Beheerverordening begraafplaatsen gemeente Voorne aan Zee 2025De raad van de gemeente Voorne aan Zee, gelezen het bijbehorende raadsvoorstel van de gemeente Voorne aan Zee met zaaknummer 84104-2024, gelet op de Gemeentewet en de Wet op de lijkbezorging; besluit: De ‘Beheerverordening begraafplaatsen gemeente Voorne aan Zee 2025’ vast te stellen; De ‘Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Westvoorne 2013’, de ‘Beheersverordening begraafplaatsen gemeente Brielle 2012’ en de ‘Beheersverordening begraafplaatsen Hellevoetsluis 2012’ in te trekken, met ingang van de datum waarop de onderhavige verordening in werking treedt. [Dit beslispunt bevat een kennelijke verschrijving. Bij de in te trekken regeling wordt de Beheersverordening begraafplaatsen Hellevoetsluis 2015 bedoeld.] HOOFDSTUK1.INLEIDENDE BEPALINGEN Artikel1.Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: aanvrager: de persoon of rechtspersoon die – al dan niet door tussenkomst van een uitvaartverzorger – opdracht geeft voor een begrafenis, (as)bijzetting, herdenkingsplechtigheid of asverstrooiing of verzoekt om de uitgifte van een particulier (urnen)graf, een urnennis of urnenplaats, een algemeen graf, gedenkteken of herinneringsplaatje en hiervoor de betalingsplichtige is; algemeen graf: een graf (tweelaags) met een gebruiksrecht (grafrecht), bij de gemeente in beheer, waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven of begraven houden van overledenen; asbus: een bus, een asbox of aszak daaronder begrepen, ter berging van as van een overledene; begraafplaatsen: de gemeentelijke begraafplaatsen aan de G.J. van den Boogerdweg (oude begraafplaats) en G.J. van den Boogerdweg (nieuwe begraafplaats) te Brielle, Dijckpotingen te Vierpolders, Wouddijk te Zwartewaal, Voorweg te Oostvoorne, Zeeweg en Dirk van Voornelaan te Rockanje, Rijksstraatweg, Smitsweg en Stoofweg te Hellevoetsluis en Leuneweg te Oudenhoorn; beheerder: de medewerker die belast is met het beheer en de dagelijkse leiding van de gemeentelijke begraafplaatsen of degene die hem vervangt; belanghebbende: een natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie het gebruik van een ruimte in een algemeen graf is verleend, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden; betrokkene: een natuurlijk persoon of rechtspersoon, met een belang bij een graf, niet zijnde een rechthebbende of belanghebbende; college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Voorne aan Zee, als houder van de begraafplaatsen; dubbelgraf: twee naast elkaar gelegen particuliere graven (één- of tweelaags ondergronds) voorzien van een gezamenlijke grafbedekking met één grafnummer; eigenaar: de rechthebbende of belanghebbende die de grafbedekking in eigendom heeft of een natuurlijk persoon of rechtspersoon die met toestemming van de rechthebbende of belanghebbende de grafbedekking, niet zijnde een gedenkteken, in eigendom heeft; gedenkteken: een grafmonument, een gedenkmonument, een liggende of staande steen, een sierurn, een beeld, een gedenk- of afsluitplaat voor een urnennis of een ander object ter nagedachtenis van een overledene; graf: verzamelnaam waaronder wordt verstaan elk soort particulier (urnen)graf of algemeen graf; grafakte: de beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht waarin overeenkomstig de bepalingen van deze verordening en nadere regels door of namens het college een grafrecht aan een rechthebbende of belanghebbende wordt verleend; grafbedekking: een gedenkteken, beplanting, andere wijze van bedekking of voorwerp op, aan of bij het graf; grafrecht: het uitsluitend recht op een particulier (urnen)graf, urnennis of urnenplaats of het gebruiksrecht op het gebruik van een graflaag in een algemeen graf; herinneringsplaatje: een gedenkplaatje ter plaatsing op een monument, zuil of muur ter herinnering aan een overledene; kindergraf: een particulier graf (éénlaags) waarin gelegenheid wordt geboden tot het begraven en begraven houden van een overledene of doodgeborene tot 18 jaar of een menselijke vrucht die voor een zwangerschapsduur van 24 weken levenloos ter wereld is gekomen dan wel binnen 24 uur na de geboorte is overleden; lijkbezorging: het lichaam van een overledene of doodgeborene laten begraven of cremeren of op een andere bij of krachtens de wet voorziene wijze; natuur(urnen)graf: een particulier onderhoudsvrij natuurgraf (één- of tweelaags) of ondergronds natuururnengraf, met beperkingen ten aanzien van het begraven, de asbestemming en de grafbedekking; opgraven: het individueel opgraven van stoffelijke resten; overledene: hieronder wordt verstaan een overledene, een doodgeborene of een menselijke vrucht die voor een zwangerschapsduur van 24 weken levenloos ter wereld is gekomen dan wel binnen 24 uur na de geboorte is overleden, tenzij anders aangegeven; particulier graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen begraven en begraven houden van overledenen of doodgeborenen of het doen bijzetten en bijgezet houden van urnen; rechthebbende: een natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een uitsluitend recht is verleend op een particulier (urnen)graf, urnennis of urnenplaats, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden; ruimen: het verwijderen van de grafbedekking na afloop van, na afstand van of na een vervallenverklaring van het grafrecht en in een latere fase het ruimen van het volledige graf, waarbij de stoffelijke resten worden overgebracht naar een verzamelgraf; samenvoegen: het op verzoek van de rechthebbende éénmalig samenvoegen van stoffelijke resten van twee eerder begraven overledenen of doodgeborenen tot op de onderste laag van een graf, op het moment dat er ten minste nog een lopend grafrecht is en er voldaan is aan de wettelijk minimale grafrusttermijn; urn: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen, aszakken of asboxen. Waar wordt gesproken over een “urn” wordt tevens bedoeld een asbus zonder urn; urnengraf: een particulier urnengraf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van urnen; urnennis: een bovengrondse nis (ruimte) in een urnenmuur, een columbarium daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend voor het plaatsen van en geplaatst houden van urnen; urnenplaats: een bovengrondse plaats, anders dan een urnennis, waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend voor het plaatsen van en geplaatst houden van urnen; verstrooiplaats: een plaats of kelder bij de gemeente in beheer waar menselijke as kan worden verstrooid; verzamelgraf: een graf, bij de gemeente in beheer, waar stoffelijke resten van geruimde graven worden bewaard; wet: de Wet op de lijkbezorging en de daaruit voortvloeiende regelgeving. Artikel2.Beheer 1.Het beheer van de begraafplaats berust bij het college. Het beheer omvat: de dagelijkse leiding van de begraafplaats; het faciliteren van uitvaarten; het bijhouden van de bijbehorende begraafplaatsadministratie; het onderhouden van de begraafplaats. 2.Het college kan ter uitvoering van deze verordening nadere regels vaststellen, waaronder in ieder geval regels over de dagelijkse gang van zaken op en het beheer van de begraafplaatsen en de begraafplaatsadministratie. 3.De beheerder is belast met de exploitatie van en de dagelijkse leiding op de begraafplaats en de administrateurs verzorgen de begraafplaatsadministratie. HOOFDSTUK2.OPENSTELLING, ORDE EN RUST Artikel3.Openstelling begraafplaatsen 1.De begraafplaatsen zijn dagelijks toegankelijk gedurende door het college in nadere regels vast te stellen tijden. 2.Ter handhaving van de orde en rust en ten behoeve van begrafenissen of werkzaamheden op de begraafplaats, kan de beheerder tijdelijk (delen van) de begraafplaats geheel of gedeeltelijk voor bezoekers afsluiten. 3.Het is verboden gedurende de tijd dat de gemeentelijke begraafplaatsen niet voor het publiek geopend zijn, zich daarop te bevinden, anders dan voor het bijwonen van een uitvaart, de bezorging van as of een herdenkingsbijeenkomst na akkoord van de beheerder. Artikel4.Ordemaatregelen 1.Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaats hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder en de begraafplaatsmedewerkers. 2.Tijdens plechtigheden mogen op de begraafplaats zonder toestemming van de beheerder geen werkzaamheden plaatsvinden. 3.Bij het opgraven van overledenen, het samenvoegen van stoffelijke resten en bij de ruiming van graven zijn, naast de beheerder, geen andere personen aanwezig dan degenen die door de beheerder met deze werkzaamheden zijn belast. 4.De beheerder kan personen die zich niet aan zijn aanwijzingen houden van de begraafplaats laten verwijderen. Artikel5.Plechtigheden 1.Herdenkingsbijeenkomsten, onthullingen van gedenktekens en overige plechtigheden op de begraafplaats kunnen slechts plaatsvinden nadat deze ten minste zes werkdagen van tevoren zijn gemeld aan de beheerder van de begraafplaatsen. De datum en tijdstip van de plechtigheid en de wijze waarop deze zal plaatsvinden worden in overleg met de aanvrager door de beheerder vastgesteld. 2.De deelnemers aan de plechtigheid zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder. HOOFDSTUK3.VOORSCHRIFTEN VOOR LIJKBEZORGING Artikel6.Begraven en asbezorging 1.Degene die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen verstrooien, meldt dit schriftelijk aan de beheerder, uiterlijk twee werkdagen voorafgaande aan de begraving, bijzetting of verstrooiing. De zaterdag en zondag gelden voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien de burgemeester toestemming heeft gegeven om de overledene binnen 36 uur na het overlijden te begraven, moet de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig mogelijk worden gedaan. 2.Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as, en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen daarvoor, mag uitsluitend geschieden door het personeel van de begraafplaats of door derden die daarvoor opdracht hebben verkregen op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder. 3.Nabestaanden kunnen onder toezicht van een begraafplaatsmedewerker betrokken worden bij het dalen van de kist en het geheel of gedeeltelijk sluiten van het graf, indien de omstandigheden het toelaten en na toestemming van de beheerder. Aanwijzingen van de begraafplaatsmedewerker(s) dienen ten alle tijden te worden opgevolgd. 4.Het moment van begraven of verstrooien van as vindt plaats in afstemming met de beheerder. De beheerder bepaalt welke gedeelten zijn aangewezen als verstrooiplaats voor asverstrooiing. Artikel7.Lijkomhulsels en grafgiften Uitsluitend worden lijkomhulsels en grafgiften gebruikt of toegestaan, die voldoen aan de in de wet of daaruit voortvloeiende bepalingen of bij algemene maatregel van bestuur gestelde regelgeving, privaatrechtelijke reglementen, publiekrechtelijke verordeningen of door het college nader gestelde regels. Artikel8.Te overleggen stukken 1.Tot begraven wordt niet eerder overgegaan dan nadat het verlof tot begraven en het registratiedocument behorende bij het omhulsel van de overledene zijn overgelegd aan de beheerder. Op de kist of op een ander omhulsel van de overledene wordt een registratienummer aangebracht, dat correspondeert met het nummer, vermeld op het registratiedocument dat tevens de naam, de datum van geboorte en overlijden van de overledene dan wel de geslachtsnaam van de doodgeborene bevat. 2.Indien de begraving of de bezorging van as in een bestaand particulier (urnen)graf, urnennis of urnenplaats zal plaatsvinden, dient vooraf een aanvraag aan de beheerder te worden overgelegd, ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door de nieuwe rechthebbende. 3.Begraving of bijzetting in een particulier graf binnen de wettelijke minimale grafrusttermijn, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een termijn waardoor in ieder geval aan de wettelijke minimale grafrusttermijn wordt voldaan. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende. Indien de rechthebbende is overleden dient zich eerst een nieuwe rechthebbende te melden. 4.Indien de burgemeester verlof heeft verleend om een overledene binnen 36 uur na het overlijden te begraven of uitstel heeft verleend voor begraving binnen zes werkdagen, dient het bedoelde verlof van de burgemeester te worden overgelegd. 5.De beheerder onderzoekt of de overgelegde stukken toereikend zijn en geeft pas toestemming tot begraven of as bijzetten indien deze voldoen. Artikel9.Tijden van begraven en asbezorging Het college bepaalt bij nadere regels de tijden van begraven of asbezorging. Artikel10.Gemeentelijke voorzieningen Het gebruik van gemeentelijke voorzieningen, voor zover aanwezig of beschikbaar, dient schriftelijk te worden aangevraagd bij de beheerder, uiterlijk twee werkdagen voorafgaande aan die waarop de begraving of bijzetting zal plaatsvinden. HOOFDSTUK4.INDELING EN UITGIFTE VAN DE GRAVEN OF ASBESTEMMINGEN Artikel11.Indeling en afmetingen graven en asbestemmingen Het college stelt in nadere regels de indeling en afmetingen van de graven en asbestemmingen vast. Artikel12.Aantal overledenen in graven of asbestemmingen Het college bepaalt in nadere regels hoeveel overledenen of urnen in of op een particulier (urnen)graf, urnennis of urnenplaats mogen worden begraven of bijgezet. Het college bepaalt voorts hoeveel overledenen er in een algemeen graf mogen worden begraven. Artikel13.Volgorde van uitgifte en reserveren van graven of asbestemmingen In de nadere regels worden de volgorde en voorwaarden van uitgiften en reserveringen van graven of asbestemmingen vastgesteld. Artikel14.Termijnen graven of asbestemmingen 1.Het college verleent op een schriftelijke aanvraag voor particuliere (urnen)graven, urnennissen of urnenplaatsen uitsluitende grafrechten en voor algemene graven gebruiksrechten en bepaalt tevens in de nadere regels de termijnen, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats dat toelaat. 2.Een grafrecht wordt op aanvraag van de rechthebbende telkens verlengd met een termijn via nader vast te stellen regels, mits de aanvraag voor het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend. 3.Als het grafrecht niet voor het einde van de termijn van de afloop van het recht is verlengd, vervalt het grafrecht na het einde van die termijn terug aan de houder van de begraafplaats. 4.Het gebruik van algemene graven wordt verleend voor een vaste termijn, zoals bepaald in de nadere regels. Deze termijn kan niet worden verlengd. 5.De bijzetting van een urn impliceert dat, indien het grafrecht niet wordt verlengd en niet tijdig voor afloop een andere bestemming kenbaar is gemaakt, de rechthebbende opdracht geeft tot wijziging van de bestemming van de as, in die zin dat de as dient te worden verstrooid. De verstrooiing vindt dan ambtshalve plaats, op een door de beheerder te bepalen tijdstip en plaats, zonder kennisgeving aan en buiten aanwezigheid van nabestaanden. Artikel15.Overschrijving van verleende rechten 1.Een lopend grafrecht kan op aanvraag van de rechthebbende of belanghebbende worden overgeschreven op naam van een ander natuurlijk persoon of rechtspersoon. 2.Na het overlijden van de rechthebbende of belanghebbende kan het recht worden overgeschreven op naam van een natuurlijk persoon of rechtspersoon, indien de aanvraag daartoe wordt gedaan binnen zes maanden na het overlijden van de rechthebbende of belanghebbende. 3.Indien de rechthebbende is overleden en deze in het graf dient te worden begraven, of zijn urn moet worden bijgezet, dient het verzoek tot overschrijving van het grafrecht daaraan voorafgaand te worden gedaan. 4.Indien niet binnen zes maanden na het overlijden van de rechthebbende of belanghebbende het verzoek tot overschrijving van het recht wordt gedaan, is het college bevoegd het recht vervallen te laten verklaren. 5.Na het verstrijken van een termijn van zes maanden na het overlijden van de rechthebbende of belanghebbende, kan het college alsnog de lopende grafrechten op naam stellen van een nieuwe rechthebbende of belanghebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een graf dat inmiddels is geruimd. 6.De rechthebbende of belanghebbende is verplicht om zijn/haar adresgegevens aan de beheerder door te geven, alsmede de wijziging van hun adres. Artikel16.Vervallen grafrechten 1.Het grafrecht vervalt: door het verlopen van de termijn waarvoor het recht is verleend; indien de rechthebbende of belanghebbende afstand doet van het recht; indien na het overlijden van de rechthebbende of belanghebbende de aanvraag tot overschrijving van het recht niet wordt gedaan binnen zes maanden na het overlijden van de rechthebbende of belanghebbende; indien (een deel van) de begraafplaats wordt opgeheven en het recht van toepassing is op een graf of asbestemming dat daarbinnen valt. 2.Het college kan de grafrechten vervallen verklaren: indien de betaling van het grafrecht, ondanks een aanmaning, niet binnen zes maanden na aanvang van die termijn is geschied; indien de rechthebbende of belanghebbende, ondanks een aanmaning, in verzuim blijft door een op hem rustende verplichting niet na te komen of daarmee in strijd handelt; indien de rechthebbende of belanghebbende, ondanks een aanmaning, niet binnen een jaar overgaat tot herstel van een graf dat in verval is. 3.Onder in verval zijnde graven wordt in ieder geval verstaan: graven die een risico vormen voor de veiligheid van medewerkers en bezoekers van de begraafplaats, zoals ondeugdelijke constructies; de verder in de nadere gestelde regels bepaalde gevallen. 4.In het geval van het eerste en tweede lid zal er geen terugbetaling plaatsvinden van de betaalde rechten. Artikel17.Afstand doen van grafrechten 1.Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de rechthebbende of belanghebbende schriftelijk afstand doen van het grafrecht, ongebruikte voorzieningen inbegrepen. 2.De verklaring waaruit de afstanddoening van het recht blijkt, wordt door het college schriftelijk bevestigd en er vindt geen terugbetaling plaats van de betaalde rechten. HOOFDSTUK5.GRAFBEDEKKING Artikel18.Gedenkteken en grafbedekking 1.Voor een gedenkteken dient een vergunning te worden aangevraagd bij het college. 2.De rechthebbende van een particulier (urnen)graf, urnennis of urnenplaats of de belanghebbende van een algemeen graf dient de vergunningaanvraag van een gedenkteken in. 3.Het college staat geen grafbedekking toe en kan deze laten verwijderen zonder daarvoor aan de rechthebbende of belanghebbende tot betaling verschuldigd te zijn, indien naar het oordeel van de beheerder: de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats; de grafbedekking of het opschrift aanstootgevend of kwetsend is; de grafbedekking gevaar oplevert voor derden; er niet aan de financiële verplichtingen behorend bij de uitgifte van het grafrecht is voldaan. Artikel19.Aansprakelijkheid grafbedekking 1.Het plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of verwijderen van de grafbedekking gebeurt door, voor rekening van en voor risico van de rechthebbende of belanghebbende van de grafbedekking. 2.Al hetgeen wat op, aan of bij het graf geplaatst is of aan grafbedekking is aangebracht, wordt geacht voor rekening en risico van de rechthebbende of belanghebbende van het graf te zijn. 3.Indien naar het oordeel van de beheerder een gevaarlijke situatie is ontstaan, kan de beheerder direct maatregelen treffen. De kosten van de maatregelen kunnen worden verhaald op de rechthebbende of belanghebbende van het graf. 4.Het college kan niet aansprakelijk worden gesteld voor diefstal van of schade aan grafbedekking of voorwerpen welke op de graven zijn geplaatst. 5.Schade als gevolg van brand, vandalisme, diefstal, vorst, storm, bliksem, wateroverlast en andere van buiten komende oorzaken, is voor rekening van de rechthebbende of belanghebbende van de grafbedekking. Artikel20.Onderhoud door de houder van de begraafplaats 1.Het college voorziet slechts in het algemeen onderhoud van de begraafplaats. 2.De beheerder van de begraafplaats is gerechtigd om altijd, zonder toestemming van de rechthebbende of belanghebbende van de grafbedekking, overhangend groen van graven en beplanting die buiten en boven de toegestane maximale afmetingen van een bij het graf mogelijk bijpassend gedenkteken uitreikt, te snoeien of te verwijderen, zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op een vergoeding. Artikel21.Onderhoud door rechthebbende of belanghebbende 1.De rechthebbende of belanghebbende van de grafbedekking is verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen. Dit betreft ook het herstel van verzakkingen. 2.Indien de rechthebbende of belanghebbende van de grafbedekking nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kan de beheerder hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking verwijderen. 3.Het in het vorige lid bedoelde verwijderde blijft gedurende twaalf weken ter beschikking van de rechthebbende of belanghebbende van de grafbedekking en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is. 4.De verwijdering vindt niet plaats dan nadat de rechthebbende of belanghebbende van het graf schriftelijk op de hoogte is gesteld, waarin een hersteltermijn van acht weken wordt aangehouden. Wanneer het adres van de rechthebbende of de belanghebbende niet bekend is, plaatst de beheerder acht weken voorafgaand aan het verwijderen bij het graf een mededeling. Artikel22.Tijdelijke verwijdering grafbedekking 1.Een rechthebbende van een grafbedekking is verplicht om voor eigen kosten en risico zelf tijdig opdracht te geven voor de (tijdelijke) verwijdering van de op of bij zijn graf aanwezige grafbedekking, waaronder gedenktekens, beplanting en voorwerpen, in het geval van een bijzetting in het bestaande graf van de rechthebbende. De grafbedekking moet twee werkdagen voorafgaand aan de bijzetting verwijderd zijn. 2.Een rechthebbende of belanghebbende is verplicht te gedogen dat de op of bij zijn graf aanwezige grafbedekking, waaronder gedenktekens, beplanting en voorwerpen, door de beheerder en op kosten van de houder van de begraafplaats, (tijdelijk) geheel of gedeeltelijk worden verwijderd of verplaatst, indien werkzaamheden dit noodzakelijk maken, bijvoorbeeld vanwege een begraving of bijzetting in een aangrenzend of nabijgelegen graf of indien dat om een andere reden nodig is. 3.Een rechthebbende of belanghebbende van een grafbedekking is verplicht te gedogen dat tijdelijk grond op het graf geplaatst wordt, indien dit voor een begraving of bijzetting in de nabijheid van het graf of om een andere reden nodig is. Artikel23.Verwijdering grafbedekking 1.Zolang het graf of de grafbedekking niet geruimd mag worden, blijft de op, aan of bij het graf aangebrachte grafbedekking ter beschikking van de rechthebbende of belanghebbende van het graf. 2.Het is niet toegestaan om buiten de maximale afmetingen zoals in de nadere regels staan opgenomen, grafbedekking te plaatsen. De beheerder is gerechtigd om grafbedekking buiten de toegestane afmetingen te verwijderen, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is. 3.Tot het verstrijken van de termijn van het grafrecht kan de rechthebbende of belanghebbende de grafbedekking zelf laten verwijderen. 4.In het geval dat een rechthebbende of belanghebbende een gedenkteken wenst te verwijderen, is melding en toestemming van de beheerder nodig voor het tijdstip en de wijze van verwijdering. 5.Indien de grafbedekking bij afloop van de termijn van het verleende recht niet verwijderd is, vervalt deze aan de houder van de begraafplaats, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is. 6.Het college is gerechtigd om de grafbedekking na het verstrijken van het grafrecht te (laten) verwijderen of over te dragen aan een nieuwe rechthebbende. Artikel24.Herinneringsplaatje Voorwaarden aangaande het plaatsen van een herinneringsplaatje worden in de nadere regels verder uiteengezet. HOOFDSTUK6.RUIMING VAN GRAVEN EN GRAFBEDEKKING Artikel25.Ruiming, bezorging van overblijfselen en as 1.Na afloop van het grafrecht, beslist het college over het ruimen van graven en asbestemmingen en het verwijderen van grafbedekkingen en bepaalt de nieuwe bestemming, alsmede het tijdstip en de werkwijze van verwijdering. Het college is in zo’n geval tevens gerechtigd het grafrecht opnieuw uit te geven aan een nieuwe rechthebbende, inclusief het overdragen van de grafbedekking. 2.De beheerder draagt er zorg voor dat er bij de ruiming van het graf of asbestemming met de nog aanwezige stoffelijke resten of urnen, te allen tijde respectvol wordt omgegaan. 3.De bij de ruiming van het graf nog aanwezige stoffelijke resten worden overgebracht naar een verzamelgraf. 4.De aanwezige urnen in graven of asbestemmingen worden bij de ruiming weggenomen en de zich daarin bevindende as wordt verstrooid op een daartoe bestemde verstrooiplaats van de begraafplaats. 5.De rechthebbende of belanghebbende kan voor afloop van het grafrecht via een aanvraag verzoeken voor een individuele opgraving. De stoffelijke resten kunnen, indien mogelijk, dan herbegraven of gecremeerd worden. HOOFDSTUK7.HISTORISCHE GRAVEN EN OPVALLENDE GRAFBEDEKKINGEN Artikel26.Lijst historische graven en opvallende grafbedekkingen 1.Het college kan een lijst bijhouden van graven die van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft. Van deze graven wordt een aantekening gemaakt in het grafregister. 2.Het college beslist over het al dan niet ruimen van graven en het verwijderen van grafbedekkingen die op de in het vorige lid bedoelde lijst staan. HOOFDSTUK8.INRICHTING BEGRAAFPLAATSADMINISTRATIE Artikel27.Register en dossiers 1.De houder van de begraafplaats houdt een openbaar register bij van diegenen die zijn begraven of waarvan de as is bezorgd. 2.In de begraafplaatsadministratie worden ook gegevens bijgehouden van alle opdrachtgevers, rechthebbenden en belanghebbenden. 3.Rechthebbenden en belanghebbenden zijn verplicht wijzigingen van hun NAW-gegevens door te geven. HOOFDSTUK9.SLOTBEPALINGEN Artikel28.Beslissingsbevoegdheid In gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist het college. Artikel29.Intrekking oude regelingen Met ingang van de datum waarop deze verordening in werking treedt, worden ingetrokken: de ‘Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Westvoorne 2013’; de ‘Beheersverordening begraafplaatsen gemeente Brielle 2012’, en; de ‘Beheersverordening begraafplaatsen Hellevoetsluis 2012’. [Onderdeel c bevat een kennelijke verschrijving, hier wordt de Beheersverordening begraafplaatsen Hellevoetsluis 2015 bedoeld.] Artikel30.Overgangsbepaling 1.Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de in het vorige artikel genoemde verordeningen gelden als besluiten genomen krachtens die verordeningen of daaruit voortvloeiend beleid; 2.Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een vergunning is aangevraagd en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze nieuwe verordening toegepast. Artikel31.Strafbepaling Overtreding van enige bepaling van deze verordening of van een krachtens enige bepaling van deze verordening gegeven voorschrift wordt, voor zover niet reeds bij of krachtens de wet strafbaar gesteld, gestraft met een geldboete van de eerste categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. Artikel32.Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.