Verordening op de heffing en de invordering van havengelden 2025De raad van de gemeente GEERTRUIDENBERG; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 8 oktober 2024; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet; BESLUIT vast te stellen de: Verordening op de heffing en de invordering van havengelden
- 1ArtikelDefinities Deze verordening verstaat onder: haven: de haven als bedoeld in artikel 1 van de ‘Regeling gebruik haven Raamsdonksveer 2010’; vaartuig: alle soorten schepen, boten, schuiten, woonarken, drijvende kranen, bokken, pontons, baggermolens, zandzuigers, houtvlotten en dergelijke. 2ArtikelBelastbaar feit en belastingplicht Onder de naam “havengeld” worden rechten geheven voor vaartuigen die in de gemeente Geertruidenberg een vaste ligplaats innemen in de gemeentelijke haven. Als belastingplichtige wordt aangemerkt de gebruiker van een vaartuig dat een vaste ligplaats heeft in de haven. Havengeld wordt niet geheven op (historische) woonschepen vallend onder de geldende woonschepenverordening. 3ArtikelMaatstaf van heffing Het recht als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt geheven naar de oppervlakte die benodigd is om te dienen als ligplaats van een vaartuig. 4ArtikelBelastingtarieven
- Voor vaartuigen ligplaats hebbende aan de gemeentelijke steiger met voorzieningen: a. per kleine ligplaats (kleiner dan 12 m2) € 390,21 b. per grote ligplaats (groter of gelijk aan 12 m2) € 818,02
- Voor vaartuigen ligplaats hebbende aan de gemeentelijke steiger zonder voorzieningen: a. per kleine ligplaats (kleiner dan 12 m2) € 278,45 b. per grote ligplaats (groter of gelijk aan 12 m2) € 706,67
- Voor vaartuigen ligplaats hebbende op andere dan aan de onder 1 en 2 bedoelde plaatsen: a. per roeiboot € 165,61 b. per zeil- of motorboot
- bij een oppervlakte van minder dan 30 m2 € 206,86
- bij een oppervlakte van 30 m2 of meer € 308,13
- De bedragen, genoemd in dit artikel worden geacht te zijn inclusief 21% B.T.W. Artikel 5 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. 6ArtikelWijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. 7ArtikelOntstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang De rechten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 8ArtikelKwijtschelding Bij de invordering van het recht, als bedoeld in artikel 2, wordt geen kwijtschelding verleend. 9ArtikelTermijnen van betaling. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk drie maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. 10ArtikelOvergangsrecht De “Verordening havengelden 2024” van 9 november 2023, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 11, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 11ArtikelInwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari
- 12ArtikelCiteertitel Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening havengelden 2025". Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van de gemeente Geertruidenberg van 7 november 2024,De raad voornoemd, de griffier a.i., de voorzitter,E. Dammingh, M. Witte