitvoerende taken van samenwerkende gemeenten; gelet op: de zienswijzen over de ontwerpregeling alsmede de toestemmingsbesluiten van de gemeenteraden c.q. algemeen bestuur van de deelnemers, en de toepasselijke bepalingen van de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht en de Archiefwet; besluiten: een gemeenschappelijke regeling in te stellen genaamd “Samenwerkingsorganisatie Publiek Vervoer Groningen Drenthe” in de zin van artikel 8, lid 3 van de Wet, zijnde een bedrijfsvoeringsorganisatie met rechtspersoonlijkheid. 1.Algemene bepalingen Artikel1Begripsbepalingen In deze Regeling wordt verstaan onder: Regeling: deze gemeenschappelijke regeling; Wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen; Samenwerkingsgebied: het gezamenlijke grondgebied van de deelnemers; Bedrijfsvoeringsorganisatie: de rechtspersoonlijkheid bezittende bedrijfsvoeringsorganisatie in de zin van artikel 8, lid 3 van de Wet; Deelnemers: de aan de Regeling deelnemende gemeenten en het Openbaar lichaam OVbureau Groningen Drenthe, zoals weergegeven bij de opsomming onder Deelnemers; begroting: de begroting zoals het bestuur die vaststelt overeenkomstig artikel 35 van de Wet; Kostenverrekenmodel: het model volgens welke de kosten van de bedrijfsvoering worden verdeeld tussen de deelnemers; Raden: de raden van de deelnemers; bij het OV-bureau, het algemeen bestuur; Colleges: de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemers; bij het OV-bureau, het dagelijks bestuur. Artikel2Bedrijfsvoeringsorganisatie en bestuurssamenstelling Er is een Bedrijfsvoeringsorganisatie als bedoeld in artikel 8, derde lid van de Wet, genaamd ‘Samenwerkingsorganisatie Publiek Vervoer Groningen Drenthe’. De Bedrijfsvoeringsorganisatie is gevestigd te Assen. Waar in deze Regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, wordt voor de gemeente, het college en of de burgemeester respectievelijk gelezen, de Bedrijfsvoeringsorganisatie, het dagelijks bestuur en de voorzitter.GR Samenwerkingsorgisatie Publiek Vervoer Groningen Drenthe 3 Waar in lid 3 wordt gesproken over enige andere wet of wettelijke regeling, moet in ieder geval ook gelezen worden Provinciewet. In dat geval wordt voor de gemeente, het college en/of burgemeester respectievelijk gelezen, de provincie, gedeputeerde staten en/of commissaris van de Koning. 2.Belang, taken en bevoegdheden Artikel3Belang Het belang waarvoor de Regeling wordt getroffen, is ter ondersteuning van de deelnemers bij het uitvoeren van de vervoersovereenkomsten die door de deelnemers zijn gesloten en de advisering bij de doorontwikkeling van vervoer in het gebied van de deelnemers. Deze Regeling ziet op vraaggestuurd vervoer niet volgens een dienstregeling. Uitdrukkelijk is het openbaar vervoer zoals bedoeld in de Wet Personenvervoer 2000 uitgesloten, met uitzondering van vervoer waarvoor ontheffing is verleend of vervoer dat wordt uitgevoerd door vrijwilligersorganisaties (buurtbussen). Artikel4Taken van de bedrijfsvoeringsorganisatie De deelnemers laten met inachtneming van het bepaalde in artikel 3 van deze Regeling door de Bedrijfsvoeringsorganisatie de betreffende taken van de deelnemers uitvoeren. Dit takenpakket strekt zich in ieder geval uit tot de volgende aspecten: contractmanagement van de gecontracteerde opdrachtnemers inzake vervoer in de gebieden; inkoop- en aanbestedingstrajecten voor het vervoer en bijkomende diensten en leveringen; adviseren over beleidsontwikkeling, bevorderen innovatie en advisering over doorontwikkeling; de ter ondersteuning van voormelde taken uit te voeren taken op het gebied van bedrijfsvoering; en verder al wat nodig is om de bovenstaande uitvoerende taken uit te voeren in overeenstemming met de wensen van de deelnemers. De mate waarin de taken per deelnemer worden uitgevoerd is vastgelegd in individuele dienstverleningsovereenkomsten tussen de deelnemer en de bedrijfsvoeringsorganisatie. De Bedrijfsvoeringsorganisatie voert uitsluitend taken uit voor de deelnemers en sluit zelfstandig geen overeenkomsten inzake de uitvoering van vervoer voor haar deelnemers. Ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden kunnen via de reguliere procedures bij de Colleges en de Raden van de deelnemers betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. De Raden kunnen hun Colleges opdracht verstrekken bepaalde voorstellen te doen gericht op de financiële bijsturing binnen de Bedrijfsvoeringsorganisatie. De Bedrijfsvoeringsorganisatie kan taken welke niet tot haar taken behoren zoals benoemd in lid 2, maar welke onder meer vallen onder het uitvoeren van werkgeverschap of de PIOFACH-taken uitbesteden aan deelnemers. Artikel5Kostenverdeling De kosten van de bedrijfsvoering worden per deelnemer vastgelegd, in overeenstemming met de uitgangspunten zoals deze zijn opgenomen in de bijlage 1 “kostenverrekenmodel”. De kosten voor de bedrijfsvoering worden conform het kostenverrekenmodel opgenomen in de begroting van de Bedrijfsvoeringsorganisatie. Op de vaststelling van de begroting van de Bedrijfsvoeringsorganisatie is artikel 18 van de Regeling van toepassing. Artikel6Kwaliteitsborging De Bedrijfsvoeringsorganisatie draagt zorg voor een kwalitatief goede en doelmatige uitvoering van de taken, zoals vermeld in artikel 4 van deze Regeling.GR Samenwerkingsorgisatie Publiek Vervoer Groningen Drenthe De directeur legt verantwoording af aan het bestuur van de Bedrijfsvoeringsorganisatie inzake de uitvoering van de taken en de borging van de kwaliteit van de organisatie. In het verlengde van hetgeen bepaald is in lid 1 draagt de Bedrijfsvoeringsorganisatie zorg voor een adequate verzekering van de risico's die samenhangen met de uitvoering van haar taken (de bedrijfsvoering). Over de wijze van afhandeling van aan (vertegenwoordigers van) de Bedrijfsvoeringsorganisatie toe te rekenen schade die in het kader van de uitvoering van de taken van de Bedrijfsvoeringsorganisatie is ontstaan, maar niet voor vergoeding door een verzekeraar in aanmerking komt, wordt besloten door het bestuur. 3.Het bestuur Artikel7Samenstelling Het bestuur van de Bedrijfsvoeringsorganisatie bestaat uit een afvaardiging van de colleges van de deelnemers, te weten 1 vertegenwoordiger (bestuurder) per regio en een vertegenwoordiger (lid van het dagelijks bestuur) van het OV-bureau. Voor ieder lid van het bestuur kan door en uit de betreffende colleges tevens een plaatsvervangend lid worden aangewezen. De zittingsduur van de leden van het bestuur is gelijk aan die van de leden van de colleges. Een zittingsperiode van een bestuurder eindigt op het moment dat zijn functie als bestuurder van de deelnemer eindigt. Een lid van het bestuur kan worden ontslagen door het college dat hem aangewezen heeft indien hij niet meer het vertrouwen van dat college bezit. Artikel8De voorzitter van de Bedrijfsvoeringsorganisatie Het bestuur wijst uit zijn midden telkens voor de duur van twee jaar een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter aan, die afwisselend uit een van de colleges van de deelnemers afkomstig is. Beiden kunnen maximaal eenmaal herkozen worden. Als de voorzitter de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de Bedrijfsvoeringsorganisatie aan een ander opdraagt, doet hij daarvan mededeling aan het bestuur. Artikel9Werkwijze bestuur Het bestuur van de Bedrijfsvoeringsorganisatie vergadert zo vaak als het daartoe besluit, maar ten minste tweemaal per jaar en verder als de directeur of één College dit onder schriftelijke opgave van de te behandelen onderwerpen verzoekt. Een verzoek van het College dient te worden gericht aan de voorzitter van het bestuur. In het bestuur heeft elke bestuurder één stem. Bij staken van de stemmen wordt het voorstel opnieuw geagendeerd voor een volgende vergadering die ten minste 1 week later wordt gehouden. Staken de stemmen dan opnieuw, dan is het voorstel verworpen. Besluiten tot vaststelling van de begroting en de rekening, zoals bedoeld in de artikel 18 van de Regeling, en de besluiten tot benoeming en ontslag van de directeur, zoals bedoeld in artikel 14, lid 1 dienen unaniem genomen te worden. Voor alle overige onderwerpen geldt meerderheid van aanwezige stemmen met een minimum aantal van vijf aanwezige bestuursleden. De leden van het bestuur ontvangen voor hun werkzaamheden geen vergoeding in welke vorm dan ook. Op de vergaderingen van het bestuur zijn de artikelen 54 tot en met 58 Gemeentewet zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing. Voor zover deze Regeling niet anders bepaalt, kan het bestuur zijn werkzaamheden verdelen over de leden. Deze verdeling wordt schriftelijk vastgelegd en aan de deelnemers meegedeeld.GR Samenwerkingsorgisatie Publiek Vervoer Groningen Drenthe Artikel10Bevoegdheden bestuur Aan het bestuur komen alle bevoegdheden toe die aan de Regeling zijn opgedragen. Het bestuur kan de voorzitter, of één of meer leden bevoegdheden toekennen. Het bestuur kan mandaat/volmacht verlenen aan de directeur met uitzondering van: het vaststellen, dan wel wijzigen van de begroting; het vaststellen van de jaarrekening; het vaststellen van de financiële beheerverordening, de controleverordening en de verordening op het onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid, zoals omschreven in de artikelen 212, 213 en 213a van de Gemeentewet; het vaststellen van een organisatiereglement en bijbehorende regels; het instellen van reserves en voorzieningen. Het bestuur stelt de Raden in de gelegenheid binnen acht weken na ontvangst een zienswijze te geven over de voorgenomen bestuursbesluiten: vaststellen kadernota; vaststellen jaarrekening. Artikel11Informatie- en verantwoordingsplicht Het bestuur of een lid daarvan geeft zo spoedig mogelijk maar in ieder geval binnen vier weken aan de Raden de door een of meer leden van die Raden schriftelijke gevraagde inlichtingen, zo nodig met toepassing van artikel 23 van de Wet. Het bestuur of een lid daarvan geeft aan de Raden en de Colleges rechtstreeks en gelijktijdig ongevraagd alle inlichtingen die voor een juiste beoordeling van door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig zijn. Het bestuur zendt jaarlijks aan de Raden en Colleges een verslag van uitgevoerde werkzaamheden, waarin in ieder geval aandacht wordt besteed aan de volgende onderwerpen: wijziging in de organisatie van de Bedrijfsvoeringsorganisatie; stand van zaken van de beheerde overeenkomsten per regio inclusief volumes. Een lid van het bestuur kan door het college dat hem heeft benoemd tot verantwoording worden geroepen over het door hem in het bestuur gevoerde beleid. De Colleges stellen het bestuur in kennis van de bij hen in voorbereiding zijnde plannen en/of maatregelen met betrekking tot de in artikel 4 bedoelde taken, voor zover deze redelijkerwijs van belang kunnen zijn voor het functioneren van de bedrijfsvoeringsorganisatie. 4.Organisatie, directeur en personeel Artikel12Organisatiereglement en organisatiestructuur Binnen de uitgangspunten van deze Regeling kan het bestuur een Organisatiereglement voor de Bedrijfsvoeringsorganisatie vaststellen. In het Organisatiereglement als bedoeld in het eerste lid legt het bestuur de organisatieprincipes en de organisatiestructuur van de ambtelijke organisatie vast. Op de ingangsdatum van deze Regeling geldt de organisatiestructuur zoals die in het Organisatiereglement is opgenomen. Artikel13Evaluatie Het bestuur evalueert elke twee jaar de gemeenschappelijke regeling, waaronder de effectiviteit van de samenwerking in de Regeling. Vanaf het derde jaar evalueert het bestuur elke twee jaar de doeltreffendheid en doelmatigheid van de organisatiestructuur.GR Samenwerkingsorgisatie Publiek Vervoer Groningen Drenthe Artikel14De directeur De directeur wordt benoemd, geschorst en ontslagen door het bestuur. Het bestuur regelt de bezoldiging en de overige rechtspositie van de directeur. De directeur is voor het bestuur aanspreekpersoon en is verantwoordelijk voor de uitvoering van de taken van de Bedrijfsvoeringsorganisatie. De directeur verschaft informatie aan het bestuur om het functioneren en de bedrijfsvoering van de Bedrijfsvoeringsorganisatie te kunnen beoordelen. De dagelijkse leiding van de Bedrijfsvoeringsorganisatie berust bij de directeur. De directeur draagt zorg voor de kwaliteit van personeel en organisatie, beheer en bedrijfsvoering. De directeur is tevens bestuurder in de zin van de Wet op de ondernemingsraden. De directeur ondersteunt het bestuur. De directeur woont de vergaderingen van het bestuur bij, tenzij zijn functioneren aan de orde is. Hij heeft in de vergaderingen van het bestuur een adviserende stem. Artikel15Personeel Het bestuur hanteert bij de regeling van de rechtspositie voor het personeel de Cao SGO, of daarvoor op grond van de wet in de plaats komende opvolgende regelingen. Ten aanzien van gedetacheerd personeel dat in dienst is bij één van de deelnemers gelden de voorwaarden van de betreffende deelnemer als werkgever. 5.Financiële bepalingen en begrotingscyclus Artikel16Financiële administratie en controle Op het financieel beleid, het financieel beheer, de inrichting van de financiële organisatie en de controle daarop zijn de artikelen 212, 213 en 213a Gemeentewet en artikelen 216, 217 en 217a Provinciewet van overeenkomstige toepassing. Het bestuur stelt de financiële regels vast die vereist zijn om aan het in het eerste lid bepaalde te kunnen voldoen. In de begroting wordt aangegeven welke bijdrage elke deelnemer verschuldigd is voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft. Artikel17Dienstjaar Het dienstjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december. Artikel18Begroting Het bestuur zendt de (ontwerp)begroting, tijdig (voor 15 april) voorafgaand aan het jaar waarvoor de (ontwerp)begroting dient, aan de Raden. De in het eerste lid bedoelde ontwerpbegroting is gebaseerd op de begroting van de Bedrijfsvoeringsorganisatie, die voor het lopende dienstjaar is vastgesteld. Het bestuur zendt voor de in de Wet genoemde datum de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de Raden. De Raden kunnen binnen twaalf weken na toezending van de ontwerpbegroting het bestuur van hun zienswijze(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.