Verordening gemeentelijke rekenkamer Rijssen-Holten 2024De raad van de gemeente Rijssen-Holten; gelezen het voorstel van het presidium d.d. 16 september 2024; gelet op de artikelen 81a en 149 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de navolgende verordening: Verordening gemeentelijke rekenkamer Rijssen-Holten 2024 Artikel1.Instelling en samenstelling van de rekenkamer Er is een rekenkamer, die bestaat uit één lid en een plaatsvervangend lid. Het lid en plaatsvervangend lid worden directeur respectievelijk plaatsvervangend directeur genoemd. Artikel2.Benoeming, ontslag en op non-activiteit stelling De directeur en de plaatsvervangend directeur worden benoemd, ontslagen en op non-activiteit gesteld zoals bedoeld in de artikelen 81c en 81d van de Gemeentewet door een afzonderlijk besluit. Artikel3.Budget 1.De raad stelt jaarlijks bij de bij de begroting een bedrag beschikbaar voor de rekenkamer. Dit bedrag is exclusief BTW. 2.De directeur van de rekenkamer is bevoegd binnen zijn budget uitgaven te doen voor de uitvoering van de werkzaamheden van de rekenkamer. Artikel4.Vergoeding De directeur en de plaatsvervangend directeur ontvangen vanuit het totaal beschikbaar gestelde budget een vergoeding voor hun werkzaamheden. Artikel5.Onderwerpkeuze en onderzoeksprogramma en -opzet 1.Voorafgaande aan het opstellen van het onderzoeksprogramma overlegt de rekenkamer met de raad over de door de rekenkamer te verrichten werkzaamheden. Dit overleg kan ook plaatsvinden met het presidium. 2.Bij de selectie van de onderwerpen hanteert de rekenkamer de volgende criteria: het onderzoek heeft betrekking op de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van beleid; er is een substantieel belang. het betreft door de gemeente te beïnvloeden beleid; er is een evenwichtige spreiding over de gemeentelijke beleidsterreinen in de opvolgende onderzoeken; de resultaten zijn communiceerbaar naar de inwoners van Rijssen-Holten. 3.De rekenkamer stelt zelf de onderwerpen voor onderzoek vast, formuleert de probleemstelling en de onderzoeksvragen en stelt de onderzoeksopzet vast. 4.Het definitieve onderzoeksprogramma biedt de rekenkamer rechtstreeks ter kennisname aan de gemeenteraad aan. 5.Als de raad aan de rekenkamer vraagt een onderzoek in te stellen, dan beantwoordt zij dit verzoek binnen een maand. De rekenkamer motiveert of zij al dan niet gevolg geeft aan het verzoek. Als de rekenkamer gevolg geeft aan het verzoek dan geeft zij onder vermelding van een plan van aanpak en een tijdsplanning aan welke invloed dat heeft op het onderzoeksprogramma. Artikel6.Behandeling door de raad 1.De rekenkamer biedt schriftelijk een onderzoeksrapport aan de raad aan. 2.De raad stelt de rekenkamer zo spoedig mogelijk na ontvangst van het rekenkamerrapport in de gelegenheid het rapport nader toe te lichten en eventuele vragen te beantwoorden in een vergadering van de commissie die het onderzoeksonderwerp het meeste aangaat. 3.De raad behandelt het onderzoeksrapport uiterlijk drie maanden na publicatie van het rapport. Artikel7.Evaluatie Het presidium evalueert periodiek de uitoefening van de werkzaamheden van de rekenkamer. Artikel8Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de eerste dag volgende op die van de publicatie. Artikel9Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Verordening rekenkamer gemeente Rijssen-Holten 2024’. Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente Rijssen-Holten, van 26 september 2024De griffier,G.H. VeermanDe voorzitter,J.C.R. van HoudtToelichting Algemeen Deze verordening is een aanvulling op hetgeen in de Gemeentewet is opgenomen over de gemeentelijke rekenkamer. Kortheidshalve wordt verwezen naar de tekst van de Gemeentewet, zoals op 1 januari 2023 gewijzigd door de Wet versterking decentrale rekenkamers, hoofdstukken IVa (De rekenkamer) en XIa (De bevoegdheid van de rekenkamer). De raad moet een onafhankelijke rekenkamer instellen. Zie artikel 81a van de Gemeentewet. Daarnaast moet de raad op grond van artikel 81k van de Gemeentewet een verordening opstellen waarin de werkzaamheden van de rekenkamer zijn vermeld. De verordening is ontleend aan de modelverordening van de VNG. De verordening bevat regels over de rekenkamer, de vergoeding, de werkwijze bij de voorbereiding en verslaglegging over de onderzoeken. In de verordening zijn geen bepalingen opgenomen die ook al in de gemeentewet zijn opgenomen. Dat betekent dus dat de verordening steeds in samenhang met de hoofdstukken IVa (artikelen 81a tot en met 81k) en hoofdstuk XIa (artikelen 182 tot en met 185a) gelezen. Artikelsgewijs Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader toegelicht. Artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.