← Nederland

Besluit Jeugdhulp en Wmo Houten (Houten)

Besluit Jeugdhulp en Wmo HoutenBeslispunten De huidige ‘Beleidsregels Jeugdhulp en Wmo gemeente Houten’ in te trekken en de nieuwe ‘Beleidsregels Jeugd en Wmo gemeente Houten 2024’ in te laten gaan per 1 november

  1. Het huidige ‘Besluit Jeugdhulp en Wmo Houten’ in te trekken en het nieuwe ‘Besluit Jeugdhulp en Wmo Houten’ met terugwerkende kracht per 1 januari 2024 in te laten gaan. Artikel1Begripsbepalingen In dit besluit zijn de definities van begrippen zoals verwoord in artikel 1.1 van de Verordening jeugdhulp en Wmo van de gemeente Houten overeenkomstig van toepassing. Alle begrippen die in het besluit worden gebruikt en niet nader zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Jeugdwet, de Wmo 2015 en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Artikel2Ritbijdrage collectief vervoer De eigen bijdrage voor het gebruik van de Regiotaxi voor Wmo-pashouders bestaat uit een instaptarief en een kilometertarief. Het instaptarief voor 2024 voor de regio Lekstroom, waaronder Houten, is €1,
  2. Daar komt een kilometertarief bij van €0,31 per gereden kilometer. Artikel3Hoogte tarief ondersteuning informele netwerk Voor ondersteuning uit het informele netwerk bedraagt de prijs maximaal het tarief op basis van art 5.22 lid 1 sub a genoemde gangbare tarief per tijdseenheid van de regeling Wet Langdurige Zorg. Het bedrag op 1 januari 2022 bedraagt € 22,98 per uur. Artikel4Bijdrage in de kosten maatwerkvoorzieningen Wmo 1.Met inachtneming van artikel 3.5 van de verordening is een inwoner een bijdrage in de kosten verschuldig bij de toekenning van een maatwerkvoorziening Wmo. 2.De duur waarvoor een inwoner een bijdrage in de kosten verschuldigd is, bedraagt: Indien het een maatwerkvoorziening Wmo betreft die door het college wordt gehuurd, geleased en in bruikleen aan de inwoner wordt verstrekt, de periode zolang de inwoner gebruik maakt van de maatwerkvoorziening; Indien het een maatwerkvoorziening Wmo in de vorm van een pgb betreft, de periode waarvoor de maatwerkvoorziening wordt toegekend of de periode totdat de kostprijs van de voorziening is bereikt; Indien het een maatwerkvoorziening Wmo betreft die door het college is aangeschaft en in bruikleen of eigendom aan de inwoner wordt verstrekt, de periode zolang de inwoner gebruik maakt van de maatwerkvoorziening of de periode totdat de kostprijs van de voorziening is bereikt. 3.De hoogte van de verschuldigde eigen bijdrage, is gelijk aan de kostprijs van de maatwerkvoorziening, tot aan ten hoogste € 19,00 per maand voor de ongehuwde inwoner of de gehuwde inwoner tezamen, tenzij overeenkomstig hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en artikel 3.5 tweede lid van de Verordening geen bijdrage is verschuldigd. 4.Met inachtneming van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en artikel 3.5 tweede lid onder a. van de Verordening zijn inwoners die gebruik maken van een maatwerkvoorziening Wmo ‘vervoer’ zijnde het collectief vervoer geen bijdrage in de kosten verschuldigd als bedoeld in artikel 2.1.4a van de Wmo (abonnementstarief). Wel is de inwoner per rit een instap- en reistarief van € 0,27 cent per kilometer verschuldigd aan de vervoerder, zoals bedoeld in artikel 2 van dit Besluit. Artikel5Financiële tegemoetkoming als maatwerkvoorziening 1.Met inachtneming van artikel 5.1 van de Verordening kan een financiële tegemoetkoming als maatwerkvoorziening worden verstrekt. 2.De hoogte van de in het eerste lid genoemde financiële tegemoetkomingen als maatwerkvoorziening is niet kostendekkend. Eventuele algemeen gebruikelijke kosten komen voor eigen rekening, hiervoor wordt geen tegemoetkoming verstrekt. 3.De inwoner kan slechts aanspraak maken op een tegemoetkoming indien hij geen aanspraak heeft of kan hebben op een vergoeding van de aannemelijke meerkosten op grond van een voorliggende voorziening of een andere voorziening. 4.De financiële tegemoetkoming in de kosten van verhuizen en inrichten als bedoeld in artikel 5.1 lid 1 sub a van de Verordening is bedoeld voor kosten van het inrichten van de elementaire gebruiksruimten van de woning tot ten hoogste het aantal vertrekken dat gebruikelijk is in sociale woningbouw waaronder in ieder geval de keuken, woonkamer, hal/gang en het noodzakelijk aantal slaapkamers en de kosten van het opknappen van de vloer en de wanden van de hierboven benoemde elementaire gebruiksruimten tot ten hoogste het uitrustingsniveau van sociale woningbouw. 5.De financiële tegemoetkoming voor de kosten van een voorziening voor sportbeoefening als bedoeld in artikel 5.1 lid 1 sub b van de Verordening is bedoeld voor de aanschaf en onderhoud van een sportrolstoel of sportvoorziening met een minimale gebruiksduur van 3 jaar. 6.De financiële tegemoetkoming voor de kosten van individueel vervoer als bedoeld in artikel 5.1 lid 1 sub c van de Verordening is bedoeld voor een bijdrage in de kosten voor het gebruik van de eigen auto per gereden kilometer met een maximum aantal te reizen kilometers van 1500 kilometer per jaar. 7.De financiële tegemoetkoming voor de kosten van jeugdhulpvervoer als bedoeld in artikel 5.1 lid 1 sub d van de Verordening is bedoeld voor een bijdrage in de kosten voor het gebruik van de eigen auto per gereden kilometer of kosten voor het gebruik van het openbaar vervoer van en naar de locatie waar de jeugdhulp geboden wordt. 8.De hoogte van de financiële tegemoetkoming is opgenomen in bijlage 3 Artikel6Tarieven en prijzen ondersteuning Wmo en Jeugdhulp De tarieven van de maatwerkvoorzieningen Wmo begeleiding en Jeugdhulp in natura voor 2021 zijn opgenomen in respectievelijk bijlage 1 en bijlage 2 van dit Besluit. Artikel7Overgangsrecht 1.Het Besluit Wmo wordt ingetrokken. 2.Het Besluit Jeugd wordt ingetrokken. 3.Een maatwerkvoorziening die is toegekend voor het in werking treden van dit Besluit, wijzigt niet door dit nieuwe Besluit. Als de looptijd van een voorziening echter is verstreken, wordt een eventuele verlenging vastgesteld op basis van de nieuwe regels. 4.Aanvragen die ingediend zijn voor de inwerkingtreding van de nieuwe regels jeugdhulp en Wmo, waarop nog niet is beslist bij de inwerkingtreding van dit Besluit, worden afgehandeld krachtens dit Besluit. 5.Op bezwaarschriften gericht tegen het besluit op grond van de oude regels, en waarop nog niet is beslist bij de inwerkingtreding van dit Besluit worden afgehandeld krachtens dit Besluit. Artikel8Inwerkingtreding en citeertitel 1.vaststelling van het Besluit treedt deze in werking op 1 januari
  3. 2.Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit Jeugdhulp en Wmo gemeente Houten. Houten, 8 oktober 2024Het college van burgermeester en wethouders van de gemeente Houten,de secretaris,R.W. Vrielingde burgermeester,G.P. IsabellaBijlage1Producten jeugdhulp en tarieven Regio Lekstroom 2024 Bijlage2Tarieven maatwerkvoorzieningen Wmo lekstroomgemeenten 2024 in natura Bijlage BIV.Bandbreedte uren individuele begeleiding Bijlage3Hoogte financiële tegemoetkoming Maximaal budget Opmerkingen Verhuiskosten € 2.750,- Vergoeding op declaratiebasis Vervoerskosten: € 0,39 p km met een maximum van € 585,- per jaar Vergoeding op declaratiebasis Sportrolstoel of andere sportvoorziening € 3.500,- Tegemoetkoming in aanschaf en onderhoud voor een periode van minimaal drie jaar (en technisch afgeschreven) BijlageC PGB, Jeugdhulp, meest voorkomende zorgvormen BijlageD PGB, Wmo, meest voorkomende zorgvormen BijlageE Wmo: tarieven eigenbijdrage was en strijkservice € 6,- per waszak per 8 kg was per week € 3,32 per waszak per 8 kg was per week voor inwoners in het bezit van een u-pas

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.