Verordening op de heffing en de invordering van forensenbelasting Castricum 2025De raad van de gemeente Castricum: gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 17 september 2024; gezien het advies van de commissie van 10 oktober 2024; gelet op het bepaalde in artikel 223 van de Gemeentewet; b e s l u i t: vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van forensenbelasting Castricum 2025 Artikel1Definities In deze verordening wordt verstaan onder: woning: een gemeubileerde woning als bedoeld in artikel 223 van de Gemeentewet. Artikel2Belastbaar feit en belastingplicht 1.Onder de naam 'forensenbelasting' wordt een directe belasting geheven van de natuurlijke personen, die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden. 2.Of iemand in de gemeente hoofdverblijf heeft, wordt naar de omstandigheden beoordeeld. Artikel3Vrijstellingen Niet belastingplichtig is degene die: ter tijdelijke waarneming van een openbare betrekking of ter bijwoning van de vergaderingen van een vertegenwoordigend openbaar lichaam, waarvan hij het lidmaatschap bekleedt, dan wel ingevolge last of bevel van de overheid, buiten de gemeente van zijn hoofdverblijf vertoeft; Artikel4Maatstaf van heffing 1.De belasting wordt geheven naar de heffingsmaatstaf voor de onroerende- zaakbelastingen zoals die voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt, voor het tijdvak waarbinnen het belastingjaar valt, is vastgesteld. 2.In afwijking van het eerste lid wordt de belasting geheven naar de waarde, indien de heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt voor het belastingjaar is vastgesteld met toepassing van artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken. 3.In geval geen heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen is vastgesteld, wordt de belasting geheven naar de waarde. 4.De vaststelling van de waarde bedoeld in het tweede en derde lid geschiedt overeenkomstig de artikelen220 tot en met 220d van de Gemeentewet, met dien verstande dat daarbij artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken niet wordt toegepast. Artikel5Belastingtarief 1.Bij een heffingsmaatstaf als bedoeld in artikel 4 of bij een waarde van € 63.000 of minder, bedraagt de belasting € 255,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.