Verordening burgerinitiatief Stichtse Vecht 2024De raad van de gemeente Stichtse Vecht, gelet op: Het bepaalde in artikel 149 Gemeentewet; het voorstel van de voorzitter van de raad van 26 augustus 2024; de bespreking in de commissie Bestuur en Financiën van 17 september 2024, Besluit Vast te stellen de Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Stichtse Vecht houdende regels omtrent een voorstel van een initiatiefgerechtigde om een onderwerp of voorstel op de agenda van de vergadering van de gemeenteraad te plaatsen (Verordening burgerinitiatief Stichtse Vecht 2024) Artikel1.Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: Burgerinitiatief: een voorstel van een initiatiefgerechtigde om een onderwerp of een voorstel op de agenda van de vergadering van de gemeenteraad te plaatsen. College: college van burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht Commissie: raadscommissie als bedoeld in art. 82 van de Gemeentewet Raad: gemeenteraad van Stichtse Vecht Artikel2.Geldig verzoek 1.De raad plaatst een burgerinitiatief op de agenda van zijn vergadering als een initiatiefgerechtigde daarvoor een geldig verzoek heeft ingediend. 2.Een verzoek is niet ontvankelijk als het: niet door ten minste 50 ingezetenen wordt ondersteund een onderwerp als bedoeld in artikel 5 bevat, of niet voldoet aan de voorwaarden gesteld in artikel 6 Artikel3.Initiatiefgerechtigden 1.Initiatiefgerechtigd zijn alle stemgerechtigde inwoners, die mogen deelnemen aan de verkiezing van leden van de raad; 2.Voor de beoordeling of aan de vereisten van de initiatiefgerechtigdheid is voldaan, is de situatie op de dag van indiening van het verzoek bepalend. Artikel4.Jongereninitiatief 1.Ingezetenen in de leeftijd van 12 tot en met 17 jaar kunnen een jongereninitiatief indienen. 2.Een jongereninitiatief wordt ondersteund door ten minste 25 handtekeningen van ingezetenen in de leeftijd van 12 tot en met 17 jaar. 3.Het onderwerp van het jongereninitiatief dient op enigerlei wijze op jongeren betrekking te hebben. 4.Op het jongereninitiatief zijn niet van toepassing artikel 2, lid 2a, artikel 3, lid 1 en artikel 6, lid 2. Artikel5.Onderwerp 1.Een burgerinitiatief kan geen betrekking hebben op: een onderwerp dat niet behoort tot de bevoegdheid van het gemeentebestuur; een vraag over het gemeentelijk beleid; een klacht in de zin van artikel 9 van de Algemene wet bestuursrecht; een bezwaar in de zin van hoofdstuk 7 van de Algemene wet bestuursrecht tegen een besluit van het gemeentebestuur, of een onderwerp waarover de raad in de afgelopen raadsperiode al een besluit heeft genomen, tenzij nieuwe argumenten tot een nieuwe afweging zouden kunnen leiden. 2.Een burgerinitiatief over een onderwerp of voorstel dat niet behoort tot de bevoegdheid van de raad, maar wel valt onder de bevoegdheid van het gemeentebestuur, zal door de raad, eventueel vergezeld van zijn advies, worden doorgezonden naar het college of naar de burgemeester in de hoedanigheid van portefeuillehouder. 3.Het college of de burgemeester zal inhoudelijk schriftelijk reageren op het verzoek richting de initiatiefnemer en de raad hierover infomeren. Artikel6.Voorwaarden 1.Het burgerinitiatief wordt schriftelijk ingediend bij de burgemeester, als voorzitter van de raad. 2.Het burgerinitiatief wordt ondersteund door ten minste 50 ingezetenen van achttien jaar en ouder. 3.De ondersteuning bedoeld in het vorige lid blijkt uit ondertekening door de ingezetenen van een aan het burgerinitiatief gehechte lijst. 4.Een ondertekening als bedoeld in het vorige lid is pas geldig als naast de handtekening tevens de voor- en achternaam, het adres en de geboortedatum van de ingezetene worden vermeld. 5.Het burgerinitiatief bevat een voorstel aan de raad voor een door de raad te nemen besluit, voorzien van een toelichting. 6.Indien uit de realisering van het burgerinitiatief kosten voortvloeien, wordt daarvan een reële raming gegeven. 7.Het burgerinitiatief vermeldt de voor- en achternaam, het adres en de geboortedatum van minimaal één en maximaal drie ingezetenen die als vertegenwoordigers van het burgerinitiatief optreden. Artikel7.Agendering 1.De voorzitter van de raad bericht binnen twee weken na ontvangst van een burgerinitiatief of het burgerinitiatief voldoet aan deze verordening. 2.Indien een burgerinitiatief niet voldoet aan deze verordening stelt de voorzitter van de raad de vertegenwoordigers van het burgerinitiatief gedurende een termijn van ten hoogste vier weken in de gelegenheid om de vastgestelde gebreken te herstellen. 3.De voorzitter van de raad doet van een besluit als bedoeld in het vorige lid schriftelijk mededeling aan de vertegenwoordigers van het burgerinitiatief en aan de raad. 4.De termijn bedoeld in het tweede lid vangt aan op de datum van dagtekening van de schriftelijke mededeling bedoeld in het derde lid. Artikel8.Termijnen 1.De raad beslist in zijn eerstvolgende vergadering na de datum van ontvangst van het bericht van de voorzitter van de raad, zoals bedoeld in artikel 7, eerste lid, of het burgerinitiatiefvoorstel op de agenda van de vergadering van de raad wordt geplaatst, met dien verstande dat ten minste twee weken is gelegen tussen de dag van indiening van het verzoek en de dag van de vergadering waarin op het verzoek wordt beslist. 2.Indien de raad het burgerinitiatief in behandeling neemt, stelt hij tegelijkertijd vast of gebruik wordt gemaakt van een van de mogelijkheden genoemd in het derde en het vierde lid van dit artikel en in welke raadsvergadering besluitvorming over het burgerinitiatief zal plaatsvinden. 3.De raad kan een burgerinitiatief voor advies voorleggen aan het college. Hij stelt daarbij een termijn vast, waarbinnen dit advies moet zijn uitgebracht. 4.De raad kan besluiten om over een burgerinitiatief het advies in te winnen van een commissie. Hij stelt daarbij een termijn vast waarbinnen dit advies moet zijn uitgebracht. 5.Beraadslaging en besluitvorming over een burgerinitiatief vindt plaats binnen acht weken nadat de raad heeft besloten om het burgerinitiatief in behandeling te nemen. Deze termijn kan ten hoogste eenmaal met vier weken gemotiveerd worden verlengd. 6.Indien een burgerinitiatief wordt ingediend in de maanden juli of augustus kunnen de termijnen genoemd in het vijfde lid, met acht respectievelijk vier weken worden verlengd. Artikel9. 1.De voorzitter van de raad stelt een of meer van de vertegenwoordigers bedoeld in artikel 6 lid 7 in de gelegenheid het burgerinitiatief toe te lichten in de raadsvergadering, waarin de beraadslaging over het burgerinitiatief plaatsvindt en eventuele vragen uit de raad te beantwoorden. 2.De voorzitter van de raad kan een of meer van de vertegenwoordigers bedoeld in artikel 6 lid 7 toestemming geven om deel te nemen aan de beraadslaging in de raad over het burgerinitiatief. 3.Als de raad toepassing heeft gegeven aan artikel 8, vierde lid, zijn het eerste en het tweede lid van dit artikel van overeenkomstige toepassing. Artikel10. 1.Het college stelt de vertegenwoordigers bedoeld in artikel 6 lid 7 binnen twee weken na de datum van de raadsvergadering, waarin besluitvorming over het burgerinitiatief heeft plaatsgevonden, schriftelijk in kennis van zijn besluit. Als de raad geheel of gedeeltelijk afwijkt van het burgerinitiatief, worden de redenen daarvoor aangegeven. 2.Indien de raad geheel of gedeeltelijk overeenkomstig het burgerinitiatief besluit, deelt het college de vertegenwoordigers binnen twee weken na de raadsvergadering als bedoeld in het eerste lid van dit artikel mede wanneer met de uitvoering van het raadsbesluit zal worden gestart, bij welke medewerker van de gemeente Stichtse Vecht de vertegenwoordigers nadere inlichtingen kunnen inwinnen en wat de duur van de uitvoering zal zijn. Artikel11. Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking. Artikel12. 1.De 'Verordening burgerinitiatief van de gemeente Stichtse Vecht’, vastgesteld op 21 december 2011, wordt ingetrokken. 2.Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening burgerinitiatief Stichtse Vecht 2024’. 1 oktober 2024GriffierB. Espeldoorn-Bloemendal Voorzitterdrs. A.J.H.T.H. ReindersToelichting Inleiding Het burgerinitiatief is bedoeld als verbindingsschakel tussen de representatieve en de participatieve democratie. De directe invloed van inwoners versterkt de (legitimiteit van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.