Nadere regel Reserves en voorzieningen gesubsidieerde organisaties Hilversum B en W besluit Burgemeester en wethouders van Hilversum, Gelet op het voorstel " Nadere regel Reserves en voorzieningen gesubsidieerde organisaties Hilversum" met kenmerk 1567615, Gelet op: • Titel 9 van het Burgerlijk Wetboek Boek 2; • Artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht; • Artikel 3 van de Algemene Subsidieverordening Hilversum 2021; Besluiten vast te stellen de volgende nadere regel: Nadere regel Reserves en voorzieningen gesubsidieerde organisaties Hilversum Artikel 1. Begripsomschrijvingen In deze nadere regel wordt verstaan onder: a. Algemene reserve: deel van het eigen vermogen waaraan geen bepaalde bestemming is gegeven. Het is een vrij besteedbare reserve; b. ASV: Algemene Subsidieverordening Hilversum 2021; c. Awb: Algemene wet bestuursrecht; d. Bestemmingsreserve: deel van het eigen vermogen waaraan een bepaalde bestemming is gegeven. Deze bestemming is in principe aanpasbaar; e. College: Burgemeester en wethouders van de gemeente Hilversum; f. Gemeente: de gemeente Hilversum; g. Reserves: vorm van het eigen vermogen dat ontstaat door exploitatieoverschotten. De reserves kunnen worden ingedeeld in de algemene reserve en bestemmingsreserves; h. Structurele subsidie: een subsidie die jaarlijks wordt verstrekt voor dezelfde of in hoofdzaak dezelfde voortdurende activiteiten; i. Subsidie: aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten; j. Voorziening: deel van het vreemd vermogen dat bestemd is voor toekomstige financiële verplichtingen. Deze verplichting is voorzienbaar en onvermijdelijk. Artikel 2. Reikwijdte Deze nadere regel is van toepassing op de verstrekking van structurele subsidies door het College. Artikel 3. Doelstelling Met deze nadere regel geeft het College richting aan de toegestane omvang van de vermogensontwikkeling van gesubsidieerde organisaties. Artikel 4. Algemene reserve 1. Organisaties die structureel subsidie ontvangen mogen een algemene reserve hebben of vormen. 2. De maximale toegestane omvang van de algemene reserve is 15% van de totale jaarlasten van de organisatie. 3. Indien de omvang van de algemene reserve meer dan 15% van de totale jaarlasten van de organisatie bedraagt, kan het College besluiten het meerdere in mindering te brengen op het besluit tot subsidieverlening van het volgende jaar, door dat deel van de aanvraag te weigeren. Daarbij gelden de volgende uitgangspunten: a. Als de gemeente niet de enige subsidieverstrekker is, wordt de omvang van de gedeeltelijke weigering van de subsidie bepaald door het aandeel van de subsidie van de gemeente in relatie tot het totaal aan inkomsten. b. Bij het besluit tot het gedeeltelijk weigeren van de subsidieaanvraag weegt het te verwachten exploitatieresultaat over het lopende jaar mee in het bepalen van de omvang van de gedeeltelijke weigering. Artikel 5. Bestemmingsreserve 1. Organisaties die structureel subsidie ontvangen mogen bestemmingsreserves hebben of vormen. 2. De omvang van een bestemmingsreserve moet in een redelijke verhouding staan tot het specifieke doel waarvoor de reserve is ingesteld. 3. Bij het aanvragen van een subsidie dient de organisatie inzicht te geven in het doel van de bestemmingsreserve(s), de gewenste maximale omvang per bestemmingsreserve en het tijdstip waarop besteding van de reserve(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.