Besluit bodycamsDe directie van de gemeente Zeist gelet op: de relevante bepalingen in de Algemene Verordening Gegevensbescherming en de Wet politiegegevens het bij dit besluit gevoegde protocol invoering en gebruik bodycams, definitieve versie september 2024 hetgeen is verwoord in de opgestelde rapportage ‘Data Protection Impact Assessment’(DPIA) met betrekking tot de invoering en gebruik van bodycams bij het team Toezicht en Handhaving van de gemeente Zeist overwegende dat: het, onder andere vanwege de veilige publieke taak uitoefening en in het kader van goed werkgeverschap, noodzakelijk is om medewerkers in de uitoefening van hun publieke taak (feitelijk de toezichthouders), te voorzien van bodycams; de Ondernemingsraad van de gemeente Zeist in zijn vergadering van 10 oktober 2024 positief heeft geadviseerd over het ‘Protocol invoering en gebruik bodycams’. BESLUIT: Artikel1Invoering en gebruik bodycams Over te gaan tot invoering en gebruik van bodycams door toezichthouders van het team Toezicht en Handhaving van de gemeente Zeist Artikel2Protocol Bij het dragen en in gebruik hebben van een bodycam moet voldaan worden aan het “Protocol invoering en gebruik bodycams”. Artikel3Geldigheidsduur De bodycams mogen gedragen worden zolang de als toezichthouder aangewezen medewerker in dienst is van Gemeente Zeist of door gemeente Zeist wordt ingehuurd. Artikel4Inwerkingtreding De bodycams mogen gedragen worden en in werking zijn vanaf 1 december 2024. 11 november 2024Burgemeester en wethouders gemeente Zeist, Namens deze,Chava BeijkDirecteurBijlage1Protocol invoering en gebruik bodycams Team Toezicht en Handhaving Gemeente Zeist 1. Aanleiding In de (strafrechtelijke) handhaving van de lokale veiligheid, leefbaarheid en de naleving van (specialistische) regels, is een belangrijke rol weggelegd voor toezichthouders en buitengewoon opsporingsambtenaren (hierna: boa’s). Bij de gemeente Zeist zijn alle boa’s (strafrechtelijk) ook toezichthouder (bestuursrechtelijk). Niet alle toezichthouders zijn ook boa. Denk bijvoorbeeld aan de toezichthouders van bouw- en woningtoezicht. In dit protocol wordt gesproken over toezichthouders/boa’s. Dit is van belang, omdat boa’s ook een groot deel van hun tijd werkzaam zijn als toezichthouder. Op dat moment zijn ze met bestuursrechtelijk toezicht bezig en niet strafrechtelijk. Zodoende is dit protocol op beide functies van toepassing. In de praktijk zal echter worden gestart met het voorzien van bodycams voor de boa’s. Voor zowel hun taakuitoefening als boa als toezichthouder. Mogelijk dat andere toezichthouders, niet zijnde boa, op een later moment ook hiermee kunnen/zullen worden uitgerust. Dat kan ook incidenteel gebeuren. De toezichthouder/boa die opereert in de openbare ruimte heeft een breed pakket aan bevoegdheden bij het uitvoeren van de publiekrechtelijke taak van de gemeente Zeist, onder meer gericht op de aanpak van overlast en andere feiten die de leefbaarheid aantasten binnen de openbare ruimte. De toezichthouders/boa’s hebben tijdens de uitvoering van hun werk veel persoonlijk contact met personen en lopen een verhoogd risico om tijdens hun werk te maken te krijgen met incidenten, variërend van verbaal geweld tot fysiek geweld. De werkgever heeft de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat medewerkers in het algemeen en medewerkers die een verhoogd risico lopen om te maken te krijgen met agressie/fysiek geweld in het bijzonder, hun werk veilig kunnen uitvoeren (Veilige publieke taak) en daar de maatregelen voor te nemen/middelen voor beschikbaar te stellen die aan deze veiligheid bijdragen. Hoewel het aantal ernstige incidenten in de gemeente Zeist tot op heden gelukkig beperkt is, is er wel sprake van een verharding van de samenleving en een steeds verder toenemende kans op vormen van agressie jegens onze toezichthouders/boa’s. Toezichthouders/boa’s die juist iedere dag aan het werk zijn om te zorgen voor de veiligheid en leefbaarheid voor de inwoners en bezoekers van onze gemeente. De afgelopen jaren is al geïnvesteerd in verdere professionalisering van onze toezichthouders/boa’s. O.a. door uitbreiding van het aantal portofoons, steek- en kogelwerende vesten en goed uitgeruste voertuigen. Toch is er de nadrukkelijke behoefte om verdere middelen in te zetten die bijdragen aan de veilige uitoefening van de publieke taken van de toezichthouders/boa’s. De inzet van bodycams is hier één van. Uit pilots, onderzoeken en ervaringen van toezichthouders/boa’s elders in Nederland die inmiddels met de bodycam werkzaam zijn, blijkt dat het dragen van een bodycam leidt tot de afname van (verbale) agressie en geweld tegen de handhavers en hun veiligheidsgevoel vergroot. Een bodycam is een draagbare camera die op of aan het lichaam wordt bevestigd. De bodycam kan ook worden bevestigd op het stuur van een fiets, motor, of als dashcam in de auto en kan zowel videobeelden als audio registreren en opslaan. Het filmen met een bodycam is feitelijk een observatie met behulp van een technisch middel: een vorm van versterkte waarneming. De camera registreert datgene waarop hij gericht is; normaliter gebeurtenissen die de toezichthouder/boa zelf meemaakt, ziet en/of hoort. Waar gesproken wordt over beelden, worden ook geluidsopnamen en meta data (GPS, dag, tijd en uniek nummer) bedoeld. De bodycam registreert namelijk beeld, geluid en die meta data. In dit protocol wordt onder meer omschreven hoe de bodycam wordt gebruikt, onder welke omstandigheden er mag worden gefilmd, hoe (lang) beelden worden opgeslagen, wat er wel en niet gebeurt met de beelden die worden gemaakt en op welke wijze de beelden kunnen worden gebruikt en/of opgevraagd. 2. Doelstelling Het primaire doel van de inzet van de bodycam is de-escalatie van een bedreigende situatie ten behoeve van het vergroten van de veiligheid en het veiligheidsgevoel van de toezichthouders/boa’s. Een nevendoel is het kunnen voorzien in (meer) bewijsmateriaal in het geval van een situatie waarin escalatie heeft plaatsgevonden en waarbij het veiligheidsgevoel van de toezichthouder/boa in het geding is (geweest). In een opsporingsonderzoek kunnen en mogen dergelijke beelden op vordering door de politie en het Openbaar Ministerie (hierna: OM) gebruikt worden. Daarnaast kunnen de beelden de toezichthouders/boa's helpen om het eigen optreden te evalueren na een incident. De beelden zijn nadrukkelijk niet bedoeld voor het beoordelen van het functioneren van de toezichthouder/boa. 3. Juridisch kader De gemeente Zeist mag als goed werkgever op grond van een gerechtvaardigd belang persoonsgegevens verwerken om haar werknemers een veilige werkplek te bieden. Op het gebruik van de bodycam en het verwerken van de gegevens is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (hierna: AVG) van toepassing. Met name art. 6, lid 1 sub f is relevant: De verwerking is noodzakelijk voor de behartiging van de gerechtvaardigde belangen van de verwerkingsverantwoordelijke of van een derde, behalve wanneer de belangen of de grondrechten en de fundamentele vrijheden van de betrokkene die tot bescherming van persoonsgegevens nopen, zwaarder wegen dan die belangen, met name wanneer de betrokkene een kind is. De bepalingen uit de "beleidsregels cameratoezicht" van de Autoriteit Persoonsgegevens zijn eveneens van toepassing. Dit protocol met werkinstructie aangaande het uitlezen en inzien van beelden, voldoet aan de voorgenoemde wet- en regelgeving. Zodra de beelden gebruikt worden voor de bewijsvoering in een aangifte, vallen de beelden na ontvangst daarvan door de Officier van Justitie (OvJ) onder de Wet politiegegevens (Wpg). Tot slot zijn, vanuit het perspectief van de toezichthouder/boa, artikel 27 lid 1d (inzake arbeidsomstandigheden) en lid 1l (inzake voorzieningen voor waarneming van of controle op aanwezigheid, gedrag of prestaties) van de Wet op de Ondernemingsraden (hierna: WOR) relevant. Door middel van dit protocol zijn maatregelen genomen betreffende voorgenoemde bepalingen. 3.1 Gerechtvaardigd belang De SK heeft een gerechtvaardigd belang om de veiligheid van de toezichthouders/boa’s van de SK te waarborgen en te verbeteren. Het dragen van een bodycam kan hieraan een belangrijke bijdrage leveren. Na succesvolle pilots zijn inmiddels diverse gemeenten overgestapt op het gebruik van bodycams door toezichthouders/boa’s. Landelijk is inmiddels geconcludeerd dat het dragen van een bodycam een positieve invloed heeft op het veiligheidsgevoel van de toezichthouder/boa en dat dit tevens een bijdrage levert aan het voorkomen en eventueel dé-escaleren van ongewenst gedrag jegens de toezichthouder/boa. 3.2 Noodzakelijkheid Een belangrijk vereiste voor een rechtmatige verwerking van persoonsgegevens door middel van cameratoezicht betreft de noodzakelijkheid van de verwerking. Hierbij spelen de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit een belangrijke rol. Proportionaliteit Het proportionaliteitsbeginsel houdt in dat de inbreuken op de belangen van de betrokkenen niet onevenredig mogen zijn in verhouding tot het met de verwerking te dienen doel. Aan dit beginsel kan worden voldaan als de bodycam pas wordt geactiveerd op basis van inschatting of verwachting van de handhaver dat dit voor zijn/haar veiligheid noodzakelijk is (dataminimalisatie). De onderbouwing dient te allen tijde te zijn gebaseerd op de eigen veiligheid van de betreffende handhaver. Voorts is het van belang dat het voor betrokkenen duidelijk moet zijn dat er beelden worden opgenomen. Daartoe zal bij het starten van de opnamen door de toezichthouder/boa met luide stem of andere niet mis te verstane wijze kenbaar worden gemaakt dat er opnamen zullen worden gemaakt. De bodycams worden pas aangezet wanneer de toezichthouders/boa's in situaties terechtkomen die dreigen te escaleren. Het voldoen aan de proportionaliteitseis is een verantwoordelijkheid van de toezichthouder/boa en valt daarmee onder zijn of haar discretionaire bevoegdheid. De beelden worden, onder andere op grond van artikel 6 lid 4 AVG, niet gebruikt voor andere doelen dan in dit protocol beschreven. De beelden worden op een zelfstandige, met wachtwoord beveiligde, niet op een netwerk aangesloten en in een afgesloten kast staande, laptop ingelezen en kunnen niet zomaar worden uitgelezen. Hiervoor is in dit protocol een instructie opgenomen, waarin onder meer wordt vermeld dat de beelden slechts na toestemming van de teammanager/teamleider Toezicht en Handhaving van de gemeente Zeist door een selecte groep, die is benoemd in het uitleesprotocol, kunnen worden uitgelezen. De beelden mogen op geen enkele wijze worden verspreid. Door de strikte voorwaarden die gesteld worden aan het gebruik van de bodycams, wordt voldaan aan het vereiste van proportionaliteit. De stand-alone laptop en de software voor het uitlezen van de camerabeelden worden op regelmatige basis gecontroleerd op updates en indien aanwezig worden deze uitgevoerd. Subsidiariteit Het subsidiariteitsbeginsel houdt in dat het doel waarvoor de persoonsgegevens worden verwerkt niet op een andere, voor de betrokkenen minder nadelige, wijze kan worden verwerkelijkt. Concreet betekent dit, dat het gebruik van bodycams ter beveiliging van personen en goederen slechts mag worden ingezet indien er ook andere beveiligingsmaatregelen zijn getroffen. Minder vergaande maatregelen dienen onvoldoende effectief te zijn en deze maatregelen kunnen redelijkerwijs niet worden uitgebreid. In dit kader moet worden opgemerkt dat toezichthouders/boa’s tijdens avond- en weekenddiensten altijd in koppels van twee hun taak uitoefenen. Voorts hebben zij de beschikking over een portofoon met een directe verbinding met de meldkamer van de politie. Deze maatregelen en middelen sluiten verdere escalatie niet uit. Voorts heeft de veiligheid van de toezichthouder/boa voortdurend bijzondere aandacht. Daartoe worden maatregelen getroffen. Alle boa’s hebben de cursus RTGB (Regeling Toetsing Geweldbeheersing) gevolg of volgen deze. De huidige uitrusting (kogel-/steekwerende vesten en portofoons) van de boa behelst tot op heden geen vergelijkbaar middel dat kan worden ingezet in escalerende situaties om de in de inleiding gestelde doelen te bereiken. Verder is de noodzaak van de gegevensverwerking aanwezig gedurende het gehele verwerkingsproces en dus niet slechts op het moment dat de verwerking aanvangt. Dit betekent dat de toezichthouder zich er regelmatig van vergewist of het cameratoezicht nog steeds noodzakelijk is. Wat ‘regelmatig’ is, is afhankelijk van de omstandigheden van het concrete geval. Gelet op het bovenstaande wordt geconcludeerd dat onder deze voorwaarden is voldaan aan het beginsel van subsidiariteit. 3.3 Waarborg privacy van geobserveerde Ter waarborging van de privacy van de betrokkenen zijn in hoofdstuk 4 werkinstructies met betrekking tot het gebruik van de bodycam opgesteld en worden er in hoofdstuk 5 regels gesteld met betrekking tot het opslaan/bewaren en uitlezen van het beeldmateriaal. De bodycam wordt duidelijk herkenbaar gedragen. In de lijn van het Vrijstellingsbesluit Wet bescherming persoonsgegevens (Wpb) dient te worden vastgelegd hoe lang de gegevens mogen worden verwerkt en bewaard en wanneer ze moeten worden vernietigd. Mocht er naar aanleiding van een incident een uitleesverzoek komen, dan wordt dit gedaan volgens het opgestelde uitleesprotocol. Denk hierbij aan (ernstige) incidenten waarvan de toezichthouder/boa aangifte doet bij de politie. Indien er vanuit politie/justitie een uitleesverzoek komt, worden de beelden ter beschikking gesteld. Een burger kan een uitleesverzoek schriftelijk aanvragen. Hierbij gelden de voorwaarden dat de verzoeker een aantoonbaar belang heeft bij inzage van de beelden en dat het niet in strijd is met de bepalingen zoals opgenomen in de AVG. Er zal in het kader van de publieksvoorlichting een privacy-statement worden geplaatst op de gemeentelijke website. Op relevante plaatsen of in gesprek met de burger kan de gemeente daarnaar verwijzen om onnodige onrust te voorkomen en transparant te maken wanneer burgers de inzet van dit middel, de bodycam, kunnen verwachten. 3.4 Bijzondere persoonsgegevens De AVG noemt in artikel 9 persoonsgegevens die als bijzonder moeten worden aangemerkt. Het betreft onder andere de gegevens over iemand godsdienst of levensovertuiging, ras, politieke gezindheid, gezondheid of seksuele leven. Als hoofdregel geldt dat de verwerking van bijzondere persoonsgegevens niet is toegestaan. Op camerabeelden van personen zijn de fysieke kenmerken van die personen zichtbaar. Zo is bijvoorbeeld zichtbaar of iemand een bril draagt (zegt iets over visuele gezondheid) of een hoofddoek (wat iets kan zeggen over de godsdienstige overtuiging). De Autoriteit Persoonsgegevens beschouwt de camerabeelden van een persoon, ook om opportuniteitsredenen, niet als bijzonder persoonsgegeven, als: het doeleinde van de verwerking niet gericht is op het verwerken van een bijzonder persoonsgegeven dan wel op het onderscheid maken op grond van een bijzonder persoonsgegeven; het voor de verantwoordelijke redelijkerwijs niet voorzienbaar is dat de verwerking zal leiden tot het maken van een onderscheid op grond van een bijzonder persoonsgegeven; de verwerking van die bijzondere persoonsgegevens onvermijdelijk is bij die verwerking. Indien de verwerking van de camerabeelden echter identificatie tot doel heeft, worden deze wel als ras-gegeven aangemerkt. Omdat deze gegevensverwerking een hoog privacy risico oplevert voor de betrokkenen zijn vooraf de privacy risico’s van de gegevensverwerking in kaart gebracht door middel van het uitvoeren van een Data Protection Impact Assessment (DPIA). Deze is in september 2024 gereed gekomen en maakt onderdeel uit van de stukken bij het directeursbesluit tot ingebruikname van de bodycams. 3.5 Verwerking en uitzonderingsgronden Onder verwerking van persoonsgegevens valt ook het doorzenden, verspreiden, ter beschikking stellen en het in verband brengen van gegevens (artikel 4 AVG). Uit de AVG vloeit voort dat het niet is toegestaan om persoonsgegevens verder te verwerken op een wijze die onverenigbaar is met de doelen waarvoor de gegevens zijn verkregen. Bij de beoordeling of een verwerking onverenigbaar is als bedoeld, wordt in ieder geval rekening gehouden met: a. De verwantschap tussen het doel van de beoogde verwerking en het doel waarvoor de gegevens zijn verkregen; b. de aard van de betreffende gegevens; c. de gevolgen van de beoogde verwerking voor de betrokkene; d. de wijze waarop de gegevens zijn verkregen en de mate waarin jegens de betrokkene wordt voorzien in passende waarborgen. De Wet open overheid (Woo) geeft een aantal absolute en relatieve uitzonderingsgronden op de plicht tot informatieverstrekking voor het bestuursorgaan. In het geval van een absolute uitzonderingsgrond (artikel 5, lid 1 Woo) behoeft het belang van de informatieverschaffing niet te worden afgewogen tegen het belang van het niet verschaffen van de informatie. Als de absolute uitzonderingsgrond zich voordoet, moet de informatie worden geweigerd. Denk hierbij aan gevallen die: Betrekking hebben op contacten tussen de Koning en de ministers. In vaktaal zegt men dan dat het verzoek om informatie 'de eenheid van de Koning en Ministers in gevaar zou kunnen brengen'. De veiligheid van de Staat zou kunnen schaden. Dit is het geval bij informatie van de Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst (AIVD). Betrekking hebben op vertrouwelijke bedrijfs- en fabricagegegevens die door personen of bedrijven aan de overheid zijn meegedeeld. Betrekking hebben op gevoelige persoonsgegevens. In het geval van een relatieve weigeringsgrond (artikel 5.1, lid 2 Woo) dient een afweging te worden gemaakt tussen enerzijds het algemene belang van de openbaarheid van gegevens en anderzijds een van de hieronder genoemde bijzondere belangen: De betrekkingen van Nederland met andere landen en staten en met internationale organisaties. De economische of financiële belangen van de Staat, andere publiekrechtelijke lichamen of bestuursorganen, in geval van milieu-informatie slechts voor zover de informatie betrekking heeft op handelingen met een vertrouwelijk karakter. De opsporing en vervolging van strafbare feiten. De inspectie, controle en toezicht door bestuursorganen. De eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. De bescherming van andere dan in het eerste lid, onderdeel c, genoemde concurrentiegevoelige bedrijfs- en fabricagegegevens. De bescherming van het milieu waarop deze informatie betrekking heeft. De beveiliging van personen en bedrijven en het voorkomen van sabotage. Het goed functioneren van de Staat, andere publiekrechtelijke lichamen of bestuursorganen. Als de SK van mening is dat in het specifieke geval het bijzondere belang zwaarder weegt, dan zal de gevraagde informatie niet verstrekt worden. 4. Werkinstructies gebruik bodycam Bij het in gebruik nemen van de bodycam, worden de volgende gebruiksregels gehanteerd: 4.1 Basis De bodycams werken in een specifiek daarvoor ingericht systeem, dat slechts door een beperkt aantal daartoe geautoriseerde personen toegankelijk is. Dit systeem maakt opslag en verwerking van de beelden mogelijk. Iedere handeling die met een bodycam verricht wordt, wordt hierin gelogd. Inzet en gebruik geschiedt op basis van vrijwilligheid. Niemand kan verplicht worden om een bodycam te dragen. Het serienummer van de bodycam wordt in de uitleververklaring vermeld en de toezichthouder/boa tekent voor ontvangst. Uitgifte 1. Bij aanvang dienst haalt de toezichthouder/boa zijn/haar bodycam uit het docking station. 2. De toezichthouder/boa controleert of de batterij is opgeladen en of de bodycam functioneert. 3. Een defect of andere bijzonderheden wordt direct aan de teammanager/teamleider Toezicht en Handhaving of diens vervanger gemeld. 4.2 Inzet De bodycam wordt in stand-by modus gedragen en staat niet continu aan. De bodycam heeft echter wel een pre-recordingfunctie. De bodycam wordt ingeschakeld als de toezichthouder/boa dit noodzakelijk acht, er sprake is van een risico op escalatie en dit niet kan worden opgeheven door de inzet van andere middelen die de toezichthouder/boa ter beschikking staan. In de praktijk betekent dit dat de toezichthouder/boa zelf besluit wanneer de bodycam aan dan wel uit gaat. Dit besluit neemt hij of zij na een inschatting van het effect op het gedrag van de betrokkene of het publiek en dan gelden de volgende uitgangspunten: 1. Op het moment dat de toezichthouder/boa dit nodig acht, wordt de knop ingedrukt die een opname start. De bodycam staat continu stand-by en registreert beeld en geluid. Dit heet pre-recorden. De bodycam maakt constant opnames die telkens na 120 seconden worden overschreven. Wanneer de opnameknop wordt ingedrukt, zijn de daar aan vooraf gaande 120 seconden ook vastgelegd. 2. Bij opname van individuen wordt, indien mogelijk, door de toezichthouder/boa vooraf gemeld (met een luide stem) dat er opnamen gemaakt gaan worden. Indien waarschuwing vooraf niet mogelijk is, omdat er door de toezichthouder/boa direct gehandeld moet worden, wordt de bodycam direct aangezet. In dat geval wordt, indien mogelijk, het gebruik van de bodycam achteraf aan de betrokkene(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.