Algemene subsidieverordening gemeenschappelijke regeling Regio Hart van Brabant 2024 Het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling Regio Hart van Brabant; gelet op het voorstel van het dagelijks bestuur van Regio Hart van Brabant; gelet op artikel 149 Gemeentewet, artikel 8 Wet gemeenschappelijke regelingen, artikel 4:23 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 12 van de gemeenschappelijke regeling Regio Hart van Brabant 2024; besluit de Algemene subsidieverordening gemeenschappelijke regeling Regio Hart van Brabant 2024 vast te stellen: Hoofdstuk1Algemene Bepalingen Artikel1.Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder Awb: Algemene wet bestuursrecht; Begotingssubsidie: subsidie waarbij de subsidieontvanger en het bedrag dat maximaal als subsidie verleend kan worden expliciet in de begroting, of de toelichting daarop, van Regio Hart van Brabant is opgenomen en door het algemeen bestuur is vastgesteld; De bestuursorganen van de gemeenschappelijke regeling Regio Hart van Brabant: het algemeen bestuur (AB), het dagelijks bestuur (DB) dan wel de Bestuurscommissie Jeugd (BCJ) van de gemeenschappelijke regeling Regio Hart van Brabant, ieder voorzover het zijn eigen bevoegdheid betreft; GR RHvB: gemeenschappelijke regeling Regio Hart van Brabant; Het bevoegde bestuursorgaan: het tot de verlening van de aangevraagde subsidie bevoegde bestuursorgaan van de gemeenschappelijke regeling Regio Hart van Brabant: Incidentele subsidie: alle subsidies door het bevoegde orgaan voor activiteiten die passen binnen de begroting en die niet zijn aan te merken als begrotingssubsidie en die niet worden verleend op basis van een subsidieregeling; Kernagenda: het programma waarin activiteiten voor regionale samenwerking door de deelnemende gemeenten zijn opgenomen; Artikel2.Reikwijdte verordening 1.Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door de bestuursorganen van de GR RHvB, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen. 2.Deze verordening is ook van toepassing op buitenwettelijke subsidies (te weten begrotingssubsidies en incidentele subsidies) als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de Awb (subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is). 3.Afdeling 4.2.8 Awb is van toepassing op voor een boekjaar verstrekte begrotingssubsidie. Artikel3.Bevoegdheid 1.Het DB is het bevoegde bestuursorgaan voor zover het de verstrekking van subsidies in het kader van de kernagenda betreft,; 2.In afwijking van lid 1 is de BCJ het bevoegde bestuursorgaan voor zover het de verstrekking van subsidies in het kader van de kernagenda betreft uit de deelbegroting Jeugd. 3.De bestuursorganen van de GR RHvB zijn bevoegd bijzondere regelingen vast te stellen omtrent verstrekking van subsidies ieder voor zover het hun eigen bevoegdheid betreft. In deze regelingen kunnen de bestuursorganen van de GR RHvB afwijken van hetgeen in deze verordening is bepaald, voor zover dat is bepaald in het desbetreffende artikel. 4.Subsidie kan worden verstrekt aan rechtspersonen, vennootschappen en natuurlijke personen. Artikel4.Staatssteunregels 1.Een aanvraag wordt getoetst aan de staatssteunregels (artikel 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie). Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europese Steunkader noodzakelijk is, kan het bevoegde bestuursorgaan bij subsidieverlening afwijken van deze verordening en deze aanvullen. 2.Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen ondernemingen alleen in aanmerking voor zover de subsidieverstrekking voldoet aan de voorwaarden van het betreffende steunkader. Hoofdstuk2Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud Artikel5.Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud 1.De bestuursorganen van de GR RHvB kunnen met inachtneming van de financiële middelen in de begroting als bedoeld in artikel 3, eerste en tweede lid van deze verordening een subsidieplafond vaststellen terzake van subsidies waarvoor die bestuursorganen bevoegd zijn. 2.Bij de vaststelling van het subsidieplafond wordt de wijze van verdeling vermeld. 3.De bestuursorganen van de GR RHvB kunnen een subsidieplafond verlagen indien: Het wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld en De subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld. Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen. Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen in de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen. Hoofdstuk3Aanvraag van de subsidie Artikel6.Aanvraag 1.Een aanvraag om subsidie wordt schriftelijk ingediend bij het bevoegde bestuursorgaan. Indien hiervoor een aanvraagformulier is vastgesteld moet dat formulier worden gebruikt. 2.Bij een aanvraag voor subsidie overlegt de aanvrager in ieder geval de volgende gegevens: De doelstellingen en resultaten, die daarmee worden nagestreefd, en hoe de activiteiten aan dat doel bijdragen;. Een beschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Een begrotings- en dekkingsplan van de kosten van de activiteiten. Het dekkingsplan bevat, waar van toepassing, een opgave van bij anderen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan; Indien het bevoegde bestuursorgaan daarom vraagt, een verklaring als bedoeld in de verordening met betrekking tot de-minimissteun (de-minimisverklaring); Indien de aanvrager een egalisatiereserve voor GR RHvB heeft, de stand van zaken van de egalisatiereserve voor GR RHvB op het moment van de aanvraag; 3.Een rechtspersoon die voor de eerste maal subsidie aanvraagt, voegt een exemplaar van de oprichtingsakte of de statuten, het meest recente jaarverslag en de meest recente jaarrekening toe aan de aanvraag. 4.De bestuursorganen van de GR RHvB zijn bevoegd andere dan, of slechts enkele van, de in het tweede en derde lid genoemde gegevens te verlangen indien die voor het nemen van een beslissing op de aanvraag noodzakelijk respectievelijk voldoende zijn. Artikel7.Aanvraagtermijn 1.Een aanvraag om een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, wordt ingediend uiterlijk 1 oktober voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft. 2.Andere aanvragen om subsidie worden minimaal 13 weken voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd ingediend. 3.Indien een aanvraag te laat is ingediend neemt het bevoegde bestuursorgaan deze niet in behandeling. In bijzondere gevallen kan het bevoegde bestuursorgaan besluiten de aanvraag toch in behandeling te nemen. Artikel8.Beslistermijn 1.De bevoegde bestuursorganen van de GR RHvB beslissen op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend. 2.De bestuursorganen van de GR RHvB beslissen op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 7, tweede, binnen 13 weken nadat de volledige aanvraag is ingediend, dan wel als er een uiterste datum van indiening is vastgesteld binnen 13 weken gerekend vanaf deze uiterste datum. 3.Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld. 4.Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie wordt de termijn verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen. Hoofdstuk4Weigering, intrekking en terugvordering van de subsidie Artikel9.Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, van de Awb en 4:35 van de Awb kan het bevoegd bestuursorgaan de subsidie verder in ieder geval weigeren indien: de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de in de GR RHvB deelnemende gemeenten of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de deelnemende gemeenten of haar ingezetenen; niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze is gevraagd; de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen; de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift; De aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende gelden kan beschikken om de kosten van zijn activiteiten te dekken; Subsidieverstrekking niet past binnen de kernagenda dan wel de activiteiten onvoldoende prioriteit hebben. Hoofdstuk5Verlenen van subsidie Artikel10.Verlenen van subsidie 1.Subsidies tot en met € 9.000 worden direct vastgesteld via een beschikking tot subsidievaststelling; 2.Subsidies die meer bedragen dan € 9.000 worden verleend via een beschikking tot subsidieverlening; 3.Het bevoegde bestuursorgaan is bevoegd om verplichtingen aan deze beschikking te verbinden; 4.In afwijking van het bepaalde in het tweede lid kan het bevoegde bestuursorgaan in bijzondere gevallen ook voor subsidiebedragen die hoger zijn dan € 9.000 volstaan met een subsidievaststelling. Artikel11Egalisatiereserve 1.Bij de beschikking tot subsidieverlening kan worden bepaald dat de subsidieontvanger een egalisatiereserve dient te vormen. 2.Het verschil tussen de vastgestelde subsidie en de werkelijke kosten van de activiteiten waarvoor subsidie werd verleend, komt ten gunste onderscheidenlijk ten laste van de egalisatiereserve. 3.Indien de subsidieontvanger naast de subsidie van GR RHvB ook nog middelen van derden ontvangt, dient in het financieel verslag duidelijk zichtbaar te worden gemaakt, welk deel van het tekort, c.q. overschot respectievelijk ten laste dan wel ten gunste van de egalisatiereserve is gebracht. Indien dit niet mogelijk is, dan zal het aandeel van GR RHvB in het totale resultaat naar rato van het aandeel in de totale baten worden bepaald. 4.De egalisatiereserve wordt zo hoogrenderend en zo veilig als redelijkerwijs mogelijk is beheerd. 5.De van de egalisatiereserve genoten rente wordt aan de egalisatiereserve toegevoegd. 6.Indien de subsidieontvanger een vergoeding voor vermogensvorming verschuldigd is als bedoeld in artikel 21 dan is de subsidieontvanger terzake van de egalisatiereserve vergoeding plichtig naar evenredigheid van de mate waarin de subsidie aan de egalisatiereserve heeft bijgedragen. 7.Voor een besteding van deze reserve anders dan in lid twee genoemd moet de subsidieontvanger altijd toestemming vragen aan het bevoegde bestuursorgaan. Hoofdstuk6Verantwoording en vaststelling van de subsidie Artikel12.Verantwoording Voor zover dit niet is bepaald bij subsidieregeling, wordt bij de verleningsbeschikking vermeld op welke wijze de subsidieontvanger de besteding van de subsidie dient te verantwoorden. Artikel13.Algemene verplichtingen van subsidieontvangers 1.Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of geheel niet aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan, meldt de subsidieontvanger dat onverwijld schriftelijk aan het bevoegde bestuursorgaan. 2.Een subsidieontvanger informeert het bevoegde bestuursorgaan onverwijld schriftelijk over: Voorgenomen beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon; Relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden; Ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet, niet tijdig of niet geheel zal kunnen worden nagekomen; Wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon en/of het doel van de rechtspersoon. Wijziging in de persoon van de bestuurder(s). De indiening van een verzoek bij een rechtbank tot faillissement of surseance van betaling van subsidieontvanger. 3.Een subsidieontvanger behoeft de toestemming van het bevoegde bestuursorgaan voor het in eigendom verwerven, vervreemden of bezwaren van registergoederen, indien zij mede zijn verworven door middel van subsidiegelden dan wel de lasten daarvan mede worden bekostigd uit subsidiegelden. Artikel14.Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen 1.Bij subsidies hoger dan € 30.000, verleend voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan de verplichting worden opgelegd tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. De verantwoording wordt niet vaker dan één keer per jaar verlangd. 2.Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kunnen aan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen dan genoemd in artikel 4:37, eerste lid, van de Awb worden opgelegd, voor zover deze strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie. In de toelichting wordt uiteengezet waarom daartoe wordt overgegaan. 3.Bij subsidieregeling kunnen verplichtingen die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie aan de subsidie worden verbonden, voor zover deze verplichtingen betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht. 4.Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger, voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor aan de GR RHvB een vergoeding verschuldigd is als zich een gebeurtenis als bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de Awb voordoet. Daarbij wordt tevens aangegeven hoe de hoogte van de vergoeding wordt bepaald. 5.De bevoegde bestuursorganen van de GR RHvB kunnen, in afwijking van bovenstaande leden, andere voorwaarden stellen aan de subsidieontvanger over de wijze en tijdstip van rapporteren over de voortgang van de gesubsidieerde activiteiten. Artikel15.Indexering 1.Indien de subsidie voor meerdere kalenderjaren wordt verleend wordt, behoudens wanneer in de beschikking anders is bepaald, het bedrag jaarlijks geïndexeerd overeenkomstig de, in de Financiële Verordening GR RHvB 2023 bepaalde wijze van indexering. 2.De bestuurscommissie jeugd kan van het bepaalde in lid 1 afwijken. Hoofdstuk7Verstrekking en eindverantwoording van de subsidie Artikel16.Cumulatie De in de artikelen 17 t/m 20 genoemde bedragen zien toe op de in totaal aan een aanvrager in een kalenderjaar toegekende subsidiebedragen. Artikel17.Wijze van verstrekken en eindverantwoording subsidies tot en met € 9000 1.Voor subsidies tot en met € 9.000 vindt verantwoording plaats door middel van een melding of de activiteit waarvoor de subsidie bestemd was heeft plaatsgevonden. 2.Deze melding dient uiterlijk 13 weken nadat de activiteit volgens planning heeft plaatsgevonden te worden gedaan dan wel, indien het om een subsidie per kalenderjaar gaat, vóór 1 mei van het volgend jaar. 3.Indien bij de verleningsbeschikking de subsidieontvanger wordt verplicht om op de daarbij aangewezen wijze aan te tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen vindt de vaststelling plaats binnen 13 weken nadat de gevraagde inlichtingen zijn verstrekt. Artikel18.Wijze van verstrekken en eindverantwoording subsidies tussen € 9.000 en € 30.000 1.Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan € 9.000 maar minder dan € 30.000, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het bevoegde bestuursorgaan: bij een per kalenderjaar of voor meerdere kalenderjaren verstrekte subsidie, uiterlijk vóór 1 mei in het jaar na afloop van het kalenderjaar, waarvoor de subsidie is verleend bij overige subsidies, uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten, tenzij anders is bepaald in de beschikking tot subsidieverlening. 2.De aanvraag tot vaststelling bevat een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt in hoeverre de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan. 3.De bestuursorganen van de GR RHvB kunnen bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overlegd en/of dat andere indieningstermijnen worden gehanteerd. 4.In bijzondere gevallen kan het bevoegde bestuursorgaan ook voor subsidiebedragen die hoger zijn dan € 9.000 volstaan met een beschikking tot subsidievaststelling Artikel19.Verantwoording subsidies tussen € 30.000 en € 125.000 1.Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan € 30.000 maar minder dan € 125.000, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het bevoegde bestuursorgaan: bij een per kalenderjaar of voor meerdere kalenderjaren verstrekte subsidie, uiterlijk vóór 1 mei in het jaar na afloop van het kalenderjaar, waarvoor de subsidie is verleend bij overige subsidies, uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten, tenzij anders is bepaald in de beschikking tot subsidieverlening. 2.De aanvraag tot vaststelling bevat: Een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt in hoeverre de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan. Een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening). 3.De bevoegde bestuursorganen van GR RHvB kunnen bepalen dat ook andere, of minder dan de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overlegd en/of dat andere indieningstermijnen worden gehanteerd. Artikel20.Verantwoording subsidies van € 125.000 en meer 1.Indien de subsidieverlening van € 125.000 en meer, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het bevoegde bestuursorgaan: bij een per kalenderjaar of voor meerdere kalenderjaren verstrekte subsidie, uiterlijk vóór 1 mei in het jaar na afloop van het kalenderjaar , waarvoor de subsidie is verleend bij overige subsidies, uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten, tenzij anders is bepaald in de beschikking tot subsidieverlening. 2.De aanvraag tot vaststelling bevat: Een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt in hoeverre de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend zijn verricht, welke resultaten zijn bereikt en op welke wijze de activiteiten hebben bijgedragen aan de realisatie van de vastgestelde doelstellingen. Een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening) Een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk accountant 3.De bestuursorganen van de GR RHvB kunnen bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overlegd en/of dat andere indieningstermijnen worden gehanteerd. Artikel21.Vergoeding voor vermogensvorming 1.In de gevallen als bedoeld in artikel 4:41 tweede lid Awb is de subsidieontvanger een vergoeding verschuldigd welke bij afzonderlijke beschikking door het bevoegde bestuursorgaan wordt vastgesteld. 2.De vergoeding bedraagt maximaal het aandeel van Regio Hart van Brabant in de vermogensvorming, Het aandeel van Regio Hart van Brabant betreft de verhouding tussen de subsidie van Regio Hart van Brabant waarmee is bijgedragen aan de vermogensvorming ten opzichte van de andere middelen die daartoe hebben bijgedragen. 3.Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de economische waarde van de eigendommen en de andere vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt met dien verstande dat bij verlies of beschadiging van eigendommen wordt uitgegaan van het bedrag dat als schadevergoeding door de subsidie ontvangen is. 4.Indien het een onroerende zaak betreft, geschiedt de waardebepaling door een door het bevoegde bestuursorgaan in overleg met de subsidieontvanger aan te wijzen onafhankelijke deskundige. 5.Het bevoegde bestuursorgaan kan op een daartoe strekkend verzoek besluiten dat geen vergoeding verschuldigd is indien de activiteiten of werkzaamheden van de subsidieontvanger worden overgenomen en voortgezet door een rechtspersoon met een gelijke of nagenoeg gelijke doelstelling en de activa en passiva tegen boekwaarde worden overgenomen. Artikel22.Betaling van een voorschot 1.De bestuursorganen van de GR RHvB kunnen beslissen tot bevoorschotting van de subsidie. De hoogte en termijnen van de voorschotten worden in de beschikking tot subsidieverlening bepaald. 2.In bijzondere gevallen kan het bevoegde bestuursorgaan, vooruitlopend op een beschikking tot subsidieverlening, al tot bevoorschotting overgaan. Artikel23.Verrekening Aan de GR RHvB verschuldigde bedragen verband houdend met de activiteiten waarvoor subsidie is verleend kunnen worden verrekend met te betalen subsidiebedragen. Artikel24Vaststelling subsidie 1.Het bevoegde bestuursorgaan stelt de subsidie vast uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag tot subsidievaststelling is ontvangen. 2.Indien de aanvraag tot subsidievaststelling niet binnen de in artikel 17 t/m 20 genoemde termijnen is ontvangen kan het bevoegde bestuursorgaan 6 weken na een eenmalig rappel overgaan tot ambtshalve vaststelling. 3.Vaststelling van een subsidie die voor meerdere jaren is verleend geschiedt jaarlijks tenzij in de subsidiebeschikking anders is bepaald. Artikel25.Berekening van uurtarieven, uniforme kostenbegrippen 1.Indien bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt gemaakt van uurtarieven, worden deze door de subsidieaanvrager berekend met gebruikmaking van een bij subsidieregeling voorgeschreven berekeningswijze. 2.Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de berekening van uurtarieven wordt uitgegaan van de bij subsidieregeling voorgeschreven definities. Artikel26.Controle De bestuursorganen van de GR RHvB zijn bevoegd controles uit te oefenen op de getrouwheid van de door hem verlangde rapportages en verantwoordingen. Hoofdstuk8.Slotbepalingen Artikel27.Hardheidsclausule 1.Als een bij of krachtens deze verordening gestelde termijn voor een subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de daarmee te dienen belangen, kunnen de bestuursorganen van de GR RHvB een andere termijn vaststellen. 2.In een subsidieregeling kan worden bepaald dat door het bevoegde bestuursorgaan van een of meer bepaalde artikelen of artikelleden van die regeling kan worden afgeweken als daaraan vasthouden voor een subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de daarmee te dienen belangen. Artikel28.Intrekking De Algemene subsidieverordening gemeenschappelijke regeling Regio Hart van Brabant wordt ingetrokken. Artikel29.Overgangsrecht Op subsidies die zijn aangevraagd c.q. verstrekt onder de Algemene subsidieverordening gemeenschappelijke regeling Regio Hart van Brabant blijft die verordening van toepassing. Artikel30.Inwerkingtreding Deze verordening treedt na publicatie met terugwerkende kracht tot 1 oktober 2024 in werking.. Artikel30.Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene subsidieverordening gemeenschappelijke regeling Regio Hart van Brabant
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.