Transitievisie warmte 2024Inhoudsopgave Voorwoord Samenvatting Inleiding Aanleiding TVW 2024 Leeswijzer Waar staat Barendrecht nu? Energiebesparing Warmte Netcongestie Warmtebronnenanalyse Toelichting (rest)warmtebronnen en warmtetechnieken Warmtebronnen in Barendrecht Wijkanalyse Woningtypen en bouwjaren Stedelijkheid Energielabels Eigendomssituatie Afwegingskader warmtetechnieken Clusters Kansrijkheid warmtebronnen Voorkeursoplossing All-electric in Barendrecht All-electric varianten Overige woningaanpassingen Financiering en ondersteuning bewoners Bijlage 1: Aanpassingen ten opzichte van de TVW 2020 Bijlage 2: Gesprekken met stakeholders Gesprekken met warmtebedrijven en warmteproducenten Gesprekken met overige stakeholders Bijlage 3: Verdieping toelichting warmtebronnen- en technieken Bijlage 4: Afwegingskader voorkeursoplossingen Bijlage 5: Eindgebruikerskosten en maatschappelijke kosten Voorwoord ‘Transitie’: een modewoord dat in overheidsland zo vaak in de mond wordt genomen dat het z’n betekenis dreigt te verliezen. Desondanks leggen we u deze herijkte Transitievisie Warmte voor. Wanneer we voorbij het jargon kijken en ons richten op de essentie van deze transitie, dan is het meer dan een document. Het is een routekaart naar een wereld(dorp) waarin we niet langer afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen. Om de wettelijk voorgeschreven klimaatdoelen te behalen, koersen we ook in Barendrecht af op volledig aardgasvrij wonen in
(2023)ingeschat op basis van woningkarakteristieken. Hierin zijn de eindgebruikerskosten voor verschillende warmteopties op basis van energielabel, eigenaar en woningtype berekend. Maatschappelijke kosten De maatschappelijke kosten zijn de totale kosten voor de maatschappij om een bepaalde warmtetechniek toe te passen. De maatschappelijke kosten zijn de totale kosten en baten voor implementatie van een warmtetechniek op buurtniveau. Hierin worden de kosten voor de benodigde installaties en isolatie in de woningen meegenomen, maar ook kosten op buurt en gemeentelijk niveau. Dit is onder andere het aanleggen of aanpassen van energie infrastructuur (elektriciteit- en of warmtenet), en de kosten voor nabijgelegen restwarmtebronnen. De maatschappe¬lijke kosten zijn dus de totale kosten voor bewoners, overheden, netbeheerders, woningcorporaties en overige stakeholders. Het PBL heeft in 2020 met de Startanalyse een inschatting gemaakt van deze maatschappelijke kosten voor alle wijken in Nederland. Deze analyse is gebruikt om voor de wijken de voorkeursoplossingen op basis van maatschappelijke kosten te bepalen. Deze kwantitatieve afweging op basis van maatschappelijke kosten is gebruikt als validatie methode om te achterhalen of er veel verschillen in de resultaten ten opzichte van de eindgebruikerskosten zijn. Resultaat De eindgebruikerskosten en maatschappelijke kosten zijn per buurt berekend. In Bijlage 5 zijn de resultaten per buurt terug te vinden. Uit de analyse komt naar voren dat de all-electric warmtetechniek in alle buurten de laagste eindgebruikers¬kosten heeft en in bijna alle buurten ook de laagste maatschappelijke kosten. 5.3.3Oplossingsrichting: all-electric warmtetechniek in Barendrecht Op basis van de woning- en buurtkarakteristieken en de maatschappelijke- en eind-gebruikerskosten komt duidelijk naar voren dat de all-electric warmtetechniek het best toepasbaar is in Barendrecht. In Figuur 13 is de toekomstige warmtetechniek per cluster opgenomen. Voor de clusters in geel geldt de all-electric warmtetech¬niek als toekomstige oplossingsrichting. De buurt Gaatkensoog is hierop een uitzon¬dering (in blauw), want hier ligt al een warmtenet. Figuur 13: Toekomstige warmtetechniek in Barendrecht. De roodgemarkeerde gebieden zijn bedrijventerreinen. 6.All-electric Barendrecht Dit hoofdstuk is een verdieping op de all-electric warmtetechniek. Ook wordt toegelicht welke woningaanpassingen er benodigd zijn. 6.1All-electric varianten De all-electric oplossing gaat in de meeste gevallen uit van een warmtepomp. Een warmtepomp produceert warmte met behulp van elektriciteit. Een warmtepomp haalt warmte uit de lucht, water of de bodem en zet het om in hogere temperatuur warmte om de woning te verwarmen en voor warm tapwater. Hieronder zijn kansrijke all-electric varianten voor verschillende woningtypes op een rij gezet. In Barendrecht is de all-electric warmtetechniek kansrijk voor één woning of voor meerdere woningen. De toepassing van all-electric bij meerdere woningen gaat om kleinschalige collectieve systemen, met bijvoorbeeld een collectieve warmtepomp. Kansrijke all-electric varianten voor aardgasvrije verwarming van grondgebonden woningen zijn: Individuele lucht-water warmtepomp Individuele bodemwarmtepomp Collectieve bodemwarmtepomp Individuele zon-thermische (PVT)-panelen Infraroodpanelen voor ruimtes die weinig gebruikt worden Bij appartementencomplexen zijn ook collectieve verwarmingssystemen kansrijk, dat wil zeggen dat een systeem wordt toegepast voor een geheel appartementencomplex. Kansrijke all-electric varianten voor verwarming van één appartement of collectief voor een appartementencomplex zijn: Individuele lucht-water warmtepomp Collectieve lucht-water warmtepomp Collectieve bodemwarmtepomp Individuele infraroodpanelen en lucht-lucht warmtepomp (in woningen met een lage energievraag en weinig ruimte voor installaties). De mogelijkheid tot inpassing van installaties in en om de woning is erg belangrijk. Buiten op het dak, in de tuin of aan de gevel moeten in het geval van een lucht-water warmtepomp bijvoorbeeld buitendelen geplaatst worden. Deze produceren geluid. Belangrijk is ook om te weten of er binnen in de woning ruimte benodigd is voor het plaatsen van een boilervat voor warm tapwater. 6.2Overige woningaanpassingen 6.2.1Warmteafgiftesysteem Wanneer de overstap naar een all-electric warmtepomp wordt gemaakt, wordt de woning op lagere temperaturen verwarmd. Een conventionele cv-ketel stookt op 70 tot 80°C, terwijl een warmtepomp het cv-water naar 35 tot 45°C verwarmt. Wanneer de overstap naar lage temperatuurverwarming wordt gemaakt, kan het voorkomen dat het warmteafgiftesysteem niet voldoende vermogen afgeeft. Dan moeten er mogelijk nieuwe radiatoren geplaatst worden. Het kan ook zijn dat alleen bepaalde ruimtes niet goed verwarmd worden. In dat geval is een aanvullend lokale verwarming (voor koude dagen) een oplossing, zoals een infraroodpaneel of radiatoren met een boosterfunctie (radiatorventilatoren). 6.2.2Isoleren en ventileren Om de overstap te maken naar een all-electric warmtetechniek is een goede isolatiestaat van de woning benodigd. Voor de toepassing van all-electric is er het landelijk standaard niveau van isolatie en ventilatie waar naar toe gewerkt kan worden. Deze landelijke standaard is toekomst-vast waardoor de woning later niet nog een keer geïsoleerd of aangepast hoeft te worden. Daarnaast is voldoende ventilatie van belang. Afhankelijk van de huidige isolatie- en ventilatiestaat van de woningen moeten er mogelijk maatregelen genomen worden ter verbetering van de isolatie of ventilatie: Vloerisolatie begane grond Minimaal HR++ glas Dakisolatie Gevelisolatie of spouwmuurisolatie Mechanisch ventilatiesysteem: afzuiging met evt. CO2 sturing of centrale balansventilatie met warmteterugwinning (WTW) Kierdichting: luchtdicht afwerken van de kieren bij de kozijnen Optioneel: isolerende buitendeuren 6.2.3Elektrisch koken Aangezien koken nog veelal met gas gebeurd is ook de overstap naar elektrisch koken benodigd, de meest voorkomende optie is een inductiekookplaat. 6.2.4Elektriciteitsaansluiting Bij toepassing van een all-electric warmteoplossing en elektrisch koken gaat de elektriciteitsvraag omhoog. Daarom moet onderzocht worden of de elektriciteitsaansluiting in de meterkast voldoende groot is om de vraag aan te kunnen. De aansluiting moet minstens 3x25A zijn. Indien de elektriciteitsaansluiting te klein is, moet er een aanvraag bij netbeheerder Stedin voor vergroting van de aansluiting worden gedaan. 6.2.5Optioneel: zonnepanelen Omdat de elektriciteitsvraag van bewoners in de toekomst omhoog gaat, is het op individuele basis interessant om zonnepanelen te plaatsen. Op deze manier wordt (een deel van) de energievraag zelf opgewekt. Dit betekent mogelijk wel dat het elektriciteitsnet (nog) zwaarder belast wordt als gevolg van teruglevering. 7.Financiering en ondersteuning bewoners Voor het verduurzamen van een woning of appartementencomplex zijn verschillende subsidies en leningen beschikbaar. Daarnaast kan er advies aangevraagd worden. De gemeente wil bewoners ondersteunen met het verduurzamen van hun woning door de juiste informatie te verstrekken en hen op de hoogte te houden van ontwikkelingen. Hieronder zijn de beschikbare leningen en subsidies vermeld voor aardgasvrij (klaar) maken van woningen . De subsidies en leningen verschillen voor particuliere woningeigenaars van grondgebonden woningen en VvE’s. Voor huurders zijn geen middelen beschikbaar. Subsidies en leningen voor zonnepanelen, groene daken en waterbesparing zijn niet opgenomen in onderstaand overzicht. Let op: Voorwaarden en beschikbaarheid van leningen en subsidies kunnen veranderen. Voor de meest actuele informatie raadpleegt u de website van de gemeente Barendrecht, de WoonWijzerWinkel en de Energiesubsidiewijzer van Milieucentraal. 7.1.1Leningen Energiebespaarlening Via het Nationaal Warmtefonds kunnen particuliere woningeigenaren en VvE’s een Energiebespaarlening aanvragen. De Energiebespaarlening is een verantwoorde en betaalbare financiering voor de verduurzaming van woningen. Het Nationaal Warmtefonds is een initiatief van de Rijksoverheid. Energiebespaarbudget Nationale Hypotheek Garantie (bouwdepot) Via het Energiebespaarbudget kan met een bouwdepot energiebesparende maatregelen gefinancierd worden binnen de hypotheek van uw woning. De lening wordt na uitvoering van de maatregelen toegevoegd aan uw nieuwe of bestaande hypotheek. Lening Duurzame Monumenten De gemeente Barendrecht kent 20 rijksmonumenten en 67 gemeentelijke monumenten. Via het Restauratiefonds kan een Duurzame Monumenten-Lening aangevraagd worden. Dit is lening die wordt verstrekt aan een eigenaar van een rijksmonument die het pand wil verduurzamen. Er is ook een subsidie voor duurzaamheidsadvies vanuit het Restauratiefonds beschikbaar voor monumenten. 7.1.2Subsidies De beschikbaarheid van onderstaande subsidies kan in de toekomst veranderen rekening houdend met het hoofdlijnenakkoord 2024-
- Energiesubsidie ISDE De ISDE is een subsidie die woningeigenaren financieel ondersteunt om duurzame maatregelen te nemen in huis en zo energie te besparen, denk hierbij aan maatregelen voor isolatie, een warmtepomp, een zonneboiler en elektrisch koken. Wanneer aangesloten wordt op een collectieve (all-electric) oplossing biedt de subsidie ook een bijdrage voor aansluiting op het warmtenet. De ISDE-subsidie loopt door tot
- Je kunt een aanvraag indienen op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Isolatiesubsidie SVVE Met de Subsidieregeling verduurzaming voor verenigingen van eigenaars (SVVE) vraagt u subsidie aan als Vereniging van Eigenaars (VvE), woonvereniging of wooncoöperatie voor het verduurzamen van uw gebouw. 7.1.3Advies WoonWijzerWinkel De WoonWijzerWinkel is het Energieloket voor Barendrecht. Via de WoonWijzerWinkel kan advies worden opgevraagd over het verduurzamen van uw woning en de verschillende producten en maatregelen die beschikbaar zijn. Advies verduurzaming dijkwoningen (vanuit NIP) Vanuit het Nationaal Isolatieprogramma (NIP) wordt onderzocht hoe eigenaren van dijkwoningen ondersteund kunnen worden bij het verduurzamen van hun woning. Bijlage 1: Aanpassingen ten opzichte van de TVW 2020 In de TVW 2020 wordt richting gegeven naar een aardgasvrij Barendrecht in
- In de TVW 2020 wordt gesproken over drie hoofdrichtingen als het gaat om alternatieven voor het aardgas, namelijk warmtenetten, all-electric oplossingen en gasnetten in combinatie met duurzaam gas. Daarnaast wordt er geadviseerd om alle woningen in de gemeente te isoleren naar een basis isolatieniveau. In de TVW 2020 zijn startwijken geformuleerd waar als eerste mee gestart kan worden. Een aantal lokale inzichten zorgen ervoor dat de koers van de gemeente Barendrecht verandert ten opzichte van de TVW
- De inzichten zijn als volgt: Gasnetten in combinatie met duurzaam gas blijken niet kansrijk in Barendrecht. Uit het warmtebronnenonderzoek is gebleken dat een grootschalig MT warmtenet niet haalbaar is in Barendrecht. Veel woningen in Barendrecht hebben na 2020 één of meerdere energielabel sprongen gemaakt. Op basis van de buurtkarakteristieken, eindgebruikerskosten, maatschappelijke kosten en planning van stakeholders wordt een andere warmtetechniek voorgesteld. Dit heeft als gevolg dat de koers gewijzigd wordt. In Tabel 5 zijn de wijzigingen in warmtetechniek voor de buurten in Barendrecht blauw gearceerd. Een andere wijziging ten opzichte van de TVW 2020 is dat er in de TVW 2024 geen startwijken meer benoemd zijn, dit gaat om Centrum, Paddewei, Noord (CBS buurten Noord, 2, 3 en 4) en Vrijenburg. Elke woning, ook in deze wijken, wordt uiterlijk in 2050 aardgasvrij. Tabel 5: Wijzigingen in warmtetechniek ten opzichte van TVW 2020 voor buurten in Barendrecht. Bijlage2:Gesprekken met stakeholders Gesprekken met warmtebedrijven en warmteproducenten Na voorgaande analyse hebben gesprekken plaatsgevonden met belangrijke stake¬holders. Bedrijventerreinen Vaanpark We hebben gesproken met een deskundige over het Vaanpark in Barendrecht. Er bevinden zich geen bedrijven met koelcellen op dit bedrijventerrein, waardoor er geen restwarmte beschikbaar is. BT-oost We hebben overleg gevoerd met Greenvis over hun analyse naar restwarmtebenut¬ting vanuit de bedrijventerreinen in Barendrecht Oost. Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat er aanzienlijke hoeveelheden restwarmte kunnen worden benut. Deze restwarmte zou mogelijk kunnen worden gebruikt voor de woningen in Barendrecht. Hoewel de studie van Greenvis een globaal beeld geeft, is er verder onderzoek nodig om precieze informatie over de beschikbare restwarmte te verkrijgen. In theorie zijn er diverse kleinschalige bronnen, i.c. de koelunits per bedrijf die opgeteld tot een aanzienlijk warmtepotentieel leiden. Uit een globaal onderzoek naar de uitkoppeling van al deze units naar een centraal afnamepunt is vast komen te staan dat dit geen realistische economisch verant¬woorde oplossing is. Vattenfall Vattenfall werkt aan een masterplan (potentiestudie) voor de uitbreiding van het warmtenet in en rond Rotterdam. De eerste technische potentie is onderzocht. Gezien de ligging aan de andere kant van de snelweg, en de daarmee hoge gemoeide kosten, is uitbreiding naar Barendrecht financieel niet interessant voor het warmtenet. Daarnaast richten ze zich voorlopig op netverzwaring in Rotterdam, uitbreiding naar andere gemeenten heeft niet de hoogste prioritiet. Ze hebben laten weten Barendrecht niet mee te hebben genomen in hun onderzoeken. RWZI Barendrecht Tijdens het gesprek met het waterschap Hollandse Delta is gebleken dat zij bereid zijn om restwarmte van de RWZI in Barendrecht beschikbaar te stellen voor het verwarmen van omliggende gebouwen. De potentie voor de RWZI van Barendrecht wordt nader onderzocht door NOVAR. Evides Uit het overleg met drinkwaterbedrijf Evides bleek dat zij bezig zijn met een onder¬zoeksproject gericht op TED. Door Barendrecht loopt een hoofdleiding waar mogelijk warmte uit gehaald kan worden. Verder onderzoek moet uitwijzen hoeveel warmte onttrokken kan worden. Gesprekken met overige stakeholders Woningcorporaties Vanuit onze gemeente is regelmatig contact met de woningcorporaties in Barendrecht. We bespreken hoe wij elkaar kunnen helpen om het proces naar aardgasloze woningen te versnellen. Met de corporaties maken we ieder jaar de wettelijke prestatieafspraken waarin onder andere afspraken en doelen omtrent verduurzaming van de woningvoorraad worden vastgelegd. Patrimonium is met een groot onderhouds- en verduurzamingstraject bezig (GO-trein) naast de sloop en nieuwbouw van woningen. Stedin Vanuit onze gemeente is geregeld contact met Stedin over de staat en de toekomst van de elektriciteitsnetten en gasnetten. Stedin is druk bezig met het verzwaren van het elektriciteitsnet. Ze beginnen in 2024 met het verzwaren van de transforma¬torstations (knooppunten tussen midden spanning en laagspanning) in Nieuweland. Stedin verwacht problemen met netcongestie als alle woningen over¬schakelen naar een all-electric verwarmingsoplossing. Netcongestie houdt in dat het elektriciteitsnetwerk niet genoeg ruimte heeft om alle wijken tegelijk van stroom te voorzien, net zoals een file op de weg ontstaat als er te veel auto’s tegelijk rijden. Stedin houdt met de verzwaring rekening met het all-electric toekomstscenario (scenario met de hoogste elektriciteitsvraag). Momenteel kan Stedin geen zekerheid bieden over de beschikbare netcapaciteit voor de overgang van elke wijk naar een all-electric verwarmingsoplossing, aangezien ze niet de mogelijkheid/capaciteit hebben om alle wijken te toetsen. Door vroegtijdig met Stedin te delen waar een all-electric oplossing verwacht wordt, kunnen we samen de uitvoeringsplannen concretiseren en realiseren. Bijlage3:Verdieping toelichting warmtebronnen- en technieken Voor de gemeente Barendrecht is een warmtebronnenanalyse uitgevoerd. Door middel van een kwalitatieve analyse is onderzocht welke (rest)warmtebronnen binnen Barendrecht en de omgeving potentieel warmte beschikbaar hebben. Deze bronnen kunnen mogelijk ingezet worden om de woningvoorraad te voorzien van duurzame warmte. Naast kansrijke bronnen zijn ook verschillende niet kansrijke bronnen geïdentificeerd. Het overzicht van mogelijke warmtebronnen is weergegeven in Tabel 4 in hoofdstuk 5.
- De toelichting van de bevindingen is hieronder weergegeven. In Figuur 14 is een kaart weergegeven met twee potentiële warmtebronnen. Figuur 14: Kaart van Barendrecht met kansrijke en gemiddeld kansrijke warmtebronnen. De roodgemarkeerde gebieden zijn bedrijventerreinen. Kansrijke bronnen Warmte Koude Opslag (WKO) WKO-systemen zijn een goede optie om onze woningen mee te verwarmen vanwege de gunstige bodemgesteldheid. Een WKO wordt gecombineerd met een warmtepomp, om de warmte uit de bodem op te waarderen tot de juiste temperatuur. Wel moet er rekening gehouden worden met restrictie- aandachtsgebieden. In het Figuur 15 staan de restrictiegebieden voor WKO-systemen, dit zijn: In de roze gebieden geldt een speciaal provinciaal beleid, dit zijn de stedelijke gebieden van Barendrecht. Dit beleid verbiedt het plaatsen van open bronsystemen in het eerste watervoerende pakket. Op deze regel kan een uitzondering gemaakt worden als de gemeente in samenwerking met de provincie een zogenoemd bodemenergieplan voor het betreffende gebied heeft vastgelegd. Deze regels gelden niet voor gesloten bron systemen. Het groene gebied is een aandachtsgebied voor natuur, en bevindt zich in het buitengebied van Barendrecht (rond de Oude Maas). Hier moet getoetst worden op de aanwezigheid van kwetsbare gebieden en/of omliggende grondwaterbelangen. De aandachtsgebieden dienen meegenomen te worden bij het ontwerp, de realisatie en de aanvraag van vergunningen van een WKO-systeem. Het gele gebied is een aandachtsgebied voor aardkundige waarde. Dit zijn kwaliteiten van landschap en natuur die iets vertellen over het ontstaan van het landschap. Bij ontwerp en vergunningsaanvraag dient hier rekening mee te worden gehouden. Figuur 15: Restrictie gebieden voor WKO-systemen. Warmte uit oppervlaktewater Deze bron ligt ver van de woningen af en is daarom beperkt interessant voor onze gemeente. Wel zou deze bron gebruikt kunnen worden voor recreatiepark de Oude Maas, bedrijventerrein Achterzeedijk of Thermen Barendrecht (zie Figuur 16). In combinatie met een warmtepomp kan deze lage temperatuurbron opgewaardeerd worden tot circa 70°C. Met een aan te leggen (lokaal) warmtenet kan de warmte geleverd worden aan de woningen. Naast verwarmen kan TEO in de zomer gebruikt worden voor de koeling van gebouwen. In combinatie met WKO-systemen kan met aquathermie op wijkniveau warmte en koude geleverd worden. Vanwege de restrictiegebieden van WKO’s dient goed gekeken worden op welke locaties deze wel en niet zijn toegestaan. Figuur 16: Locaties waar mogelijk gebruik kan worden gemaakt van TEO. Warmte uit RWZI De RWZI van Barendrecht bevat restwarmte. Nader onderzoek wordt gedaan door NOVAR naar de hoeveelheid beschikbare warmte. Deze warmte kan interessant zijn voor het verduurzamen van de WKK-centrale van het warmtenet van Eneco. Mogelijk/gemiddeld kansrijke bronnen Uitbreiding warmtenet Eneco Het WKK warmtenet dat vanaf BT Vaanpark naar Gaatkensoog loopt kan mogelijk uitbreiden naar andere woningen in onze gemeente. Momenteel zijn er 678 woningen aangesloten op dit warmtenet. Dit is een warmtenet dat wordt gevoed met warmte geproduceerd door fossiele brandstoffen. Eerst richt Eneco zich op het verduurzamen van de warmtebron (een industriële cv-ketel) van het warmtenet dat er ligt, daarna kan onderzocht worden of er meer capaciteit beschikbaar is. Warmte uit biomassa In de context van kleinschalig gebruik van biomassa, voor met name de buitenge¬bieden in Barendrecht, kan het een passende oplossing zijn om lokale warmtevoor¬ziening op woningniveau te realiseren. Dit kan bijdragen aan de verduurzaming van de energievoorziening in deze gebieden, mits het gepaard gaat met een zorgvuldig beleid (flankerend beleid) dat de milieu-impact minimaliseert. Hierbij is het belangrijk dat de gebruikte biomassa voldoet aan strenge duurzaamheidscriteria om de uitstoot van CO2 en fijnstof te beperken en niet ten koste gaat van de beschikbaarheid van biomassa voor andere hoogwaardige toepassingen. Warmte uit drinkwaterleidingen Drinkwaterbedrijf Evides doet onderzoek naar TED. Door Barendrecht loopt een hoofdtransportleiding waar mogelijk warmte uit gehaald kan worden. Onderzoek van Evides is nodig om kansrijkheid van deze bron beter in te schatten. Niet kansrijke bronnen Een aantal (rest)warmtebronnen zijn onderzocht die niet kansrijk blijken. Dit gaat om de volgende bronnen: Restwarmte uit omliggend Vattenfall warmtenet Gezien de ligging aan de andere kant van de snelweg, en de daarmee hoge gemoeide kosten, heeft Vattenfall aangegeven dat uitbreiding van het warmtenet naar Barendrecht financieel niet interessant is. Daarnaast richt Vattenfall zich voorlopig op netverdichting in Rotterdam. Uitbreiding naar andere gemeenten, zoals Barendrecht, heeft geen prioriteit. Restwarmte bedrijventerreinen Uit onderzoek naar de uitkoppelingen van restwarmte vanuit bedrijventerreinen, leek BT-oost restwarmte te beschikken. Echter uit een globaal onderzoek naar de uitkoppeling van al deze units naar een centraal afnamepunt is vast komen te staan dat dit geen realistische economisch verantwoorde oplossing is. Geothermie Barendrecht heeft de intentieverklaring voor het onderzoek naar geothermische bronnen niet vernieuwd, waardoor geothermie niet verder wordt meegenomen. Restwarmte uit datacenters Er bevinden zich geen datacenters met restwarmte in Barendrecht. Warmte uit kunstgras sportvelden Een kunstgrasveld kan in de zomer warm worden. Koel water wordt in slangetjes onder het veld langs gepompt. Dit water warmt op en kan deze warmte opslaan in ondergrondse opslag (WKO). Via een warmtewisselaar kan deze warmte worden gebruikt voor de woningen (zie Figuur 17 hieronder). Deze techniek is moeilijk toe te passen aangezien kunstgrasvelden in Barendrecht nu niet worden vervangen. Figuur 17: Visualisatie warmte uit kunstgrasveld. Waterstof Waterstof is niet wenselijk voor het verwarmen van gebouwen of processen met een lage temperatuurvraag vanwege de lage efficiëntie. Zelfs als er in de toekomst veel waterstof beschikbaar is, zal het verbranden van waterstof voor verwarming van woningen ongewenst zijn. Vanuit onderzoek is de onderstaande waterstof¬ladder opgesteld (zie Figuur 18). Hierin is te zien dat waterstof wel interessant is voor zeer hoge temperatuur processen in de industrie en zwaar transport, waar warmteopwekking met elektriciteit en batterijen niet geschikt zijn. Kortom, de geringe hoeveelheid beschikbare groene waterstof zal dus eerst voor de industrie en zwaar transport worden gebruikt en zal (in eerste instantie) niet gebruikt gaan worden voor het verwarmen van gebouwen. Figuur 18: Waterstofladder Bijlage4:Afwegingskader voor voorkeursoplossingen In tabel 6 zijn de karakteristieken per buurt opgenomen. Tabel 6: Karakteristieken per buurt. In Tabel 7 is de correlatie tussen de woning- en buurtkarakteristieken en kansrijk¬heid van een warmtetechniek weergegeven. Tabel 7: Correlatie woning- en buurtkarakteristieken en kansrijkheid warmtetechniek. Voor de multi-criteria analyse zijn de voorgaande tabellen met elkaar gecombineerd door middel van een multi-criteria berekening. Zie tabel 8 voor de resultaten van de multi-criteria analyse. Als een CBS buurt de juiste karakteristieken heeft voor een specifieke warmtetechniek krijgt de warmtetechniek door middel van deze berekening een hoge score. Als een CBS buurt geen of weinig karakteristieken heeft voor een specifieke warmtetechniek krijgt de warmtetechniek door middel van deze berekening een lage score. In de laatste kolom is de warmtetechniek met de hoogste score opgenomen. Dit is de meest kansrijke warmtetechniek. Tabel 8: Resultaten multi-criteria analyse. Bijlage5:Eindgebruikerskosten en maatschappelijke kosten Tabel 9 geeft per buurt de warmtetechniek met de laagste eindgebruikerskosten en laagste maatschappelijke kosten weer. Ook is de warmtetechniek die daaropvolgend de laagste kosten heeft opgenomen in de tabel. Uit de analyse komt naar voren dat de all-electric warmtetechniek (s1a) in alle buurten de laagste eindgebruikerskosten heeft en in bijna alle buurten ook de laagste maatschappelijke kosten. Let op: hoewel de scenario’s s1a (lucht-water warmtepomp) en s1b (bodemwarmtepomp) zijn berekend voor een individuele woning, betekent dit niet dat een klein collectief systeem bij meerdere woningen niet (financieel) haalbaar is. De analyse is op buurtniveau uitgevoerd en laat zien dat de all-electric warmtechniek (s1a en s1b) een goedkopere optie is ten opzichte van een LT warmtenet (s3a, s3b en s3c) en MT warmtenet (s2a). Dit betekent dat er richting de uitvoering all-electric mogelijkheden zijn voor zowel een enkele of meerdere woningen. Afhankelijk van de specifieke situatie zal uiteindelijk bekeken worden welke all-electric variant (voor één of meerdere woningen) het best toepasbaar is. Tabel 9: Resultaten laagste eindgebruikerskosten en laagste maatschappelijke kosten. Tabel 10 licht de verschillen tussen eindgebruikerskosten en maatschappelijke kosten toe. Tabel 10: Eindgebruikerskosten versus maatschappelijke kosten. Uitgangspunten De volgende uitgangspunten zijn meegenomen: Geen scenario met energielabel D+, want de doelstelling Barendrecht is minimaal energielabel C en gemiddeld B. Geen scenario’s geothermie meegenomen, want politieke keuze om niet in mee te gaan in Barendrecht. Geen scenario’s met TEO meegenomen, want geen hoge potentie in Barendrecht. Geen scenario’s met groen gas, want geen potentie in Barendrecht. De eindgebruikerskosten zijn voor zes scenario’s (dikgedrukt) zijn doorgerekend per buurt. Financieringsvorm particulier woningeigenaar is in de berekening meegenomen als een hypothecaire lening. Subsidies worden meegerekend. Bij de huurverhogingsmethode wordt in de berekening rekening gehouden met de huurcommissie methode in plaats van de het sociaal huurakkoord. Op basis van de uitgangspunten zijn de blauw gearceerde scenario’s in Tabel 11 meegenomen in de analyse. De scenario’s s1a (lucht-water warmtepomp) en s1b (bodemwarmtepomp) zijn berekend voor een individuele woning, dit betekent niet dat een klein collectief systeem niet financieel haalbaar is. Afhankelijk van de specifieke situatie zal uiteindelijk bekeken worden welke all-electric variant (voor één of meerdere woningen) het best toepasbaar is. Tabel 11: Scenario’s warmtelevering.