Nadere regeling gemeentelijke sportaccommodaties Berg en Dal 2025Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Berg en Dal; gelet op artikel 4 van de Algemene subsidieverordening Welzijn Berg en Dal 2017; besluit vast te stellen de Nadere regeling gemeentelijke sportaccommodaties Berg en Dal 2025: Artikel1.Begripsomschrijvingen 1.In deze regeling wordt verstaan onder: Algemene subsidieverordening: Algemene subsidieverordening Welzijn Berg en Dal 2017. Attributen: ballenvangers, lichtmasten, led-armaturen, terreinafscheiding en veld- of baanafscheiding. Baan: een oppervlak om op te tennissen dat bestaat uit materialen die de KNLTB heeft goedgekeurd. Beheersstichting: een stichting die namens één of meerdere sportverenigingen het beheer en onderhoud van een sportaccommodatie doet. Berging: opslagruimte voor materialen. Bouwheerschap: het opdrachtgeverschap voor bouwactiviteiten. Bruto speeltijd: netto speeltijd + pauze + wisseltijd. Gemeentelijke sportaccommodatie: een sportaccommodatie die in de gemeente Berg en Dal ligt en die naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders toekomstbestendig is en is opgenomen op de lijst met gemeentelijke sportaccommodaties in artikel 2. Hoofdactiviteit: de belangrijkste sportieve activiteit van de sportvereniging, die bestaat uit trainingen en wedstrijden. Investeringssubsidie: een subsidie in de kosten van nieuwbouw, uitbreiding of vervanging van een sportvoorziening. Inpandige ruimtes: kleedkamers, wasruimtes, scheidsrechter ruimtes en bergingen die deel uitmaken van een gebouw op een sportaccommodatie. Kleedkamer: omkleedruimte exclusief wasruimtes. Landelijke sportbond: KNVB (voetbal), KNKV (korfbal) of KNLTB (tennis). Levensvatbaarheid: de mate waarin de subsidieontvanger kan voldoen aan zijn financiële verplichtingen, financieel gezond is volgens een onafhankelijke toets van Stichting Waarborgfonds Sport en voldoende spelende leden heeft zoals bepaald in artikel 9. Netto speeltijd: het netto aantal uur dat er effectief op thuisvelden gevoetbald wordt. Nieuwbouw: de aanleg van een nieuwe sportaccommodatie. Onderhoud: alle werkzaamheden waarbij geen vervanging plaatsvindt zoals bedoeld in artikel 11. Spelende leden: het aantal leden dat is ingeschreven bij een landelijke bond. Sportaccommodatie: een voorziening die in hoofdzaak bestemd is voor sportactiviteiten wat betreft opzet, indeling en inrichting Sportvoorziening: velden, banen, attributen (ballenvangers, lichtmasten, led-armaturen, terreinafscheiding en veld- of baanafscheiding), inpandige ruimtes (kleedkamers, wasruimtes, scheidsrechterruimtes en berging in een gebouw) op een sportaccommodatie. Toekomstbestendig: het vermogen van de hoofdgebruiker om in te springen op veranderingen zodat een sportaccommodatie in de toekomst levensvatbaar blijft. Uitbreiding: de aanleg van één of meer extra velden of banen en of één of meer extra kleedlokalen. Vervanging: het vernieuwen van één of meer bestaande sportvoorzieningen. Wasruimte: een ruimte om te douchen en te wassen. 2.Als begrippen niet in deze nadere regeling zijn gedefinieerd hebben ze dezelfde betekenis als in de Algemene subsidieverordening. Artikel2.Toepassingsbereik 1.Deze nadere regeling is alleen van toepassing op het verstekken van investeringssubsidies in de lid 2 aangewezen gemeentelijke sportaccommodaties voor de in artikel 3 genoemde activiteiten. 2.De gemeentelijke sportaccommodaties in Berg en Dal zijn; Sportpark Zuid, Groesbeek, voetbal Sportpark Beek, voetbal Sportpark Breedeweg, voetbal Sportpark Noord, Groesbeek, voetbal Sportpark de Horst, voetbal/korfbal Sportpark de Kempkes, Ooij, voetbal/korfbal Sportpark de Hove, Millingen, voetbal/korfbal Sportpark SVO Tennis Ooij, tennis Sportpark Millingen, tennis Sportpark de Duffelt, Leuth, tennis Sportpark de Oorsprong, Beek, tennis Sportpark de Triepel, Berg en Dal, tennis Sportpark Groesbeek, tennis 3.Sportverenigingen en beheerstichtingen kunnen een schriftelijk verzoek indienen om als gemeentelijke sportaccommodatie opgenomen te worden in deze nadere regeling, als: zij een sportaccommodatie in de gemeente Berg en Dal beheren waarvan ze de levensvatbaarheid en toekomstbestendigheid aan kunnen tonen met de gegevens genoemd onder artikel 10, lid c,d,e,f,g,h en l, een en ander ter beoordeling aan het college van burgemeester en wethouders, en zij voldoen aan de voorwaarden die staan in artikel 9 in deze regeling, een en ander ter beoordeling aan het college van burgemeester en wethouders. 4.Bij het beoordelen van de noodzaak van het opnemen van een nieuwe gemeentelijke sportaccommodatie weegt het college van burgemeester en wethouders ten minste de volgende factoren mee: aansluiting van het sportaanbod in capaciteit, kwaliteit en diversiteit van de desbetreffende locatie op het reeds bestaande sportaanbod op de gemeentelijke sportaccommodaties, en de spreiding van het sportaanbod in de gemeente. Artikel3.Activiteiten Burgemeester en wethouders kunnen een subsidie verstrekken voor activiteiten die gericht zijn op nieuwbouw, uitbreiding of vervanging van sportvoorzieningen voor voetbal, korfbal of tennis op gemeentelijke sportaccommodaties. Artikel4.Nieuwbouw Burgemeester en wethouders subsidiëren de aanleg van een nieuwe sportaccommodatie alleen wanneer: er twee of meer bestaande sportaccommodaties samengaan en het niet mogelijk is om door vervanging of uitbreiding de noodzakelijke capaciteit te realiseren, en nieuwbouw een meerwaarde heeft ten opzichte van handhaving van de bestaande accommodaties, een en ander ter beoordeling aan het college van burgemeester en wethouders. Artikel5.Uitbreiding Burgemeester en wethouders subsidiëren de uitbreiding van sportvoorzieningen alleen wanneer het noodzakelijk is om in de benodigde capaciteit te voorzien en er geen voldoende restcapaciteit op andere sportaccommodaties aanwezig is binnen een straal van 6 kilometer. Artikel6.Vervanging 1.Burgemeester en wethouders subsidiëren de vervanging van sportvoorzieningen alleen wanneer: de conditie van de sportvoorziening zo slecht is dat onderhoud niet leidt tot een redelijke levensduurverlenging of de kosten van onderhoud deze levensduurverlenging niet rechtvaardigen, en vervanging nodig is om in de benodigde capaciteit te voorzien. 2.Als het om vervanging van een kunstgrasveld gaat, moet de conditie aangetoond worden met een onafhankelijk keuringsrapport. Artikel7.Capaciteit 1.Voor voetbal gelden de volgende voorwaarden: De KNVB-behoeftebepaling van 1 september voorafgaand aan het in artikel 9 lid 4 bedoelde aanvraagjaar geldt als uitgangspunt voor het berekenen van de benodigde capaciteit. Voor het bepalen van de benodigde wedstrijdcapaciteit wordt gerekend met bruto speeltijden per team volgens de KNVB-norm. Er wordt uitgegaan van 36 wedstrijdweken gecorrigeerd voor het aandeel thuiswedstrijden (50%). Bij teams tot en met 11 jaar (o-12) wordt gecorrigeerd voor veldomvang (50%). Het totaal aantal uren van alle teams wordt gedeeld door het aantal wedstrijdweken en de capaciteit van een veld in bruto uren volgens de KNVB-norm (7,5 uur). Voor het bepalen van het aantal trainingsuren wordt gerekend met netto speeltijden. De principes van breedtesport van de KNVB-behoeftebepaling worden als uitgangspunt genomen. Er wordt gerekend met 40 trainingsweken per jaar en maximaal 2 x 80 minuten trainen per week voor senioren. Voor de jeugd is het maximaal aantal trainingsuren naar rato aangepast. Dit leidt tot het volgende gemaximeerde aantal trainingsuren per week per leeftijdscategorie: Senioren: 2,67 uur per week; Jeugd vanaf 13 jaar (o-14) en ouder: 2 uur per week; Jeugd tot en met 12 jaar (o-13) en jonger: 1,5 uur per week Voor de jeugd tot en met 12 jaar (o-13) wordt gecorrigeerd voor de veldomvang (50%). Voor het bepalen van het aantal benodigde velden, worden de volgende capaciteitsnormen gehanteerd: Bestaande trainingsvelden en oefenhoeken die afwijken in maatvoering kunnen naar rato worden meegenomen voor de capaciteitsberekening. Kunstgrasveld: 1020 uur (270 uur wedstrijd + 750 training) Natuurgras: 270 uur als wedstrijdveld, of Natuurgras: 750 uur als trainingsveld. Het aantal benodigde kleedkamers is genormeerd op 2 kleedkamers met eigen wasruimte per wedstrijdveld. Waarbij het uitgangspunt van ten minste 3 kleedkamers met wasruimte per accommodatie, één scheidsrechterruimte en één berging wordt gehanteerd. Voor de afmeting van de ruimtes geldt de KNVB-norm voor breedtesport. Kunstgras wordt alleen gesubsidieerd als dit de meest doelmatige oplossing is om in de benodigde capaciteit te voorzien, dit ter beoordeling aan het college van burgemeester en wethouders. 2.Voor korfbal gelden de volgende voorwaarden: Het aantal teams uit onderstaande tabel vermenigvuldigen met de bijbehorende belastingscoëfficiënt resulteert in het aantal normteams. Team Belastingscoëfficient F-jeugd 0,4 E-jeugd 0,4 D-jeugd 0,625 C-jeugd 0,625 B-jeugd 1 A-jeugd 1 G-korfbal 1 Senioren 1 Het aantal normteams maal 20 weken maal 2 uur resulteert in het aantal trainingsuren. Het aantal normteams maal 1,5 maal 20 weken resulteert in het aantal wedstrijduren. De benodigde veld capaciteit wordt berekend op basis van de technische belastbaarheid van het veld. Voor de technische belastbaarheid wordt gehanteerd: een kunstgrasveld (bestaande uit 2 wedstrijdvelden) is genormeerd op 800 uur, een natuurgrasveld (68*44 meter) is genormeerd op 150 uren. Het aantal benodigde kleedkamers is genormeerd op 4 kleedkamers per accommodatie, één scheidsrechterruimte en één berging tot en met 20 normteams. Voor de afmeting van de ruimtes geldt de KNKV-norm voor breedtesport. Kunstgras wordt alleen gesubsidieerd als dit de meest doelmatige oplossing is om in de benodigde capaciteit te voorzien. 3.Voor tennis gelden de volgende voorwaarden: Voor tennis is de capaciteitsnorm 90 spelende leden per baan. Als bij de werkzaamheden de banen in een groep van twee of drie worden vervangen of aangelegd, wordt alleen het kostenaandeel voor de benodigde capaciteit gesubsidieerd. Bij de vervanging van banen kunnen ook baanafhankelijke sportattributen meegenomen worden in de subsidie aanvraag als deze ook voldoen aan de voorwaarden voor vervanging. De norm voor inpandige ruimtes is 2 kleedkamers met wasruimtes, en 1 berging per accommodatie. Voor de afmeting van de ruimtes geld de KNLTB-norm voor breedtesport. Artikel8.Sportvoorzieningen 1.In aanvulling op de onder capaciteit (artikel 7) bepaalde normen wordt aangesloten op de normen van de landelijke bond voor de breedtesport, wat betreft omvang van de gevraagde sportvoorziening en de materiaalkeuze. 2.De gevraagde sportvoorziening moet voldoen aan de geldende milieueisen op het moment van aanvraag. 3.Het college van burgemeester en wethouders kan aanvullende milieu-, duurzaamheid- en kwaliteitseisen stellen. Artikel9.Nadere voorwaarden voor de aanvraag 1.Een sportvereniging of een beheerstichting, die namens één of meerdere verenigingen op haar sportaccommodatie handelt, kan een subsidie aanvragen. Als de aanvrager een beheerstichting is, hebben nadere voorwaarden betrekking op de vereniging(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.