Verordening op de heffing en invordering van dierenbegraafrechten 2024Gelet op artikel 216 en 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de Gemeentewet Artikel1Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. dierenbegraafplaats: afgesloten deel op de algemene begraafplaats Duinhof van de gemeente Velsen. b. particulier dierengraf: een huurgraf voor het doen begraven van een overleden huisdier. c. asbus: een bus ter berging van de as van een overleden huisdier; d. urn: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen. e. huisdier: een klein(er) dier dat door de mens als gezelschap in of om het huis wordt gehouden, zoals kat, hond, konijn, cavia , vogel e.d.. Artikel2Belastbaar feit Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de dierenbegraafplaats, en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de dierenbegraafplaats. Artikel3Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel4Maatstaf van heffing en belastingtarief De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel5Belastingjaar Met betrekking tot de rechten genoemd in hoofdstuk 1 van de tarieventabel is het belastingtijdvak gelijk aan de periode waarvoor wordt afgekocht. Artikel6Wijze van heffing De rechten genoemd in de tarieventabel worden geheven bij wege van aanslag met dien verstande dat per belastbaar feit een afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd. Artikel7Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang De rechten genoemd in hoofdstuk 1 van de tarieventabel, zijn verschuldigd bij het begin van het kalenderjaar volgend op het jaar waarin het voorwerp werd geplaatst. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat geen aanspraak op ontheffing voor de rechten bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel. Artikel8Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten Andere rechten dan die bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen. Artikel9Termijnen van betaling In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel10Inwerkingtreding
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.