← Nederland

Legesverordening Gelderland 2025 (Gelderland)

Legesverordening Gelderland 2025Provinciale Staten van Gelderland Gelezen het voorstel tot het vaststellen van de Legesverordening Gelderland 2025 van 24 september 2024; Gelet op de artikelen 220, 220

a, 223, eerste lid, onder b, en 225 van de Provinciewet en artikel 13.1a van de Omgevingswet; Besluiten De volgende regeling vast te stellen: LEGESVERORDENING GELDERLAND 2025 Artikel1Belastbaar feit Onder de naam leges worden rechten geheven: voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een besluit; en ter zake van het genot van een door of vanwege het provinciebestuur verstrekte dienst. Artikel2Belastingplicht Belastingplichtig is de aanvrager of degene voor wie een aanvraag is gedaan of ten behoeve van wie een dienst wordt verstrekt. Artikel3Heffingsmaatstaf en tarief 1.De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2.Als het tarief of het verschuldigde bedrag is gebaseerd op een begroting van de kosten, wordt: die begroting van de kosten voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld; de aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. Artikel4Heffingswijze 1.De leges worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke of digitale kennisgeving van het gevorderde bedrag, waaronder mede wordt verstaan een nota of factuur. 2.Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van een schriftelijke kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel5Betalingstermijn In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 worden leges betaald binnen 30 dagen na dagtekening van de kennisgeving, bedoeld in artikel

  1. Artikel6Inwerkingtreding, overgangsrecht en citeertitel 1.Deze verordening treedt in werking op 1 januari
  2. 2.De datum van ingang van de heffing is 1 januari
  3. 3.De Legesverordening Gelderland 2024 (PS2023-1003-III van 8 november 2023) wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2025, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich vóór die datum hebben voorgedaan. 4.Deze verordening wordt aangehaald als Legesverordening Gelderland
  4. Provinciale Staten van Gelderlandvoorzitter griffierPlvTARIEVENTABEL LEGESVERORDENING GELDERLAND 2025 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Algemeen Paragraaf 1.1 Algemene bepalingen Paragraaf 1.2 Tariefverhogende en tariefverlagende maatstaven Paragraaf 1.3 Overige besluiten Hoofdstuk 2 Water Hoofdstuk 3 Provinciale wegen Hoofdstuk 4 Luchtvaart Hoofdstuk 5 Natuur Hoofdstuk 6 Bouw- en andere activiteiten Hoofdstuk 7 Milieu Hoofdstuk 8 Overige activiteiten fysieke leefomgeving Hoofdstuk 9 Informatie Wet open overheid Artikelsgewijze toelichting bij de Legesverordening Gelderland 2025 Artikelsgewijze toelichting bij de tarieventabel Legesverordening Gelderland 2025 Hoofdstuk 1 Algemeen Paragraaf 1.1Algemene bepalingen Artikel 1.1 Begripsbepalingen Op deze tarieventabel zijn de begripsbepalingen van toepassing uit de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet, van het Besluit activiteiten leefomgeving en van de Omgevingsverordening Gelderland. Artikel 1.2 Bepalen tarief Per activiteit of andere grondslag, genoemd in deze tarieventabel, kan een legesbedrag worden gevorderd. De tarieven die volgen uit de toepassing van deze tarieventabel gelden onverminderd van elkaar. Bij een meervoudige aanvraag worden de tarieven voor elke afzonderlijke activiteit bij elkaar opgeteld. Artikel 1.3 Vergunningsvoorschrift in plaats van maatwerkvoorschrift De in deze Tarieventabel aangegeven tarieven zijn van overeenkomstige toepassing als ingevolge artikel 4.5, derde lid, van de Omgevingswet in verbinding met het Besluit activiteiten leefomgeving op grondslag van de aanvraag geen maatwerkvoorschrift wordt gesteld, maar een voorschrift aan een omgevingsvergunning wordt verbonden. Artikel 1.4 Advies met instemming omgevingsvergunning Als een aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet betrekking heeft op een activiteit waarvoor de beslissing op de aanvraag door een ander bestuursorgaan advies met instemming behoeft van Gedeputeerde Staten, brengen Gedeputeerde Staten hiervoor kosten in rekening. De kosten van een advies met instemming bedragen het tarief of verschuldigde bedrag dat van toepassing zou zijn op een enkelvoudige aanvraag voor een omgevingsvergunning voor diezelfde activiteit. Bij een magneetactiviteit wordt het tarief verhoogd met de kosten voor een advies met instemming, die door een ander bestuursorgaan bij Gedeputeerde Staten in rekening worden gebracht. Artikel 1.5 Legestarief gelijkwaardige maatregel Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen bedraagt € 2.
  5. Geen leges zijn verschuldigd als de aanvraag voor toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen deel uitmaakt van de aanvraag om een nieuwe omgevingsvergunning. Paragraaf 1.2 Tariefverhogende en tariefverlagende maatstaven Artikel 1.6 Vermindering van leges en lager tarief De leges worden ambtshalve of op verzoek met 50% verminderd als de aanvraag: door de belastingplichtige wordt ingetrokken, voordat een besluit op de aanvraag is genomen, dan wel een ontwerp van het besluit ter inzage is gelegd; onherroepelijk is geweigerd; of met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht buiten behandeling wordt gelaten. Voor een aanvraag om wijziging van de voorschriften van een verleende omgevingsvergunning, inclusief een wijziging zonder significante milieueffecten van een maatwerkvoorschrift of van een ontheffing, geldt een tarief van: 30% van het in de tarieventabel aangegeven tarief; 60% van het tarief dat geldt voor een aanvraag waarop afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Geen leges zijn verschuldigd voor een aanvraag om volledige intrekking van een omgevingsvergunning, maatwerkvoorschrift of ontheffing. Geen leges zijn verschuldigd voor een intrekking op verzoek van de provincie. Artikel 1.7 Overige activiteiten waarvoor Gedeputeerde Staten bevoegd gezag zijn Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1 van de Omgevingswet voor een andere activiteit dan bedoeld in deze tarieventabel geldt het tarief dat is bepaald in de legesverordening van de gemeente of het waterschap, waar die activiteit zal worden verricht. Artikel 1.8 Reguliere of uitgebreide voorbereidingsprocedure De tarieven in deze tarieventabel gelden voor een aanvraag waarop de reguliere voorbereidingsprocedure van toepassing is. Voor een aanvraag waarop afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is, geldt een toeslag van € 2.
  6. Artikel 1.9 Milieueffectbeoordeling en milieueffectrapportage Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een plan, programma of project wordt verhoogd met de kosten voor een milieueffectbeoordeling, een milieueffectrapportage of een advies reikwijdte en detailniveau als bedoeld in afdeling 16.4 van de Omgevingswet: in geval van een milieueffectbeoordeling: € 8.813; in geval van een milieueffectrapport: het bedrag dat de Commissie voor de milieueffectrapportage aan Gedeputeerde Staten in rekening brengt op grond van de door de minister van Infrastructuur en Waterstaat goedgekeurde tariefstelling, blijkend uit een begroting; in geval van een provinciaal advies over de reikwijdte en het detailniveau van de informatie voor het milieueffectrapport: € 4.
  7. Artikel 1.10 Coördinatieregeling Als de aanvrager verzoekt om toepassing van de coördinatieregeling, bedoeld in artikel 16.7 van de Omgevingswet in verbinding met afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht, geldt een toeslag van € 27.
  8. Als de aanvrager verzoekt om toepassing van een koepelconcept of coördinatiebesluit als bedoeld in artikel 16.8 van de Omgevingswet in verbinding met afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht, geldt een toeslag van € 38.
  9. Paragraaf 1.3 Overige besluiten Artikel 1.11 Projectbesluit Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een projectbesluit wordt vastgesteld in een door of namens Gedeputeerde Staten opgestelde begroting van de kosten van: het vooroverleg; de vaststelling van het projectbesluit, bedoeld in afdeling 5.2 van de Omgevingswet, inclusief de projectbesluitprocedure, bedoeld de paragrafen 16.6.1 en 16.6.2 van de Omgevingswet. Als volgend op het vooroverleg binnen een jaar de aanvraag voor hetzelfde project geheel of gedeeltelijk wordt gewijzigd, kan op verzoek van de aanvrager of ambtshalve de begroting worden aangepast. Artikel 3, tweede lid, van de legesverordening is van overeenkomstige toepassing. Het op basis van de eerdere begroting betaalde bedrag wordt verrekend met de conform de gewijzigde begroting verschuldigde leges. Hoofdstuk 2 Water Artikel 2.1 Wateronttrekkingsactiviteit Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een wateronttrekkingsactiviteit bedraagt: Het onttrekken van grondwater of het infiltreren van water ter aanvulling van het grondwater in samenhang met dat onttrekken: Tarief voor een bodemenergiesysteem € 2.448 voor industriële toepassingen bij een hoeveelheid water meer dan 150.000 m3 per jaar € 10.571 voor de openbare drinkwatervoorziening € 10.571 Artikel 2.2 Grondwaterbedreigende activiteit Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een grondwaterbedreigende activiteit als bedoeld in de artikelen 4.18 of 4.34b van de Omgevingsverordening Gelderland bedraagt € 1.
  10. Artikel 2.3 Maatwerkvoorschrift Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een maatwerkvoorschrift bedraagt: Tarief voor het bieden van gelegenheid tot zwemmen of baden in een badwaterbassin als bedoeld in artikel 15.7 van het Besluit activiteiten leefomgeving € 1.335 over het aanleggen en het gebruiken van een open bodemenergiesysteem € 1.891 over een grondwaterbedreigende activiteit € 1.891 over een andere activiteit als bedoeld in dit hoofdstuk € 1.891 Hoofdstuk 3 Provinciale wegen Artikel 3.1 Wegenverkeerswet Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een ontheffing voor het gebruik van de provinciale weg bedraagt: Tarief voor het houden van een wedstrijd met voertuigen € 234 om met een motorrijtuig met beperkte snelheid, een mobiele machine respectievelijk een land- of bosbouwtrekker op de provinciale weg te rijden € 234 in strijd met de verkeersregels € 234 Artikel 3.2 Beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een provinciale weg Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een provinciale weg bedraagt €
  11. Artikel 3.3 Vermindering van leges Voor dit hoofdstuk zijn geen leges verschuldigd voor een aanvraag die wordt ingediend: voor een activiteit die plaatsvindt op culturele of ideële, niet-commerciële basis; door een instelling die zich blijkens haar statuten de uitoefening ten doel stelt van activiteiten van maatschappelijke, sociale of culturele aard, waarbij de activiteiten in hoofdzaak worden verricht door vrijwilligers, of een andere culturele, ideële of niet-commerciële instelling; voor een door de provincie Gelderland gesubsidieerd project; voor een in opdracht of ten behoeve van de provincie Gelderland uit te voeren werk of project of een andere activiteit ten behoeve van de openbare dienst; een activiteit die worden uitgeoefend in het kader van een recht van beweiding. Hoofdstuk 4 Luchtvaart Artikel 4.1 Wet luchtvaart Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag bedraagt: Tarief voor een luchthavenbesluit als bedoeld in afdeling 8.3.2 van de Wet luchtvaart € 6.676 voor een luchthavenregeling als bedoeld in afdeling 8.3.3 van de Wet luchtvaart € 6.676 Geen leges zijn verschuldigd voor de omzetting van een op grond van artikel 14 van de Luchtvaartwet (oud) verleende ontheffing in een luchthavenbesluit of luchthavenregeling. Artikel 4.2 Ontheffing voor Tijdelijk en Uitzonderlijk Gebruik (TUG-ontheffing) Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een ontheffing van het verbod om met een luchtvaartuig op te stijgen of te landen, anders dan van of op een luchthaven bedraagt: Tarief voor een één- of meerjarige niet locatie-gebonden ontheffing € 779 voor een meerjarige locatie-gebonden ontheffing € 779 voor een eenmalige stijging of landing op dezelfde dag € 173 voor een eenmalige locatie-gebonden ontheffing voor meerdere stijgingen of landingen op één of meerdere dagen € 367 Als bij de aanvraag om een TUG-ontheffing een positief advies van de burgemeester wordt overgelegd bedraagt het tarief: voor een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, onder b € 367 voor een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, onder d € 173 Artikel 4.3 Beperkingengebied activiteit met betrekking tot een burgerluchthaven Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een beperkingengebied activiteit met betrekking tot een burgerluchthaven van regionale betekenis bedraagt € 2.
  12. Artikel 4.4 Maatwerkvoorschrift Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een maatwerkvoorschrift dat betrekking heeft op een op een beperkingengebied-activiteit met betrekking tot een burgerluchthaven van regionale betekenis bedraagt € 2.
  13. Hoofdstuk 5 Natuur Artikel 5.1 Natura 2000-activiteit Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit bedraagt: Tarief een project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied als het project uitsluitend stikstof-gerelateerd is € 1.550 als het project niet uitsluitend stikstof-gerelateerd is € 5.564 het legaliseren van een PAS-melding door omzetting naar een omgevingsvergunning € 0 een project waarop de ADC-toets van toepassing is € 9.458 Artikel 5.2 Flora- en fauna-activiteit Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit bedraagt: Aangewezen vergunningplichtige gevallen in de paragrafen 11.2.2 tot en met 11.2.5 van het Besluit activiteiten leefomgeving Tarief flora- en fauna-activiteit artikel schadelijke handelingen soorten vogelrichtlijn 11.37 commercieel bezit soorten vogelrichtlijn 11.38 niet-commercieel bezit soorten vogelrichtlijn 11.39 wijze vangen of doden soorten vogelrichtlijn 11.40 schadelijke handeling soorten habitatrichtlijn 11.46 bezit soorten habitatrichtlijn 11.47 schadelijke handelingen andere soorten 11.54 bijvoeren van specifieke soorten 11.60 uitzetten van dieren of eieren van dieren 11.61 door een niet-commerciële aanvrager € 779 door een commerciële aanvrager € 1.558 conform de “Handreiking generieke omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteiten” voor woningcorporaties en projectontwikkelaars € 4.896 voor een aanvraag op basis van een Soort Managementplan € 7.344 Geen leges zijn verschuldigd voor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit die wordt ingediend door: de Faunabeheereenheid Gelderland in het kader van planmatig beheer van een door Gedeputeerde Staten goedgekeurd plan inzake faunabeheer of wildbeheer; een instelling die zich blijkens haar statuten de uitoefening ten doel stelt van activiteiten van maatschappelijke, sociale of culturele aard, waarbij de activiteiten in hoofdzaak worden verricht door vrijwilligers, of een andere culturele, ideële of niet-commerciële instelling. Artikel 5.3 Tegemoetkoming schade door in het wild levende dieren Het tarief voor het in behandeling nemen van een verzoek voor een tegemoetkoming in schade aangericht door in het wild levende dieren bedraagt €
  14. Binnen 30 dagen na toekenning van de tegemoetkoming door BIJ12 namens Gedeputeerde Staten worden de leges ambtshalve verminderd met 100%, als: de schade meer dan € 250 bedraagt; de schade is aangericht door ganzen in een ganzenrustgebied als bedoeld in paragraaf 5.2.3 van de Omgevingsverordening Gelderland; of de schade is aangericht door bevers, dassen, lynxen, otters, wilde katten of wolven. Artikel 5.4 Maatwerkvoorschrift Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een maatwerkvoorschrift bedraagt: Tarief over de termijn voor de herplantplicht € 500 over een uitzondering voor de herplantplicht € 779 over herbeplanting op andere grond € 1.002 voor houtopstanden: over het vellen en herbeplanten over de meldingstermijn voor het vellen € 500 € 500 over een Natura-200 activiteit € 2.448 over een flora- en fauna-activiteit € 1.558 Hoofdstuk 6 Bouw- en andere activiteiten Artikel 6.1 Bouwactiviteiten waarvoor Gedeputeerde Staten bevoegd gezag zijn Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of een omgevingsplanactiviteit voor een bouwwerk bedraagt: Hoogte van de bouwkosten van een bouwactiviteit (bouwtechnisch deel) Tarief tot € 20.000 € 677 vanaf € 20.000 tot € 50.000 € 1.719 vanaf € 50.000 tot € 400.000 € 5.156 vanaf € 400.000 tot € 2.500.000 € 18.259 vanaf € 2.500.000 tot € 25.000.000 € 74.111 vanaf € 25.000.000 € 222.329 Onder ‘bouwkosten’ wordt in aanvulling op de in bijlage I bij de Omgevingsregeling opgenomen omschrijving mede begrepen: bij de in onderdeel a van die omschrijving genoemde Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012: de voorwaarden die bekendgemaakt zijn in Staatscourant 2012, 1567; bij de in onderdeel b van die omschrijving bedoelde bouwkosten: de kosten voor de fysieke realisatie of het bouwen van het bouwwerk; bij de in onderdeel c van die omschrijving bedoelde prijs: de prijs exclusief omzetbelasting. Artikel 6.3 Maatwerkvoorschrift Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een maatwerkvoorschrift bedraagt aangaande Besluit activiteiten leefomgeving en Besluit bouwwerken leefomgeving en de Omgevingsverordening: Tarief over een bouwactiviteit € 2.363 over het mobiel breken van bouw- en sloopafval € 2.363 over de afwijking van regels voor activiteiten € 1.181 Artikel 6.4 Omgevingsplanactiviteit van provinciaal belang Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit van provinciaal belang wordt vastgesteld in een door of namens Gedeputeerde Staten opgestelde begroting van de kosten. Hoofdstuk 7 Milieu Artikel 7.1 Cumulatie tarieven Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op meerdere milieubelastende activiteiten als bedoeld in de onderdelen 4 tot en met 17 van de bij artikel 7.2 behorende tarieventabel, dan bedraagt het tarief in afwijking van artikel 1.2 het hoogste tarief dat voor één van deze milieubelastende activiteiten in die tabel is aangegeven. Artikel 7.2 Milieubelastende activiteit Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder c, van het Omgevingsbesluit in verbinding met hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving bedraagt: Categorieën milieubelastende activiteiten Tarief Paragraaf 3.2.6 (Bodemenergiesystemen)het aanleggen of gebruiken van een open bodemenergiesysteem € 1.826 Paragraaf 3.2.19 (Afvangen van kooldioxide voor ondergrondse opslag) Conform begroting Afdeling 3.2 (activiteiten die bedrijfstakken overstijgen) met uitzondering van paragraaf 3.2.6 en 3.2.19 Afdeling 3.4 Nutssector en industrie Afdeling 3.5 Afvalbeheer Afdeling 3.6 Agrarische sector Afdeling 3.7 Dienstverlening, onderwijs en zorg Afdeling 3.8 Transport, logistiek en ondersteuning daarvan Afdeling 3.9 Sport en recreatie Afdeling 3.10 Mijnbouw Afdeling 3.11 Defensie voor één milieubelastende activiteit € 4.350 twee tot vijf milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit € 3.625 vijf of meer milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit € 2.900 Paragraaf 3.3.1 (Seveso-inrichting) het exploiteren van een Seveso-inrichting lage-drempelbedrijf € 29.000 hoge-drempelbedrijf € 36.250 in combinatie met een andere activiteit die niet in afdeling 3.3 wordt genoemd € 36.250 Paragraaf 3.3.2 (Grootschalige energieopwekking) het exploiteren van een ippc-installatie voor het stoken bij een nominaal thermisch vermogen van minder dan 300MW € 21.750 bij een nominaal thermisch vermogen van 300MW of meer € 50.750 Paragraaf 3.3.3 (Raffinaderij) het exploiteren van een ippc-installatie voor het raffineren van aardolie en gas bij een verwerkingscapaciteit van minder dan 2 miljoen ton per jaar € 36.250 bij een verwerkingscapaciteit van 2 miljoen ton per jaar of meer € 43.500 Paragraaf 3.3.4 (Maken van cokes) het exploiteren van een ippc-installatie voor het maken van cokes € 36.250 Paragraaf 3.3.5 (Vergassen of vloeibaar maken van steenkool of andere brandstoffen) het exploiteren van een ippc-installatie voor het vergassen of vloeibaar maken van steenkool of andere brandstoffen, bedoeld in categorie 1.4 van bijlage I bij de Richtlijn industriële emissies € 43.500 het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het vergassen of vloeibaar maken van steenkool of andere brandstoffen € 36.250 het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het briketteren of walsen van steenkool of bruinkool € 29.000 het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het maken van steenkoolproducten of vaste rookvrije brandstof € 29.000 Paragraaf 3.3.6 (Basismetaal) het exploiteren van een ippc-installatie voor het roosten of sinteren van ertsen, bedoeld in categorie 2.1 van bijlage I bij de Richtlijn industriële emissies € 50.750 het exploiteren van een ippc-installatie voor het maken van ijzer of staal, bedoeld in categorie 2.2 van bijlage I bij de Richtlijn industriële emissies € 50.750 het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het maken van ijzer of staal € 36.250 het exploiteren van een ippc-installatie voor het verwerken van ferrometalen door warmwalsen, smeden met hamers of het aanbrengen van deklagen van gesmolten metaal, bedoeld in categorie 2.3 van bijlage I bij de Richtlijn industriële emissies € 36.250 het exploiteren van een ippc-installatie voor het smelten of gieten van ferrometalen, bedoeld in categorie 2.4 van bijlage I bij de Richtlijn industriële emissies € 36.250 het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het smelten of gieten van ferrometalen € 29.000 het exploiteren van een ippc-installatie voor het winnen van ruwe non-ferrometalen uit erts, concentraat of secundaire grondstoffen, het smelten, met inbegrip van het legeren, en het gieten van non-ferrometalen, bedoeld in categorie 2.5 van bijlage I bij de Richtlijn industriële emissies € 36.250 Paragraaf 3.3.7 (Complexe minerale industrie) het exploiteren van een ippc-installatie voor het maken van cement, cementklinkers, ongebluste kalk en magnesiumoxide, bedoeld in categorie 3.1 van bijlage I bij de Richtlijn industriële emissies € 43.500 het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het maken van cement, cementklinkers, ongebluste kalk en magnesiumoxide € 36.250 het exploiteren van een ippc-installatie voor het winnen van asbest of het maken van asbestproducten, bedoeld in categorie 3.2 van bijlage I bij de Richtlijn industriële emissies € 43.500 het exploiteren van een ippc-installatie voor het maken van glas, met inbegrip van het maken van glasvezels, bedoeld in categorie 3.3 van bijlage I bij de Richtlijn industriële emissies € 43.500 het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het maken van glas, met inbegrip van het maken van glasvezels € 36.250 het exploiteren van een ippc-installatie voor het smelten van minerale stoffen, en het maken van mineraalvezels, glazuren of emailles, bedoeld in categorie 3.4 van bijlage I bij de Richtlijn industriële emissies € 43.500 het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het smelten van minerale stoffen, en het maken van mineraalvezels, glazuren of emailles € 36.250 voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het maken van koolstof of elektrografiet door verbranding of grafitisering, bedoeld in categorie 6.8 van bijlage I bij de Richtlijn industriële emissies € 43.500 Paragraaf 3.3.8 (Basischemie) het exploiteren van een ippc-installatie voor het maken van organisch-chemische producten, bedoeld in categorie 4.1 van bijlage I bij de Richtlijn industriële emissies € 43.500 anorganisch-chemische producten, bedoeld in categorie 4.2 van bijlage I bij de Richtlijn industriële emissies € 43.500 fosfaathoudende, stikstofhoudende of kaliumhoudende meststoffen, bedoeld in categorie 4.3 van bijlage I bij de Richtlijn industriële emissies € 43.500 producten voor gewasbescherming of van biociden, bedoeld in categorie 4.4 van bijlage I bij de Richtlijn industriële emissies € 43.500 farmaceutische producten, bedoeld in categorie 4.5 van bijlage I bij de Richtlijn industriële emissies € 43.500 explosieven, bedoeld in categorie 4.6 van bijlage I bij de Richtlijn industriële emissies € 43.500 Paragraaf 3.3.9 (Complexe papierindustrie, houtindustrie en textielindustrie) het exploiteren van een ippc-installatie voor het maken van papierpulp, papier, karton, of oriented strand board, spaanplaat of vezelplaat van hout, bedoeld in categorie 6.1 van bijlage I bij de Richtlijn industriële emissies € 36.250 het voorbehandelen of het verven van textielvezels of textiel, bedoeld in categorie 6.2 van bijlage I bij de Richtlijn industriële emissies: € 50.750 Paragraaf 3.3.10 (Afvalbeheer ippc-installaties) het exploiteren van een ippc-installatie voor het verwijderen of nuttig toepassen van gevaarlijke afvalstoffen, bedoeld in categorie 5.1 van bijlage I bij de Richtlijn industriële emissies € 43.500 het verwijderen en/of nuttig toepassen van ongevaarlijke afvalstoffen, bedoeld in categorie 5.3 van bijlage I bij de Richtlijn industriële emissies € 36.250 het tijdelijk opslaan van gevaarlijke afvalstoffen, bedoeld in categorie 5.5 van bijlage I bij de Richtlijn industriële emissies € 36.250 het tijdelijk opslaan van gevaarlijke afvalstoffen, gecombineerd met een milieustraat als bedoeld in paragraaf 3.5.6 van het Besluit activiteiten leefomgeving € 21.750 het ondergronds opslaan van gevaarlijke afvalstoffen, bedoeld in categorie 5.6 van bijlage I bij de Richtlijn industriële emissies € 36.250 Paragraaf 3.3.11 (Kadavers of dierlijk afval) het exploiteren van een ippc-installatie voor de destructie of het verwerken van kadavers of dierlijk afval, bedoeld in categorie 6.5 van bijlage I bij de Richtlijn industriële emissies € 36.250 Paragraaf 3.3.12 (Stortplaats of winningsafvalvoorziening) het exploiteren van een ippc-installatie voor het storten van afvalstoffen, bedoeld in categorie 5.4 van bijlage I bij de Richtlijn industriële emissies € 29.000 het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het storten van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen op een stortplaats € 21.750 voor het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het storten of verzamelen van winningsafvalstoffen in een winningsafvalvoorziening € 21.750 Paragraaf 3.3.13 (Verbranden van afvalstoffen in een ippc-installatie) het exploiteren van een ippc-installatie voor het verwijderen of het nuttig toepassen van afvalstoffen in een afvalverbrandingsinstallatie of afvalmeeverbrandingsinstallatie als bedoeld in categorie 5.2 van bijlage I bij de Richtlijn industriële emissies € 36.250 Paragraaf 3.3.14 (Grootschalige mestverwerking) het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het behandelen van meer dan 25.000 m3 dierlijke meststoffen per jaar op een andere locatie dan de locatie van productie € 29.000 Artikel 7.3 Maatwerkvoorschrift Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een maatwerkvoorschrift dat betrekking heeft op een milieubelastende activiteit bedraagt € 2.
  15. Hoofdstuk 8 Overige activiteiten fysieke leefomgeving Artikel 8.1 Ontgrondingsactiviteit Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een ontgrondingsactiviteit bedraagt: Voor een te ontgraven hoeveelheid specie Tarief tot 100.000 m3 € 3.804 tot 500.000 m3 € 15.217 tot 1.500.000 m3 € 45.651 tot 5.000.000 m3 € 91.301 tot 10.000.000 m3 € 136.952 vanaf 10.000.000 m3 € 178.038 Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van een omgevingsvergunning voor een ontgrondingsactiviteit bedraagt: als die wijziging ziet op een toename van de te ontgraven hoeveelheid specie: het bij die extra hoeveelheid behorende tarief als aangegeven in de bovenstaande tabel; bij overige wijzigingen: € 2.
  16. Artikel 8.2 Activiteit op een gesloten stortplaats Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit op een gesloten stortplaats als bedoeld in artikel 4.36 van de Omgevingsverordening Gelderland wordt vastgesteld in een door of namens Gedeputeerde Staten opgestelde begroting van de kosten van het behandelen van de aanvraag. Artikel 8.3 Maatwerkvoorschrift Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een maatwerkvoorschrift dat betrekking heeft op een ontgrondingsactiviteit bedraagt € 1.
  17. Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een maatwerkvoorschrift dat betrekking heeft op een landinrichtingsactiviteit € 2.
  18. Hoofdstuk 9 Informatie Wet open overheid Artikel 9.1 Informatie Wet open overheid In het kader van de toepassing van de Wet open overheid bedraagt het tarief voor het op verzoek vervaardigen en verstrekken van afdrukken op papier voor: Tarief zwart-wit A4 formaat per kopie € 0,05 kleur A4 formaat per kopie € 0,20 zwart-wit A3-formaat per kopie € 0,10 kleur A3 formaat per kopie € 0,40 Geen leges zijn verschuldigd als het cumulatieve tarief voor de te verstrekken informatie beneden een bedrag van € 25,00 per verzoek blijft. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING LEGESVERORDENING Artikel 1 Belastbaar feit Leges (of rechten) kunnen worden geheven wanneer door of namens de provincie op verzoek een dienst wordt verleend. Voor het heffen van leges biedt zowel de Omgevingswet als de Provinciewet expliciet een wettelijke grondslag: Artikel 13.1a van Omgevingswet bepaalt dat de provincie van de aanvrager of van degene ten behoeve van wie die aanvraag wordt gedaan voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning, een wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning of intrekking van een omgevingsvergunning rechten kan heffen. Artikel 223, eerste lid, onder b, van de Provinciewet bepaalt dat rechten kunnen worden geheven ter zake van het genot van, door of vanwege het provinciebestuur verstrekte diensten. De term ‘dienst’ omvat ook het nemen van een besluit op verzoek. In artikel 1 is in onderdeel a gekozen voor de term ‘besluit’, omdat de legesverordening ook van toepassing is op andere besluiten dan de beslissing op een aanvraag om een omgevingsvergunning. Artikel 2 Belastingplicht De legesnota wordt verstuurd aan degene in wiens individuele belang de gevraagde dienst wordt verleend. Dat kan de aanvrager zelf zijn, maar ook degene ten behoeve van wie de aanvraag wordt gedaan en het besluit wordt genomen of de dienst wordt verstrekt. Artikel 3 Heffingsmaatstaf en tarief De heffingsmaatstaven en de tarieven zijn opgenomen in een tarieventabel. De tarieventabel voorziet niet voor alle aangevraagde besluiten in een concreet tarief of te heffen bedrag. Een enkele keer worden de kosten voor het in behandeling nemen van een aanvraag vooraf begroot. Aangezien een legestarief of verschuldigd bedrag vóór het indienen van een aanvraag voldoende kenbaar moet zijn, wordt de aanvrager tijdig geïnformeerd over de begrote kosten. De aanvrager krijgt gedurende een termijn van vijf dagen gelegenheid om de aanvraag schriftelijk in te trekken als hij deze kosten te hoog vindt en om die reden van zijn (al ingediende, maar nog niet in behandeling genomen) aanvraag afziet. Artikel 6 Inwerkingtreding, overgangsrecht en citeertitel De Legesverordening Gelderland 2025 treedt in werking op 1 januari
  19. Voor aanvragen die op of na die datum worden ingediend, geldt de nieuwe tarieventabel. Voor aanvragen die vóór die datum zijn ingediend, geldt de tarieventabel behorende bij de Legesverordening Gelderland van dat jaar. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING TARIEVENTABEL Artikel 1.1 Begripsbepalingen Deze tarieventabel maakt gebruikt van een aantal begrippen uit het stelsel van de Omgevingswet, zoals de termen ‘omgevingsvergunning’, ‘enkel- en meervoudige aanvraag’, ‘magneetactiviteit’ en allerlei andere ‘activiteiten’ (‘wateronttrekkingsactiviteit’, ‘omgevingsplanactiviteit’, etc.), ‘advies met instemming’, ‘maatwerkvoorschriften’, enzovoorts. Deze ‘geleende’ terminologie heeft dezelfde betekenis als binnen dat stelsel aan wet- en regelgeving. Tot dat stelsel behoort ook de Omgevingsverordening Gelderland. Met deze (doorverwijzende) begripsbepaling wordt voorkomen dat elke specifieke omgevingsrechtelijke term steeds moet worden toegelicht of verduidelijkt. Alleen bij de term ‘bouwkosten’ is in aansluiting bij de model-legesverordening van de VNG een aanvullende omschrijving opgenomen (artikel 6.1 lid 2 van de Tarieventabel). Artikel 1.2 Bepalen tarief Het eerste lid van dit artikel maakt expliciet duidelijk dat per activiteit of (andere) grondslag een aparte kennisgeving of factuur (aanslag) kan worden verzonden. Het tweede lid van dit artikel stelt buiten twijfel dat bij samenloop van bepalingen en de daarin opgenomen tarieven, elk van die bepalingen of tarieven tot een bedrag aan verschuldigde belasting leidt. Dit voor zover dat niet reeds uit andere bepalingen of uit hun formuleringen volgt, zoals onder meer lid 3 van dit artikel. De bepalingen met tarieven gelden dus telkens naast elkaar, en onverminderd van elkaar, en sluiten elkaar niet uit. Eén uitzondering hierop wordt gemaakt in artikel 7.1 van deze Tarieventabel: als sprake is van meerdere milieubelastende activiteiten, waarvoor één aanvraag wordt ingediend, geldt alleen het hoogste tarief. Het derde lid van dit artikel geeft een voorschrift voor behandeling van aanvragen waarvoor Gedeputeerde Staten bevoegd gezag zijn, die typen activiteiten omvatten, waarvoor normaliter het college van burgemeester en wethouders bevoegd zijn, zoals de omgevingsplanactiviteit. Deze anders dan normale bevoegdheidsverdeling doet zich voor bij complexe bedrijven (voorheen brzo-bedrijf of Seveso-inrichting) en bij magneetactiviteiten. Bij complexe bedrijven worden de legestarieven verhoogd met het tarief dat in de legesverordening van de gemeente of het waterschap voor de betrokken activiteit staat voorgeschreven. Met deze doorverwijzing geldt voor die activiteit dus hetzelfde tarief, ongeacht welk bestuursorgaan bevoegd gezag is: Gedeputeerde Staten of college van burgemeester en wethouders of het dagelijks bestuur van het waterschap. Artikel 1.3 Vergunningsvoorschrift in plaats van maatwerkvoorschrift Het Besluit activiteiten leefomgeving bepaalt (krachtens artikel 4.5, derde lid, van de Omgevingswet) in een aantal gevallen dat een voorschrift in een omgevingsvergunning de voorkeur krijgt boven een (aanvullend op en los van een omgevingsvergunning gesteld) maatwerkvoorschrift (“een maatwerk- voorschrift niet kan worden gesteld als over dat onderwerp een voorschrift aan een omgevingsvergunning kan worden verbonden”). Zie de artikelen 2.13, 6.7, 7.7, 8.7, 9.10, 11.9, 11.31 en 17.8 van het Besluit activiteiten leefomgeving. Op een aanvraag om een maatwerkvoorschrift kan in die gevallen alleen positief besloten worden door het verbinden van een voorschrift aan de voor dat bedrijf vigerende omgevingsvergunning. Het tarief voor zo’n besluit -een nieuw vergunningvoorschrift- is identiek als voor een maatwerkvoorschrift. Artikel 1.4 Advies met instemming omgevingsvergunning Leges worden ook in rekening gebracht, wanneer Gedeputeerde Staten niet zelf bevoegd gezag zijn om op een meervoudige aanvraag om een omgevingsvergunning te beslissen, maar wel in de gelegenheid (moeten) worden gesteld door het bevoegd gezag om over die aanvraag te adviseren en met het verlenen van de gevraagde omgevingsvergunning en de daaraan verbonden voorschriften in te stemmen. Die leges worden geïnd door het bevoegd gezag en vervolgens verrekend met Gedeputeerde Staten. Voor deze verrekening zijn bestuurlijke afspraken gemaakt in ‘Handreiking bij kostenvergoeding voor besluit over instemming bij een meervoudige aanvraag om een omgevingsvergunning’. 1Handreiking_kostenvergoeding_instemming_bij_meervoudige_aanvraag_omgevingsvergunning.pdf (vng.nl) Het derde lid van dit artikel geeft aan dat bij magneetactiviteiten het college van burgemeester en wethouders op verzoek van Gedeputeerde Staten een advies met instemming geven. De daarmee gepaard gaande kosten worden door de gemeente in rekening gebracht. Die kosten worden doorberekend in de legesheffing door Gedeputeerde Staten. Een wettelijke grondslag hiervoor wordt geboden in artikel 13.2a van de Omgevingswet. Voor het verrekenen van deze advieskosten zijn afspraken vastgesteld in de samenwerking tussen het rijk, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, de Unie van Waterschappen en het Interprovinciaal Overleg opgesteld ‘Handreiking bij kostenvergoeding voor besluit over instemming bij een meervoudige aanvraag om een omgevingsvergunning’. Artikel 1.5 Legestarief gelijkwaardige maatregel De gelijkwaardige maatregel (artikel 4.7 van de Omgevingswet) heeft te maken met in de omgevingsvergunning of in het Besluit activiteiten leefomgeving voorgeschreven maatregelen (middelvoorschriften). Bij een middelvoorschrift wordt een bedrijf voorgeschreven met welke maatregel of welk middel een bepaalde uitstoot of emissie moet worden voorkomen of beperkt, bijvoorbeeld een bepaald type filter. De ‘gelijkwaardige maatregel’ biedt een bedrijf de mogelijkheid om zelf een alternatieve maatregel of een ander middel voor te stellen om datzelfde doel te bereiken. Gedeputeerde Staten moeten op zo’n verzoek beslissen. Dat vergt een toetsing van het door het bedrijf voorgestelde middel en een gemotiveerd besluit op zo’n verzoek. Artikel 1.6 Vermindering van leges en lager tarief Als de aanvraag niet resulteert in het verlenen van de gevraagde omgevingsvergunning, wordt het tarief van de leges verminderd, hetzij op verzoek, hetzij ambtshalve. Onderscheiden worden de volgende drie situaties: de aanvraag wordt tijdig ingetrokken, geweigerd of buiten behandeling gelaten. Omdat het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van een verleende omgevingsvergunning of een aanvraag om wijziging van een verleend maatwerkvoorschrift of een wijziging van een verleende ontheffing (meestal) minder werk vraagt dan het verlenen van een omgevingsvergunning, maatwerkvoorschrift, ontheffing voor een nieuwe activiteit (op een nieuwe locatie), geldt voor zo’n aanvraag een lager tarief. Dit geldt ook voor de wijzigingen zonder significante milieueffecten uit Hoofdstuk
  20. Er worden geen leges geheven voor een aanvraag om volledige intrekking. En daarnaast worden ook geen leges geheven voor een intrekking op verzoek van de provincie. In de tarieventabel is aanvullend in nog een ambtshalve vermindering voorzien, namelijk bij een tegemoetkoming van schade door in het wild levende dieren (artikel 5.3). In de daarin aangegeven gevallen geldt eveneens een nultarief. Artikel 1.8 Reguliere of uitgebreide voorbereidingsprocedure De opgenomen tarieven gelden voor het in behandeling nemen van een aanvraag om één (enkelvoud) omgevingsvergunning. Is op het in behandeling nemen van de aanvraag afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, dan wordt het tarief verhoogd met een toeslag. Die toeslag dekt de kosten voor de met deze afdeling gepaard gaande extra procedurestappen, zoals publicatie-eisen, terinzagelegging, verslaglegging van mondeling ingebrachte zienswijzen, het opstellen van een reactienota op ingebrachte zienswijzen (zie afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht en paragraaf 16.5.3 van de Omgevingswet). Artikel 1.9 Milieueffectbeoordeling en -rapport Meer informatie over onder meer de tarieven die de Commissie voor de milieueffectrapportage in rekening brengt zijn te vinden op https://www.commissiemer.nl. Hoofdstuk 3 Provinciale wegen Voor zowel de Wegenverkeerswet (artikel 3.1) als de beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een provinciale weg (artikel 3.2) gelden een aantal bijzondere vrijstellingen van de legesplicht. In plaats van subsidie te verlenen aan vergunningplichtige activiteiten door non-profitorganisaties of vrijwilligers of onderdelen van de provinciale organisatie, is voorzien in een vrijstelling. Artikel 5.2 Flora- en fauna-activiteit In lid 1 onderdeel a en b wordt gesproken over commerciële en een niet-commerciële aanvrager. De definitie van niet-commercieel is een particulier of een organisatie die voornamelijk op vrijwilligers draait. Alle andere organisaties zijn commercieel. Artikel 7.1 Cumulatie tarieven De opgenomen tarieven gelden voor het in behandeling nemen van een aanvraag om één (enkelvoudige) omgevingsvergunning. Omvat de aanvraag meer dan één vergunningplichtige activiteit, dan worden de per afzonderlijke activiteit aangegeven tarieven bij elkaar opgeteld, maar bij een aanvraag met meerdere complexe milieubelastende activiteiten wordt het hoogste tarief in rekening gebracht. Een complex bedrijf kan veel verschillende milieubelastende activiteiten omvatten en ook meerdere identieke of vergelijkbare installaties. Om een te forse cumulatie van tarieven te vermijden, wordt in zo’n geval gekozen voor het hoogste tarief dat van toepassing is als maximumtarief. Artikel 8.1 Ontgrondingsactiviteit Een ontgrondingsactiviteit kan zowel vergunningplichtig zijn op grond van de Omgevingswet als op grond van de Omgevingsverordening Gelderland. Ongeacht de grondslag voor die vergunningplicht geldt voor deze activiteit hetzelfde tarief. Bij zowel een wijziging van een vergunning en bij samenloop van twee vergunningplichtige ontgrondingsactiviteiten wordt op basis van de extra hoeveelheid het bijbehorende legestarief bepaald. Artikel 9.1 Informatie Wet open overheid diensten De Wet open overheid voorziet in de mogelijkheid om een redelijke vergoeding te vragen voor de vervaardiging van kopieën van documenten (artikel 8.6, tweede lid). De hoogte van die ‘redelijke vergoeding’ is vastgesteld in de bijlage bij artikel 2, eerste lid, van het Besluit tarieven open overheid op 15 juni
  21. Die tarieven, die sinds die tijd ongewijzigd zijn, zijn overgenomen in de tabel van dit artikel en gelden voor kopieën op papier. Aanvullend is voorzien in een legesvrijstelling als het tarief voor de vervaardiging van het aantal gevraagde kopieën beneden een bedrag van € 25,00 blijft. Dit betekent dat maximaal 500 A4 zwart-wit kopieën (of maximaal 62 A3 kleuren kopieën) gratis ter beschikking komen. Alle digitale verstrekkingen worden gratis verstrekt.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.