Subsidieregeling Amateurkunst LeidenBesluit van het college van burgemeester en wethouders van Leiden tot vaststelling van de subsidieregeling Amateurkunst Leiden. Het college van burgemeester en wethouders van Leiden, gelet op artikel 160 van de Gemeentewet en artikel 2 lid 1 sub f en artikel 3 van de Algemene Subsidieverordening gemeente Leiden 2021, besluit de volgende regeling vast te stellen: Subsidieregeling Amateurkunst Leiden TITELI. ALGEMENE BEPALINGEN Artikel1Begripsomschrijvingen In deze subsidieregeling wordt verstaan onder: raad: raad van de gemeente Leiden; college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leiden; ASV: de Algemene Subsidieverordening gemeente Leiden; aanmoedigingssubsidie: een incidentele subsidie ter tegemoetkoming in de vaste lasten, dan wel in de kosten voor een uitvoering van een organisatie die nog niet tot de regeling is toegelaten; amateurkunst: het beoefenen van kunst in zijn verschillende uitingsvormen, in groepsverband en op niet professionele basis; dit impliceert dat de deelnemers uit hoofde van deze activiteit geen presentiegeld of andere vergoedingen, anders dan eventueel een onkostenvergoeding op declaratiebasis ontvangen; concours: Een in of buiten Leiden plaatsvindende wedstrijd op het gebied van amateurkunst waarbij deelnemers strijden om te laten zien of horen dat ze het beste zijn in hun discipline; deelnemer: aan een organisatie op het gebied van de amateurkunst verbonden natuurlijk persoon, die zich door een contributiebijdrage en door deelname aan activiteiten aan de organisatie verbindt; festival: een openbaar toegankelijk cultureel evenement dat onder één noemer wordt gepresenteerd, waarbij diverse presentaties worden gegeven op diverse binnen- en/of buitenlocaties, die met elkaar zijn verbonden of op loopafstand van elkaar zijn gesitueerd; huurkostensubsidie: aanvullende uitvoeringssubsidie voor optredens in de Pieterskerk, de Hooglandse Kerk, de Leidse Schouwburg of de Stadsgehoorzaal; instandhoudingssubsidie: een per kunstcategorie vastgestelde algemene subsidie ter tegemoetkoming in de vaste lasten van een organisatie; jeugdledensubsidie: aanvullende instandhoudingssubsidie voor leden van organisaties, die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt; kunstcategorieën: de verschillende werkvormen van de amateurkunst; openbaar optreden: een optreden op Leids grondgebied dat al dan niet tegen betaling voor iedereen toegankelijk is en dat als zodanig van tevoren publiekelijk wordt aangekondigd; organisatie: een in Leiden gevestigde vereniging, stichting of groep personen die zich, blijkens de statuten en feitelijke werkzaamheden, de amateurkunst ten doel stelt; project: een in Leiden georganiseerde activiteit passend bij de doelstelling van de betreffende organisatie; richtbedrag: standaard subsidiebedrag waarop op grond van dreigende overschrijding van het subsidieplafond een korting kan worden toegepast; uitvoeringssubsidie: subsidie in (een deel van) het nader gespecificeerde tekort van de door de organisaties gehouden openbare optredens; werkgroep Amateur Kunst (WAK): de Leidse koepelorganisatie ten dienste van de sector amateurkunst. Artikel2Doel van de subsidie Deze subsidieregeling is van toepassing op door het college te verstrekken subsidies voor activiteiten op het gebied van Leidse amateurkunst. Deze regeling heeft de volgende doelstellingen: het bijdragen aan het in stand houden van Leidse amateurkunstorganisaties en het bevorderen van activiteiten door bij die organisaties aangesloten amateurkunstenaars in Leiden. Artikel3Reikwijdte Voor zover in deze subsidieregeling niet anders is bepaald, zijn de begripsomschrijvingen en bepalingen van de ASV van toepassing. Artikel4Voorwaarden subsidieaanvraag De subsidieaanvraag voldoet aan de volgende voorwaarden: De aanvraag wordt schriftelijk en bij voorkeur digitaal ingediend via Eherkenning bij het college via het betreffende aanvraagformulier via de website van de gemeente www.leiden.nl/subsidies. Bij de aanvraag verstrekt de aanvrager in ieder geval de volgende gegevens; Voor instandhoudingssubsidie: Ledental per 1 september (inclusief jeugdleden); Aantal jeugdleden per 1 september; Aantal oefenweken per jaar (alleen bedoeld voor projectorkesten en projectkoren). Voor uitvoeringssubsidie: Een begroting met inkomsten en uitgaven; Locatie geplande activiteit; Datum geplande activiteit; Gebruikmaking van Pieterskerk, Hooglandse Kerk, Leidse Schouwburg of Stadsgehoorzaal. Deelneming aan een nationaal of internationaal concours of festival. Artikel5Indieningstermijn Een aanvraag, wordt ingediend voor of op uiterlijk 1 januari voorafgaand aan het te subsidiëren kalenderjaar. Artikel6Beslistermijn Het college beslist op een aanvraag voor een subsidie binnen uiterlijk 13 weken na sluitingsdatum van de aanvragen. TITELII. SPECIFIEKE BEPALINGEN Artikel7Doelgroep 1.Bij de inwerkingtreding van deze regeling worden geacht tot de regeling voor instandhoudings- en/of uitvoeringssubsidie als bedoeld in deze regeling te zijn toegelaten, de organisaties die op de bij deze subsidieregeling behorende bijlage I zijn opgenomen. 2.Voor de werkingsduur van deze regeling hebben de volgende, niet in de bijlage I opgenomen, organisaties de mogelijkheid om bij het college uitvoeringssubsidie aan te vragen: LSKO Collegium Musicum en Stichting De Leidse Korendag. 3.Het college kan, wanneer zich een organisatie aanmeldt voor toelating tot de regeling, onverlet de werkingsduur van de regeling, gehoord het advies van de WAK, besluiten de aanvrager tot de regeling toe te laten en in bijlage I op te nemen. Hierbij gelden de volgende criteria. De organisatie dient: rechtspersoonlijkheid te bezitten en als zodanig ingeschreven te zijn bij de Kamer van Koophandel; gedurende een periode van tenminste drie jaar door de uitvoering van activiteiten en het in stand houden van een organisatie haar bestaansrecht te hebben bewezen; een minimaal aantal deelnemers hebben van: 10 deelnemers voor toneelgezelschappen en theatergroepen; 16 deelnemers voor koren; 20 deelnemers voor harmoniekorpsen, brassbands en fanfares; 10 deelnemers voor drumbands en trommelgroepen; 15 deelnemers voor orkesten; 7 deelnemers voor zigeunerorkesten; 18 deelnemers voor operette- en musicalgezelschappen; 25 deelnemers voor volksdansverenigingen; 13 deelnemers voor majoretteverenigingen; 10 deelnemers voor verenigingen op het gebied van audiovisuele mediakunst; 10 deelnemers voor verenigingen op het gebied van literaire kunst; 7 deelnemers voor popmuzikantenverenigingen; haar oefenruimte binnen het grondgebied van de gemeente Leiden te hebben; tenminste één maal per jaar in Leiden op te treden, door voor de betreffende kunstcategorie voortvloeiende wijze van uitvoeren. Artikel8Toelating en subsidiëring Deze subsidieregeling is bedoeld voor de volgende organisaties: Organisaties die tot de regeling zijn toegelaten kunnen aanspraak maken op een instandhoudingssubsidie (inclusief eventuele jeugdledensubsidie) en/of uitvoeringssubsidie (inclusief eventuele huurkostensubsidie) zoals omschreven in deze regeling. Organisaties die al financieel ondersteun worden door overheden (waaronder de gemeente Leiden), de Universiteit Leiden en/of het bedrijfsleven komen niet in aanmerking voor subsidiëring in het kader van deze regeling. Op grond van de jaarlijkse subsidieaanvragen en de inhoudelijke en financiële verantwoording van de toegelaten organisaties zal jaarlijks worden beoordeeld of deze organisaties hebben voldaan c.q. voldoen aan de bepalingen van deze regeling. Wanneer het college aanleiding ziet om op grond van het niet of onvoldoende nakomen van de bepalingen uit deze regeling de subsidie voor een bepaalde organisatie te beëindigen of te verminderen, zal alvorens daartoe te besluiten, de WAK worden gehoord. Organisaties die gedurende het restant van de driejarige looptijd van de regeling ten minste twee achtereenvolgende jaren geen optredens door op een voor de betreffende kunstcategorie voortvloeiende wijze van uitvoeren hebben verzorgd, worden uit de in bijlage I opgenomen lijst verwijderd. Artikel9Subsidiemogelijkheden van nog niet tot de regeling toegelaten organisaties 1.Aan een organisatie die zich heeft aangemeld voor toelating tot de regeling, maar die nogniet voldoet aan voorwaarden van artikel 7, derde lid, onder b, kan door het college, gehoord het advies van de WAK - binnen de in titel II opgenomen richtbedragen en subsidiebepalingen voor instandhoudingssubsidies - een aanmoedigingssubsidie worden verleend. 2.Aan een niet tot de regeling toegelaten organisatie die voor een eenmalige openbare activiteit een subsidie aanvraagt kan door het college, gehoord het advies van de WAK - binnen de in titel II opgenomen richtbedragen en subsidiebepalingen voor uitvoeringssubsidies - een aanmoedigingssubsidie in het tekort op de kosten van die activiteit worden verleend. 3.Voor het toekennen van de in het eerste en het tweede lid genoemde subsidies dient een organisatie te voldoen aan het gestelde in artikel 7, derde lid onder a, c, d en e. 4.Jeugd- en overige onderafdelingen van organisaties komen eerst dan voor een zelfstandige instandhoudingssubsidie in aanmerking als zij als zelfstandig rechtspersoon ingeschreven zijn bij de Kamer van Koophandel. Artikel10richtbedragen voor instandhoudingssubsidie 1.De richtbedragen voor een instandhoudingssubsidie voor de verschillende kunstcategorieën zijn als volgt: ORKESTEN Een jaarlijkse bijdrage van € 860,00 voor reguliere volwassenenorkesten, met een ledenaantal van 25 of minder; dan wel € 740,00 met een ledenaantal van meer dan 25, maar minder dan 50; dan wel € 490,00 met een ledenaantal van 50 of meer. Een jaarlijkse bijdrage van € 1.730,00 voor jeugdorkesten, met een ledenaantal van 25 of minder; dan wel € 1.480,00 met een ledenaantal van meer dan 25, maar minder dan 50; dan wel € 990,00 met een ledenaantal van 50 of meer. Voor projectorkesten een percentage van de genoemde instandhoudingssubsidie berekend naar rato van het aantal oefenweken per jaar, met een maximum van 32 weken per jaar. HARMONIE, BRASSBANDS, (DRUM)FANFARES, SHOWKORPSEN EN TROMMELGROEPEN Een jaarlijkse bijdrage van € 860,00 bij een ledenaantal van 25 of minder; dan wel € 740,00 met een ledenaantal van meer dan 25, maar minder dan 50; dan wel € 490,00 met een ledenaantal van 50 of meer. De jaarlijkse bijdrage wordt vermeerderd met een bijdrage van € 14,00 per lid. Onder een lid wordt verstaan een spelend lid en/of een lid van de bij de muziekvereniging behorende majorettegroep. KOREN Een jaarlijkse bijdrage van € 770,00 voor reguliere koren met een ledenaantal van 25 of minder; dan wel € 660,00 met een ledenaantal van meer dan 25, maar minder dan 50; dan wel € 440,00 met een ledenaantal van 50 of meer. Voor projectkoren een percentage van de genoemde instandhoudingssubsidie berekend naar rato van het aantal oefenweken per jaar, met een maximum van 32 weken per jaar. TONEELGEZELSCHAPPEN EN THEATERGROEPEN Een jaarlijkse bijdrage van € 770,00 voor toneelgezelschappen en theatergroepen met een ledenaantal van 25 of minder; dan wel € 660,00 met een ledenaantal van meer dan 25, maar minder dan 50; dan wel € 440,00 met een ledenaantal van 50 of meer. OPERETTE- EN MUSICALGEZELSCHAPPEN Een jaarlijkse bijdrage van € 1.750,00 voor operette- en musicalgezelschappen met een ledenaantal van 25 of minder; dan wel € 1.500,00 met een ledenaantal van meer dan 25, maar minder dan 50; dan wel € 1.000,00 met een ledenaantal van 50 of meer. VOLKSDANSVERENIGINGEN Een jaarlijkse bijdrage van € 770,00 voor volksdansvereniging met een ledenaantal van 25 of minder; dan wel € 660,00 met een ledenaantal van meer dan 25, maar minder dan 50; dan wel € 440,00 met een ledenaantal van 50 of meer. MAJORETTENVERENIGINGEN Een jaarlijkse bijdrage van € 300,00 voor majorettenverenigingen met een ledenaantal van 25 of minder; dan wel € 260,00 met een ledenaantal van meer dan 25, maar minder dan 50; dan wel € 170,00 met een ledenaantal van 50 of meer. De jaarlijkse bijdrage wordt vermeerderd met een bijdrage van € 14,00 per lid. VERENIGINGEN OP HET GEBIED VAN AUDIOVISUELE MEDIAKUNST Een jaarlijkse bijdrage van € 770,00 voor verenigingen op het gebied van audiovisuele mediakunst met een ledenaantal van 25 of minder; dan wel € 660,00 met een ledenaantal van meer dan 25, maar minder dan 50; dan wel € 440,00 met een ledenaantal van 50 of meer. DIVERSE MUZIEKGROEPEN Een jaarlijkse bijdrage van € 956,00 voor diverse muziekgroepen met een ledenaantal van 25 of minder; dan wel € 820,00 met een ledenaantal van meer dan 25, maar minder dan 50; dan wel € 550,00 met een ledenaantal van 50 of meer. VERENIGINGEN OP HET GEBIED VAN LITERAIRE KUNST Een jaarlijkse bijdrage van € 770,00 voor verenigingen op het gebied van literaire kunst met een ledenaantal van 25 of minder; dan wel € 660,00 met een ledenaantal van meer dan 25, maar minder dan 50; dan wel € 440,00 met een ledenaantal van 50 of meer.” 2.Voor jeugdleden van organisaties wordt een aanvullende instandhoudingssubsidie beschikbaar gesteld van € 27,00 per actief lid, per jaar. De jeugdledensubsidie dient te worden gebruikt voor extra activiteiten ten behoeve van de jeugdleden. Jeugdorkesten in categorie A kunnen geen gebruik maken van de aanvullende instandhoudingssubsidie. Artikel11Criteria en voorwaarden uitvoeringssubsidie 1.De uitvoeringssubsidie bedraagt 80% van het te verwachten tekort van de activiteit(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.