Verordening op de heffing en invordering van leges 2025De raad van de gemeente Tilburg; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet, en de artikelen 2, tweede lid, en 7 van de Paspoortwet; Besluit Vast te stellen de 'Verordening op de heffing en invordering van leges 2025’. Artikel1Definities Deze verordening verstaat onder: “dag”: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt; “week”: een aaneengesloten periode van zeven dagen; “maand”: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de ne dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is; “jaar”: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar; “kalenderjaar”: de periode van 1 januari tot en met 31 december. Artikel2Belastbaar feit 1.Onder de naam "leges" worden rechten geheven voor: het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten; het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart of een reisdocument; 2.een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. 3.Hetgeen in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel is bepaald over een Nederlandse identiteitskaart voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is van overeenkomstige toepassing op een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor personen met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon. Artikel3Belastingplicht Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst, de Nederlandse identiteitskaart of het reisdocument, dan wel degene ten behoeve van wie de dienst is verleend of de handelingen zijn verricht. Artikel4Vrijstellingen 1.De leges genoemd in de in artikel 2 bedoelde tabel Titel 1, onderdeel 1.8.2 worden niet geheven in het geval de raadpleging geschiedt: ten behoeve van de rijks-, provinciale of gemeentedienst; overeenkomstig artikel 15 van de wet van 26 mei 1870, Staatsblad 82. 2.De leges genoemd in de in artikel 2 bedoelde tabel Titel 1, hoofdstuk 10 worden niet geheven: in de gevallen waarin de beheerder ingevolge zijn instructie tot kosteloos onderzoek verplicht is; voor het raadplegen van analoge archiefbescheiden in de studiezaal en gepubliceerde scans op de website van het Regionaal Archief Tilburg. 3.Van de in artikel 2 bedoelde leges zijn voorts vrijgesteld: stukken, welke ter voldoening aan wettelijke voorschriften kosteloos moeten worden verstrekt; beschikkingen op bezwaar- en verzoekschriften met betrekking tot gemeentelijke belastingen; inlichtingen, welke anders dan ten behoeve van of in het belang van bepaalde personen, op verzoek worden verstrekt aan ambassades, gezantschappen en consulaten van vreemde mogendheden; stukken, vereist voor de militaire dienst, met uitzondering van die welke moeten dienen voor toelating tot enige inrichting van onderwijs waar men wordt opgeleid tot officier of voor de geneeskundige en farmaceutische dienst bij de Koninklijke Marine (KM), de Koninklijke Landmacht (KL), de Koninklijke Luchtmacht (KLu) of de Koninklijke Marechaussee (KMar); bewijs van in leven zijn, strekkende tot betaling van pensioenen, wachtgelden, lijfrenten en andere periodieke uitkeringen ten laste van publiekrechtelijke lichamen; beschikking of afschriften daarvan, houdende beslissing op een aanvraag van subsidie uit de gemeentekas; gunstige beschikkingen, genomen krachtens een rechtspositieregeling voor het personeel der gemeente; de bevelschriften tot betaling. 4.De leges genoemd in de in artikel 2 bedoelde tabel onder Titel 1, onderdeel 1.9.1.a, "verklaring omtrent het gedrag", worden niet van een aanvrager geheven die de aanvraag doet met als doel tijdelijk een gastkind van de Stichting Europa Kinderhulp in hun gezin op te nemen voor het houden van een korte vakantie. Artikel5Maatstaven van heffing en tarieven 1.De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2.Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel6Wijze van heffing 1.De leges worden geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur of een kennisgeving langs elektronische weg. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt. 2.De leges als bedoeld in Titel 2 en 3 van de bij deze verordening behorende tarieventabel worden opgelegd bij wege van aanslag. Artikel7Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald in geval de kennisgeving als bedoeld in artikel 6, eerste lid: mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving; langs elektronische weg na indiening van de aanvraag wordt gedaan, binnen 8 dagen na de dagtekening van de kennisgeving. 2.De in artikel 6, tweede lid, bedoelde aanslagen moeten worden betaald binnen één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet. 3.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel8Kwijtschelding Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel9Teruggaaf Gehele of gedeeltelijke teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst wordt verleend op een aanvraag als bedoeld in artikel 242 van de Gemeentewet en overeenkomstig een met betrekking tot die dienst in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel opgenomen bepaling. Artikel10Abonnementen 1.De in deze verordening bedoelde abonnementen worden per schriftelijke aanvraag verleend. 2.De bij abonnement verkregen inlichtingen mogen niet worden gepubliceerd of anderszins bekendgemaakt, noch aan derden worden verstrekt of medegedeeld, noch ten behoeve van derden worden verwerkt. 3.Het publicatieverbod geldt niet ten aanzien van abonnementen verleend voor dag-, week- en buurtbladen voor zover betreft de publicatie in de eigen bladen. 4.Abonnementen worden geacht te zijn ingegaan op de dag, waarop het verschuldigde bedrag voor het abonnement is voldaan, tenzij een andere datum is overeengekomen. 5.Het voorafgaande geldt mede ten aanzien van inlichtingen, verstrekt door middel van de computer. Artikel11Nadere regels door het college Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de leges. Artikel12Overdracht van bevoegdheden Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, indien de wijzigingen: van zuiver redactionele aard zijn; een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die inwerking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende hoofdstukken of onderdelen van titel 1 van de tarieventabel betreft: paragraaf 1.2 (reisdocumenten); paragraaf 1. 3 (rijbewijzen); paragraaf 1.7 (verklaring omtrent het gedrag); paragraaf 1.7 (naturalisatie) paragraaf 1.9 (kansspelen); een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden. Artikel13Overgangsrecht De "Legesverordening 2024", wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 14, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel14Inwerkingtreding en citeertitel 1.Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2.De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2025. 3.Deze verordening kan worden aangehaald als "Legesverordening 2025”. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 14 november 2024 de griffier, de voorzitter,Tarieventabel 2025 Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening Tarief 2025 Paragraaf 1.1 Burgerlijke stand Artikel 1.1 Huwelijksvoltrekking, registratie partnerschap of omzetting 1. Voor het in behandeling nemen van een huwelijksaanvraag, een partnerschapsregistratie of een omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk, waarbij het huwelijk, de partnerschapsregistratie of de omzetting plaatsvindt op maandag tot en met vrijdag, gelden de hierna te noemen tarieven: a. in de Oranjezaal: € 970,30 b. in de Willem II-zaal: € 830,60 c. in de Anna Paulowna-zaal: € 756,25 d. in de trouwzaal Udenhout, raadszaal: € 1.022,50 e. in de trouwzaal Udenhout, B&W-kamer: € 744,50 f. in één van de aangewezen externe huwelijkslocaties: € 828,40 2. Voor het in behandeling nemen van een huwelijksaanvraag, een partnerschapsregistratie of een omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk, waarbij het huwelijk, de partnerschapsregistratie of de omzetting plaatsvindt op zaterdag, gelden de hierna te noemen tarieven: a. in de Oranjezaal: € 1.051,30 b. in de Willem II-zaal: € 911,60 c. in de Anna Paulowna-zaal: € 837,25 d. in de trouwzaal Udenhout, raadszaal: € 1.103,50 e. in de trouwzaal Udenhout, B&W-kamer: € 825,50 f. in één van de aangewezen externe huwelijkslocaties: € 828,40 3. Voor het in behandeling nemen van een huwelijksaanvraag, een partnerschapsregistratie of een omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk, waarbij het huwelijk, de partnerschapsregistratie of de omzetting plaatsvindt op zondag, gelden de hierna te noemen tarieven: a. in de Oranjezaal: € 1.407,25 b. in de Willem II-zaal: € 1.267,55 c. in de Anna Paulowna-zaal: € 1.193,20 d. in de trouwzaal Udenhout, raadszaal: € 1.459,45 e. in de trouwzaal Udenhout, B&W-kamer: € 1.181,45 f. in één van de aangewezen externe huwelijkslocaties: € 828,40 4. Voor het in behandeling nemen van een administratief huwelijk, een administratief geregistreerd partnerschap of een administratieve omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk: € 203,60 Artikel 1.2 Gereserveerd: Omzetten geregistreerd partnerschap in huwelijk Artikel 1.3 Huwelijksvoltrekking, registratie partnerschap of omzetting in bijzonder huis Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap in een bijzonder huis op grond van artikel 64, Boek 1, van het Burgerlijk Wetboek: € 283,70 Artikel 1.4 Gereserveerd: Omzetten geregistreerd partnerschap in huwelijk in bijzonder huis Artikel 1.5 Aanwijzing buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand voor één dag Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om bij besluit een buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand aan te wijzen voor één dag: € 273,50 Artikel 1.6 Gereserveerd: Beschikbaar stellen getuige door gemeente Artikel 1.7 Annuleren of wijzigen datum Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een gereserveerde datum voor de huwelijksvoltrekking, registratie van het partnerschap of omzetting van het geregistreerd partnerschap in een huwelijk te annuleren of te wijzigen binnen een periode van vier weken voorafgaand aan die gereserveerde datum: € 69,15 Artikel 1.8 Trouwboekje of partnerschapsboekje Het tarief bedraagt voor het verstrekken van: a. een trouwboekje of partnerschapsboekje € 23,15 Paragraaf 1.2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart Artikel 1.9 Paspoorten of andere reisdocumenten Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van: a. een nationaal paspoort: 1. voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is: € 86,85 2. voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt: € 65,70 b. een nationaal paspoort, een groter aantal bladzijden bevattende dan een nationaal paspoort als bedoeld in onderdeel a (zakenpaspoort): 1. voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is: € 86,85 2. voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt: € 65,70 c. een reisdocument ten behoeve van een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld (faciliteitenpaspoort): 1. voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is: € 86,85 2. voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt: € 65,70 d. een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen: € 65,70 Artikel 1.10 Nederlandse identiteitskaart Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van: a. een Nederlandse identiteitskaart: 1. voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is: € 78,80 2. voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt: € 42,35 b. een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor een persoon met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon: € 38,35 Artikel 1.11 Modaliteiten Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag a. voor de versnelde uitreiking van een in de artikelen 1.9 en 1.10, onder a, genoemd document, zijnde een toeslag op de in die artikelen genoemde bedragen: € 59,10 Paragraaf 1.3 Rijbewijzen Artikel 1.12 Rijbewijzen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs: € 52,10 Artikel 1.13 Modaliteiten 1. Het tarief genoemd in artikel 1.12 wordt: a. bij een spoedlevering vermeerderd met: € 39,65 2. De verhoging genoemd in het eerste lid is in voorkomend geval cumulatief verschuldigd. Paragraaf 1.4 Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens Artikel 1.14 Definities 1. Voor de toepassing van artikel 1.15 wordt onder één verstrekking verstaan verstrekking van een of meer gegevens over één persoon waarvoor de basisregistratie personen moet worden geraadpleegd. 2. Voor de toepassing van artikel 1.16 wordt onder één verstrekking verstaan verstrekking van een of meer gegevens over één persoon die niet zijn opgenomen in de basisregistratie personen. Artikel 1.15 Verstrekking van gegevens uit de basisregistratie personen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: a. tot het verstrekken van gegevens, per verstrekking: € 23,80 b. tot het verstrekken van een meertalig modelformulier woon- en/of verblijfplaats als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2016/1191 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 betreffende de bevordering van het vrije verkeer van burgers door vereenvoudigde overlegging van bepaalde openbare documenten in de Europese Unie en tot wijziging van Verordening nr. 1024/2012 (PbEU 2016, L 200): € 23,80 Artikel 1.16 Verstrekking van aangehaakte gegevens Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: a. tot het verstrekken van gegevens: per verstrekking € 23,80 Artikel 1.17 Schriftelijke verstrekking In afwijking van de artikelen 1.15 en 1.16 bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het schriftelijk verstrekken van gegevens bedoeld in artikel 17, tweede lid, van het Besluit basisregistratie personen: € 7,50 Artikel 1.18 Op aanvraag doornemen basisregistratie personen Het tarief bedraagt voor het op aanvraag doornemen van de basisregistratie personen, voor gegevens die niet rechtstreeks uit de basisregistratie personen te raadplegen zijn, voor ieder daaraan te besteden kwartier: € 43,05 Paragraaf 1.5 Gereserveerd: Bestuursstukken Artikel 1.19 Gereserveerd: Afschriften van bestuursstukken Artikel 1.20 Gereserveerd: Abonnement op bestuursstukken Paragraaf 1.6 Vastgoedinformatie Artikel 1.21 Gereserveerd: Plan- of kaartinformatie Artikel 1.22 Gereserveerd: Informatie uit registers Artikel 1.23 Gereserveerd: Informatie uit adressenbestanden Paragraaf 1.7 Overige publiekszaken Artikel 1.24 Gereserveerd: Gemeentegarantie Artikel 1.25 Overige publiekszaken Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: a. tot het verstrekken van een verklaring omtrent het gedrag: € 41,35 b. tot het legaliseren van een handtekening of een document: € 23,25 c. tot het verstrekken van een verklaring, certificaat en dergerlijke - zonder onderscheid- die in het bijzonder van de personen, die de stukken vragen, worden afgegeven, en voor zover niet uitdrukkelijk elders in deze verordening een hoger of lager recht is genoemd, per stuk: € 23,80 d. Voor een verlof tot het doen opgraven en het doen overplaatsen van een lijk: € 27,00 e. voor de behandeling van een verklaring van optie of een verzoek tot naturalisatie als bedoeld in artikel 1 van het Besluit optie- en naturalisatie-gelden 2002, zijn van toepassing de tarieven zoals die zijn opgenomen in het Besluit optie- en naturalisatie-gelden 2002. Paragraaf 1.8 Gemeentearchief Artikel 1.26 Archiefbescheiden berustend in de archiefbewaarplaatsen van het Regionaal Archief Tilburg Het tarief bedraagt voor het op aanvraag doen van naspeuringen in de bij het Regionaal Archief Tilburg berustende archiefbescheiden, voor ieder daaraan besteed kwartier: € 18,10 Artikel 1.27 Afschrift of uittreksel uit het Regionaal Archief Tilburg 1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor de bestelling van een papieren fotokopie van archiefbescheiden of van een digitale scan van niet gescande archiefbescheiden: a. per fotokopie formaat A4/A3: € 0,70 b. per fotokopie formaat A0/A2 (bouwtekeningen en plattegronden): € 20,50 2. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een authentieke kopie per akte opgemaakt door de gemeentearchivaris: € 16,10 3. Het tarief bedraagt voor afhandelingskosten voor het toezenden van kopieën, gedigitaliseerd materiaal (per e-mail) etc.: € 4,60 Artikel 1.28 Nasporing archief Bouw- en woningtoezicht: 1. Het tarief bedraagt voor het doen van een: a. opzoeking of een nasporing in het archief Bouw- en woningtoezicht door de daarvoor aangewezen ambtenaren, per kwartier: € 18,10 b. opzoeking of een nasporing in het digitaal archief Bouw- en woningtoezicht via internet, zonder hulp van ambtenaren: kosteloos 2. Het tarief bestaat voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor: a. een kopie van een stuk of gedeelte daarvan per stuk: € 0,70 b. het verstrekken van een kopie van grootformaat stukken, zoals bouwtekeningen en plattegronden, per stuk (formaat van origineel groter dan A3): € 20,50 c. het verstrekken van een digitaal bestand, van een bij het archief Bouw- en woningtoezicht berustende bouwtekening: € 8,85 d. het downloaden van een bestand uit het digitale archief Bouw- en woningtoezicht: kosteloos e. het toezenden van kopieën, gedigitaliseerd materiaal (via e-mail) etc betreffende de afhandelingskosten: € 4,60 f. om informatie met betrekking tot bodemgesteldheid welke wordt aangevraagd via het digitaal loket, per kadastraal perceel: € 8,85 Paragraaf 1.9 Bijzondere wetten Artikel 1.29 Gereserveerd: Huisvestingswet 2014 Artikel 1.30 Leegstandwet 1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: a. een vergunning tot tijdelijke verhuur van leegstaande woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Leegstandwet: € 67,35 2. Als aanvragen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, gelijktijdig worden ingediend en woonruimten in hetzelfde gebouw, zoals een flat, een school of een kantoor betreffen, worden de in die onderdelen bedoelde leges slechts eenmaal geheven. Artikel 1.31 Wet op de kansspelen 1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een aanwezigheidsvergunning als bedoeld in artikel 30b van de Wet op de kansspelen: a. voor een periode van vier jaar voor één kansspelautomaat: € 226,50 b. voor een periode van vier jaar voor twee of meer kansspelautomaten, voor de eerste kansspelautomaat: € 226,50 en voor iedere volgende kansspelautomaat: € 136,00 2. Bij staking van de exploitatie wordt op schriftelijk verzoek van de aanvrager teruggaaf verleend over het aantal nog niet volledig verschenen kalenderjaren waarvoor de vergunning is afgegeven. 3. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de kansspelen (loterijvergunning): € 39,75 Artikel 1.32 Telecommunicatie (kabels en Leidingen) 1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag in verband met het verkrijgen van instemmingsbesluit/vergunning, als bedoeld in de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren (AVOI), omtrent plaats, tijdstip en wijze van uitvoering van werkzaamheden: (Naast de hieronder genoemde legeskosten zullen de beheerkosten, degeneratievergoedingen en onderhoudskosten volgens de vigerende VNG-regeling worden doorbelast aan de aanbieders) a. Het tarief voor tracés van 50 meter tot 100 meter bedraagt € 408,05 b. Het tarief voor tracés van 100 meter tot 2.000 meter bedraagt € 408,05 per strekkende meter boven 100 meter vermeerderd met een bedrag van € 0,90 c. Het tarief voor tracés van 2.000 meter tot 5.000 meter bedraagt € 2.325,00 d. Het tarief voor tracés van 5.000 meter tot 10.000 meter bedraagt € 2.536,35 e. Het tarief voor tracés van 10.000 meter tot 20.000 meter bedraagt € 2.747,75 f. Het tarief voor tracés van 20.000 meter tot 30.000 meter bedraagt € 2.959,10 g. Het tarief voor tracés van 30.000 meter tot 40.000 meter bedraagt € 3.170,45 h. Het tarief voor tracés van 40.000 meter tot 50.000 meter bedraagt € 3.381,80 i. Het tarief voor tracés van 50.000 meter tot 60.000 meter bedraagt € 3.593,20 j. Het tarief voor tracés van 60.000 meter tot 70.000 meter bedraagt € 3.805,05 k. Het tarief voor tracés van 70.000 meter tot 80.000 meter bedraagt € 4.015,90 l. Het tarief voor tracés van 80.000 meter en meer bedraagt € 4.227,30 2. Het tarief voor in het behandeling nemen van een melding voor het verkrijgen van instemming voor het (ver)plaatsen van ondergrondse en bovengrondse handholes, kasten e.d. t.b.v. een openbaar telecommunicatienetwerk een vast bedrag van: € 163,65 3. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een geluidsmeting afstelling geluidsbegrenzer: a. een vast bedrag per meetopdracht € 287,90 b. vermeerderd met een bedrag per meetuur van: € 117,55 Artikel 1.33 Wegenverkeerswetgeving 1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: a. voor een ontheffing op grond van artikel 87 van het Reglement Verkeerstekens en Verkeersregels met een looptijd korter dan twee weken: € 25,85 b. voor een ontheffing op grond van artikel 87 van het Reglement Verkeerstekens en Verkeersregels met een looptijd vanaf twee weken tot maximaal drie maanden € 51,65 c. voor een ontheffing op grond van artikel 87 van het Reglement Verkeerstekens en Verkeersregels met een looptijd vanaf drie maanden tot maximaal drie jaar: € 116,20 d. voor een ontheffing op grond van artikel 87 van het Reglement Verkeerstekens en Verkeersregels voor een doorlopende ontheffing: € 322,80 2. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag (nul-emissiezone) voor: a. een langdurige ontheffing als bedoeld in § 1 van het Ontheffingenbeleid nul-emissiezone voor bedrijfs- en vrachtauto's Tilburg, met uitzondering van de ontheffing voor particuliere bedrijfs- en vrachtauto's als bedoeld in artikel 7 € 104,30 b. een langdurige ontheffing voor particuliere bedrijfs- of vrachtauto's als bedoeld in artikel 7 van het Ontheffingenbeleid nul-emissiezone voor bedrijfs- en vrachtauto’s Tilburg € 62,55 c. een dagontheffing als bedoeld in § 2 van het Ontheffingenbeleid nul-emissiezone voor bedrijfs- en vrachtauto’s Tilburg € 31,30 d. een gemeentespecifieke langdurige ontheffing in verband met bedrijfseconomische omstandigheden als bedoeld in artikel 12 van het Ontheffingenbeleid nul-emissiezone voor bedrijfs- en vrachtauto's Tilburg € 260,70 e. een gemeentespecifieke langdurige ontheffing waarbij toepassing wordt gegeven aan de afwijkingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 13 van het Ontheffingenbeleid nul-emissiezone voor bedrijfs- en vrachtauto’s Tilburg € 260,70 f. overige lokale ontheffingen op grond van het Ontheffingenbeleid nul-emissiezone voor bedrijfs- en vrachtauto's Tilburg. € 104,30 3. Het tarief bedraagt per aanvraag voor het in behandeling nemen van elk van de volgende aanvragen inzake een gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) (exclusief een toeslag voor een, schriftelijke, medische keuring): a. voor het verkrijgen van een gehandicaptenparkeerkaart (artikel 49 BABW): € 37,30 b. voor het verstrekken van een duplicaat van een gehandicaptenparkeerkaart bij bijvoorbeeld verlies of diefstal (artikel 52 BABW): € 37,30 c. voor het wijzigen van een gehandicaptenparkeerkaart (artikel 49 BABW): € 37,30 d. voor het verlengen van een gehandicaptenparkeerkaart (artikel 49 BABW): € 37,30 4. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: a. voor het aanbrengen van markering, paal en (onder)borden ter aanduiding van een nieuwe gehandicaptenparkeerplaats op kenteken (bord E6 uit Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), inclusief het verwijderen van markering, paal en borden: € 250,00 b. voor het verplaatsen van een bestaande gehandicaptenparkeerplaats als bedoeld in lid 3 sub a € 250,00 c. voor het aanbrengen van een nieuw onderbord met kenteken, bij een kentekenwijziging: € 150,00 5. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een medische keuring ter verkrijging van een gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in lid 3 sub a of een gemarkeerde parkeerplaats als bedoeld in lid 4 sub a: € 104,30 6. Het tarief bedraagt per aanvraag voor het in behandeling nemen van elk van de volgende aanvragen inzake een gemarkeerde parkeerplaats bij de woning of het werkadres als bedoeld in artikel 26 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 is (exclusief een toeslag voor een, schriftelijke, medische keuring): a. voor het verkrijgen van een gemarkeerde parkeerplaats: € 34,85 b. voor het verlengen van een gemarkeerde parkeerplaats: € 34,85 c. voor het wijzigen van een gemarkeerde parkeerplaats: € 34,85 7. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: a. voor een vergunning op grond van de Verordening Kwaliteitskeurmerk straattaxi’s Tilburg 2019: € 173,70 b. voor het verlenen van een verklaring van geen bezwaar op grond van de Wet Luchtvaart, dan wel een daarvan afgeleide regeling, voor een kalenderjaar (alleen voor vrije luchtballonnen) of voor een enkele gebeurtenis: € 105,05 c. voor het afgeven van een langlopende ontheffing landbouwvoertuig: € 37,30 8. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in dit artikel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking, danwel een wijziging: € 11,05 Paragraaf 1.10 Diversen Artikel 1.34 Gewaarmerkte afschriften, kopieën, stukken of uittreksels Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van: a. een beschikking op aanvraag van een vergunning of een ontheffing, dan wel voor elk ander stuk in het persoonlijk belang van de aanvrager opgemaakt, voor zover daarvoor in deze verordening geen bijzondere regeling is opgenomen of voor zover daarvoor geen wettelijke regeling of vrijstelling bestaat, per bladzijde: € 4,30 met een minimum van: € 12,85 b. fotokopieën op grond van de Wet open overheid (Woo) 1. Zwart-wit enkelzijdig A4 per bladzijde € 0,05 2. Zwart-wit dubbelzijdig A4 per bladzijde € 0,10 3. Kleur enkelzijdig A4 per bladzijde € 0,20 4. Kleur dubbelzijdig A4 per bladzijde € 0,40 5. Zwart-wit enkelzijdig A3 per bladzijde € 0,10 6. Zwart-wit dubbelzijdig A3 per bladzijde € 0,20 7. Kleur enkelzijdig A3 per bladzijde € 0,40 8. Kleur dubbelzijdig A3 per bladzijde € 0,80 c. een fotokopie van een getypt, gedrukt of geschreven stuk, van maximaal het formaat A4 voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per bladzijde: 1. A4 enkelzijdig: € 0,10 2. A4 dubbelzijdig: € 0,15 3. A3 enkelzijdig: € 0,15 4. A3 dubbelzijdig: € 0,25 5. A2 formaat: € 6,20 6. A1 formaat: € 9,30 7. A0 formaat: € 12,35 Artikel 1.35 Diverse vergunningen of beschikkingen 1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: a. om elke vergunning ingevolge de Havenverordening Piushaven 2017: € 50,70 b. om een vergunning op grond van artikel 53a Algemene Plaatselijke Verordening: € 1.830,35 c. om een wijzigiging van een in sub b bedoelde vergunning in verband met een wijziging van de beheerder: € 293,10 2. Indien de aanvraag als bedoeld in lid 1 sub b en c wordt ingetrokken nadat door de gemeente in behandeling is genomen bestaat aanspraak op 50% teruggaaf van de leges. Een bedrag minder dan € 160,00 wordt niet teruggegeven. 3. Indien de aanvraag op grond van lid 1 wegens onvolledigheid niet verder in behandeling wordt genomen, wordt teruggaaf van de leges verleend, met dien verstande dat tenminste een bedrag van € 160,00 verschuldigd blijft. Hoofdstuk 2 HOOFDSTUK 2 DIENSTVERLENING EN BESLUITEN IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET Tarief 2025 Paragraaf 2.1 Algemene bepalingen Artikel 2.1 Definities 1. Begripsbepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet, in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling en in de bijlagen bij het gemeentelijke omgevingsplan, zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald. 2. In dit hoofdstuk voorkomende begrippen die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander dan een in het eerste lid bedoeld wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald. 3. In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: Stedelijke ontwikkeling: de grotere, complexere plannen die niet passen binnen het omgevingsplan. Het gaat hier bijvoorbeeld om ontwikkelvoorstellen voor meer dan 10 woningen, een herontwikkeling in de binnenstad of de realisatie van een hotel of supermarkt. Bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond waarop de aanvraag betrekking heeft. 4. In afwijking van bijlage I bij de Omgevingsregeling wordt onder bouwkosten verstaan: de grondslag op basis waarvan de leges worden vastgesteld, die wordt bepaald op basis van de tabel "Grondslag legesberekening". Indien de tabel niet voorziet in het type bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning is aangevraagd, zal de grondslag, op basis waarvan de leges worden vastgesteld, worden berekend met gebruikmaking van de meest recente uitgave "Taxatieboekjes (Her)Bouwkosten" of het elektronische equivalent daarvan, zoals die worden uitgegeven doorVakmedianet. Indien zowel de tabel als de "Taxatieboekjes (Her)Bouwkosten", inclusief het elektronische equivalent, niet voorzien in het type bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning is aangevraagd, zullen de bouwkosten door de aanvrager middels een open begroting aannemelijk moeten worden gemaakt. Deze zullen de grondslag vormen voor de berekening van de leges. Oppervlakte en inhoudsmaten worden bepaald conform de artikelen 4.2 en 5.2 van de NEN 2580. De tabel "Grondslag legesberekening" is kosteloos in te zien bij de afdeling Dienstverlening en is tevens via de website van de gemeente Tilburg te raadplegen.De NEN 2580 en de meest recente uitgave van de "Taxatieboekjes (Her)Bouwkosten" en het elektronische equivalent daarvan zijn kosteloos in te zien bij de afdeling Dienstverlening. 5. In afwijking van het vierde lid worden, indien zonnepanelen onderdeel uitmaken van een aanvraag om een omgevingsvergunning, bij de bepaling van de bouwkosten als grondslag voor de leges de bouwkosten van de zonnepanelen buiten beschouwing gelaten . Artikel 2.2 Dienstverlening en besluiten waarvoor leges worden geheven Leges worden geheven voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: a. conceptverzoek; b. een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1 of artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit; c. een of meer maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 4.5 van de Omgevingswet; d. toestemming voor het treffen van een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet; e. een wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning; f. intrekking van een omgevingsvergunning; g. wijziging van een besluit als bedoeld in de onderdelen b, c en d; h. een besluit in het kader van de Omgevingswet, anders dan bedoeld in de onderdelen b tot en met g. Artikel 2.3 Bepalen tarief 1. De in artikel 2.2 bedoelde leges worden geheven naar de tarieven zoals opgenomen in de volgende paragrafen van dit hoofdstuk. 2. Als een aanvraag betrekking heeft op meerdere activiteiten, is het tarief opgebouwd uit de som van de verschuldigde leges behorend bij die activiteiten. 3. Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verhoogd met het tarief voor een of meer modaliteiten bedoeld in paragraaf 2.12. 4. Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verminderd overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 2.13. 5. Het tarief behorend bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift of bij een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen is niet van toepassing als het onderwerp waarop het maatwerkvoorschrift betrekking heeft of de gelijkwaardige maatregel onderdeel is van een aanvraag om een omgevingsvergunning. 6. In afwijking van het tweede en derde lid kan ook per activiteit of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd. Paragraaf 2.2 Voorfase Artikel 2.4 Conceptverzoek 1. Als de aanvraag betrekking heeft op het houden van conceptverzoek over een of meer activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving, bedraagt het tarief: a1. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het beoordelen van een conceptverzoek omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit (omgevingsplanactiviteit): € 160,00 a2. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het beoordelen van een stedelijke ontwikkelingsinitiatief (conceptverzoek voor het afwijken van regels van het omgevingsplan): € 750,00 b1. Voor het bespreken van een initiatief aan maximaal twee omgevingstafels als vervolg op een conceptverzoek, ter voorbereiding van een aanvraag omgevingsvergunning € 5.000,00 b2. Voor de derde en elke volgende bespreking aan de omgevingstafel: € 1.000,00 c. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een adviesverzoek dat uitsluitend betrekking heeft op een beoordeling door de omgevingscommissie: kosteloos 2. Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk, als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten, wordt, indien in het kader van een conceptverzoek een andere in dit hoofdstuk opgenomen dienst dient te worden uitgevoerd, het tarief voor het conceptverzoek vermeerderd met de leges zoals vermeld in deze tarieventabel voor die betreffende dienst of diensten, tenzij in samenspraak met de aanvrager op andere wijze kostenverhaal is overeengekomen middels een gesloten dienstverleningsovereenkomst. Paragraaf 2.3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken Artikel 2.5 Bouwactiviteit (technisch) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. indien de bouwkosten minder dan € 200.000,00 bedragen: 1,1100% van de bouwkosten, met een minimum van: € 160,00 b. indien de bouwkosten € 200.000,00 tot € 500.000,00 bedragen: € 2.220,00 vermeerderd met: 1,1000% van de bouwkosten minus € 200.000,00; c. indien de bouwkosten € 500.000,00 tot € 1.000.000,00 bedragen: € 5.520,00 vermeerderd met: 1,0400% van de bouwkosten minus € 500.000,00; d. indien de bouwkosten € 1.000.000,00 tot € 2.000.000,00 bedragen: € 10.720,00 vermeerderd met: 0,8100% van de bouwkosten minus € 1.000.000,00; e. indien de bouwkosten € 2.000.000,00 tot € 5.000.000,00 bedragen: € 18.820,00 vermeerderd met: 0,7600% van de bouwkosten minus € 2.000.000,00; f. indien de bouwkosten € 5.000.000,00 of meer bedragen: € 41.620,00 vermeerderd met: 0,7300% van de bouwkosten minus € 5.000.000,00: met een maximum legesbedrag van: € 182.700,00 g. In afwijking van de tarieven genoemd onder a tot en met f, bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit zoals bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit bouwwerken leefomgeving voor de bouw van tijdelijke bouwwerken waarbij het hanteren van een gangbare bouwsom niet mogelijk is, zoals bij het plaatsen van prefab-units, tenten of iets dergelijks, per 10 m² vloeroppervlakte (afgerond op een veelvoud van 10 m²): € 27,65 Met dien verstande dat minimaal betaald moet worden: € 160,00 Artikel 2.6 Bouwactiviteit, in stand houden of gebruiken bouwwerk (omgevingsplan) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een bouwactiviteit, het in stand houden of gebruiken van het bouwwerk, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: 1. voor een omgevingsplanactiviteit waarbij sprake is van een bouwactiviteit a. indien de bouwkosten minder dan € 200.000,00 bedragen: 2,3700% van de bouwkosten, met een minimum van: € 160,00 b. indien de bouwkosten € 200.000,00 tot € 500.000,00 bedragen: € 4.740,00 vermeerderd met: 2,3200% van de bouwkosten minus € 200.000,00; c. indien de bouwkosten € 500.000,00 tot € 1.000.000,00 bedragen: € 11.700,00 vermeerderd met: 2,2200% van de bouwkosten minus € 500.000,00; d. indien de bouwkosten € 1.000.000,00 tot € 2.000.000,00 bedragen: € 22.800,00 vermeerderd met: 1,7100% van de bouwkosten minus € 1.000.000,00; e. indien de bouwkosten € 2.000.000,00 tot € 5.000.000,00 bedragen: € 39.900,00 vermeerderd met: 1,6200% van de bouwkosten minus € 2.000.000,00; f. indien de bouwkosten € 5.000.000,00 of meer bedragen: € 88.500,00 vermeerderd met: 1,5400% van de bouwkosten minus € 5.000.000,00: met een maximum legesbedrag van: € 388.900,00 g. In afwijking van de tarieven genoemd onder a tot en met f, bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit zoals bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit bouwwerken leefomgeving voor de bouw van tijdelijke bouwwerken waarbij het hanteren van een gangbare bouwsom niet mogelijk is, zoals bij het plaatsen van prefab-units, tenten of iets dergelijks, per 10 m² vloeroppervlakte (afgerond op een veelvoud van 10 m²): € 59,95 Met dien verstande dat minimaal betaald moet worden: € 160,00 2. voor een omgevingsplanactiviteit die uitsluitend bestaat uit het in stand houden of gebruiken van een bouwwerk en waarbij geen sprake is van een bouwactiviteit: € 278,50 3. Onverminderd de voorgaande onderdelen van dit artikel wordt indien sprake is van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit het tarief als volgt verhoogd: a. indien de aanvraag is voorafgegaan door een omgevingsoverleg zoals bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, onder a1, a2, of b1 en b2: 1. voor activiteiten die overeenkomen met de gevallen zoals bedoeld in de bijlage "Beleidsregels planologische kruimelgevallen 2024": € 278,50 2. voor overige activiteiten die niet overeenkomen met de gevallen zoals genoemd onder 1 betreft het basistarief € 14.456,90 en wordt het basistarief als volgt verder verhoogd: I Oppervlakte bouwperceel (oppervlakte van het bouwperceel waarop de aanvraag betrekking heeft) tot 500 m²: € - van 500 m² tot 2.500 m² : € 3.011,85 van 2.500 m² tot 5.000 m²: € 7.228,45 van 5.000 m² tot 10.000 m²: € 14.456,90 van 10.000 m² tot 15.000 m²: € 21.082,95 van 15.000 m² tot 20.000 m²: € 27.106,65 van 20.000 m² tot 30.000 m²: € 36.142,20 van 30.000 m² tot 40.000 m²: € 48.198,65 van 40.000 m² tot 60.000 m²: € 60.237,05 60.000 m² of meer: € 72.284,45 tenzij de aanvraag betrekking heeft op 1 woning II Gestapelde bouw (gestapelde woning- of utiliteitsbouw met een bouwhoogte van meer dan 10 meter) bouwhoogte van 10 tot 15 meter: € 15.661,65 bouwhoogte van 15 tot 25 meter: € 36.142,20 bouwhoogte meer dan 25 meter: € 60.237,05 b. Indien de aanvraag niet is voorafgegaan door een omgevingsoverleg zoals bedoeld in artikel 2.4 worden de tarieven genoemd in artikel 2.6, derde lid, onder a lid 1 en lid 2 vermeerderd met: € 1.042,80 c. Voor activiteiten die voldoen aan artikel 12.27a van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving € 14.456,90 Artikel 2.6a Zonnepanelen In afwijking van het bepaalde in artikel 2.5 en 2.6 worden geen leges geheven voor een aanvraag om een omgevingsvergunning die uitsluitend het plaatsen van zonnepanelen betreft. Artikel 2.7 Bouwwerk slopen (omgevingsplan) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een sloopactiviteit, niet zijnde een sloopactiviteit met betrekking tot een monument of beschermd stads- en dorpsgezicht, als bedoeld in paragraaf 2.4, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een omgevingsplanactiviteit danwel buitenplanse omgevingsplanactiviteit: € 278,50 Paragraaf 2.4 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed Artikel 2.8 Rijksmonumentenactiviteit of activiteit die betrekking heeft op een gemeentelijk monument (omgevingsplan) 1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a of b, van de Omgevingswet, met betrekking tot een gemeentelijk monument, provinciaal monument, rijksmonument, voorbeschermd gemeentelijk monument, voorbeschermd provinciaal monument of voorbeschermd rijksmonument, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een omgevingsplanactiviteit danwel buitenplanse omgevingsplanactiviteit of bij toepassing van de monumentenverordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit: 1˚ voor het slopen, verstoren, verplaatsen, wijzigen, herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht indien de bouwkosten: minder bedragen dan € 10.000,00: € 155,30 liggen tussen € 10.000,00 en € 50.000,00: € 155,30 vermeerderd met 0,635% over elk bedrag boven € 10.000,00; liggen tussen € 50.000,00 en € 100.000,00: € 409,30 vermeerderd met 0,52% over elk bedrag boven € 50.000,00; liggen tussen € 100.000,00 en € 500.000,00: € 669,30 vermeerderd met 0,39% over elk bedrag boven € 100.000,00; liggen tussen € 500.000,00 en € 1.000.000,00: € 2.229,30 vermeerderd met 0,25% over elk bedrag boven € 500.000,00; meer bedragen dan € 1.000.000,00: € 3.479,30 2˚ voor het (gedeeltelijk) slopen van een monument, gebaseerd op de hoeveelheid sloopafval: t/m 25 m³: € 326,55 26 m³ t/m 50 m³: € 612,25 51 m³ t/m 100 m³: € 1.183,65 101 m³ t/m 500 m³: € 2.285,70 meer dan 500 m³: € 4.489,75 2. Als de in het eerste lid bedoelde aanvraag een archeologisch monument betreft, worden de in het eerste lid genoemde tarieven verhoogd met: € 156,40 3. Het eerste lid, aanhef en onder a, en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning met betrekking tot een monument of archeologisch monument dat op grond van de monumentenverordening is aangewezen respectievelijk waarop, voordat het is aangewezen, die verordening van overeenkomstige toepassing is. De vorige volzin is van toepassing: a. als het gaat om een aangewezen monument of archeologisch monument: zolang in het omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven; en b. als het gaat om een monument of archeologisch monument waarop voordat het is aangewezen de verordening van overeenkomstige toepassing is: zolang in het omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven of het omgevingsplan nog geen voorbeschermingsregel bevat vanwege het voornemen om die functie-aanduiding te geven. Artikel 2.9 Rijksmonumentenactiviteit (gereserveerd) Artikel 2.10 Bouwwwerk slopen in een gemeentelijk beschermd of rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht (omgevingsplan) 1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een sloopactiviteit in een rijksbeschermd, provinciaal beschermd of gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een omgevingsplanactiviteit danwel buitenplanse omgevingsplanactiviteit of bij toepassing van de monumentenverordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, waarbij een hoeveelheid sloopafval vrijkomt t/m 25 m³: € 326,55 26 m³ t/m 50 m³: € 612,25 51 m³ t/m 100 m³: € € 1.183,65 101 m³ t/m 500 m³: € 2.285,70 meer dan 500 m³: € 4.489,75 2. Het eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige toepassing op een sloopactiviteit die wordt verricht op een locatie waarvoor een op grond van artikel 4.35, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet als instructie geldende aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet van kracht is, zolang in het omgevingsplan aan die locatie nog niet de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven. Artikel 2.11 Omgevingsplanactiviteit: overig cultureel erfgoed en werelderfgoed Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een andere activiteit dan die genoemd in de artikelen 2.8, 2.9 en 2.10 en cultureel erfgoed of werelderfgoed betreft, waarvoor in het omgevingsplan met het oog op het behoud van cultureel erfgoed of van de uitzonderlijke universele waarde van werelderfgoed een verbod is opgenomen om zonder omgevingsvergunning deze activiteit te verrichten, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 156,40 Paragraaf 2.5 Milieubelastende activiteiten Artikel 2.12 Milieubelastende activiteit gereguleerd in het omgevingsplan 1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een milieubelastende activiteit als bedoeld in het omgevingsplan of paragraaf 22.3.26 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 2.693,00 2. In afwijking van 2.12 lid 1 als het gaat om een activiteit voor het installeren van een gesloten bodemenergiesysteem is een tarief verschuldigd van: € 4.039,50 Artikel 2.13 Milieubelastende activiteit gereguleerd bij AMvB Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor één milieubelastende activiteit: € 4.039,50 b. voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten,in afwijking van artikel 2.3, tweede lid: € 7.405,75 c. voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, in afwijking van artikel 2.3, tweede lid: € 10.098,75 Artikel 2.14 Nutssector en industrie (afdeling 3.4 Besluit activiteiten leefomgeving) (gereserveeerd) Artikel 2.15 Afvalbeheer (afdeling 3.5 Besluit activiteiten leefomgeving) (gereserveerd) Artikel 2.16 Agrarische sector (afdeling 3.6 Besluit activiteiten leefomgeving) (gereserveerd) Artikel 2.17 Dienstverlening, onderwijs en zorg (afdeling 3.7 Besluit activiteiten leefomgeving) (gereserveeerd) Artikel 2.18 Transport, logistiek en ondersteuning daarvan (afdeling 3.8 Besluit actitiviteiten leefomgeving) (gereserveeerd) Artikel 2.19 Sport en recreatie (afdeling 3.9 Besluit activiteiten leefomgeving) (gereserveeerd) Artikel 2.20 Samenloop van milieubelastende activiteiten (gereserveeerd) Paragraaf 2.6 Lozingsactiviteiten Artikel 2.21 Lozingsactiviteit niet afkomstig van milieubelastende activiteit Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij de gemeente, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, onder 1, van de Omgevingswet, en het gaat niet om het lozen van water of stoffen afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 521,40 Artikel 2.22 Lozingsactiviteit afkomstig van milieubelastende activiteit Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een lozingsactiviteit op een oppervlaktelichaam in beheer bij de gemeente, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, onder 1, van de Omgevingswet, bestaande uit het lozen van afvalwater, koelwater of stoffen afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 521,40 Paragraaf 2.7 Aanlegactiviteiten Artikel 2.23 Werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid uitvoeren (omgevingsplan) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet bestaande uit het graven in het gebied met [normwaarde archeologische verwachtingswaarde OF archeologische verwachtingen], als bedoeld in artikel […] van het omgevingsplan, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: Artikel 2.24 Omgevingsplanactiviteit: overige activiteiten beperkingengebied leidingen, landschapselement en aardkundige waarde (gereserveerd) Artikel 2.25 Omgevingsplanactiviteit: geluid weg (gereserveerd) Artikel 2.26 Weg of spoorweg aanleggen of wijzigen (omgevingsplan) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen van een weg of verandering brengen in de wijze van aanleg van een weg, bedoeld in de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 756,95 Artikel 2.27 Omgevingsplanactiviteit: uitweg/uitrit (gereserveerd) Artikel 2.28 Omgevingsplanactiviteit: overige aanlegactiviteiten Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid (aanlegactiviteit), niet zijnde een activiteit die in de voorgaande artikelen van deze paragraaf is benoemd, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een omgevingsplanactiviteit danwel buitenplanse omgevingsplanactiviteit: € 143,20 Paragraaf 2.8 Overige activiteiten Artikel 2.29 Omgevingsplanactiviteit: alarminstallatie (gereserveerd) Artikel 2.30 Boom kappen of houtopstand vellen (omgevingsplan) Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten bedraagt het tarief als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het vellen van een houtopstand, bedoeld in de Bomenverordening Tilburg in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, voor maximaal twee bomen : € 160,00 per volgende boom: € 60,55 tot een maximum van: € 1.211,05 Artikel 2.31 Handelsreclame maken of voeren (omgevingsplan) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit handelsreclame met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die zichtbaar is vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats, als bedoeld in de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, en als niet tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 168,95 Artikel 2.32 Voorwerpen of stoffen op, aan, in of boven de weg (omgevingsplan) of roerende zaken opslaan (gebruik openbare ruimte) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit Voorwerpen of stoffen op, aan, in of boven de weg in een aangewezen gedeelte van de gemeente, bedoeld in artikel 13 van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: bij bouwactiviteiten: € 298,00 tenzij het gaat om een verlenging van he opslaan bij bouwactiviteiten, dan is een tarief verschuldigd van: € 149,00 Artikel 2.33 Omgevingsplanactiviteit: standplaatsen (gereserveerd) Artikel 2.34a Omgevingsplanactiviteit: Geluidwaarde Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit betreffende het vaststellen van een hogere geluidwaarde als bedoeld in het Besluit kwaliteit leefomgeving € 1.310,70 Artikel 2.34b Andere activiteiten Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit dan in deze paragraaf en voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk bedoeld en die activiteit: a. betreft een bij of krachtens artikel 5.1 van de Omgevingswet aangewezen vergunningplichtige activiteit, uitgezonderd de activiteit bedoeld in onderdeel b, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 1.161,20 b. betreft een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: 1. voor een omgevingsplanactiviteit danwel buitenplanse omgevingsplanactiviteit: € 1.161,20 2. voor een in een gemeentelijke verordening als bedoeld in artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit aangewezen vergunningplichtige activiteit: € 1.161,20 Paragraaf 2.9 Maatwerkvoorschriften Artikel 2.35 Maatwerkvoorschriften bij bouwactiviteiten (technisch) waarvoor een zelfstandig besluit wordt genomen Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een bouw- of sloopactiviteit, bedraagt het tarief per maatwerkvoorschrift: € 1.495,00 Artikel 2.36 Maatwerkvoorschriften of vergunningvoorschriften bij milieubelastende activiteiten 1. Bij een aanvraag om maatwerkvoorschrift(-
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.